donderdag 3 november 2016

Bazart

Bazart is 'heel erg 2016' heb ik meermaals gelezen. Die omschrijving alleen al zorgt ervoor dat ik zeer terughoudend ben om hun muziek te beluisteren. Over muziek moet men naar mijn mening niet spreken alsof het een product is. Maar met betrekking tot Bazart ligt dat misschien anders.
Ik luister naar de debuutplaat van deze nieuwe sensatie en hoor de met een gekunsteld zweverige frasering gezegende zanger dingen als "blijjjjven drijjjjjven" zingen. Het klinkt fake en het ís fake. Dit is inderdaad een product dat muziek gewoon als een vorm gebruikt om 'iets' aan de man te brengen. Een banaal gevoel van diepgang, vanwege pseudo-intrigerende teksten die zonder twijfel nergens over gaan.
Enkele leden van Bazart hebben elkaar leren kennen omdat ze allen deelnamen aan 'Eurosong for Kids' - ja, inderdaad. Ik acht het dan ook mogelijk dat Bazart een soort lang uitgevallen trailer is voor een nieuw vtm-programma.
Maar niet getreurd. Er is nog genoeg muziek die níét op mijn zenuwen werkt. Al wordt die steeds minder vaak door Belgische groepen gemaakt.

Niet in de journalistiek

Voor haar oktobernummer wilde het stadsmagazine InfoLeuven een artikel maken rond een van de projecten van de Dienst Diversiteit en Gelijke Kansen, waar ik werk. Een collega liet InfoLeuven weten dat zij dat artikel niet per se zelf moesten schrijven: “Wij hebben hier zelf een journalist rondlopen die dat graag zal doen en aan wie jullie dat kunnen overlaten.” Die journalist die dat graag zou doen was ik.
InfoLeuven was akkoord, maar als het mij om een of andere reden niet zou lukken, zouden zij “overnemen”.
Dat hoefde niet, het is mij gelukt. Zonder enig probleem. Ik weet wel hoe ik een interview moet afnemen en hoe ik daar een artikel van maak. Dat ben ik niet verleerd.
InfoLeuven liet aan mijn collega weten dat mijn artikel er “op het eerste zich heel goed uit zag”. Op het tweede blijkbaar ook, want nu het gepubliceerd is, zie ik dat er geen woord aan is veranderd.
Mijn collega’s feliciteerden mij (wat ik een beetje overdreven vond) en eentje zei dat het niveau van mijn artikel dat van de meeste InfoLeuven-artikels ver overstijgt. “Het zou ook in een serieuze krant kunnen”, zei hij. “Ik weet het”, zei ik.
Een andere collega vroeg of ik écht niet terug als journalist zou willen werken. “Nee”, zei ik.
“Maar het is toch zonde dat zo’n schrijftalent verloren zou gaan?”.
Alsof een journalist schrijftalent moet hebben.
Nee, als journalist werken interesseert mij écht niet meer. Ik ben daarvoor niet geschikt. Mensen schijnen nog steeds te denken dat journalisten goed kunnen schrijven en dat dat het belangrijkste aspect is van hun job. De laatste tijd nog eens een nieuwssite bezocht? Goed kunnen schrijven is geen prioriteit.
Ik kan wel een beetje schrijven, maar kijk naar deze tekst en stel vast dat het ook niet ‘ik weet niet wat’ is. Wat moet een journalist dan kunnen? Ik weet het wel ongeveer, maar om hier mijn gedacht daarover uit de doeken te doen, nee, die moeite ga ik mij besparen. Ik ben echt waar niet geschikt voor de journalistiek. In de eerste plaats trouwens omdat er andere jobs zijn die mij meer kunnen motiveren. Taalles geven aan anderstaligen. Vluchtelingen opvangen. Kansarmen bij de samenleving betrekken. Al is dat natuurlijk ook niet allemaal even prettig of nuttig.
Ik zou er als de dood voor zijn dat ik als beginnend journalist de opdracht krijg om een artikel te schrijven over de depressie van Lesley-Ann Poppe. Want die dingen gebeuren. En dan zeg ik beleefd: fuck off.
Daar heb ik verder niks aan toe te voegen.
***
Of jawel, ik heb daar wel nog iets aan toe te voegen. Tussen de lijnen kan je het al lezen: heel wat 'journalistiek' maakt mij boos. En ik kan maar boos zijn omdat ik eigenlijk nog wel een passie heb voor het beroep. Dat kon ik opnieuw vaststellen toen ik het artikel voor InfoLeuven schreef. Voortdurend realiseerde ik me tijdens het schrijven: ik doe dit graag. Maar professioneel? Nee.

