dinsdag 11 oktober 2011

Bart en de bakfiets

De Standaard berichtte er al in maart over en na het lezen van betreffend artikel moest ik mezelf de vraag stellen: hoe sta ik tegenover de bakfiets?

Positief, tiens. Wat is er mis met een fiets waarmee je ook nog eens kinderen of goederen kan vervoeren? Volstrekt niks. Ecologisch verantwoord, gezond, en vooral: niet gemotoriseerd.

Maar dan die negatieve stemmen, uit alle mogelijke hoeken, niet in het minst van die van tuutclub Koning Auto: staat in de weg, dat ding vertraagt het verkeer, en de ergste: zo'n ding is iets voor linkse bobo's. Die laatste ontsproot aan het brein van Bart De Wever die er met zijn corpulente lijf zelf deugd van zou hebben om zijn vier kinderen in zo'n bak voort te duwen.

Maar De Wever kiest voor populisme. Hij creëert onverdraagzaamheid omdat rechtse mensen dat sneller zijn - geen nuance - en hij daar dus wel bij vaart. Linkse bobo's. Wat een verwijt. Linkse bobo's dat schijnen mensen te zijn die een progressief imago cultiveren, maar er eigenlijk elitaire gewoontes op nahouden. Begrippen als methode-onderwijs, andersglobalisme, wereldwinkels en ecologie zijn dan niet van de lucht. Deze bobo's zouden hypocriet zijn en de daden niet bij de woorden voegen.

Misschien, ik weet het niet. Misschien. Zoiets moet natuurlijk genuanceerd benaderd worden.

Zeer zeker zijn ze hypocriet, aldus politiek rechts. Laten we daar vooral zwart-wit over denken.

Eén ding is wél zeer zeker: zo'n bakfiets is iets dat in deze tijd niet misstaat in het straatbeeld. De tegenhanger, de 4x4, verdient veel meer boegeroep. Een bakfiets speelt in op kleinschaligheid, ecologie, gezondheid en, durf ik zeggen: sociaal contact. Wat kan daar in godsnaam mis mee zijn? Of ben ik nu te subjectief? Ik denk dat voornoemde belangrijke waarden zijn aan het begin van de 21ste eeuw.

En dan stelt zich ook de vraag of de achterban van Bart De Wever dan niet met een bakfiets màg rijden? Is er dan een ander uitverkoren vervoermiddel waarmee die mensen zich moeten verplaatsen, opdat hun leider het goed zou vinden? Met de auto, gewoon omdat het geen bakfiets zou zijn? Is gewoon fietsen toegelaten? Is de 4x4 oké? Claimt rechts de 4x4?

Waar haalt een mens het idee om een 'ding' als een bakfiets aan te grijpen om een politiek statement te maken? Wat een negatieve attitude. Op termijn komen daar hartaanvallen van. Vooral bij mensen met overgewicht.

Gaat Bart De Wever de bakfiets verbieden als Antwerps burgemeester? Zijn - een deel van - zijn ideeën die van een klein burgermannetje?

Zeer zeker.

maandag 10 oktober 2011

De werktitel

"Goed geslapen, Tim?"
"Ja hoor, Tom. Bovendien heeft Peter net gesmst dat De Standaard weer geflaterd heeft. Kunnen we vandaag een lang stuk aan wijden."
"Allright!"

Ik ben Apache een beetje beu, en meer bepaald hun rubriek '(*)nvdr' waarin ze artikels uit de 'gewone' pers ontleden en op foutjes betrappen. Vervolgens legt Apache uit hoe het wél moet, wijsvingertjes in de aanslag.

Ook afgelopen week hadden ze weer een frisse vangst met titels als: 'De Standaard verkoopt grap over Carla Bruni als nieuws', 'Verkrachting op pagina één van de krant' en 'De res publica van 'Terzake''. Goed gedaan, jongens, dat hebben jullie goed opgemerkt.

Ik lees die artikels diagonaal tegenwoordig. Ik kan zelf ook wel raden wat er scheef zit en wat beter kan. Ja, wat te veel op sensatie belust. Nee, niet diepgaand genoeg. Inderdaad niet goed gecheckt. Ja, er moet verkocht worden. Enzovoort.

