"Als ik terug naar school ga, de eerste dag, dan begint iedereen te praten over: ik ben naar Italië geweest, ik ben naar Duitsland geweest, ik ben naar Brazilië geweest; ja, en ik moet dan zeggen: ik ben gaan zwemmen enzo ..."
Iedereen lijkt de Panoramareportage ‘Arm Vlaanderen’ gezien te hebben. Ik ook. Veel mensen hebben blijkbaar (nu pas) ontdekt dat er in Vlaanderen armoede bestaat. Ik niet. Mijn moeder werkt al twintig jaar met kansarmen. Mensen die één keer per jaar met een touring car naar de zee gaan. En kinderen die nooit op reis gaan ken ik ook. Zelf ga ik (natuurlijk) wel soms op reis.
Bovenstaande uitspraak van de 11 of 12-jarige Mika heeft mij in deze reportage persoonlijk het meest getroffen. Omdat ze blootlegt dat er qua ‘speciallekes’ tijdens een vakantie wel erg grote verschillen blijken te bestaan binnen gezinnen met 12-jarige kinderen. Dat Mika het moet stellen met eens gaan zwemmen klinkt bijna lachwekkend. Kom daar eens mee af op 1 september. Waar moet je dan kruipen als het logisch-obligate “waar ben je tijdens de vakantie naartoe geweest?”-vraagje de kring rond gaat? Dat moet serieus aankomen, kan ik me inbeelden. Is het de taak van een leerkracht om op dit soort momenten rekening te houden met Mika’s situatie? Moeilijk te zeggen. Maar er mag wel over nagedacht worden. Nu wordt daar wellicht niet bij stilgestaan omdat de gemiddelde leerkracht zelf ook op vakantie is geweest tijdens de zomer en dat onnadenkend als een evidentie voor elk gezin beschouwt.
BEGOEDE BURGERS
Ik heb zelf altijd de luxe gehad om me niet te hoeven storen aan andermans verhalen over verre reizen. Ik reis niet speciaal graag noch hoef ik tal van steden of andere bezienswaardigheden op onze planeet met mijn eigen ogen gezien te hebben. Daarmee is voor mij de kous af. In principe heb ik het geld om te reizen, maar ik besteed het dus liever aan andere dingen. Voor iemand die wel verre reizen wil maken maar er het geld niet voor heeft, heeft onze welvaartsmaatschappij echter een perceptieprobleem gecreëerd. De perceptie bestaat immers dat iedereen elk jaar (op z’n minst één keer) op reis kan gaan – of deze perceptie bestaat toch onder ‘begoede burgers’ met hogere diploma’s, een groep waartoe ik mezelf reken.
Deze groep mensen, ik noem ze voor het gemak maar ‘de begoede burgers’, staan er vaak te weinig bij stil dat er nog mensen zijn die niet in de mogelijkheid zijn om elk jaar op reis te gaan. Een authentieke uitspraak van een 12-jarig kansarm jongentje in een Panoramareportage mist dan zijn uitwerking niet. “Zo erg dat dit in Vlaanderen nog bestaat..”
De afgelopen twintig jaar is de evidentie van op reis gaan heel sterk toegenomen. Rondom mij heb ik mensen van alle leeftijden over luxueuze reizen horen spreken zonder dat zij het luxueuze ervan nog leken in te zien. Barcelona werd schijnbaar het equivalent van de zee, Istanbul dat van de Ardennen en het vliegtuig dat van de trein.
Mensen leken bij terugkomst van reis x al onmiddellijk weer plannen te maken voor reis y. Alsof reis x kon worden beschouwd als een afgelopen zaak die in een map kon worden geklasseerd en waarover men enkel tijdens een gesprek nog eens zou kunnen opmerken dat men daar ook geweest was, op die bestemming. En dat dat zeer de moeite was. Of net niet.
Begoede tweeverdieners gaan of gingen op 58 maar wat graag op pensioen – helemaal uitgeblust en na een burn-out, u kent dat – om eens gepensioneerd meerdere keren per jaar aan het reizen te gaan. Waren zij eerst bekaf en er helemaal onderdoor door hun job, vonden zij plots de energie om jetlags te overwinnen en van hot naar her te lopen in de verzengende hitte van een of andere door betrouwbare vrienden getipte bestemming.
Tijdens feestelijkheden met vrienden werd graag en uitgebreid verteld over avonturen in de townships van Zuid-Afrika, de vriendelijkheid van de mensen in Thailand, de ontluisterende klassenmaatschappij in India of het pittoreske Sint-Petersburg dat veel meer de moeite was dan Praag, wat anderen er ook over mogen beweren.
UITWISSELINGSPROJECTEN
Maar niet enkel voor de begoede, de crisis niet voelende, vijftigers en zestigers is dit van tel, ook twintigers en dertigers met een hoger diploma lijken twee, drie of vier citytrips per jaar ondertussen als een evidentie te beschouwen. Een weekendje shoppen in Barcelona is dan voor hen wat vroeger voor hun moeder een koffie op de Meir was. Een uitstapje. Themabijlages van kwaliteitskranten spelen hier op in en laten uitschijnen dat meerdere keren per jaar reizen doodnormaal is. Wat het voor heel wat mensen nochtans niet is.
Ook uitwisselingsprojecten zijn hot onder studenten en wie er het geld en de tijd voor heeft, lijkt maar een paar muisklikken of telefoontjes verwijderd te zijn van zijn studie- of vrijwilligersjaar aan een goede universiteit in een leuke Europese stad of een ontwikkelingsland in, bijvoorbeeld, Zuid-Amerika. Veel middenklasse-ouders moedigen hun kinderen daarin aan en daar is niks mis mee zolang het niet beschouwd wordt als een normaliteit. Toch lijkt dat laatste steeds meer het geval.
Eens op Erasmus gaat het dan niet zelden als volgt. Aan die universiteit in dat buitenland maakt men vrienden in een internationaal gezelschap, met wie men op zijn beurt contact wil behouden na dat studiejaar. Dat contact kan maar fatsoenlijk onderhouden worden als een van beide partijen eens per jaar de ander gaat bezoeken in zijn land van herkomst. De vrijwilliger, op zijn beurt, die een netwerk aan mensen heeft opgebouwd in het respectievelijke ontwikkelingsland, keert daar ook graag op tijd en stond naar terug voor een nieuw bezoek. En ook deze reizen worden steeds minder als exclusief beschouwd- steeds meer als vanzelfsprekend.
SCHOOLREIS
En hoewel mensen in armoede net zo weinig in contact komen met ‘de begoede burger’ als omgekeerd het geval is, toch denk ik dat zij een beter zicht hebben op het leven van de begoede burger dan de begoede burger zicht heeft op het leven van de arme. Omdat Mika - de jongen voor wie gaan zwemmen ‘een specialleke’ is - er door zijn klasgenootjes van betere komaf dagelijks over hoort spreken, bijvoorbeeld. Ik kan voor deze Mika alleen maar hopen dat zijn leerkrachten in het middelbaar op zijn situatie zullen anticiperen wanneer deze of gene schoolreis naar Parijs of Rome wordt ingepland. Want dat reizen, dat is, volkomen begrijpelijk, een heikel onderwerp voor een 12-jarige die benieuwd is naar de wereld.
donderdag 3 oktober 2013
Wees niet naïef
Wees niet naïef, denk niet dat je een 'persoon' voor hen bent of dat het hen ook maar iets kan schelen.Verwacht niet dat ze je (lang) op voorhand, op een persoonlijke manier zullen verwittigen. Bereid je er op voor dat je zonder dat je het had zien aankomen het volgende in je mailbox kan vinden. Aan de vooravond van wat je dacht dat gewoon een nieuwe werkdag zou worden.
“Beste Alexander,
Wij hebben intern besloten om uw contract vanaf morgen stop te zetten en aldus niet meer te verlengen. Het is dus niet nodig dat je morgen nog komt.
Dit omwille van werkvermindering tijdens de zomermaanden.
Ik wens u verder veel succes naar de toekomst toe!
Mvg”
Dat was vorige woensdag.
