woensdag 4 oktober 2017

4-10-2017 (Nog veel onwetendheid)

‘Bij mensen met een migratieachtergrond heerst hierover nog veel onwetendheid.’ Het is zo’n zinnetje dat je regelmatig ergens hoort of leest in een context van actuele gebeurtenissen. Deze keer lees ik het in een artikel over voortstuderen na het middelbaar. Jongeren met een migratieachtergrond kiezen aan de universiteit of de hogeschool vaak voor dezelfde richtingen. Aan de universiteit zijn dat rechten, arabistiek, economie, ingenieur en in toenemende mate geneeskunde. Aan de hogescholen gaat het vooral om office- en bedrijfsmanagement en toerisme. Een studie in de letteren weet veel minder studenten met een migratieachtergrond te lokken. Reden hiervoor: met Nederlands als tweede taal - het Nederlands is in dat geval niet de thuistaal - hebben zij vaak een ‘taalachterstand’. Bovendien heeft een studie voor advocaat of dokter nog heel wat prestige binnen de ‘gemeenschap’.
Een student met migratieachtergrond getuigt. “Hoewel ik goede punten haalde in de eerste jaren van het middelbaar onderwijs kreeg ik toch de raad om naar het technisch te gaan. Bizar. Ik weigerde, en gelukkig maar: ik voltooide met succes het ASO. Veel van mijn vrienden niet. Die luisterden naar de zogenaamde goed bedoelde raad van leerkrachten en volgden daarop beroepsonderwijs. Dat verklaart ook meteen waarom veel jongeren met een migratieachtergrond meer in technische opleidingen dan in puur intellectuele belanden. Het stoort me enorm. Zo gaat veel talent verloren. Leraren en ook het Centrum voor Leerlingenbegeleiding stimuleren te weinig de leerlingen van allochtone afkomst. Van de overheid verwacht ik trouwens veel meer informatie. Die moet extra moeite doen om onze ouders te bereiken. Velen vinden voortstuderen onnodig. En velen weten ook niet wat allemaal kan, en denken evengoed nog dat een universiteit tot een betere job leidt dan een hogeschool. Er heerst nog veel onwetendheid.”
Deze hele kwestie roept bij mij nogal wat vragen op. Vooral die onwetendheid bij mensen met een migratiechtergrond doet vragen rijzen.
- Komt die onwetendheid voort uit het feit dat de ouders (en dan in de meeste gevallen al zeker de moeder) van heel wat migrantenjongeren vaak zelf niet voortgestudeerd hebben?
- Komt die onwetendheid voort uit een soort niet-bewustzijn van het feit dat voortstuderen voor veel autochtone jongeren intussen ‘heel normaal’ is?
- Komt die onwetendheid voort uit een soort desinteresse voor, niet-betrokkenheid bij, ons onderwijssysteem?
- Is die onwetendheid te vergelijken met de onwetendheid (in sommige gevallen) over voortstuderen binnen autochtone arbeidersmilieus?
- Is een zekere taalbarrière de oorzaak van deze onwetendheid (en wie is verantwoordelijk voor die taalbarrière)?
Aansluitend: hoe kunnen we die taalbarrière verkleinen? Is de academische taal te ontoegankelijk (voor mensen die het Nederlands niet goed machtig zijn)? Zo ja: is dat problematisch? Wat is daarvoor de oplossing?
- Zijn het leerkrachten, CLB’s en de overheid die in deze kwestie (nog steeds) tekortschieten, en waarom dan (het ‘probleem’ is toch al vele jaren bekend)?
Aansluitend: is de voornoemde onwetendheid een gedeelde verantwoordelijkheid of zou alles opgelost zijn mocht onze overheid de ouders van leerlingen met een migratieachtergrond van extra informatie voorzien? Als onze leerkrachten, CLB’s en overheid (blijvend) tekortschieten, doen zij dat dan misschien moedwillig? (Men zou het bijna gaan denken.)
Een andere vraag: waarom wordt er in dit artikel over de ‘eigen gemeenschap’ gesproken terwijl we toch net zo ons best doen om niet mee te gaan in het wij-zij-verhaal? Wij zijn toch allemaal wij, of niet soms? (Persoonlijk zou ik niets liever willen hoor, maar mijn kennissenkring is nog steeds voor 95% blank. Ik heb daar trouwens geen complexen over.)
Ik weet niet waarom men de hierboven getuigende student richting TSO wilde duwen, maar indien dat zonder duidelijke reden gebeurde, is dat zonder meer problematisch. Klopt het dat jongeren met een migratieachtergrond veel vaker naar een andere studierichting worden doorverwezen dan autochtone jongeren? Indien ja: waarom in godsnaam?
Wat de taalachterstand betreft: ik begrijp volkomen dat migranten met hun kinderen hun taal van herkomst spreken. Dat is werkelijk niet meer dan normaal. Toch kan het belang van taal onmogelijk onderschat worden. Taal is extreem belangrijk. Wie zijn kind onvoldoende toegang tot een landstaal verschaft, zadelt zijn kind al van jongs af met problemen op, en niet alleen in een context van studies, nee: taal is overal. Een kind met migratieachtergrond dat in het Nederlandse taalgebied in zijn eerste levensjaren van het Nederlands verstoken blijft of het weinig te horen krijgt, is, volgens mij, min of meer gedoemd om de rest van zijn leven voornamelijk in zijn ‘eigen gemeenschap’ door te brengen - daar waar hij zijn moedertaal kan spreken. Ik vermoed dat voor veel kinderen de crèche een plaats is waar ze volop met het Nederlands in aanraking komen en er dus veel van oppikken. Wanneer ik veelal gesluierde vrouwen in Leuven hun buggy zie voortduwen heb ik dan ook gemengde gevoelens. Die vrouwen zijn niet aan het werk (wat sowieso al bepaalde vragen oproept - zo is dat hier nu eenmaal anno 2017) en (bijgevolg) gaan hun kinderen niet naar de crèche. Met het Nederlands komen die kinderen vóór ze naar de kleuterklas gaan (en gaan ze daar wel allemaal naartoe?) in onze nog heel gesegregeerde maatschappij dus hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks in contact. En dat is een klein drama, want de taalverwerving van een peuter is fenomenaal en een autochtoon kind heeft in die zin, wanneer het naar de eerste kleuterklas gaat, al een straatlengte voorsprong op een allochtoon kind. En in de meeste gevallen is die voorsprong/achterstand meteen voor het leven.
En je kan nog verdergaan door je af te vragen welke thuistaal de studenten met migratieachtergrond (zij het universitairen of mensen met een beroepsopleiding) met hún kinderen zullen spreken? Zullen zij het belang van de taal voldoende inzien? Zullen interculturele huwelijken in de nabije toekomst vaker voorkomen of zal men nog overwegend binnen de 'eigen gemeenschap' trouwen? En zo ja: is dat een probleem?
Nogal een interessante kwestie, vind ik.

dinsdag 3 oktober 2017

2-10-2017 (Van Weert tot de WTC)

