Ik kleed je uit. Met mijn woorden en mijn woorden. Met altijd maar die woorden. Je moet er maar niet op letten. Je staat al in je blootje, maar je moest er maar niet op letten. Dat ik schrijf als Arnon Grunberg. En dat ik niet meer kan stoppen. Dat ik een oudere man ben dan dat ik zou willen. En dat ik zijn trui draag en dat ik daar zelf voor koos.
Je moet er maar niet op letten dat ik je in de eerste plaats als inspiratie voor een gedicht beschouw. Een gedicht dat ik overigens naar alle waarschijnlijkheid niet zal schrijven. Dat is het zowat. Wie ik ben en wat ik doe. Ik ben een ondernemer in sloopwerken. Ik sloop mensen. En dan vraag ik me af waar het verkeerd ging.
Je moet er maar niet op letten dat ik weer eens raar uit de hoek kom. Jouw hoek is de mijne niet, denk ik dan. En jij gaat weg, nog verder en verder, en ik denk 's ochtends na over wat er verkeerd ging. Ik word daar mee wakker. Al hoestend en snuivend word ik wakker. Zonder. En dan ga ik mijmeren. Dan kijk ik naar filmpjes. Dan hoop ik dat jij je hoofd om de deur steekt. Dat jij door het raam naar binnen komt vliegen. En dat je zegt dat ik mooi kan zingen. En dat je zegt dat je morgenavond komt dineren. Maar je komt niet.
En je blijft lang weg. Steeds vaker moet ik horen dat ik niet wanhopig hoor te worden. Steeds korter wordt de rest van mijn leven. En jij hebt mij steeds meer onder je knoet. Ik kom je vanavond zoeken. Ik zal niet slapen voor ik je vind.
dinsdag 30 oktober 2007
zondag 21 oktober 2007
Decor
"In de stad kan je ook eenzaam zijn," sprak ze docerend, het ELDA-regeltje daarmee onbewust respecterend. Ze had dat zelf meegemaakt, die eenzaamheid. Ze had zelf ook wel eens een eenzame avond op haar luttele vierkante meters doorgebracht. Hoewel je het haar niet zou aangeven, had ze wel eens geweend, op zo'n avond.
Nu was het mijn beurt en ze rakelde herinneringen op. Daarbij negeerde ze schijnbaar onbewust dat zij een andere persoon was dan ikzelf. Of het leek haar niet te storen. Misschien was de monoloog die ze wilde voeren, die misschien al zo lang op haar lippen bestorven lag, gewoon te mooi om 'm te laten liggen. Misschien moést ze 'm afsteken, kon ze niet weerstaan aan de drang van die heerlijke woordenstroom.
Vanuit poëtisch oogpunt kon ik er mee leven, maar de uitspraken over "haar" tijd en het nietige dat ik daar persoonlijk mee aankon, begon me naderhand te irriteren.
Dat vond ik dan wel weer onmiddellijk jammer, omdat ik besefte dat ze het goed met me voorhad en dat ze eigenlijk niets anders wilde dan dat ik het goed zou doen en dat ze trots op me kon zijn. Als ze dat tenminste al niet was. Haar stem klonk anders, sinds een tijd; meer benieuwd en losser. Ze had met haar stem een nieuw hoofdstuk aangesneden.
Ik liet haar uitspreken, pakte mijn rugzak en liep naar buiten in de winterjas die
nu ook definitief van kapstok zou veranderen. Het was bevrijdend, met elke pas ging ik dieper ademen, ging ik meer naar mijn eigen wereld. En langzaam werden alle dingen luider en gingen auto's aan het rijden. Eindelijk zag ik weer mensen praten op straat en kon je weer van enige bezigheid spreken.
Zij zit nu in haar fauteuil en denkt aan morgen, als de dag weer begint en wat ze dan moet doen. Ik denk aan haar en hoe ze stilaan verdwijnt in een decor van poëzie dat ze zelf vorig weekend nog aan een restyle onderwierp.
Nu was het mijn beurt en ze rakelde herinneringen op. Daarbij negeerde ze schijnbaar onbewust dat zij een andere persoon was dan ikzelf. Of het leek haar niet te storen. Misschien was de monoloog die ze wilde voeren, die misschien al zo lang op haar lippen bestorven lag, gewoon te mooi om 'm te laten liggen. Misschien moést ze 'm afsteken, kon ze niet weerstaan aan de drang van die heerlijke woordenstroom.
Vanuit poëtisch oogpunt kon ik er mee leven, maar de uitspraken over "haar" tijd en het nietige dat ik daar persoonlijk mee aankon, begon me naderhand te irriteren.
Dat vond ik dan wel weer onmiddellijk jammer, omdat ik besefte dat ze het goed met me voorhad en dat ze eigenlijk niets anders wilde dan dat ik het goed zou doen en dat ze trots op me kon zijn. Als ze dat tenminste al niet was. Haar stem klonk anders, sinds een tijd; meer benieuwd en losser. Ze had met haar stem een nieuw hoofdstuk aangesneden.
Ik liet haar uitspreken, pakte mijn rugzak en liep naar buiten in de winterjas die

nu ook definitief van kapstok zou veranderen. Het was bevrijdend, met elke pas ging ik dieper ademen, ging ik meer naar mijn eigen wereld. En langzaam werden alle dingen luider en gingen auto's aan het rijden. Eindelijk zag ik weer mensen praten op straat en kon je weer van enige bezigheid spreken.
Zij zit nu in haar fauteuil en denkt aan morgen, als de dag weer begint en wat ze dan moet doen. Ik denk aan haar en hoe ze stilaan verdwijnt in een decor van poëzie dat ze zelf vorig weekend nog aan een restyle onderwierp.
zaterdag 20 oktober 2007
Scène
Troubadours. Mensen die nergens wonen. Mensen die ergens tegen een muur staan en als je met je ogen knippert staan ze daar plots niet meer. Ik zal nooit zelf zo iemand zijn, maar soms doe ik heel even m'n best en leef ik heel even in de illusie dat ik zo iemand ben.
Ik eet een hamburger en loop niet helemaal in een rechte lijn over het voetpad. Het is 18u en zaterdag. Het is veel te koud, sinds de ochtend al, en het gaat niet beter worden op korte termijn. Mijn hamburger lekt en ik hou er een serviette onder. Mijn neus is een ijsklomp en ik ben een leunende schooier tegen de metalen pilaar van een complex van een van Belgiës rijkste bedrijven. Ik denk aan mijn moeder die het misschien niet gelooft, ik denk aan niet zo heel lang geleden toen dit alles, dit mistroostige, dit zelfgekozene, nog allemaal niet nodig was.