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben hierover niet bitter. Voor mij waren ‘die van het callcenter’ ook maar bordkarton. Heet gaat ‘m natuurlijk over de bruuske manier waarop ze mijn enige bron van extra inkomsten (bovenop mijn dop van 360 euro per maand) van onder mijn voetjes wegtrekken. Aan de vooravond van een nieuwe werkdag. Strakker kan je niet regisseren.
De mail is kort en zakelijk, als was hij geschreven door iemand die één keer op de gang naar mij heeft geknikt en mijn naam niet kent. De verzender is evenwel onze supervisor met wie ik, ondanks de zakelijke context, een tamelijk informeel contact onderhield. In de mail ben ik eerst ‘u’, daarna ‘je’ en dan weer ‘u’. Verwarrend, dat geschipper tussen formeel en minder formeel. Vooral als ik in ogenschouw neem dat ik op een gemiddelde werkdag door dezelfde persoon met een flukse ‘eeeey’ begroet werd.
En dan is er ook die laatste zin en dat uitroepteken. Clichématiger kan je het niet verzinnen, ten eerste, maar dat bedek ik zelfs graag met de mantel der liefde (ik had niet beter van haar verwacht). Dat de zin grammaticaal onjuist is stoort me evenmin. Het is dat uitroepteken dat de zaak verpest. Wil ze me feliciteren met mijn verjaardag misschien? Ben ik cum laude afgestudeerd en ontvang ik daarvoor een dikke proficiat? Neen. Ik heb integendeel net de mededeling gekregen dat ik mijn job – een flutjobke, weliswaar, maar wel een job - kwijt ben, in het volle besef dat zomaar een nieuwe vinden waarschijnlijk weer geen evidentie zal zijn en in de realiteit waarin ik met 360 euro per maand niet toekom in een wereld waarin ik al 290 plus overige kosten betaal voor mijn kot.
Ik beklaag mij nergens over, ik stel alleen maar vast.
“Beste Alexander,
Wij hebben intern besloten om uw contract vanaf morgen stop te zetten en aldus niet meer te verlengen. Het is dus niet nodig dat je morgen nog komt.
Dit omwille van werkvermindering tijdens de zomermaanden.
Ik wens u verder veel succes naar de toekomst toe!
Mvg”
Dat was vorige woensdag.
Begrijp mij niet verkeerd, ik ben hierover niet bitter. Voor mij waren ‘die van het callcenter’ ook maar bordkarton. Heet gaat ‘m natuurlijk over de bruuske manier waarop ze mijn enige bron van extra inkomsten (bovenop mijn dop van 360 euro per maand) van onder mijn voetjes wegtrekken. Aan de vooravond van een nieuwe werkdag. Strakker kan je niet regisseren.
De mail is kort en zakelijk, als was hij geschreven door iemand die één keer op de gang naar mij heeft geknikt en mijn naam niet kent. De verzender is evenwel onze supervisor met wie ik, ondanks de zakelijke context, een tamelijk informeel contact onderhield. In de mail ben ik eerst ‘u’, daarna ‘je’ en dan weer ‘u’. Verwarrend, dat geschipper tussen formeel en minder formeel. Vooral als ik in ogenschouw neem dat ik op een gemiddelde werkdag door dezelfde persoon met een flukse ‘eeeey’ begroet werd.
En dan is er ook die laatste zin en dat uitroepteken. Clichématiger kan je het niet verzinnen, ten eerste, maar dat bedek ik zelfs graag met de mantel der liefde (ik had niet beter van haar verwacht). Dat de zin grammaticaal onjuist is stoort me evenmin. Het is dat uitroepteken dat de zaak verpest. Wil ze me feliciteren met mijn verjaardag misschien? Ben ik cum laude afgestudeerd en ontvang ik daarvoor een dikke proficiat? Neen. Ik heb integendeel net de mededeling gekregen dat ik mijn job – een flutjobke, weliswaar, maar wel een job - kwijt ben, in het volle besef dat zomaar een nieuwe vinden waarschijnlijk weer geen evidentie zal zijn en in de realiteit waarin ik met 360 euro per maand niet toekom in een wereld waarin ik al 290 plus overige kosten betaal voor mijn kot.
Ik beklaag mij nergens over, ik stel alleen maar vast.
woensdag 19 juni 2013
Callcenter 5 juni 2013
Vandaag was het niet leuk. Nooit eerder lag de gemiddelde 'onbeschoftheidsgraad' van de mensen zo hoog als vanavond. Ik had het tegendeel verwacht - de gemeente heeft nog zo'n mooie naam, - maar het merendeel van de inwoners van Zonnebeke die ik gebeld heb, waren ongemeen grof, onbeleefd, boers en dies meer. Zij verweten mij, telkens in een plat streekdialect, dat ik duidel...ijker moest spreken, dat ik hen stoorde, hen lastigviel, hen gerust moest laten en geen uitstaans heb met hun winkelgedrag. En dat waren maar enkele van hun argumenten om mij op een brutale manier af te schepen. Velen van hen haakten gewoon boudweg in op het moment dat ik mij nog maar voorstelde. Zij wachtten het einde van mijn intro niet eens af. Natuurlijk is dat op zich niet ongewoon, maar de frequentie waarmee het vanavond gebeurde was nooit eerder zo hoog.
Ik weet niet wat ik (of meer in het algemeen: de enquêteur) deze mensen uit Zonnebeke misdaan heb om zoveel bagger over mij heen te krijgen. Het lag niet aan mij. Dat zweer ik. Ik was mijn beleefde en eloquente zelve. Ik gedroeg me niet anders aan de telefoon dan gisteren, toen ik mensen in Grobbendonk moest bellen. Die mensen waren gemiddeld veel vriendelijker. Dat zou wetenschappelijk bewezen kunnen worden.
Dus, wat is er in Zonnebeke aan de hand? Wat is daar aan de hand? Zit daar geen zon in de beek? Is daar vandaag misschien een lokale ramp gebeurd? Of ligt het gewoon aan het feit dat het een hol van Pluto in West-Vlaanderen betreft? West-Vlamingen hebben hun imago van polderboeren zo al niet mee.
Ik tast in het duister.
En ook al schiet ik er niks mee op dat ik alle buitensporig onbeschofte mensen uit Zonnebeke die ik vanavond gebeld heb smaakpapillen in hun reet toewens, toch doe ik het.
Fuck you, Zonnebeke. Bezin u. Kijk in de spiegel. Moge de zon in de beek verdrinken en moge er enkel een zure sloot overblijven. Die zou mooi symbool staan voor uw al even zure inwoners.
Ik weet niet wat ik (of meer in het algemeen: de enquêteur) deze mensen uit Zonnebeke misdaan heb om zoveel bagger over mij heen te krijgen. Het lag niet aan mij. Dat zweer ik. Ik was mijn beleefde en eloquente zelve. Ik gedroeg me niet anders aan de telefoon dan gisteren, toen ik mensen in Grobbendonk moest bellen. Die mensen waren gemiddeld veel vriendelijker. Dat zou wetenschappelijk bewezen kunnen worden.
Dus, wat is er in Zonnebeke aan de hand? Wat is daar aan de hand? Zit daar geen zon in de beek? Is daar vandaag misschien een lokale ramp gebeurd? Of ligt het gewoon aan het feit dat het een hol van Pluto in West-Vlaanderen betreft? West-Vlamingen hebben hun imago van polderboeren zo al niet mee.
Ik tast in het duister.
En ook al schiet ik er niks mee op dat ik alle buitensporig onbeschofte mensen uit Zonnebeke die ik vanavond gebeld heb smaakpapillen in hun reet toewens, toch doe ik het.
Fuck you, Zonnebeke. Bezin u. Kijk in de spiegel. Moge de zon in de beek verdrinken en moge er enkel een zure sloot overblijven. Die zou mooi symbool staan voor uw al even zure inwoners.
