zondag 25 juni 2017

"Arbeiders, welkom in België"

In 1964 liet het Belgische ministerie van Arbeid en Tewerkstelling in Marokko een brochure verspreiden: 'Vivre et travailler en Belgique'.
'Arbeiders, welkom in België!
U denkt eraan in België te komen werken? Wellicht heeft U reeds de 'grote beslissing' genomen? Wij, Belgen, zijn verheugd dat U aan ons land de bijdrage van uw arbeidskracht en en uw intelligentie komt leveren.
Uitwijken naar een land dat onvermijdelijk van het uwe verschilt, brengt enkele aanpassingsproblemen met zich mee. Deze aanvankelijke moeilijkheden zullen veel vlotter overwonnen worden indien U een normaal leven, dit wil zeggen een familiaal leven leidt. België is een land waar de arbeid goed beloond wordt, waar het comfort op een hoog niveau ligt, vooral voor hen die in gezinsverband leven. [...] In elk geval willen wij U nogmaals verzekeren: de arbeiders uit streken van de Middellandse Zee zijn welkom onder ons in België.'
...
Hier valt heel veel over te zeggen.
Wij Belgen waren 'verheugd' dat Marokkaanse arbeiders hier zouden komen werken. Ik betwijfel echter sterk of men bij 'wij Belgen' te rade is gegaan vooraleer men die boodschap ging verkondigen. Eens het zover was reageerden 'wij Belgen' immers behoorlijk vijandig en dik 50 jaar later is de situatie nog steeds bijlange na niet in orde. 'Wij Belgen' zouden nu alleszins wel twee keer nadenken vooraleer brochures te gaan verspreiden in Marokko!
Men heeft zich niet of onvoldoende de bedenking gemaakt wat het concreet inhoudt wanneer mensen uit een ander land (of een andere cultuur) naar hier verhuizen. Ja, men voorzag expliciet 'problemen' en 'moeilijkheden', maar heel naïef dacht men dat deze zouden worden opgelost wanneer vrouw en kinderen meekwamen naar hier. Kennelijk heeft men geen rekening gehouden met een scenario waarin gezinshereniging géén oplossing bleek te bieden voor die voorziene problemen en moeilijkheden. Men heeft zich blijkbaar over het algemeen niet beziggehouden met een integratieplan. Hoe dom! Hoe vreselijk dom!
Voor men in Marokko brochures ging verdelen, had men trouwens al ervaring met Italiaanse gastarbeiders. Die hadden zich vrij vlot aangepast, dus met die Marokkanen zou het ook wel loslopen. Wat een foute inschatting! Christelijke Italianen kwamen in christelijk België terecht, daar lag een zeer belangrijke overeenkomst. Dat Marokkanen geen christenen zijn en de consequenties die dat met zich zou meebrengen, heeft men wellicht nooit goed in rekening gebracht. Men moet kinderlijk naïef zijn geweest op het ministerie van Arbeid en Tewerkstelling anno 1964. Een immens gebrek aan kennis over de wereld en zijn verschillende volkeren.
Dus, kan een mens zich afvragen: waarover zitten 'wij Belgen' in feite te zagen als we weer eens niet akkoord gaan met het doen en laten van onze Marokkaans-Belgische landgenoten? 'Wij Belgen' kennen onze eigen geschiedenis niet - dat is écht erg - en 'wij Belgen' zijn 'de Marokkanen' gaan hálen. En 'wij Belgen' hebben van bij het begin verzuimd om voor die eenvoudige arbeiders een integratietraject te voorzien. Nu denken 'wij Belgen' dat 'de Marokkanen' gekómen zijn. Fout!
Bovendien, en niet onbelangrijk: men was in Marokko op zoek naar laaggeschoolde arbeiders, niet naar professoren. Kan je het zo'n laaggeschoolde arbeider kwalijk nemen dat hij zelf niet bezig was met een of ander integratieplan? Die mens was al lang blij dat hij hier centen kreeg voor zijn werk. Het was in 1964 aan 'wij Belgen' om over integratie na te denken. En dat hebben we niet of onvoldoende gedaan. Daarom moeten 'wij Belgen' eigenlijk niet zagen. We zijn onnozel geweest. Kinderlijk onnozel.

zaterdag 24 juni 2017

Kennelijk ben ik ongelukkig

Kleine dingen maken één groot
Erkentelijk voor wat komt aanwaaien
Niemand die ik liefheb is dood
Niemand gebiedt mij om haat te zaaien
En toch blijkt het moeilijk gelukkig te zijn
Leven is zinloos, frustrerend, langdradig
Ik houd niet van water bij mijn wijn
Ja, veel compromissen maken mij baldadig
Kleine dingen blijven overigens klein
Ben ik misschien ongelukkig geboren?
En is alles daardoor al bij voorbaat verloren?
Negatieve gedachten
In stilte wachten
Kon God maar eens iets van zich laten horen
Oh, hoe zou het zijn om te geloven?
Nergens aan twijfelen, het staat in een boek
Geluk in de hemel voor mij daarboven
En elfenhuisjes van peperkoek
Liefde als vanzelfsprekend gegeven
Urenlang bidden met een blij gezicht
Knielen uit dankbaarheid voor mijn leven
Klaarwakker genieten van ‘t goddelijk licht
Ik luk er niet in, ‘t maakt me nogal nukkig
Geluk na te streven, 't maakt mij niet gelukkig