Let wel: ik vind dat Apache er mag - een jaar geleden zei ik nog: moet - zijn. 'Omdat het nodig is [in een achteruitboerend, gecommercialiseerd medialandschap]' zoals ze dat zelf uitleggen. Maar dat belerende toontje begint mij te storen. De houdbaarheidsdatum daarvan is voorbij. Apache zou zich meer op zijn eigen nieuwsberichtgeving moeten concentreren in plaats van een rubriek op te starten die andere media op de vingers tikt. Want wie zich dat laatste permitteert kan er maar beter voor zorgen dat hij zelf stevig in zijn schoenen staat. Maar niemand die ik hoor zeggen of onze indiaan stevige schoenen draagt. Dragen indianen eigenlijk wel schoenen?

Er is dus nood aan een nieuwe site die de artikels op Apache aan de kaak stelt, zonder zelf nieuws te brengen. Met een tagline - overeenkomstig met die van Apache - als: 'Waarom staat dit stuk vandaag op Apache? [Ali] vertelt het u.' Dat niemand dat idee al ten uitvoer heeft gebracht. Zonde. Samen met een man of tien wil ik er hoogstpersoonlijk mijn schouders onder zetten. We zouden altegader echter dagelijks ongeveer dezelfde conclusie naar voren kunnen schuiven: 'Omdat de mensen achter Apache weliswaar een punt hebben, maar een ietsiepietsie te betweterig zijn en bovendien last hebben van zuurpruimerigheid. Wat meer buitenkomen, jongens! Ga eens smoutebollen eten.'

Iemand interesse om een dergelijke kritische site op poten te zetten? We zouden ons project voorlopig 'De werktitel' kunnen noemen.

zondag 9 oktober 2011

Rode hond

Woef woef woef! Waf waf!

Chris Dusauchoit is op de radio in het programma 'Friedl'', met de gelijknamige Friedl' Lesage. En wat is die Dusauchoit sàài geworden. Zo'n ouwe vent, schijnbaar overgeleverd aan sentiment en zo goed als uitsluitend geïnteresseerd in hondjes, diertjes, onschuldige, zachte kindervriendjes. Chris krijgt hartepijn als een poesje miauwt bij de geur van spek. Chris praat op een ernstig toontje over de parkiet die hij als tienjarig jongetje op zijn kamer hield. Serious business, jongens en meisjes.

Zo'n man ook, die Chris, die in alle omstandigheden praat alsof hij een kinderboek aan het voorlezen is. Of iemand die aan iedereen gezegd wil hebben dat hij er geen probleem mee heeft om zijn emoties te laten zien, dat hij wel eens zit te snotteren terwijl hij naar een reportage over kinderleed kijkt. Om 'de wubbes' van te krijgen, om het met een uitdrukking van vrolijke Cath Luyten te zeggen.

Onlangs draafde dierenvriend Dusauchoit op in een, overigens niet onzinnige, reclamespot voor een ecologische Volvo. "Tv-presentator en groene jongen Chris Dusauchoit (..)". Hij was bijzonder te spreken over die Volvo. Helaas ben ik de precieze redenen daarvoor alweer vergeten. Wel kwekte hij iets over zijn hondjes - duh -, want die konden probleemloos in die Volvo. Plaats genoeg, immers, voor Chris en zijn twee trouwe viervoeters, zijn beste vrienden, luisterende hangoren in bange dagen.

In gesprek met Friedl' is de groene tv-presentator weerom niet te houden. Tussen veel te serieus gebracht en leeg gelul over 'de liefde' door doet hij enkele uitspraken die dat moeten illustreren.

"Ik weet wel zeker dat er een verschil is tussen hondenmensen en kattenmensen. Hondenmensen zijn wat aaibaarder, wat slordiger, wat sloeberachtiger. En kattenmensen zijn zo wat meer op zichzelf."

Oh well.

Friedl': "Waarom heb jij honden, denk je?"
Chris: "Weet je, dat is heel moeilijk om uit te leggen. Ik heb ergens een citaat gelezen: 'honden zijn niet uw hele leven, maar ze maken uw leven wel heel.' Dat vind ik een mooie. Als ze er niet zijn, dan mis ik ze. Als je helemaal alleen thuiskomt in het holst van de nacht, dan zijn ze altijd wakker, altijd blij, altijd goedgezind. Allé, honden, je kunt er alles aan vertellen, wat veel mensen ook doen: een hond als psychiater nemen."

"There's no psychiatrist like a little puppy licking your face."

Enzovoort, enzomeer. Herhaaldelijk komt zijn lof voor de hond terloops aan bod, zodat ik de hele passage niet kan overnemen, maar dat deert niet. Al wat ik kan denken is: wat een saaie man. Wat een gelukkige, evenwichtige, saaie man. Spijtig is dat, want toen hij vroeger op Studio Brussel presenteerde, vond ik hem best aangenaam. En nu ik verneem dat zijn honden toen al aan zijn voeten in de studio lagen verandert daar ook niks aan. Ik vond hem cool en ad rem. Tien jaar later is hij dat helaas niet meer, anders zou ik dat zeker niet verzwijgen.

Maar nee, die tijd is voorbij. Nu loopt de hond als rode draad doorheen een programma over boeken. Ik sluit niet uit dat ik te jong ben voor dit soort radio. En als dat zo is, mag ik mezelf op de borst kloppen.

Woef woef woef! Waf waf!, nog aan toe.

zaterdag 8 oktober 2011

Le prix citron me plaît

(Vandaag heb ik het over een tennisser. Misschien kan u eerst dit filmpje bekijken, of maar enkele seconden ervan. Dan bent u beter mee, als u wilt.)

Enkele seconden zijn al genoeg: hij is weergaloos. Zijn nonchalance, al dan niet gespeeld, onderscheidt hem van de rest. Hij heeft bakken talent, Marcelo Rios. Le prix citron van het peloton. Een week of zes achteloos op nummer één. In 1998 toen hij zin had en de tijd nam om enkele tornooien te winnen. Ze haatten hem daarom.

Het is smullen van die ogenschijnlijk timide blik die net zo goed voor arrogant kan doorgaan. Hij is geen crowdpleaser zelfs al heeft zijn speelstijl alles mee. Hij is een understatement als persoon. Niet zo'n drukte, mensen, ik ben geniaal maar daarom hoeft u niet zo'n kabaal te maken. Wanneer is het hier gedaan, zie je hem denken. Ze haatten hem daarom. Opponenten en tennisliefhebbers. Zijn onconventionele gedrag werd niet geapprecieerd, kon hij niet gewoon doen? Hij gaf kleine jongetjes geen handtekening, hij zocht geen contact met spelers of publiek. Hem ging het om de geniale dropshots, maar het publiek wilde meer. Stom publiek.

Deze drievoudige winnaar van de Prix citron - een 'prijs' voor de meest onsympathieke tennisser - bracht rock'n'roll op de baan. Als ik hem op YouTube bezig zie, straal ik, ben ik helemaal mee. Straffer nog: ik krijg kippenvel, heimwee. Er zijn geen coole tennissers meer. Ze zijn zo netjes allemaal. Ongelooflijk goed, maar zo lief. Wie krijgt de Prix citron? Ook mis ik een type als Marat Safin. Nog zo'n genie. Daarvoor zou ik 's nachts zijn opgestaan, bij wijze van spreken. Hoe hij ooit een challenge aanvroeg voor een bal die dertig centimeter uit was. Smullen. Zijn tegenstander, Federer, wist niet wat er gebeurde. Helaas verloor Safin kansloos.

Marcelo Rios durfde de tegenstand belachelijk te maken. Ze haatten hem daarom. Maar wat hij deed was ongezien en nooit zal iemand zoiets nog doen. Alleen Marcelo kon dat. Hij was de citroen, hij kon doen wat hij wou.

