Oh nee, naar de Delhaize. Het dorp in, de kneuterigheid tegemoet. Net buiten passeer ik de buurvrouw; een vrouw die het negeren harer buren jaren geleden al tot een topsport verhief. Misschien heeft ze daarin zelfs een topsportstatuut, - gesponsord door Bloso, weet ik veel - maar ik heb nog nooit een echt gesprek met haar gehad zodat ik haar dat van dat statuut ook nooit heb kunnen vragen. Doch, zo nu en dan onderneem ik een poging en ga ik onbesuisd in de aanval, zeg maar: dan spreek ik haar aan. Dan roep ik "Bonjour!", want ik weet dat ze al eens graag Frans mag spreken in haar tuin. Ook vandaag roep ik "Bonjour!" en wie schetst mijn verbazing wanneer ik een antwoord krijg: "Jeunehomme!"
Ik sta perplex en draai me om, verbijsterd door de conversatie die zich bij deze opgang trekt. En alsof dat ene woordje voor haar nog niet volstaat gaat ze door met een zín! Ze zegt: "Hoe waren de examens?" Ik ben KO, in de eerste ronde. De ref telt tot tien en wanneer dat-ding-dat-boksers-altijd-in-hun-mond-hebben uit mijn mond wordt gehaald stamel ik nog verdwaasd van alle rake klappen: "Dank u".
Dat is helaas geen antwoord op haar vraag en ik besef het, maar grootmoedig en in de trant van volwassenen onder elkaar leg ik haar de situatie uit. "U praat tegen mij, ik sta perplex. Mijn examens waren heel goed." Dat ze haar vraag slechts pro forma stelde, bewijst het feit dat ze niet doorgaat op mijn antwoord, maar wel op de voorafgaande uitleg. "Dat ik nooit tegen jou praat, komt omdat je altijd zo raar doet. Ik ben een vrouw van zestig jaar,.." etcetera.
Nu kan ik u geruststellen, beste lezer, ik doe soms raar, maar zelden of nooit ongegrond. Wanneer ik raar doe tegen mijn buurvrouw is dat te wijten aan het feit dat zij mij en mijn familie al negeert sedert de eerste dag dat wij in onze huidige woonst kwamen wonen. Haar man doet dat overigens niet, maar hij is een pantoffelheld, en zowel haar zoon als dochter, die inmiddels beiden een eigen gezin hebben gesticht, hebben ons ook altijd genegeerd. Zo moeder, zo..
Nu ja.
Weet u wat ik doe wanneer ik genegeerd word? Ik roep "Bonjour!" of "Hallo!", bij elke confrontatie. Negeren is niet des mensen of zou dat niet mogen zijn. Ik word niet graag genegeerd, het kwetst mij, iets zegt mij dat ik nog liever alleen op de Zuidpool ga wonen dan mijn buren te moeten negeren. En dus zeg ik: "Ik ben niet raar, ik ben mezelf. We moeten niet allemaal permanent lopen doen alsof we niets of niemand gezien hebben. Toch?"
"Doe ik dat dan?" vraagt zij me in het nauw gedreven (want ja, in dit verhaal ben ik de held). En ik zeg: "Daarover doe ik liever geen expliciete uitspraken. Ik spreek alleen over mezelf en ik weet dat ík zo niét ben en ik ben wat dat betreft bijzonder tevreden over mezelf."
Daarna draai ik me om en ga naar de Delhaize. Want behalve nu en dan eens een bejaarde heropvoeden, doe ik soms ook wel een boodschap.
dinsdag 30 juni 2009
maandag 29 juni 2009
Bevlogen picknickpolitiek
D. en ik zitten op een tafelkleed, rood met witte stippen. We kijken naar twee kinderen die wat verderop aan het schommelen zijn, eindeloos, uit gewoonte, in het park, het grote park achter het zeer zeker kleine appartementje van hun ouders.
Het zijn Slovaakse kinderen. Dat weet ik van een vorige keer. Toen heb ik het hen gevraagd, omdat ik ze een vreemde taal hoorde spreken. Zij herinneren zich die vorige keer intussen niet meer. Ik leg hen uit dat ze me toen hebben getoond hoe ik over het hek van het park kon klimmen om eruit te geraken. Ze waren apetrots dat ze me dat konden tonen en ze lachten me uit omdat mijn eerste poging mislukte.
