Net liep ik door een rustige straat in de stad en bleef ik even staan bij twee duiven die naast elkaar op een vensterbank langs het water zaten. Zij zaten daar een beetje in het wilde weg te pikken en aan hun veren te krabben, gewoon de dagelijkse dingen die duiven doen.
Toen keerden zij zich naar elkaar en gingen zij elkaar pikken, quasi snavel tegen snavel. Als ik dit gedrag zou moeten vertalen naar de menselijke omgang, zou ik hiervoor het werkwoord 'muilen' gebruiken.
Dit duurde zo'n tien seconden.Vervolgens sprong de ene duif achteraan op de andere en voltrok zich iets dat leek op copulatie. De duif die bovenop zat, leek een aantal keren te 'stoten' en ging daarbij wild tekeer met zijn vleugels.
Dit duurde maar drie of vier seconden.De duiven keerden zich daarna van elkaar af en gedurende de ongeveer twintig seconden dat ik nog bleef wachten, gunden zij elkaar geen blik meer waardig.En zo kreeg ik iets te zien dat ik nooit eerder had gezien. Ik weet niet waarom ik bij de duiven was blijven stilstaan. Waarschijnlijk wilde ik eventjes kijken hoe zij hun dagen gevuld krijgen. Onder andere met muilen en seks in het openbaar, meen ik nu te hebben begrepen.
Dat dat zomaar allemaal kan in mijn stad, het is wonderbaarlijk
maandag 2 maart 2015
donderdag 12 februari 2015
Niks tegen P-magazinemannen, maar ik ben er geen
Laatst ging ik in de cinema naar ‘The Disappearence of Eleanor Rigby’ kijken. Dit is de overkoepelende titel voor twee films die het verhaal vertellen van een liefdesrelatie die ten einde loopt. De ene film, ‘Her’, vertelt het verhaal vanuit het standpunt van de vrouw, de andere film, ‘Him’, vertelt het verhaal vanuit het standpunt van - verwacht u aan het verwachte - de man.
Ik zag beide films na elkaar - slechts een van beide zien is onzinnig, dan is het verhaal onvolledig, - dat was voorwaar een avondvullend programma. Gelukkig zat tussen beide films ruim een half uur pauze. Tijd genoeg om de beentjes te strekken en de patatten af te gieten.
De avond begon met ‘Her’ en die viel mij vooral in het laatste half uur vrij hard tegen. Het leek me zelfs niet veel beter dan een doordeweekse kletsfilm op Vijf-tv. Het was traag en flauw. Het was een film voor vrouwen. Ik denk dat er in de wijde omtrek weinig mannen zijn die ‘Her’ wél totaal top vinden (de recensies die ik achteraf heb gelezen lijken dat min of meer te beamen).
‘Him’ vond ik later op de avond gelukkig veel beter (net als verschillende mannelijke recensenten).
(Een vriendin die mij vergezelde vond ‘Him’ ook beter, maar ‘Her’ vond ze ook goed. Dubbel leuk voor haar.)
Maar ik wil het eigenlijk hebben over een kort gesprek dat ik tijdens de pauze had met een gepensioneerde vrouw die ik via-via een beetje ken. Zij deed ook de ‘Him’/’Her’-dubbel en ze vroeg mij wat ik vond van ‘Her’ (‘Him’ moesten we dus nog zien).
Ik zei dat hij mij tegenviel. Niet mijn ding enz. (Ik bleef beleefd, ik wilde haar pret niet bederven.)
Zij had er wel van genoten en dacht een conclusie te mogen trekken uit mijn eigen lauwe reactie. “Gij ziet waarschijnlijk liever actiefilms?”
Dit irriteerde mij. Ze had geen reden om die opmerking te maken. Als ze dat deed had dat wellicht alles te maken met twee gegevens over mij - leeftijd: 28, geslacht: man - die zij aan elkaar koppelde om tot een ergerlijk stereotiep beeld te komen.
Als ik de film ‘Her’ niet goed vond, had dat kennelijk te maken met het feit dat ik een jonge man - nog een half kind - ben. En die houden natuurlijk meer van snelle, flitsende actiefilms met Jean-Claude Van Damme - ah ja.
Niet dus. Een dergelijk clichébeeld is niet op mij van toepassing, voor zover het al op iemand van toepassing zou zijn. Ja, er is misschien een categorie mannen, P-magazinemannen laat ons zeggen, die een voorkeur heeft voor films als ‘Speed 2’ of de betere/slechtere 2BE-film, maar ik behoor niet tot die groep.
Het stelde mij een beetje teleur dat zij het blijkbaar mogelijk achtte dat ik zo iemand ben.
Of verkocht ze gewoon wat clichématige kletspraat om de tijd te vullen? Dat kan natuurlijk ook. Wat het ook zij, ze had dat niet moeten zeggen. Het was te gemakkelijk.
Er zijn inderdaad actiefilms die ik goed vind, maar er zijn nog veel meer films die niet onder de noemer ‘actie’ vallen die ik ook goed vind. Ik heb geen eendimensionaal brein.
Om mijn eclectische filmsmaak te illustreren, geef ik graag een lijstje van mijn tien favoriete films of all time. Het is een gevarieerd aanbod.
1. ‘RoboCop 2’ (1990)
2. ‘Cobra’ (1986)
3. ‘Commando’ (1985)
4. ‘Delta Force 2: The Colombian Connection’ (1990)
5. ‘Tango & Cash’ (1989)
6. ‘Death Wish 5: The Face of Death’ (1994)
7. ‘Road House’ (1989)
8. ‘Over The Top’ (1987)
9. ‘Death Wish 4: The Crackdown’ (1987)
10. ‘Speed 2: Cruise Control’ (1997)
Ik alleen maar actiefilms? Laat mij niet lachen. Of staat er ‘Kevin’ op mijn voorhoofd getatoeëerd en woont mijn huis in Tomorrowland misschien?
Ik zag beide films na elkaar - slechts een van beide zien is onzinnig, dan is het verhaal onvolledig, - dat was voorwaar een avondvullend programma. Gelukkig zat tussen beide films ruim een half uur pauze. Tijd genoeg om de beentjes te strekken en de patatten af te gieten.
De avond begon met ‘Her’ en die viel mij vooral in het laatste half uur vrij hard tegen. Het leek me zelfs niet veel beter dan een doordeweekse kletsfilm op Vijf-tv. Het was traag en flauw. Het was een film voor vrouwen. Ik denk dat er in de wijde omtrek weinig mannen zijn die ‘Her’ wél totaal top vinden (de recensies die ik achteraf heb gelezen lijken dat min of meer te beamen).
‘Him’ vond ik later op de avond gelukkig veel beter (net als verschillende mannelijke recensenten).
(Een vriendin die mij vergezelde vond ‘Him’ ook beter, maar ‘Her’ vond ze ook goed. Dubbel leuk voor haar.)
Maar ik wil het eigenlijk hebben over een kort gesprek dat ik tijdens de pauze had met een gepensioneerde vrouw die ik via-via een beetje ken. Zij deed ook de ‘Him’/’Her’-dubbel en ze vroeg mij wat ik vond van ‘Her’ (‘Him’ moesten we dus nog zien).
Ik zei dat hij mij tegenviel. Niet mijn ding enz. (Ik bleef beleefd, ik wilde haar pret niet bederven.)
Zij had er wel van genoten en dacht een conclusie te mogen trekken uit mijn eigen lauwe reactie. “Gij ziet waarschijnlijk liever actiefilms?”
Dit irriteerde mij. Ze had geen reden om die opmerking te maken. Als ze dat deed had dat wellicht alles te maken met twee gegevens over mij - leeftijd: 28, geslacht: man - die zij aan elkaar koppelde om tot een ergerlijk stereotiep beeld te komen.
Als ik de film ‘Her’ niet goed vond, had dat kennelijk te maken met het feit dat ik een jonge man - nog een half kind - ben. En die houden natuurlijk meer van snelle, flitsende actiefilms met Jean-Claude Van Damme - ah ja.
