donderdag 29 maart 2012

Openbare vervoering

De tevredenheidscijfers over de Brusselse openbaarvervoersmaatschappij MIVB zijn voor het eerst in enkele jaren gestegen. Dat is goed nieuws voor de MIVB. Zelf ben ik altijd tevreden geweest, ik heb niet veel nodig om tevreden te zijn over een tram of een metro. Ik heb geen auto, ziet u, ik heb geen eisen, geen behoefte om alleen te zijn.

Meer nog, ik mis ze zelfs, de MIVB-verbindingen, nu ik ze nog nauwelijks nodig heb omdat ik niet veel meer in Brussel kom. Ik heb een 'emotionele band' met ze. Het is zo lang geleden dat ik nog gebruik maakte van de tram om van Noord naar Rogier te gaan, van de metro om van Rogier naar Simonis te gaan, en van de bus om van Simonis naar Ganshoren te gaan. Het is geleden van toen ik nog met dat meisje samen was dat in Ganshoren een zolderkamertje betrok. Van die bushalte in Ganshoren moest ik nog twee minuutjes naar haar huis. Die legde ik soms lopend af, zonder MIVB maar met mijn hart. Het bonsde. Voor haar. Hoe ik me voelde als ze de deur opende. Het was zo enig mooi allemaal. Te mooi voor mij, achteraf. Schoenen uit om niks vuil te maken, het gastgezin niet te storen. De trap op, soms hallo te zeggen tegen het gastgezin, hele lieve mensen. De kamer in, het bed in.

Ach.

Ik heb daar eventjes van mogen proeven en dat was dat. Nu proef ik niks meer, denk ik niet dat ik ooit nog zal proeven. Toen ik gisteren op een terras om een Looza Red Ace vroeg, kon men me die ook niet geven. Bijna nergens kan je die nog krijgen, ook al staat hij op de kaart. En de liefde voor een meisje is daarmee vergelijkbaar. Overigens ben ik ook geen grote drinker. Het blijft bij nipjes. Op alle vlakken.

Mailen doe ik haar niet meer. En zij mij al helemaal niet. Ik denk niet dat ze er last van zou hebben, mochten we elkaar nooit meer horen. Misschien is dat van mijn kant ook wel zo. Misschien zou het verschrikkelijk teleurstellend zijn. Zoals je een popster wil ontmoeten om dan vast te stellen dat die vreselijk arrogant is en je voorbijloopt.

Soms overweeg ik het traject naar haar kamer nog eens af te leggen. Uit pure nostalgie naar een mooie, intense periode in mijn leven. Noord, Rogier, Simonis, Ganshoren, maar dan niet haar huis in, geen praatje met het gastgezin, geen lasagne in de keuken, slaapkamer, intimiteit, troost. Enkel de gedachte dat dat alles nu voorbij is. En de idee dat er helemaal niks meer volgt.

Ik denk niet dat ik er chronisch van wakker lig. Of misschien wel. Is er een causaal verband tussen mijn afschuw voor overbevolking en de grote kans dat ik nooit zelf kinderen zal hebben? Ik ben en blijf een mens met teveel vragen.

zondag 25 maart 2012

Kamer III

(Wat vooraf ging: 'Kamer I' en 'II'.)

Een leeg flesje Vittel (50 cl) - de autobiografie van Wilfried Martens (in het Frans en gekaft) - een doktersbriefje dat naar de ziekenkas moet - mijn gsm - een zak Doritos (sizzling Fajita - NEW!) - 'Dexter III' en 'IV' - 'Inglorious Basterds' - 'Het huis der onbekenden' van Jos Vandeloo - 'Jim Morrison au delà des Doors' van Hervé Muller - een leeg blik vruchtencocktail met daarin 14 stylo's en één potlood - een post-it met daarop geschreven drie redenen waarom ik een bepaald iemand nooit meer vergeef - 'Is dit een mens' van Primo Levi - mijn portefeuille - mijn agenda - een flyer van Jazz 'n' Words - nog twee stylo's (en twee groene markeerstiften) - een blauwe werkloosheidskaart - een post-it met daarop een telefoonnummer en de namen van vijf media-agentschappen + de de namen 'NMBS' en 'Jobbalance' - een badge om binnen te geraken in het gebouw van KPN Group Belgium - een in vier geplooid, gedetailleerd, van Google Maps afgetekend plan om mijn weg te vinden naar Tempo-Team te Woluwe - een naamkaartje van de vrouw die me bij Tempo-Team ontving - een geldigheidsbewijs van de VDAB waarmee ik voor 2 euro per trein op en af naar de plaats van sollicitatie mocht - een tas waaruit ik frambozenthee drink - een kom waaruit ik Crunchy met melk eet - een lege enveloppe met postzegel van een sneeuwman - een blaadje waarop ik enkele Franse woorden heb geschreven, wellicht om ze te onthouden - een blaadje met daarop 'useful information' over en 'working hours' van enkele belangrijke mensen op de Consumer Care-dienst van KPN Group Belgium - een blok gele post-its - een enveloppe met ecocheques - een lange, voor niemand bestemde, afscheidsbrief - de afgeprinte vacature voor de job van Consumer Care Agent bij KPN Group Belgium - een post-it met daarop een aantal clichétermen die weleens opduiken in brieven van mensen die een ommezwaai maken in hun leven ('tabula rasa', 'herbronnen', 'een nieuw verhaal') - een toren van 44 cd's (helemaal bovenaan het geweldige 'Casanova' van The Divine Comedy) - en ten slotte een Turks paars potske met daarin een kleine handgemaakte portemonnee uit Nicaragua, twee usb-sticks, twee paar oordopjes, een briefje met het telefoonnummer van een tandheeldeskundige en rosse munten, goed voor een bedrag van 6,05 euro.