Het park is hun tuin, maar het is een publieke tuin. Ze moeten 'm delen met picknickers en andere serieuze mensen. Hun appartementje is er een van de goedkoopste die je hier kan vinden. Dat verraden de ligging ervan en de Oostblokachtige grauwheid van het gebouw.
De jongen vertelt me dat zijn moeder geen zes euro had om de school te betalen. De juf had daarover tegen hem een opmerking gemaakt. Nu gaat hij samen met zijn zus naar een andere school, een betere ook, ik ken die school. Zijn moeder wil het niet nog eens meemaken dat ze de school geen zes euro kan betalen.
D. maakt foto's, maar de kindjes draaien hun hoofden weg. Zelf trekken willen ze natuurlijk wel. Broer en zus vechten om het toestel, maar lossen het op zonder ruzie. De jongen zegt dat hij veel vecht op school en dat hij van niemand bang is. Hij heeft ook al eens drie jongens van zestien uitgedaagd om tegen hem te voetballen. Hij zou ze "afmaken", zegt hij. Zelf is hij acht jaar.
Hun moeder roept hen, ze gaan naar een buurtfeest. Dat vind ik super. Onder de mensen komen. Integratie. Nederlands praten. Bijzonder belangrijk voor hun latere leven in België.
D. moet glimlachen om die bevlogen woorden.
Het zijn Slovaakse kinderen. Dat weet ik van een vorige keer. Toen heb ik het hen gevraagd, omdat ik ze een vreemde taal hoorde spreken. Zij herinneren zich die vorige keer intussen niet meer. Ik leg hen uit dat ze me toen hebben getoond hoe ik over het hek van het park kon klimmen om eruit te geraken. Ze waren apetrots dat ze me dat konden tonen en ze lachten me uit omdat mijn eerste poging mislukte.
Het park is hun tuin, maar het is een publieke tuin. Ze moeten 'm delen met picknickers en andere serieuze mensen. Hun appartementje is er een van de goedkoopste die je hier kan vinden. Dat verraden de ligging ervan en de Oostblokachtige grauwheid van het gebouw.
De jongen vertelt me dat zijn moeder geen zes euro had om de school te betalen. De juf had daarover tegen hem een opmerking gemaakt. Nu gaat hij samen met zijn zus naar een andere school, een betere ook, ik ken die school. Zijn moeder wil het niet nog eens meemaken dat ze de school geen zes euro kan betalen.
D. maakt foto's, maar de kindjes draaien hun hoofden weg. Zelf trekken willen ze natuurlijk wel. Broer en zus vechten om het toestel, maar lossen het op zonder ruzie. De jongen zegt dat hij veel vecht op school en dat hij van niemand bang is. Hij heeft ook al eens drie jongens van zestien uitgedaagd om tegen hem te voetballen. Hij zou ze "afmaken", zegt hij. Zelf is hij acht jaar.
Hun moeder roept hen, ze gaan naar een buurtfeest. Dat vind ik super. Onder de mensen komen. Integratie. Nederlands praten. Bijzonder belangrijk voor hun latere leven in België.
D. moet glimlachen om die bevlogen woorden.
vrijdag 26 juni 2009
Zelfmoord komt zó hard aan
Ik had niks met Yasmine. Niks bijzonders. Alleen vroeg ik me zoals zovelen wel eens af wat er achter dat koele imago schuilging. En nu, nu op het moment van dit schrijven, het wel heel speciale moment van dit schrijven, snuif ik met mijn neus, mijn neus waarlangs het snot naar buiten druppelt, en er staan tranen in mijn ogen, niet één traantje, maar tranen. Ik heb schokkende bewegingen gemaakt van het wenen, ik ween hierom en ik ween nooit en ik kan ook niet zo goed acteren dat ik kan wenen op bevel.Er biggelt een traan langs mijn linkermondhoek voorbij. Er hangt een druppel snot aan mijn neus te bengelen, klaar om te vallen. Ik heb mezelf gepusht om te wenen, ik heb op You Tube "Yasmine de rode loper" ingetypt en ben dan op een filmpje met foto's van haar gestoten met daaronder een Engelstalige versie van "Con Te Partiro". Bij de eerste klanken van die strijkers kreeg ik meteen een krop in de keel. Bij de foto's van Yasmine en daarna bij de gedachte aan het feit dat ze zich doodgewoon met een touw verhangen heeft in een boom - dat het allemaal zo makkelijk kan gaan, dat ze zo ver heen moet zijn geweest - begon ik ook echt te wenen.