Niet dus. Een dergelijk clichébeeld is niet op mij van toepassing, voor zover het al op iemand van toepassing zou zijn. Ja, er is misschien een categorie mannen, P-magazinemannen laat ons zeggen, die een voorkeur heeft voor films als ‘Speed 2’ of de betere/slechtere 2BE-film, maar ik behoor niet tot die groep.
Het stelde mij een beetje teleur dat zij het blijkbaar mogelijk achtte dat ik zo iemand ben.
Of verkocht ze gewoon wat clichématige kletspraat om de tijd te vullen? Dat kan natuurlijk ook. Wat het ook zij, ze had dat niet moeten zeggen. Het was te gemakkelijk.
Er zijn inderdaad actiefilms die ik goed vind, maar er zijn nog veel meer films die niet onder de noemer ‘actie’ vallen die ik ook goed vind. Ik heb geen eendimensionaal brein.
Om mijn eclectische filmsmaak te illustreren, geef ik graag een lijstje van mijn tien favoriete films of all time. Het is een gevarieerd aanbod.
1. ‘RoboCop 2’ (1990)
2. ‘Cobra’ (1986)
3. ‘Commando’ (1985)
4. ‘Delta Force 2: The Colombian Connection’ (1990)
5. ‘Tango & Cash’ (1989)
6. ‘Death Wish 5: The Face of Death’ (1994)
7. ‘Road House’ (1989)
8. ‘Over The Top’ (1987)
9. ‘Death Wish 4: The Crackdown’ (1987)
10. ‘Speed 2: Cruise Control’ (1997)
Ik alleen maar actiefilms? Laat mij niet lachen. Of staat er ‘Kevin’ op mijn voorhoofd getatoeëerd en woont mijn huis in Tomorrowland misschien?
Humo's lul van het jaar
HAHAHA!!!
Humo's Pop Poll-uitslagen, categorie Lul van het Jaar.
Schitterende lijst.
1. (wie anders en zoals steeds dik verdiend) Bart De Wever, met maar liefst 1421 stemmen - Nice, Humo!...
2. (voortreffelijke nummer twee, de grapjurk) Dimitri Bontinck - 848 stemmen
[de top twee van de Humo zou ook mijn top twee zijn, nu ik er over nadenk, maar ik heb niet gestemd dit jaar.]
3. Vladimir Poetin - al 12 of 14 jaar op rij Man van het Jaar in het grootste (derdewereld)land van de wereld - 655 stemmen
4. (zo vader, zo zoon en net zo terecht, de soepjurk, minder een grapjurk,) Jejoen Bontinck - 391 stemmen
[In één adem wil ik ook Michaël 'Younes' Delefortrie noemen, een andere Syrië-mongool die godzijdank iets minder in de media komt. Check him out mits kotszakje binnen handbereik.]
5. (de afschuwelijk geschifte zotten van) IS - 374 stemmen
6. (vooral een vervelende mens voor patrons, asociale zakken en andere rechtse wankers) Rudy De Leeuw - 217 stemmen
7. (de de laatste maanden nogal - jammer - hypocriete) Elio Di Rupo - 185 stemmen
8. (de voor het/ons Vlaams B/belang vechtende) Theo Francken - 171 stemmen
9. (de slechtste partijvoorzitter van Vlaanderen en daarom enigszins terecht in de lijst staande) Bruno Tobback - 155 stemmen
10. (een schitterende laatste lul - oververdiend en tevens proficiat) Jan Jambon - 137 stemmen
Superlijst dus!
Humo's Pop Poll-uitslagen, categorie Lul van het Jaar.
Schitterende lijst.
1. (wie anders en zoals steeds dik verdiend) Bart De Wever, met maar liefst 1421 stemmen - Nice, Humo!...
2. (voortreffelijke nummer twee, de grapjurk) Dimitri Bontinck - 848 stemmen
[de top twee van de Humo zou ook mijn top twee zijn, nu ik er over nadenk, maar ik heb niet gestemd dit jaar.]
3. Vladimir Poetin - al 12 of 14 jaar op rij Man van het Jaar in het grootste (derdewereld)land van de wereld - 655 stemmen
4. (zo vader, zo zoon en net zo terecht, de soepjurk, minder een grapjurk,) Jejoen Bontinck - 391 stemmen
[In één adem wil ik ook Michaël 'Younes' Delefortrie noemen, een andere Syrië-mongool die godzijdank iets minder in de media komt. Check him out mits kotszakje binnen handbereik.]
5. (de afschuwelijk geschifte zotten van) IS - 374 stemmen
6. (vooral een vervelende mens voor patrons, asociale zakken en andere rechtse wankers) Rudy De Leeuw - 217 stemmen
7. (de de laatste maanden nogal - jammer - hypocriete) Elio Di Rupo - 185 stemmen
8. (de voor het/ons Vlaams B/belang vechtende) Theo Francken - 171 stemmen
9. (de slechtste partijvoorzitter van Vlaanderen en daarom enigszins terecht in de lijst staande) Bruno Tobback - 155 stemmen
10. (een schitterende laatste lul - oververdiend en tevens proficiat) Jan Jambon - 137 stemmen
Superlijst dus!
woensdag 21 januari 2015
De kantoorromance
Alex werkt op de salesafdeling van een papierwarenbedrijf. Hij verveelt zich daar dood, zijn baas is onbekwaam en kan niet delegeren. Alex heeft te weinig werk, hij doet alles wat hij moet doen in zijn hoofd nog eens over, enkel om zijn tijd vol te krijgen. Hij zou wat hij nu gespreid over een hele dag doet als hij goed doorwerkte in een uur of vier kunnen doen. Alex leert niks bij, elke dag op kantoor is een dag waarop hij te weinig tijd heeft om te doen wat hij wel graag doet en wat hij beter kan dan papierwaren verkopen: tekenen.
Alex is drie jaar geleden afgestudeerd en voorlopig redeneert hij dat hij niet teveel mag klagen. Dit is zijn eerste job en van zijn eerste job had hij niet verwacht dat het meteen zijn droomjob zou worden. Al jaren zeggen economen op tv dat het crisis is. Alex vindt ‘droomjob’ bovendien een stom woord. HR-mensen gebruiken dat soort woorden, maar voor de salesafdeling van dit bedrijf hebben ze enkel ‘slaapjobs’ in petto.
Het lijkt Alex onrealistisch dat hij van tekenen zijn broodwinning kan maken.
Dan wordt er op zomaar een dag een nieuwe receptioniste aangenomen, Lise. Alex’ bureau staat vlakbij het hare en omdat hij een welopgevoede jongen is, gaat Alex op haar eerste dag een praatje met haar slaan (ook omdat niemand anders het doet). Lise is een mooi meisje en voor Alex verandert alles. Hier heeft hij naar verlangd. Een jonge, mooie vrouw op de salesafdeling. Want die liep er nog niet rond.
Met enkele mannelijke collega’s, allemaal minstens tien jaar ouder dan hij, heeft Alex een los, oppervlakkig contact. Ze houden ervan om hem te jennen en zeggen dat hij hier niet te lang moet blijven hangen, want “straks is het te laat en zit je hier vast tot aan je pensioen”. Zoals zij zelf, met hun leningen, afbetalingsprogramma’s en dertigjarenplanningen. Dat wensen ze Alex niet toe, al blijven ze allemaal om ter hardst lachen.
Met zijn vrouwelijke collega’s, twee zwijgzame vijftigplussers van wie hij de namen steeds verwisselt, heeft Alex geen contact.
Lise heeft een mooie stem. Dat treft Alex meteen, maar vraag hem niet die stem te omschrijven. Energiek, maar ook lief. Heel vrouwelijk, maar nog meisjesachtig. En dromerig. Lise spreekt de banaalste zinnetjes uit alsof ze net is ontwaakt uit een mijmering over die avond toen ze een kind was en haar moeder haar het sprookje voorlas van de prinses op de erwt. Alex vindt dat Lise klinkt als het doorweekte meisje dat op een stormachtige avond aanklopte bij het kasteel van de prins, zegde dat ze een prinses was, toestemming kreeg om te blijven slapen, maar dan alleen op een berg van 25 matrassen die ze met een ladder moest beklimmen en waaronder een erwt lag verstopt die zou moeten uitwijzen of zij werkelijk een prinses was, want als ze de hele nacht geen oog zou dichtdoen omdat ze iets (die erwt) in haar rug voelde duwen, dan en slechts dan zou het bewijs zijn geleverd dat zij werkelijk een prinses was. (En zo geschiedde in het sprookje. Het meisje deed geen oog dicht, ze was een echte prinses.)