Sinds enkele weken is het busverkeer in Sint-Joris-Weert onderbroken waardoor ik nog een stuk moet liften om tot aan het huis van mijn oude moedertje te geraken. Ik zag daar tegen op, tegen dat liften, ik geloofde niet dat mensen mij zouden meenemen, maar niets blijkt minder waar: als ik met mijn liftersbord (‘WEERT’) aan de kant van de weg ga staan, is het meestal (al vier keer) de eerste of tweede voorbijrijdende auto die mij meeneemt. Heel tof echt. Op die manier ben ik vaak nog sneller op mijn bestemming dan ik er in normale omstandigheden met de bus zou geraken.
Gisteren stond ik nauwelijks tien seconden langs de weg toen de eerste voorbijrijdende auto al voor mij stopte. Een schitterende zwarte Mercedes - wie mocht daar wel inzitten? Een hele mooie vrouw, zo bleek. Ze had een gebruinde huid, fel zwart haar en een mooi, intelligent gezicht. Ze kon mij precies afzetten waar ik moest zijn, op het kruispunt aan de rijkswacht, waar de Hollestraat overloopt in de Weertse Dreef. Ik maakte mijn praatje: “U weet misschien wel, busverbinding onderbroken. Vervelend. Bedankt dat u mij kan meenemen.”
Voor ik het wist stond ik alweer bij mijn oude moedertje in de woonkamer. Wat de mooie mevrouw in Sint-Joris-Weert kwam doen, heb ik niet vernomen. Ik had de indruk dat zij niet ‘van hier’ was. Wat voor iemand zou ze zijn, met haar dure zwarte Mercedes? Zou ze er warmpjes inzitten? Heeft ze misschien een rijke minnaar die haar overlaadt met dure cadeaus? Ik ben het haar allemaal vergeten te vragen. Misschien bij een volgende gelegenheid.
3-10-2017
M. en P. hadden het over de samenzweringstheorieën rond 9/11. Dat de Amerikaanse regering de WTC-torens zelf opgeblazen heeft om oorlog te kunnen gaan voeren in het Midden Oosten; economische belangen enz.
“Zou die regering echt bereid zijn geweest om haar volledige bevolking te traumatiseren en meer dan 3000 burgers op te offeren omwille van economische belangen?” stelde ik de vraag die, naar ik aanneem, wel meer mensen zich op zo’n moment zouden stellen.
“Maar natuurlijk zijn die daartoe in staat! Gij gelooft dat niet, ofwat? Allez, hoe naïef kunt ge zijn? Uiteraard gaan economische belangen voor op mensen. Wie weet dat nu niet?”
Ik werd echt heel scheef bekeken plots. Als halve journalist (zo noem ik mezelf nu even) zou ik de media toch moeten doorhebben, dat was zo’n beetje wat mij werd aangewreven. De media hebben dat hele verhaaltje van een terreuraanslag toch gewoon verzonnen in opdracht van diezelfde Amerikaanse instanties en weet ik veel welke belanghebbenden nog meer. Allez, hoe kunt ge dat nu geloven?
Wel, ik wéét het gewoon niet, om eerlijk te zijn. Wat moet een mens trouwens geloven? Mij lijkt het hoe dan ook heel onwaarschijnlijk - maar ik kan mij natuurlijk vergissen! - dat een Amerikaanse president zijn burgers een dergelijk trauma zou aandoen, om welke reden dan ook. Welke min of meer beschaafde wereldleider is bereid om een dergelijk offer te brengen om in ruil zijn economische en geopolitieke positie te versterken? De president van Syrië offert zijn volk op, dat is geweten, maar zou zo’n George W. Bush ook tot zoiets in staat zijn geweest? Zou zo’n man zijn fiat hebben gegeven om twee iconische torens op een dermate gruwelijke manier met de grond gelijk te maken? Ik kan dat niet geloven. Opnieuw: het zou natuurlijk kunnen. Maar zelf denk ik dat het niet zo is. Wat M. en P. daar verder ook van mogen denken.

zondag 1 oktober 2017

30-9-2017 (Lion)

Ik beuk met mijn schouder op de snoepautomaat in. De lion die eruit had moeten vallen nadat ik er een euro had ingestoken, is blijven steken en nu bungelt hij daar, de motherfucker. Ik beuk tevergeefs met mijn schouder op de snoepautomaat in. Voorbijlopende mensen kijken mijn kant op, maar daar hoef ik me geen zorgen over te maken. In deze maatschappij spreken mensen elkaar niet meer aan op raar gedrag. Misschien maakt iemand een foto van mij om die straks op een sociaal medium te posten. Of misschien word ik gefilmd, dat kan natuurlijk ook. De politie-agenten die ik daarnet tegenkwam zijn nu gelukkig nergens te bespeuren. Zij zouden er natuurlijk wél iets van zeggen als ze me bezig zagen. Zij worden dar tenslotte voor betaald.
Houd ik het voor bekeken en laat ik die lion schieten of blijf ik beuken? Ga ik straks nog op die rechterschouder kunnen slapen, hoe ver ben ik bereid te gaan? Ik besluit geld af te halen aan de geldautomaat tegenover de snoepautomaat. 40 euro (dat is tegenwoordig het standaardbedrag, binnen vijf jaar is het waarschijnlijk 60).
Ik keer terug naar de snoepautomaat en besluit om iets lager op het venster in te beuken dan ik tot nu toe deed. Clever thinking, zo blijkt: de motherfucker valt onmiddellijk. Ik scheur de verpakking eraf en prop de lion in mijn mond. Ik vermaal hem genadeloos tussen mijn kiezen, de chocoladen pestkop. Het zal hem leren, verdomme. Mijn schouder doet pijn.

donderdag 28 september 2017

28-9-2017 (App-artheidsregime)

Ik kan deelnemen aan Jan Hautekiets leuteruurtje over de Grote Emotie Spijt als ik hem een bericht stuur via zijn Facebookpagina of via de Radio 1-app. Wat is er gebeurd met bellen en sms’en? Op Studio Brussel hoorde ik onlangs hetzelfde. Je kon een nummer aanvragen via de app, en énkel via de app. Ik kan mij natuurlijk vergissen, maar volgens mij kan een openbare omroep zich zo’n fratsen niet permitteren.
(Als ik een bekende medemens was die met alles wat hij zegt of schrijft duizenden mensen kan bereiken, dan zou bovenstaande commentaar over het app-artheidsregime van de VRT misschien een ‘golf van reacties’ teweeg brengen, iets dat nu vanzelfsprekend niet het geval is. Voorwaar een interessante gedachte. Hoog tijd dus voor mij om bekendheid te verwerven. Te beginnen: hier, bij mijn Facebookvrienden.)
Ik heb gehoord dat hemel en aarde zou zijn bewogen om Sabine Hagedoren op tv aan het huilen te krijgen toen ze over de dood van haar man vertelde. En het schijnt gelukt te zijn. Ontkurk dus de champagne!
Dit doet me denken aan ‘De cirkel’ van Dave Eggers, een satire die zich afspeelt in een IT-bedrijf genre Google en waarin wordt gesteld dat privacy diefstal is; je mag niks meer voor jezelf houden, de ander heeft het recht om álles van jou te weten.
Ze wist het blijkbaar zelf nog niet, maar als Bekende Kop heeft mevrouw Hagedoren niet het recht om persoonlijke informatie over het overlijden van haar man voor ons geheim te houden. Wij hebben recht op de tranen van de Bekende Kop. Breng daar maar eens iets tegen in.
Aagje Van Walleghem op de radio. Het woord ‘burgertrut’ heeft jarenlang stof liggen te vergaren in mijn hoofd maar is in één klap terug van weggeweest. Mijn god, wat een gezeik. Als turnster was ze lenig en maakte ze salto’s op een balk van tien centimeter breed, als moeder is ze verstijfd van angst en ziet ze in alles problemen. Haal dat kind van de radio en stop een tut in haar mond. Braaf, Aagje. Alles komt goed.
De nieuwe iPhone is voorzien van technologie die je gezichtsuitdrukking feilloos kan omzetten naar een smiley. Als je dus een gekke bek trekt, zie je op je scherm een smiley met diezelfde gekke bek. Hoe tof is dat!? Critici (of ‘haters’ zoals die door fans genoemd worden) zeggen dat deze nieuwigheid ons niet wezenlijk verder helpt op ons pad naar geluk, dat het niet meer is dan een onnozele aanvulling op alle reeds bestaande onnozelheden en dat het de enige nieuwigheid is die de iPhone X te bieden heeft. Wel, de critici hebben ongelijk. Behalve de gezichtsherkennende smiley is er ook de prijs. Die bedraagt 1.159 euro voor de telefoon met 64 gigabyte of 1.329 euro voor die met 256 gigabyte. Da’s óók een nieuwigheid, ha! En hoezo, de iPhone botst stilaan op zijn limiet? Mensen zijn bereid om veel te betalen voor een telefoon met een hoge prijs (die hoge prijs is niet noodzakelijk gelijk aan wat men ervoor wil betalen). Daarin ligt voor een bedrijf als Apple de toekomst. De prijzen voor iPhones zitten nog lang niet aan hun plafond. Mensen zullen bereid zijn om heel veel geld te betalen voor een telefoon waaraan je kan zien dat hij heel duur is. Mensen zullen bereid zijn om 5.000 euro te betalen voor een telefoon waaraan je op een of andere manier kan zien dat hij 5.000 euro moet hebben gekost. Ik ben daar absoluut zeker van.