Nu ben ik niet beschaamd om te zeggen dat ik emotioneel ben en gráág emotioneel ben, maar dat ik deze gelegenheid aangrijp om tranen te plengen, vind ik zelf heel bijzonder. Ik kan er maar niet vanover dat iemand die je elke dag op tv ziet lachen plots een onherroepelijke daad stelt met een touw, in een boom en dat er dan op het nieuws "(1972-2009)" achter haar naam komt te staan.
Ik denk dan aan het feit dat iemand van haar leeftijd eigenlijk in 2055 of in 2060 had moeten overlijden.
Yasmine was ongelooflijk gepassioneerd. Als ze verliefd was, was dat intens, als haar relatie voorbij was, was ze daar ziek van, ging ze daar aan ten onder. Of dat lees ik nu toch.
Ik herhaal: ik had niks speciaals met Yasmine. Een lichte fascinatie, nieuwsgierigheid. Het was ook een mooie vrouw, uiterlijk, ik keek graag naar haar. Altijd al had ze ten slotte iets tragisch over zich. Ondergewaardeerd. Máár "De Rode Loper" terwijl ze meer leek te kunnen, terwijl haar soms bijna arrogante ironie verried dat ze iets anders wilde, iets interessanters.
Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Verwonderd. Betraande ogen en een dikke pruillip. Yasmine, oftewel de persoon Hilde Rens, is dood. In sms-taal geschreven boodschappen op YouTube maken me opnieuw aan het huilen.
Labels:
media
vrijdag 17 april 2009
Tomates et salade?
Gelukkig was ik alleen. En ook: hoe zou mijn pa gereageerd hebben moest hij mij, bijvoorbeeld, via een camera hebben kunnen gadeslaan gedurende die drie minuten?
Verbijsterd, veronderstel ik. Of toch op de manier waarop hij verbijsterd zou zijn, waarop hij verbijsterd op mij zou reageren. En de conclusies die hij uit mijn gedrag zou trekken. Hoe hij zou emmeren over zaken die er helemaal niks mee te maken zouden hebben. Uit onbegrip. Vanuit het algehele onbegrip om mijn daad te vatten.
Ik heb dus een broodje gekocht. Het kon eigenlijk niet goed gaan. Ik moest Frans spreken en het ging me niet af om Frans te spreken. Men was niet inschikkelijk, gaf me geen informatie. Ik moest het uitzoeken en daar ben ik in zulk een context niet goed in. Ik kocht een broodje voor €3,5, liep ermee naar een tafel, zette het neer en verliet het etablissement.
Omdat ik het niet lustte natuurlijk. Omdat ik niet wist wat ze erop gingen gooien. omdat ik een moeilijke ben wat dat betreft. "Tomates et salade?" had ik nog gepolst, en ze had ja geknikt. Die onaangekondigde kaas en andere groenten had ik er dan ook niet bij verwacht. Laat staan dat ik die wilde.
Het was moeilijk om naar buiten te gaan, maar het was de enige oplossing. Ik vond het ook al zo vreemd dat ik een schotel meekreeg; kon ik niet opteren om dat broodje mee te nemen (dan had ik het veel subtieler in een vuilbak kunnen gooien)? Nu had ik het gevoel dat iedereen naar me keek, maar ik zette door. Zoals ik ook had doorgezet om dat broodje te bestellen. Ik moest toch iéts eten en het zou zo erg toch niet zijn, zo was mijn redenering.
Daar kom ik dus niet meer terug, dat kan nu niet meer; Zelfs al had ik m'n muts op, ze zullen me herkennen. Als een gek. Gelukkig heb ik alsnog iets gegeten, want anders was ik nu heel ongelukkig.
Verbijsterd, veronderstel ik. Of toch op de manier waarop hij verbijsterd zou zijn, waarop hij verbijsterd op mij zou reageren. En de conclusies die hij uit mijn gedrag zou trekken. Hoe hij zou emmeren over zaken die er helemaal niks mee te maken zouden hebben. Uit onbegrip. Vanuit het algehele onbegrip om mijn daad te vatten.
Ik heb dus een broodje gekocht. Het kon eigenlijk niet goed gaan. Ik moest Frans spreken en het ging me niet af om Frans te spreken. Men was niet inschikkelijk, gaf me geen informatie. Ik moest het uitzoeken en daar ben ik in zulk een context niet goed in. Ik kocht een broodje voor €3,5, liep ermee naar een tafel, zette het neer en verliet het etablissement.