Alex heeft een levendige verbeelding en aan het onthaal zit niet langer zijn nieuwe collega Lise, maar wel een gevoelig prinsesje dat hij graag zou uitnodigen in zijn kasteel. Maar dat durft hij niet want hij is geen prins.
Lise van haar kant vindt Alex een leuke jongen, een beetje jong van mentaliteit misschien, maar de collega met wie ze haar aangenaamste koffiepauzes zal doorbrengen, dat is haar na enkele dagen al duidelijk. De steriele houding van de vrouwen en de ongegeneerde blikken van de oude knarren spreken immers voor zich. Ook in dit bedrijf, oordeelt Lise, zit alles muurvast. Beetje bij beetje voltrekt zich het afstompingsproces. Hopelijk krijgt haar vriend - eigenlijk al anderhalf jaar haar verloofde - die belangrijke functie in dat bedrijf aan de andere kant van het land. Dan kan ze hier weg en is het voorgoed gedaan met receptiewerk. Dan hoopt ze zich eindelijk te kunnen toeleggen op wat ze echt graag doet: tekenen. Maakt niet uit of haar vriend dat ziet zitten of niet. In afwachting doet ze de job waarvoor ze is aangenomen en kijkt ze vaker dan nodig in de richting van Alex’ bureau.
Na een week heeft Alex nog niet het gevoel dat hij al veel over Lise weet. Zelf durft hij haar voorlopig nog amper vragen te stellen die niet op een of andere manier werkgerelateerd zijn en zij houdt zich nogal afzijdig, vindt hij, alsof ze niet van plan is om met haar beide benen in de realiteit van dit kantoor te gaan staan (wat hij op zich geen ongezonde ingesteldheid vindt).
Hij weet van haar dat ze voorheen nog als receptioniste heeft gewerkt, dat ze die job beschouwt als iets tijdelijks, iets dat ze zeker niet voor de rest van haar leven wil doen (al is Alex nog niet te weten gekomen wat ze dan wél met de rest van haar leven wil doen) en dat ze elke dag twee potjes kersenyoghurt eet, een in de voormiddag en een rond vier uur.
Alex weet dus niet dat Lise een vriend heeft met wie ze bovendien verloofd is maar bij wie ze, als ze heel eerlijk is, niet erg gelukkig is en hij weet niet dat ze, net als hij, graag en goed tekent. Omgekeerd maakt Lise zichzelf wijs dat Alex, hoewel ze van dezelfde leeftijd zijn - hij is 26, zij 27 -, nog in het studentenmilieu rondhangt of elke vrijdagavond met middelbareschoolkameraden pintjes gaat drinken in luide cafés - een al bij al niet erg flatterend portret waar Lise halsstarrig aan probeert vast te houden.
Maar dan gebeurt het.
Lise en Alex zitten maar een meter of vijf bij elkaar vandaan en kunnen bijna alles horen wat de ander zegt. Zo hoort Lise Alex telefoneren met, blijkbaar, een hele goede vriend of vriendin van hem. Ze hoort hem, eerst luider dan normaal en dan plots geheimzinnig stil, zeggen dat hij vanalles te vertellen heeft maar dat hij nu niets kan verklappen, omdat hij op kantoor zit en zijn nieuwe favoriete collega hem kan horen.
Lise probeert zichzelf er even van te overtuigen dat ze Alex verkeerd heeft verstaan, maar ze weet heel goed wat ze heeft gehoord. Ze is zijn favoriete collega. Dat is wat hij net heeft gezegd.
In een impuls mailt ze een vriendin met de vraag of die haar de volgende dag op haar werk wil bellen. Zomaar, zonder reden. Doe het gewoon.
De volgende dag hoort Alex de prinses aan de telefoon een heel ander gesprek voeren dan ze doorgaans voert. Voor het eerst klinkt ze echt als zichzelf, voor het eerst klinkt ze niet als de vriendelijke receptioniste van de salesafdeling maar als iemands beste vriendin die vanavond een zak vol spannende verhalen gaat opentrekken en iedereen alvast op het puntje van zijn stoel wil krijgen.
Alex hoort haar, eerst luider dan normaal en dan plots geheimzinnig stil, zeggen dat ze vanalles te vertellen heeft maar dat ze nu niets kan verklappen want dat ze op kantoor zit en dat haar favoriete collega haar kan horen.
Alex beseft meteen dat dit precies de zinnen zijn die hij gisteren zelf zo bewust uitsprak tegen zijn beste vriendin met wie hij het op een akkoordje had gegooid want met wie hij al gretig over zijn kennismaking met de prinses was beginnen praten op de avond na haar eerste werkdag.
Alex, die euforisch én stomverbaasd is omdat Lise zijn spel meespeelt, beseft dat Lise en hij nu aan de telefoon en met de hulp van bereidwillige medeplichtigen al meer tegen elkaar hebben gezegd dan tijdens al hun voorgaande gesprekjes samen. Alex meent, zonder uiterlijk een spiertje te verrekken maar juichend binnenin, dat level één nu uitgespeeld is en level twee kan beginnen.
Lise kijkt naar Alex en is dankbaar dat hij net doet alsof hij haar niet heeft gehoord. Ze weet niet of ze een spel wil spelen met die jongen, ze weet niet of ze heel dom is geweest of dat het net goed was om te luisteren naar haar impuls. Gelogen heeft ze hoe dan ook niet. Haar favoriete collega is de jongen die nu al dan niet bewust zijn stoel naar haar toedraait, een zweem van een glimlach om zijn lippen.
Gelukkig gaan net dan, precies op hetzelfde moment, hun beider telefoons over en worden Lise en Alex weer in de wereld van de papierwaren geslingerd. Of toch voor even. Precies tot op het moment waarop ze de hoorn weer kunnen neerleggen.
Alex is drie jaar geleden afgestudeerd en voorlopig redeneert hij dat hij niet teveel mag klagen. Dit is zijn eerste job en van zijn eerste job had hij niet verwacht dat het meteen zijn droomjob zou worden. Al jaren zeggen economen op tv dat het crisis is. Alex vindt ‘droomjob’ bovendien een stom woord. HR-mensen gebruiken dat soort woorden, maar voor de salesafdeling van dit bedrijf hebben ze enkel ‘slaapjobs’ in petto.
Het lijkt Alex onrealistisch dat hij van tekenen zijn broodwinning kan maken.
Dan wordt er op zomaar een dag een nieuwe receptioniste aangenomen, Lise. Alex’ bureau staat vlakbij het hare en omdat hij een welopgevoede jongen is, gaat Alex op haar eerste dag een praatje met haar slaan (ook omdat niemand anders het doet). Lise is een mooi meisje en voor Alex verandert alles. Hier heeft hij naar verlangd. Een jonge, mooie vrouw op de salesafdeling. Want die liep er nog niet rond.
Met enkele mannelijke collega’s, allemaal minstens tien jaar ouder dan hij, heeft Alex een los, oppervlakkig contact. Ze houden ervan om hem te jennen en zeggen dat hij hier niet te lang moet blijven hangen, want “straks is het te laat en zit je hier vast tot aan je pensioen”. Zoals zij zelf, met hun leningen, afbetalingsprogramma’s en dertigjarenplanningen. Dat wensen ze Alex niet toe, al blijven ze allemaal om ter hardst lachen.
Met zijn vrouwelijke collega’s, twee zwijgzame vijftigplussers van wie hij de namen steeds verwisselt, heeft Alex geen contact.
Lise heeft een mooie stem. Dat treft Alex meteen, maar vraag hem niet die stem te omschrijven. Energiek, maar ook lief. Heel vrouwelijk, maar nog meisjesachtig. En dromerig. Lise spreekt de banaalste zinnetjes uit alsof ze net is ontwaakt uit een mijmering over die avond toen ze een kind was en haar moeder haar het sprookje voorlas van de prinses op de erwt. Alex vindt dat Lise klinkt als het doorweekte meisje dat op een stormachtige avond aanklopte bij het kasteel van de prins, zegde dat ze een prinses was, toestemming kreeg om te blijven slapen, maar dan alleen op een berg van 25 matrassen die ze met een ladder moest beklimmen en waaronder een erwt lag verstopt die zou moeten uitwijzen of zij werkelijk een prinses was, want als ze de hele nacht geen oog zou dichtdoen omdat ze iets (die erwt) in haar rug voelde duwen, dan en slechts dan zou het bewijs zijn geleverd dat zij werkelijk een prinses was. (En zo geschiedde in het sprookje. Het meisje deed geen oog dicht, ze was een echte prinses.)
Alex heeft een levendige verbeelding en aan het onthaal zit niet langer zijn nieuwe collega Lise, maar wel een gevoelig prinsesje dat hij graag zou uitnodigen in zijn kasteel. Maar dat durft hij niet want hij is geen prins.
Lise van haar kant vindt Alex een leuke jongen, een beetje jong van mentaliteit misschien, maar de collega met wie ze haar aangenaamste koffiepauzes zal doorbrengen, dat is haar na enkele dagen al duidelijk. De steriele houding van de vrouwen en de ongegeneerde blikken van de oude knarren spreken immers voor zich. Ook in dit bedrijf, oordeelt Lise, zit alles muurvast. Beetje bij beetje voltrekt zich het afstompingsproces. Hopelijk krijgt haar vriend - eigenlijk al anderhalf jaar haar verloofde - die belangrijke functie in dat bedrijf aan de andere kant van het land. Dan kan ze hier weg en is het voorgoed gedaan met receptiewerk. Dan hoopt ze zich eindelijk te kunnen toeleggen op wat ze echt graag doet: tekenen. Maakt niet uit of haar vriend dat ziet zitten of niet. In afwachting doet ze de job waarvoor ze is aangenomen en kijkt ze vaker dan nodig in de richting van Alex’ bureau.
Na een week heeft Alex nog niet het gevoel dat hij al veel over Lise weet. Zelf durft hij haar voorlopig nog amper vragen te stellen die niet op een of andere manier werkgerelateerd zijn en zij houdt zich nogal afzijdig, vindt hij, alsof ze niet van plan is om met haar beide benen in de realiteit van dit kantoor te gaan staan (wat hij op zich geen ongezonde ingesteldheid vindt).
Hij weet van haar dat ze voorheen nog als receptioniste heeft gewerkt, dat ze die job beschouwt als iets tijdelijks, iets dat ze zeker niet voor de rest van haar leven wil doen (al is Alex nog niet te weten gekomen wat ze dan wél met de rest van haar leven wil doen) en dat ze elke dag twee potjes kersenyoghurt eet, een in de voormiddag en een rond vier uur.
Alex weet dus niet dat Lise een vriend heeft met wie ze bovendien verloofd is maar bij wie ze, als ze heel eerlijk is, niet erg gelukkig is en hij weet niet dat ze, net als hij, graag en goed tekent. Omgekeerd maakt Lise zichzelf wijs dat Alex, hoewel ze van dezelfde leeftijd zijn - hij is 26, zij 27 -, nog in het studentenmilieu rondhangt of elke vrijdagavond met middelbareschoolkameraden pintjes gaat drinken in luide cafés - een al bij al niet erg flatterend portret waar Lise halsstarrig aan probeert vast te houden.
Maar dan gebeurt het.
Lise en Alex zitten maar een meter of vijf bij elkaar vandaan en kunnen bijna alles horen wat de ander zegt. Zo hoort Lise Alex telefoneren met, blijkbaar, een hele goede vriend of vriendin van hem. Ze hoort hem, eerst luider dan normaal en dan plots geheimzinnig stil, zeggen dat hij vanalles te vertellen heeft maar dat hij nu niets kan verklappen, omdat hij op kantoor zit en zijn nieuwe favoriete collega hem kan horen.
Lise probeert zichzelf er even van te overtuigen dat ze Alex verkeerd heeft verstaan, maar ze weet heel goed wat ze heeft gehoord. Ze is zijn favoriete collega. Dat is wat hij net heeft gezegd.
In een impuls mailt ze een vriendin met de vraag of die haar de volgende dag op haar werk wil bellen. Zomaar, zonder reden. Doe het gewoon.
De volgende dag hoort Alex de prinses aan de telefoon een heel ander gesprek voeren dan ze doorgaans voert. Voor het eerst klinkt ze echt als zichzelf, voor het eerst klinkt ze niet als de vriendelijke receptioniste van de salesafdeling maar als iemands beste vriendin die vanavond een zak vol spannende verhalen gaat opentrekken en iedereen alvast op het puntje van zijn stoel wil krijgen.
Alex hoort haar, eerst luider dan normaal en dan plots geheimzinnig stil, zeggen dat ze vanalles te vertellen heeft maar dat ze nu niets kan verklappen want dat ze op kantoor zit en dat haar favoriete collega haar kan horen.
Alex beseft meteen dat dit precies de zinnen zijn die hij gisteren zelf zo bewust uitsprak tegen zijn beste vriendin met wie hij het op een akkoordje had gegooid want met wie hij al gretig over zijn kennismaking met de prinses was beginnen praten op de avond na haar eerste werkdag.
Alex, die euforisch én stomverbaasd is omdat Lise zijn spel meespeelt, beseft dat Lise en hij nu aan de telefoon en met de hulp van bereidwillige medeplichtigen al meer tegen elkaar hebben gezegd dan tijdens al hun voorgaande gesprekjes samen. Alex meent, zonder uiterlijk een spiertje te verrekken maar juichend binnenin, dat level één nu uitgespeeld is en level twee kan beginnen.
Lise kijkt naar Alex en is dankbaar dat hij net doet alsof hij haar niet heeft gehoord. Ze weet niet of ze een spel wil spelen met die jongen, ze weet niet of ze heel dom is geweest of dat het net goed was om te luisteren naar haar impuls. Gelogen heeft ze hoe dan ook niet. Haar favoriete collega is de jongen die nu al dan niet bewust zijn stoel naar haar toedraait, een zweem van een glimlach om zijn lippen.
Gelukkig gaan net dan, precies op hetzelfde moment, hun beider telefoons over en worden Lise en Alex weer in de wereld van de papierwaren geslingerd. Of toch voor even. Precies tot op het moment waarop ze de hoorn weer kunnen neerleggen.
woensdag 14 januari 2015
Ik word 28, ik wil een kind
Ik heb vorig jaar in januari gezegd dat ik op mijn 27 - ik word zondag 28 - wilde trouwen. Op mijn 28 zou ik aan kinderen beginnen, schreef ik ook, en op mijn 29 zou ik een huisje bouwen in een rustig dorp, dit alles om vanaf mijn dertig een rustig huisje-tuintjeleven te kunnen leiden, zoals normale mensen.
Ik noemde dit middellangetermijnproject toepasselijk mijn ‘driejarenplan’.
Maar... misschien moet ik stilaan onder ogen durven zien dat zulks (voorlopig) niet voor mij is weggelegd. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het niet onbelangrijke feit dat ik in 2014 niet van straat ben geraakt, niet getrouwd ben. Ik heb vorig jaar in mijn kennissenkring en soms ook daarbuiten een rondvraag gedaan of er iemand was die met mij wilde trouwen, liefde was géén vereiste, maar niemand wilde. Gevolg: ik zit, aan de vooravond van mijn achtentwintigste verjaardag, dramatisch achter op mijn, toegegeven, strakke schema.
(Trouwens voelde ik me helemaal niet gepasseerd toen een van mijn mooiste Facebookvriendinnen wél trouwde in 2014. Ik gun haar (en haar ongeschoolde arbeider van een man) het geluk van een grijs rijwoninkje in de desolate dorpsstraat van een vergeten gat ergens op een vijftiental kilometer afstand van het banale provinciestadje Diest.)
(Sinds ze getrouwd is kan ik haar overigens ook niet meer tot mijn mooiste Facebookvriendinnen rekenen, ik weet niet wat er met haar schoonheid is gebeurd. Toch ongelukkig in haar huwelijk? Die vraag moet ik haar nodig stellen.)