woensdag 21 maart 2012

Geert Simonis

Om meteen met de deur in huis te vallen: Geert Simonis is een begrip. U denkt daar ook zo over, maar maakte u deze bedenking misschien nog nooit eerder bewust. Nu hebt u daartoe wel de gelegenheid en kan u zich in één snok realiseren dat hij dat niet enkel op Twitter is, een begrip, maar ook op het podium wanneer hij een uur lang uit ziijn gedichtenarchief voorleest. Of op de Finse piste wanneer hij in mijn zog zes of acht kilometers loopt. Of op het..

Respect- en inspiratieloos zou ik Geert een 'grote meneer' kunnen noemen. Maar dat doe ik niet. 'Grote meneer' is zo vtm, zelfs zo één, en Geert kijkt veeleer naar TV Limburg. Hij is mijn favoriete Limburger, mag u weten, zelfs al heb ik dan Limburgse familieleden. Maar zij laten mij koud, daar in het verre Neerpelt en dito Hamont-Achel. Overigens zitten zij meer in respectievelijk Sankt-Vith en Caïro dan in Neerpelt en Hamont-Achel.

Geert Simonis dus, het alter ego van een uitstekend schrijver. Een weldoener ook. Hij zorgt ervoor dat de vrouw van 65 haar portefeuille met 65 euro erin terugkrijgt. Ik zou het hem niet nadoen. Ik zou de portefeuille trachten terug te bezorgen maar het geld houden. Een aanzienlijk bedrag, maar ik draai er m'n hand niet voor om. Geld is ook maar geld, gezondheid is belangrijker. Maar voor mezelf, praktisch zonder geld, is 65 euro meer dan welkom. Zeker nu ik heb ontdekt dat mijn Visakaart gehackt is en ik daarmee enkele tientallen euro's kwijt ben. Doch, ik heb Cardstop al gebeld en mijn betwistingsformulier is verzonden naar de nozems van Atos Worldline in Brussel. Deze compagnie neemt het niet zo nauw met transparantie. Ik heb hen verteld dat ik naar hun kantoor wil komen om te tonen wat transparantie is. Dat vonden ze niet nodig.

Wilt u geloven dat Geert Simonis me via Facebook een mail stuurt terwijl ik over hem schrijf? Over Ithaka mailt hij me, een kunstenfestival dat hij mee organiseert. Een bezige bij is hij, Duizendpoot Simonis. Want een remixer. En een sampler. En iemand die old school knipt en plakt. Geert Simonis weet wat 'remixcultuur' inhoudt. Ik niet. Het klinkt me enkel wat duur in de oren.

Als Geert Simonis er niet was geweest, daarnet met zijn blog en en plus met zijn mail, had ik misschien mijn frustraties geuit over de wachtrij in mijn BNP Paribaskantoor of de wachtrij aan het NMBS-loket. Nu is dat niet meer nodig, maar wel wil ik nog zeggen dat ik dezer dagen marktonderzoek voer in opdracht van KBC en dat ik daarbij moet peilen naar de wachttijden in betreffende kantoren, afhankelijk van welke Raymond De Lul of Jeanine De Put ik bel. Dit plebs heeft negen op de tien geen last van een lange wachtrij, en ik dus wel. De pest heb ik eraan, aan die wachtrijen.

Maar Geert Simonis dus. Ik hoop dat hij niet verveeld zit met dit stukje. Dit is immers gespeend van elke ironie en voor de volle honderd goed bedoeld. Ik verwacht er - uiteraard - ook niks voor in de plaats. Geert Simonis is gewoon uw leukste follower, uw favoriete blogger, een remixer naar uw hart en een Limburger. Een man met humor ook. Ik moest hem maar eens porren. U moest het maar eens lezen.

dinsdag 20 maart 2012

Overbodig

Een nieuw woord in mijn what-the-fuck-should-I-do-with-my-life-trip: overbodigheid. Zo veel overbodige mensen, u kan er van meespreken. Zag u vanmorgen die man in de bib die ongelukkig, wezenloos voor zich uitstaarde? Overbodige mens. Of gewoon dat (Roemeense) vrouwtje met haar McDonaldsbekertje, smekend om geld. Overbodig.

In de jaren 50 rolden er in België elke dag 50 Patricks van de band. 40 Barts. 80 Lucs. 100 Jans. 50 Wims. 60 Dirks. We zitten ermee.