Het is wat, een hond willen zijn. Ik las een interview met een man die niet meer kon stoppen met stappen. Hij had het in zijn koker gehaald om te gaan stappen en ondertussen kenden ze hem in zowat elke uithoek van Europa bij naam. Dat had een zekere indruk op mij gemaakt, maar ikzelf zou nooit aan zulk een tocht beginnen. Daarvoor ben ik te wispelturig. Nochtans denk ik nooit na als zou ik maar één leven hebben en dat ik daar dan het ultieme uit moet halen. Zover gaat dat niet. Maar wel wil ik non-comformistisch contrasteren met de sms'ende jonkies in het glazen miljoenencomplex, mijn hamburger etend en iets te hard spelend dat ik een clochard ben. Nu ik de kans krijg.
Het zijn zij die niets beleven die ook niets hebben om over te schrijven. Ik probeer iets geks uit om te zien of mijn vingers ervan aan het tikken gaan, zoals ik vroeger ook graag research deed op een bepaalde plek alvorens er een in scène gezet "avontuur" te beleven. Sommige mensen zijn te rationeel en hebben te veel bezigheden. Ik wil niks doen met een agenda waar niks instaat. Ik wil gewoon ergens terechtkomen, zo nu en dan, en vanaf daar weer eventjes tevreden zijn met mezelf.
Ik eet een hamburger en loop niet helemaal in een rechte lijn over het voetpad. Het is 18u en zaterdag. Het is veel te koud, sinds de ochtend al, en het gaat niet beter worden op korte termijn. Mijn hamburger lekt en ik hou er een serviette onder. Mijn neus is een ijsklomp en ik ben een leunende schooier tegen de metalen pilaar van een complex van een van Belgiës rijkste bedrijven. Ik denk aan mijn moeder die het misschien niet gelooft, ik denk aan niet zo heel lang geleden toen dit alles, dit mistroostige, dit zelfgekozene, nog allemaal niet nodig was.
Het is wat, een hond willen zijn. Ik las een interview met een man die niet meer kon stoppen met stappen. Hij had het in zijn koker gehaald om te gaan stappen en ondertussen kenden ze hem in zowat elke uithoek van Europa bij naam. Dat had een zekere indruk op mij gemaakt, maar ikzelf zou nooit aan zulk een tocht beginnen. Daarvoor ben ik te wispelturig. Nochtans denk ik nooit na als zou ik maar één leven hebben en dat ik daar dan het ultieme uit moet halen. Zover gaat dat niet. Maar wel wil ik non-comformistisch contrasteren met de sms'ende jonkies in het glazen miljoenencomplex, mijn hamburger etend en iets te hard spelend dat ik een clochard ben. Nu ik de kans krijg.
Het zijn zij die niets beleven die ook niets hebben om over te schrijven. Ik probeer iets geks uit om te zien of mijn vingers ervan aan het tikken gaan, zoals ik vroeger ook graag research deed op een bepaalde plek alvorens er een in scène gezet "avontuur" te beleven. Sommige mensen zijn te rationeel en hebben te veel bezigheden. Ik wil niks doen met een agenda waar niks instaat. Ik wil gewoon ergens terechtkomen, zo nu en dan, en vanaf daar weer eventjes tevreden zijn met mezelf.
donderdag 18 oktober 2007
Hand
De macht van het op een podium staan. Daarover kan ik wel meepraten.
Je hebt er die er tegenop zien. Ik niet. Ik sprak met D. en hij zei dat hij zenuwachtiger wordt naargelang het publiek omvangrijker wordt. Bij mij is het net omgekeerd.
Zet mij niet voor vijf man, dan voel ik mij bekeken. Lever mij over aan 500 mensen, ik zie geen ogen, geen afzonderlijke blikken. 500 mensen vormen één blije massa van kritiekloze lieverds! Een nulletje teveel? Nee, één te weinig!
En van dan af lullen tegen de sterren op. Zangers weten wat dat is. Ooit vul ik een Sportpaleis en laat ik iedereen uit mijn hand eten. Doch, dat is geen belofte. Een publiek moet je kunnen mennen. Tijdelijke onderwerping, daar is niks mis mee. Het is een kunst en een positieve gave. Het is een aandrang voor sommigen. Zij moeten dat positief weten aan te wenden.
Eten uit de handen van mooie mensen, dat wil toch iedereen? Ik wil eten uit de hand van het meisje dat ik bemin, ik wil de woorden uit haar mond plukken. Ik wil zelf de woorden kunnen schikken die zij in een bepaalde volgorde zet. Ik wil zekerheid, controle en liefde in en uit die mond. En daarom ook die handen. Je moet dat weten af te dwingen.
Je zou met enige zin voor woordspel ook over mis-hand-eling van het publiek kunnen spreken. Mishandeling door niet te geven wat er wordt gevraagd, door niet te betekenen wat je zou moeten betekenen. Sommige mensen staan vreselijk onterecht op podia. Het zijn zij die moeten nadenken over zichzelf en moeten werken aan zichzelf. Als eerlijke en mooie mensen zijn zij daar, net als alle anderen, toe verplicht.
Preken is ook mis-hand-eling zo u wil. Het spijt me nu al.
Ikzelf en een ander op het podium. En echtheid en eerlijkheid en schoonheid. Mensen houden daarvan. Mensen willen enkel slecht nieuws horen, maar houden evenzeer van liefde. Die moet dan niet in haat ontaarden, trouwens. Hoeft niet, dat is een verzinsel van de duivel.
Liefde met de grote L, dat willen we allemaal. Warmte voor dat hartje met die grote H, dat we menen te hebben. Zorg voor dat taaie lijf dat we elke dag weer nieuwe avonturen tegemoet slepen.
Je hebt er die er tegenop zien. Ik niet. Ik sprak met D. en hij zei dat hij zenuwachtiger wordt naargelang het publiek omvangrijker wordt. Bij mij is het net omgekeerd.
Zet mij niet voor vijf man, dan voel ik mij bekeken. Lever mij over aan 500 mensen, ik zie geen ogen, geen afzonderlijke blikken. 500 mensen vormen één blije massa van kritiekloze lieverds! Een nulletje teveel? Nee, één te weinig!
En van dan af lullen tegen de sterren op. Zangers weten wat dat is. Ooit vul ik een Sportpaleis en laat ik iedereen uit mijn hand eten. Doch, dat is geen belofte. Een publiek moet je kunnen mennen. Tijdelijke onderwerping, daar is niks mis mee. Het is een kunst en een positieve gave. Het is een aandrang voor sommigen. Zij moeten dat positief weten aan te wenden.
