"Ben jij vrij?"
De vraag klinkt me haast sarcastisch in de oren. Ik zit aan een tafel, ik word geacht er te blijven zitten, toch nog een hele tijd, en we zijn nog niet eens aan het voorgerecht. De vraag is niet aan mij gericht trouwens, dus negeer ik ze voor de gemakkelijkheid. Veel te moeilijk. Moet je boeken voor gelezen hebben. Maar komisch is ze wel, die vraag. Een beetje tragikomisch.
Het voorgerecht is goed, ik amuseer me stiekem. Vrij ben ik niet, maar dit pantser past me. "We gaan er het beste van maken, hé?" Welja, als het weer een beetje meezit, als ik geen bad hair-day heb en als zíj er ook het beste van willen maken. Dan wel. En zo gaat het ook, al betekent het niks voor mij. Wel voor sommige anderen, en je moet hen dat eens gunnen ook.
(Natuurlijk betekent het wel iets voor mij. Maar als ik dat buiten de haakjes moet toegeven, ben ik weer tweeduizend tekens verder.)
Je moet het hen gunnen om in hun herinneringen te graven, om gedane zaken weer op te rakelen. Je moet jezelf te kijk zetten. Dat moet je hen gunnen. Zo vaak gebeurt het ook niet, en die enkele keer moet je het hen daarom extra-hard gunnen. Hebben ze er naar uit gekeken of wordt het hen ingegeven op het moment zelf?
Ze houden een beetje van mij, denk ik.
Een foto waarop ik eruit zie als een dinosaurus. En nee, op straat zou ik onherkenbaar zijn. Maar da's niet erg. Wij komen niet in dezelfde straten, de situatie zou zich nooit voordoen.
Da's vrijheid voor mij.
maandag 7 april 2008
vrijdag 2 november 2007
Dilbeek/Strombeek
Op dat moment borrelt de genegenheid in me op, als een stroom warm water, enkel en alleen omdat ik weet dat ze op me wachten en van me houden. In de kamer ernaast doen mindere goden hun ding - mindere goden doen dat wel vaker, 'hun ding' - en ik weet dat ik me geen zorgen hoef te maken. Ergens, jazeker, zit ik gebeiteld.
Ik had twee opeenvolgende dromen over te laat komen en met lede ogen moeten aanzien hoe me ontglipt wat ik wilde hebben. In een van die dromen was het mijn vader die ik niet te pakken kreeg. Ik reikte mijn hand uit naar de man, maar hij zette het op een lopen. Als een gek. Ik ging achter 'm aan, tot iemand van de ordehandhaving zegde dat ik de strijd beter kon staken. Dat er geen hulp meer kon baten.

In die andere droom moest ik in Dilbeek zijn, - een plek die sinds een tijd toevallig op mijn wereldkaart prijkt - maar ik had mijn agenda niet goed ingevuld en bijgevolg kwam ik hopeloos te laat. 't Is te zeggen: ik zag plots op tv een live-verslag van de gebeurtenis die ik live hoorde bij te wonen. Het was iets in een tuin met tuinstoelen. Voorts weet ik niks.
Mijn trip van vandaag - geen droom - had me bij voorbaat al tot doemdenken aangezet. Ik moest naar fuckin' Strombeek - zo zal ik die plek ook na mijn bezoek aldaar blijven noemen - en ik had opgezocht hoe ik daar moest komen. Alles ging goed, met treinen en bussen en een paar uur reizen, maar het regende wel. Toen was ik daar en vond ik het al bij al nog wel spannend, zo op een plaats waar ik in mijn leven hoogstwaarschijnlijk maar één keer zou zijn. Ver van huis, maar met een reden, dat bevredigt de mens.
Ik heb er Dez Mona geïnterviewd.
Ik had twee opeenvolgende dromen over te laat komen en met lede ogen moeten aanzien hoe me ontglipt wat ik wilde hebben. In een van die dromen was het mijn vader die ik niet te pakken kreeg. Ik reikte mijn hand uit naar de man, maar hij zette het op een lopen. Als een gek. Ik ging achter 'm aan, tot iemand van de ordehandhaving zegde dat ik de strijd beter kon staken. Dat er geen hulp meer kon baten.

In die andere droom moest ik in Dilbeek zijn, - een plek die sinds een tijd toevallig op mijn wereldkaart prijkt - maar ik had mijn agenda niet goed ingevuld en bijgevolg kwam ik hopeloos te laat. 't Is te zeggen: ik zag plots op tv een live-verslag van de gebeurtenis die ik live hoorde bij te wonen. Het was iets in een tuin met tuinstoelen. Voorts weet ik niks.
Mijn trip van vandaag - geen droom - had me bij voorbaat al tot doemdenken aangezet. Ik moest naar fuckin' Strombeek - zo zal ik die plek ook na mijn bezoek aldaar blijven noemen - en ik had opgezocht hoe ik daar moest komen. Alles ging goed, met treinen en bussen en een paar uur reizen, maar het regende wel. Toen was ik daar en vond ik het al bij al nog wel spannend, zo op een plaats waar ik in mijn leven hoogstwaarschijnlijk maar één keer zou zijn. Ver van huis, maar met een reden, dat bevredigt de mens.
Ik heb er Dez Mona geïnterviewd.
donderdag 1 november 2007
Stelten
P.-J.,
je bent een belachelijke snuiter.
Met die stelten van je, loop je erbij als een voor een vijftal percent gehandicapte. Dat zwaarwichtige dat je daarmee combineert maakt van jou het prototype van een rechtenstudent, zoals het clichébeeld het wil. Je moest je nog zo'n koffertje met een viercijferige code aanschaffen, dan was alles volmaakt.
Je praat met vervelende Brabantse klanken en kreunt dan herhaaldelijk dingen als "euuuuuh" en bwààààààh". Je houdt van de Scouts en bent waarschijnlijk tegen de Chiro, of omgekeerd, en je wil zuipen zuipen zuipen, want dat ken je.
Nochtans, en nu komt de nuancerende maar, er zit vanalles in jou. Je bent een jaar naar A. geweest en daar heb je je goed weten te handhaven. Je hebt dat jaar perfect in je huidige leven ingepast en je zal nooit meer 100% Fiere Vlaming zijn.