Kent u een belangrijke Dirk? Een Luc die we moeten koesteren? Een Patrick om U tegen te zeggen? Ik zeg niet dat ze niet bestaan, ik zeg wel dat er te veel overbodige Dirks, Lucs en Patricks zijn. Zoals er oneindig veel overbodige Kenny's zijn. Kent u een Kenny die niét overbodig is?

Ben ik een geheel en al overbodige Ali? Ja! Totaal overbodig. Maar ik ben hier dus wel en als ik hier niet meer zou zijn, zouden nogal wat mensen mij missen. Dus ben ik (dan) niet (meer) overbodig. Perceptie is alles.

Natuurlijk ben ik overbodig. U kent die sketch van Hans Teeuwen waarin hij zegt dat er "euh, eigenlijk, op zich, mensen zijn die, in principe, weg zouden, euh, kunnen." Overschot van gelijk heeft hij. En dat Teeuwen dat gezegd heeft, maakt van hem een te koesteren Hans. Geen overbodige. Een andere Hans die me te binnen wil schieten is Hans 'tupperware heeft een man op de markt gebracht' Otten. Is die Ottentot overbodig? Een twijfelgeval.

Overbodigheid is een moeilijk begrip. Een confronterend begrip. Té confronterend. Heel situationeel ook. Depressieve mensen, destructieve mensen, zieke mensen, zijn die allemaal overbodig? En wie ben ik om dat te zeggen? Voor elke relevante, interessante mens, zijn er misschien 100 irrelevante, oninteressante mensen nodig om die ene te appreciëren, naar waarde te schatten. In een wereld van enkel interessante mensen zou die gradatie niet bestaan en zou er dus waarschijnlijk ook weinig gebeuren.

Zal ik zeggen waarom ik nadenk over het begrip 'overbodigheid'? Omdat ik zelf natuurlijk het gevoel heb overbodig te zijn. Op de arbeidsmarkt. Op de relatieplaneet. Op nogal wat andere plaatsen ook. En tevens ben ik die kerel die Hans Teeuwen schetst in diezelfde sketch van hem. Een iet of wat overbodige die onbewust als een kreupel paard in de woestijn wacht op een daadkrachtige cowboy die hem met een welgemikt schot uit zijn lijden verlost.

Of nee, zo ver wil ik niet gaan. Voor u foute dingen gaat denken. Ik ben wel overbodig, maar de meesten van u ook, dus dat heft elkaar op. Nu kunnen we weer vrienden zijn.

Kus.

zondag 18 maart 2012

Verwarring

Oh shit, ik word langs alle kanten voorbijgestoken. Zie mij, ik ben 25 en opeens is iedereen jonger dan ik. Succesvoller dan ik. Hebben ze een relatie en ik niet. Een diploma, hoger dan het mijne. Een job, en ik nog steeds niet. En begrijpen ze de moeilijke artikels in De Standaard, en ik niet.

Er is maar één ding waarin ik significant goed ben en dat is schrijven. Heb ik horen zeggen. (Er zijn zo veel mensen die gewoon nooit schrijven, misschien kunnen zij het ook.) Heel mijn leven zal ik schrijven, voor mezelf en de toevallige passant. Maar ik kan niet heel mijn leven blijven denken dat dat schrijven me ergens 'hogerop' zal brengen, want, neen, dat zal het niet. Ik ben een nozem in een callcenter en dat is mijn plaats. Twee dagen was ik een nozem op een klantendienst en dat was ook mijn plaats, maar ik heb ze weer afgestaan.

Zal ik het over relaties hebben? Ik verveel me op zaterdagavond, misschien wel het enige moment in de week waarop ik denk: 'was er maar iemand hier bij mij'. Op andere momenten valt dat beter mee.
Tegenwoordig heb ik rare maar realistische gedachten als: 'straks hebben ze allemaal kinderen, en ik niet' of 'straks hebben ze geen tijd meer'. Of: 'Ali, wat ga je doen als ze geen tijd meer voor je hebben? Kan je dan blijven leven zoals je dat nu doet?' In 'De maagd Marino' van Yves Petry las ik dat het personage Bruno Klaus op zijn 42 nog leeft als een twintiger, zonder kinderen of huis in afbetaling. Ook hij moest vaststellen, met enige wrang, dat hij zich buitenspel had gezet. Maar het laatste wat ik wil is een kind. Nooit een kind. Nooit. Ik ben geen misdadiger.

En dan is er een gedachte als: 'geen kind = vrijheid'. Een heerlijke gedachte, op zich, een sprong in de lucht (ik kan niet omschrijven wat ik precies voel). Maar meteen daarna, beklemmend: 'hoe benut ik die vrijheid dan optimaal?,' en de stress, de vrees dat ik die vrijheid nooit optimaal zal kunnen benutten. Ik kan mijn eindeloze vrijheid nu al niet benutten. Nee, ik speel Bouncing Balls op Facebook, mijn record is 76.000 en ik ga door tot ik ongeveer 100.000 heb zoals M. (hoe heeft ze dat in godsnaam gedaan?)