Hij schoffeerde journalisten, zei dat ze stomme vragen stelden. Hij kneep zijn vrouwelijke collega's in de billen tijdens het aanschuiven in de spelerscafetaria. Hij veroorzaakte een auto-ongeluk, sloeg zijn vrouw en las wenend voor de camera een brief voor waarin hij bij haar om vergiffenis vroeg. Wat een geweldige Chileen.

En omdat hij was wie hij was, de citroen, de eikel, stopte hij op zijn 27. 27, jawel, hij had er genoeg van. Hij had ook blessures, maar toch. Geen zin meer. Mààr tennis. Whatever. Nummer één gestaan, zes weken. Bewezen wie hij was, wat hij kon. Wie had daar nog een antwoord op?

Intussen krijgt deze tekst het air van een rest in peace, wat het absoluut niet is, al sluit ik niet uit dat meneer Rios as we speak een dodelijke cocktail van drugs en slaappillen in zijn lichaam ramt. Nee, dit is een lofzang op de rebellie, op het lef om anders te zijn. Dit is de opwinding om het nonchalante genie, de adrenalinestoot om de supergetalenteerde je m'en foutist.

vrijdag 7 oktober 2011

Voze Jef

Schrijft die voze Jef Geeraerts op bladzijde 132 van zijn 'Black venus' nu dat hij seks heeft met de zus van een meisje van tien, terwijl dat meisje van tien erop staat te kijken? Wat een walgelijke vetzak. Dat hele 'Black venus' is trouwens een walgelijk boek. Wat een vieze vent, wat een macho. Hij schrijft zonder punten en hoofdletters omdat hij daar tussen al zijn gretig beschreven neukverhalen gewoon geen tijd voor heeft. Broek uit, beha uit, de een na de ander, zeker twintig ondertussen, van twintig verschillende 'wijfjes', zoals hij dat noemt. Hij praat over negers als over dieren. Hij praat dus over 'negers', maar in de context neem ik daar, toegegeven, geen aanstoot aan.

En ondermeer daarin - in die 'neger' - zit 'm een andere mogelijke interpretatie van dit boek en alle viezigheid die erin beschreven staat: Geeraerts is wel doodeerlijk. Hij zal zo eerlijk en expliciet geweest zijn om het politiek correcte establishment, de zelfgenoegzame post-kolonialen van 1967, de stuipen op het lijf te jagen en met een andere versie van de waarheid te confronteren. En dat is hem ook gelukt, want op de achterflap van deze uitgave, die ik bij de Humo kocht, staat geschreven hoe het boek 'verguisd' werd en hoe er zelfs 'interpellaties in Kamer en Senaat' aan te pas kwamen. Een beter argument voor het bestaansrecht van een boek bestaat wellicht niet.

Dus Geeraerts zit in Congo en is geen-idee-wat-precies. Hij lost bepaald weinig over zijn takenpakket. Hij schiet op olifanten en buffels en zit constant in kleine dorpen bij plaatselijke stammen die hij kennelijk de beschaving moest zien bij te brengen. In 1955 en de daaropvolgende jaren, that is. Hij beschrijft occasioneel ook administratief werk en wordt door de negers wel eens aangesproken als inspecteur.

Maar zijn hoofdbezigheid is neuken en alles wat past in de concentrische cirkels daarrond. 'Wijfjes' uitkleden, als ze al niet naakt zijn, geilen op de pronte borstjes van vijftienjarigen, de juiste welvingen van de slavinnen. Soms roept hij God erbij in zijn woordenstroom zonder punten en vraagt hij zich luidop af waarom Hij deze 'wezentjes' geschapen heeft, deze wezentjes waaraan het libido van de man toch onmogelijk kan weerstaan. Het libido van een losgeslagen koloniaal, moet ik daar dan wel bij denken, want dit is zeker niet waar de gemiddelde vent zich aan tegoed zou doen.

Op zijn best zou ik Geerarts' kloten er willen afsnijden. Want mensen, die voze bewoordingen en hoe hij hiërarchische patronen beschrijft. Hij maakt een slaaf wakker die hem dan 'als de wind' een spiegelei moet bakken. Hij roept een stamhoofd bij zich en verzoekt hem een wijfje te sturen om de avond, en meteen ook de nacht, mee door te brengen. Hij heeft meer orgasmes dan hij doucht. Hij neukt vaker dan hij pist.