Louvain Louvain
De Leuvense N-VA wil dat Franse cafénamen op de Oude Markt naar het Nederlands worden vertaald. Zo moet Café Manger bijvoorbeeld haar naam veranderen in 'Café Eten'. Ook andere cafés op de Oude Markt komen in het viezier van de stoottroepen van oppositieleider Danny - "Wie?" - Pieters. Zo moet Café Belge 'Belgisch café' worden. De Rodins mag niet langer op z'n Frans worden uitgesproken, doch wel ...fonetisch zoals het er staat. Café Oriënt moet een andere naam overwegen - "'oriënt' is geen Vlaams woord". De Revue kan onder die naam blijven bestaan, maar kan misschien ook de naam 'Het magazine' in overweging nemen. Een kleine ingreep voor Café Metropole dringt zich op. Het kan haar naam beter omvormen tot 'De Metropool', aldus N-VA. Café Allée moet Café Dreef (of De Laan) gaan heten, en een regelrechte blaam is er voor de Louvain Louvain, dat - "we zijn hier wel in Vlaanderen hé?! - het plakkaat 'Leuven Leuven' boven haar deuren moet hangen.
Complimenten zijn er ten slotte voor het zure rechtse café Ambiorix!
Complimenten zijn er ten slotte voor het zure rechtse café Ambiorix!
Over polderboeren met rooie koppen
Om u de waarheid te zeggen, er is weinig waarvoor ik me meer moet inhouden dan om deel te nemen aan Facebookforumdiscussies, enkel met als doel om driftkikkers op de kast te jagen. Stiekem hoop ik ergens te lande een man met een vuurrood aangelopen hoofd een hartaanval te bezorgen wanneer hij mijn reactie (op zijn reactie) leest. Niet dat ik er zelf met de botte bijl op inhak nochtans – daar heb... ik geen enkel belang bij en ik zou me enkel maar verlagen tot het niveau van de driftkikkers die ik viseer. Ik typ enkel zinnetjes als “Moderator, ik wil bovenstaande reactie rapporteren. Ik vind ze ongepast.” Daarmee ontregel ik het debat eventjes. Dat vind ik lollig.
Soms krijg ik dan een duimpje voor mijn dwarsheid, vaker echter reageren mensen negatief op mijn opmerking en verdenken ze me ervan te sympathiseren met ‘de vijand’ (want in het artikel waarop wij reageren komt natuurlijk steeds een alom gehááááte persoon aan het woord).
Het is onnodig te zeggen dat Elio Di Rupo hoog op de shitlist van ‘de Vlaming’ staat. Als die “hypocriete nicht” – ik noem maar één verwensing – zijn mond opendoet is het hek al op voorhand van de dam. Enkele dagen geleden konden we bijvoorbeeld lezen dat ‘de Walen’ bij een splitsing van België voor de republiek Wallonië zouden kiezen met Di Rupo als president. Een goede zaak aldus nogal wat Vlaamse forumbezoekers, “want dan zij wij van die profiteurs van af!!!”
Ik scrolde diezelfde dag ook door de reacties op een artikel uit Knack waarin Dyab Abou Jahjah aan het woord werd gelaten. Een vrouw van rond de vijftig met een genuanceerde mening werd in de reacties door een leeftijdsgenoot “stom wijf” genoemd. Verderop werd ook het verstandelijk vermogen van deze vrouw in vraag gesteld (“Zijt gij dom geboren ofzo?”). Ik reageerde ook: “Kunnen dit soort zure oprispingen ergens gerapporteerd worden? Zo jammer dat er altijd wel mensen tijd teveel hebben om hun frustraties te ventileren.” Een bescheiden provocatie waar weinig tegen in te brengen valt, naar mijn mening, maar wel degelijk een provocatie, daar is het me immers om te doen. Want dan die paar reacties op mijn reactie – lachen en huilen tegelijk is dat. Verwijten van schijnheiligheid, hypocrisie de obligate verdenking van linkse sympathieën en een “Waar bemoeit gij u eigenlijk mee?”
Mededogen hiervoor is alles wat mij op dat moment rest, maar ook fascinatie steekt telkens de kop op. De intrigerende vraag naar wat er nu eigenlijk ten grondslag ligt aan deze zurigheid. Waarom deze mensen vanuit een kortstondige driftbui reageren, klaarblijkelijk zonder zich bewust te zijn van een bredere maatschappelijke context waarin mensen dag in dag uit samenleven. Ik maak me sterk dat de man die “Ben jij dom geboren?” schrijft in dezelfde badmintonclub zit als de vrouw met de genuanceerde mening. Ik vermoed dat de man die mij hypocrisie en schijnheiligheid verwijt mij als onbekende in zijn stad met graagte de weg naar het station zou wijzen.
Het is zo paradoxaal allemaal. Zoals de Vlaams Belanger die een goed contact kreeg met een illegaal in België verblijvend Pakistaans gezin en het voor hen opnam toen die mensen dreigden uitgewezen te worden. Leer elkaar kennen en we zijn niet meer dom geboren. Noch zijn we hypocriete nichten en zal ons worden gevraagd waar wij ons eigenlijk mee bemoeien.
Is dat nu echt zo’n moeilijke denkoefening, gefrustreerde polderboeren met rechtse klap en rooie koppen?!
Soms krijg ik dan een duimpje voor mijn dwarsheid, vaker echter reageren mensen negatief op mijn opmerking en verdenken ze me ervan te sympathiseren met ‘de vijand’ (want in het artikel waarop wij reageren komt natuurlijk steeds een alom gehááááte persoon aan het woord).
Het is onnodig te zeggen dat Elio Di Rupo hoog op de shitlist van ‘de Vlaming’ staat. Als die “hypocriete nicht” – ik noem maar één verwensing – zijn mond opendoet is het hek al op voorhand van de dam. Enkele dagen geleden konden we bijvoorbeeld lezen dat ‘de Walen’ bij een splitsing van België voor de republiek Wallonië zouden kiezen met Di Rupo als president. Een goede zaak aldus nogal wat Vlaamse forumbezoekers, “want dan zij wij van die profiteurs van af!!!”
Ik scrolde diezelfde dag ook door de reacties op een artikel uit Knack waarin Dyab Abou Jahjah aan het woord werd gelaten. Een vrouw van rond de vijftig met een genuanceerde mening werd in de reacties door een leeftijdsgenoot “stom wijf” genoemd. Verderop werd ook het verstandelijk vermogen van deze vrouw in vraag gesteld (“Zijt gij dom geboren ofzo?”). Ik reageerde ook: “Kunnen dit soort zure oprispingen ergens gerapporteerd worden? Zo jammer dat er altijd wel mensen tijd teveel hebben om hun frustraties te ventileren.” Een bescheiden provocatie waar weinig tegen in te brengen valt, naar mijn mening, maar wel degelijk een provocatie, daar is het me immers om te doen. Want dan die paar reacties op mijn reactie – lachen en huilen tegelijk is dat. Verwijten van schijnheiligheid, hypocrisie de obligate verdenking van linkse sympathieën en een “Waar bemoeit gij u eigenlijk mee?”
Mededogen hiervoor is alles wat mij op dat moment rest, maar ook fascinatie steekt telkens de kop op. De intrigerende vraag naar wat er nu eigenlijk ten grondslag ligt aan deze zurigheid. Waarom deze mensen vanuit een kortstondige driftbui reageren, klaarblijkelijk zonder zich bewust te zijn van een bredere maatschappelijke context waarin mensen dag in dag uit samenleven. Ik maak me sterk dat de man die “Ben jij dom geboren?” schrijft in dezelfde badmintonclub zit als de vrouw met de genuanceerde mening. Ik vermoed dat de man die mij hypocrisie en schijnheiligheid verwijt mij als onbekende in zijn stad met graagte de weg naar het station zou wijzen.
Het is zo paradoxaal allemaal. Zoals de Vlaams Belanger die een goed contact kreeg met een illegaal in België verblijvend Pakistaans gezin en het voor hen opnam toen die mensen dreigden uitgewezen te worden. Leer elkaar kennen en we zijn niet meer dom geboren. Noch zijn we hypocriete nichten en zal ons worden gevraagd waar wij ons eigenlijk mee bemoeien.
Is dat nu echt zo’n moeilijke denkoefening, gefrustreerde polderboeren met rechtse klap en rooie koppen?!
Lieve arbeidsmarkt
U speelt het hard to get. Ik ben er de man niet naar om daar in mee te gaan. Hard to get vind ik stomvervelend. Dat ze het afbollen met hun hard to get. De meisjes (gelukkig nooit last mee gehad) en de werkgevers (ondertussen al jaren last mee).
