zondag 18 maart 2012

Verwarring

Oh shit, ik word langs alle kanten voorbijgestoken. Zie mij, ik ben 25 en opeens is iedereen jonger dan ik. Succesvoller dan ik. Hebben ze een relatie en ik niet. Een diploma, hoger dan het mijne. Een job, en ik nog steeds niet. En begrijpen ze de moeilijke artikels in De Standaard, en ik niet.

Er is maar één ding waarin ik significant goed ben en dat is schrijven. Heb ik horen zeggen. (Er zijn zo veel mensen die gewoon nooit schrijven, misschien kunnen zij het ook.) Heel mijn leven zal ik schrijven, voor mezelf en de toevallige passant. Maar ik kan niet heel mijn leven blijven denken dat dat schrijven me ergens 'hogerop' zal brengen, want, neen, dat zal het niet. Ik ben een nozem in een callcenter en dat is mijn plaats. Twee dagen was ik een nozem op een klantendienst en dat was ook mijn plaats, maar ik heb ze weer afgestaan.

Zal ik het over relaties hebben? Ik verveel me op zaterdagavond, misschien wel het enige moment in de week waarop ik denk: 'was er maar iemand hier bij mij'. Op andere momenten valt dat beter mee.
Tegenwoordig heb ik rare maar realistische gedachten als: 'straks hebben ze allemaal kinderen, en ik niet' of 'straks hebben ze geen tijd meer'. Of: 'Ali, wat ga je doen als ze geen tijd meer voor je hebben? Kan je dan blijven leven zoals je dat nu doet?' In 'De maagd Marino' van Yves Petry las ik dat het personage Bruno Klaus op zijn 42 nog leeft als een twintiger, zonder kinderen of huis in afbetaling. Ook hij moest vaststellen, met enige wrang, dat hij zich buitenspel had gezet. Maar het laatste wat ik wil is een kind. Nooit een kind. Nooit. Ik ben geen misdadiger.

En dan is er een gedachte als: 'geen kind = vrijheid'. Een heerlijke gedachte, op zich, een sprong in de lucht (ik kan niet omschrijven wat ik precies voel). Maar meteen daarna, beklemmend: 'hoe benut ik die vrijheid dan optimaal?,' en de stress, de vrees dat ik die vrijheid nooit optimaal zal kunnen benutten. Ik kan mijn eindeloze vrijheid nu al niet benutten. Nee, ik speel Bouncing Balls op Facebook, mijn record is 76.000 en ik ga door tot ik ongeveer 100.000 heb zoals M. (hoe heeft ze dat in godsnaam gedaan?)

Maar ik heb vrienden, genoeg. Dat leeft wel aangenamer. Ik kan ze bellen en porren enz. Ik zie ze en ze lijken me oké te vinden. Ik vind hen uit alle macht oké. En dan ga ik naar huis en schrijf ik in het kort op wat we samen hebben gedaan in mijn Open Officebestand 'Leuke dingen' (dat u wellicht weleens zou willen inkijken - too bad - maar jullie zijn 'leuke dingen', jullie, vrienden die met mij afspreken die dit lezen).

Minpuntjes van me zijn mijn pessimisme, cynisme en mijn eerlijkheid. Niemand hoort me graag zeggen dat 7 miljard, laat staan 9 miljard gewoon teveel is. Mijn moeder vond me zo vervelend toen ik zei dat die minuut stilte van vrijdag (naar aanleiding van de ramp met de bus in Zwitserland) niet nodig was. En soms zeg ik tegen mijn broer dat hij zich beter kan ophangen dan zich in zijn slachtofferrol te blijven wentelen. Ook dàt is de waarheid.

Want de waarheid, u weet wel, die graag genegeerde abstractie, die ken ik. Ik ken de waarheid in uw plaats en vind ze confronterend in uw plaats. Terwijl u de waarheid negeert of ze zelfs niet kent, word ik met haar geconfronteerd en hakt ze er bij mij stevig op in. Zo stevig dat ik cd's opstapel op mijn bureau om me ertegen te beschermen. Zo verdomd stevig dat ik mijn ogen dichtknijp en mijn handen voor mijn gezicht houd van schrik. De confrontatie met de existentie. En B. die het benauwd kreeg toen ik zei dat wij hier ook maar per toeval 'mogelijk zijn' op deze planeet, in dit tijdsgewricht. In dit tijdsgewricht, op deze planeet waarop ik enkele tientallen jaren leef, tijdens welke ik bepaalde conventies opvolg, waar ik het al dan niet mee akkoord ben, waarin ik geregeld serieus kopje onder ga waarvan ik dan weer niet begrijp waar het voor nodig is.

Misschien is 'verwarring' wel mijn absolute, euh, 'ziel'. Misschien ben ik 'beyond' gewoon verward. Ik denk dat dat het is. En wat ik daar dan mee moet? Opschrijven, bloggen, vergeten, mijn haar wassen omdat het vettig is, de bus nemen naar mijn moeder, de bereidde maaltijd consumeren en zeggen dat ze lekker was, naar een sportprogramma kijken en terugkeren naar mijn eigen hol, om daar opnieuw de verwarring te bestrijden en me terloops af te vragen hoe en wanneer ik nu eindelijk succesvol kan worden (waarbij succesvol ook maar een woord is om aan te duiden dat ik dan beter zou weten waar ik mee bezig ben).

Geen opmerkingen: