vrijdag 19 mei 2017

That's why I love

Een verlegen meisje danst in de kamer een dans een slow
Een show die niemand te zien krijgt, zo jammer
Haar haren waaieren, sérieux in haar heupen, ze verdient veel beter
Waarom is niemand hier, waarom heeft niemand haar lief
Verstopt voor eenieder doet ze wat we willen zien
Haar blik is vervuld van bliss, haar agenda ligt in de ondersta la
Dan gaat ze tollen volledig gefocust
De veilige kust voor haar een must
Ze zwaait met haar armen en slaakt een gil
Een meisje dat eenieder hebben wil
Ze zwaait met haar haren, niet moeilijk te verklaren
De synthesizer nu een gitaar, het grote gebaar nu een gevaar
Het geluid valt weg maar daar is het al terug
De beats ontzien niets en maken haar diets
Dat ze verliefd is op een leven dat niet het hare is
Een jongeman slingert woorden de kamer in
Zeker van zijn zaak, een hit is in de maak
Maar het meisje geeft een draai aan de knop, een pianist staat op
Hij woont uit Praag, is melancholiek
Zijn epiek grijpt haar meteen bij de kraag
Een verlegen meisje dat verdient dat wij haar zien
Maar ze danst alleen, doet het niet op tv
Ze zingt mee, ze danst mee, ze doet helemaal mee
Voorlopig voor één, misschien ooit voor twee
Maar voor meer zegt ze nee
We missen haar

dinsdag 2 mei 2017

In het schoolgebouw

Ik had een speciale droom vannacht. Er was vanalles gaande in een schoolgebouw, er waren veel mensen en ik kende verschillende van hen. Helaas kan ik me niet herinneren wie zoal.
Wat ik me wel herinner is dat ik plots met mijn broer en mijn moeder door dat schoolgebouw dwaal; wij zijn ergens naar op zoek maar we weten niet naar wat. We weten ook niet waar we moeten zoeken. Het schoolgebouw lijkt intussen volledig verlaten.
We lopen een trap op, tot op het bovenste verdiep van het gebouw (dat overigens wat weg heeft van het schoolgebouw waarin ik de eerste drie jaren van het middelbaar doorbracht). We begeven ons in een lange gang, maar mijn broer en ik zijn ervan overtuigd dat we daar niet zullen vinden wat we zoeken. Omdat we niet weten waar we dan wél moeten zoeken, lopen we toch maar verder de gang in.
Aan het eind van de gang, aan de rechterkant van het gangpad, staat de deur van een lokaal op een kier. Een fel daglicht schijnt de gang binnen. Wat zou daar in die kamer te vinden zijn?
We duwen de deur verder open en op het eerste zicht lijkt de ruimte verlaten. Dan merken we in de verste hoek van de kamer, aan het raam, een oud, op een stoel vastgebonden, vrouwtje op. We schrikken, maar mijn broer en ik maken niet meteen aanstalten om naar haar toe te gaan; niet uit angst, maar uit een soort desinteresse. Mijn moeder loopt wel naar de vrouw toe.
Ze loopt tot aan het raam, zonder zich meteen naar het vrouwtje om te draaien. Op datzelfde moment staat het vrouwtje op - plots is zij niet meer vastgebonden - en keert ze zich naar mijn broer en mij toe. Het vrouwtje heeft een asgrauw gelaat en een beangstigende grijns speelt om haar mond. Niet snel maar ook niet traag loopt deze zombie, want dat is ze, onze richting uit.
Mijn broer en ik roepen onze moeder toe dat we moeten weglopen - zij heeft nog steeds niet in de gaten dat het vrouwtje is opgestaan. Dan draait onze moeder zich om en ook zij is nu veranderd in een zombie. Veel sneller dan het oude vrouwtje komt zij op mijn broer en mij toegelopen.
Mijn broer en ik rennen de kamer uit, stormen de gang door en haasten ons van de trappen.
Daar stopt deze droom, die overigens geen nachtmerrie-allures had. Ik heb wel vaker rare dromen, maar nooit voelen deze aan als nachtmerries. Doorgaans vind ik het net heel jammer dat de droom voorbij is.