Echter, dat ik in 2014 niet meer zou trouwen kwam niet als een verrassing. Ik had al in november zien aankomen dat die hele trouwerij er niet meer van zou komen voorafgaand aan mijn verjaardag, nu zondag.
Niemand stelde zich in de loop van het jaar kandidaat, ik deed zelf - eerlijk is eerlijk - ook niemand een concrete aanzoek, het wilde gewoon niet vlotten en in december ging ik denken van ‘weet je wat ik doe? ik neem de vlucht vooruit, ik begin eerst aan kinderen en daarna concentreer ik me weer op trouwen’.
Dat vond ik nu eens een opwindende ‘change of plans’, ja, werkelijk een dynamische move. Dat huwelijk mocht dan voorlopig niet lukken, nu kreeg mijn kinderwens alle aandacht. 2015 zou volledig in het teken staan van: een kind. Ik hoef nu trouwens niet langer in de voorwaardelijke wijs te schrijven, 2015 stáát en zal volledig staan in het teken van: een kind.
Liefst wordt het ook dit jaar nog geboren.
Nu ken ik toevallig iemand die echt enorm graag een kind wil, dat komt dus prima uit. Zou je denken.
Zij is 28, wordt binnenkort 29, en is heel aantrekkelijk. Ze zegt dat haar vruchtbaarheid er op zal achteruitgaan vanaf haar negenentwintigste verjaardag en dus in feite: hoe sneller, hoe liever, zonder omwegen, erop, erover, erin, eruit, de hele cirque, hier en nu.
Maar nu - aargh - ben ik wel zo stom geweest om met haar nooit over mijn driejarenplan te spreken, ze is totáál niet op de hoogte, en het lijkt me vreselijk gênant om plots te gaan zeggen: ‘jij wil een kind, ik wil een kind, kleren uit, let’s do it.’
Ze maakt het er voor mij niet gemakkelijker op door, onwetend over mijn kinderwens, torenhoge verwachtingen te stellen over de rol van de vader.
De vader van haar kind moet tevens haar vaste partner zijn, al wil ze - je zal het altijd zien - onder geen beding trouwen, en hij moet de perfecte, maar dan ook écht de perfecte, papa zijn voor ‘haar’ kind. Erg ouderwetse verwachtingen vind ik dat, om eerlijk te zijn.
Co-ouderschap lijkt mij anno 2015 een meer realistische ambitie.
Of ik haar dus nog over mijn driejarenplan ga vertellen, ik weet het niet. Als ik een kind bij haar verwek, is er de zekerheid dat het een heel mooi kind is, maar die perfécte vader die ik zou moeten zijn en die váste relatie, maar dan wel níét trouwen, dat maakt het allemaal een beetje gecompliceerd.
En op die manier dreigt er in feite weer weinig schot in mijn ‘kinder- annex trouwplan’ te komen.
Máár, wat kan ik wél doen in afwachting tot ik iemand vind die met mij een kind wil? Ik kan mij alvast als een papa leren gedragen.
Benodigdheden zijn dan: een willekeurige baby, de mama van die baby om in te grijpen indien nodig en typische babyspullen zoals een buggy, een tut en een rammelaar.
Ik mailde hierover een goede vriendin die een zoontje heeft van zestien maanden. Of zij en haar baby zich een zaterdag konden vrijmaken. Ze konden, want de baby had die zaterdag geen andere verplichtingen.
We gingen een wafel eten. Ik duwde de buggy, zag er op toe dat zijn gezichtje niet vol slagroom kwam te zitten en probeerde me meer in het algemeen heel verantwoordelijk te voelen voor dit weerloze wezentje.
Het was heel sensationeel.
Ik vroeg of ze de zaterdag daarop weer wilden, maar toen konden ze niet.
Het was hoe dan ook erg fijn om het een keer mee te maken.
En wat ik óók doe om mij te oefenen in mijn toekomstige rol als vader is praten over mijn kinderen (al heb ik dus nog geen kinderen, daarom praat ik enkel over mijn kinderen met mensen die niks van mij afweten).
Ik zeg dan dingen als: “Sorry Greenpeace-activist, ik heb nu even geen tijd voor uw praatje want ik moet mijn zoontje gaan halen in de crèche. Trouwens: ik stort al op Artsen zonder grenzen.”
Of (als de kaartjesknipper langskomt op de trein en ik net doe alsof ik lag te slapen): “Oh excuseer, ik ben doodop, mijn zoontje heeft vannacht urenlang liggen huilen.”
Maar al bij al doen die gelegenheden zich te weinig voor en ik moet meer kunnen oefenen want ik zie die kaartjesknippers vaak ongelovig kijken, alsof ze niet kunnen geloven dat ik weleens een kind zou kunnen hebben. (Euh, ik ben bijna 28, hallo!?)
Daarom dus via deze weg een eenvoudige oproep. Is er iemand die dit jaar een kind wil en het goed vindt als ik er de vader van ben? Als je ook met mij wil trouwen, is dat mooi meegenomen, maar dat hoeft niet, al heb ik liever van wel want dan kan ik trouwen ook van mijn to do-lijst schrappen. Samenwonen hoeft niet, net zomin als en relatie. Trouwen en een kind, that’s the deal.
(En eventueel bouwen in het vooruitzicht stellen voor 2016, maar dat is nog helemaal verre toekomst.)
God, wat heb ik weer veel woorden nodig om eigenlijk gewoon te zeggen dat ik voor mijn dertigste verjaardag aan alle sociale gewoontes wil voldoen.
En dat enkel om mijn leven gemákkelijker te maken. Dat alles opdat ik op kantoor gewoon zou kunnen meepraten met mijn collega’s.
Waarom kunnen zij wél trouwen, kinderen krijgen en bouwen en ik niet? Ik leg me daar niet bij neer.
Mensen (vrouwen) die dus ook een dergelijk driejarenplan ten uitvoer willen brengen en die er óók ‘bij willen horen’: je weet bij wie je moet zijn.
x
Ik noemde dit middellangetermijnproject toepasselijk mijn ‘driejarenplan’.
Maar... misschien moet ik stilaan onder ogen durven zien dat zulks (voorlopig) niet voor mij is weggelegd. Dat blijkt bijvoorbeeld al uit het niet onbelangrijke feit dat ik in 2014 niet van straat ben geraakt, niet getrouwd ben. Ik heb vorig jaar in mijn kennissenkring en soms ook daarbuiten een rondvraag gedaan of er iemand was die met mij wilde trouwen, liefde was géén vereiste, maar niemand wilde. Gevolg: ik zit, aan de vooravond van mijn achtentwintigste verjaardag, dramatisch achter op mijn, toegegeven, strakke schema.
(Trouwens voelde ik me helemaal niet gepasseerd toen een van mijn mooiste Facebookvriendinnen wél trouwde in 2014. Ik gun haar (en haar ongeschoolde arbeider van een man) het geluk van een grijs rijwoninkje in de desolate dorpsstraat van een vergeten gat ergens op een vijftiental kilometer afstand van het banale provinciestadje Diest.)
(Sinds ze getrouwd is kan ik haar overigens ook niet meer tot mijn mooiste Facebookvriendinnen rekenen, ik weet niet wat er met haar schoonheid is gebeurd. Toch ongelukkig in haar huwelijk? Die vraag moet ik haar nodig stellen.)
Echter, dat ik in 2014 niet meer zou trouwen kwam niet als een verrassing. Ik had al in november zien aankomen dat die hele trouwerij er niet meer van zou komen voorafgaand aan mijn verjaardag, nu zondag.
Niemand stelde zich in de loop van het jaar kandidaat, ik deed zelf - eerlijk is eerlijk - ook niemand een concrete aanzoek, het wilde gewoon niet vlotten en in december ging ik denken van ‘weet je wat ik doe? ik neem de vlucht vooruit, ik begin eerst aan kinderen en daarna concentreer ik me weer op trouwen’.