vrijdag 16 juni 2017

m/v/x

Op de arbeidsmarkt is men tegenwoordig even vaak op zoek naar een 'm/v/x' als naar een 'm/v'. Het is een tendens die ik in de media nog niet terugvind. In talkshows, heb ik vastgesteld, richten presentatoren zich vooralsnog uitsluitend tot de dames en de heren, de m's en de v's. De mensen die zichzelf als 'x' beschouwen, worden niet verwelkomd. Ik maak me sterk dat mediabazen zich daar bewust van zijn en dat er wordt nagedacht over hoe men die x-categorie moet aanspreken. Zelf heb ik niet meteen een suggestie. Misschien moet men daarvoor bij de x'en zelf te rade gaan. Maar eigenlijk wacht ik op de eerste politiek correcte m/v die de aloude en alomtegenwoordige formule "dames en heren" ernstig ter discussie stelt. Zou dat niet geweldig amusant zijn? En het zou nog veel mooier worden, mocht dit thema ook door onze politici worden opgepikt. Stel je voor, wekenlang gekissebis tussen zogenaamde progressieven en echte conservatieven over de plaats van de x naast de m en de v. Het idee alleen al. Fenomenaal. De val van een regering waard. Hier zit echt heel veel potentieel in, omwille van het feit dat een discussie als deze precies op maat is van onze Vlaamse politici. Het is dus enkel wachten op die politiek correcte m/v die het vuur aan de lont steekt. Ik ben er alleszins klaar voor.

zondag 4 juni 2017

Schattebol 6

Vóór ik journalistiek ging studeren wist ik totáál niet hoe ik iemand moest interviewen. Ik wist niet wat de goeie vragen waren, ik wist niet wat interessant was voor lezers en/of kijkers. Nee echt, ik wist totáál niet hoe ik zulks moest aanpakken. Ik dééd zomaar wat. Ik was in die tijd (grofweg tussen de derde week van september en de eerste week van oktober 2005) een ongeloóóflijk dómme jongen.
In die optiek was het een, en ik wik mijn woorden, überachterlijk idee, maar dan ook echt wel een überachterlijk idee van het Vlaamse dagblad De Morgen om uitgerekend mij, een jongeman van 18 die niet eens voor De Morgen wérkte, kun je nagaan, op 29 september 2005 naar Edegem te sturen om daar de laatste nog levende Belg te gaan interviewen die voet op de maan heeft gezet. Julien Verbeke landde met de Schattebol 6 op de maan in de nacht van 16 op 17 april van het jaar 1948. Inmiddels is Julien helaas overleden.
Anyway. Wat ik wilde zeggen is dus dat De Morgen mij, een domme 18-jarige zonder welke ervaring als journalist dan ook, gevraagd had om Julien Verbeke nog één maal te portretteren en hem nog één keer te vragen naar zijn avonturen op de man en zijn ruimtereis in de Schattebol 6, nog steeds Belgiës meest vermaarde ruimtetuig.
Ik ging naar Julien Verbeke met volgende vragenlijst.
(Opnieuw: dit is een vragenlijst die werd opgesteld door iemand die nog geen opleiding in de journalistiek had gevolgd, een opleiding die je wel echt nodig hebt om een goeie journalist te kunnen zijn. De vragen kunnen dus idioot overkomen. Niettemin: voor mij voelden ze op dát moment, op díé dag, enorm júíst.)
De vragen:
- De Waalse cinema boomt volop. Hoe kijk jij daar als gepensioneerde astronaut tegenaan?
- Zwitserland zit tsjokvol lekkere Zwitserse wijven. Kon je die zien vanuit de ruimte?
- Hoe oud was de oudste alien die je gekieteld hebt tijdens je expedities met de Schattebol 6?
- Aansluitend op de vorige vraag: vind je Aline een mooie naam voor een meisje of hoor je liever Mélanie?
- Hoe beoordeelde jij vanuit de ruimte de gezichtsuitdrukking van Bea Merckx, een 52-jarige kleuterleidster uit Kasterlee, wanneer zij in de klas weer maar eens geconfronteerd werd met een kindje met een kakbroek? Beoordeel haar gezichtsuitdrukking met een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor heel gepast en 10 voor heel ongepast.
- Viva bomma, patatten met saucissen! Jouw mening?
- Is de ruimte te ruim?
- Welk advies geef je aan studenten die op Erasmus gaan naar de maan?
- Aansluitend op de viva bomma-vraag. Je hebt nooit een café gehad. Waarom niet? Omdat het je niet interesseerde? (Waarom interesseerde het je niet, indien het je niet interesseerde?)
- Je hebt een dikke neus. Dat is een feit. Hoe kan je daarmee niet akkoord gaan?
- Je hebt ook nog deelgenomen aan het EK mijmeren in 1961, in Tiraspol, Moldavië. Was jij dat die daar brons pakte of was dat iemand anders die Julien Verbeke heette?
- Als jij mij op de maan mocht interviewen, welke 25 vragen zou je me dan stellen?
- Wordt astrologie een relatief begrip eens je tussen de sterren zoeft?
- Mannen komen van Mars, maar jij komt van de maan. Ben je daarvoor in behandeling?
- Je hebt een lijfgeur. Heb je zeep in huis?
- Toen de eerste Belg voet op de maan zette was het daar aan 't gieten, toen jij er was scheen de zon. Ben je dankbaar?
- Vind je het goed als ik je interview, als ik met woorden een portret schilder van je leven en werk?
- VT4 is de beste Vlaamse tv-zender. Hoe beoordeel jij dit in je hoedanigheid van gepensioneerd astronaut en hobbyklusser? Mogelijke antwoorden zijn: helemaal akkoord, eerder akkoord, eerder niet akkoord, helemaal niet akkoord of geen mening.
- Voorafgaand aan dit interview sprak ik met verschillende mensen uit je entourage. Geen van hen weet waar jij was op 14 maart 2000. Waar was je op 14 maart 2000?
- Zulte-Waregem is de ploeg van 't Stad. Juist of fout?
Bedankt voor dit interview.
Het artikel dat ik inleverde bij De Morgen werd niet gepubliceerd. Ik ben twee jaar later journalistiek gaan studeren om te leren welke vragen je wél moet stellen aan een gepensioneerde astronaut. Julien Verbeke nog eens opnieuw kunnen interviewen, dat was in feite de enige reden waarom ik die studie heb afgemaakt. Het is er helaas niet meer van gekomen om Julien te spreken. Hij had een neusoperatie niet overleefd. Ik heb later vernomen dat zijn as door zijn enige dochter uitgestrooid is op de maan.
Eind goed al goed.