zondag 12 februari 2017

Monte Carlo

Een aantal maanden geleden sprak ik met een vriend af om hetzelfde boek te lezen en daarna gedachten daarover uit te wisselen. We kozen voor een dun boekje, dat zou wel het makkelijkst zijn. Ons oog viel op 'Monte Carlo' van Peter Terrin, een boek van om en bij de 150 bladzijden. Hieronder mijn notities over dat boek.
Peter Terrin: ‘Monte Carlo’
Algemene bedenking:
Ik ben weinig geïnteresseerd in de mogelijke achterliggende betekenissen van een boek, ik focus op wat er ín het boek geschreven staat.
Dit zeer dunne boekje leent zich er, ook vanwege de zéér korte hoofdstukken, toe het uit te lezen in twee à drie dagen. Bijgevolg zijn de personages slechts vlugge passanten in je leven. Bij pakweg ‘Misdaad en straf’ is dat wel anders - Raskolnikov gaat verschillende weken mee, komt bijna tot leven. De personages uit ‘Monte Carlo’ dreigen hun naam al na twee weken te verliezen. Zeker als je meteen in een nieuw boek begint.
Aangezien dit boek geen wereldschokkende indruk op mij heeft gemaakt, zal ik de namen van de hoofdpersonages wellicht snel vergeten. Een naam als Jack Preston is sowieso niet bijster catchy.
Enkele notities:
Terrin kan goed schrijven, daarover bestaat geen twijfel. Hij wéét dat hij mooi kan schrijven, daarover bestaat ook geen twijfel. Zijn voor het verhaal niet meteen terzakedoende uitweidingen zijn dikwijls mooi en geslaagd, maar nu en dan bezondigt hij zich wat mij betreft aan mooischrijverij en dan wordt het voor mij als lezer een beetje vervelend.
De hoofdstukken in dit boek zijn vaak niet langer dan 2 pagina’s. Als lezer krijg je hierdoor het gevoel dat je door het boek raast. Ik vond dit best een aangename sensatie, maar als het boek snel uit is heeft het minder tijd om onder je vel te kruipen.
In de eerste hoofdstukjes krijgen we verschillende settings gepresenteerd. Afwisselend is er een beschrijving van het F1-circuit van Monte Carlo en de beau monde aldaar en wordt hoofdpersonage Jack Preston voorgesteld. Details over zijn jeugd en achtergrond moeten duidelijk maken dat het leven van Preston zéér ver afstaat van dat van de prins van Monaco die in de eretribune zit.
De schrijver kondigt beetje bij beetje de komst van superstar Deedee aan. Op den duur wordt het voor mij als lezer nét iets te lang wachten op haar uiteindelijke verschijning. De hoofdstukken over Prestons achtergrond zijn noodzakelijk voor het verhaal, maar weten iets minder te boeien dan al het spannends dat gaande is op het circuit van Monte Carlo.
Het laatste hoofdstuk van het eerste deel van het boek is beduidend langer dan de andere hoofdstukken en ik vond het fijn om iets langer in één sfeer te kunnen blijven hangen.
Het tweede, veruit het grootste, deel van het boek beschrijft het leven van Jack Preston ná zijn ‘heldendaad’. Het wordt echter al heel snel duidelijk dat Jacks hoge verwachtingen nooit zullen worden ingelost. Het is een beetje treurig. Soms ging ik me nét niet vervelen bij de beschrijvingen van Jacks bezigheden. Dan verlangde ik een beetje naar die ándere verhaallijn, met Deedee en de beau monde. Gelukkig maakt Deedee opnieuw haar opwachting in verdere hoofdstukken van deel twee. Deedee houdt dit boek licht.
Wanneer Deedee op tv te gast is in een talkshow verwacht Jack dat zij iets over hem zal vertellen. Je weet natuurlijk dat dit niet zal gebeuren en dat maakt een en ander een beetje voorspelbaar. Het is wel leuk dat Jack een dieperliggende betekenis in de woorden van Deedee ontwaart wanneer zij ‘I love YOU’ in de camera zegt. Daar lijkt het alsof Jack bezig is gek te worden en daar wordt dit verhaal alleen maar beter van. Een beetje ‘edge’, wat meer gekkigheid.
De pagina’s met Jack op zijn werkplaats, de rare jongen Ronny, Jacks vrouw die óók een beetje doordraait (maar wat voor het verhaal onbelangrijk lijkt) en Jacks relatie tot God lezen lekker weg - de hoofdstukken zijn nog steeds uiterst kort, maar ik word er niet per se wild van.
(Wat is dat eigenlijk met zijn vrouw? Opnieuw symboliek of ‘zomaar’? Opnieuw: symboliek is niet aan mij besteed. Noem mij een domoor.)
Het leukst blijven die momenten waarop Jack dingen van Deedee verwacht en dan hoop je dat hij ‘gek’ gaat doen, maar dat gebeurt nooit écht. Dat zijn verwachtingen sowieso nooit worden ingelost, weten we dan al lang. Op pagina 133 realiseert Jack zich dat hij zichzelf wat betreft al zijn verwachtingen bedot heeft. Toch is Jack er aan het eind van het tweede deel van het boek nog steeds van overtuigd dat Deedee aan hem denkt. Hij, haar weldoener, haar redder.
(Terloops: waarom stel ik me Jack van bij het begin als een man van in de 50 voor terwijl hij 35 blijkt te zijn? Ligt het aan mij of zit de schrijver er ook voor iets tussen? Ik vind Jack traag en nogal dom.)
Laatste deel van het boek.
Vraag stelt zich even of Jack Deedee’s auto misschien gesaboteerd heeft. Onterecht.
God speelt een rol in dit boek. Houd ik over het algemeen niet van: God, de kerk, e.a. in boeken. Dit soort symboliek gaat nogal aan mij voorbij. Jack dacht dat God hem Deedee zou ‘brengen’. Daarentegen is Deedee door God gestraft voor haar nalatigheid (door geen contact op te nemen met Jack).
In de laatste twee hoofdstukjes komen we terug bij eerst Blunt en daarna Norris, twee dorpsgenoten die eerder in het boek ook al kort aan bod kwamen. Nu zijn twee hoofdstukjes specifiek aan hen besteed. Bij Blunt maakt onze Jack nog een onduidelijke (symbolische?) passage, bij Norris - laatste hoofdstuk - is dat zelfs helemaal niet het geval. Geen Jack in het laatste hoofdstuk. Op die manier zit ik aan het einde van dit boek met vragen. Wat heeft de schrijver hiermee bedoeld? Ik vind die onduidelijkheid niet zo prettig, maar het kan me tegelijkertijd ook weinig schelen.
Dit was een aardig boekje, zonder meer. Het was bijzonder snel uit en wellicht zou ik snel vergeten waarover het ook weer precies ging, ware het niet dat ik er heel deze tekst over geschreven heb.