dinsdag 26 september 2017

25-9-2017 (Ongelukkig, eenzaam en bang)

Uit een onderzoek van Radio 1 naar de ‘grote levensvragen’ moet blijken dat onder 1000 Vlaamse respondenten
- 1 op 4 zich geregeld eenzaam voelt
- 1 op 4 al zelfmoord overwogen heeft
- 1 op 3 ongelukkig is
- 44% bang is voor een nieuwe Wereldoorlog
- 37% bang is om ‘s avonds buiten te komen
- 54% de doodstraf wil voor moordenaars (en onder jongeren is dat 46%)
(Laat deze cijfers even bezinken. Denk na over eenzaamheid, zelfmoord, angst en verdriet.)
...
...
(Is het al een beetje bezonken? Kan u weer ademen?)
...
(Nu wel?)
Het is moeilijk te zeggen welk cijfer het meest hallucinante is. Dat ze allemaal nogal hallucinant zijn weze duidelijk. Waanzinnige cijfers vind ik het. Zoveel eenzaamheid en ongelukkigheid. Zoveel mensen die al zelfmoord hebben overwogen (1 op 4 - kán dat? Écht?). Ik denk (en ik hoef daarvoor geen professor te zijn) dat je met dergelijke cijfers van een zieke samenleving kan spreken.
Waar ging het mis? Hebben wij dan niet alle voorzieningen in ons rijke westen, aka de beste plek ter wereld om te leven? Wat heeft een mens dan wél nodig om gelukkig te zijn?
Wauw.. Ik ben er echt niet goed van. Vooral dat cijfer over zelfmoord slaat mij met verstomming. Maar ook dat over de doodstraf. Waanzinnig.
(Overigens hoor ik net op de radio dat Geert Bourgeois vindt dat het goed gaat met Vlaanderen. “Maar wij staan nog steeds in de file!” zeggen SP.A en Vlaams Belang.)
...
Wat zouden ‘normale’ (lees: acceptabele) cijfers zijn voor bovenstaande kwesties? Ik informeer even bij mezelf. Het cijfer over eenzaamheid vind ik nog het meest aanvaardbare van allemaal. Ik heb me in bepaalde periodes ook eenzaam gevoeld. Nu niet meer, maar toen ik werkloos thuis zat, ja, toen bij momenten wel. En in die periode zou ik ook niet te beroerd geweest zijn om mezelf bij die 1 op 4 te rekenen. Maar het blijft toch erg veel. Wie zijn die mensen? Vooral bejaarden? Werklozen? 1 op 4 is gewoon veel te veel. 1 op 8, een halvering, zou al veel normaler zijn. Ik denk trouwens dat je nergens in de wereld meer eenzaamheid vindt dan in het rijke, van sociale media doordrongen, westen.
1 op 4 Vlamingen heeft al over zelfmoord nagedacht. Wat een getal. Het is hoe dan ook geweten dat er in Vlaanderen/België een (veel) hoger zelfmoordpercentage is dan in onze buurlanden. Drie Vlamingen per dag, zes Belgen per dag, zoiets. 1 op 4 is echt veel te veel. Ook hier zou een halvering al veel normaler zijn. Of misschien 1 op 6. Het leven is nu eenmaal niet gemakkelijk, en ik heb zelf ook al over zelfmoord nagedacht, dus..
1 op 3 zou ongelukkig zijn (of ‘niet gelukkig’, dat is een verschil). Ik kan me daar iets bij voorstellen. Op andere momenten in mijn leven was ik ook ‘niet gelukkig’. Maar werkelijk ongelukkig? Da’s nog iets anders. Hier lijkt de vraagstelling me een beetje problematisch.
44% van de ondervraagden is bang voor een nieuwe Wereldoorlog. Dat zijn 440 mensen op 1000. Er zal wel vanalles schorten aan de vragenlijst, maar dat we als maatschappij in angst leven is intussen genoegzaam bekend en wordt hier opnieuw bevestigd. We zijn bang! Bang voor vanalles en nog wat. Ja, de angst zit er goed in. (Leest u rustig mijn stuk van gisteren over ‘De man die niet schoot’ van Vincent Merckx. Dat boek gaat ook over onze angst en paranoia.)
Maar echt bang zijn voor een Wereldoorlog? Ik alleszins niet. Ik denk dat Vlamingen (en bij uitbreiding westerlingen of gewoon Europeanen) vooral bang zijn van moslims. Het zou me niet verbazen mochten 3 op 4 Vlamingen aangeven (een beetje) bang te zijn van moslims. Het zou me eerlijk gezegd ook niet verbazen mocht de helft van de Vlamingen alle moslims het land uit willen hebben. En dan niet alleen de vluchtelingen, nee, gewoon álle moslims. Het zou me echt niet verbazen.
Wat mij natuurlijk naadloos bij de doodstraf brengt. Niet te geloven dat meer dan de helft van de ondervraagden die straf gerechtvaardigd vindt. Mocht ik de N-VA zijn, ik ging nog een versnelling hoger schakelen na dit nieuws. Die jonge gasten in Borgerhout? Doodstraf. 1 op 5 Vlamingen zou daarmee akkoord gaan. Zoiets.
Ach. De cijfers zijn ook maar wat ze zijn. Hoe is die enquête opgesteld? Is ze betrouwbaar? De Vlaming bedoelt het niet slecht, denk ik, maar hij is bang, zo vreselijk bang. Van in zijn tenen tot achter zijn oren. Bang voor wat hij niet kent en voor wat hij niet kan controleren. Bang om in te moeten boeten, om te verliezen wat hij heeft vergaard. Bang voor zij die hem komen bedreigen en bestelen. Bang voor al die rare talen die hij op straat hoort. Bang ook voor isolement; de angst dat iedereen hem vergeet. Tot en met geconnecteerd is de Vlaming, maar niettemin heel erg alleen van tijd tot tijd. Ik vrees dat we het onszelf met de technologie heel moeilijk hebben gemaakt (niet alleen wij Vlamingen natuurlijk). De technologie moest ons het leven gemakkelijker en dus aangenamer maken, maar ze is daarbij haar doel voorbijgeschoten. Ze heeft ons niet gelukkiger gemaakt, wel afhankelijker en misschien ook kwetsbaarder. Vatbaarder voor eenzaamheid ook. En door de wereld naar onze slaapkamer te brengen heeft ze ons banger gemaakt dan we rederlijkerwijs zouden moeten zijn. Of dat is toch hoe ik erover denk.