U komt mij de strot uit, lieve arbeidsmarkt. “Why are you doing this to me????!!” om het met een zinnetje uit een willekeurige dramafilm te zeggen. Nee serieus, waar is dit voor nodig? Ik ben toch een schappelijke jongen? Ik heb een professionele bachelor journalistiek. Dat kan beter, zal u zeggen, maar nee, dat kon in mijn geval niet beter. Ik ben al lang blij dat ik die professionele bachelor behaald heb.
Gewoon, lieve vriend, een gewoon jobke voor deze gewone jongen. Kan dat er echt niet af? Iets heel onnozel, echt heel stom, kijk niet naar mijn diploma noch naar mijn cv in zijn geheel. Negeer wie ik ben of wat ik kan. Laat mij kranten verkopen ofzo. Ik heb journalistiek gestudeerd maar hoef niet voor een krant te schrijven nu. Misschien ooit, het is niet dringend. Maar laat mij kranten verkopen. Bijvoorbeeld. Of brieven bussen. Of tickets scheuren. Of papierkes van de grond rapen, geen zever. Ik doe dat nu al, dat laatste. Ik ben die kerel die in een winkelstraat een leeg blikje van de grond raapt en het in een vuilbak gooit. Dat ik dan aangestaard wordt – “het is toch zijn blikje niet, waarom raapt die dat dan op?!” – kan mij niks schelen. Gemeenschapszin enzo.
Is er een vacature voor Moeder Theresa, al dan niet in de regio Leuven?
Alle nonsens daargelaten heb ik nog een ander probleem met u. Uw sérieux, lieve arbeidsmarkt. Uw oneindig sérieux is zo mogelijk nog irritanter dan het feit dat u mij geen vaste job kan bezorgen. U begroet mij bij voorkeur in het Engels – de klantendienstmedewerker noemt u gewichtig een customer care agent - en vraagt naar mijn skills en targets en whatever the fuck it may be. (Tussen ons gezegd en gezwegen, lieve arbeidsmarkt: ook de de customer care agent staat om het uur aan de koffieautomaat en zeikt aan een stuk door over de kids dit en de kids dat. En dat wéét u.)
En flexibel en dynamisch en een teamspeler die ook zelfstandig kan werken, en al die andere nietszeggende competenties die u van mij verlangt. Ik bén al die dingen. Ik héb al die competenties. Of ik kan doen alsof. In de praktijk maakt dat vaak weinig uit zoals u zelf best weet. Dynamisch, godbetert. Kan u mij voor eens en altijd zeggen wat u daar precies onder verstaat? Leer mij de truc waardoor mijn toekomstige collega’s versteld zullen staan van goh wat is die Alexander dynamisch! Maak dat mee - zo'n dynamische collega!
Als ik u bloedserieus moet nemen, lieve arbeidsmarkt, moet u mij ook serieus nemen. Dan moet u zich ook flexibel en dynamisch opstellen. Dan moet u mij ook eens een brief sturen om mij te overtuigen waarom ík voor ú zou moeten kiezen. Want dat is mij nu niet meer zo heel erg duidelijk.
Met stilaan wanhopige, doch van milde ironie doordrenkte, smeekbeden
Uw werklustige Alexander
U komt mij de strot uit, lieve arbeidsmarkt. “Why are you doing this to me????!!” om het met een zinnetje uit een willekeurige dramafilm te zeggen. Nee serieus, waar is dit voor nodig? Ik ben toch een schappelijke jongen? Ik heb een professionele bachelor journalistiek. Dat kan beter, zal u zeggen, maar nee, dat kon in mijn geval niet beter. Ik ben al lang blij dat ik die professionele bachelor behaald heb.
Gewoon, lieve vriend, een gewoon jobke voor deze gewone jongen. Kan dat er echt niet af? Iets heel onnozel, echt heel stom, kijk niet naar mijn diploma noch naar mijn cv in zijn geheel. Negeer wie ik ben of wat ik kan. Laat mij kranten verkopen ofzo. Ik heb journalistiek gestudeerd maar hoef niet voor een krant te schrijven nu. Misschien ooit, het is niet dringend. Maar laat mij kranten verkopen. Bijvoorbeeld. Of brieven bussen. Of tickets scheuren. Of papierkes van de grond rapen, geen zever. Ik doe dat nu al, dat laatste. Ik ben die kerel die in een winkelstraat een leeg blikje van de grond raapt en het in een vuilbak gooit. Dat ik dan aangestaard wordt – “het is toch zijn blikje niet, waarom raapt die dat dan op?!” – kan mij niks schelen. Gemeenschapszin enzo.
Is er een vacature voor Moeder Theresa, al dan niet in de regio Leuven?
Alle nonsens daargelaten heb ik nog een ander probleem met u. Uw sérieux, lieve arbeidsmarkt. Uw oneindig sérieux is zo mogelijk nog irritanter dan het feit dat u mij geen vaste job kan bezorgen. U begroet mij bij voorkeur in het Engels – de klantendienstmedewerker noemt u gewichtig een customer care agent - en vraagt naar mijn skills en targets en whatever the fuck it may be. (Tussen ons gezegd en gezwegen, lieve arbeidsmarkt: ook de de customer care agent staat om het uur aan de koffieautomaat en zeikt aan een stuk door over de kids dit en de kids dat. En dat wéét u.)
En flexibel en dynamisch en een teamspeler die ook zelfstandig kan werken, en al die andere nietszeggende competenties die u van mij verlangt. Ik bén al die dingen. Ik héb al die competenties. Of ik kan doen alsof. In de praktijk maakt dat vaak weinig uit zoals u zelf best weet. Dynamisch, godbetert. Kan u mij voor eens en altijd zeggen wat u daar precies onder verstaat? Leer mij de truc waardoor mijn toekomstige collega’s versteld zullen staan van goh wat is die Alexander dynamisch! Maak dat mee - zo'n dynamische collega!
Als ik u bloedserieus moet nemen, lieve arbeidsmarkt, moet u mij ook serieus nemen. Dan moet u zich ook flexibel en dynamisch opstellen. Dan moet u mij ook eens een brief sturen om mij te overtuigen waarom ík voor ú zou moeten kiezen. Want dat is mij nu niet meer zo heel erg duidelijk.
Met stilaan wanhopige, doch van milde ironie doordrenkte, smeekbeden
Uw werklustige Alexander
Bianca
Toevallig teruggevonden: 'Ik ben Bianca enzo', een gedicht dat ik schreef op 12 juni 2006. Het is gebaseerd op uitspraken van de niet al te snuggere Bianca uit 'Temptation Island' (die het tijdens en na dat programma aan de stok kreeg met haar vriend Bjorn, wat schitterende televisie opleverde - ook nu nog te vinden op YouTube).
Ik ben Bianca enzo
Ik ben Bianca enzo.
'k Had graag iets van filoso...feren gedaan,
maar ons mama zei dat dat iets van
te lang duurde voor mij.
Ik was van ontgoocheld of iets,
maar toen leerde ik Bjorn kennen
en die trok mij er dan door zo.
Dat was dan alle zondagen autosalons en al
of zo naar een eroticabeurs,
maar toen 'm dan teveel naar de vrouwen begon te kijken
zijn we niet meer geweest,
dan zei 'm altijd van D-cups, dat ik dat moest hebben enzo.
'k Had het graag anders gezien met ons
of toch iets van verzoening,
maar hij wilde alleen nog maar seks
en dat was bijna altijd van niet het moment enzo.
Maar nu ben ik dan zo niet meer geïnteresseerd in mannen,
nu, allez ik ben nog wel geïnteresseerd, maar niet meer voor een
intieme relatie met alle opslorpingen.
Sommige mensen begrijpen mij niet,
maar ik krijg ook veel reacties van steun en medelijden.
Als ik nu zo van overschouw ofzo, ben ik tevreden over mijn prestaties,
zo van gepresteerd en zo van steun enzo.
Ik denk dat veel mensen mij als een soulmateje bekijken
en dat ze zich zo van verbinding met mij voelen,
en mijn lotsbestemming die zit in mijn sjacosh,
euh mijn body lotion.
Ik ben Bianca enzo
Ik ben Bianca enzo.
'k Had graag iets van filoso...feren gedaan,
maar ons mama zei dat dat iets van
te lang duurde voor mij.
Ik was van ontgoocheld of iets,
maar toen leerde ik Bjorn kennen
en die trok mij er dan door zo.