Omdat ik het niet lustte natuurlijk. Omdat ik niet wist wat ze erop gingen gooien. omdat ik een moeilijke ben wat dat betreft. "Tomates et salade?" had ik nog gepolst, en ze had ja geknikt. Die onaangekondigde kaas en andere groenten had ik er dan ook niet bij verwacht. Laat staan dat ik die wilde.
Het was moeilijk om naar buiten te gaan, maar het was de enige oplossing. Ik vond het ook al zo vreemd dat ik een schotel meekreeg; kon ik niet opteren om dat broodje mee te nemen (dan had ik het veel subtieler in een vuilbak kunnen gooien)? Nu had ik het gevoel dat iedereen naar me keek, maar ik zette door. Zoals ik ook had doorgezet om dat broodje te bestellen. Ik moest toch iéts eten en het zou zo erg toch niet zijn, zo was mijn redenering.
Daar kom ik dus niet meer terug, dat kan nu niet meer; Zelfs al had ik m'n muts op, ze zullen me herkennen. Als een gek. Gelukkig heb ik alsnog iets gegeten, want anders was ik nu heel ongelukkig.
donderdag 16 april 2009
Fun
Toch gek hé, hoe dat bloggen met twee g's plots ook gewoon weer kan stoppen met twee p's. Alhoewel stoppen, daar gaat het 'm helemaal niet om. Het komt er gewoon even niet uit via het toetsenbord, zoals het er des te meer uitkomt via het rectum, nee, onwelriekend grapje. Sorry.
Voor de mensen die het leuk vonden/vinden dat ik blog/blogde. Ik heb me stiekem wel eens afgevraagd met hoevelen u waart (en nu nog zijt), want die tellertjes allerhande, die kreeg Ali met geen stokken met twee k's geïnstalleerd. Ik leerde het niet, dat installen, maar ik zal u zeggen dat me dat eigenlijk ook niet deerde. U waart met tien of zoiets daaromtrent. Of u was met vijftig, en dan zou er nu misschien wel sprake zijn van enige druk.
Die er nu niet is. Nu ik opduik wanneer me dat uitkomt. Als ik aan het schrijven ben, zou ik het nog steeds elke dag willen doen, dat gevoel heb ik dan. Maar als ik het elke dag moet doen, dan vind ik het niet leuk, heb ik niets om te vertellen.
Maar die blogberichten maak ik nog steeds. Als ik rondloop, als ik kijk, als ik zie, als ik leef. Als ik rondloop. En ik denk dan wel eens dat ik ze moet lozen, die gedachten, dat ik ze in zinnen moet gieten, zoals water in een emmer, om ze te bewaren. Wat dan niet gebeurt. Want eens ik dat water, die woorden, lozen kan, zijn ze opgedroogd, verdampt als het ware, en blijf ik stil, zonder woorden, op mijn bed achter. In vrede.
Ook heb ik wezen nadenken over een nieuw concept, een nieuwe manier om aan bloggen te doen. Meer de actualiteit opvolgen of zoiets, minder lange berichten ook. Want wie leest die nu (ik lees ze alleszins slechts diagonaal op andermans blog)? Maar dat andere concept bevredigt me ook niet, getuige een voorbeeld daarvan, m'n vorige post. Zo is het gewoon saai hé? Of niet?
Natuurlijk wel. Ali's smeuïge verhalentrommel, die moet heropend worden. Herinneringen en toekomstplannen over meisjes en jongens en steden en god weet wat. Reizen en plannen. Parijs?
Nu kan u vast niet meer volgen. Maar onthoud: ik blijf bloggen. God wat heb ik een fun beleefd het voorbije kwartier.
Voor de mensen die het leuk vonden/vinden dat ik blog/blogde. Ik heb me stiekem wel eens afgevraagd met hoevelen u waart (en nu nog zijt), want die tellertjes allerhande, die kreeg Ali met geen stokken met twee k's geïnstalleerd. Ik leerde het niet, dat installen, maar ik zal u zeggen dat me dat eigenlijk ook niet deerde. U waart met tien of zoiets daaromtrent. Of u was met vijftig, en dan zou er nu misschien wel sprake zijn van enige druk.