Eten uit de handen van mooie mensen, dat wil toch iedereen? Ik wil eten uit de hand van het meisje dat ik bemin, ik wil de woorden uit haar mond plukken. Ik wil zelf de woorden kunnen schikken die zij in een bepaalde volgorde zet. Ik wil zekerheid, controle en liefde in en uit die mond. En daarom ook die handen. Je moet dat weten af te dwingen.Je zou met enige zin voor woordspel ook over mis-hand-eling van het publiek kunnen spreken. Mishandeling door niet te geven wat er wordt gevraagd, door niet te betekenen wat je zou moeten betekenen. Sommige mensen staan vreselijk onterecht op podia. Het zijn zij die moeten nadenken over zichzelf en moeten werken aan zichzelf. Als eerlijke en mooie mensen zijn zij daar, net als alle anderen, toe verplicht.
Preken is ook mis-hand-eling zo u wil. Het spijt me nu al.
Ikzelf en een ander op het podium. En echtheid en eerlijkheid en schoonheid. Mensen houden daarvan. Mensen willen enkel slecht nieuws horen, maar houden evenzeer van liefde. Die moet dan niet in haat ontaarden, trouwens. Hoeft niet, dat is een verzinsel van de duivel.
Liefde met de grote L, dat willen we allemaal. Warmte voor dat hartje met die grote H, dat we menen te hebben. Zorg voor dat taaie lijf dat we elke dag weer nieuwe avonturen tegemoet slepen.
maandag 15 oktober 2007
Bijna terug, hoor!
't Is niet netjes. Dan begin ik net weer met bloggen, ga ik meteen overspelig zijn en voornamelijk bloggen op een andere site, met name de veeleer ridicule Oppendorpblog, met de kotgenoten.
Daar is 't dus een en al hilariteit, zonder lezers weliswaar, maar toch. Niks toffer dan effe te kunnen checken of P. of S. al iets op het blogje gepleurd hebben, elke dag zo.
Het maakt dat ik in een onnozele trip zit, waarin de sérieux van Alex.anders een klein beetje naar de achtergrond verzeilt. Wat voor Alex.anders namelijk begint met de observatie van iets kleins, start op Oppendorp vanuit de idee dat ik vooral niét te serieus of te patethisch of te literair of te emotioneel mag zijn. Ik heb evenwel al gemerkt dat dat best beklemmend kan werken ook.
Ik raad u trouwens helemaal niet aan die Oppendorpblog te gaan lezen. Voor alle duidelijkheid, dat is niets voor u! En ik zeg bij deze: als we over drie dagen onze eerste reactie op Oppendorp nog niet binnen hebben, dan kom ik hier opnieuw full-time mijn heil zoeken. Zeveren is immers nooit mijn eerste natuur geweest. Het is altijd maar een masker voor wat mijn personage in dit leven anders niet zou kwijt kunnen.
Daar is 't dus een en al hilariteit, zonder lezers weliswaar, maar toch. Niks toffer dan effe te kunnen checken of P. of S. al iets op het blogje gepleurd hebben, elke dag zo.
Het maakt dat ik in een onnozele trip zit, waarin de sérieux van Alex.anders een klein beetje naar de achtergrond verzeilt. Wat voor Alex.anders namelijk begint met de observatie van iets kleins, start op Oppendorp vanuit de idee dat ik vooral niét te serieus of te patethisch of te literair of te emotioneel mag zijn. Ik heb evenwel al gemerkt dat dat best beklemmend kan werken ook.
Ik raad u trouwens helemaal niet aan die Oppendorpblog te gaan lezen. Voor alle duidelijkheid, dat is niets voor u! En ik zeg bij deze: als we over drie dagen onze eerste reactie op Oppendorp nog niet binnen hebben, dan kom ik hier opnieuw full-time mijn heil zoeken. Zeveren is immers nooit mijn eerste natuur geweest. Het is altijd maar een masker voor wat mijn personage in dit leven anders niet zou kwijt kunnen.
dinsdag 9 oktober 2007
Zingen zoals Johnny Cash
Ik denk dat ik goed bezig ben. Bart Peeters denkt dat ook over zichzelf.
Ik ga naar school, daar hou ik mijn adem in, alsof ik onderwater zwem, en als ik thuis kom adem ik heel lang en heel veel uit. Ik ben zelden zo graag thuisgekomen.
Ik kan hier zingen en lawaai maken. Mijn deur staat altijd open. Ik ben een tofke, er staat 'Wees Welkom' op mijn deur. Ik ben studentikoos. Als mijn kotgenootjes P. en/of S. dit lezen wil ik hen graag van hieruit de groeten doen. Dag P.! Dag S.! Jullie hebben de weg naar mijn blog gevonden.
Wij gaan slapen en zeggen slaapwel. Nooit was ik zo uitbundig jong als hier. In Oppendorp. Op oppendorp.blogspot.com kan u voortaan ook onze gemeenschappelijke kotblog volgen. U zal er kennelijk weinig van mezelf in terugvinden, maar laat dat geen bezwaar zijn. Wij zijn jong en gek en onstuimig, of we doen toch alsof.
Morgen maak ik enkele dingen in orde. Daar kom ik hier niet zo makkelijk toe. Wat chaotisch was, is dat nu nog meer. Tot morgen dus, de dag waarop ik orde zal scheppen. En ondertussen blijf ik zingen als Johnny Cash, terwijl de andere jongens schaterlachen door de muren heen. Of zoals The National het zingt in het heerlijke "Ada": "Ada I can hear the sound of your laugh through the wall".
Ik ga naar school, daar hou ik mijn adem in, alsof ik onderwater zwem, en als ik thuis kom adem ik heel lang en heel veel uit. Ik ben zelden zo graag thuisgekomen.
Ik kan hier zingen en lawaai maken. Mijn deur staat altijd open. Ik ben een tofke, er staat 'Wees Welkom' op mijn deur. Ik ben studentikoos. Als mijn kotgenootjes P. en/of S. dit lezen wil ik hen graag van hieruit de groeten doen. Dag P.! Dag S.! Jullie hebben de weg naar mijn blog gevonden.
Wij gaan slapen en zeggen slaapwel. Nooit was ik zo uitbundig jong als hier. In Oppendorp. Op oppendorp.blogspot.com kan u voortaan ook onze gemeenschappelijke kotblog volgen. U zal er kennelijk weinig van mezelf in terugvinden, maar laat dat geen bezwaar zijn. Wij zijn jong en gek en onstuimig, of we doen toch alsof.