In weze voel ik me zelf tot je aangetrokken, P.-J., het is enkel jammer dat we de deur niet van bij het begin voor elkaar geopend hebben. Nu spelen we een spel, namelijk, en wel eentje van aantrekken en afstoten. Let wel: ik hou daarvan, maar het is zeker niet zo dat mijn nieuwsgierigheid ongeveer even groot is als mijn afkeer voor jou. Het doet me nog het meest denken aan een versnipperd politiek links.
Het moest er van komen dat jij eens gezellig tegen mij probeerde te zijn. En ik ging daar natuurlijk niet op in, ik was in "mijne jemenfoutistische" die dag. Jij deed net alsof wij elkaar wel mochten, maar het ging je niet af. Je las waarschijnlijk het misprijzen in mijn ogen om al die pintjes waar jij in je lang weekend zo naar zegde uit te kijken. Ook zag je waarschijnlijk mijn nazinderende afgrijzen voor de dingen die je enkele dagen tevoren in de cafetaria, op luide toon, had geroepen. Ik had toen besloten dat jij waarlijk niet was wie ik hoopte dat je was.
Als wij straks samen op de tram zitten, dan hoop ik dit spel echter voort te kunnen zetten. Ik zal een waardige tegenstander zijn, ik ken mijn rol en zal er geen moment uitvallen. Jij zal proberen mij aan het wankelen te brengen door plots een opmerkelijke uitspraak te doen en ik zal vast ook wel eens wat milder zijn, maar al bij al zullen wij geen vrienden worden, geen denken aan. Als ik afgestudeerd ben en jij tegen dan ook, of misschien nog eerder, zullen wij elkaar tegenkomen op straat, elk in onze vertrouwde cocon en dan zullen we nog steeds onze neuzen ophalen.
je bent een belachelijke snuiter.
Met die stelten van je, loop je erbij als een voor een vijftal percent gehandicapte. Dat zwaarwichtige dat je daarmee combineert maakt van jou het prototype van een rechtenstudent, zoals het clichébeeld het wil. Je moest je nog zo'n koffertje met een viercijferige code aanschaffen, dan was alles volmaakt.
Je praat met vervelende Brabantse klanken en kreunt dan herhaaldelijk dingen als "euuuuuh" en bwààààààh". Je houdt van de Scouts en bent waarschijnlijk tegen de Chiro, of omgekeerd, en je wil zuipen zuipen zuipen, want dat ken je.
Nochtans, en nu komt de nuancerende maar, er zit vanalles in jou. Je bent een jaar naar A. geweest en daar heb je je goed weten te handhaven. Je hebt dat jaar perfect in je huidige leven ingepast en je zal nooit meer 100% Fiere Vlaming zijn.
In weze voel ik me zelf tot je aangetrokken, P.-J., het is enkel jammer dat we de deur niet van bij het begin voor elkaar geopend hebben. Nu spelen we een spel, namelijk, en wel eentje van aantrekken en afstoten. Let wel: ik hou daarvan, maar het is zeker niet zo dat mijn nieuwsgierigheid ongeveer even groot is als mijn afkeer voor jou. Het doet me nog het meest denken aan een versnipperd politiek links.
Het moest er van komen dat jij eens gezellig tegen mij probeerde te zijn. En ik ging daar natuurlijk niet op in, ik was in "mijne jemenfoutistische" die dag. Jij deed net alsof wij elkaar wel mochten, maar het ging je niet af. Je las waarschijnlijk het misprijzen in mijn ogen om al die pintjes waar jij in je lang weekend zo naar zegde uit te kijken. Ook zag je waarschijnlijk mijn nazinderende afgrijzen voor de dingen die je enkele dagen tevoren in de cafetaria, op luide toon, had geroepen. Ik had toen besloten dat jij waarlijk niet was wie ik hoopte dat je was.
Als wij straks samen op de tram zitten, dan hoop ik dit spel echter voort te kunnen zetten. Ik zal een waardige tegenstander zijn, ik ken mijn rol en zal er geen moment uitvallen. Jij zal proberen mij aan het wankelen te brengen door plots een opmerkelijke uitspraak te doen en ik zal vast ook wel eens wat milder zijn, maar al bij al zullen wij geen vrienden worden, geen denken aan. Als ik afgestudeerd ben en jij tegen dan ook, of misschien nog eerder, zullen wij elkaar tegenkomen op straat, elk in onze vertrouwde cocon en dan zullen we nog steeds onze neuzen ophalen.
Honing
Er is een enorm hoge drempel om aan het schrijven te gaan. Je moet daar tijd in willen steken en je moet daar de zin van inzien. Niet evident, of toch niet voor mij. Als ik klaar ben, ben ik blij. Als ik vind dat het goed is toch.
Ik zet een hoop komma's in mijn zinnen. Andere mensen halen die er uit voor mij. Ze snappen er ook niks van, waarom ik zo veel komma's zet. Je zou ze naar het echte leven kunnen doortrekken, denk ik dan wat elitair. Daarin probeer ik immers ook veel komma's aan te brengen, al was het maar om af en toe een rustpauze te kunnen inlassen. Ik merk dat heel wat mensen die komma's niet nodig hebben. Dat die gewoon fluitend aan nieuwe zinnen beginnen, in zwierige hoofdletters. Maar inhoudelijk valt dat tegen.
Neem nu D.: op geen :(-tje te betrappen. D. lost het op met :D's en ook wel :p's. Die laatste kende ik overigens niet. Zijn lief zal dat kennelijk wel leuk vinden, die lachende D. Of misschien is hij in haar bijzijn plots de ernst zelve (*-)). En hoe moet ik me dat dan voorstellen?
Bij nog een andere D. gaat het er net zo naturel aan toe. Doch, hij lijkt te beschikken over een iets rijker palet aan gemoedstoestanden. Soms kan hij erg ontstemd zijn en dan weet ik zeker dat zijn L. het ook geweten zal hebben. Eender welke blondine kan trouwens een lach op zijn gezicht toveren. Dat is zijn zwakke punt. Maar smooth guys zijn het allemaal. Alsof ze al een Bacheloropleiding in het cocoonen achter de rug hebben.