Nare dromen

Vannacht in een droom zei een goede vriend die ik al 20 jaar ken dat hij niet het gevoel heeft dat wij elkaar nog veel te vertellen hebben. We zijn uit elkaar gegroeid, zei hij, we leiden totaal verschillende levens, er is enkel nog een gedeeld verleden dat ons bindt, maar de laatste jaren zien we elkaar steeds minder vaak en dat heeft toch een reden. Misschien is het niet meer nodig dat we nog afspreken. We zullen elkaar nog weleens tegenkomen.

***

Vannacht in een droom bevond ik me temidden van paniekerige mensen. We waren op een onbestemde plek in België, een plek die wat weg had van een festivalterrein zonder dat er een enkel festival-kenmerk te bespeuren viel, en we waren in een situatie van oorlog. Ik was verantwoordelijk voor een klein meisje dat in de massa haar familie was kwijtgeraakt en in haar hysterie nauwelijks te bedwingen was. Het weer was grijs.
We baanden ons een weg door een modderstroom toen een andere grote groep mensen uit tegenovergestelde richting naar ons toe kwam. Het waren Nederlanders die op de vlucht waren voor oorlogsgeweld in hun land en dachten dat de situatie in België beter was. Nu zagen zij dat ze ongelijkheid hadden. Veel Belgen begrepen niet waarom de Nederlanders naar België waren gevlucht, er heerste een vijandige sfeer. De paniek werd er niet minder om.
In een andere droom liep ik een vervallen huis binnen waar ik verscholen in de keuken een moeder en haar twee kinderen aantrof. Aan de moeder kon je zien dat zij al dagen niet gegeten had. Ze was beschaamd dat ik haar zag in deze situatie. Ze vroeg mij om weg te gaan.
(Deze tweede droom had ik zeker niet toevallig aangezien ik twee dagen geleden de film 'I, Daniel Blake' zag waarin ook een ondervoede moeder met twee kinderen te zien is.)

Hoor, wie bralt daar

10 oktober. Onze voetbalanalisten maar lachen met het overgewicht van de Gibraltarese keeper. Als ze mij vanaf morgen 80.000 euro per week gaan betalen - dat is zo ongeveer wat een gemiddelde Rode Duivel bij zijn club verdient, Vincent Kompany verdient naar verluidt zelfs 250.000 euro per week - als ze mij dus zo veel zouden betalen dan zou ik in ruil ook wel wat aan mijn conditie werken. De keeper van Gibraltar is evenwel geen professionele sportman, neen, hij is professioneel actief bij de Gibraltarese brandweer.

En wat zou onze brandweerman verdienen per week? 250 euro? Het loon van Vincent Kompany gedeeld door duizend?

Ik vind het nogal straf dat onze analisten - wat een duur woord trouwens voor ex-voetballers die een uur komen palaveren - moeten lachen om een zogenaamd gebrek aan professionalisme van de keeper van Gibraltar. Net alsof Vincent Kompany als een pater zou leven mocht hij er geen miljoen euro per maand voor krijgen. Belachelijk.

Ongelukkig zijn

Naargeestige straten
Onveilig gevoel
De vakbonden haten
Maar bazen zijn cool
Gehoorzame mensen
Dat maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Terreur die nooit overgaat
Dat heet dan gelukkig zijn
Een moslim die ‘t land verlaat
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
De Slimste ter Wé te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
Weer eens Calimé te zijn
Een stad zonder bomen
Geen straat zonder blauw
Van GAS-boetes dromen
Geen leeuw zonder klauw
Een sos met vier voeten
Dat maakt hem blij, blij, blij, blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Werklozen ten einde raad
Dat heet dan gelukkig zijn
Theaters op droo-oog zaad
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Veel op de tv te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
De schaduwpremier te zijn