Morgen maak ik enkele dingen in orde. Daar kom ik hier niet zo makkelijk toe. Wat chaotisch was, is dat nu nog meer. Tot morgen dus, de dag waarop ik orde zal scheppen. En ondertussen blijf ik zingen als Johnny Cash, terwijl de andere jongens schaterlachen door de muren heen. Of zoals The National het zingt in het heerlijke "Ada": "Ada I can hear the sound of your laugh through the wall".
zaterdag 6 oktober 2007
Te gek
DJ Mauro, u hebt me gelukkig gemaakt. Ik wil het gevoel niet kwijtspelen dat ik aan gisterenavond heb overgehouden.
Vandaag zat ik met B. en K. aan tafel, mensen van uw leeftijd, jonger zelfs, ze gedroegen zich als arrivées.
U danste als een zatte Pool. U bent een zatte Pool. U was zichzelf. Ik keek toe met open mond en was cool genoeg om te blijven dansen. U draaide uw lievelingsnummer uit het jaar 2001. "One Minute Men" van Missy Elliott. U sprak Limburgs, u komt uit Heusden. U was dronken. Misschien ook gelukkig.
U vond die ene plaat "te gek" en hield een oogje op uw apparatuur terwijl u de zaal aanmaande om uit de bol te gaan. De politie kwam u tot twee keer toe onderbreken. Zij hadden niet door dat u aan 't handelen was in gelukzaligheid en cool. Ik heb zelden iemand zo smooth weten zijn als u, gisteravond. Als u altijd zo bent, denk ik dat u bovenmenselijk bent. Ik heb het woord held of idool nog niet in de mond genomen en ik ben ook niet van plan om dat te doen. U bent een mens. En wat voor een.
Het was heldhaftig. U mende de zaal. U haalde uw beste Somnabula van onder het stof. Ik liet me ook niet onbetuigd. Het was heel leuk. Zoiets zeg ik niet snel. U zegde dat ik wist wat partyen was. U zegde dat ik soul had. Ik zegde dat u mij gelukkig maakte en ik streelde over uw harige arm.
Af en toe sms'te u. U kreeg uw wijn telkens netjes gebracht. U dronk erg veel en danste nog meer. Het was hilarisch. Het was een film die nog veel beter was dan je goede vrienden hem al hadden beschreven. U was een gespreksonderwerp, the day after. U wordt een referentie. U gaf me een moment om aan terug te denken, ergens in een saaie les, tussen stomme mensen.
Ik denk dat u niet met de auto naar huis bent gegaan. U bent vast met een meisje naar huis gegaan. Ik kan met een meisje gaan badmintonnen als ik wil. De voorzitster van de holebibeweging sprak me aan. Ze vond me een mooie jongen, en die zijn meestal homo, zei ze. Ik wil badmintonnen met holebi's én hetero's, zei ik. Ik gaf haar een kusje op het oor en vergat al mijn schroom.
Vandaag zat ik met B. en K. aan tafel, mensen van uw leeftijd, jonger zelfs, ze gedroegen zich als arrivées.
U danste als een zatte Pool. U bent een zatte Pool. U was zichzelf. Ik keek toe met open mond en was cool genoeg om te blijven dansen. U draaide uw lievelingsnummer uit het jaar 2001. "One Minute Men" van Missy Elliott. U sprak Limburgs, u komt uit Heusden. U was dronken. Misschien ook gelukkig.
U vond die ene plaat "te gek" en hield een oogje op uw apparatuur terwijl u de zaal aanmaande om uit de bol te gaan. De politie kwam u tot twee keer toe onderbreken. Zij hadden niet door dat u aan 't handelen was in gelukzaligheid en cool. Ik heb zelden iemand zo smooth weten zijn als u, gisteravond. Als u altijd zo bent, denk ik dat u bovenmenselijk bent. Ik heb het woord held of idool nog niet in de mond genomen en ik ben ook niet van plan om dat te doen. U bent een mens. En wat voor een.
Het was heldhaftig. U mende de zaal. U haalde uw beste Somnabula van onder het stof. Ik liet me ook niet onbetuigd. Het was heel leuk. Zoiets zeg ik niet snel. U zegde dat ik wist wat partyen was. U zegde dat ik soul had. Ik zegde dat u mij gelukkig maakte en ik streelde over uw harige arm.
Af en toe sms'te u. U kreeg uw wijn telkens netjes gebracht. U dronk erg veel en danste nog meer. Het was hilarisch. Het was een film die nog veel beter was dan je goede vrienden hem al hadden beschreven. U was een gespreksonderwerp, the day after. U wordt een referentie. U gaf me een moment om aan terug te denken, ergens in een saaie les, tussen stomme mensen.
Ik denk dat u niet met de auto naar huis bent gegaan. U bent vast met een meisje naar huis gegaan. Ik kan met een meisje gaan badmintonnen als ik wil. De voorzitster van de holebibeweging sprak me aan. Ze vond me een mooie jongen, en die zijn meestal homo, zei ze. Ik wil badmintonnen met holebi's én hetero's, zei ik. Ik gaf haar een kusje op het oor en vergat al mijn schroom.
donderdag 4 oktober 2007
Spoetnikservice
Nu moet u weten dat ik wel vaker, lopend langs de Pita Chef, ovengerechten afwachtend, op de trein zittend, denkend aan mijn blog, loop te peinzen wanneer ik en waarmee ik de draad weer zal oppikken.
Nu, misschien.
Met de kotgenoten is er zelfs bijna een eigen kotblog in de maak. Misschien kan u ons binnenkort bezoeken op wat dan oppendorp.blogspot.com zou gaan heten. In de gaten te houden. We zijn met zes.
Mijn internetverbinding is in orde. Ik was bijna ontroerd door het feit er mensen zitten te wachten op een post. U bent een onzichtbare vriend. Ik wil nog steeds, schrijven hoor, reken maar. Meer dan ooit misschien zelfs, al heb ik er nu gewoon veel minder de tijd voor, de nood aan.
Ik woon niet meer achter mijn computer, moet u weten. De screensaver van mijn leven, zoals vriend P. dat zo heerlijk verwoordde, zit weer even in de koelkast. Het bureaublad toont een bank om op te zitten. Niet ik, maar elke dag wel iemand. En altijd iemand anders. Ook is er een apotheek, voor keelspray ondermeer. Een viswinkel, pal onder mij, nog nooit binnen geweest. Er is een schoenmakerij, die niet opvalt. Ik noem ze enkel voor de volledigheid. En door dat alles, in dat alles, langs en naast en op dat alles lopen mensen. Ze zijn met veel, ze gaan richtingen uit. Naar links en ook, godbetert, naar rechts. Respectievelijk richting Fochplein en station. Ik kijk graag naar hen, soms ben ik één van hen. Ik moet nog steeds naar school, ja.
Het valt zo goed mee dat ik vind dat ik tijd verdaan heb, de afgelopen twee jaar. Met op de kornburger te wachten, met het afdrogen in het boerengat. Boeren komen hier enkel nog m'n mond uit, niet langer mijn straat door. Ik ben blij en bevrijd. Dag L. en E. nog een L. en J. en F.! Zielige luitjes in hun tuin. Het gras maaien op zaterdag, en waarom niet meteen ook maar op woensdag en op vrijdag. Op maandag als het uitkomt.
Ik ben blij terug te zijn. Ik ben terug blij te zíjn.
Nu, misschien.
Met de kotgenoten is er zelfs bijna een eigen kotblog in de maak. Misschien kan u ons binnenkort bezoeken op wat dan oppendorp.blogspot.com zou gaan heten. In de gaten te houden. We zijn met zes.
Mijn internetverbinding is in orde. Ik was bijna ontroerd door het feit er mensen zitten te wachten op een post. U bent een onzichtbare vriend. Ik wil nog steeds, schrijven hoor, reken maar. Meer dan ooit misschien zelfs, al heb ik er nu gewoon veel minder de tijd voor, de nood aan.
Ik woon niet meer achter mijn computer, moet u weten. De screensaver van mijn leven, zoals vriend P. dat zo heerlijk verwoordde, zit weer even in de koelkast. Het bureaublad toont een bank om op te zitten. Niet ik, maar elke dag wel iemand. En altijd iemand anders. Ook is er een apotheek, voor keelspray ondermeer. Een viswinkel, pal onder mij, nog nooit binnen geweest. Er is een schoenmakerij, die niet opvalt. Ik noem ze enkel voor de volledigheid. En door dat alles, in dat alles, langs en naast en op dat alles lopen mensen. Ze zijn met veel, ze gaan richtingen uit. Naar links en ook, godbetert, naar rechts. Respectievelijk richting Fochplein en station. Ik kijk graag naar hen, soms ben ik één van hen. Ik moet nog steeds naar school, ja.
Het valt zo goed mee dat ik vind dat ik tijd verdaan heb, de afgelopen twee jaar. Met op de kornburger te wachten, met het afdrogen in het boerengat. Boeren komen hier enkel nog m'n mond uit, niet langer mijn straat door. Ik ben blij en bevrijd. Dag L. en E. nog een L. en J. en F.! Zielige luitjes in hun tuin. Het gras maaien op zaterdag, en waarom niet meteen ook maar op woensdag en op vrijdag. Op maandag als het uitkomt.
Ik ben blij terug te zijn. Ik ben terug blij te zíjn.
vrijdag 31 augustus 2007
3108

Neem een moment voor...onbeschaamde reclame.
Ik wil mijn favoriete plaat van de maand aanprijzen, zijnde "Ditherer" van Fog.
Afkomstig uit Minneapolis en toe aan zijn derde à vierde plaat blijft Andrew Broder altijd maar evolueren. Zijn vorige cd's klonken nog als moeilijk te detecteren ruis met Pavement-invloeden, bijvoorbeeld, maar "Ditherer" is wél hoorbaar.
En ik hoor Masters Of Reality en Modest Mouse. Alan Sparhawk en Mimi Parker van Low zingen mee op het verrukkelijke "What's Up Freaks?". Er is stoner, er is experiment, nogal veel zelfs en er zijn supercatchy nummers zoals "Inflatable Ape Pt. 3", die thuishoren in een top 10 van singles van dit jaar.
Ik moet "Ditherer" nog recenseren, dit moet zijn weg naar een goddeau-publiek vinden (een onpeilbaar begrip) en ik zou de promo speciaal aan u cadeau doen mocht ik weten dat u 'm even goed zou vinden als ik. Wordt vervolgd in het eindejaarslijstje.
Ook mooi is de nieuwe, verzamelde cd van Spinvis. Tegen alle verwachtingen in, voor mij, vreemd genoeg. Waarom ik soms stop met geïnteresseerd te zijn in een bepaalde artiest: het is me een raadsel. Vaak gebeurt dat impliciet doordat ik aanvoel dat hij doorbreekt naar een breder publiek en dat ik er dan plots tevéél over te weten kom. Zoiets.
"Goochelaars & Geesten" is echter zeer de moeite, qua staalkaart van Erik de Jongs werk. "Een Nagemaakte Gek" staat erop en daarvoor alleen al.
Nog deze week "Kala" van M.I.A. onder de loupe genomen, letterlijk bijna, en geconcludeerd dat ik, als ik het eerste glitterlaagje doorprik, nog best kan begrijpen waarom dit zo gehypet wordt. Het is echt wel fris, cool en positief. En die anti-Bushattitude enz, dat werkt wel, om het met Flip Kowlier te zeggen.
In één ruk ook "Mirrored" van Battles aan mijn oren onderworpen en alweer moeten concluderen dat ik de tweede helft van die plaat pakken minder vind dan de eerste. Ook wel omdat die eerste met nummers als "Atlas" en "Leyendecker" idioot goed is, natuurlijk. Mocht dit iets consistenter zijn over het geheel, het stond in mijn top 10. Word!
donderdag 30 augustus 2007
En dergelijke (sic)*
We zijn nog niets te weten gekomen over wat er zich achter de poorten van de versterkte burcht afspeelt. Niemand heeft de pionnen de toestemming gegeven een woord te lossen over wat er gaande is. The lips are sealed at all times.
We hebben het over politiek. Op hoog niveau. Belangrijk. Staatsbelang.
We hebben het over sport. Over verwachtingen. Over managers en trainers. Er is veel geld in omloop.
We hebben het over de release van het nieuwste product van het product. Illegaal downloaden tegengaan enzo. Business.
Daarom moet er gezwegen worden. In alle talen. Ook in computercodes en dat soort dingen.
Alles gebeurt achter gesloten deuren. In de grootste discretie. Weg van het grote publiek. En al zeker van de duurste telelenzen. Jean-Luc D. weet wat het is om daaraan zijn broek te scheuren. Ook hij moet mee met de tijd.
Gewicht. Gemiddeld genomen wegen dingen nu veel zwaarder dan vroeger. Letterlijk als we spreken over obesitas en dergelijke. Figuurlijk als het gaat over belangen.
Gestimuleerd door terrorisme en de dreiging daarvan. Geactiveerd door populisme en het onmiskenbare effect daarvan. In de hand gewerkt door massaconsumptie en de verslaving daaraan.
*Deze tekst is zodanig geschreven dat hij ook enigszins gewichtig zou moeten overkomen. Onnozel hé ;)!
We hebben het over politiek. Op hoog niveau. Belangrijk. Staatsbelang.