Die er nu niet is. Nu ik opduik wanneer me dat uitkomt. Als ik aan het schrijven ben, zou ik het nog steeds elke dag willen doen, dat gevoel heb ik dan. Maar als ik het elke dag moet doen, dan vind ik het niet leuk, heb ik niets om te vertellen.
Maar die blogberichten maak ik nog steeds. Als ik rondloop, als ik kijk, als ik zie, als ik leef. Als ik rondloop. En ik denk dan wel eens dat ik ze moet lozen, die gedachten, dat ik ze in zinnen moet gieten, zoals water in een emmer, om ze te bewaren. Wat dan niet gebeurt. Want eens ik dat water, die woorden, lozen kan, zijn ze opgedroogd, verdampt als het ware, en blijf ik stil, zonder woorden, op mijn bed achter. In vrede.
Ook heb ik wezen nadenken over een nieuw concept, een nieuwe manier om aan bloggen te doen. Meer de actualiteit opvolgen of zoiets, minder lange berichten ook. Want wie leest die nu (ik lees ze alleszins slechts diagonaal op andermans blog)? Maar dat andere concept bevredigt me ook niet, getuige een voorbeeld daarvan, m'n vorige post. Zo is het gewoon saai hé? Of niet?
Natuurlijk wel. Ali's smeuïge verhalentrommel, die moet heropend worden. Herinneringen en toekomstplannen over meisjes en jongens en steden en god weet wat. Reizen en plannen. Parijs?
Nu kan u vast niet meer volgen. Maar onthoud: ik blijf bloggen. God wat heb ik een fun beleefd het voorbije kwartier.
woensdag 8 april 2009
Vlaamsgezinde partijen, u hebt gelijk
In tijden waarin je niet meer weet wat je in - proef het woord - "België" mag aankaarten en wat niet, durf ik toch achterover te vallen als ik lees dat de lessen Nederlands in het Brusselse middelbaar onderwijs zullen gehalveerd worden. Huh? En ook wel: qué? Want dit lijkt mij een bijzonder slecht idee, waarvan ik gewoon niet kan begrijpen dat een bobo op een of andere post het werkelijk in zijn koker haalde.
Hoe cynisch.
Minder Nederlands voor Franstalige jongeren in Brussel? Dat heeft zelfs in geen mijlen enige betrekking op welk communautair geschil dan ook. Dat is gewoon dwaas. Volkomen ontoelaatbaar zelfs.
Het schijnt dat tweetaligheid meer werkzekerheid biedt. Ik heb dat van horen zeggen.
Ik heb ook van horen zeggen dat het crisis is. Wat dat betekent is mij niet helemaal duidelijk, maar blijkbaar heb ik het wel beter begrepen dan die Franstalige bobo.
Hoe cynisch.
Een informatief artikel kan u lezen op deze site.
Hoe cynisch.
Minder Nederlands voor Franstalige jongeren in Brussel? Dat heeft zelfs in geen mijlen enige betrekking op welk communautair geschil dan ook. Dat is gewoon dwaas. Volkomen ontoelaatbaar zelfs.
Het schijnt dat tweetaligheid meer werkzekerheid biedt. Ik heb dat van horen zeggen.
Ik heb ook van horen zeggen dat het crisis is. Wat dat betekent is mij niet helemaal duidelijk, maar blijkbaar heb ik het wel beter begrepen dan die Franstalige bobo.
Hoe cynisch.
Een informatief artikel kan u lezen op deze site.
Labels:
politiek
vrijdag 3 april 2009
Vijf dagen is één week
Wakipenda (11 uur geleden): "Damn this is great!!!!!! OK im an old fart now, but u kids will never have this!!!!!!!! Just like i never had Beethoven or Elvis Presley!
BUT I DID HAVE THIS AS WELL AS FAITHLESS etc...!!!!! u will never have as much fun as i did!!! hehehe..."
Ik ben zo geneigd dit te beamen. Heerlijk lied, nostalgie, echt waar.
vrijdag 27 maart 2009
Innemend en lief
Ik weet zeker (nee, da's niet waar) dat ik lief ben. Innemend en lief.
B. verzamelt dopjes (is dat het woord?) van plastieken (of is het 'plastic'?) flessen voor haar kleuter-nichtje en vanmorgen kon ik met twee stuks bijdragen aan haar verzameling. Ze stak haar duim omhoog toen ik ze op haar bureau legde, want ze kon niks zeggen, ze was aan het telefoneren.