Maar ik heb vrienden, genoeg. Dat leeft wel aangenamer. Ik kan ze bellen en porren enz. Ik zie ze en ze lijken me oké te vinden. Ik vind hen uit alle macht oké. En dan ga ik naar huis en schrijf ik in het kort op wat we samen hebben gedaan in mijn Open Officebestand 'Leuke dingen' (dat u wellicht weleens zou willen inkijken - too bad - maar jullie zijn 'leuke dingen', jullie, vrienden die met mij afspreken die dit lezen).

Minpuntjes van me zijn mijn pessimisme, cynisme en mijn eerlijkheid. Niemand hoort me graag zeggen dat 7 miljard, laat staan 9 miljard gewoon teveel is. Mijn moeder vond me zo vervelend toen ik zei dat die minuut stilte van vrijdag (naar aanleiding van de ramp met de bus in Zwitserland) niet nodig was. En soms zeg ik tegen mijn broer dat hij zich beter kan ophangen dan zich in zijn slachtofferrol te blijven wentelen. Ook dàt is de waarheid.

Want de waarheid, u weet wel, die graag genegeerde abstractie, die ken ik. Ik ken de waarheid in uw plaats en vind ze confronterend in uw plaats. Terwijl u de waarheid negeert of ze zelfs niet kent, word ik met haar geconfronteerd en hakt ze er bij mij stevig op in. Zo stevig dat ik cd's opstapel op mijn bureau om me ertegen te beschermen. Zo verdomd stevig dat ik mijn ogen dichtknijp en mijn handen voor mijn gezicht houd van schrik. De confrontatie met de existentie. En B. die het benauwd kreeg toen ik zei dat wij hier ook maar per toeval 'mogelijk zijn' op deze planeet, in dit tijdsgewricht. In dit tijdsgewricht, op deze planeet waarop ik enkele tientallen jaren leef, tijdens welke ik bepaalde conventies opvolg, waar ik het al dan niet mee akkoord ben, waarin ik geregeld serieus kopje onder ga waarvan ik dan weer niet begrijp waar het voor nodig is.

Misschien is 'verwarring' wel mijn absolute, euh, 'ziel'. Misschien ben ik 'beyond' gewoon verward. Ik denk dat dat het is. En wat ik daar dan mee moet? Opschrijven, bloggen, vergeten, mijn haar wassen omdat het vettig is, de bus nemen naar mijn moeder, de bereidde maaltijd consumeren en zeggen dat ze lekker was, naar een sportprogramma kijken en terugkeren naar mijn eigen hol, om daar opnieuw de verwarring te bestrijden en me terloops af te vragen hoe en wanneer ik nu eindelijk succesvol kan worden (waarbij succesvol ook maar een woord is om aan te duiden dat ik dan beter zou weten waar ik mee bezig ben).

zaterdag 10 maart 2012

90's-trance

Ik moet niet doen alsof ik de jaren 90 heb meegemaakt. Dat is gewoon niet waar. In de jaren 90 deed ik niks dat ik me nu nog helder kan herinneren. En wat ik me herinner, wil ik me niet per se herinneren. Er is echter één foto, getrokken in 1992, die ik koester, zodanig dat ik zou wenen als ik 'm kwijtraakte - wenen is veel gezegd, maar ik zou mijn hoofd in een kussen begraven, dat wel. Het is een foto van mijn broer en mezelf en door mama zijn we uitgedost in gekke broeken en hoge kousen. We hebben ook rood geblushte wangen. Het is caranaval. Mijn broer is nog geen drie, ik ben vijf. Hij kijkt naar mij, met onschuldige vragende ogen: wat doet mama met ons? En ik ben zijn wijze grote broer maar sta er ook maar verlegen bij. Ik koester die foto innig. Sentimenteel zijn is een pro.

Maar voor de rest speelt mijn leven zich integraal af in de eenentwintigste eeuw. Want sinds de eenentwintigste eeuw luister ik pas bewust naar 'I Am Free' van The MacKenzie feat. Jessy, terwijl die trance-classic uit 1997 dateert.

Ik wil iets zeggen over 90's-trance. Gisteren wilde ik er ook al over schrijven, maar toen kwam I. op bezoek en legde ik het haar uit in gesproken woorden zodanig dat ik dacht dat ik het niet meer zou moeten of willen opschrijven, maar nu gebeurt het dan toch.

90's-trance is pure nostalgie. Die silliness, die vlinderbuik vol toekomstverwachtingen. Toen de wereld aan de top van zijn kunnen stond en niemand dat doorhad en streefde naar iets mooier nog, dat er niet meer zou komen.

De Zillion. De Red & Blue. Die louche Frank Verstraeten (en zijn relatie met Brigitta Callens). Ann Vervoort van Milk Inc., die ondertussen gewoon dood is. Kim Kay heeft een morfineverslaving. Pat Krimson, for the bigger and bolder. En ik die nog geen Engels begreep en dus geen flauw idee had van waarover er in 'Lift You Up' van 2 Fabiola gezongen werd. Nog steeds niet trouwens - nog steeds weet ik niet wat erin gezongen wordt en ook ken ik nog steeds niet veel Engels. Moet kunnen.
Tien om te zien. In Blankenberge.

Kom terug..