zaterdag 3 juni 2017

Weinig vrienden

Ik heb te weinig vrienden, schoot het zonet door mijn hoofd. Ik wil eigenlijk zo graag met een vriend of vriendin op een terrasje gaan zitten, het is mooi weer, maar ik slaag er niet in om de geschikte persoon hiervoor uit de contactpersonenlijst in mijn hoofd op te diepen. Ik heb twee mensen gebeld, ze namen beiden niet op. Getwijfeld om enkele andere mensen te contacteren, maar het niet gedaan. Dan maar alleen de stad in trekken? Heb ik ook weer geen zin in. Ik wil iemand zien, met iemand praten. Maar natuurlijk ook weer niet met eender wie.
Ik heb niet het gevoel dat ik (te) weinig vrienden heb. Maar soms lijkt dat wel zo, eventjes. Dan ga je denken dat het abnormaal is om niet in een vingerknip de 'juiste' vriend uit je hoed te kunnen toveren om iets mee te gaan drinken. Dan geven die mensen niet thuis, of blijken ze gewoon niet te bestaan. Dan ben ik alleen en begin ik dit bericht te typen. Terwijl de temperatuur buiten stilaan afkoelt en het terrasje van mij wegdrijft.
Gisteren was ik op het STUK-eindfeest. Dankzij een vriendin, jawel, kon ik daar gratis binnen. Ik zag er een concert van Whispering Sons - heel, heel goed. Echt zwaar de moeite. Ik was daar alleen, de vriendin in kwestie kon er niet bij zijn. Dus was ik daar alleen. Ik kwam alleen aan en ging alleen weg. Op mijn weg naar buiten zag ik tientallen, misschien honderden mensen. In groepjes. Groepjes vrienden. Hoe hebben deze mensen elkaar leren kennen, vroeg ik me af. Wanneer is bij hen het idee ontstaan om samen naar het STUK-eindfeest te komen? Is hun vriendschap betekenisvol? Ik had net een zeer goed optreden gezien en wilde dat gevoel vasthouden. Maar ik begon naar al die mensen te kijken en het concert vervaagde alweer, ik werd zowaar een beetje triest. Daarom ging ik snel naar huis en ging ik aan andere, vrolijkere dingen denken. Zoals aan de filmpjes van 'In de gloria' die ik op YouTube bekijk en waar ik zo van geniet. Ik dacht ook terug aan Whispering Sons en was blij dat ik daar naartoe was gegaan. En ik dacht terug aan de afgelopen week in haar geheel, een week die best oké is geweest. Ik kon niet klagen. Toen ik thuiskwam was er van enige tristesse geen sprake meer. Ik voelde me oké.
Maar nu ik op een terras wil gaan zitten en die ene persoon gewoon niet vind, word ik er weer op gewezen dat ik ze niet zomaar achter de hand heb, mijn vrienden. Ze zijn er wel, zeker, ik heb hen lief, enorm. Maar nu bijvoorbeeld niet. En ik kan er niks aan doen dat dat aan mij knaagt en dat ik het gevoel heb dat er iets ontbreekt.
Misschien ga ik dan toch maar eventjes op mijn eentje naar buiten. We zien wel wat er gebeurt. Er is niks aan de hand.