Ik ben verlegen en ik speel dat uit. Niet te veel, maar gedoseerd. Een fluistertoon - ik zou elk moment kunnen ziek worden, denken ze misschien - omdat ik niemand wil storen.
En als ze met me praten dan doe ik m'n best. Ik betrap mezelf erop dat ik het ook probleemloos leuk vind, het hele 'het'. Het houdt me bezig, laat me leven, doet me nadenken, houdt me scherp.
Ik ben raar (nee sorry, niet dat verhaal weer).
Ik heb een mail, een belangrijke. Belangrijker dan dit bericht belangrijk voor me is.
Tot binnenkort (misschien al morgen?).
B. verzamelt dopjes (is dat het woord?) van plastieken (of is het 'plastic'?) flessen voor haar kleuter-nichtje en vanmorgen kon ik met twee stuks bijdragen aan haar verzameling. Ze stak haar duim omhoog toen ik ze op haar bureau legde, want ze kon niks zeggen, ze was aan het telefoneren.
Ik ben verlegen en ik speel dat uit. Niet te veel, maar gedoseerd. Een fluistertoon - ik zou elk moment kunnen ziek worden, denken ze misschien - omdat ik niemand wil storen.
En als ze met me praten dan doe ik m'n best. Ik betrap mezelf erop dat ik het ook probleemloos leuk vind, het hele 'het'. Het houdt me bezig, laat me leven, doet me nadenken, houdt me scherp.
Ik ben raar (nee sorry, niet dat verhaal weer).
Ik heb een mail, een belangrijke. Belangrijker dan dit bericht belangrijk voor me is.
Tot binnenkort (misschien al morgen?).
donderdag 19 maart 2009
Zo bang voor allerlei klachten en processen nu

21-03-09 - (belga/reuters) Op Ali met de pet's blog is de Joodse gemeenschap afgelopen donderdag opnieuw bespot en beschimpt. Dit, aldus de blogger zelf, naar aanleiding van het nieuwsbericht, eerder in de week, dat de Joodse gemeenschap de VRT zou vragen voortaan duiding te geven bij de Eucharistieviering op zondagvoormiddag. "Te belachelijk voor woorden," aldus Ali.
Ali nam in desbetreffend blogbericht geen blad voor de mond door te stelllen dat Joden "malloten en kwistenbiebels" zijn die "saaier en zieliger zijn dan Benedict van 't Vaticaan himself".
Tot dusver ontving Ali nog geen klacht van "die mediageilaard van Joods Actueel", maar hij laat weten een goed gesprek en een ontmoeting met de man zeker te zien zitten op voorwaarde dat er keppeltjes noch Joodse krullen aan te pas komen. "Daar krijg ik wormkes van, van die symboliek," aldus nog de blogger.
Onder de noemer "Joden zijn oké, maar ze moeten leren samenleven" zal Ali op zijn blog jaarlijks elke vijfde vrijdag van februari speciaal aandacht besteden aan de Joodse gemeenschap. Daarnaast zal Ali de Joden nu en dan een integratietip meegeven, waardoor het voor deze door de eeuwen heen felgeplaagde gemeenschap toch iets draaglijker leven wordt in het neo-fascistisch aandoende Vlaanderen.
Om af te trappen gaf hij al een eerste niet mis te verstane tip mee:
"Ben je makkelijk in je gat gebeten, draag dan immer een ijzeren onderbroek. (Dan zal je tevens wel twee keer nadenken vooralleer je voor het minste begint te schijten.)"
maandag 16 maart 2009
Zie, poëzie
Nogal wat gedichten lezen
als doodgewone proza, met
enkel dat verschil dat
de tekst, zoals hier,
in strofes gegoten wordt, en
er hier en daar een wat
vreemde komma tussen de
woorden wordt geplaatst.
Ik moet daar altijd om lachen.
Nee, liever dan poëzie
op zich, lees ik er
recensies over.
De meeste poëzie vind
ik immers zodanig
onbegrijpelijk dat ik
er bepaald niet vrolijk
van word.
als doodgewone proza, met
enkel dat verschil dat
de tekst, zoals hier,
in strofes gegoten wordt, en
er hier en daar een wat
vreemde komma tussen de
woorden wordt geplaatst.
Ik moet daar altijd om lachen.