Dat was dan alle zondagen autosalons en al
of zo naar een eroticabeurs,
maar toen 'm dan teveel naar de vrouwen begon te kijken
zijn we niet meer geweest,
dan zei 'm altijd van D-cups, dat ik dat moest hebben enzo.
'k Had het graag anders gezien met ons
of toch iets van verzoening,
maar hij wilde alleen nog maar seks
en dat was bijna altijd van niet het moment enzo.
Maar nu ben ik dan zo niet meer geïnteresseerd in mannen,
nu, allez ik ben nog wel geïnteresseerd, maar niet meer voor een
intieme relatie met alle opslorpingen.
Sommige mensen begrijpen mij niet,
maar ik krijg ook veel reacties van steun en medelijden.
Als ik nu zo van overschouw ofzo, ben ik tevreden over mijn prestaties,
zo van gepresteerd en zo van steun enzo.
Ik denk dat veel mensen mij als een soulmateje bekijken
en dat ze zich zo van verbinding met mij voelen,
en mijn lotsbestemming die zit in mijn sjacosh,
euh mijn body lotion.
Eurovisiesongfestival
Om u de waarheid te zeggen, ik heb wel een zeker begrip voor de wanhopige ironici die deze week uitegebreid de tijd zullen nemen om (op sociale media) hun kunstje op te voeren naar aanleiding van van het Eurovisiesongfestival. Het gaat hier tenslotte grotendeels om een groep van feitelijk eenzame mediajunks die elke gelegenheid te baat moeten nemen om hun isolement te ...counteren en contact te zoeken met de ‘buitenwereld’. Dat doen zij dan naar intussen goede gewoonte niet zelden met aanstellerige tweets, in de hoop om wat aandacht te krijgen van hun zelfgewenste peer group, mogelijk zelfs eventjes in het middelpunt van de belangstelling te staan. Een mens moet zich érgens aan vastklampen. Twitter is voor deze dikwijls hooggeschoolde trendwatchers een soort zelfhulpgroep waar ze de confrontatie met hun gevoelens van eenzaamheid van achter hun klavier te lijf kunnen gaan en onder dikke lagen ironie de schijn kunnen ophouden dat ze een druk sociaal leven hebben. Die meer dan duizend volgers zijn er toch niet zomaar gekomen?
Een verslaafde aandachtzoeker moet zich in bange dagen ergens aan vastklampen, maar ook al heb ik begrip voor hun situatie, het Eurovisiesongvisiefestival is daarvoor niet het geschikte evenement. Het leent zich weliswaar als geen ander tot ironie en de flauwste grapjes waarmee men kan scoren, maar het is jammer dat de twitterende goegemeente het uitgerekend tijdens zo’n halve of hele finale nodig vindt om zich met een stroom van 140 karakters in de aandacht te werken. Meer dan welk ander televisieprogramma is het Eurovisiesongfestival immers een spektakel waar je niet alleen maar wel in groep naar moet kijken. (Wie in het gezelschap van mensen zit te twitteren is toch ook heel erg eenzaam?) Al dan niet gespeend van ironie kan het leuk zijn om samen punten te geven aan de verschillende acts en de slappe lach te krijgen bij de groteske inzending van pakweg Moldavië. De ironische opmerkingen die de Belgische inzending standaard te beurt vallen, getuigen vaak van een lui opportunisme waarmee men bij een zo breed mogelijk publiek van yesmen hoopt te scoren. Jammer genoeg gaat een nieuwswebsite als deredactie.be daar gretig in mee en lijst het de populairste tweets op in een ‘livecenter’. Een beetje twitteraar, die zichzelf al te vaak serieus neemt, beleeft een geslaagde avond als hij of zij dat livecenter haalt. De natte droom van deze twitterende twijfelaar is tot nader order om door duizend(en) mensen grappig of clever gevonden te worden, met in het beste geval een hoop retweets en volgers als resultaat. Helemaal alleen in zijn slecht verlichte woonkamer kan deze persoon zich dan heel eventjes opwarmen aan de pseudo-aandacht voor hem of haar. Tot de respectieve tweet te ver naar de beneden gezakt is in de twitterfeed en het dus tijd is voor een nieuwe ironische knipoog.
Elke sociale mediajunk die naar de finale van het Eurovisiesongfestival zal kijken - ik viseer echt niemand van u - wens ik een laptoploze avond toe en het aangename gezelschap van vrienden waarmee het fijn onderling becommentariëren is.
Wie geen compagnie op de been krijgt voor een avondje Eurosong doet er misschien beter aan om naar een film te kijken of een boek te lezen. Welke mens van vlees en bloed kan immers de pijnlijke spreidstand aan tussen veel (virtuele) vrienden enerzijds en een eenzame avond voor de tv anderzijds?
Een verslaafde aandachtzoeker moet zich in bange dagen ergens aan vastklampen, maar ook al heb ik begrip voor hun situatie, het Eurovisiesongvisiefestival is daarvoor niet het geschikte evenement. Het leent zich weliswaar als geen ander tot ironie en de flauwste grapjes waarmee men kan scoren, maar het is jammer dat de twitterende goegemeente het uitgerekend tijdens zo’n halve of hele finale nodig vindt om zich met een stroom van 140 karakters in de aandacht te werken. Meer dan welk ander televisieprogramma is het Eurovisiesongfestival immers een spektakel waar je niet alleen maar wel in groep naar moet kijken. (Wie in het gezelschap van mensen zit te twitteren is toch ook heel erg eenzaam?) Al dan niet gespeend van ironie kan het leuk zijn om samen punten te geven aan de verschillende acts en de slappe lach te krijgen bij de groteske inzending van pakweg Moldavië. De ironische opmerkingen die de Belgische inzending standaard te beurt vallen, getuigen vaak van een lui opportunisme waarmee men bij een zo breed mogelijk publiek van yesmen hoopt te scoren. Jammer genoeg gaat een nieuwswebsite als deredactie.be daar gretig in mee en lijst het de populairste tweets op in een ‘livecenter’. Een beetje twitteraar, die zichzelf al te vaak serieus neemt, beleeft een geslaagde avond als hij of zij dat livecenter haalt. De natte droom van deze twitterende twijfelaar is tot nader order om door duizend(en) mensen grappig of clever gevonden te worden, met in het beste geval een hoop retweets en volgers als resultaat. Helemaal alleen in zijn slecht verlichte woonkamer kan deze persoon zich dan heel eventjes opwarmen aan de pseudo-aandacht voor hem of haar. Tot de respectieve tweet te ver naar de beneden gezakt is in de twitterfeed en het dus tijd is voor een nieuwe ironische knipoog.
Elke sociale mediajunk die naar de finale van het Eurovisiesongfestival zal kijken - ik viseer echt niemand van u - wens ik een laptoploze avond toe en het aangename gezelschap van vrienden waarmee het fijn onderling becommentariëren is.
Wie geen compagnie op de been krijgt voor een avondje Eurosong doet er misschien beter aan om naar een film te kijken of een boek te lezen. Welke mens van vlees en bloed kan immers de pijnlijke spreidstand aan tussen veel (virtuele) vrienden enerzijds en een eenzame avond voor de tv anderzijds?
Dimitri Bontinck maakt het te bontinck
Om u de waarheid te zeggen, die Dimitri Bontinck - vader van Jejoen - mag dan op zijn maniej een sympathieke vejzetsheld zijn, gistejen maakte hij het tijdens zijn media-optjedens bij de openbaje opjoep misschien toch iets te bontinck. Wat betjeft de schijnbaje davej op zijn lijf en zijn gebjuik van de Nedejlandse taal, bedoel ik dan. Die taal wejd immejs jammejlijk vejkjacht. Niet nojmaal.
Eerst... – nu ga ik gewoon weer met r schrijven, sorry Dimi – was de pas uit het oorlogsgebied teruggekeerde papa-ván te gast in ‘Vandaag’ op Radio 1. Daar deed hij een eerste keer en nogal onsamenhangend zijn relaas van de rocamboleske toeren die hij in het pittoreske Syrië heeft meegemaakt. “Tot op drie meter van mijn zoon in de villa!” riep hij meerdere malen door de radio, waarmee hij bedoelde dat hij Jejoen bijna, maar net niet, had kunnen zien. Dimi zat nog vol adrenaline, en daar breng ik begrip voor op, maar de veelvuldige contaminaties die voorts over zijn tong rolden en de andere misbruiken tegen de taal die in Aalst met een GAS-boete zouden worden beloond, waren zonder twijfel van het goede teveel.