Dat vond ik nu eens een opwindende ‘change of plans’, ja, werkelijk een dynamische move. Dat huwelijk mocht dan voorlopig niet lukken, nu kreeg mijn kinderwens alle aandacht. 2015 zou volledig in het teken staan van: een kind. Ik hoef nu trouwens niet langer in de voorwaardelijke wijs te schrijven, 2015 stáát en zal volledig staan in het teken van: een kind.
Liefst wordt het ook dit jaar nog geboren.
Nu ken ik toevallig iemand die echt enorm graag een kind wil, dat komt dus prima uit. Zou je denken.
Zij is 28, wordt binnenkort 29, en is heel aantrekkelijk. Ze zegt dat haar vruchtbaarheid er op zal achteruitgaan vanaf haar negenentwintigste verjaardag en dus in feite: hoe sneller, hoe liever, zonder omwegen, erop, erover, erin, eruit, de hele cirque, hier en nu.
Maar nu - aargh - ben ik wel zo stom geweest om met haar nooit over mijn driejarenplan te spreken, ze is totáál niet op de hoogte, en het lijkt me vreselijk gênant om plots te gaan zeggen: ‘jij wil een kind, ik wil een kind, kleren uit, let’s do it.’
Ze maakt het er voor mij niet gemakkelijker op door, onwetend over mijn kinderwens, torenhoge verwachtingen te stellen over de rol van de vader.
De vader van haar kind moet tevens haar vaste partner zijn, al wil ze - je zal het altijd zien - onder geen beding trouwen, en hij moet de perfecte, maar dan ook écht de perfecte, papa zijn voor ‘haar’ kind. Erg ouderwetse verwachtingen vind ik dat, om eerlijk te zijn.
Co-ouderschap lijkt mij anno 2015 een meer realistische ambitie.
Of ik haar dus nog over mijn driejarenplan ga vertellen, ik weet het niet. Als ik een kind bij haar verwek, is er de zekerheid dat het een heel mooi kind is, maar die perfécte vader die ik zou moeten zijn en die váste relatie, maar dan wel níét trouwen, dat maakt het allemaal een beetje gecompliceerd.
En op die manier dreigt er in feite weer weinig schot in mijn ‘kinder- annex trouwplan’ te komen.
Máár, wat kan ik wél doen in afwachting tot ik iemand vind die met mij een kind wil? Ik kan mij alvast als een papa leren gedragen.
Benodigdheden zijn dan: een willekeurige baby, de mama van die baby om in te grijpen indien nodig en typische babyspullen zoals een buggy, een tut en een rammelaar.
Ik mailde hierover een goede vriendin die een zoontje heeft van zestien maanden. Of zij en haar baby zich een zaterdag konden vrijmaken. Ze konden, want de baby had die zaterdag geen andere verplichtingen.
We gingen een wafel eten. Ik duwde de buggy, zag er op toe dat zijn gezichtje niet vol slagroom kwam te zitten en probeerde me meer in het algemeen heel verantwoordelijk te voelen voor dit weerloze wezentje.
Het was heel sensationeel.
Ik vroeg of ze de zaterdag daarop weer wilden, maar toen konden ze niet.
Het was hoe dan ook erg fijn om het een keer mee te maken.
En wat ik óók doe om mij te oefenen in mijn toekomstige rol als vader is praten over mijn kinderen (al heb ik dus nog geen kinderen, daarom praat ik enkel over mijn kinderen met mensen die niks van mij afweten).
Ik zeg dan dingen als: “Sorry Greenpeace-activist, ik heb nu even geen tijd voor uw praatje want ik moet mijn zoontje gaan halen in de crèche. Trouwens: ik stort al op Artsen zonder grenzen.”
Of (als de kaartjesknipper langskomt op de trein en ik net doe alsof ik lag te slapen): “Oh excuseer, ik ben doodop, mijn zoontje heeft vannacht urenlang liggen huilen.”
Maar al bij al doen die gelegenheden zich te weinig voor en ik moet meer kunnen oefenen want ik zie die kaartjesknippers vaak ongelovig kijken, alsof ze niet kunnen geloven dat ik weleens een kind zou kunnen hebben. (Euh, ik ben bijna 28, hallo!?)
Daarom dus via deze weg een eenvoudige oproep. Is er iemand die dit jaar een kind wil en het goed vindt als ik er de vader van ben? Als je ook met mij wil trouwen, is dat mooi meegenomen, maar dat hoeft niet, al heb ik liever van wel want dan kan ik trouwen ook van mijn to do-lijst schrappen. Samenwonen hoeft niet, net zomin als en relatie. Trouwen en een kind, that’s the deal.
(En eventueel bouwen in het vooruitzicht stellen voor 2016, maar dat is nog helemaal verre toekomst.)
God, wat heb ik weer veel woorden nodig om eigenlijk gewoon te zeggen dat ik voor mijn dertigste verjaardag aan alle sociale gewoontes wil voldoen.
En dat enkel om mijn leven gemákkelijker te maken. Dat alles opdat ik op kantoor gewoon zou kunnen meepraten met mijn collega’s.
Waarom kunnen zij wél trouwen, kinderen krijgen en bouwen en ik niet? Ik leg me daar niet bij neer.
Mensen (vrouwen) die dus ook een dergelijk driejarenplan ten uitvoer willen brengen en die er óók ‘bij willen horen’: je weet bij wie je moet zijn.
x
dinsdag 13 januari 2015
I'm back, baby!
‘I’m back, baby!’
Dat schrijft boterham - ‘boterham’ is haar nickname - in mijn last.fm-shoutbox. (Wat last.fm is, moeten onwetende geïnteresseerden zelf maar opzoeken.)
‘I’m back, baby!’
Ik heb zoiets van: wel heb ik het nou!? Het is járen geleden dat ik nog iets van boterham heb gehoord. Zeker zes jaar geleden. Toen hebben we enkele keren afgesproken in Leuven. We deelden een zeer gelijkaardige muzieksmaak, die de wortel had kunnen zijn waaruit mogelijks een boom had kunnen groeien. (Jeetje, waar heb ik het over?)
Eigenlijk herinner ik me niet veel méér dan dat we eens op haar kot naar Evil Superstars hebben wezen luisteren (‘Holy Spirit Come Home’, ‘Gimme Animal Rights’) en dat we een andere keer op mijn kot weet ik veel wat wezen doen hebben.
Het stelde allemaal weinig voor, het ging nergens over. Ze was veel te intelligent en te West-Vlaams, we zouden elkaar wellicht niet nog eens zien, maar ik vond het wel jammer toen ze opeens helemaal verdween. (Ze vertoonde geen activiteit meer op last.fm, daar kwam die verdwijning in feite op neer.)
Dat was in 2008, of misschien in 2009, waarschijnlijk 2008, ik zat nog op mijn eerste kot, in Oppendorp - waar is de tijd, godmiljaar, zo lang geleden, een ander leven.
En nu, begin 2015, noemt ze me baby en is ze terug. Mijn eerste reactie: dit is spam.
Ik stuur terug: ‘I’m back, baby?’. Zij antwoordt: ‘Wat je dan antwoordt: welkom terug, boterham. Fijn nog eens iets van je te horen.’. Ik antwoord: ‘Welkom terug, boterham. Fijn nog eens iets van je te horen. Een jaar of zes geleden hebben wij eens op jouw kot naar Evil Superstars geluisterd. Was gezellig. Hoe gaat het? Woon je nog in Leuven?’
Ze antwoordt: ‘Ha, dat herinner ik me zelfs niet meer. Evil Superstars: compleet weg. Ach, mijn geheugen: het is niet onfeilbaar, wel integendeel. Alles goed met mij, echt. En met jou? Vrolijk fluitend door het leven? Leuven: verleden tijd, helaas. Het kon nu eenmaal niet blijven duren.’
Ze woont niet meer in Leuven - waarom vind ik dat jammer?
Of ik vrolijk fluitend door het leven ga? Waarom vind ik die formulering zo irritant? Heeft ze me destijds gezegd (of verweten) dat ik vrolijker moest zijn of worden? Zoiets kan ik me niet herinneren.
Ik antwoord iets waarop zij antwoordt: ‘Heb je nu nog steeds niet geleerd om vrolijk te zijn, zelfs niet zo nu en dan?’
Nog steeds? Waar heeft ze het over?