Geen twijfel mogelijk dus dat dit verhaal doorspekt is met bewust provocerende symboliek. Ik kan me immers niet voorstellen dat een man een boek uitgeeft waarin hij ook zijn vrouw en twee kinderen - gedrieën in 'de Congo' aanwezig, weze het niet op de missiepost van man- en vaderlief - zo harteloos in hun hemd zet. Hij neukt in het rond dat het knalt en ondertussen geeft hij zijn gezin - die kille westerlingen, waar hij back home desalniettemin een intieme band mee heeft opgebouwd - al eens een tik. Want ja, soms ontsteekt Jef in een woede die hem tot een moord zou kunnen inspireren. Niet zelden zijn deze passages intriest en pathetisch. Wat een zielige vent, is dan de enige conclusie. En: waar waren zijn oversten, de mensen die hem daar weg hadden moeten halen en hem op de boot naar België hadden moeten zetten, de enige relevante vragen. Waar zaten de Belgen meer in het algemeen met hun gedachten daar in 'de Congo'?

Wellicht is dat een belangrijk thema in dit boek. Een onomfloerste aanklacht tegen een uit de hand gelopen systeem. En Geeraerts geeft zichzelf bloot, wat pleit voor hem, want ik kan zo meteen geen schrijver bedenken die minder als schietschijf zou kunnen dienen. Maar zie: decennia later lijkt hij ermee weggekomen te zijn.

En nu dus snel zijn kutboek uitlezen. De meet ligt nog 74 bladzijden ver, maar stoppen zal ik nu niet meer. En daarna begin ik vanzelfsprekend aan 'De goede moordenaar', het tweede deel in zijn Gangreenreeks. Omdat ik het met mijn eigen ogen wil gelezen hebben, al die troep. Toch hoop ik dat het echt niet op deze gore manier blijft voortdenderen. Want een man met zò'n pik heeft kennelijk geen besef van eentonigheid.

donderdag 6 oktober 2011

Els Tibau

Toen ik bij de bakker om een bruin brood ging, griste ik een Pas uit mee. Els Tibau stond op de cover en dat voerde me terug naar 'vroeger'. Toen Els nog omroepster bij vtm was. De mooiste, wat mij betrof, mooier alleszins dan Ilse De Meulemeester van wie ik al kon zien hoe ze er over twintig jaar zou uitzien. Els daarentegen zag eruit als een onaantastbaar wassen beeld, en zie: ruim vijf jaar later, of zelfs tien, ziet ze er nog steeds fantastisch uit. Een huid als van een baby.

Ze loodst me binnen in een parallel Vlaams universum. Dat van Vijf-tv, Vitaya en andere zenders waarvan ik niet zeker weet wat ze doen, waarom ze bestaan en wie er behoefte aan heeft. Ik lees over de digitale kanalen Life!tv en Anne en vraag me af in welke woonkamers deze 's avonds het entertainment uitmaken. Alsof ze een afsplitsing zijn van wat ik onder de werkelijkheid versta. Wat is digitaal kijken eigenlijk ook weer? En 3D? Wat is de rode knop waar Bart Peeters in zijn Eurovisie-voorrondes altijd op een 'ik-weet-er-ook-het-fijne-niet-van'-toon naar verwees? Wat is tv kijken in uitgesteld relais, zoals ik geloof dat dat ook een benaming is voor iets achter dat gordijn der digitaliteit?

Ik ben afgedwaald: Els Tibau loodst mij binnen in een parallel Vlaams universum. Het universum van schijnbaar subtiel afgeserveerde bekendelingen als Gene Thomas, Sophie Dewaele, Dean Delannoit en Bieke Ilegems. Els heeft zélf de keuze gemaakt om bij Vijf tv te werken. Ze zegt het niet met die woorden, maar uit wat ik lees maak ik op dat ze bij die zender op meer doorgroeimogelijkheden kon rekenen. Nu presenteert ze voor enkele tienduizenden kijkers het programma 'Weekendje weg'. En dat doet ze graag, of hoe kan het ook anders.