In ‘Terzake’ was het, later op de avond, al iets beter gesteld met het taalvermogen van mediagenieke Dimitri. Toch zou een letterenstudent nog een aardige kluif hebben aan de verbetering van de neergeschreven woordenstroom die de Antwerpse antwoordenzoeker uitbraakte. Advocaat Kris Luyckx kneep graag een oogje in het zeil – haha! – en hield elf minuten lang zijn gezicht (en zijn kapsel) strak in de plooi.
Dimi had het ondermeer over een “betreurende zaak”, noemde de Islam consequent “de moslim” en had zijn zoon helaas “niet kunnen te zien krijgen”.
Deze taalkundige missers (en de vele andere) kunnen echter rechtgezet worden in het boek – ja, echt waar – dat zal verschijnen naar aanleiding van deze hele telenovela waarin een wanhopige vader zijn al even wanhopige zoon achterna reist. Allah weet hoe graag ik de ghostwriter van dat boek zou willen zijn. Werktitel: ‘My name is Bontinck. Dimitri Bontinck’.
Afspraak op de Boekenbeurs dus. Hopelijk kan Jejoen erbij zijn. Als hij zijn vingers nog heeft kan hij misschien zelfs signeren.
Eerst... – nu ga ik gewoon weer met r schrijven, sorry Dimi – was de pas uit het oorlogsgebied teruggekeerde papa-ván te gast in ‘Vandaag’ op Radio 1. Daar deed hij een eerste keer en nogal onsamenhangend zijn relaas van de rocamboleske toeren die hij in het pittoreske Syrië heeft meegemaakt. “Tot op drie meter van mijn zoon in de villa!” riep hij meerdere malen door de radio, waarmee hij bedoelde dat hij Jejoen bijna, maar net niet, had kunnen zien. Dimi zat nog vol adrenaline, en daar breng ik begrip voor op, maar de veelvuldige contaminaties die voorts over zijn tong rolden en de andere misbruiken tegen de taal die in Aalst met een GAS-boete zouden worden beloond, waren zonder twijfel van het goede teveel.
In ‘Terzake’ was het, later op de avond, al iets beter gesteld met het taalvermogen van mediagenieke Dimitri. Toch zou een letterenstudent nog een aardige kluif hebben aan de verbetering van de neergeschreven woordenstroom die de Antwerpse antwoordenzoeker uitbraakte. Advocaat Kris Luyckx kneep graag een oogje in het zeil – haha! – en hield elf minuten lang zijn gezicht (en zijn kapsel) strak in de plooi.
Dimi had het ondermeer over een “betreurende zaak”, noemde de Islam consequent “de moslim” en had zijn zoon helaas “niet kunnen te zien krijgen”.
Deze taalkundige missers (en de vele andere) kunnen echter rechtgezet worden in het boek – ja, echt waar – dat zal verschijnen naar aanleiding van deze hele telenovela waarin een wanhopige vader zijn al even wanhopige zoon achterna reist. Allah weet hoe graag ik de ghostwriter van dat boek zou willen zijn. Werktitel: ‘My name is Bontinck. Dimitri Bontinck’.
Afspraak op de Boekenbeurs dus. Hopelijk kan Jejoen erbij zijn. Als hij zijn vingers nog heeft kan hij misschien zelfs signeren.
zaterdag 11 mei 2013
Vlaamse kranten fusioneren tot 'De waan van de dag'
Het gaat niet goed met de dagbladpers in Vlaanderen. De verkoopcijfers boeren er op achteruit (al zullen alle persgroepen dat ferm tegenspreken – duh) en hoofdredacteurs zitten steeds langer met de handen in het haar over welk nieuw marketingmodel – eikes, marketing, wat een vies woord! – nu weer te kopiëren uit Nederland of Groot-Brittannië.
Niemand echter zag het nieuws aankomen dat mediagroepen De Persgroep (Het Laatste Nieuws en De Morgen) en Corelio (De Standaard en Het Nieuwsblad) gisteren bekend maakten. Beide mediagroepen slaan de handen in elkaar en zullen samen één enkele print- en onlineredactie gaan vormen, voor nog slechts één krant en één nieuwswebsite. Website en krant zullen varen onder de vlag ‘De waan van de dag’.
"Huh?!"
Christian Van Thillo, mediatycoon en CEO – spreek uit: ‘siejo’ - van De Persgroep, is verbaasd over de heftige, ja, zelfs verbolgen reacties – vooral op Twitter, duh – van wat hij “de Vlaamse nieuwsinternaut” noemt. In een tweet - duh! - die hij deze ochtend de wereld instuurde, klinkt het zo: “Mijn reactie op de consternatie rond ‘De waan van de dag’ is de volgende: huh?!”.
Zo’n zinnetje smeekt om véél verduidelijking, met minder kan een goed journalist nooit vrede nemen – check en (daar is eigenlijk nooit tijd voor hoor) dubbelcheck, weet u wel. Daarom belde ik Van Thillo met de vraag waarom hij zo verbaasd is over de consternatie die nu leeft bij ‘de Vlaamse nieuwsinternaut’ .
“Is het u dan nooit opgevallen dat alle online nieuwsredacties eigenlijk grosso modo dezelfde nieuwsberichten schrijven en die verspreiden op hetzelfde moment?” verrast Van Thillo. “Wie heeft er nood aan twee kwaliteitsredacties en twee tabloidredacties als je één kwalitatieve roddelredactie kan vormen?” Van Thillo geeft toe dat het marktmodel achter ‘De waan van de dag’ het enige model is dat in Vlaanderen nog rendabel zou zijn. “Maar dat is niet de reden waarom we het doen – oh nee. We doen dit om het nieuws nog dichter en nog sneller en nog kwalitatiever en nog, euh.. bij de mensen te brengen.”
Ironische knipoog
Ook op mijn vraag of het niet vermoeiend is om dag in dag uit naar de goedkeuring van de ‘consument’ te hengelen, antwoordt Van Thillo ontstellend eerlijk. “Je went daaraan. Ik heb ook het voordeel dat ik van nature geen misantroop ben. Het clichématige mediagekwek over een steeds meer om interactie smekende nieuwsconsument in een immer veranderend medialandschap is mij altijd goed afgegaan. Wat ik daarnet weer demonstreerde.”
En waarom eigenlijk die bijna provocerende naam, ‘De waan van de dag’? “Een ironische knipoog”, verbijstert mediatycoon annex siejo Van Thillo andermaal. “Krantengroepen en andere nieuwsmedia hebben naar buiten toe altijd volgehouden dat ze de waan van de dag willen bestrijden, maar mensen die het medialandschap een beetje van binnenuit kennen weten wel beter. Een nieuwsdienst lééft van de waan van de dag. Met het gelijknamige product waarvoor we nu met Corelio de krachten bundelen, spelen we definitief open kaart met de nieuwsconsument."
"Waarom ook niet eigenlijk?”
Straf, en wordt dus zeker vervolgd.
Niemand echter zag het nieuws aankomen dat mediagroepen De Persgroep (Het Laatste Nieuws en De Morgen) en Corelio (De Standaard en Het Nieuwsblad) gisteren bekend maakten. Beide mediagroepen slaan de handen in elkaar en zullen samen één enkele print- en onlineredactie gaan vormen, voor nog slechts één krant en één nieuwswebsite. Website en krant zullen varen onder de vlag ‘De waan van de dag’.
"Huh?!"
Christian Van Thillo, mediatycoon en CEO – spreek uit: ‘siejo’ - van De Persgroep, is verbaasd over de heftige, ja, zelfs verbolgen reacties – vooral op Twitter, duh – van wat hij “de Vlaamse nieuwsinternaut” noemt. In een tweet - duh! - die hij deze ochtend de wereld instuurde, klinkt het zo: “Mijn reactie op de consternatie rond ‘De waan van de dag’ is de volgende: huh?!”.