maandag 25 september 2017

24-9-2017 (De wijkagent die niet schoot)

Ik ben niet de grootste fan van Frabine Haegenboosere, maar voor het mooie woord ‘ochtendgrijs’, dat je in geen enkele andere context hoort, moet ik deze weertandem toch dankbaar zijn.
Het zou prettig zijn mocht een wijkagent niet op een zondagvoormiddag komen aanbellen. (Waarom werken die gasten überhaupt op zondag?) Ik zat nog in mijn pyjama in bed te lezen en moest mij inderhaast omkleden om er enigszins fatsoenlijk uit te zien. Het zou trouwens best kunnen dat er een muffe geur in de kamer hing; dat is weleens het geval wanneer het raam van je slaapkamer, die in mijn geval ook mijn woonkamer is, niet openstaat. En wanneer er plots een wildvreemde in je woning staat, valt het ineens ook op hoeveel rommel je alweer hebt opgestapeld. Mijn god. Maar er mogen verzachtende omstandigheden worden ingeroepen (niet dat dat ergens voor nodig is, in feite). Ik heb niet veel plaats om mijn spullen in weg te stoppen of op te leggen. Mijn kleine eettafeltje komt als vanzelf vol te liggen met allerlei spullen en ook de vloer - of zo gaat dat toch bij mij - ligt na verloop van tijd bezaaid met kranten, tijdschriften, sokken en schoenen. Zo’n wijkagent zal trouwens al wel erger gezien hebben.
Goh, wat zal ik eens zeggen over ‘De man die niet schoot’, de debuutroman van Vincent Merckx? Misschien is het goed als ik eerst zeg dat ik op Facebook ooit bevriend was met deze leeftijdsgenoot. Allebei schreven we tien jaar geleden recensies voor muziekwebsite Goddeau (ondertussen al enige tijd Enola genaamd) en dat is verder mijn enige link met hem. Toch voelde het aan alsof iemand-die-ik-ken een boek gepubliceerd had, toen ik ervan hoorde, en ik besliste dat ik het meteen zou gaan kopen, ook wel vanwege het thema, (g)een terreuraanslag op de Meir.
Ik moest ook een break nemen na 250 pagina’s ‘Infinite Jest’. Met nog 750 pagina’s te gaan in dat boek was ik even toe aan iets anders. Liefst een vrij dun boek dat ik in een dag of vijf zou kunnen uitlezen. En dat is me met ‘De man die niet schoot’ ook gelukt. 214 pagina’s in vijf dagen tijd. Precies waar ik aan toe was.
En was het een beetje de moeite? Ik kan maar geen duidelijk antwoord formuleren op die vraag. Ik ben nooit heel goed geweest in tussen de lijnen lezen en heb het gevoel dat ik een paar kleine dingen gemist heb in dit boek. Het uitgangspunt heb ik uiteraard wel meegekregen: een gewapende man loopt over de Meir en richt zijn pistool op tal van omstaanders. Mensen worden hysterisch en vluchten weg. Maar de man lost geen enkel schot en zo plots als hij gekomen is, zo plots is hij ook weer verdwenen. Hoe zag hij eruit en waaraan is hij te herkennen? De meningen lopen enorm uiteen. Uiteindelijk zullen er maar liefst 84 verschillende robotfoto’s worden verspreid. Maar liefst 4200 mensen zullen worden aangehouden en berecht als mogelijke ‘dader’. Dit boek gaat over zwaar uit de hand gelopen massahysterie. Over ongegronde paranoia ook. Naar ik aanneem niet geheel toevallig vindt de niet-aanslag plaats op 1 april (al wordt er doorheen het boek nergens verwezen naar de grappenmakerij waarom die dag bekend staat - de boodschap lijkt echter duidelijk). Vincent Merckx wil, denk ik, zeggen dat we als maatschappij stilaan dolgedraaid zijn en dat het minste of geringste genoeg is om onze geesten op hol te doen slaan. Alles is mogelijk, zoiets. En wellicht heeft hij nog gelijk ook.
Er wordt veel stilgestaan in dit boek. Bij wat er gebeurde op 1 april, maar ook in letterlijke zin: door de inwoners van de getroffen stad. Mensenmassa’s staan stil op straat als waren ze verlamd. In een koffiebar zitten mensen aan tafeltjes, maar ze raken hun koffie niet aan. Letterlijk. Onaangeroerde kopjes koffie worden in de wasbak leeggegoten. En op de Bosuil fluit een scheidsrechter een voetbalmatch van Antwerp op gang, maar de spelers komen niet in beweging. Niet na één minuut, niet na zeven minuten en niet na twintig minuten. De spelers staan roerloos op het veld. Straffe passage vond ik dat. Redelijk psychedelisch.
En ja, dit is ook wel een absurdistisch boek. Soms was het voor mij niet duidelijk of er een droom dan wel een werkelijke gebeurtenis beschreven werd. Vaak trok ik me daar ook niks van aan. Wel vond ik de staat van verlamming van de personages in dit boek af en toe vermoeiend. Merckx beschrijft een gewonde stad en haar paranoïde inwoners, maar tot een climax komt het nooit. Merckx brengt een mensenzee samen op de Groenplaats. Allen hebben ze een pistool in hun hand en allen houden ze dat gericht op de persoon naast hen. Maar niemand schiet. Het lijkt wel een performance of een flashmob. Mensen lopen gewapend maar stilzwijgend door de straten. De stad ligt stil, ook een half jaar na de aanslag nog.
Het hoofdpersonage in dit boek voelt zich een buitenstaander. Met verstomming geslagen kijkt hij naar wat er om hem heen gebeurt. Wanneer hij struikelt op straat en daarbij tegen een van de talrijk aanwezige militairen aan valt, wordt hij meteen hardhandig tegen de grond gewerkt en in de boeien geslagen. Hij krijgt een enkelband om en wordt beschouwd als een mogelijke man-die-niet-schoot. Verder blijft hij gewoon werken in de koffiebar waar niemand komt en waar zij die er komen hun koffie niet aanraken.
Het is natuurlijk verleidelijk om naar vergelijkingen te zoeken met het échte Antwerpen. Vertoont de burgemeester die in dit boek wordt opgevoerd gelijkenissen met meneer De Wever? Hoegenaamd niet. Dit is geen politiek boek. De burgemeester is een man in een rolstoel. Van kindsbeen af was hij niet in staat om in een bocht te lopen, hij kan enkel rechtdoor. Hij werd verkozen met de slogan “Altijd rechtdoor”. Zit hier meer achter dan enkel de voordehandliggende symboliek? Is dit op een of andere manier Bart De Wever? Natuurlijk niet. Vincent Merckx kijkt wel uit. Hij werkt tenslotte bij de VRT-nieuwsdienst.
Ik heb dit boek met aandacht gelezen, maar op een bepaalde manier weet ik uiteindelijk niet wat ik ermee aanmoet. Ja natuurlijk, we moeten uitkijken met paranoïde reacties op non-gebeurtenissen - vanzelfsprekend. En misschien is dit boek ook een kritiek op de huidige staat van de westerse wereld, waarin wij leven in angst; angst voor meer aanslagen waar we hoogstwaarschijnlijk nooit het slachtoffer van zullen zijn. Dat doet me er aan denken dat dit boek misschien zelfs als een satire gelezen kan worden. Nee, inderdaad, ik ben er echt niet helemaal uit. Lees het vooral zelf eens zou ik zeggen. Recensies vind ik er op internet voorlopig helaas niet over terug.