Kom terug, vlinderbuik vol verwachtingen. We zijn in de ironie aan het verdrinken. Wij vinden àlles grappig, àlles. En alles tof. Tof!

"Porselein / behandel mij heel zacht / porselein / verbrijzeld door je lach." Het heeft niet mogen zijn.

Ik keek met I. naar clips van de Backstreet Boys. Er bestaan geen boysbands meer. Waarom the fuck niet? Serieus. Kevin, Howie, A.J., Brian en Nick. En als u wil geef ik u ook hun achternamen uit het blote hoofd. Dat lééft nog in mij. "Er brandt een vuur diep in mij / en dat vuur dat ben jij." Jimmy, Koen, Glenn en J.-M. (een Waal, gelove wie wil).

En ik zou ironisch zijn als ik daar nog naar teruggrijp. Dat zullen mijn Facebookvrienden wel denken. Ik ben immers altijd ironisch. Nee! Ik ben aangevreten door cynisme, dàt ben ik (en dat zeg ik zo graag), maar dat heeft niks te maken met ironie. Dus als ik een clip uit de 90's post waardoor mijn Facebookvrienden gaan denken dat ik weer eens ironisch ben, dan hebben ze ongelijk. Ik hou écht van die muziek, maar ja, ik geef toe, dat ik ook naar aandacht hengel door zo'n clips te posten.

Omdat ik onbewust wil zeggen: kijk, ik heb dat nog meegemaakt en ken de waarde daarvan. Dat is een zekere trots. Ik wéét dat 90's-trance geapprecieerd moet worden als een product van zijn tijd. Lees er de reacties op na onder YouTubeclips van pakweg 'Afflitto' van Fiocco of 'Magic Flight' van 2 Fabiola. Die mensen zijn allemààl nostalgisch (naar een sfeer van niet-opgeklopte vreugde zoals die nu nauwelijks nog lijkt te bestaan, zoals er ook geen dromen meer lijken te bestaan, alleen nog de drang naar behoud).

België is zelfs bekénd om zijn 90's-tranceclassics.

En als u nu toch nog twijfelt: ja, natuurlijk is dit humoristisch bedoeld. Maar niét ironisch, ik meen elk woord van wat ik zeg. Dat de jaren 90 gerust nog eens mogen passeren. Er waren toch van die Back tot the 90's-events? Even googlen of die nog steeds plaatsvinden.

zondag 4 maart 2012

Tot ziens, Spinvis

Ik schrijf mijn eigen recensie over 'Tot Ziens, Justine Keller' van Spinvis, omdat ik me niet kan vinden in de recensies van de (online) media. Bijna allemaal zijn zij enthousiast tot heel enthousiast, zij het vaker toch gewoon enthousiast, zoals: drie sterren op vier. Ik, echter, vind 'Justine Keller' maar slap. En ik wil uitleggen waarom.

Te beginnen: wat zingt die Spinvis slécht op deze plaat. Nog monotoner dan voorheen, de charme is er volledig vanaf. Nee, op zijn derde officiële plaat werkt dat trucje niet langer. Waren zijn teksten vroeger nog dermate fascinerend dat de povere zang niet stoorde, dan stoort die zang mij nu plots wél.

Had ik trouwens bijzonder hoge verwachtingen? Niet echt, denk ik, maar ik geloof dat ik vergeten in te calculeren had dat Spinvis tien jaar ouder geworden is dan ten tijde van zijn haast mythische mijlpaal van een debuut, en ook alweer zes jaar ouder dan op het ook al niet heel erg memorabele 'Dagen van gras, dagen van stro'. Tien of zes jaar ouder, drie of twee keer slomer. 'Justine Keller' is voor de helft gewoon saai. Er staan met 'Heel Goed Nieuws' en 'Ronnie Knipt Zijn Haar' zelfs twee draken op. "Het hoeft niet in de krant, maar Ronnie knipt zijn haar. Het mocht een keer, dat vond zij ook, het zat ook raar." Vreselijk slap (niet alleen tekstueel).

Nergens klinkt Spinvis op 'Justine Keller' 'Voor ik vergeet'-fris, 'Smalfilm'-spannend, 'Bagagedrager'-bloedmooi. De nieuwe nummers zijn mat en hij weet het zelf. Niet toevallig heeft hij immers 'Oostende' en 'Kom Terug' vooraan gezet, de twee beste nummers. 'Kom Terug' heeft een meeslepende spacy groove, 'Oostende' is 'vintage' en energiek.

En kon Spinvis op basis van zijn debuut nog praktisch alle kanten op dan is het nu wel duidelijk wat we in een eventuele toekomst hoogstwaarschijnlijk nog kunnen verwachten: meer van hetzelfde. Recensenten die nu nog hoog oplopen met zijn knip- en plakwerk, steunen te veel op hun perceptie van de oude Spinvis of hebben (al dan niet onbewust) gewoon heimwee. Jazeker knipt en plakt de Vis ook nu nog, maar het klinkt haast obligaat, als dacht hij bij de opname: ik heb mijn trucje in de vingers, laat ik het nog eens toepassen. Door die vingertrucjes klinkt 'Club Insomnia' routineus en lang niet zo bezwerend als waarschijnlijk had gekund, en lijkt 'We vieren het toch' op iets uit het debuut maar dan met minder spankracht. Overigens bevat 'Justine Keller' ook veruit de slechtste tekstflarden die Spinvis al bij elkaar sprokkelde. Geforceerd en ongeloofwaardig bij momenten. Routineus ook.