Wist je dat jongens vaak over meisjes praten? Dat is hen ingegeven door de natuur, zou ik durven zweren. "Meisjes zijn het leukst om over te praten," durven jongens tussen de praktijk van het over meisjes praten in, wel eens theoretisch opmerken. En dan wordt het vaak nog leuker, omdat je dat besef gedeeld hebt en daavan kan genieten. Dat staat namelijk in zekere zin wat intellectueel.
Maar vaak blijft alle leut gewoon hangen in de monden en wordt er van dat spreken geen woord in de praktijk gebracht. Een meisje is als een pot honing en jongens zijn de vliegen die om die pot vechten. Ik heb als vlieg de verkeerde ingesteldheid. Ik vind rond een pot honing vliegen namelijk allesbehalve leuk. Competitie en mannelijkheid zeggen mij slechts zeer occasioneel iets. Nee, liever dan die jagende vlieg te zijn, wil ik dat die pot honing zich plots met een sierlijke boog op mij stort, - in de praktijk onmogelijk, natuurlijk - zodat ik mijn taken kan beperken tot het werkeloos goedkeuren. Vooralsnog is er evenwel - en in dat woordje zit mijn in sarcasme verpakte verslagenheid over het heerlijke gezelschapsspel dat Liefde heet - geen enkel initiaal om die springende pot honing van mij een naam te geven.
Ik zet een hoop komma's in mijn zinnen. Andere mensen halen die er uit voor mij. Ze snappen er ook niks van, waarom ik zo veel komma's zet. Je zou ze naar het echte leven kunnen doortrekken, denk ik dan wat elitair. Daarin probeer ik immers ook veel komma's aan te brengen, al was het maar om af en toe een rustpauze te kunnen inlassen. Ik merk dat heel wat mensen die komma's niet nodig hebben. Dat die gewoon fluitend aan nieuwe zinnen beginnen, in zwierige hoofdletters. Maar inhoudelijk valt dat tegen.
Neem nu D.: op geen :(-tje te betrappen. D. lost het op met :D's en ook wel :p's. Die laatste kende ik overigens niet. Zijn lief zal dat kennelijk wel leuk vinden, die lachende D. Of misschien is hij in haar bijzijn plots de ernst zelve (*-)). En hoe moet ik me dat dan voorstellen?
Bij nog een andere D. gaat het er net zo naturel aan toe. Doch, hij lijkt te beschikken over een iets rijker palet aan gemoedstoestanden. Soms kan hij erg ontstemd zijn en dan weet ik zeker dat zijn L. het ook geweten zal hebben. Eender welke blondine kan trouwens een lach op zijn gezicht toveren. Dat is zijn zwakke punt. Maar smooth guys zijn het allemaal. Alsof ze al een Bacheloropleiding in het cocoonen achter de rug hebben.
Wist je dat jongens vaak over meisjes praten? Dat is hen ingegeven door de natuur, zou ik durven zweren. "Meisjes zijn het leukst om over te praten," durven jongens tussen de praktijk van het over meisjes praten in, wel eens theoretisch opmerken. En dan wordt het vaak nog leuker, omdat je dat besef gedeeld hebt en daavan kan genieten. Dat staat namelijk in zekere zin wat intellectueel.
Maar vaak blijft alle leut gewoon hangen in de monden en wordt er van dat spreken geen woord in de praktijk gebracht. Een meisje is als een pot honing en jongens zijn de vliegen die om die pot vechten. Ik heb als vlieg de verkeerde ingesteldheid. Ik vind rond een pot honing vliegen namelijk allesbehalve leuk. Competitie en mannelijkheid zeggen mij slechts zeer occasioneel iets. Nee, liever dan die jagende vlieg te zijn, wil ik dat die pot honing zich plots met een sierlijke boog op mij stort, - in de praktijk onmogelijk, natuurlijk - zodat ik mijn taken kan beperken tot het werkeloos goedkeuren. Vooralsnog is er evenwel - en in dat woordje zit mijn in sarcasme verpakte verslagenheid over het heerlijke gezelschapsspel dat Liefde heet - geen enkel initiaal om die springende pot honing van mij een naam te geven.
dinsdag 30 oktober 2007
Vind
Ik kleed je uit. Met mijn woorden en mijn woorden. Met altijd maar die woorden. Je moet er maar niet op letten. Je staat al in je blootje, maar je moest er maar niet op letten. Dat ik schrijf als Arnon Grunberg. En dat ik niet meer kan stoppen. Dat ik een oudere man ben dan dat ik zou willen. En dat ik zijn trui draag en dat ik daar zelf voor koos.
Je moet er maar niet op letten dat ik je in de eerste plaats als inspiratie voor een gedicht beschouw. Een gedicht dat ik overigens naar alle waarschijnlijkheid niet zal schrijven. Dat is het zowat. Wie ik ben en wat ik doe. Ik ben een ondernemer in sloopwerken. Ik sloop mensen. En dan vraag ik me af waar het verkeerd ging.
Je moet er maar niet op letten dat ik weer eens raar uit de hoek kom. Jouw hoek is de mijne niet, denk ik dan. En jij gaat weg, nog verder en verder, en ik denk 's ochtends na over wat er verkeerd ging. Ik word daar mee wakker. Al hoestend en snuivend word ik wakker. Zonder. En dan ga ik mijmeren. Dan kijk ik naar filmpjes. Dan hoop ik dat jij je hoofd om de deur steekt. Dat jij door het raam naar binnen komt vliegen. En dat je zegt dat ik mooi kan zingen. En dat je zegt dat je morgenavond komt dineren. Maar je komt niet.
En je blijft lang weg. Steeds vaker moet ik horen dat ik niet wanhopig hoor te worden. Steeds korter wordt de rest van mijn leven. En jij hebt mij steeds meer onder je knoet. Ik kom je vanavond zoeken. Ik zal niet slapen voor ik je vind.
Je moet er maar niet op letten dat ik je in de eerste plaats als inspiratie voor een gedicht beschouw. Een gedicht dat ik overigens naar alle waarschijnlijkheid niet zal schrijven. Dat is het zowat. Wie ik ben en wat ik doe. Ik ben een ondernemer in sloopwerken. Ik sloop mensen. En dan vraag ik me af waar het verkeerd ging.