zondag 24 september 2017

22-9-2017 (Mijn meest geslaagde Facebook-post)

Kim Jong-Un heeft Donald Trump een ‘geestesgestoorde oude gek’ genoemd. Kijk, dat is nu eens nieuws dat ik wél wil vernemen. Er is te weinig nieuws waarvan een mens gaat glimlachen. En het is toch alweer van Berlusconi’s “Angela Merkel heeft geen neukbare kont” geleden dat een politicus nog eens iets interessants te vertellen had.
Je zal het altijd zien. Wil je voor het eerst in je leven een Dag allemaal kopen, zit er niet genoeg geld in je portefeuille.
Ik ging naar de bakker en vroeg om een worstenbroodje. “Warm?” ”Ja, graag.”
Na een halve minuut haalde de mevrouw het worstenbroodje uit de oven en vroeg ze: “Wat mag het zijn voor u?” Blijkbaar was dat haar manier om te zeggen “Dat zal het zijn?”
Verwarrende ervaring.
“Ik zit op de bus.”
“Ik ben thuis.”
“Ah oké, chill.”
“Waar zit ge?”
“Op de bus nog altijd.”
“Ik thuis.”
“Ah oké.”
Kan iemand mij zeggen waarover die pubers de hele tijd aan ‘t sms’en zijn? Het moet toch érgens over gaan?

23-9-2017
Ik heb een dag of tien geleden in mijn studio een dansnummertje opgevoerd en de webcamregistratie daarvan heb ik samen met een van mijn teksten op Facebook gepost. Ik danste op ‘Korolev’ van Public Service Broadcasting. Dat wilde ik gewoon nog eens even in herinnering brengen, omdat ik die bewuste Facebookpost als een van mijn meest geslaagde Facebookposts aller tijden beschouw, en dat wil natuurlijk wel wat zeggen, na bijna tien jaar Facebook.
(Dus, ICYMI: de bewuste Facebookpost is terug te vinden op mijn tijdlijn.)
(En u, welke Facebookpost(s) beschouwt u als uw meest geslaagde?)
(U gaat toch zeker niet beweren dat u over zo’n dingen nooit nadenkt?)
Dat een Europees kampioenschap in Azerbeidzjan kan plaatsvinden, illustreert voor mij wat er mis is met deze wereld. Heel veel dingen zijn nep en bijna alles is geld. Azerbeidzjan hoort niet bij Europa, het ligt in (Centraal-)Azië. Daar zijn we het toch wel allemaal over eens, of niet?

zaterdag 23 september 2017

21-9-2017 (Over Mauro en Jeugdje)

Ik heb te lang gewacht om mijn droom op te schrijven. Nu herinner ik me enkel dat er gedanst werd. En het zou kunnen dat ik ook droomde wat volgt.
Ik figureerde in een film vol vrolijke, jonge, dansende mensen. Maar het was níét zo gay als het klinkt. Het was echt leuk, ik was enthousiast.
Ik chatte/belde met een vriend en plots stond hij bij mij aan de deur. Daar was ik niet op voorzien en ik vond het een beetje onaangenaam. Ik ging met hem mee, maar ik weet niet meer waar naartoe. Hij was nauw bij die ‘dansfilm’ betrokken en (ook) heel enthousiast.
Een Mauro Pawlowski-lookalike (of Mauro Pawlowski zelf) ging op bezoek bij een onbekende vrouw (allemaal in het kader van die dansfilm?). Die vrouw gedroeg zich vreemd en maakte een stugge indruk terwijl ze Pawlowski een soort rondleiding gaf door haar huis. Op de bovenverdieping knipte de vrouw plots het licht uit en het werd er stikdonker. De vrouw zei tegen Pawlowski dat hij langs ‘hier’ het huis mocht verlaten. “Maar hier is alleen een raam”, stelde Pawlowski schrikachtig vast, waarop de vrouw hem een duw gaf. Pawlowski viel door het raam en kon nog net de vensterbank vastgrijpen. Onder hem bevond zich het schuine duik van een schuur. Hij probeerde in te schatten of dat dak zijn val zou kunnen breken. Hij viel.
Elders ging het dansen gewoon door. Er waren heel wat Vlaamse acteurs bij het project betrokken.
De ballekes in de tomatensoep van café Van de Velde zijn niet meer wat ze geweest zijn. Sinds kort zijn ze minder zout en (dus) gewoon minder smakelijk. Het gaat zo ver dat ik overweeg om geen tomatensoep met ballekes meer te bestellen in café Van de Velde. Misschien de korstjes eens uitproberen? De soep zelf blijft immers zeer lekker, het zijn de ballekes die van hun pluimen verloren hebben. Ik zit er echt een beetje over in, want, man, ik vond die ballekes lékker. Ik kon er zo van smullen. But not anymeur, zoals mijn vriend W. het zou zeggen, waarmee hij, denk ik, een personage uit een Britse comedy-reeks parafraseert.
Het zit ‘m in van die kleine dingetjes. Je wil ‘Broertje ik heb je’ van De Jeugd van Tegenwoordig horen, maar die cd ligt thuis bij je moeder en via Spotify heb je dat nummer niet offline gehaald. Of je wil een Q&A-sessietje op Facebook houden via de livevideo, maar dat kan nu net niet want je hebt geen verbinding en om nu op een openbare plaats een Q&A te gaan zitten houden, dat zou wel een beetje héél raar zijn. Het zijn zulke kleine dingetjes die je eraan herinneren hoe handig internet kan zijn. Maar verder hoor je de mondscheten van Den Theo wel gewoon even kort in het radionieuws in plaats van er -tig opiniestukken over te gaan zitten lezen. Dat dan weer wel.
Ik stond op de bus te wachten toen een vrouw van een jaar of vijftig in mijn buurt kwam staan en mij vragend leek aan te kijken. Dus ik vroeg of ik van hulp kon zijn. “Ruikt gij iets aan mij?” vroeg ze met een Limburgs accent. Ze kwam dichter bij mij staan en vroeg nogmaals of ik iets rook. “Ik ruik niks, mevrouw”, zei ik naar waarheid. “Wat zou ik moeten ruiken, misschien?” “Ik heb vis gebakken en mijn hele keuken ruikt naar vis. Dus ruik ik nu misschien ook naar vis. Ruikt ge dat niet aan mij?” Ze draaide een pirouette zodanig dat ik haar van voor én vanachter kon besnuffelen mocht ik dat gewild hebben, maar, nee, ik kon echt niks aan haar ruiken. “En ik ben nochtans gevoelig voor geuren, dus ik denk dat ge u geen zorgen moet maken.” De vrouw leek nog niet volledig overtuigd, maar mijn woorden stelden haar precies toch wat meer op haar gemak. Ik herhaalde daarom nogmaals dat ik echt niks aan haar kon ruiken en al helemaal geen vis. Dat bleek dan toch te volstaan en mevrouw bedankte mij voor het delen mijner bevindingen. We wensten elkaar nog een fijne dag, terwijl ik nog steeds op mijn bus wachtte en zij verder richting stadscentrum liep. Overigens maakte deze vrouw op mij niet de indruk knettergek te zijn. (Dit gebeurde trouwens op dezelfde plek als die waar ik enkele dagen geleden een vrouw de veters van haar vriend/man/broer zag knopen. Toch geen onbelangrijk detail, me dunkt. Er valt daar duidelijk wat te beleven op die plek.)
Nog dit over De Jeugd van Tegenwoordig (samen met Elbow en The National wellicht mijn favoriete groep van de laatste vijf à tien jaar): het meesterbrein van dat gezelschap is ongetwijfeld Bas Bron. Wat die man uit zijn synthesizer tovert, daar kan Daft Punk nog van bijleren. Ja, akkoord, Wiwa, Vièze Fur en Faberyayo zijn elk op hun manier ongelooflijk zalig, maar zonder de muziek van Bas schiet er van Jeugdje niet veel over. Mocht je de lyrics van de tracks halen, ik zweer dat je zou geloven dat je naar nieuw werk van Daft Punk zat te luisteren. Dat wilde ik toch even kwijt.