Nee, liever dan poëzie
op zich, lees ik er
recensies over.
De meeste poëzie vind
ik immers zodanig
onbegrijpelijk dat ik
er bepaald niet vrolijk
van word.
Labels:
gedicht
dinsdag 3 maart 2009
Dromen over Jack en Stanley
Hallo, ik ben een blogger. Vergeef me als ik even droom van een ander bestaan.
Over het bestaan van Jack Nicholson of over dat van Al Pacino. "Twee van de beste acteurs van hun generatie," lees ik. Zelf heb ik daar geen uitgesproken mening over, ik zou Al Pacino misschien niet eens herkennen, maar Jack Nicholson vond ik wel straf in "The Shining" van Stanley Kubrick.
Jack Nicholson kwam pas in 1974 te weten dat de mensen die hij altijd voor zijn ouders had gehouden eigenlijk zijn grootouders waren. Hij was toen 37 en die (groot-)ouders in kwestie waren toen al dood. Kunt u zich dat allemaal inbeelden? Ik had een vlieg op de muur willen zijn van de ruimte waarin Nicholson zich op het moment van de onthulling bevond. Een man met zo'n temperament, hij had volledig door zijn dak zijn gegaan. Veronderstel ik.
Stanley Kubrick trouwens, een kluizenaar. Spannend toch, zo'n "genie" van wie amper geweten was wat hij uitstak en waar hij dat uitstak? Ik had wel eens een vlieg op de muur willen zijn in het vertrek waar die man zijn namiddagen doorbracht.
Geweldig ook om de making of van "The Shining" te zien, met Kubrick en Nicholson in één ruimte. Het zegt niet zo veel natuurlijk, maar het feit van twee artiesten in elkaars nabijheid, elk met hun ego en hun manieren: bijzonder. Nicholson de wat arrogante lawaaimaker en Kubrick het perfectionistische brein.
Wie zijn de grootten van deze tijd en waar is hun ego?
Koning Boudewijn vind ik ook interessant, maar daar schrijf ik bij een andere gelegenheid iets over.
Over het bestaan van Jack Nicholson of over dat van Al Pacino. "Twee van de beste acteurs van hun generatie," lees ik. Zelf heb ik daar geen uitgesproken mening over, ik zou Al Pacino misschien niet eens herkennen, maar Jack Nicholson vond ik wel straf in "The Shining" van Stanley Kubrick.
Jack Nicholson kwam pas in 1974 te weten dat de mensen die hij altijd voor zijn ouders had gehouden eigenlijk zijn grootouders waren. Hij was toen 37 en die (groot-)ouders in kwestie waren toen al dood. Kunt u zich dat allemaal inbeelden? Ik had een vlieg op de muur willen zijn van de ruimte waarin Nicholson zich op het moment van de onthulling bevond. Een man met zo'n temperament, hij had volledig door zijn dak zijn gegaan. Veronderstel ik.Stanley Kubrick trouwens, een kluizenaar. Spannend toch, zo'n "genie" van wie amper geweten was wat hij uitstak en waar hij dat uitstak? Ik had wel eens een vlieg op de muur willen zijn in het vertrek waar die man zijn namiddagen doorbracht.
Geweldig ook om de making of van "The Shining" te zien, met Kubrick en Nicholson in één ruimte. Het zegt niet zo veel natuurlijk, maar het feit van twee artiesten in elkaars nabijheid, elk met hun ego en hun manieren: bijzonder. Nicholson de wat arrogante lawaaimaker en Kubrick het perfectionistische brein.Wie zijn de grootten van deze tijd en waar is hun ego?
Koning Boudewijn vind ik ook interessant, maar daar schrijf ik bij een andere gelegenheid iets over.
Labels:
film
zaterdag 14 februari 2009
Briljante breedsmoelkikkers
Voor €2.20 kocht ik dit weekend De Standaard. Dat ik dat wel vaker doe, zou ik willen zeggen, maar het was pas de tweede keer. Dat het me wel bevalt om De Standaard te kopen in het weekend, dat is zeker. Ik ben graag 'mee' met de dingen om me heen en ik heb het gevoel dat De Standaard mij goed informeert.