We hebben het over sport. Over verwachtingen. Over managers en trainers. Er is veel geld in omloop.
We hebben het over de release van het nieuwste product van het product. Illegaal downloaden tegengaan enzo. Business.
Daarom moet er gezwegen worden. In alle talen. Ook in computercodes en dat soort dingen.
Alles gebeurt achter gesloten deuren. In de grootste discretie. Weg van het grote publiek. En al zeker van de duurste telelenzen. Jean-Luc D. weet wat het is om daaraan zijn broek te scheuren. Ook hij moet mee met de tijd.
Gewicht. Gemiddeld genomen wegen dingen nu veel zwaarder dan vroeger. Letterlijk als we spreken over obesitas en dergelijke. Figuurlijk als het gaat over belangen.
Gestimuleerd door terrorisme en de dreiging daarvan. Geactiveerd door populisme en het onmiskenbare effect daarvan. In de hand gewerkt door massaconsumptie en de verslaving daaraan.
*Deze tekst is zodanig geschreven dat hij ook enigszins gewichtig zou moeten overkomen. Onnozel hé ;)!
zondag 26 augustus 2007
I Like Girls In Ghent
Ik ben niet op vakantie, hoor. Als ik enkele dagen niet schrijf is dat veeleer te wijten aan een gebrek aan discipline of aan een ander aanbod van bezigheden, waarmee ik me in concreto nuttiger maak voor een zeker publiek.
Ik bedoel dat ik de afgelopen dagen ondermeer in Gent ben geweest om aldaar een interview met Thou af te nemen, en dat alweer voor het onvolprezen goddeau. Ik ben een aspirant-journalist die zijn beperkte macht misbruikt om mensen, personen, of noem het, collectieven op een voetstuk te plaatsen waarvan ik vind dat die het
verdienen. Het groepje Thou verdient zo wat aandacht, daarom kan u hier klikken.
We zaten in de achtertuin, een schamel geval van grootstadsfauna en -flora en sleepten de plastieken stoelen aan. Het was gammel, maar sympathiek en de sfeer zat er meteen wel in.
Ik ben geen goede interviewer, maar ik heb enige kennis van zaken en ik was vooral zinnens deze mensen een forum te bieden. D. en B. zijn eenvoudige mensen zonder enige allures. Wat ik enorm leuk vond is dat ze, blijkens de allochtone kinderen die ik in hun straat tegenkwam, met de buurt bekend zijn. Zouden die buren weten dat het koppel de spil uitmaakt van het enorm leuke Thou?
Het dochtertje dat tijdens het interview met Duplo kwam aandragen symboliseert kennelijk nog het best wat het precies betekent om aan rock-'n'-roll te doen in België. Achtertuingesprekken met een oploskoffie, tuinstoelen en buren die thuiskomen van hun werk in de fabriek.
Sterallure is een ziekte bedacht door een omhooggevallen Anglicaan. Ik heb ondertussen in luttele cafés gezeten met Vlaamse (en Brusselse) notoiren. Deze mensen vielen echter slechts op door het bandrecordertje dat voor hun neus op tafel lag. En daar was ik dan nog schuldig voor. Melkrock, Zeverrock, Crammerrock: eigenlijk zeggen de namen van de speelgelegenheden en de koppen van de organisatoren het allemaal. Het is sympathiek, het is onnozel, maar het is ook positief, intelligent en goedbedoeld, schattig en onschadelijk. En wat ik wel wil zeggen is dat muzikanten gemiddeld genomen beter gekleed gaan dan niet-muzikanten. Daarom allicht kleed ik mij graag zoals ik mij zou kleden als ik op een podium zou staan.
De kleine Z. zorgde ervoor dat ik misschien een klein beetje van mijn interesse voor mijn onderwerp verloor. Papa's en mama's vind je namelijk achter zowat elke gevel terug en ik was gekomen voor muzikanten en andere zottigheid. De baard van B. en het leuke, lieve stemmetje van D. bedienden me gelukkig wel enigszins, en de koffie was lekker.
Dat ik later nog een afspraak had met M. maakte dat ik sowieso geen spijt kon krijgen van mijn tijdsbesteding. Ik ben een strenge jongen en ik breng mijn tijd liever door al wachtend op wat komen zal, dan dat ik het gevoel heb dat ik dingen doe die me niets bijbrengen. Of lieg ik nu maar wat?
Mensen die er iets van kennen, vinden dat ik mijn teksten korter moet houden. Ik begrijp hen ten volle en knoop hun raad in mijn oren. Maar typen is typen en lullen is improviseren. Voor ik het weet zit ik aan het soort lengten waarvan ik enkel zelf nog de noodzaak in zie.
Wat te zeggen ook over iemand als M. die het positiefste en meest poëtische in me naar boven haalt en die me twee dagen later nog steeds met een gevoel achterlaat alsof ik nu weer zowat de cynische kabouter ben die ik in mijn natuurlijke habitat steeds opnieuw word. Zo'n M. is me dus wel wat waard en daar kan ik dus niet kort genoeg over zijn. Toch hou ik het wat haar betreft maar voor bekeken. Ik zeg u gewoon nog: positief - leuk - lachen - blijven lachen - gemeend lachen - geven om - houden van - omhelzen - zwaaien - en opnieuw afspreken met de mensen waarvan je houdt en/of iets leert. En of dat nu in Gent, in Brussel of op Zeverrock gebeurt, dat maakt dan niets meer uit.
Ik bedoel dat ik de afgelopen dagen ondermeer in Gent ben geweest om aldaar een interview met Thou af te nemen, en dat alweer voor het onvolprezen goddeau. Ik ben een aspirant-journalist die zijn beperkte macht misbruikt om mensen, personen, of noem het, collectieven op een voetstuk te plaatsen waarvan ik vind dat die het

verdienen. Het groepje Thou verdient zo wat aandacht, daarom kan u hier klikken.
We zaten in de achtertuin, een schamel geval van grootstadsfauna en -flora en sleepten de plastieken stoelen aan. Het was gammel, maar sympathiek en de sfeer zat er meteen wel in.
Ik ben geen goede interviewer, maar ik heb enige kennis van zaken en ik was vooral zinnens deze mensen een forum te bieden. D. en B. zijn eenvoudige mensen zonder enige allures. Wat ik enorm leuk vond is dat ze, blijkens de allochtone kinderen die ik in hun straat tegenkwam, met de buurt bekend zijn. Zouden die buren weten dat het koppel de spil uitmaakt van het enorm leuke Thou?