donderdag 21 september 2017

19-9-2017 (Een woordenloos loeiende moslima)

In een droom vlak voor het wakker worden, vierde ik mijn verjaardag. We waren met enkele vrienden uit het middelbaar (ik droom héél vaak over ex-klasgenoten uit het middelbaar - God weet waarom), we waren met enkele klasgenoten in een supermarkt. Plots verschijnt de moeder van een klasgenoot ten tonele en ze zegt dat ik mee moet komen. Ik vind dat raar, maar ben wel nieuwsgierig. Ze loopt naar een afdeling en neemt iets van een rek - een pluchen kikker. Ze duwt mij de knuffelkikker in de handen. “Ik heb gehoord dat ge verjaart, hier een klein cadeauke”. Als ik op de buik van de kikker duw, hoor ik het ruisen van de zee. Ik kan me alleen maar afvragen wat hier in hemelsnaam allemaal aan het gebeuren is.
20-9-2017
Ik droomde heel eng. Ik zat bijna helemaal achteraan in een grote zaal, eerder een overdekte tent, we zaten op klapstoelen als ik me niet vergis, waar een moslimvrouw zou komen uitleggen waarom ze niet wil dat haar dochters met een westerling trouwen. Deze vrouw besteeg in lang gewaad het podium en leek in een trance te verkeren. Zij vatte een luid en woordenloos gezang aan, misschien is ‘geloei’ een accuratere omschrijving, als wilde zij demonen bezweren. Dit had veel weg van een performance, of een duiveluitdrijving. De naam Diamanda Galas, een avant-gardistische kunstenares/zangeres, schoot door mijn hoofd. Dit loeiende gezang hield een tijdlang aan en toen het stopte keek de vrouw vol vuur de zaal in en leek ze van mening te zijn dat ze haar boodschap had overgebracht. Met een vernietigende blik (zo kan ik het nog het best omschrijven) keek ze ook naar het achterste deel van de zaal, waarin ik zat. De vrouw verliet het podium. Ik kon niet geloven dat ik net had gezien wat ik had gezien. Toen besteeg de vrouw opnieuw het podium. “Ik wil niet dat mijn dochters met een westerling trouwen”, sprak zij luid. “Wij moslims trouwen binnen onze eigen gemeenschap.” De tent stond stilaan in rep en roer. Wat doet die vrouw in het westen als ze westerlingen veracht, vroeg ik me luidop af.
Nadien bleken er in de zaal video-opnames te zijn gemaakt van ieders individuele reactie op het woordenloze, luide en bijna dreigende gezang van de vrouw. Er werd mij gevraagd om de registratie van mijn eigen reactie te bekijken. Ik zag mezelf zitten met openhangende mond en wijdopengesperde ogen, secondenlang verstijfd van ontzetting en ongeloof door wat er op het podium gebeurde. De beelden die ik zag gaven helemaal uitdrukking aan hoe ik me daar op dat moment in de zaal had gevoeld.. “Wat vind je nu zelf van je reactie, Alexander”, vroeg een docent van wie ik les krijg mij (het leek erop dat zij zelf al een oordeel, en een eerder negatief, over mijn reactie geveld had).
Ik murmelde wat onverstaanbaars, volledig in de war door wat er allemaal was gebeurd.
Daar eindigde deze droom.

maandag 18 september 2017

17-9-2017 (Bangelijke dromen, zalige culinaire recensies)

Ik droomde dat ik 140 euro vond op een groot plein dat iets weghad van het Leuvense Sint-Jacobsplein. Het plein uit mijn droom was echter nog wat groter en groener. De bezitter van de 140 euro was nog in zicht, maar hij had zichtbaar veel haast. Ik wilde net een spurtje trekken om hem in te halen en hem zijn geld terug te geven, toen er een Nepalees/Pakistaans uitziende man (type nachtwinkeluitbater) op mij afkwam. Die vond het een onzinnig idee om dat geld terug te geven. ‘Wij’ hadden dat geld toch gevonden? ‘Wij’ konden dat geld toch onder ons verdelen? Ik was niet op mijn gemak en voelde dat deze man bereid was om mij dat geld met geweld afhandig te maken. Ik sputterde nog wat tegen, maar stelde uiteindelijk voor om het bedrag te verdelen, elk de helft. Daar kon hij blijkbaar vrede mee nemen. Ik ging snel weg en verachtte mezelf om wat ik had gedaan.
Verderop in dromenland probeerde ik door op allerlei manieren leuk te doen in het gevlij te komen bij een meisje met wie ik tijdens het middelbaar in de klas heb gezeten. Ze leek maar half onder de indruk, maar dat gaf mij de moed om te volharden. Ik zong en danste en deed onnozel. Ik draaide een halve minuut als een tol in het rond tot ik niet meer op mijn benen kon staan. Ondertussen was een man die ik recent heb leren kennen erbij komen zitten - we zaten in een soort treincoupé - en die moest helemaal niet zoveel moeite doen om mijn voormalige klasgenote aan het lachen te krijgen, al was ze nog steeds weinig van zeg. Het gekke was dat ik haar doorlopend aansprak met een naam die op de hare leek, maar niet de hare was (zoals bijvoorbeeld Katrien en Katrijn). Ik besefte dat pas toen ik een liedje voor haar zong waarvan ik dacht dat de titel haar naam was, tot ik me realiseerde dat zij in feite zo niet heette. Hoe lullig. Ik wilde zo graag dat ze mij leuk vond, maar het lukte niet.
De meeste van mijn dromen lopen slecht af, maar bij het ontwaken vind ik ze allemaal even geweldig.
Het is zondagmiddag. De kamer is licht, de zon schijnt door het raam op de linkerkant van mijn hoofd - lekker. Ik eet een spiegelei. Alle drie eieren zijn perfect geklutst. Dat had je mij twee jaar geleden niet moeten vragen. Een hele begripvolle vrouw heeft mij geleerd hoe ik een ei moet klutsen. Ik zal haar daar eeuwig dankbaar voor zijn.
Ik luister naar ‘Take Me Home’ van Sophie Ellis-Bextor en lees De Standaard Magazine van 1 april van dit jaar. Een paginagrote afbeelding van een fotogenieke hond met een rosse pruik. Zalig. Gelukzaligheid. De zon valt nog steeds op mijn wang. Ik scheur de afbeelding van de hond zorgvuldig uit het magazine en plak ze met plakband tegen de muur, naast mijn kaartjes. Fijn. Ik kijk ernaar vanuit mijn zetel en zie dat het goed is. Sommige mensen die mij heel goed kennen zouden zeggen dat ik ‘goe(d) bezig’ ben en waarschijnlijk hebben ze dan ook gelijk. Voor een van die mensen ga ik een cadeau bestellen. Ik ben zelf ook benieuwd naar hoe dat cadeau er precies zal uitzien. Ik luister opnieuw naar ‘Take Me Home’ van Sophie Ellis-Bextor. Guilty pleasures bestaan niet. De Standaard Magazine (het ‘lifestyleboekske’ of het ‘vrouwen- en homoboekske’ van De Standaard) is ook geen guilty pleasure. Dat is gewoon goed gemaakt en leuk om te doorbladeren. Zo lees ik graag de culinaire recensies van Bruno Vanspauwen. Hij bezoekt een restaurant en doet nadien verslag van zijn bevindingen. Ik hou daar wel van. Het is een wereld die ik niet ken en ook niet hoef te leren kennen, maar Bruno gunt mij een glimp van de zwarte truffels, de koud gemarineerde sardines en de gekonfijte citroen. Ik zie een fotootje van Naomi Canpbell, zie de naam Charlize Theron passeren, beslis die een te googlen. Maar niet nu, ah nee, ik heb geen internet hier. Aaah, die stilte, die rust. Schrijfster Annelies Verbeke vertelt dat ze zo kan genieten van een hoofdmassage. Ja, dat kan ik me voorstellen. Ik wil ook een hoofdmassage. En ik wil dat de zon op mijn wang blijft schijnen. Forever.