Zo’n zinnetje smeekt om véél verduidelijking, met minder kan een goed journalist nooit vrede nemen – check en (daar is eigenlijk nooit tijd voor hoor) dubbelcheck, weet u wel. Daarom belde ik Van Thillo met de vraag waarom hij zo verbaasd is over de consternatie die nu leeft bij ‘de Vlaamse nieuwsinternaut’ .
“Is het u dan nooit opgevallen dat alle online nieuwsredacties eigenlijk grosso modo dezelfde nieuwsberichten schrijven en die verspreiden op hetzelfde moment?” verrast Van Thillo. “Wie heeft er nood aan twee kwaliteitsredacties en twee tabloidredacties als je één kwalitatieve roddelredactie kan vormen?” Van Thillo geeft toe dat het marktmodel achter ‘De waan van de dag’ het enige model is dat in Vlaanderen nog rendabel zou zijn. “Maar dat is niet de reden waarom we het doen – oh nee. We doen dit om het nieuws nog dichter en nog sneller en nog kwalitatiever en nog, euh.. bij de mensen te brengen.”
Ironische knipoog
Ook op mijn vraag of het niet vermoeiend is om dag in dag uit naar de goedkeuring van de ‘consument’ te hengelen, antwoordt Van Thillo ontstellend eerlijk. “Je went daaraan. Ik heb ook het voordeel dat ik van nature geen misantroop ben. Het clichématige mediagekwek over een steeds meer om interactie smekende nieuwsconsument in een immer veranderend medialandschap is mij altijd goed afgegaan. Wat ik daarnet weer demonstreerde.”
En waarom eigenlijk die bijna provocerende naam, ‘De waan van de dag’? “Een ironische knipoog”, verbijstert mediatycoon annex siejo Van Thillo andermaal. “Krantengroepen en andere nieuwsmedia hebben naar buiten toe altijd volgehouden dat ze de waan van de dag willen bestrijden, maar mensen die het medialandschap een beetje van binnenuit kennen weten wel beter. Een nieuwsdienst lééft van de waan van de dag. Met het gelijknamige product waarvoor we nu met Corelio de krachten bundelen, spelen we definitief open kaart met de nieuwsconsument."
"Waarom ook niet eigenlijk?”
Straf, en wordt dus zeker vervolgd.
Jejoen: "Het is niet zoals op de Play Station"
Vanmorgen sms’te ik Jejoen in Syrië om eens te horen hoe het met hem gaat. Jejoen en ik hebben nog gebeden in dezelfde moskee, ik ken hem een beetje, en de geur van zijn doorgaans ongewassen voeten.
“Bwa, ça va wel”, liet mijn moslimbuddy weten vanop het front (hij zit in een kamp op de Turkse grens, papa Bontinck). “Ben hier met een kalasjnikov aan ’t spelen Maar ’t is niet zoals op de Play Station. Hier is alles echt wel veel echter enz.”
Ik vroeg Jejoen of hij niet bang is om te sneuvelen in een vuurgevecht, maar die vraag wilde mijn in enkele minuten tijd nog meer geradicaliseerde moslimbroeder enkel nog in het Arabisch beantwoorden. Iets met Allah en een straf. Dat ik geen echte moslim ben (wat inderdaad zo is). Geen idee waarom Jejoen – zijn ouders zochten een origineel alternatief voor de naam Jeroen – het plots zo op zijn heupen kreeg. Slecht geslapen misschien en geen papa die een cappuccinootje voor hem klaarmaakt.
De menselijke soort kan zeer sterk radicaliseren in een korte tijdspanne, lees ik in de Winkler Prinsencyclopedie. Experimenten met moslimjongeren hebben aangetoond dat deze in niet minder dan een kwartier dubbel zo radicaal kunnen worden dan ze waren. Na een uur kunnen zij zelfs drie keer zo radicaal zijn geworden. Dit alles heeft te maken met een sterk toenemend geloof, een zich snel ontwikkelend onrechtvaardigheidsgevoel, acute haat jegens 'christenhonden' en (voor westerse moslimjongeren) de Play Station.
Verdere sms’jes heeft Jejoen – met zijn naam die elke peuter probleemloos kan uitspreken – niet meer beantwoord. Dat hij zijn plan trekt. Met zijn onnozele naam.
“Bwa, ça va wel”, liet mijn moslimbuddy weten vanop het front (hij zit in een kamp op de Turkse grens, papa Bontinck). “Ben hier met een kalasjnikov aan ’t spelen Maar ’t is niet zoals op de Play Station. Hier is alles echt wel veel echter enz.”
Ik vroeg Jejoen of hij niet bang is om te sneuvelen in een vuurgevecht, maar die vraag wilde mijn in enkele minuten tijd nog meer geradicaliseerde moslimbroeder enkel nog in het Arabisch beantwoorden. Iets met Allah en een straf. Dat ik geen echte moslim ben (wat inderdaad zo is). Geen idee waarom Jejoen – zijn ouders zochten een origineel alternatief voor de naam Jeroen – het plots zo op zijn heupen kreeg. Slecht geslapen misschien en geen papa die een cappuccinootje voor hem klaarmaakt.
De menselijke soort kan zeer sterk radicaliseren in een korte tijdspanne, lees ik in de Winkler Prinsencyclopedie. Experimenten met moslimjongeren hebben aangetoond dat deze in niet minder dan een kwartier dubbel zo radicaal kunnen worden dan ze waren. Na een uur kunnen zij zelfs drie keer zo radicaal zijn geworden. Dit alles heeft te maken met een sterk toenemend geloof, een zich snel ontwikkelend onrechtvaardigheidsgevoel, acute haat jegens 'christenhonden' en (voor westerse moslimjongeren) de Play Station.
Verdere sms’jes heeft Jejoen – met zijn naam die elke peuter probleemloos kan uitspreken – niet meer beantwoord. Dat hij zijn plan trekt. Met zijn onnozele naam.
Zoektocht naar een identiteit, de eerlijke getuigenis van X.
We spreken woensdag 22 mei 2008, een mooie lentedag. Een Spaanse zuiderwind woei over ons land en voerde iedereen richting terrasjes, behalve mij. Ik zocht koortsachtig naar mijn... identiteit. God, waar was ik dat kreng verloren?
Hysterische veertigers hadden het me ingelepeld. Identiteitsvorming. Het belang daarvan. Voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Voor mijn eigen individuele ontplooiing. Voor de aambeien van mijn tante en de wratten van mijn buurman.
YOLO, hét redmiddel, de leidraad in bange dagen anno 2013, bestond nog niet. En ik bestond evenmin, die zonnige woensdagnamiddag in de ouderlijke achtertuin. Zonder identiteit, want zonder levensmotto. Geen YOLO om mij te redden en van carpe diem had ik al wel gehoord, maar wat het precies betekende... Ik vond vooral de combinatie van beide woorden mooi, los van elke betekenis.
Het rottige van de situatie was dat ik in maart van datzelfde jaar al eens een identiteit had gevonden, maar die was ik woensdagmorgen 22 mei dus weer kwijtgeraakt. ’s Ochtends op de bus laten liggen? Of misschien tijdens de pauze tussen twee lessen door, toen ik heel stoer besliste om samen met mijn best vriend naar Rock Werchter, Pukkelpop en Dour te gaan, voor de rest van ons leven al onze festivalbandjes als relikwieën te bewaren en onze haren te laten groeien, omdat al onze favoriete muzikanten dat ook deden? Zou het toen gebeurd zijn? Ja, weet ik nu.
Dat gezegd zijnde. Woensdagnamiddag, 22 mei. Ik zocht een nieuwe identiteit. Waar moest ik beginnen? Ik was ten einde raad nog voor ik begon te zoeken.
De geniale gedachte die ik toen had, onaangekondigd uit het niets - jeetje, ik word er opnieuw lyrisch van. Ik had de ingeving om mijn vriend te bellen, mijn beste vriend, mijn BFF, met wie ik naar Rock Werchter, Pukkelpop en Dour zou gaan (en keiveel andere festivals – duh). “Ben jij je identiteit ook kwijt?” Ja, ook hij was zijn identiteit kwijt.