Het dochtertje dat tijdens het interview met Duplo kwam aandragen symboliseert kennelijk nog het best wat het precies betekent om aan rock-'n'-roll te doen in België. Achtertuingesprekken met een oploskoffie, tuinstoelen en buren die thuiskomen van hun werk in de fabriek.
Sterallure is een ziekte bedacht door een omhooggevallen Anglicaan. Ik heb ondertussen in luttele cafés gezeten met Vlaamse (en Brusselse) notoiren. Deze mensen vielen echter slechts op door het bandrecordertje dat voor hun neus op tafel lag. En daar was ik dan nog schuldig voor. Melkrock, Zeverrock, Crammerrock: eigenlijk zeggen de namen van de speelgelegenheden en de koppen van de organisatoren het allemaal. Het is sympathiek, het is onnozel, maar het is ook positief, intelligent en goedbedoeld, schattig en onschadelijk. En wat ik wel wil zeggen is dat muzikanten gemiddeld genomen beter gekleed gaan dan niet-muzikanten. Daarom allicht kleed ik mij graag zoals ik mij zou kleden als ik op een podium zou staan.
De kleine Z. zorgde ervoor dat ik misschien een klein beetje van mijn interesse voor mijn onderwerp verloor. Papa's en mama's vind je namelijk achter zowat elke gevel terug en ik was gekomen voor muzikanten en andere zottigheid. De baard van B. en het leuke, lieve stemmetje van D. bedienden me gelukkig wel enigszins, en de koffie was lekker.
Dat ik later nog een afspraak had met M. maakte dat ik sowieso geen spijt kon krijgen van mijn tijdsbesteding. Ik ben een strenge jongen en ik breng mijn tijd liever door al wachtend op wat komen zal, dan dat ik het gevoel heb dat ik dingen doe die me niets bijbrengen. Of lieg ik nu maar wat?
Mensen die er iets van kennen, vinden dat ik mijn teksten korter moet houden. Ik begrijp hen ten volle en knoop hun raad in mijn oren. Maar typen is typen en lullen is improviseren. Voor ik het weet zit ik aan het soort lengten waarvan ik enkel zelf nog de noodzaak in zie.
Wat te zeggen ook over iemand als M. die het positiefste en meest poëtische in me naar boven haalt en die me twee dagen later nog steeds met een gevoel achterlaat alsof ik nu weer zowat de cynische kabouter ben die ik in mijn natuurlijke habitat steeds opnieuw word. Zo'n M. is me dus wel wat waard en daar kan ik dus niet kort genoeg over zijn. Toch hou ik het wat haar betreft maar voor bekeken. Ik zeg u gewoon nog: positief - leuk - lachen - blijven lachen - gemeend lachen - geven om - houden van - omhelzen - zwaaien - en opnieuw afspreken met de mensen waarvan je houdt en/of iets leert. En of dat nu in Gent, in Brussel of op Zeverrock gebeurt, dat maakt dan niets meer uit.
maandag 20 augustus 2007
Verwarringen
Murakami heeft me verward. Met "Spoetnikliefde", niet mijn meest aangename literaire uitstap. Een boek over halve mensen, schimmen van mensen, Japanners met grijze en uitwisbare aspiraties. En voor het eerst kwam daar dus ergernis en ook verwarring bij kijken.Murakami was de revelatie van enkele seizoenen geleden en werd iets later een (terechte?) hype die zowat parallel liep met die rond Dan Brown. De Japanner dweepte opzichtig met de westerse cultuur, iets wat ik persoonlijk van meet af aan lichtelijk jammer vond, maar zijn verhalen (met name "De opwindvogelkronieken") waren wel van zulk een aard dat ik de man wat graag enige onhebbelijkheden vergaf.
Ergens is het dan ook contradictoire te noemen dat net onder andere die "westerse Japanner", samen met enkele filmregiseurs en in het bijzonder het WK voetbal '02, mijn fascinatie voor het verre Oosten zo hevig aanwakkerde, maar kennelijk had dat toch te maken met de rijkdom van zijn vertelsels en de onbekendheid van zijn werelden.
Had ik geweten dat ik na "De opwindvogelkronieken" moest stoppen met Murakami lezen, ik had het gedaan. "After Dark" viel me al enorm licht uit en nu ben ik dus ook ontgoocheld door "Spoetnikliefde" en gaat Murakami echt wel aan het wankelen.
"Waar de grens van fictie en realiteit ongrijpbaar wordt" heet dat dan ongeveer op de achterflap. Ik lees dit boek als het vijfde en laatste deel in de serie HUMO- klassiekers van NU en ik mag me dus met rede de bedenking maken of dit boek wel een klassieker is. Laat "De opwindvogelkronieken" een klassieker zijn, dat is een fascinerend en enorm rijk boek, maar "Spoetnikliefde" is daarnaast toch echt vrij bleke kost.
Het zijn die personages, onder meer. Ze boeien niet, ze zijn wat kleur- en futloos. Ligt het aan mij of kan ik al niet meer op hun namen komen? Ik wilde helemaal niet per sé weten hoe dit boek zou aflopen. Tijdens het lezen dacht ik meermaals om ermee te stoppen. Dat vond ik heel jammer en omdat het niet van mijn gewoonte is, las ik door. En ook omdat de achterflap het had over "intens droevige conclusies over het leven en de liefde".
De hoofdstukken begonnen noch eindigden met markante zinnen die me aan het lezen hielden en dat kwam mijn betrokkenheid geenszins ten goede. Maar erger nog dan dat was het onaangename gevoel dat me gaandeweg tijdens het lezen bekroop. Een gevoel van eenzelfde desolatie als hetgeen werd beschreven, haast lijfelijk, zodat ik toch even dacht dat Murakami zijn doel bereikt had. En het is natuurlijk niet uitgesloten, dat Murakami mij probeerde mee te trekken in het moeras van zijn boek, maar of hij daarbij een on-aangename sensatie voor ogen had...
Ik liep een dag of twee rond met de idee dat ik maar een halve mens was, dat ik de helft van mezelf ergens in een droomwereld kwijtgeraakt was. De realiteit die in de droom overvloeit, makkelijk is anders. Murakami beschrijft een reuzenrad en een kamer, en één en dezelfde persoon is op beide plaatsen gelijktijdig aanwezig. Op dat punt raakt die persoon (uiteraard) de helft van zichzelf kwijt. Het is de helft die uit het reuzenrad komt, die in de loop van het verhaal het personage uitmaakt. De andere helft, die van de kamer, is in velden noch wegen te bespeuren. Een ander personage verdwijnt een tijdje en duikt helemaal aan het eind laconiek weer op, zonder enige vorm van verklaring. De boodschap daarachter ontgaat mij volledig. Is dat dan de metafoor voor de spoetnik, misschien? Het verwarde me.