zaterdag 16 september 2017

15-9-2017 (11 september)

Gisteren plaatste ik nog eens een reactietje op een post van een Facebookvriend over het ranzige taalgebruik van Theo Francken. Terwijl ik die reactie typte, besefte ik hoe nutteloos dat was. Ik deed het enkel en alleen voor mezelf (ik bedoel dat niemand er op zat te wachten, dat er geen haan naar zou kraaien). Misschien zou iemand het ‘leuk’ vinden’ - oh, wat begin ik dat woord 'leuk' te haten - en heel misschien zou iemand er zelfs op ‘reageren’. Maar in godsnaam wat deed het er toe? Alsof ik op een of andere manier met die reactie iets kon ‘bijdragen’ of iets kon ‘in gang zetten’.
Hahaha! De gedachte alleen al.
Theo komt ermee weg, met zijn ranzige taalgebruik, het is niet moeilijker dan dat. En wat gaat Alexandertje daar tegen beginnen? Aha, ik dacht het al: just niks. Dan maar zo weinig mogelijk aandacht besteden aan Theo. Stekker uit het stopcontact, bye bye politieke actualiteit.
(Ik heb vandaag ook niet meer gekeken of ik daadwerkelijk een like heb gekregen voor mijn reactietje. Had ik natuurlijk moeten doen. Dju! Waarom voel ik me nog zo weinig betrokken bij de vierhonderdachtenzestigste discussie over het taalgebruik van Theo Francken? Oh juist, ik weet het weer: omdat al dat palaveren op Facebook geen f*** verschil uitmaakt. Dáárom.)
Ik zag een jongeman, een jaar of 27, heel net gekleed (hemd in de broek, das, bijpassende vest) met zijn rechterbeen naar voren op het voetpad staan. Aan zijn voeten zat een jonge, al even opgeklede, vrouw (zijn vriendin?) op haar hurken de veters van de mooie bruine, lederen schoenen van de jongeman te strikken. Het bood een hele rare aanblik. Een jongeman die in het openbaar op zijn dooie gemak om zich heen kijkt terwijl zijn vriendin zijn veters strikt. Eerst de rechterschoen en daarna de linker. Dit duurde toch zeker een kleine minuut. Ik had er een foto van willen maken, het zag er zo gek uit. De jonge vrouw had een middellange rok aan en doordat ze op haar hurken zat, waren haar benen tot boven haar knieën ontbloot. Mooie benen, moet gezegd. Ja, dat was me een fotogenieke minuut. (Overigens maakte die jongeman op mij niet de indruk dat hij niet zelf in staat zou zijn om zijn veters te strikken.)
11 september (of Nine Eleven, zoals ze die dag in de Verenigde Staten noemen). Het is zo’n dag die bij niemand één enkele gedachte zal oproepen. Daardoor staat 11 september in schril contrast met bijvoorbeeld 4 oktober (Werelddierendag), 28 december (Onnozele kinderen) of 6 januari (Driekoningen). In schril contrast ook met 31 juni (de dag van de onhandige secretaresse), 18 januari (de dag waarop Kevin Costner en ikzelf jarig zijn) of 1 april (de eerste dag van de maand april). Maar 11 september, nee, dat is een dag zonder verhaal. Een dag waaraan geen herinneringen vasthangen, een banale dinsdag waarop je Jehova’s getuigen aan de deur krijgt en hen wandelen stuurt.
Tót! Tot er dan plots iets verschrikkelijks gebeurt op zo’n elfde september. Een dramatische, apocalyptische gebeurtenis die de toekomst van de wereld in een andere plooi legt en waarover nog vele decennia zal worden gesproken. Een gebeurtenis waarop ‘s werelds meest erudiete intellectuelen hun licht zullen laten schijnen. Ja, natuurlijk, u raadt het al, over welke elfde september heb ik het anders dan over 11 september 2017, oftewel maandag jongstleden. Afgelopen maandag, 11 september, was immers de dag waarop een mede-bewoner van de residentie waarin ik woon verschillende materialen op de gemeenschappelijke vuilnisplaats gedeponeerd heeft die daar niet thuishoren en die hij of zij in feite naar het containerpark had moeten brengen. Onze syndicus spreekt in een niet mis te verstane open brief over een daad die “niet kan” en belooft op zoek te zullen gaan naar “de persoon of personen die dit zouden gedaan hebben”.
Nou! Da’s niet van de poes. 11 september (of Nine Eleven, zoals ze die dag in de Verenigde Staten noemen) staat nu wel voorgoed in mijn geheugen gegrift.

donderdag 14 september 2017

13-9-2017 (Tist de dove componist)