vrijdag 19 mei 2017

That's why I love

Een verlegen meisje danst in de kamer een dans een slow
Een show die niemand te zien krijgt, zo jammer
Haar haren waaieren, sérieux in haar heupen, ze verdient veel beter
Waarom is niemand hier, waarom heeft niemand haar lief
Verstopt voor eenieder doet ze wat we willen zien
Haar blik is vervuld van bliss, haar agenda ligt in de ondersta la
Dan gaat ze tollen volledig gefocust
De veilige kust voor haar een must
Ze zwaait met haar armen en slaakt een gil
Een meisje dat eenieder hebben wil
Ze zwaait met haar haren, niet moeilijk te verklaren
De synthesizer nu een gitaar, het grote gebaar nu een gevaar
Het geluid valt weg maar daar is het al terug
De beats ontzien niets en maken haar diets
Dat ze verliefd is op een leven dat niet het hare is
Een jongeman slingert woorden de kamer in
Zeker van zijn zaak, een hit is in de maak
Maar het meisje geeft een draai aan de knop, een pianist staat op
Hij woont uit Praag, is melancholiek
Zijn epiek grijpt haar meteen bij de kraag
Een verlegen meisje dat verdient dat wij haar zien
Maar ze danst alleen, doet het niet op tv
Ze zingt mee, ze danst mee, ze doet helemaal mee
Voorlopig voor één, misschien ooit voor twee
Maar voor meer zegt ze nee
We missen haar

dinsdag 2 mei 2017

In het schoolgebouw

Ik had een speciale droom vannacht. Er was vanalles gaande in een schoolgebouw, er waren veel mensen en ik kende verschillende van hen. Helaas kan ik me niet herinneren wie zoal.
Wat ik me wel herinner is dat ik plots met mijn broer en mijn moeder door dat schoolgebouw dwaal; wij zijn ergens naar op zoek maar we weten niet naar wat. We weten ook niet waar we moeten zoeken. Het schoolgebouw lijkt intussen volledig verlaten.
We lopen een trap op, tot op het bovenste verdiep van het gebouw (dat overigens wat weg heeft van het schoolgebouw waarin ik de eerste drie jaren van het middelbaar doorbracht). We begeven ons in een lange gang, maar mijn broer en ik zijn ervan overtuigd dat we daar niet zullen vinden wat we zoeken. Omdat we niet weten waar we dan wél moeten zoeken, lopen we toch maar verder de gang in.
Aan het eind van de gang, aan de rechterkant van het gangpad, staat de deur van een lokaal op een kier. Een fel daglicht schijnt de gang binnen. Wat zou daar in die kamer te vinden zijn?
We duwen de deur verder open en op het eerste zicht lijkt de ruimte verlaten. Dan merken we in de verste hoek van de kamer, aan het raam, een oud, op een stoel vastgebonden, vrouwtje op. We schrikken, maar mijn broer en ik maken niet meteen aanstalten om naar haar toe te gaan; niet uit angst, maar uit een soort desinteresse. Mijn moeder loopt wel naar de vrouw toe.
Ze loopt tot aan het raam, zonder zich meteen naar het vrouwtje om te draaien. Op datzelfde moment staat het vrouwtje op - plots is zij niet meer vastgebonden - en keert ze zich naar mijn broer en mij toe. Het vrouwtje heeft een asgrauw gelaat en een beangstigende grijns speelt om haar mond. Niet snel maar ook niet traag loopt deze zombie, want dat is ze, onze richting uit.
Mijn broer en ik roepen onze moeder toe dat we moeten weglopen - zij heeft nog steeds niet in de gaten dat het vrouwtje is opgestaan. Dan draait onze moeder zich om en ook zij is nu veranderd in een zombie. Veel sneller dan het oude vrouwtje komt zij op mijn broer en mij toegelopen.
Mijn broer en ik rennen de kamer uit, stormen de gang door en haasten ons van de trappen.
Daar stopt deze droom, die overigens geen nachtmerrie-allures had. Ik heb wel vaker rare dromen, maar nooit voelen deze aan als nachtmerries. Doorgaans vind ik het net heel jammer dat de droom voorbij is.

zondag 12 februari 2017

Monte Carlo

Een aantal maanden geleden sprak ik met een vriend af om hetzelfde boek te lezen en daarna gedachten daarover uit te wisselen. We kozen voor een dun boekje, dat zou wel het makkelijkst zijn. Ons oog viel op 'Monte Carlo' van Peter Terrin, een boek van om en bij de 150 bladzijden. Hieronder mijn notities over dat boek.
Peter Terrin: ‘Monte Carlo’
Algemene bedenking:
Ik ben weinig geïnteresseerd in de mogelijke achterliggende betekenissen van een boek, ik focus op wat er ín het boek geschreven staat.
Dit zeer dunne boekje leent zich er, ook vanwege de zéér korte hoofdstukken, toe het uit te lezen in twee à drie dagen. Bijgevolg zijn de personages slechts vlugge passanten in je leven. Bij pakweg ‘Misdaad en straf’ is dat wel anders - Raskolnikov gaat verschillende weken mee, komt bijna tot leven. De personages uit ‘Monte Carlo’ dreigen hun naam al na twee weken te verliezen. Zeker als je meteen in een nieuw boek begint.
Aangezien dit boek geen wereldschokkende indruk op mij heeft gemaakt, zal ik de namen van de hoofdpersonages wellicht snel vergeten. Een naam als Jack Preston is sowieso niet bijster catchy.
Enkele notities:
Terrin kan goed schrijven, daarover bestaat geen twijfel. Hij wéét dat hij mooi kan schrijven, daarover bestaat ook geen twijfel. Zijn voor het verhaal niet meteen terzakedoende uitweidingen zijn dikwijls mooi en geslaagd, maar nu en dan bezondigt hij zich wat mij betreft aan mooischrijverij en dan wordt het voor mij als lezer een beetje vervelend.
De hoofdstukken in dit boek zijn vaak niet langer dan 2 pagina’s. Als lezer krijg je hierdoor het gevoel dat je door het boek raast. Ik vond dit best een aangename sensatie, maar als het boek snel uit is heeft het minder tijd om onder je vel te kruipen.
In de eerste hoofdstukjes krijgen we verschillende settings gepresenteerd. Afwisselend is er een beschrijving van het F1-circuit van Monte Carlo en de beau monde aldaar en wordt hoofdpersonage Jack Preston voorgesteld. Details over zijn jeugd en achtergrond moeten duidelijk maken dat het leven van Preston zéér ver afstaat van dat van de prins van Monaco die in de eretribune zit.
De schrijver kondigt beetje bij beetje de komst van superstar Deedee aan. Op den duur wordt het voor mij als lezer nét iets te lang wachten op haar uiteindelijke verschijning. De hoofdstukken over Prestons achtergrond zijn noodzakelijk voor het verhaal, maar weten iets minder te boeien dan al het spannends dat gaande is op het circuit van Monte Carlo.
Het laatste hoofdstuk van het eerste deel van het boek is beduidend langer dan de andere hoofdstukken en ik vond het fijn om iets langer in één sfeer te kunnen blijven hangen.
Het tweede, veruit het grootste, deel van het boek beschrijft het leven van Jack Preston ná zijn ‘heldendaad’. Het wordt echter al heel snel duidelijk dat Jacks hoge verwachtingen nooit zullen worden ingelost. Het is een beetje treurig. Soms ging ik me nét niet vervelen bij de beschrijvingen van Jacks bezigheden. Dan verlangde ik een beetje naar die ándere verhaallijn, met Deedee en de beau monde. Gelukkig maakt Deedee opnieuw haar opwachting in verdere hoofdstukken van deel twee. Deedee houdt dit boek licht.
Wanneer Deedee op tv te gast is in een talkshow verwacht Jack dat zij iets over hem zal vertellen. Je weet natuurlijk dat dit niet zal gebeuren en dat maakt een en ander een beetje voorspelbaar. Het is wel leuk dat Jack een dieperliggende betekenis in de woorden van Deedee ontwaart wanneer zij ‘I love YOU’ in de camera zegt. Daar lijkt het alsof Jack bezig is gek te worden en daar wordt dit verhaal alleen maar beter van. Een beetje ‘edge’, wat meer gekkigheid.
De pagina’s met Jack op zijn werkplaats, de rare jongen Ronny, Jacks vrouw die óók een beetje doordraait (maar wat voor het verhaal onbelangrijk lijkt) en Jacks relatie tot God lezen lekker weg - de hoofdstukken zijn nog steeds uiterst kort, maar ik word er niet per se wild van.
(Wat is dat eigenlijk met zijn vrouw? Opnieuw symboliek of ‘zomaar’? Opnieuw: symboliek is niet aan mij besteed. Noem mij een domoor.)
Het leukst blijven die momenten waarop Jack dingen van Deedee verwacht en dan hoop je dat hij ‘gek’ gaat doen, maar dat gebeurt nooit écht. Dat zijn verwachtingen sowieso nooit worden ingelost, weten we dan al lang. Op pagina 133 realiseert Jack zich dat hij zichzelf wat betreft al zijn verwachtingen bedot heeft. Toch is Jack er aan het eind van het tweede deel van het boek nog steeds van overtuigd dat Deedee aan hem denkt. Hij, haar weldoener, haar redder.
(Terloops: waarom stel ik me Jack van bij het begin als een man van in de 50 voor terwijl hij 35 blijkt te zijn? Ligt het aan mij of zit de schrijver er ook voor iets tussen? Ik vind Jack traag en nogal dom.)
Laatste deel van het boek.
Vraag stelt zich even of Jack Deedee’s auto misschien gesaboteerd heeft. Onterecht.
God speelt een rol in dit boek. Houd ik over het algemeen niet van: God, de kerk, e.a. in boeken. Dit soort symboliek gaat nogal aan mij voorbij. Jack dacht dat God hem Deedee zou ‘brengen’. Daarentegen is Deedee door God gestraft voor haar nalatigheid (door geen contact op te nemen met Jack).
In de laatste twee hoofdstukjes komen we terug bij eerst Blunt en daarna Norris, twee dorpsgenoten die eerder in het boek ook al kort aan bod kwamen. Nu zijn twee hoofdstukjes specifiek aan hen besteed. Bij Blunt maakt onze Jack nog een onduidelijke (symbolische?) passage, bij Norris - laatste hoofdstuk - is dat zelfs helemaal niet het geval. Geen Jack in het laatste hoofdstuk. Op die manier zit ik aan het einde van dit boek met vragen. Wat heeft de schrijver hiermee bedoeld? Ik vind die onduidelijkheid niet zo prettig, maar het kan me tegelijkertijd ook weinig schelen.
Dit was een aardig boekje, zonder meer. Het was bijzonder snel uit en wellicht zou ik snel vergeten waarover het ook weer precies ging, ware het niet dat ik er heel deze tekst over geschreven heb.

maandag 6 februari 2017

Politiek correct

Gisteren sprak ik met iemand over 'moslims', mensen met een bruine huidskleur, van het Arabische type, al dan niet van het openlijk religieuze type.
Ik zei dat ik die mensen zelden of nooit tegenkom op plaatsen die ik zelf frequenteer. De cinema zit vol blanke mensen, op café zit ik tussen de blanke mensen, in de concertzaal sta ik uitsluitend tussen blanke mensen en op een lezing zit ik tussen uitsluitend blanke mensen. Op de maatschappelijke-culturele blog van mijn nonkel, die ik veel lees, komen veel reacties, steeds van blanke mensen.
Voor mensen van zwart-Afrikaanse origine ligt het een beetje anders. Die ze je wél op deze plaatsen. Het zijn de mensen met een Arabische achtergrond die je niet ziet. Zo'n onoverbrugbaar cultuurverschil?
De cinema, het café, de concertzaal: het zijn drie vrij 'gewone' omgevingen waar ik zelden maar eerder nooit iemand met een bruine huid zie.
Ik vroeg me tegenover mijn gesprekspartner af of dit een probleem is. Neen, het is geen probleem. Maar het is wél opvallend. Ik weet niet welk percentage van de inwoners van België een Arabische achtergrond heeft, maar hoe laag dit percentage ook is, ik zie het niet weerspiegeld op de plaatsen waar ik kom. Nochtans is het niet mogelijk dat een Arabier van de tweede of derde generatie niet in films of muziek geïnteresseerd is. Interesse in cultuur is des mensen, het is normáál. Of zijn deze mensen niet geïnteresseerd in 'onze' muziek, enkel in die van van 'hun'? Laat het hen koud? Wijst men het af?
De discussie over wat links moet doen om uit het 'dal' te klimmen woedt volop. Ik denk alvast dat het geen goed idee is om als sympathisant van links te doen alsof je helemaal verzot bent op alles wat een beetje 'Arabisch is, maar dan bewust niet aan te stippen dat het wel erg opvalt hoe mensen met een Arabische achtergrond vrijwel totaal afwezig blijven op 'onze' culturele evenementen.
Overigens blijft het eigenaardig dat vooral linkse partijen moslims weten aan te trekken. Qua waardenstelsel zou je denken dat moslims eerder aansluiten bij conservatieve partijen. Wat betreft abortus en euthanasie, om maar die te noemen, denk ik dat de meeste moslims niet op één lijn zitten met linkse partijen. Als Vlaams Belang terug naar een maatschappij wil waarin de vrouw aan de spreekwoordelijke haard zit, denk ik dat vooral moslims bereid zijn om hierin mee te gaan.
Opvallend allemaal. En opvallend is ook dat ik iets moet 'overwinnen' om dit op te schrijven. Ik zit met een zekere angst dat vrienden die dit toevallig lezen mij zullen veroordelen.
Ik zit al een tijdje in de nogal politiek correcte omgeving die de (...) is. Ik merk dat dat me aan het denken heeft gezet en dat ik daar tegen ben gaan rebelleren. Op de (...) spreekt men graag over 'positieve beeldvorming rond allochtonen'. Ik gruwel intussen van die term. Het paternalisme daarvan. Mag iedereen nog zelf kiezen wat hij denkt? De (...) heeft de taak om thema's onder de aandacht brengen en mensen verder vrij laten om zelf een oordeel te vellen. In plaats daarvan is men soms geneigd om autochtonen te culpabiliseren wanneer zij negatief of zelfs onverschillig staan tegenover alles wat met allochtonen of migratie te maken heeft. Maar dat soort politiek correcte denken is totaal voorbijgestreefd. Ik zou hen dat willen zeggen, maar weet dat het niet zou worden geapprecieerd.
Erg vreemd allemaal. En weinig productief.

donderdag 2 februari 2017

De oogst van de seizoenen (2010)

Hé Vetolezer, dat je daar smullend van een bord vol au vent in Alma 1 door het cultuurkatern bladert. Zou jij eens geen goed boek lezen in plaats van altijd maar dat studentenkrantje? Op de literaire avond 'De oogst van de seizoenen' hebben we je alvast niet gezien. Je gaat toch niet beweren dat de namen van Paul Mennes of Pjeroo Roobjee je onbekend in de oren klinken?
Paul Mennes is wellicht de meest vermaarde van de twee, want hij is - het heeft geen zin het te ontkennen – de schrijver die je in de middelbare school leerde fistfucken. Iedereen deed het, no big deal. Wie zijn 'Soap' gelezen heeft was op z'n minst nieuwsgierig. Maar dat is lang geleden en intussen is Mennes uit dat beklemmende sfeertje getreden. In 'De oogst' sprak hij met gastheer Kurt Van Eeghem over zijn nieuwe boek, 'Het konijn op de maan'.
Belangrijk om weten is dat Mennes voor het schrijven van dat boek naar Japan trok. De schrijver, die zeer teruggetrokken leeft, kreeg een reisbeurs en overwon zijn honkvastheid om naar het land van zijn jeugddromen te trekken. “Al heel jong was ik gefascineerd door het contrast tussen mijn rustige geboortedorp en het gigantische mierennest dat Tokio is,” zei hij. En zijn verblijf in Japan beviel hem zo goed dat hij er wel zou willen wonen. Maar anderzijds gaf hij te kennen dat hij zijn status als buitenstaander cultiveerde wanneer hij zich onder Japanners begaf. En dat is ook het thema van zijn boek. Een westerling, Samuel Penn genaamd, - let op het anagram! - begint een relatie met een Japans meisje maar zij stuiten op verzet van haar conservatieve ouders omdat Penn te westers is.

Over naar de man die besloot dat Pjeroo Roobjee catchier klinkt dan Dirk De Vilder en zijn volk in één ruk door wilde laten verdwalen in een zelfontworpen taallabyrint.
Dat zit zo: Pjeroo Roobjee schrijft boeken waarin vorm en inhoud schaamteloos naast elkaar mogen staan. In zijn nieuwste, 'Een mismaakt gouvernement', vertelt de oude knar een verhaal in een verhaal in een verhaal, gewoon omdat hij dat kán. En dan krijg je een schrijver die gecomplimenteerd is wanneer Kurt Van Eeghem zegt dat hij bij het lezen vaak compleet het noorden kwijt was. “Je was in een klein paradijsje beland, Kurt.”
Daar moest wel voorlezen van komen en dat deed Roobjee. Met luide, haast dreigende stem braakte hij een woordenstroom waarvan de inhoud ons geheel ontging maar die niettemin fantastisch klonk. Poëtisch en hermetisch, breedvoerig vooral. Roobjee verklaarde dat laatste als volgt: “Als ik klots in de ziel van mijn hoofdpersonage word ik breedvoerig, want ik kan niet onder woorden brengen wat daar in die ziel omgaat.” De zaal lustte er wel pap van en tussen de bedrijven door werd er goed gelachen. Kan ook moeilijk anders als één enkele zin ruim tweehonderd (200!) woorden telt, en die erna slechts vijf.
Fascinerende man kortom, dus jammer dat zo weinig studenten voor dit soort avonden komen opdagen.

zaterdag 28 januari 2017

Dat heet dan minister zijn

Dames en heren, meneertjes koekepeertjes, ik ga iets zeggen
Ik heb een micro, er zijn oortjes, er is een tolk en er is bier
Er zijn meer dan honderd zetels in het halfrond, ga zitten
Neem uw smartphone erbij en luister met een half oor naar mijn grote gelijk
Ik ben de meest geschikte persoon om de boel te besturen
Leiding geven is een zaak die u aan mij kan overlaten
U schudt uw hoofd, u verschilt met mij van mening
Dat is de gang van zaken hier, iedereen is hier de slimste
Gratis bier of niet, hier wordt weinig gedronken
We zijn al lang bezopen door naar onszelf te luisteren
En telkens opnieuw gelijk te hebben
Een andere partij heeft ongelijk, dat is de eerste regel
U hebt niet gelogen, u bent fout geciteerd, is regel twee
En u moet zich niet excuseren, u bent verkeerd begrepen
Mijn voorzitter zegt dat ik keihard werk, ik vind dat overdreven
Op zondag ga ik fietsen met een bevriende econoom die u wel kent van op tv
Wij bespreken samen hoeveel belastingen we gaan betalen
Zo kan ik me belangrijk voelen tot op de top van de mont ventoux