Nee, ook 'Dagen van gras' was niet zo goed, maar toen had Spinvis wel de wind nog in de zeilen. Die plaat klonk ook wel frisser en bevatte zeker vier songs die samen meer spankracht hadden dan de twaalf op 'Justine Keller'. Wat te denken immers van een slappe vod als 'Koning Alcohol' dat we louter vanwege de thematiek schijnen interessant te moeten vinden. 'Jij wint', een andere favoriet onder recensenten, moest kennelijk een intiem slaapliedje worden, maar kabbelt veel te lang door.

'Heel Goed Nieuws' is ten slotte dé reden waarom ik deze cd nooit zal kopen. Met een uiterst irritant refrein slaat Spinvis de slinger plots van dromerig naar drammerig. Het bruggetje mag er weliswaar nog zijn, maar het refrein - in tijden niet zoiets vervelends gehoord - doet dat jammerlijk teniet.

Achterblijven doe ik dus met 'Oostende' en 'Kom Terug'. Wel iets, maar niets naar Spinvisnormen. Dan toch te hoge verwachtingen? Nee. Spinvis slabbakt gewoon op 'Justine Keller'. Dit is saai in plaats van pittig. Een matte foto, geen glanzende.

Sneu.

zaterdag 25 februari 2012

Mijn bed

Er gebeuren dingen in mijn leven waarover ik niet kan schrijven. Zoals drie meisjes in mijn bed en hoe ze daar terecht kwamen. Niemand gelooft me als ik daarover schrijf en zelf kan ik het ook nauwelijks geloven. En ik schaam me ook.

Niet dat ik een van hen verplicht heb. Ik zou zelfs zeggen, integendeel. Alledrie wilden ze iets van mij, misschien wel meer dan ik van hen. Maar ik ben ook van mening dat bedden lekker liggen. En dan laat ik me gaan.

Niet met onverdeeld succces. Eentje van hen zie ik in goede verstandhouding nooit meer terug, een ander is meer een 'maatje' van me dan een vriendin en een derde heb ik op alle fronten moeten blokkeren, die wilde in mijn bed blijven liggen tot mijn bed het hare zou zijn. Van haar heb ik spijt. En ik verwijt me mijn eigen onzorgvuldigheid.

Er gebeuren dingen in mijn leven waarover ik niet zou moeten schrijven, maar die me dermate bezighouden dat ik schijnbaar niet anders kan. Bij deze.

woensdag 22 februari 2012

Telefoonseks

Zo beu om naar vacatures te speuren via de 'geijkte kanalen'. Jobat, Stepstone, Vacature, natuurlijk de site van de VDAB. Voor wie houden ze mij? Voor een schlemiel die dag in dag uit wil lezen dat hij flexibel, dynamisch en geen 9 to 5-type hoort te zijn? Mag ik ook nog eens rustig kiezen wie ik wél wil zijn. Maar ach, voor wie hou ik mezelf dat ik me dat afvraag? Als ik niet nummer 27 ben, dan ben ik wel nummer 72.

Ik solliciteer niet meer, tenzij u het meent met mij. Als u enkel maar poepsjiek, hoogopgeleid volk in uw rangen wilt, zal ik u niet langer lastigvallen. U moet weten: ik werk interim in een callcenter en eigenlijk bevalt me dat wel. Vooral op dag drie van de week. Dan kom ik onder stoom, gaat mijn stem wat rauwer klinken en doe ik jovialer tegen de mensen. Het gepeupel dat u zonder het te beseffen een beetje minacht (u zou zo'n mensen nooit aannemen). Het gepeupel waartoe ik zelf behoor. Waartoe ik grààg behoor, mag u rustig weten. Ik ken mijn plaats en mocht het gepeupel mijn plaats niet zijn, dan nog wil ik er niet meer van tussen uit.

Oh, er wordt mij gezegd dat ik weleens een aardig stukje schrijf. Op deze blog bijvoorbeeld. Ach, da's allemaal lief, maar het maakt geen enkel verschil. U wil dat ik uw hielen lik, dat ik ambitie toon en naar uw pijpen dans. Helaas (voor mij), ik doe dat niet en laat uw hautaine kelk liever aan me voorbij gaan dan me nog langer door u te laten vernederen.

De rest van m'n leven wil ik in een callcenter werken. Drie avonden per week en dus voor 105 euro per week. Maal 4 - vier weken per maand - kom ik dan aan 420. En daar krijg ik nog een aalmoes van de dop bovenop, ik moet dat eens navragen bij mijn vakbond. Een euro of 150 ofzo. Samen net genoeg om een kot van te betalen + van te eten. De rest van m'n leven woon ik op kot, tussen studenten, voor 290 euro per maand, om u niet in de weg te lopen op de immobiliënmarkt, what's in a name.