Je moet er maar niet op letten dat ik weer eens raar uit de hoek kom. Jouw hoek is de mijne niet, denk ik dan. En jij gaat weg, nog verder en verder, en ik denk 's ochtends na over wat er verkeerd ging. Ik word daar mee wakker. Al hoestend en snuivend word ik wakker. Zonder. En dan ga ik mijmeren. Dan kijk ik naar filmpjes. Dan hoop ik dat jij je hoofd om de deur steekt. Dat jij door het raam naar binnen komt vliegen. En dat je zegt dat ik mooi kan zingen. En dat je zegt dat je morgenavond komt dineren. Maar je komt niet.
En je blijft lang weg. Steeds vaker moet ik horen dat ik niet wanhopig hoor te worden. Steeds korter wordt de rest van mijn leven. En jij hebt mij steeds meer onder je knoet. Ik kom je vanavond zoeken. Ik zal niet slapen voor ik je vind.
zondag 21 oktober 2007
Decor
"In de stad kan je ook eenzaam zijn," sprak ze docerend, het ELDA-regeltje daarmee onbewust respecterend. Ze had dat zelf meegemaakt, die eenzaamheid. Ze had zelf ook wel eens een eenzame avond op haar luttele vierkante meters doorgebracht. Hoewel je het haar niet zou aangeven, had ze wel eens geweend, op zo'n avond.
Nu was het mijn beurt en ze rakelde herinneringen op. Daarbij negeerde ze schijnbaar onbewust dat zij een andere persoon was dan ikzelf. Of het leek haar niet te storen. Misschien was de monoloog die ze wilde voeren, die misschien al zo lang op haar lippen bestorven lag, gewoon te mooi om 'm te laten liggen. Misschien moést ze 'm afsteken, kon ze niet weerstaan aan de drang van die heerlijke woordenstroom.
Vanuit poëtisch oogpunt kon ik er mee leven, maar de uitspraken over "haar" tijd en het nietige dat ik daar persoonlijk mee aankon, begon me naderhand te irriteren.
Dat vond ik dan wel weer onmiddellijk jammer, omdat ik besefte dat ze het goed met me voorhad en dat ze eigenlijk niets anders wilde dan dat ik het goed zou doen en dat ze trots op me kon zijn. Als ze dat tenminste al niet was. Haar stem klonk anders, sinds een tijd; meer benieuwd en losser. Ze had met haar stem een nieuw hoofdstuk aangesneden.
Ik liet haar uitspreken, pakte mijn rugzak en liep naar buiten in de winterjas die
nu ook definitief van kapstok zou veranderen. Het was bevrijdend, met elke pas ging ik dieper ademen, ging ik meer naar mijn eigen wereld. En langzaam werden alle dingen luider en gingen auto's aan het rijden. Eindelijk zag ik weer mensen praten op straat en kon je weer van enige bezigheid spreken.
Zij zit nu in haar fauteuil en denkt aan morgen, als de dag weer begint en wat ze dan moet doen. Ik denk aan haar en hoe ze stilaan verdwijnt in een decor van poëzie dat ze zelf vorig weekend nog aan een restyle onderwierp.
Nu was het mijn beurt en ze rakelde herinneringen op. Daarbij negeerde ze schijnbaar onbewust dat zij een andere persoon was dan ikzelf. Of het leek haar niet te storen. Misschien was de monoloog die ze wilde voeren, die misschien al zo lang op haar lippen bestorven lag, gewoon te mooi om 'm te laten liggen. Misschien moést ze 'm afsteken, kon ze niet weerstaan aan de drang van die heerlijke woordenstroom.
Vanuit poëtisch oogpunt kon ik er mee leven, maar de uitspraken over "haar" tijd en het nietige dat ik daar persoonlijk mee aankon, begon me naderhand te irriteren.
Dat vond ik dan wel weer onmiddellijk jammer, omdat ik besefte dat ze het goed met me voorhad en dat ze eigenlijk niets anders wilde dan dat ik het goed zou doen en dat ze trots op me kon zijn. Als ze dat tenminste al niet was. Haar stem klonk anders, sinds een tijd; meer benieuwd en losser. Ze had met haar stem een nieuw hoofdstuk aangesneden.
Ik liet haar uitspreken, pakte mijn rugzak en liep naar buiten in de winterjas die

nu ook definitief van kapstok zou veranderen. Het was bevrijdend, met elke pas ging ik dieper ademen, ging ik meer naar mijn eigen wereld. En langzaam werden alle dingen luider en gingen auto's aan het rijden. Eindelijk zag ik weer mensen praten op straat en kon je weer van enige bezigheid spreken.
Zij zit nu in haar fauteuil en denkt aan morgen, als de dag weer begint en wat ze dan moet doen. Ik denk aan haar en hoe ze stilaan verdwijnt in een decor van poëzie dat ze zelf vorig weekend nog aan een restyle onderwierp.
zaterdag 20 oktober 2007
Scène
Troubadours. Mensen die nergens wonen. Mensen die ergens tegen een muur staan en als je met je ogen knippert staan ze daar plots niet meer. Ik zal nooit zelf zo iemand zijn, maar soms doe ik heel even m'n best en leef ik heel even in de illusie dat ik zo iemand ben.
Ik eet een hamburger en loop niet helemaal in een rechte lijn over het voetpad. Het is 18u en zaterdag. Het is veel te koud, sinds de ochtend al, en het gaat niet beter worden op korte termijn. Mijn hamburger lekt en ik hou er een serviette onder. Mijn neus is een ijsklomp en ik ben een leunende schooier tegen de metalen pilaar van een complex van een van Belgiës rijkste bedrijven. Ik denk aan mijn moeder die het misschien niet gelooft, ik denk aan niet zo heel lang geleden toen dit alles, dit mistroostige, dit zelfgekozene, nog allemaal niet nodig was.