Uit ‘Infinite Jest’: een man die ervan overtuigd is dat er in de wereld maar een beperkt aantal mannen gelijktijdig een erectie kunnen hebben. Telkens wanneer hij een erectie heeft, voelt hij zich schuldig tegenover mannen die in andere delen van de wereld in moeilijkere omstandigheden moeten leven dan hij. Hij vindt dat die mannen het meer ‘verdienen’ om van een erectie te ‘genieten’.
Dit schuldgevoel vergelijkt David Foster Wallace met dat van de hoogopgeleide groene jongen die een bontmantel draagt.
Ik luisterde met mijn nieuwe koptelefoon naar Radio 1. Ze speelden een nummer van Jamiroquai. Wat een Stevie Wonder-rip off is me dat toch. Maar ach, Stevie Wonder is blind dus hij zal er wel geen graten in zien. Blinde mensen bekijken dingen vaak op een andere manier. Ze zien de dingen vaak door een zwarte bril en lijken nergens van op te kijken. Ze doorzien je meteen als je hen scheef bekijkt terwijl ze lopen te windowshoppen. Het gekke met blinde mensen is dat ze veel bekijks hebben, maar op hun beurt nooit iemand lopen aan te gapen. Het zijn mensen met manieren. Je zal hen bijvoorbeeld nooit met open mond een mooie vrouw zien nastaren. Niet dat alle blinde mannen homofiel zijn, nochtans. Ze zijn meer het soort man zoals mijn vriend Tist. Tist is een dove componist en ofschoon hij er graag bijhoort, luistert hij meestal maar met een half oor naar wat je te vertellen hebt. Tist is vaak pissed omdat hij tot over zijn oren in het werk zit. Wanneer ik hem dan onoordeelkundig aan een kruisverhoor onderwerp gaan zijn oren tuiten. Wel maken Tist en andere dove mensen de beste muziek ter wereld. Dat merk je bijvoorbeeld op Tomorrowland. Alle DJ’s die daar draaien hebben een vrij goed functionerend gehoororgaan en stuk voor stuk maken ze slechte muziek. Hoe minder goed zo’n DJ hoort, hoe beter de muziek. Neem bijvoorbeeld Laurent Garnier. Die was bijna doof toen hij ‘The Man With The Red Face’ componeerde. Een tijdloze wereldhit. Dus, dove mensen zijn sowieso de beste DJ’s. Zij doen het nog zoals het hoort.
Laatst zag ik een blinde en was me dat een ambetante vent, zeg. Ik kreeg het meteen met hem aan de stok. Dove mensen zijn goeie DJ’s en blinde mensen zijn paljassen die maar beter voor mij uit hun doppen kijken. Als ze het willen inzien tenminste. In tegenstelling tot de blinden kan elke dove medemens van mij een cadeau krijgen. Een Fnacbon ter waarde van 20 euro bijvoorbeeld. Ik wil de CD-industrie graag levend houden. En voor doven die daar geen oren naar hebben koop ik deosticks. Van Dove. Die ruiken heerlijk. Deosticks van Dove doe ik ook weleens aan normale mensen cadeau. Laatst nog aan mijn nieuwe onderbuurvrouw, mevrouw Stinckens. Ik vind het leuk om mijn buren met cadeaus te plezieren. Meneer Neuckermans, mijn bovenbuur, heb ik bijvoorbeeld een opblaaspop cadeau gedaan waar ik zelf veel plezier aan heb beleefd in de tijd dat ik nog samen was met mijn ex. Op mijn beurt - ‘beurt’, haha - heb ik van Benny (meneer Neuckermans heet Benny met zijn voornaam) een hoogwaardige koptelefoon cadeau gekregen. Dat is de koptelefoon waarmee ik naar Radio 1 zat te luisteren toen ze Jamiroquai speelden. Erg handig, die koptelefoon, want Benny is altijd met vanalles bezig en dat brengt soms wel wat gebonk en ander lawaai met zich mee. Benny is kinderloos trouwens, omdat zijn vrouw, Conny, onvruchtbaar is. Ze hebben nu een hondje genomen: Danny. Danny Neuckermans.

woensdag 13 september 2017

11-9-2017 (Terug naar school als een positivo)

Dopamine. Onthoud dat woord.
Vanaf morgen ga ook ik terug naar school. Een cursusblok, een map en een balpen had ik al, een markeerstift ben ik moeten gaan kopen, alsook ‘boterhampapier’ om mijn middagmaal in op te bergen. Later deze week koop ik misschien zelfs een brooddoos.
Serge Simonart. Onthoud die naam. Serge Simonart, oftewel de man die zijn volk de wenkbrauwen leerde fronsen. Hij heeft Tori Amos geïnterviewd en bewijst in Humo dat zij twee dit jaar samen Kerstmis zouden kunnen vieren, mocht Serge daar zin in hebben. (Een mopje over Bowie en Prince zou nu veel te gemakkelijk zijn, dus dat doe ik maar niet.)
Er is mij in de artikels van Simonart iets opgevallen. Hij stelt geregeld nogal rare, bijna gênante vragen en hoewel je zou veronderstellen dat zijn interviewees daar al even raar op reageren (“wat een vreemde snuiter, die Serge”), schijnen ze altijd precies te begrijpen wat hij bedoelt en lijken ze hem slim, interessant of grappig te vinden. Uiteraard doet Simonart hiermee de waarheid geweld aan. Hij stelt wellicht - maar met hem weet je natuurlijk nooit - vrij normale vragen en geeft daar in zijn artikels dan een interessantdoenerige draai aan. Zo begint hij tegen Tori Amos: “Een paar dingen zijn veranderd sinds we elkaar voor het laatst zagen: we zijn allebei ouder geworden, én ik tolereer niet langer vage, zweverige antwoorden.” Zou hij dat echt gezegd hebben? Zou hij het woord ‘zweverig’ gebruikt hebben? In geen enkele context heeft dat woord een positieve betekenis. Dus Simonart hangt tegen Tori Amos de bad boy uit? Ik geloof er just niks van.
Overigens moest Tori Amos (blijkbaar) heel hard lachen met Simonarts eis om heldere antwoorden. Het zal wel, Serge, het zal wel.
Omdat we fans voor het leven zijn: nog meer Simonart. Viel ik me daar toch wel steil achterover van zijn optreden, enkele weken geleden, in het Radio 1-programma ‘Interne keuken’. Jeetjemina, nooit zoiets gehoord, nooit zoiets meegemaakt. Wat een vreemde, karaktergestoorde vent. Hij noemt zichzelf halverwege dat gesprek met zijn kenmerkende zeurstem een onverbeterlijke optimist, maar heeft tegen dan al wel een uur lang liggen kankeren over zowat alles wat volgens hem eigen is aan de postmoderne wereld. Esthetiek die verloren gaat. Mensen die dommer en oppervlakkiger worden. Kinderen die van nature lui zijn en dus geconditioneerd moeten worden, want anders loopt het slecht met hen af. En ga zo maar door. Een quasi door en door negatief mens- en wereldbeeld. Edoch, we hebben wel degelijk te maken met een echte ‘positivo’ (ook weer zijn woord). Je moet het gewoon gehoord hebben om het te geloven.
Een dokter moet dringend een diagnose stellen, zodat we voorgoed weten wat er met die Simonart aan de hand is. Is hij misschien autistisch? Of is hij een narcist? Kan hij er iets aan doen of niet? En hoe doe je dat, leven zonder tot humor in staat te zijn? Zoveel interessante vragen voor deze miskende Grootste Belg.
12-9-2017
Op de vraag hoe wij tegenover een ‘diverse samenleving’ staan, was het wenselijke antwoord duidelijk: positief. Ik ga akkoord, maar wil daar toch ook een bedenking bij maken. De diverse (of superdiverse) samenleving moet gecoördineerd worden, anders zwalpt ze maar wat aan en gaan we de facto nergens naartoe, behalve naar een staat van segregatie tussen verschillende etnische gemeenschappen (een beetje zoals het nu is, eigenlijk). We moeten niet aan diversiteit doen óm aan diversiteit te doen. Als je het doet, doe je het beter goed.
Een jongen in mijn groep vond de diverse samenleving een goede zaak al was het maar omdat er vanuit het buitenland veel goede voetballers ons land kunnen binnenkomen die veel goals kunnen maken voor zijn favoriete voetbalploeg. “Oké”, zei de docent, “en wat vinden jullie nóg positief aan een diverse samenleving?”
Ja, het was best een lollige dag in de klas.