maandag 6 februari 2017

Politiek correct

Gisteren sprak ik met iemand over 'moslims', mensen met een bruine huidskleur, van het Arabische type, al dan niet van het openlijk religieuze type.
Ik zei dat ik die mensen zelden of nooit tegenkom op plaatsen die ik zelf frequenteer. De cinema zit vol blanke mensen, op café zit ik tussen de blanke mensen, in de concertzaal sta ik uitsluitend tussen blanke mensen en op een lezing zit ik tussen uitsluitend blanke mensen. Op de maatschappelijke-culturele blog van mijn nonkel, die ik veel lees, komen veel reacties, steeds van blanke mensen.
Voor mensen van zwart-Afrikaanse origine ligt het een beetje anders. Die ze je wél op deze plaatsen. Het zijn de mensen met een Arabische achtergrond die je niet ziet. Zo'n onoverbrugbaar cultuurverschil?
De cinema, het café, de concertzaal: het zijn drie vrij 'gewone' omgevingen waar ik zelden maar eerder nooit iemand met een bruine huid zie.
Ik vroeg me tegenover mijn gesprekspartner af of dit een probleem is. Neen, het is geen probleem. Maar het is wél opvallend. Ik weet niet welk percentage van de inwoners van België een Arabische achtergrond heeft, maar hoe laag dit percentage ook is, ik zie het niet weerspiegeld op de plaatsen waar ik kom. Nochtans is het niet mogelijk dat een Arabier van de tweede of derde generatie niet in films of muziek geïnteresseerd is. Interesse in cultuur is des mensen, het is normáál. Of zijn deze mensen niet geïnteresseerd in 'onze' muziek, enkel in die van van 'hun'? Laat het hen koud? Wijst men het af?
De discussie over wat links moet doen om uit het 'dal' te klimmen woedt volop. Ik denk alvast dat het geen goed idee is om als sympathisant van links te doen alsof je helemaal verzot bent op alles wat een beetje 'Arabisch is, maar dan bewust niet aan te stippen dat het wel erg opvalt hoe mensen met een Arabische achtergrond vrijwel totaal afwezig blijven op 'onze' culturele evenementen.
Overigens blijft het eigenaardig dat vooral linkse partijen moslims weten aan te trekken. Qua waardenstelsel zou je denken dat moslims eerder aansluiten bij conservatieve partijen. Wat betreft abortus en euthanasie, om maar die te noemen, denk ik dat de meeste moslims niet op één lijn zitten met linkse partijen. Als Vlaams Belang terug naar een maatschappij wil waarin de vrouw aan de spreekwoordelijke haard zit, denk ik dat vooral moslims bereid zijn om hierin mee te gaan.
Opvallend allemaal. En opvallend is ook dat ik iets moet 'overwinnen' om dit op te schrijven. Ik zit met een zekere angst dat vrienden die dit toevallig lezen mij zullen veroordelen.
Ik zit al een tijdje in de nogal politiek correcte omgeving die de (...) is. Ik merk dat dat me aan het denken heeft gezet en dat ik daar tegen ben gaan rebelleren. Op de (...) spreekt men graag over 'positieve beeldvorming rond allochtonen'. Ik gruwel intussen van die term. Het paternalisme daarvan. Mag iedereen nog zelf kiezen wat hij denkt? De (...) heeft de taak om thema's onder de aandacht brengen en mensen verder vrij laten om zelf een oordeel te vellen. In plaats daarvan is men soms geneigd om autochtonen te culpabiliseren wanneer zij negatief of zelfs onverschillig staan tegenover alles wat met allochtonen of migratie te maken heeft. Maar dat soort politiek correcte denken is totaal voorbijgestreefd. Ik zou hen dat willen zeggen, maar weet dat het niet zou worden geapprecieerd.
Erg vreemd allemaal. En weinig productief.

donderdag 2 februari 2017

De oogst van de seizoenen (2010)

Hé Vetolezer, dat je daar smullend van een bord vol au vent in Alma 1 door het cultuurkatern bladert. Zou jij eens geen goed boek lezen in plaats van altijd maar dat studentenkrantje? Op de literaire avond 'De oogst van de seizoenen' hebben we je alvast niet gezien. Je gaat toch niet beweren dat de namen van Paul Mennes of Pjeroo Roobjee je onbekend in de oren klinken?
Paul Mennes is wellicht de meest vermaarde van de twee, want hij is - het heeft geen zin het te ontkennen – de schrijver die je in de middelbare school leerde fistfucken. Iedereen deed het, no big deal. Wie zijn 'Soap' gelezen heeft was op z'n minst nieuwsgierig. Maar dat is lang geleden en intussen is Mennes uit dat beklemmende sfeertje getreden. In 'De oogst' sprak hij met gastheer Kurt Van Eeghem over zijn nieuwe boek, 'Het konijn op de maan'.
Belangrijk om weten is dat Mennes voor het schrijven van dat boek naar Japan trok. De schrijver, die zeer teruggetrokken leeft, kreeg een reisbeurs en overwon zijn honkvastheid om naar het land van zijn jeugddromen te trekken. “Al heel jong was ik gefascineerd door het contrast tussen mijn rustige geboortedorp en het gigantische mierennest dat Tokio is,” zei hij. En zijn verblijf in Japan beviel hem zo goed dat hij er wel zou willen wonen. Maar anderzijds gaf hij te kennen dat hij zijn status als buitenstaander cultiveerde wanneer hij zich onder Japanners begaf. En dat is ook het thema van zijn boek. Een westerling, Samuel Penn genaamd, - let op het anagram! - begint een relatie met een Japans meisje maar zij stuiten op verzet van haar conservatieve ouders omdat Penn te westers is.

Over naar de man die besloot dat Pjeroo Roobjee catchier klinkt dan Dirk De Vilder en zijn volk in één ruk door wilde laten verdwalen in een zelfontworpen taallabyrint.
Dat zit zo: Pjeroo Roobjee schrijft boeken waarin vorm en inhoud schaamteloos naast elkaar mogen staan. In zijn nieuwste, 'Een mismaakt gouvernement', vertelt de oude knar een verhaal in een verhaal in een verhaal, gewoon omdat hij dat kán. En dan krijg je een schrijver die gecomplimenteerd is wanneer Kurt Van Eeghem zegt dat hij bij het lezen vaak compleet het noorden kwijt was. “Je was in een klein paradijsje beland, Kurt.”
Daar moest wel voorlezen van komen en dat deed Roobjee. Met luide, haast dreigende stem braakte hij een woordenstroom waarvan de inhoud ons geheel ontging maar die niettemin fantastisch klonk. Poëtisch en hermetisch, breedvoerig vooral. Roobjee verklaarde dat laatste als volgt: “Als ik klots in de ziel van mijn hoofdpersonage word ik breedvoerig, want ik kan niet onder woorden brengen wat daar in die ziel omgaat.” De zaal lustte er wel pap van en tussen de bedrijven door werd er goed gelachen. Kan ook moeilijk anders als één enkele zin ruim tweehonderd (200!) woorden telt, en die erna slechts vijf.
Fascinerende man kortom, dus jammer dat zo weinig studenten voor dit soort avonden komen opdagen.

zaterdag 28 januari 2017

Dat heet dan minister zijn

Dames en heren, meneertjes koekepeertjes, ik ga iets zeggen
Ik heb een micro, er zijn oortjes, er is een tolk en er is bier
Er zijn meer dan honderd zetels in het halfrond, ga zitten
Neem uw smartphone erbij en luister met een half oor naar mijn grote gelijk
Ik ben de meest geschikte persoon om de boel te besturen
Leiding geven is een zaak die u aan mij kan overlaten
U schudt uw hoofd, u verschilt met mij van mening
Dat is de gang van zaken hier, iedereen is hier de slimste
Gratis bier of niet, hier wordt weinig gedronken
We zijn al lang bezopen door naar onszelf te luisteren
En telkens opnieuw gelijk te hebben
Een andere partij heeft ongelijk, dat is de eerste regel
U hebt niet gelogen, u bent fout geciteerd, is regel twee
En u moet zich niet excuseren, u bent verkeerd begrepen
Mijn voorzitter zegt dat ik keihard werk, ik vind dat overdreven
Op zondag ga ik fietsen met een bevriende econoom die u wel kent van op tv
Wij bespreken samen hoeveel belastingen we gaan betalen
Zo kan ik me belangrijk voelen tot op de top van de mont ventoux

dinsdag 3 januari 2017

Witsel

Axel Witsel maakt een transfer van Zenit Sint-Petersburg naar een club in China. Er was sprake van dat hij ook bij Juventus zou kunnen tekenen.
Bij Zenit verdiende Witsel al niet slecht (zo'n 250.000 euro per maand las ik ergens), in China gaat hij 1.500.000 euro per maand verdienen - zes keer meer.
Bij Juventus had hij zich wellicht ook financieel kunnen verbeteren, maar misschien zou hij daar maar 1,5 keer meer, maximum twee keer meer, verdienen dan bij Zenit.
In China dus zes keer meer.
Witsel wordt de op zeven na best betaalde voetballer ter wereld. Hij zal net iets minder verdienen dan Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Niet dat Axel Witsel de op zeven na beste voetballer ter wereld is nochtans. Bijlange niet. Hij is in het voetbal een subtopper zoals er in Europa honderden subtoppers zijn. Bij Juventus zou hij wellicht veel op de bank zitten.
Sommigen vinden zijn keuze voor China schandalig, anderen roepen dat 'je' in zijn plaats hetzelfde zou doen. Witsel zou kiezen voor het geld en zou daarvoor zelfs zijn carrière als Rode Duivel op het spel zetten. Een grote prijs zal hij ook niet pakken in China; het land heeft geen enkele voetbaltraditie en het niveau van de competitie is om te lachen. Te vergelijken met de Belgische tweede klasse.
Om deze feiten te concretiseren interesseert het me om het 'geval Witsel' te transponeren naar een andere beroepsgroep. De journalistiek.
Witsel droomde er als jongetje wellicht van om wereldkampioen te worden of om de Champions League te winnen. Dat hem dat sowieso niet meer zou lukken zal hij inmiddels al wel hebben beseft. Voor de absolute top is hij niet goed genoeg. Dus kiest hij voor het geld.
Vertaald naar de journalistiek zou je kunnen spreken van een jongetje dat ervan droomt om onderzoeksjournalist te worden en grote, maatschappelijk relevante verhalen naar buiten te brengen.
Dit jongetje studeert journalistiek en zijn eerste job krijgt hij als medewerker bij het regiokatern van pakweg Het Nieuwsblad (de analogie met Witsel: zijn eerste club Standard).
De jonge journalist schrijft goede stukken en krijgt een job aangeboden op de nationale redactie van De Standaard (analogie: Zenit). Daar kan hij aan degelijke journalistiek doen, maar hij heeft er niet de tijd of de ruimte om zich echt in een dossier vast te bijten. Hij wil meer.
Vervolgens dient de mogelijkheid zich aan om voor De Correspondent (analogie: Juventus) te gaan werken. Deze ambitieuze nieuwswebsite brengt verhalen die er echt toe doen, die de waan van de dag overstijgen. Onze journalist zal hier niet meer verdienen dan bij De Standaard, maar vanuit journalistiek oogpunt is het een hele interessante optie.
De journalist aarzelt echter en plots is daar de 'nieuwswebsite' Newsmonkey (analogie: China) die hem een enorm salaris aanbiedt voor zijn diensten. De journalist zal bij Newsmonkey artikels schrijven genre '14 redenen waarom Lesley-Ann Poppe's linkertiet groter is dan haar rechter' en van diepgravende journalistiek zal dus totaal geen sprake meer zijn.
Kiest deze journalist, die nog ver van zijn pensioen is, voor de interessante, stimulerende omgeving van De Correspondent - een trein die niet elke dag voorbij rijdt - of kiest hij voor de centen van het idiote Newsmonkey?
Dat is de case Witsel, volgens mij. Ik stel me voor dat ik in zijn plaats níét naar China zou gaan, zoals ik nooit voor Newsmonkey zou kunnen werken. Omdat het zo beschamend is

donderdag 3 november 2016

Bazart

Bazart is 'heel erg 2016' heb ik meermaals gelezen. Die omschrijving alleen al zorgt ervoor dat ik zeer terughoudend ben om hun muziek te beluisteren. Over muziek moet men naar mijn mening niet spreken alsof het een product is. Maar met betrekking tot Bazart ligt dat misschien anders.
Ik luister naar de debuutplaat van deze nieuwe sensatie en hoor de met een gekunsteld zweverige frasering gezegende zanger dingen als "blijjjjven drijjjjjven" zingen. Het klinkt fake en het ís fake. Dit is inderdaad een product dat muziek gewoon als een vorm gebruikt om 'iets' aan de man te brengen. Een banaal gevoel van diepgang, vanwege pseudo-intrigerende teksten die zonder twijfel nergens over gaan.
Enkele leden van Bazart hebben elkaar leren kennen omdat ze allen deelnamen aan 'Eurosong for Kids' - ja, inderdaad. Ik acht het dan ook mogelijk dat Bazart een soort lang uitgevallen trailer is voor een nieuw vtm-programma.
Maar niet getreurd. Er is nog genoeg muziek die níét op mijn zenuwen werkt. Al wordt die steeds minder vaak door Belgische groepen gemaakt.

Niet in de journalistiek

Voor haar oktobernummer wilde het stadsmagazine InfoLeuven een artikel maken rond een van de projecten van de Dienst Diversiteit en Gelijke Kansen, waar ik werk. Een collega liet InfoLeuven weten dat zij dat artikel niet per se zelf moesten schrijven: “Wij hebben hier zelf een journalist rondlopen die dat graag zal doen en aan wie jullie dat kunnen overlaten.” Die journalist die dat graag zou doen was ik.
InfoLeuven was akkoord, maar als het mij om een of andere reden niet zou lukken, zouden zij “overnemen”.
Dat hoefde niet, het is mij gelukt. Zonder enig probleem. Ik weet wel hoe ik een interview moet afnemen en hoe ik daar een artikel van maak. Dat ben ik niet verleerd.
InfoLeuven liet aan mijn collega weten dat mijn artikel er “op het eerste zich heel goed uit zag”. Op het tweede blijkbaar ook, want nu het gepubliceerd is, zie ik dat er geen woord aan is veranderd.
Mijn collega’s feliciteerden mij (wat ik een beetje overdreven vond) en eentje zei dat het niveau van mijn artikel dat van de meeste InfoLeuven-artikels ver overstijgt. “Het zou ook in een serieuze krant kunnen”, zei hij. “Ik weet het”, zei ik.
Een andere collega vroeg of ik écht niet terug als journalist zou willen werken. “Nee”, zei ik.
“Maar het is toch zonde dat zo’n schrijftalent verloren zou gaan?”.
Alsof een journalist schrijftalent moet hebben.
Nee, als journalist werken interesseert mij écht niet meer. Ik ben daarvoor niet geschikt. Mensen schijnen nog steeds te denken dat journalisten goed kunnen schrijven en dat dat het belangrijkste aspect is van hun job. De laatste tijd nog eens een nieuwssite bezocht? Goed kunnen schrijven is geen prioriteit.
Ik kan wel een beetje schrijven, maar kijk naar deze tekst en stel vast dat het ook niet ‘ik weet niet wat’ is. Wat moet een journalist dan kunnen? Ik weet het wel ongeveer, maar om hier mijn gedacht daarover uit de doeken te doen, nee, die moeite ga ik mij besparen. Ik ben echt waar niet geschikt voor de journalistiek. In de eerste plaats trouwens omdat er andere jobs zijn die mij meer kunnen motiveren. Taalles geven aan anderstaligen. Vluchtelingen opvangen. Kansarmen bij de samenleving betrekken. Al is dat natuurlijk ook niet allemaal even prettig of nuttig.
Ik zou er als de dood voor zijn dat ik als beginnend journalist de opdracht krijg om een artikel te schrijven over de depressie van Lesley-Ann Poppe. Want die dingen gebeuren. En dan zeg ik beleefd: fuck off.
Daar heb ik verder niks aan toe te voegen.
***
Of jawel, ik heb daar wel nog iets aan toe te voegen. Tussen de lijnen kan je het al lezen: heel wat 'journalistiek' maakt mij boos. En ik kan maar boos zijn omdat ik eigenlijk nog wel een passie heb voor het beroep. Dat kon ik opnieuw vaststellen toen ik het artikel voor InfoLeuven schreef. Voortdurend realiseerde ik me tijdens het schrijven: ik doe dit graag. Maar professioneel? Nee.

Nare dromen

Vannacht in een droom zei een goede vriend die ik al 20 jaar ken dat hij niet het gevoel heeft dat wij elkaar nog veel te vertellen hebben. We zijn uit elkaar gegroeid, zei hij, we leiden totaal verschillende levens, er is enkel nog een gedeeld verleden dat ons bindt, maar de laatste jaren zien we elkaar steeds minder vaak en dat heeft toch een reden. Misschien is het niet meer nodig dat we nog afspreken. We zullen elkaar nog weleens tegenkomen.

***

Vannacht in een droom bevond ik me temidden van paniekerige mensen. We waren op een onbestemde plek in België, een plek die wat weg had van een festivalterrein zonder dat er een enkel festival-kenmerk te bespeuren viel, en we waren in een situatie van oorlog. Ik was verantwoordelijk voor een klein meisje dat in de massa haar familie was kwijtgeraakt en in haar hysterie nauwelijks te bedwingen was. Het weer was grijs.
We baanden ons een weg door een modderstroom toen een andere grote groep mensen uit tegenovergestelde richting naar ons toe kwam. Het waren Nederlanders die op de vlucht waren voor oorlogsgeweld in hun land en dachten dat de situatie in België beter was. Nu zagen zij dat ze ongelijkheid hadden. Veel Belgen begrepen niet waarom de Nederlanders naar België waren gevlucht, er heerste een vijandige sfeer. De paniek werd er niet minder om.
In een andere droom liep ik een vervallen huis binnen waar ik verscholen in de keuken een moeder en haar twee kinderen aantrof. Aan de moeder kon je zien dat zij al dagen niet gegeten had. Ze was beschaamd dat ik haar zag in deze situatie. Ze vroeg mij om weg te gaan.
(Deze tweede droom had ik zeker niet toevallig aangezien ik twee dagen geleden de film 'I, Daniel Blake' zag waarin ook een ondervoede moeder met twee kinderen te zien is.)

Hoor, wie bralt daar

10 oktober. Onze voetbalanalisten maar lachen met het overgewicht van de Gibraltarese keeper. Als ze mij vanaf morgen 80.000 euro per week gaan betalen - dat is zo ongeveer wat een gemiddelde Rode Duivel bij zijn club verdient, Vincent Kompany verdient naar verluidt zelfs 250.000 euro per week - als ze mij dus zo veel zouden betalen dan zou ik in ruil ook wel wat aan mijn conditie werken. De keeper van Gibraltar is evenwel geen professionele sportman, neen, hij is professioneel actief bij de Gibraltarese brandweer.

En wat zou onze brandweerman verdienen per week? 250 euro? Het loon van Vincent Kompany gedeeld door duizend?

Ik vind het nogal straf dat onze analisten - wat een duur woord trouwens voor ex-voetballers die een uur komen palaveren - moeten lachen om een zogenaamd gebrek aan professionalisme van de keeper van Gibraltar. Net alsof Vincent Kompany als een pater zou leven mocht hij er geen miljoen euro per maand voor krijgen. Belachelijk.

Ongelukkig zijn

Naargeestige straten
Onveilig gevoel
De vakbonden haten
Maar bazen zijn cool
Gehoorzame mensen
Dat maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Terreur die nooit overgaat
Dat heet dan gelukkig zijn
Een moslim die ‘t land verlaat
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
De Slimste ter Wé te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
Weer eens Calimé te zijn
Een stad zonder bomen
Geen straat zonder blauw
Van GAS-boetes dromen
Geen leeuw zonder klauw
Een sos met vier voeten
Dat maakt hem blij, blij, blij, blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Werklozen ten einde raad
Dat heet dan gelukkig zijn
Theaters op droo-oog zaad
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Veel op de tv te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
De schaduwpremier te zijn

woensdag 3 augustus 2016

Zacht

Terwijl nogal wat mensen in onze maatschappij steeds harder voor elkaar worden, terwijl 'de Vlaming' radicaliseert - jazeker, dat is het juiste woord -, ben ik dankbaar dat ik uitgerekend in het afgelopen jaar een aantal uitgesproken 'zachte' mensen, lieve mensen, heb leren kennen. Ik schat dit enorm naar waarde en het ontroert mij diep. Mijn (mislukte) pogingen om mezelf tegen een verhardende maatschappij te beschermen, hadden mij cynisch gemaakt; ik wantrouwde mensen met goede bedoelingen of kon hen enkel met enige ironie benaderen. Ik was en ben zelf ook veel te hard. Ik heb me laten meesleuren.
De 'zachte' mensen die ik het afgelopen jaar heb leren kennen, hebben met elkaar gemeen dat ze naar andere mensen luisteren, dat ze zich kwetsbaar durven opstellen, dat ze oprecht zijn, dat ze solidair zijn, dat ze begrijpen hoe belangrijk het is om samen te werken en samen te léven, en nog zo veel meer.
De tegenbeweging, zoals dat dan heet, is ingezet. Hardheid wordt gecounterd en op een positieve manier bestreden. Hardheid biedt geen toekomstperspectief, het leidt ons naar de afgrond. Mensen genre Bart De Wever, met een agressief zwart-witdiscours zijn kankers voor een kwetsbare maatschappij, het zijn mensen die vernielen in plaats van opbouwen. We moeten ons hier actief tegen beschermen of we verzuipen mee.
De maatschappij als dusdanig kunnen we niet redden, maar samen met onze geliefden kunnen we vanuit een gedeeld engagement een buffer opbouwen tegen de kankers en hun uitzaaiingen. Ik ben daar zelf volop mee bezig en zal daar mee doorgaan. Er is geen eindpunt, het is een doorlopend proces, maar ik zal er mijn tanden blijven inzetten. Met de mensen die ik stelselmatig rond mij aan het verzamelen ben zal dit mogelijk zijn. En zelf zal ik nog meer zachtheid nastreven. Ik zal proberen om verdraagzamer te zijn en minder ironisch. Ik zal proberen om te aanvaarden dat een aantal dingen in de wereld zijn zoals ze zijn. Ik zal naar anderen luisteren en eerlijk en oprecht zijn. Ik zal deelnemen aan een samen-leving, binnen de of parallel aan dé samenleving. Dé samenleving hoeft niet mijn samenleving te zijn. Het heeft geen zin om te wachten op inspanningen waarvan je weet dat ze niet geleverd zullen worden.
We gaan door met gelijkgezinden, met de mensen die we graag zien. Op mensen die andere doelen nastreven, mensen die verder willen polariseren en radicaliseren, moeten we ons niet concentreren.
Die bekijken het maar.