De ik-persoon heeft geen naam en dat lijkt me terecht, want hij is werkelijk een matig, grijs figuur. Dat het verhaal door zijn ogen wordt verteld is hoegenaamd logisch, maar anderzijds amper een interessant feit. De spankracht laat op zich wachten, gedurende het lezen, en blijft uiteindelijk geheel weg. Het genot van "De opwindvogelkronieken" is foetsie en het is vervelend meermaals te stoten op lovende kritieken over "Spoetnikliefde". Alsof die mensen het categoriek bij het verkeerde eind hebben, alsof ik er in het geheel niks van begrepen heb of er fout op heb gereageerd. Dat laatste lijkt me hoe langer hoe minder uitgesloten, ook weer jammer genoeg.
Ik zal hoe dan ook wel uitkijken om nog eens aan een Murakami te beginnen. "Norwegian Wood" is ondertussen weer zowat verplichte kost. Mijn verre Oostenfascinatie werd mij destijds voornamelijk ingegeven door de schijnbaar zeer diepgewortelde culturele bagage die de gemiddelde Japanner en Zuid-Koreaan nog steeds met zich meezeulde, een culturele bagage die met felgewaardeerde en zeer mooie films en een overzeese lichting schrijvers en relaxatiesporten nog steeds in volle bloei bleek.
Stilaan is het bladgoud nu evenwel van het monument aan het dwarrelen en komen er barstjes in de wondere luchtbel van Murakami en de zijnen. "Spoetnikliefde" had dan weliswaar niet de intentie een vrolijk boek te zijn, toch weet Murakami me in zijn dweepdrang naar het westen voor het eerst ook echt te storen en ga ik aan het twijfelen over zijn grote klasse. Een Nobelprijs dus voor deze man? Op basis van "Spoetnikliefde" besluit ik van niet.
Een interessantere recensie over dit boek leest u onder andere hier.
vrijdag 17 augustus 2007
1708
Een top 30 bijhouden - de volledige lijst bestaat intussen al uit 47 platen die ik de aanschaf waard vind - is een klus waar veel wik en weegwerk bij komt kijken. Zo is één van de veraderlijkheden dat je steeds geneigd bent nieuwe platen te hoog in te schatten, ten koste van oudere platen die dan, zo blijkt achteraf, onterecht plaatsjes zakken.
Als je het goed wil doen blijf je die oudere platen dus ook af en toe beluisteren, zodat je rangschikking niet vertekend raakt. Deze week herontdekte ik op die manier "Sharp Teeth" van David Karsten Daniels, "Hissing Fauna" van Of Montreal, "Leaving The Nest" van Benjy Ferree en vooral het enorm beklijvende
en vreemdsoortig prachtige "Moments of Dejection or Despondency" van het Vlaamse Dez Mona. Die laatste schoot schoot zelfs van een dertiende naar een derde stek, omdat ongelooflijke nummers als "Murderer" en "Forgive My Tears" weer zo verbijsterend, uniek en geweldig klonken (die stem!!) dat ik niet anders kon dan ze een virtuele podiumplek toe te bedelen.
De vier cd's die ik hier noem zijn tevens allemaal platen die ik dit jaar voor goddeau gerecenseerd heb, en bovendien zijn het , op Dez Mona na, platen waar ik zelfs speciaal heb moeten achterzitten om er een promo van te krijgen. Ik besef uiteraard dat er een hoop cd's door de mazen van mijn net glippen, maar cd's als ook het jammerlijk genegeerde "Science" van Thomas Dybdahl en bovengenoemde vond ik toch echt wel een must om te doen, in het singer-songwritersgenre.
Qua uitsmijters geef ik vandaag nog de nieuwste worpen van Thee More Shallows ("Book Of Bad Breaks") en de Japanse Piana ("Eternal Castle") mee.
Thee More Shallows is het eerstvolgende dat ik recenseer; geen top 30 waard, maar wel in de top 47. Onze hoofdredacteur heeft mij deze in handen geduwd omdat hij vindt dat ze moet worden besproken. En Piana is gewoon een schattig, klein meisje dat enkele heel lieflijke deuntjes op plaat heeft gezet. Niet allemaal even goed, maar wel heel innemelijk en lieflijk dus. En Japan natuurlijk, aha.
Benieuwd op Radiohead nog iets uitbrengt dit jaar. Op de fansite ateaseweb.com wordt er alvast gespeculeerd dat we in november een pakje zouden kunnen verwachten. Hope so!
Als je het goed wil doen blijf je die oudere platen dus ook af en toe beluisteren, zodat je rangschikking niet vertekend raakt. Deze week herontdekte ik op die manier "Sharp Teeth" van David Karsten Daniels, "Hissing Fauna" van Of Montreal, "Leaving The Nest" van Benjy Ferree en vooral het enorm beklijvende

en vreemdsoortig prachtige "Moments of Dejection or Despondency" van het Vlaamse Dez Mona. Die laatste schoot schoot zelfs van een dertiende naar een derde stek, omdat ongelooflijke nummers als "Murderer" en "Forgive My Tears" weer zo verbijsterend, uniek en geweldig klonken (die stem!!) dat ik niet anders kon dan ze een virtuele podiumplek toe te bedelen.
De vier cd's die ik hier noem zijn tevens allemaal platen die ik dit jaar voor goddeau gerecenseerd heb, en bovendien zijn het , op Dez Mona na, platen waar ik zelfs speciaal heb moeten achterzitten om er een promo van te krijgen. Ik besef uiteraard dat er een hoop cd's door de mazen van mijn net glippen, maar cd's als ook het jammerlijk genegeerde "Science" van Thomas Dybdahl en bovengenoemde vond ik toch echt wel een must om te doen, in het singer-songwritersgenre.
Qua uitsmijters geef ik vandaag nog de nieuwste worpen van Thee More Shallows ("Book Of Bad Breaks") en de Japanse Piana ("Eternal Castle") mee.
Thee More Shallows is het eerstvolgende dat ik recenseer; geen top 30 waard, maar wel in de top 47. Onze hoofdredacteur heeft mij deze in handen geduwd omdat hij vindt dat ze moet worden besproken. En Piana is gewoon een schattig, klein meisje dat enkele heel lieflijke deuntjes op plaat heeft gezet. Niet allemaal even goed, maar wel heel innemelijk en lieflijk dus. En Japan natuurlijk, aha.
Benieuwd op Radiohead nog iets uitbrengt dit jaar. Op de fansite ateaseweb.com wordt er alvast gespeculeerd dat we in november een pakje zouden kunnen verwachten. Hope so!
Abonneren op:
Posts (Atom)