Oh, u hebt zo lang gestudeerd om mooie vacatures op te stellen met een resem eisen waaraan ik, gepeupel, niet voldoe. U doet dat zo goed en zoals u mijn mails beantwoordt, dat is van een klasse. Dat ene zinnetje dat u telkens copypaste: 'helaas na een grondige selectie' en dergelijke. En nooit zonder spelfouten doet u dat. Ik ben zo blij met de concentratie en de aandacht die u aan mij besteedt. Steeds weer heb ik zin om u terug te mailen en te vragen of ik uw handen mag komen kussen. Ik doe het niet, omdat ik uw persoonlijke beschaving niet wil confronteren met mijn rudimentaire gemanierdheid, die van een spelonkbewonder. En toch, u kan het navragen, heb ook ik gestudeerd. In de hoop op die manier een job te kunnen krijgen. Maar nee, dat valt niet mee - had ik het moeten voorzien? Ik ken de tricks niet, heb de skills niet, ben geen senior manager en ben niet goed in talen. Microsoft Office heeft wél geheimen voor mij. En uw secretaresse kan ik nu al niet uitstaan.

Ik stuur u dit door, dit bericht. U leest het met verbazing en legt het aan de kant. Wat kan u er ook aan doen. U hebt zelf bazen en bonussen, wie weet. U hebt zelf een leven en bent tenslotte geen psycholoog. Kent u de waarheid dat men als mistroostige enkeling enkel tegen betaling mensen kan 'lastigvallen'? Voor 40 euro per 'sessie'. Zijn we dan niet allemaal vrolijk?

Nee, vrees niet, ik ga het met u niet hebben over het einde van de wereld. Uw einde van de wereld is niet het mijne. Uw einde van de wereld, en ik ga bewust en wat dommig (ik streel uw ego) heel kort door de bocht, is uw grasmachine die het begeeft halverwege uw zondagse rit over uw pelouse.

Oh, kus mijn opgeblazen kloten. U had het kunnen maken in de telefoonseksindustrie, zoals u aan mijn lijn hing. Nu ga ik het met mijn beste callcenterstem zelf proberen. In de telefoonseksindustrie. "Heeeeeeey, waar heb je zin in, stoute jongen?"

maandag 13 februari 2012

Ik krijg het van u

Zelf input geven aan deze dag zit er voorlopig niet in. Ik werd al balend wakker. Omdat ik keelpijn had en de confrontatie met het leven (dus weer) slecht van start ging. (Een stelregel in de charlatanerie van de homeopathie is dat u keelpijn krijgt als het u de keel uithangt - welja.) Ik zei gisteren nog onwillekeurig dat ik blij ben dat ik toch goed slaap, ondanks mijn wisselende stemmingen. En dat ik de fucking hulp van geen psychiater nodig heb (niet dat iemand me die aanraadde).

Maar hé, ik ben een organisme, net als een plant: geef mij wat water ,warmte, en niet uw rot cynisme. Ik word daar zélf cynisch van, van uw cynisme, uw opportunisme, uw stuitend gebrek aan visie en goedheid. En u bent héél de week, héél de maand, héél het jaar in de actualiteit. Elke fucking dag zit u in het nieuws, regelmatig als het fucking hoofdpunt ervan. (Ik lééf voor het nieuws, mag u rustig weten. De nieuwssoap geeft richting aan mijn leven, u bent dus bepalend.) Nu zit u in Syrië, maar evengoed in wat ze tegenwoordig The City noemen. Oh, en in Griekenland natuurlijk, u heeft uw tent opgezet bovenop de Akropolis. Daar hebt u een panorama over miserie. En dat, ja, dat is nieuws. Dat is wat wij moeten meezeulen. De fucking miserie van mensen in een tiranniek regime, van mensen in een corrupt regime, van cynische yuppies die zich speculanten laten noemen. Tegen de muur ermee.
Oh ja, en dan vriest u ook nog. Leuk, schaatsen, maakt men er dan van, als uw marionnetten. Maar niet ik.

Doodgevroren armoezaaiers, kinderen die voedselpakketten krijgen in de klas. In Polen en Griekenland, en ik die daar naar kijk vanuit België. En kinderen in armen van bloedende mensen, schreeuwende mensen, rauw, in Syrië. Nee, kan ik afleiden uit wat u inderdaad niet hoeft te zeggen, Homs is geen vakantiebestemming. En we hadden al Benghazi, het Tahrirplein en die eeuwige Rudi Vranckx. Het is ofwel mijn tv uit, ofwel Rudi Vranckx een tijd op non-actief.

Ik wil godverdomme iets leukers als boei om me aan vast te houden. Die eeuwigdurende Arabische Lente, ik krijg het daarvan - het krijgen, u kent die uitdrukking? Betekent: ik heb daar mijn buik van vol. Ik moet daarvan naar een paardenmiddel grijpen om het uit te houden. Marissa Nadler moet zalven, al veel te vroeg op de dag.

zaterdag 21 januari 2012

Oma, ik mis je

Ik heb een vriendin die me bespiedt. Eén kik op Facebook is genoeg voor haar om te gaan speculeren over weet ik veel wat allemaal. Een verkeerd filmpje, liedje, een verkeerde foto, ze merkt het allemaal op. Je kan je dan ook afvragen waarom ik haar een vriendin noem. Wel inderdaad, van vriendschap is hier eigenlijk weinig sprake. Wel van rancune, jaloezie en een minderwaardigheidscomplex.