Ik krijg sporadisch nog wel te horen dat ik vrolijker moet zijn of worden. Vooral meisjes schijnen het belangrijk te vinden dat ik vrolijk ben of word. De meeste meisjes die vinden dat ik vrolijker moet zijn, zijn eigenlijk niet in mij geïnteresseerd, al beseffen ze dat misschien zelf niet. Ik neem het hen niet kwalijk, als zij het mij niet kwalijk nemen dat ik op mijn beurt ook niet echt in hen geïnteresserd ben.
Zoals mijn interesse voor boterham nu ook totaal verdwenen is.
(Veel zijn het er trouwens niet hoor, meisjes die vinden dat ik vrolijk moet worden. Waarvoor dank.)
We lullen nog wat over en weer over vrolijk zijn en dat dat niet hetzelfde is als gelukkig zijn. Ik lieg dat ik gelukkig ben, zij zegt dat ze van vrolijk houdt maar dat ze niet weet of ze het is.
Whatever.
Soms is internet zo vreselijk ontoereikend. Er zijn situaties waarin ik denk: internet, je bedoelt het goed maar je bakt er niks van.
Ik denk niet erg bewust na, maar kom wél tot het besef dat ik me eigenlijk enorm verveel.
Boterham zegt: ‘Ik weet het niet. Het gebeurde, zomaar.’ Mijn vraag was - geen idee waarom ik ze stelde - ‘waarom verdween je?’
Dat weten we dan ook weer.
Jeeminee, wat is het inhoudsloos.
I’m back, baby. I’m back, baby? Ja, zomaar. En ik ben zomaar verdwenen. Het gebeurde gewoon.
Ja, dan denk ik echt: whadeva
Dat schrijft boterham - ‘boterham’ is haar nickname - in mijn last.fm-shoutbox. (Wat last.fm is, moeten onwetende geïnteresseerden zelf maar opzoeken.)
‘I’m back, baby!’
Ik heb zoiets van: wel heb ik het nou!? Het is járen geleden dat ik nog iets van boterham heb gehoord. Zeker zes jaar geleden. Toen hebben we enkele keren afgesproken in Leuven. We deelden een zeer gelijkaardige muzieksmaak, die de wortel had kunnen zijn waaruit mogelijks een boom had kunnen groeien. (Jeetje, waar heb ik het over?)
Eigenlijk herinner ik me niet veel méér dan dat we eens op haar kot naar Evil Superstars hebben wezen luisteren (‘Holy Spirit Come Home’, ‘Gimme Animal Rights’) en dat we een andere keer op mijn kot weet ik veel wat wezen doen hebben.
Het stelde allemaal weinig voor, het ging nergens over. Ze was veel te intelligent en te West-Vlaams, we zouden elkaar wellicht niet nog eens zien, maar ik vond het wel jammer toen ze opeens helemaal verdween. (Ze vertoonde geen activiteit meer op last.fm, daar kwam die verdwijning in feite op neer.)
Dat was in 2008, of misschien in 2009, waarschijnlijk 2008, ik zat nog op mijn eerste kot, in Oppendorp - waar is de tijd, godmiljaar, zo lang geleden, een ander leven.
En nu, begin 2015, noemt ze me baby en is ze terug. Mijn eerste reactie: dit is spam.
Ik stuur terug: ‘I’m back, baby?’. Zij antwoordt: ‘Wat je dan antwoordt: welkom terug, boterham. Fijn nog eens iets van je te horen.’. Ik antwoord: ‘Welkom terug, boterham. Fijn nog eens iets van je te horen. Een jaar of zes geleden hebben wij eens op jouw kot naar Evil Superstars geluisterd. Was gezellig. Hoe gaat het? Woon je nog in Leuven?’
Ze antwoordt: ‘Ha, dat herinner ik me zelfs niet meer. Evil Superstars: compleet weg. Ach, mijn geheugen: het is niet onfeilbaar, wel integendeel. Alles goed met mij, echt. En met jou? Vrolijk fluitend door het leven? Leuven: verleden tijd, helaas. Het kon nu eenmaal niet blijven duren.’
Ze woont niet meer in Leuven - waarom vind ik dat jammer?
Of ik vrolijk fluitend door het leven ga? Waarom vind ik die formulering zo irritant? Heeft ze me destijds gezegd (of verweten) dat ik vrolijker moest zijn of worden? Zoiets kan ik me niet herinneren.
Ik antwoord iets waarop zij antwoordt: ‘Heb je nu nog steeds niet geleerd om vrolijk te zijn, zelfs niet zo nu en dan?’
Nog steeds? Waar heeft ze het over?
Ik krijg sporadisch nog wel te horen dat ik vrolijker moet zijn of worden. Vooral meisjes schijnen het belangrijk te vinden dat ik vrolijk ben of word. De meeste meisjes die vinden dat ik vrolijker moet zijn, zijn eigenlijk niet in mij geïnteresseerd, al beseffen ze dat misschien zelf niet. Ik neem het hen niet kwalijk, als zij het mij niet kwalijk nemen dat ik op mijn beurt ook niet echt in hen geïnteresserd ben.
Zoals mijn interesse voor boterham nu ook totaal verdwenen is.
(Veel zijn het er trouwens niet hoor, meisjes die vinden dat ik vrolijk moet worden. Waarvoor dank.)
We lullen nog wat over en weer over vrolijk zijn en dat dat niet hetzelfde is als gelukkig zijn. Ik lieg dat ik gelukkig ben, zij zegt dat ze van vrolijk houdt maar dat ze niet weet of ze het is.
Whatever.
Soms is internet zo vreselijk ontoereikend. Er zijn situaties waarin ik denk: internet, je bedoelt het goed maar je bakt er niks van.
Ik denk niet erg bewust na, maar kom wél tot het besef dat ik me eigenlijk enorm verveel.
Boterham zegt: ‘Ik weet het niet. Het gebeurde, zomaar.’ Mijn vraag was - geen idee waarom ik ze stelde - ‘waarom verdween je?’
Dat weten we dan ook weer.
Jeeminee, wat is het inhoudsloos.
I’m back, baby. I’m back, baby? Ja, zomaar. En ik ben zomaar verdwenen. Het gebeurde gewoon.
Ja, dan denk ik echt: whadeva
zaterdag 10 januari 2015
'De moslims'
In de praatgroep Nederlands voor anderstaligen die ik begeleid, praat ik soms met moslims over religie en ik heb het nog nooit meegemaakt dat een van hen afwijzend reageerde toen ik zei dat ik zelf atheïst ben. Zij respecteren dat, net zoals ik hun geloof respecteer.
Ik respecteer ook de jonge moslim, een Palestijn, die ik ken die de hand van een vrouw niet schudt. Ik vind dat raar en zelfs onbegrijpelijk, maar goed, hij doet daarmee niemand kwaad en toont zich n...iet onverdraagzaam naar westerse gewoontes (voor zover ik weet). Dat ik vrouwen wél de hand schudt, vindt hij geen probleem.
Mijn ervaring met moslims is dat zij hun geloof aan niemand opdringen. Zij zullen er ook niet gemakkelijk over beginnen praten, het is niet iets waar voortdurend aan wordt gerefereerd in gesprekken. De moslims die ik ken lijken hun religie te beleven als iets persoonlijks waar niet nodeloos over gepraat hoeft te worden. Ze kijken op een andere manier naar de westerse maatschappij dan ik, maar dat zorgt niet voor conflicten.
Thema's als het homohuwelijk, abortus e.a. kunnen besproken worden.
Ik heb wel al gemerkt dat moslims onderling hevig kunnen discussiëren over wat ze hebben gelezen in de Koran. Sommigen hebben bepaalde passages anders geïnterpreteerd dan anderen. Daar kan dan discussie over ontstaan, maar nog nooit zag ik dat op een fanatieke manier gebeuren. Ook op dat vlak bestaat er wederzijds respect, heb ik de indruk.
Ik heb moslims ontmoet voor wie religie nauwelijks van belang is. Zij noemen zich zelfs geen moslim (meer), ze geven er gewoon niet om, zonder de islam daarom af te wijzen. Ook die mensen werden gerespecteerd door de wel praktiserende moslims, al lijken die laatsten het toch te betreuren dat de ander niet meer in de islam is geïnteresseerd. Er leek dan een soort mild onbegrip te bestaan, zonder meer.