Over Tom Barman bijvoorbeeld, die zich weliswaar niet excuseert maar toch toegeeft dat hij te veel gedronken had tijdens de uitreiking van de Mia's. Heb ik al gezegd dat ik Tom Barman een Vlaamse held vind, en dat slechts ten dele vanwege de muziek die hij met dEUS (ge)maakt (heeft)? Ik vind al die heisa dan ook vooral de gemakzuchtige represaille van een breed draagvlak aan kneuterige Vlaamse 'eminenten' om een wat uit de pas lopende 'alternativo' terecht te wijzen, als had hij zich nodig naar de richtlijnen van hen, breedsmoelkikkers, moeten gedragen, die voorschrijven dat je altijd en overal rekening moet houden met de aanwezigheid van 1.5 miljoen Vlamingen in hun luie zetel.
Anne De Baetzelier wordt dan weer omroepster bij Lijst Dedecker en dat is de aanleiding voor De Standaard om een kort artikeltje met en over Derk-Jan Eppink te publiceren. Derk-Jan wordt daarin belachelijk gemaakt, zo is het, omdat hij gewezen wordt op vroegere uitspraken over BV's in de politiek die hem nu "zuur opbreken", of die hij nu toch nodig moet bijstellen. Wat hij in dat kort artikeltje op klunzige wijze probeert, maar waarin hij weinig overtuigend overkomt.
Nu moet men weten dat De Standaard en Derk-Jan ooit vriendjes waren, maar dat ze dat nu al sinds een tijdje niet meer zijn. En in datzelfde licht lijkt men het opiniestuk over Didier Reynders te moeten lezen (of naar iets dergelijks wordt in het artikel toch verwezen). Ik geloof De Standaard natuurlijk als ze stelt dat Reynders een cynische, machtsgeile egotripper is, - waarom zou die krant daarover moeten liegen? - maar veeleer dan daardoor gedegouteerd te raken door de man (alsof dát de bedoeling zou zijn) raak ik door hem gefascineerd omdat het me intrigeert dat een man als Reynders schijnbaar én slecht bestuurt én 'briljant' is. Vooral over dat 'briljant' zijn wil ik alles weten en ik wil weten waarom dat adjectief steeds op Reynders' hoofd geplakt wordt.
Misschien iets voor volgend weekend?
Over Tom Barman bijvoorbeeld, die zich weliswaar niet excuseert maar toch toegeeft dat hij te veel gedronken had tijdens de uitreiking van de Mia's. Heb ik al gezegd dat ik Tom Barman een Vlaamse held vind, en dat slechts ten dele vanwege de muziek die hij met dEUS (ge)maakt (heeft)? Ik vind al die heisa dan ook vooral de gemakzuchtige represaille van een breed draagvlak aan kneuterige Vlaamse 'eminenten' om een wat uit de pas lopende 'alternativo' terecht te wijzen, als had hij zich nodig naar de richtlijnen van hen, breedsmoelkikkers, moeten gedragen, die voorschrijven dat je altijd en overal rekening moet houden met de aanwezigheid van 1.5 miljoen Vlamingen in hun luie zetel.Anne De Baetzelier wordt dan weer omroepster bij Lijst Dedecker en dat is de aanleiding voor De Standaard om een kort artikeltje met en over Derk-Jan Eppink te publiceren. Derk-Jan wordt daarin belachelijk gemaakt, zo is het, omdat hij gewezen wordt op vroegere uitspraken over BV's in de politiek die hem nu "zuur opbreken", of die hij nu toch nodig moet bijstellen. Wat hij in dat kort artikeltje op klunzige wijze probeert, maar waarin hij weinig overtuigend overkomt.
Nu moet men weten dat De Standaard en Derk-Jan ooit vriendjes waren, maar dat ze dat nu al sinds een tijdje niet meer zijn. En in datzelfde licht lijkt men het opiniestuk over Didier Reynders te moeten lezen (of naar iets dergelijks wordt in het artikel toch verwezen). Ik geloof De Standaard natuurlijk als ze stelt dat Reynders een cynische, machtsgeile egotripper is, - waarom zou die krant daarover moeten liegen? - maar veeleer dan daardoor gedegouteerd te raken door de man (alsof dát de bedoeling zou zijn) raak ik door hem gefascineerd omdat het me intrigeert dat een man als Reynders schijnbaar én slecht bestuurt én 'briljant' is. Vooral over dat 'briljant' zijn wil ik alles weten en ik wil weten waarom dat adjectief steeds op Reynders' hoofd geplakt wordt.Misschien iets voor volgend weekend?
Labels:
media
Abonneren op:
Berichten (Atom)