Het is wat, een hond willen zijn. Ik las een interview met een man die niet meer kon stoppen met stappen. Hij had het in zijn koker gehaald om te gaan stappen en ondertussen kenden ze hem in zowat elke uithoek van Europa bij naam. Dat had een zekere indruk op mij gemaakt, maar ikzelf zou nooit aan zulk een tocht beginnen. Daarvoor ben ik te wispelturig. Nochtans denk ik nooit na als zou ik maar één leven hebben en dat ik daar dan het ultieme uit moet halen. Zover gaat dat niet. Maar wel wil ik non-comformistisch contrasteren met de sms'ende jonkies in het glazen miljoenencomplex, mijn hamburger etend en iets te hard spelend dat ik een clochard ben. Nu ik de kans krijg.
Het zijn zij die niets beleven die ook niets hebben om over te schrijven. Ik probeer iets geks uit om te zien of mijn vingers ervan aan het tikken gaan, zoals ik vroeger ook graag research deed op een bepaalde plek alvorens er een in scène gezet "avontuur" te beleven. Sommige mensen zijn te rationeel en hebben te veel bezigheden. Ik wil niks doen met een agenda waar niks instaat. Ik wil gewoon ergens terechtkomen, zo nu en dan, en vanaf daar weer eventjes tevreden zijn met mezelf.
Ik eet een hamburger en loop niet helemaal in een rechte lijn over het voetpad. Het is 18u en zaterdag. Het is veel te koud, sinds de ochtend al, en het gaat niet beter worden op korte termijn. Mijn hamburger lekt en ik hou er een serviette onder. Mijn neus is een ijsklomp en ik ben een leunende schooier tegen de metalen pilaar van een complex van een van Belgiës rijkste bedrijven. Ik denk aan mijn moeder die het misschien niet gelooft, ik denk aan niet zo heel lang geleden toen dit alles, dit mistroostige, dit zelfgekozene, nog allemaal niet nodig was.
Het is wat, een hond willen zijn. Ik las een interview met een man die niet meer kon stoppen met stappen. Hij had het in zijn koker gehaald om te gaan stappen en ondertussen kenden ze hem in zowat elke uithoek van Europa bij naam. Dat had een zekere indruk op mij gemaakt, maar ikzelf zou nooit aan zulk een tocht beginnen. Daarvoor ben ik te wispelturig. Nochtans denk ik nooit na als zou ik maar één leven hebben en dat ik daar dan het ultieme uit moet halen. Zover gaat dat niet. Maar wel wil ik non-comformistisch contrasteren met de sms'ende jonkies in het glazen miljoenencomplex, mijn hamburger etend en iets te hard spelend dat ik een clochard ben. Nu ik de kans krijg.
Het zijn zij die niets beleven die ook niets hebben om over te schrijven. Ik probeer iets geks uit om te zien of mijn vingers ervan aan het tikken gaan, zoals ik vroeger ook graag research deed op een bepaalde plek alvorens er een in scène gezet "avontuur" te beleven. Sommige mensen zijn te rationeel en hebben te veel bezigheden. Ik wil niks doen met een agenda waar niks instaat. Ik wil gewoon ergens terechtkomen, zo nu en dan, en vanaf daar weer eventjes tevreden zijn met mezelf.
donderdag 18 oktober 2007
Hand
De macht van het op een podium staan. Daarover kan ik wel meepraten.
Je hebt er die er tegenop zien. Ik niet. Ik sprak met D. en hij zei dat hij zenuwachtiger wordt naargelang het publiek omvangrijker wordt. Bij mij is het net omgekeerd.
Zet mij niet voor vijf man, dan voel ik mij bekeken. Lever mij over aan 500 mensen, ik zie geen ogen, geen afzonderlijke blikken. 500 mensen vormen één blije massa van kritiekloze lieverds! Een nulletje teveel? Nee, één te weinig!
En van dan af lullen tegen de sterren op. Zangers weten wat dat is. Ooit vul ik een Sportpaleis en laat ik iedereen uit mijn hand eten. Doch, dat is geen belofte. Een publiek moet je kunnen mennen. Tijdelijke onderwerping, daar is niks mis mee. Het is een kunst en een positieve gave. Het is een aandrang voor sommigen. Zij moeten dat positief weten aan te wenden.
Eten uit de handen van mooie mensen, dat wil toch iedereen? Ik wil eten uit de hand van het meisje dat ik bemin, ik wil de woorden uit haar mond plukken. Ik wil zelf de woorden kunnen schikken die zij in een bepaalde volgorde zet. Ik wil zekerheid, controle en liefde in en uit die mond. En daarom ook die handen. Je moet dat weten af te dwingen.
Je zou met enige zin voor woordspel ook over mis-hand-eling van het publiek kunnen spreken. Mishandeling door niet te geven wat er wordt gevraagd, door niet te betekenen wat je zou moeten betekenen. Sommige mensen staan vreselijk onterecht op podia. Het zijn zij die moeten nadenken over zichzelf en moeten werken aan zichzelf. Als eerlijke en mooie mensen zijn zij daar, net als alle anderen, toe verplicht.
Preken is ook mis-hand-eling zo u wil. Het spijt me nu al.
Ikzelf en een ander op het podium. En echtheid en eerlijkheid en schoonheid. Mensen houden daarvan. Mensen willen enkel slecht nieuws horen, maar houden evenzeer van liefde. Die moet dan niet in haat ontaarden, trouwens. Hoeft niet, dat is een verzinsel van de duivel.
Liefde met de grote L, dat willen we allemaal. Warmte voor dat hartje met die grote H, dat we menen te hebben. Zorg voor dat taaie lijf dat we elke dag weer nieuwe avonturen tegemoet slepen.
Je hebt er die er tegenop zien. Ik niet. Ik sprak met D. en hij zei dat hij zenuwachtiger wordt naargelang het publiek omvangrijker wordt. Bij mij is het net omgekeerd.
Zet mij niet voor vijf man, dan voel ik mij bekeken. Lever mij over aan 500 mensen, ik zie geen ogen, geen afzonderlijke blikken. 500 mensen vormen één blije massa van kritiekloze lieverds! Een nulletje teveel? Nee, één te weinig!
En van dan af lullen tegen de sterren op. Zangers weten wat dat is. Ooit vul ik een Sportpaleis en laat ik iedereen uit mijn hand eten. Doch, dat is geen belofte. Een publiek moet je kunnen mennen. Tijdelijke onderwerping, daar is niks mis mee. Het is een kunst en een positieve gave. Het is een aandrang voor sommigen. Zij moeten dat positief weten aan te wenden.