Dit sterkte mijn vermoeden dat er inderdaad een verband bestond tussen het verlies van mijn identiteit en het ‘zomerfestivalpact’ dat ik met mijn vriend gesloten had. Mijn vriend en ik moesten dus samen naar een identiteit zoeken. Ik wist hem daarvan te overtuigen. We spraken af bij mij thuis. Ik legde stylo’s en papier klaar. Zette tien blikjes Cara Pils koud.
De brainstorm deed geen wonderen. Die ene killer van een slagzin die onze identiteit gebald moest samenvatten wilde ons niet te binnen schieten. We probeerden vanalles uit. Ik had ‘peace man!’, maar dat vond mijn vriend “te reggae”. Hij had heel radicaal: ‘ge zijt voor of tegen mij, there’s no in between’. Ik wees hem er op dat zo’n lange slogan nooit als tattoo op zijn onderarm zou passen.
Om een lang verhaal kort te maken: het is nooit goed gekomen tussen mij en mijn identiteit. Ik heb psychoanalitici bezocht in de veronderstelling dat zij mijn identiteit konden ontwaren. Veertig euro lichter en een illusie armer stapte ik ben hen buiten.
Nu ben ik meneer X met job y in Z. Denk ik.
Hysterische veertigers hadden het me ingelepeld. Identiteitsvorming. Het belang daarvan. Voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Voor mijn eigen individuele ontplooiing. Voor de aambeien van mijn tante en de wratten van mijn buurman.
YOLO, hét redmiddel, de leidraad in bange dagen anno 2013, bestond nog niet. En ik bestond evenmin, die zonnige woensdagnamiddag in de ouderlijke achtertuin. Zonder identiteit, want zonder levensmotto. Geen YOLO om mij te redden en van carpe diem had ik al wel gehoord, maar wat het precies betekende... Ik vond vooral de combinatie van beide woorden mooi, los van elke betekenis.
Het rottige van de situatie was dat ik in maart van datzelfde jaar al eens een identiteit had gevonden, maar die was ik woensdagmorgen 22 mei dus weer kwijtgeraakt. ’s Ochtends op de bus laten liggen? Of misschien tijdens de pauze tussen twee lessen door, toen ik heel stoer besliste om samen met mijn best vriend naar Rock Werchter, Pukkelpop en Dour te gaan, voor de rest van ons leven al onze festivalbandjes als relikwieën te bewaren en onze haren te laten groeien, omdat al onze favoriete muzikanten dat ook deden? Zou het toen gebeurd zijn? Ja, weet ik nu.
Dat gezegd zijnde. Woensdagnamiddag, 22 mei. Ik zocht een nieuwe identiteit. Waar moest ik beginnen? Ik was ten einde raad nog voor ik begon te zoeken.
De geniale gedachte die ik toen had, onaangekondigd uit het niets - jeetje, ik word er opnieuw lyrisch van. Ik had de ingeving om mijn vriend te bellen, mijn beste vriend, mijn BFF, met wie ik naar Rock Werchter, Pukkelpop en Dour zou gaan (en keiveel andere festivals – duh). “Ben jij je identiteit ook kwijt?” Ja, ook hij was zijn identiteit kwijt.
Dit sterkte mijn vermoeden dat er inderdaad een verband bestond tussen het verlies van mijn identiteit en het ‘zomerfestivalpact’ dat ik met mijn vriend gesloten had. Mijn vriend en ik moesten dus samen naar een identiteit zoeken. Ik wist hem daarvan te overtuigen. We spraken af bij mij thuis. Ik legde stylo’s en papier klaar. Zette tien blikjes Cara Pils koud.
De brainstorm deed geen wonderen. Die ene killer van een slagzin die onze identiteit gebald moest samenvatten wilde ons niet te binnen schieten. We probeerden vanalles uit. Ik had ‘peace man!’, maar dat vond mijn vriend “te reggae”. Hij had heel radicaal: ‘ge zijt voor of tegen mij, there’s no in between’. Ik wees hem er op dat zo’n lange slogan nooit als tattoo op zijn onderarm zou passen.
Om een lang verhaal kort te maken: het is nooit goed gekomen tussen mij en mijn identiteit. Ik heb psychoanalitici bezocht in de veronderstelling dat zij mijn identiteit konden ontwaren. Veertig euro lichter en een illusie armer stapte ik ben hen buiten.
Nu ben ik meneer X met job y in Z. Denk ik.
Verband gevonden tussen forumreactie en dringend toiletbezoek
Neuropsychologen van de Universiteit Antwerpen hebben vastgesteld dat er een verband bestaat tussen het plaatsen van een giftige reactie op een internetforum en de dringende nood om naar de WC te gaan. Ook de vele schrijffouten in deze reacties zouden hier rechtstreeks aan gelieerd zijn.
Heel wat mensen die in Vlaanderen aan het publi...eke debat deelnemen, storen zich aan de platvloerse reacties die onlinenieuwsberichten of opiniestukken vaak overspoelen. De mogelijkheid tot reageren onder artikels wordt daarbij zelfs in vraag gesteld. Wetenschappers wijzen nu een externe reden aan als reden voor alle ‘bagger’ die de forumbezoekers online achterlaten. Een forumreactie blijkt rechtstreeks gelinkt aan hoognodig toiletbezoek.
“In de aanloop naar de ontlasting, om het zo maar even te zeggen, zoeken afvalstoffen in ons lichaam zich via onze darmen een weg naar buiten”, zegt professor Rudy Menteir van het onderzoekscentrum aan de UA. “Tegelijk daarmee treden er in onze hersenen hormonen in werking die ons gemakkelijker ontvankelijk maken voor al te subjectieve interpretaties van informatie en daaruit voortvloeiende buitensporige agressie. Dit kan dan, met betrekking tot bijvoorbeeld onlinefora, uitmonden in een incoherente en laag-bij-de-grondse respons op een nochtans weloverwogen en gefundeerd opiniestuk.”
“Omdat de forumbezoeker zich dringend wil ontlasten enerzijds, maar snel zijn daaraan verbonden passieve agressie wil uiten anderzijds, vertroebelt zijn bewustzijn en zal hij te snel op verzenden klikken, met een stompzinnige reactie vol kromme zinnen tot gevolg.”
Professor Menteir raadt de forumbezoekers* aan om eerst hun reactie in Word of kladblok te typen en pas dan naar het toilet te gaan. “Dan is er niet de onmiddellijke mogelijkheid om op verzend te klikken en kan de forumdeelnemer zijn reactie na de ontlasting nog eens herlezen en eventueel, al dan niet op spelling, verbeteren.”
Heel wat mensen die in Vlaanderen aan het publi...eke debat deelnemen, storen zich aan de platvloerse reacties die onlinenieuwsberichten of opiniestukken vaak overspoelen. De mogelijkheid tot reageren onder artikels wordt daarbij zelfs in vraag gesteld. Wetenschappers wijzen nu een externe reden aan als reden voor alle ‘bagger’ die de forumbezoekers online achterlaten. Een forumreactie blijkt rechtstreeks gelinkt aan hoognodig toiletbezoek.
“In de aanloop naar de ontlasting, om het zo maar even te zeggen, zoeken afvalstoffen in ons lichaam zich via onze darmen een weg naar buiten”, zegt professor Rudy Menteir van het onderzoekscentrum aan de UA. “Tegelijk daarmee treden er in onze hersenen hormonen in werking die ons gemakkelijker ontvankelijk maken voor al te subjectieve interpretaties van informatie en daaruit voortvloeiende buitensporige agressie. Dit kan dan, met betrekking tot bijvoorbeeld onlinefora, uitmonden in een incoherente en laag-bij-de-grondse respons op een nochtans weloverwogen en gefundeerd opiniestuk.”
“Omdat de forumbezoeker zich dringend wil ontlasten enerzijds, maar snel zijn daaraan verbonden passieve agressie wil uiten anderzijds, vertroebelt zijn bewustzijn en zal hij te snel op verzenden klikken, met een stompzinnige reactie vol kromme zinnen tot gevolg.”
Professor Menteir raadt de forumbezoekers* aan om eerst hun reactie in Word of kladblok te typen en pas dan naar het toilet te gaan. “Dan is er niet de onmiddellijke mogelijkheid om op verzend te klikken en kan de forumdeelnemer zijn reactie na de ontlasting nog eens herlezen en eventueel, al dan niet op spelling, verbeteren.”
Abonneren op:
Posts (Atom)