dinsdag 3 januari 2017

Witsel

Axel Witsel maakt een transfer van Zenit Sint-Petersburg naar een club in China. Er was sprake van dat hij ook bij Juventus zou kunnen tekenen.
Bij Zenit verdiende Witsel al niet slecht (zo'n 250.000 euro per maand las ik ergens), in China gaat hij 1.500.000 euro per maand verdienen - zes keer meer.
Bij Juventus had hij zich wellicht ook financieel kunnen verbeteren, maar misschien zou hij daar maar 1,5 keer meer, maximum twee keer meer, verdienen dan bij Zenit.
In China dus zes keer meer.
Witsel wordt de op zeven na best betaalde voetballer ter wereld. Hij zal net iets minder verdienen dan Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Niet dat Axel Witsel de op zeven na beste voetballer ter wereld is nochtans. Bijlange niet. Hij is in het voetbal een subtopper zoals er in Europa honderden subtoppers zijn. Bij Juventus zou hij wellicht veel op de bank zitten.
Sommigen vinden zijn keuze voor China schandalig, anderen roepen dat 'je' in zijn plaats hetzelfde zou doen. Witsel zou kiezen voor het geld en zou daarvoor zelfs zijn carrière als Rode Duivel op het spel zetten. Een grote prijs zal hij ook niet pakken in China; het land heeft geen enkele voetbaltraditie en het niveau van de competitie is om te lachen. Te vergelijken met de Belgische tweede klasse.
Om deze feiten te concretiseren interesseert het me om het 'geval Witsel' te transponeren naar een andere beroepsgroep. De journalistiek.
Witsel droomde er als jongetje wellicht van om wereldkampioen te worden of om de Champions League te winnen. Dat hem dat sowieso niet meer zou lukken zal hij inmiddels al wel hebben beseft. Voor de absolute top is hij niet goed genoeg. Dus kiest hij voor het geld.
Vertaald naar de journalistiek zou je kunnen spreken van een jongetje dat ervan droomt om onderzoeksjournalist te worden en grote, maatschappelijk relevante verhalen naar buiten te brengen.
Dit jongetje studeert journalistiek en zijn eerste job krijgt hij als medewerker bij het regiokatern van pakweg Het Nieuwsblad (de analogie met Witsel: zijn eerste club Standard).
De jonge journalist schrijft goede stukken en krijgt een job aangeboden op de nationale redactie van De Standaard (analogie: Zenit). Daar kan hij aan degelijke journalistiek doen, maar hij heeft er niet de tijd of de ruimte om zich echt in een dossier vast te bijten. Hij wil meer.
Vervolgens dient de mogelijkheid zich aan om voor De Correspondent (analogie: Juventus) te gaan werken. Deze ambitieuze nieuwswebsite brengt verhalen die er echt toe doen, die de waan van de dag overstijgen. Onze journalist zal hier niet meer verdienen dan bij De Standaard, maar vanuit journalistiek oogpunt is het een hele interessante optie.
De journalist aarzelt echter en plots is daar de 'nieuwswebsite' Newsmonkey (analogie: China) die hem een enorm salaris aanbiedt voor zijn diensten. De journalist zal bij Newsmonkey artikels schrijven genre '14 redenen waarom Lesley-Ann Poppe's linkertiet groter is dan haar rechter' en van diepgravende journalistiek zal dus totaal geen sprake meer zijn.
Kiest deze journalist, die nog ver van zijn pensioen is, voor de interessante, stimulerende omgeving van De Correspondent - een trein die niet elke dag voorbij rijdt - of kiest hij voor de centen van het idiote Newsmonkey?
Dat is de case Witsel, volgens mij. Ik stel me voor dat ik in zijn plaats níét naar China zou gaan, zoals ik nooit voor Newsmonkey zou kunnen werken. Omdat het zo beschamend is

donderdag 3 november 2016

Bazart

Bazart is 'heel erg 2016' heb ik meermaals gelezen. Die omschrijving alleen al zorgt ervoor dat ik zeer terughoudend ben om hun muziek te beluisteren. Over muziek moet men naar mijn mening niet spreken alsof het een product is. Maar met betrekking tot Bazart ligt dat misschien anders.
Ik luister naar de debuutplaat van deze nieuwe sensatie en hoor de met een gekunsteld zweverige frasering gezegende zanger dingen als "blijjjjven drijjjjjven" zingen. Het klinkt fake en het ís fake. Dit is inderdaad een product dat muziek gewoon als een vorm gebruikt om 'iets' aan de man te brengen. Een banaal gevoel van diepgang, vanwege pseudo-intrigerende teksten die zonder twijfel nergens over gaan.
Enkele leden van Bazart hebben elkaar leren kennen omdat ze allen deelnamen aan 'Eurosong for Kids' - ja, inderdaad. Ik acht het dan ook mogelijk dat Bazart een soort lang uitgevallen trailer is voor een nieuw vtm-programma.
Maar niet getreurd. Er is nog genoeg muziek die níét op mijn zenuwen werkt. Al wordt die steeds minder vaak door Belgische groepen gemaakt.