Ik ga niet verklappen hoe ik er terechtkom, maar plots zit ik op de website van Brigitta Callens, Miss België 1999 - ik heb dat bij volle bewustzijn meegemaakt. Brigitta is wég, op meerdere vlakken. Weg van het scherm en weg van de wereld, al zal ze dat laatste natuurlijk ontkennen en wie ben ik eigenlijk om zo over haar te oordelen enkel en alleen omdat ze tot over haar oren in de yoga zit.

En zo gaat dat door. In een wereld van verloren BV's breng ik mijn verloren voormiddag door. De Pas uit is daarvoor ideaal, voor een moment van vulsel bij totaal gebrek aan beter.

Ten slotte verklap ik graag dat de oplossing van het kruiswoordraadsel in Pas uit 'Engelsman' is. Geen mens die hier komt die de kruiswoordraadsels in Pas uit niet achteloos aan zich voorbij laat gaan.

Voor 31 oktober zal ik weten of ik gewonnen heb. Voor 31 oktober zal ik ook vergeten zijn dat er een parfum te winnen is. Een parfum, godbetert.

woensdag 5 oktober 2011

Een re-break

'En, in Mons?'

Ik sms hem, enigszins geamuseerd - niet dat dat kan vandaag, - omdat hij gisteren aankondigde dat hij daarheen zou gaan. Ik ben benieuwd, wat zeg ik: heel benieuwd naar zijn antwoord. Dat er vijf minuten later nog niet is.

Geen plek waar hij vandaag liever wilde zijn dan Mons. Misschien had ik met hem mee moeten gaan, want geen plek waar ik vandaag minder graag wil zijn dan in deze kamer. Een mens richt met de beste bedoelingen een kamer in met posters en zijn goeie smaak, om mogelijk al de dag erna te willen vluchten naar onduidelijk waar.

Naar Mons, de ene, en ik wil om een of andere reden verhongeren in Luxemburg, een wel heel erg raar idee.

Misschien zit hij in de tribune nu en staat er eentje op het punt een re-break te forceren. Je kan dat allemaal niet weten als je er niet bij bent en geen sms'je terugkrijgt. Zou hij vanmorgen vroeg zijn opgestaan om zijn Go Pass in te vullen en de NMBS-site te raadplegen? Zou hij echt zo toegewijd zijn, het lijkt absurd. Maar hij klonk heel serieus toen hij zei dat hij erbij moest zijn. Ze deden immers allemaal mee en dat mocht hij niet missen, hij, zo dichtbij en met lege dagen op overschot.

Maar om te sms'en heeft hij het te druk.

dinsdag 4 oktober 2011

Telkens ik 'anoniem' wil schrijven, moet ik opzoeken hoe dat gespeld wordt*

Als stomme verbazing in mijn gamma aan, euh, emoties zat, was het waarschijnlijk mijn deel geweest toen ik op haar bureau het Nieuwe Testament zag liggen. 't Is dat bijna niks mij nog verbaast, maar daarover misschien meer bij een andere gelegenheid.

Het Nieuwe Testament op haar vakbondsbureau, dus. Haar anonieme vakbondsbureau, een druppel in een onduidelijke oceaan. Verbazing, zij het geen stomme, overviel mij wel degelijk.

Wat doet ze daar aan dat bureau op momenten dat ze geen teneergeslagen nozempjes moet doorverwijzen naar weer eens een ander opstakel in hun leven? Ze leest de bijbel. En tussendoor laat ze koffie brengen door een grijze collega die een grijze opmerking maakt, quasi ongeïnteresseerd in haar oninteressante antwoord. Het heeft de schijn van slechtbetaalde uitzichtloosheid. Wanhoop die ook doet leven. Of: helemaal niets van dat alles. Want zij leest de bijbel. Waar hij Hij is, en hoop Hoop.

Het duurde te kort om er lang over door te gaan. Ze overhandigde me de papieren en ik ging heen. Naar zomaar ergens.