Eten uit de handen van mooie mensen, dat wil toch iedereen? Ik wil eten uit de hand van het meisje dat ik bemin, ik wil de woorden uit haar mond plukken. Ik wil zelf de woorden kunnen schikken die zij in een bepaalde volgorde zet. Ik wil zekerheid, controle en liefde in en uit die mond. En daarom ook die handen. Je moet dat weten af te dwingen.Je zou met enige zin voor woordspel ook over mis-hand-eling van het publiek kunnen spreken. Mishandeling door niet te geven wat er wordt gevraagd, door niet te betekenen wat je zou moeten betekenen. Sommige mensen staan vreselijk onterecht op podia. Het zijn zij die moeten nadenken over zichzelf en moeten werken aan zichzelf. Als eerlijke en mooie mensen zijn zij daar, net als alle anderen, toe verplicht.
Preken is ook mis-hand-eling zo u wil. Het spijt me nu al.
Ikzelf en een ander op het podium. En echtheid en eerlijkheid en schoonheid. Mensen houden daarvan. Mensen willen enkel slecht nieuws horen, maar houden evenzeer van liefde. Die moet dan niet in haat ontaarden, trouwens. Hoeft niet, dat is een verzinsel van de duivel.
Liefde met de grote L, dat willen we allemaal. Warmte voor dat hartje met die grote H, dat we menen te hebben. Zorg voor dat taaie lijf dat we elke dag weer nieuwe avonturen tegemoet slepen.
maandag 15 oktober 2007
Bijna terug, hoor!
't Is niet netjes. Dan begin ik net weer met bloggen, ga ik meteen overspelig zijn en voornamelijk bloggen op een andere site, met name de veeleer ridicule Oppendorpblog, met de kotgenoten.
Daar is 't dus een en al hilariteit, zonder lezers weliswaar, maar toch. Niks toffer dan effe te kunnen checken of P. of S. al iets op het blogje gepleurd hebben, elke dag zo.
Het maakt dat ik in een onnozele trip zit, waarin de sérieux van Alex.anders een klein beetje naar de achtergrond verzeilt. Wat voor Alex.anders namelijk begint met de observatie van iets kleins, start op Oppendorp vanuit de idee dat ik vooral niét te serieus of te patethisch of te literair of te emotioneel mag zijn. Ik heb evenwel al gemerkt dat dat best beklemmend kan werken ook.
Ik raad u trouwens helemaal niet aan die Oppendorpblog te gaan lezen. Voor alle duidelijkheid, dat is niets voor u! En ik zeg bij deze: als we over drie dagen onze eerste reactie op Oppendorp nog niet binnen hebben, dan kom ik hier opnieuw full-time mijn heil zoeken. Zeveren is immers nooit mijn eerste natuur geweest. Het is altijd maar een masker voor wat mijn personage in dit leven anders niet zou kwijt kunnen.
Daar is 't dus een en al hilariteit, zonder lezers weliswaar, maar toch. Niks toffer dan effe te kunnen checken of P. of S. al iets op het blogje gepleurd hebben, elke dag zo.
Het maakt dat ik in een onnozele trip zit, waarin de sérieux van Alex.anders een klein beetje naar de achtergrond verzeilt. Wat voor Alex.anders namelijk begint met de observatie van iets kleins, start op Oppendorp vanuit de idee dat ik vooral niét te serieus of te patethisch of te literair of te emotioneel mag zijn. Ik heb evenwel al gemerkt dat dat best beklemmend kan werken ook.
Ik raad u trouwens helemaal niet aan die Oppendorpblog te gaan lezen. Voor alle duidelijkheid, dat is niets voor u! En ik zeg bij deze: als we over drie dagen onze eerste reactie op Oppendorp nog niet binnen hebben, dan kom ik hier opnieuw full-time mijn heil zoeken. Zeveren is immers nooit mijn eerste natuur geweest. Het is altijd maar een masker voor wat mijn personage in dit leven anders niet zou kwijt kunnen.
dinsdag 9 oktober 2007
Zingen zoals Johnny Cash
Ik denk dat ik goed bezig ben. Bart Peeters denkt dat ook over zichzelf.
Ik ga naar school, daar hou ik mijn adem in, alsof ik onderwater zwem, en als ik thuis kom adem ik heel lang en heel veel uit. Ik ben zelden zo graag thuisgekomen.
Ik kan hier zingen en lawaai maken. Mijn deur staat altijd open. Ik ben een tofke, er staat 'Wees Welkom' op mijn deur. Ik ben studentikoos. Als mijn kotgenootjes P. en/of S. dit lezen wil ik hen graag van hieruit de groeten doen. Dag P.! Dag S.! Jullie hebben de weg naar mijn blog gevonden.
Wij gaan slapen en zeggen slaapwel. Nooit was ik zo uitbundig jong als hier. In Oppendorp. Op oppendorp.blogspot.com kan u voortaan ook onze gemeenschappelijke kotblog volgen. U zal er kennelijk weinig van mezelf in terugvinden, maar laat dat geen bezwaar zijn. Wij zijn jong en gek en onstuimig, of we doen toch alsof.
Morgen maak ik enkele dingen in orde. Daar kom ik hier niet zo makkelijk toe. Wat chaotisch was, is dat nu nog meer. Tot morgen dus, de dag waarop ik orde zal scheppen. En ondertussen blijf ik zingen als Johnny Cash, terwijl de andere jongens schaterlachen door de muren heen. Of zoals The National het zingt in het heerlijke "Ada": "Ada I can hear the sound of your laugh through the wall".
Ik ga naar school, daar hou ik mijn adem in, alsof ik onderwater zwem, en als ik thuis kom adem ik heel lang en heel veel uit. Ik ben zelden zo graag thuisgekomen.
Ik kan hier zingen en lawaai maken. Mijn deur staat altijd open. Ik ben een tofke, er staat 'Wees Welkom' op mijn deur. Ik ben studentikoos. Als mijn kotgenootjes P. en/of S. dit lezen wil ik hen graag van hieruit de groeten doen. Dag P.! Dag S.! Jullie hebben de weg naar mijn blog gevonden.