Ik kan niet voorzichtig genoeg zijn want ben erin geslaagd om een stalkster op mijn kap te halen. En dan zal je zien dat je er via Facebook mee geconfronteerd wordt. Altijd wanneer zij dat wil. Defrienden is de Toren des Doems over je heen jagen. Defrienden is klappertandend ijsberen en je moeder wanhopig om raad vragen.

Ik leef in een tijd waarin ik mijn medemens kan ontvolgen en ontvrienden. Oma, je bent dood, maar had je dit kunnen horen.. We zijn te ver gegaan, oma.

vrijdag 20 januari 2012

Geen meisje

Ik werd vanmorgen wakker en vond geen meisje naast me. Dat stak niet, maar ik vond het wel jammer. Er is niks maar ook echt niks mooier dan een meisje naast je in bed te hebben liggen. Dat lichaam, die vormen, die warmte. Vraag maar aan een random jongen.

Waar was ze?

Ik heb haar nog niet ontmoet, of anders gezegd: ze is al fysiek uit mijn leven verdwenen. Op 31 mei zal het twee jaar geleden zijn dat ze naast me lag. In een bed in Amsterdam. Ze kroop tegen me aan en kuste me op de mond. We hadden seks. Twee keer voor het ontbijt, nog eens erna. Goed wetend dat ik 's avonds waarschijnlijk voorgoed afscheid van haar zou nemen, was het misschien niet het allermooiste moment uit mijn leven. Misschien was dat wel die eerste keer dat we op haar zolderkamer naast elkaar op haar bed neerploften, opgewonden door wat er gebeurde want wat niet zo duidelijk in het script stond.

Ik wil nog steeds terug naar die kamer, waar zij natuurlijk al lang niet meer is.

Als de dingen zullen lopen zoals ik zo graag wil dat ze zullen lopen, woon ik aan het eind van 2012 in een paradijsje van een studio. Overdonderend mooi, eigenlijk veel te mooi voor mij. Daarom moet zij vaak langskomen om mijn aanwezigheid daar te legitimeren. Zij die van die schoonheid geniet zodat ik kan genieten van haar schoonheid wanneer ze geniet van de schoonheid van de kamer.

Hopelijk vind ik haar. Anders zal daar een dubbelbed staan te verkommeren. En dat zou ik me wel aantrekken.

maandag 9 januari 2012

Missing: Tine

Lieve Tine Brutsaert,
Lieve eventjes vermiste en helaas levenloos teruggevonden Tine,

Ik kende je niet. Woonde niet in jouw stad. Had je nooit op tv gezien, of ergens anders. Ik miste je hoegenaamd niet. Maar sinds je verdween kende ik je wel. Want toen je verdween kwam je wél op tv, was je wél in mijn stad, leerde ik je kennen en miste ik je.

(Heb je nog geweten dat duizenden mensen je plotseling kenden, Tine? Dat ze bezorgd om je waren? Vast niet.)

Ik leerde je kennen op een nieuwssite. Mijn kennismaking met jou was er eerlijk gezegd een onbewuste. Ik bedoel: als men me had gevraagd naar je naam, ik had 'm wel ongeveer geweten maar niet helemaal precies. En hetzelfde gold voor de foto waarvan je Missingbericht vergezeld ging. Ik zag je gezicht tot voor kort niet helder voor me en dat spijt me.

Nee, tot voor een uur geleden kon ik me je gezicht niet helder voor de geest halen. Tot voor een uur geleden toen ik een A4 van jou aan een muur in mijn stad zag hangen. Missing, terwijl je al gevonden was. Treurig. Ik trok je zachtjes van de muur en stopte je in m'n jaszak. Ik dekte je warm toe en wilde er voor je zijn. Maar ik wist ook, ik was te laat.

Je lijkt me een innemend meisje, Tine, als ik je hier zo op mijn bed zie liggen. Je foto laat een stuk van je tanden bloot, je hebt een goeiig gezicht. Niet ongelukkig, nee, dat zou ik nooit vermoeden. Maar wat is er dan met je gebeurd?

Je werd voor het laatst gezien in de namiddag van 2 januari, je kwam van de dokter. Voor een onbekende is dat het enige mogelijke teken aan de wand. Want op basis van de beschrijving van de kleren die je droeg, zou geen mens iets vermoeden. Je droeg mooie bruine botten en een ring.

Je foto zorgt ervoor dat ik alsnog persoonlijk word aangegrepen door je dood. Goedaardige meisjes mogen niet dood, er moet altijd iemand voor hen zijn, om hen in te stoppen en hen een knuffel te geven.
Ik mag er niet aan denken dat er niemand voor je was.

Het ga je goed, Tine.
Je zal nooit voor niets gestorven zijn.

Veel liefs,

Ali