* Anonimiteit is een vaak weerkerend thema in mijn oeuvre. Het wordt dan ook tijd dat ik de spelling van dat woord leer onthouden.

maandag 3 oktober 2011

Bangkok

E.,

Dat ik helemaal naar Bangkok zou reizen om niet opnieuw naar de VDAB te moeten gaan, ik had het ook niet verwacht. Tot voor drie dagen geleden dus, toen ik mijn ticket boekte bij SN Brussels Airlines. Vannacht ben ik dan vetrokken in Zaventem en nu zit ik hier in een internetcafé waar het krioelt van de Thaise mieren, waarmee ik bedoel: het Thaise volk dat op een doordeweekse maandag blijkbaar niet op kantoor zit maar gewoon door de straten suist zonder duidelijk doel.

Werkzoekenden zouden ze standaard anti-depressiva moeten voorschrijven. Niks erger dan te willen werken, te kunnen werken en niet de kans krijgen om te werken. Ze gingen mij bellen, maar ze belden mij niet. Ik belde hen, maar ze namen niet op. Ik mailde hen, maar ze mailden niet terug. Ik belden hen nog eens, het was antwoordapparaat. Ik sprak iets in, de lijn werd verbroken. Ik ging naar mijn jobcoach en die herkende mij niet meer. Ze herinnerde zich mijn naam noch mijn gezicht. Ze zei dat ze niks voor mij kon doen.

Dus wat doe ik in Bangkok en wat ben ik van plan? Meteen extreem: ik ga me laten ombouwen tot een kathoey. Verder wil ik daar voorlopig liever niks over zeggen.

Of ik gelukkig ben? Niet al te. Maar, zeg ik soms tegen iemand die zo'n advies kan gebruiken: het enige wat je daar aan kan doen is dingen ondernemen, anders hang je je beter gewoon op. Daarom dus Bangkok.

Intussen zitten mijn vijftien minuten internet er hier zo goed als op. Snel dus nog even mijn moeder een mailtje sturen om te zeggen dat ik in Thailand ben en niet in Oostduinkerke zoals ik haar had verteld toen ik zei dat ik er eventjes tussenuit moest.

Hopelijk loopt alles hier los en is het Engels van de gemiddelde Thai iets beter dan dat van de uitbater van dit, wat ik nog het best kan omschrijven als een, hutje.

Binnenkort wellicht meer details, zeker niet ongerust zijn en blijf ze vooral jazzen,

Ali

zondag 2 oktober 2011

Zitten II

Zit Ali hier nu weer te zitten wachten op applaus, voor hem de grote schrijver.

zaterdag 1 oktober 2011

Zitten

Zit Ali hier toch weer op zijn eigen blog te zitten zitten zeker?

donderdag 28 juli 2011

Zelfs als u hun muziek maar niks vindt

Dus: E. wil naar Marktrock. Hij is drummer in een groepje en neemt deel aan een wedstrijd. Hij verzamelt stemmen om zijn groepje op Marktrock te krijgen. Het lijken wel kinderen. Zijn mama mailt heel het dorp met de vraag op haar zoontje te stemmen. Onder het mom 'we willen u niet stalken' word ik gestalkt.

Ik stem op de concurrentie.

Let: ik heb zeker dertig keer op zijn groepje gestemd. Ik loods(te) hen mee naar een nipte tweede plaats. Ze moeten echter eerste worden en die droom drijft weg als ik er de ranking op nakijk. Daarom een ander mailtje met weer een vracht uitroeptekens en zinnetjes als "Zelfs als u hun muziek maar niks vindt" of "Zelfs al komt u nooit op Marktrock". Aaaargh.

Zijn we 24 of 14?

Ik stem op de concurrentie. Twee schattige meisjes van 19. Ze maken van die benen-over-elkaar-geslagen gitaarnummertjes à la Kate Nash ofzo. Een klein beetje verleidelijk natuurlijk, maar wat onnozel. Alleszins een geschikter Marktrockgroepje dan die vier te oude kinderen met hun 70's-lang haar en hun bij wijle ijle koeienblik waarachter ik joints moet vermoeden.

Ik ga toch niet naar Marktrock.

Win ze, zou ik ze zeggen, ik zou het ze wensen. Maar dat ze mij er nu maar mee met rust laten. Ik ben met andere dingen bezig.

Zoals de vraag: ben ik 24 of 14? En: waar ligt mijn seroxat?

maandag 18 juli 2011

Brasserie Nationale

Rare plek om af te spreken. Dat sowieso. Ik sta meer dan open voor wat gekkigheid, maar dit wàs eigenlijk geen gekkigheid. Het leek ernst. Luc was zich aan het bezuipen en declameerde dat er maar één Einstein is en dus zeker geen Zweistein, laat staan een Dreistein. Dat grapje had hij al vaker gemaakt. I. - die voor mij gearriveerd was - zei dat ze Luc al drie kwartier kende en hem al drie kwartier geweldig vond. Ze deed tournée generale aan de toog - "voor heel de hoek hier" -, zes mensen, waaronder ook een sjarel die niet veel later met veel lawaai van zijn kruk viel. Hij moest zwaar ondersteund worden vooralleer hij weer op die kruk neerzeeg met het bevel geen vin meer te veroeren. Ik dronk zuinig van mijn gini en moest voor een keer niet uitleggen waarom ik geen bier drink. Temidden van dit gezelschap voelde ik me warempel geen curiosum. Of jawel, natuurlijk wel. Mijn rechterbuurman, Willy - een man die je het label 'typisch' zou opplakken - drong zich in het geheel niet bij me op, wat ik apprecieerde. Het soort man uit een parallelle leefwereld, die Willy. De toog van Brasserie Nationale is op zich al een parallel universum voor de intellectuele elite waarvan ik deel uitmaak.

Willy gaat in januari op pensioen en verhuist dan naar Senegal met zijn Senegalese vriendin die - mag het verbazen? - de volle 24 jaar jonger is dan hijzelf. Hij maakte wilde gebaren waaruit ik kon afleiden dat zijn zwarte furie met haar ronde kont in staat is tot wilde seks. Ik sprak aan honderd per uur in clichés - zonder Willy te willen uitlachen - en was verbaasd over het gemak dat ik daarbij ondervond. Het ging als vanzelf en Willy vond het prachtig. Willy stond op het punt mijn beste vriend te worden en stond er op dat ik een ice tea van hem dronk.

Intussen was I. nog steeds in gesprek met Luc die ik zelf overigens ook wist te appreciëren. Hij vroeg mij het werkwoord 'être' te vervoegen, wat mij lukte. Hetzelfde voor 'avoir', wat mij eveneens lukte. Hij, op zijn beurt had hulp nodig bij 'aller'. Hij had meer een wiskundeknobbel en begon over integralen. Toen I. en ik wilden weggaan begon hij net niet te wenen. I. moest beloven dat ze nog eens zou terugkomen. Mijn rechterarm als ze het niet doet. Het zou me niet verbazen als ook ik daar nog eens terugkom, zonder twijfel dan in I.'s gezelschap. Het is van ver mijn natuurlijke habitat niet, Brasserie Nationale, maar het doét me wel iets, in tegenstelling tot heel wat andere cafés waar ik op automatische piloot wel eens kom. Brasserie Nationale is een sociologische studie waard.

We schudden handen met Luc en Willy en stonden weer op straat. In de verdomde regen nog wel en mede daarom was het volstrekt onduidelijk wat te doen of waar naartoe. Ik was op het randje van pissig, want I. was op het randje van irritant. Ik zei dat ik thuis een DVD van Christina Aguilera had liggen, I. zei dat ze een affaire heeft met een getrouwde man. Maar dat was niet wat mij bezighield toen we even later behoorlijk zoutloze seks hadden. Wel was ik wat beduusd door de bevinding dat ik, na deze aparte doch niet totaal knotsgekke avond, zonder veel innerlijk protest mijn politiek correcte principes naast me neerlegde. Een bevinding die me nu eigenlijk meer amuseert dan dat ze me achtervolgt.