Wij gaan slapen en zeggen slaapwel. Nooit was ik zo uitbundig jong als hier. In Oppendorp. Op oppendorp.blogspot.com kan u voortaan ook onze gemeenschappelijke kotblog volgen. U zal er kennelijk weinig van mezelf in terugvinden, maar laat dat geen bezwaar zijn. Wij zijn jong en gek en onstuimig, of we doen toch alsof.
Morgen maak ik enkele dingen in orde. Daar kom ik hier niet zo makkelijk toe. Wat chaotisch was, is dat nu nog meer. Tot morgen dus, de dag waarop ik orde zal scheppen. En ondertussen blijf ik zingen als Johnny Cash, terwijl de andere jongens schaterlachen door de muren heen. Of zoals The National het zingt in het heerlijke "Ada": "Ada I can hear the sound of your laugh through the wall".
zaterdag 6 oktober 2007
Te gek
DJ Mauro, u hebt me gelukkig gemaakt. Ik wil het gevoel niet kwijtspelen dat ik aan gisterenavond heb overgehouden.
Vandaag zat ik met B. en K. aan tafel, mensen van uw leeftijd, jonger zelfs, ze gedroegen zich als arrivées.
U danste als een zatte Pool. U bent een zatte Pool. U was zichzelf. Ik keek toe met open mond en was cool genoeg om te blijven dansen. U draaide uw lievelingsnummer uit het jaar 2001. "One Minute Men" van Missy Elliott. U sprak Limburgs, u komt uit Heusden. U was dronken. Misschien ook gelukkig.
U vond die ene plaat "te gek" en hield een oogje op uw apparatuur terwijl u de zaal aanmaande om uit de bol te gaan. De politie kwam u tot twee keer toe onderbreken. Zij hadden niet door dat u aan 't handelen was in gelukzaligheid en cool. Ik heb zelden iemand zo smooth weten zijn als u, gisteravond. Als u altijd zo bent, denk ik dat u bovenmenselijk bent. Ik heb het woord held of idool nog niet in de mond genomen en ik ben ook niet van plan om dat te doen. U bent een mens. En wat voor een.
Het was heldhaftig. U mende de zaal. U haalde uw beste Somnabula van onder het stof. Ik liet me ook niet onbetuigd. Het was heel leuk. Zoiets zeg ik niet snel. U zegde dat ik wist wat partyen was. U zegde dat ik soul had. Ik zegde dat u mij gelukkig maakte en ik streelde over uw harige arm.
Af en toe sms'te u. U kreeg uw wijn telkens netjes gebracht. U dronk erg veel en danste nog meer. Het was hilarisch. Het was een film die nog veel beter was dan je goede vrienden hem al hadden beschreven. U was een gespreksonderwerp, the day after. U wordt een referentie. U gaf me een moment om aan terug te denken, ergens in een saaie les, tussen stomme mensen.
Ik denk dat u niet met de auto naar huis bent gegaan. U bent vast met een meisje naar huis gegaan. Ik kan met een meisje gaan badmintonnen als ik wil. De voorzitster van de holebibeweging sprak me aan. Ze vond me een mooie jongen, en die zijn meestal homo, zei ze. Ik wil badmintonnen met holebi's én hetero's, zei ik. Ik gaf haar een kusje op het oor en vergat al mijn schroom.
Vandaag zat ik met B. en K. aan tafel, mensen van uw leeftijd, jonger zelfs, ze gedroegen zich als arrivées.
U danste als een zatte Pool. U bent een zatte Pool. U was zichzelf. Ik keek toe met open mond en was cool genoeg om te blijven dansen. U draaide uw lievelingsnummer uit het jaar 2001. "One Minute Men" van Missy Elliott. U sprak Limburgs, u komt uit Heusden. U was dronken. Misschien ook gelukkig.
U vond die ene plaat "te gek" en hield een oogje op uw apparatuur terwijl u de zaal aanmaande om uit de bol te gaan. De politie kwam u tot twee keer toe onderbreken. Zij hadden niet door dat u aan 't handelen was in gelukzaligheid en cool. Ik heb zelden iemand zo smooth weten zijn als u, gisteravond. Als u altijd zo bent, denk ik dat u bovenmenselijk bent. Ik heb het woord held of idool nog niet in de mond genomen en ik ben ook niet van plan om dat te doen. U bent een mens. En wat voor een.
Het was heldhaftig. U mende de zaal. U haalde uw beste Somnabula van onder het stof. Ik liet me ook niet onbetuigd. Het was heel leuk. Zoiets zeg ik niet snel. U zegde dat ik wist wat partyen was. U zegde dat ik soul had. Ik zegde dat u mij gelukkig maakte en ik streelde over uw harige arm.
Af en toe sms'te u. U kreeg uw wijn telkens netjes gebracht. U dronk erg veel en danste nog meer. Het was hilarisch. Het was een film die nog veel beter was dan je goede vrienden hem al hadden beschreven. U was een gespreksonderwerp, the day after. U wordt een referentie. U gaf me een moment om aan terug te denken, ergens in een saaie les, tussen stomme mensen.
Ik denk dat u niet met de auto naar huis bent gegaan. U bent vast met een meisje naar huis gegaan. Ik kan met een meisje gaan badmintonnen als ik wil. De voorzitster van de holebibeweging sprak me aan. Ze vond me een mooie jongen, en die zijn meestal homo, zei ze. Ik wil badmintonnen met holebi's én hetero's, zei ik. Ik gaf haar een kusje op het oor en vergat al mijn schroom.
donderdag 4 oktober 2007
Spoetnikservice
Nu moet u weten dat ik wel vaker, lopend langs de Pita Chef, ovengerechten afwachtend, op de trein zittend, denkend aan mijn blog, loop te peinzen wanneer ik en waarmee ik de draad weer zal oppikken.
Nu, misschien.
Met de kotgenoten is er zelfs bijna een eigen kotblog in de maak. Misschien kan u ons binnenkort bezoeken op wat dan oppendorp.blogspot.com zou gaan heten. In de gaten te houden. We zijn met zes.
Mijn internetverbinding is in orde. Ik was bijna ontroerd door het feit er mensen zitten te wachten op een post. U bent een onzichtbare vriend. Ik wil nog steeds, schrijven hoor, reken maar. Meer dan ooit misschien zelfs, al heb ik er nu gewoon veel minder de tijd voor, de nood aan.
Ik woon niet meer achter mijn computer, moet u weten. De screensaver van mijn leven, zoals vriend P. dat zo heerlijk verwoordde, zit weer even in de koelkast. Het bureaublad toont een bank om op te zitten. Niet ik, maar elke dag wel iemand. En altijd iemand anders. Ook is er een apotheek, voor keelspray ondermeer. Een viswinkel, pal onder mij, nog nooit binnen geweest. Er is een schoenmakerij, die niet opvalt. Ik noem ze enkel voor de volledigheid. En door dat alles, in dat alles, langs en naast en op dat alles lopen mensen. Ze zijn met veel, ze gaan richtingen uit. Naar links en ook, godbetert, naar rechts. Respectievelijk richting Fochplein en station. Ik kijk graag naar hen, soms ben ik één van hen. Ik moet nog steeds naar school, ja.
Het valt zo goed mee dat ik vind dat ik tijd verdaan heb, de afgelopen twee jaar. Met op de kornburger te wachten, met het afdrogen in het boerengat. Boeren komen hier enkel nog m'n mond uit, niet langer mijn straat door. Ik ben blij en bevrijd. Dag L. en E. nog een L. en J. en F.! Zielige luitjes in hun tuin. Het gras maaien op zaterdag, en waarom niet meteen ook maar op woensdag en op vrijdag. Op maandag als het uitkomt.
Ik ben blij terug te zijn. Ik ben terug blij te zíjn.
Nu, misschien.
Met de kotgenoten is er zelfs bijna een eigen kotblog in de maak. Misschien kan u ons binnenkort bezoeken op wat dan oppendorp.blogspot.com zou gaan heten. In de gaten te houden. We zijn met zes.
Mijn internetverbinding is in orde. Ik was bijna ontroerd door het feit er mensen zitten te wachten op een post. U bent een onzichtbare vriend. Ik wil nog steeds, schrijven hoor, reken maar. Meer dan ooit misschien zelfs, al heb ik er nu gewoon veel minder de tijd voor, de nood aan.
Ik woon niet meer achter mijn computer, moet u weten. De screensaver van mijn leven, zoals vriend P. dat zo heerlijk verwoordde, zit weer even in de koelkast. Het bureaublad toont een bank om op te zitten. Niet ik, maar elke dag wel iemand. En altijd iemand anders. Ook is er een apotheek, voor keelspray ondermeer. Een viswinkel, pal onder mij, nog nooit binnen geweest. Er is een schoenmakerij, die niet opvalt. Ik noem ze enkel voor de volledigheid. En door dat alles, in dat alles, langs en naast en op dat alles lopen mensen. Ze zijn met veel, ze gaan richtingen uit. Naar links en ook, godbetert, naar rechts. Respectievelijk richting Fochplein en station. Ik kijk graag naar hen, soms ben ik één van hen. Ik moet nog steeds naar school, ja.
Het valt zo goed mee dat ik vind dat ik tijd verdaan heb, de afgelopen twee jaar. Met op de kornburger te wachten, met het afdrogen in het boerengat. Boeren komen hier enkel nog m'n mond uit, niet langer mijn straat door. Ik ben blij en bevrijd. Dag L. en E. nog een L. en J. en F.! Zielige luitjes in hun tuin. Het gras maaien op zaterdag, en waarom niet meteen ook maar op woensdag en op vrijdag. Op maandag als het uitkomt.
Ik ben blij terug te zijn. Ik ben terug blij te zíjn.
vrijdag 31 augustus 2007
3108

Neem een moment voor...onbeschaamde reclame.
Ik wil mijn favoriete plaat van de maand aanprijzen, zijnde "Ditherer" van Fog.
Afkomstig uit Minneapolis en toe aan zijn derde à vierde plaat blijft Andrew Broder altijd maar evolueren. Zijn vorige cd's klonken nog als moeilijk te detecteren ruis met Pavement-invloeden, bijvoorbeeld, maar "Ditherer" is wél hoorbaar.
En ik hoor Masters Of Reality en Modest Mouse. Alan Sparhawk en Mimi Parker van Low zingen mee op het verrukkelijke "What's Up Freaks?". Er is stoner, er is experiment, nogal veel zelfs en er zijn supercatchy nummers zoals "Inflatable Ape Pt. 3", die thuishoren in een top 10 van singles van dit jaar.
Ik moet "Ditherer" nog recenseren, dit moet zijn weg naar een goddeau-publiek vinden (een onpeilbaar begrip) en ik zou de promo speciaal aan u cadeau doen mocht ik weten dat u 'm even goed zou vinden als ik. Wordt vervolgd in het eindejaarslijstje.
Ook mooi is de nieuwe, verzamelde cd van Spinvis. Tegen alle verwachtingen in, voor mij, vreemd genoeg. Waarom ik soms stop met geïnteresseerd te zijn in een bepaalde artiest: het is me een raadsel. Vaak gebeurt dat impliciet doordat ik aanvoel dat hij doorbreekt naar een breder publiek en dat ik er dan plots tevéél over te weten kom. Zoiets.
"Goochelaars & Geesten" is echter zeer de moeite, qua staalkaart van Erik de Jongs werk. "Een Nagemaakte Gek" staat erop en daarvoor alleen al.
Nog deze week "Kala" van M.I.A. onder de loupe genomen, letterlijk bijna, en geconcludeerd dat ik, als ik het eerste glitterlaagje doorprik, nog best kan begrijpen waarom dit zo gehypet wordt. Het is echt wel fris, cool en positief. En die anti-Bushattitude enz, dat werkt wel, om het met Flip Kowlier te zeggen.
In één ruk ook "Mirrored" van Battles aan mijn oren onderworpen en alweer moeten concluderen dat ik de tweede helft van die plaat pakken minder vind dan de eerste. Ook wel omdat die eerste met nummers als "Atlas" en "Leyendecker" idioot goed is, natuurlijk. Mocht dit iets consistenter zijn over het geheel, het stond in mijn top 10. Word!
Abonneren op:
Posts (Atom)