Voor de rest heb ik geen persoonlijke ervaringen met moslims. Ik heb geen moslimvrienden maar ik heb ook geen vrienden die uitgesproken een andere religie aanhangen. Ik heb geen gelovige vrienden, geen vrienden die bidden of naar de kerk gaan. Maar dit zou vriendschap niet in de weg staan.
Het is belangrijk voor mij dat ik dit overdenk, want het wordt steeds verleidelijker, laagdrempeliger, om, opgestookt door nogal eenzijdige mediaberichtgeving, 'de Islam' als des duivels te gaan beschouwen.
Terwijl dat natuurlijk totale nonsens is.
Een marginaal aantal terroristen die zeggen te opereren in naam van de Islam, belichamen niet die religie in haar geheel.
Het is belangrijk om dat goed te onthouden, anders kan er nog behoorlijk wat gaan ontsporen de komende maanden of jaren.
Ik respecteer ook de jonge moslim, een Palestijn, die ik ken die de hand van een vrouw niet schudt. Ik vind dat raar en zelfs onbegrijpelijk, maar goed, hij doet daarmee niemand kwaad en toont zich n...iet onverdraagzaam naar westerse gewoontes (voor zover ik weet). Dat ik vrouwen wél de hand schudt, vindt hij geen probleem.
Mijn ervaring met moslims is dat zij hun geloof aan niemand opdringen. Zij zullen er ook niet gemakkelijk over beginnen praten, het is niet iets waar voortdurend aan wordt gerefereerd in gesprekken. De moslims die ik ken lijken hun religie te beleven als iets persoonlijks waar niet nodeloos over gepraat hoeft te worden. Ze kijken op een andere manier naar de westerse maatschappij dan ik, maar dat zorgt niet voor conflicten.
Thema's als het homohuwelijk, abortus e.a. kunnen besproken worden.
Ik heb wel al gemerkt dat moslims onderling hevig kunnen discussiëren over wat ze hebben gelezen in de Koran. Sommigen hebben bepaalde passages anders geïnterpreteerd dan anderen. Daar kan dan discussie over ontstaan, maar nog nooit zag ik dat op een fanatieke manier gebeuren. Ook op dat vlak bestaat er wederzijds respect, heb ik de indruk.
Ik heb moslims ontmoet voor wie religie nauwelijks van belang is. Zij noemen zich zelfs geen moslim (meer), ze geven er gewoon niet om, zonder de islam daarom af te wijzen. Ook die mensen werden gerespecteerd door de wel praktiserende moslims, al lijken die laatsten het toch te betreuren dat de ander niet meer in de islam is geïnteresseerd. Er leek dan een soort mild onbegrip te bestaan, zonder meer.
Voor de rest heb ik geen persoonlijke ervaringen met moslims. Ik heb geen moslimvrienden maar ik heb ook geen vrienden die uitgesproken een andere religie aanhangen. Ik heb geen gelovige vrienden, geen vrienden die bidden of naar de kerk gaan. Maar dit zou vriendschap niet in de weg staan.
Het is belangrijk voor mij dat ik dit overdenk, want het wordt steeds verleidelijker, laagdrempeliger, om, opgestookt door nogal eenzijdige mediaberichtgeving, 'de Islam' als des duivels te gaan beschouwen.
Terwijl dat natuurlijk totale nonsens is.
Een marginaal aantal terroristen die zeggen te opereren in naam van de Islam, belichamen niet die religie in haar geheel.
Het is belangrijk om dat goed te onthouden, anders kan er nog behoorlijk wat gaan ontsporen de komende maanden of jaren.
woensdag 31 december 2014
Last.fm top 50 2014
1. Cass McCombs
2. Four Tet
3. The National
4. Hitsville Drunks
5. The Beatles
6. Radiohead
7. Queens of the Stone Age
8. David Bowie
9. St. Vincent
10. Lou Barlow
11. Run The Jewels
12. Merchandise
13. Empress Of
14. Bruce Bherman
15. De Ministers van de Noordzee
16. SOHN
17. Foo Fighters
18. Bill Callahan
19. The War On Drugs
20. Bark Psychosis
21. Mitsoobishy Jacson
22. Laura Omloop
23. Spain
24. Pinetop Seven
25. Best Coast
26. Blood Orange
27. JfJ
28. Prince
29. De Post
30. Elbow
31. Black Rebel Motorcycle Club
32. Savages
33. Low
34. Baroness
35. Francis and the Lights
36. Interpol
37. Bauhaus
38. Antony and the Johnsons
39. Rory Block
40. Massive Attack
41. Beck
42. Arovane
43. Troy Von Balthazar
44. Olafur Arnalds
45. Dirg Gerner
46. Devendra Banhart
47. Madensuyu
48. Elliott Smith
49. Boards of Canada
50. Eefje De Visser
2. Four Tet
3. The National
4. Hitsville Drunks
5. The Beatles
6. Radiohead
7. Queens of the Stone Age
8. David Bowie
9. St. Vincent
10. Lou Barlow
11. Run The Jewels
12. Merchandise
13. Empress Of
14. Bruce Bherman
15. De Ministers van de Noordzee
16. SOHN
17. Foo Fighters
18. Bill Callahan
19. The War On Drugs
20. Bark Psychosis
21. Mitsoobishy Jacson
22. Laura Omloop
23. Spain
24. Pinetop Seven
25. Best Coast
26. Blood Orange
27. JfJ
28. Prince
29. De Post
30. Elbow
31. Black Rebel Motorcycle Club
32. Savages
33. Low
34. Baroness
35. Francis and the Lights
36. Interpol
37. Bauhaus
38. Antony and the Johnsons
39. Rory Block
40. Massive Attack
41. Beck
42. Arovane
43. Troy Von Balthazar
44. Olafur Arnalds
45. Dirg Gerner
46. Devendra Banhart
47. Madensuyu
48. Elliott Smith
49. Boards of Canada
50. Eefje De Visser
dinsdag 23 december 2014
Leeslijst 2014
LEESLIJST 2014
- André Aciman: 'Noem me bij jouw naam'
- Paul Auster: 'Brooklyn dwaasheid'
- Serge Baeken: 'Sugar - leven als kat' (strip)...
- Julian Barnes: 'Alsof het voorbij is'
- Edmond Baudoin: 'De zang van de walvissen' (strip)
- 'Bruss. Brussels in shorts' (strip - verschillende auteurs)
- Herman Brusselmans: 'De man die werk vond'
- Charles Burns: 'X' en 'De korf' (strips)
- Peter Buwalda: 'Bonita Avenue'
- Ross Campbell: 'Natte maan', delen 1 - 2 en 3 (strip)
- Bavo Claes: 'Kraai'
- Conz: 'De tweede kus' (strip)
- Saskia De Coster: 'Vrije val'
- Yannick Dangre: 'Meisje dat ik nog moet' (dichtbundel)
- Y.M. Dangre: 'Vulkaanvrucht'
- Denis Demonpion: Michel Houellebecq: de ongeautoriseerde biografie'
- Fjodor Dostojevski: 'Misdaad en straf'
- Bret Easton Ellis: 'American Psycho'
- Willem Elsschot: 'Lijmen/Het been'
- Brecht Evens: 'Ergens waar je niet wil zijn' (strip)
- Brecht Evens: 'De liefhebbers' (strip)
- Mark Oliver Everett: 'Things The Grandchildren Should Know'
- Andy Fierens: 'Grote smerige vlinder' (dichtbundel)
- Gummbah: 'De avonturen van Wim Kut' (strip)
- W. F. Hermans: 'Nooit meer slapen'
- Michel Houellebecq: 'De wereld als markt en strijd'
- Michel Houellebecq: 'De koude revolutie'
- Michel Houellebecq: 'De kaart en het gebied'
- Pia de Jong: 'Lange dagen'
- Kamagurka & Herr Seele: 'Dikke Billie Walter' (strip)
- Tom Lanoye: 'Alles moet weg'
- Tom Lanoye: 'Kartonnen dozen'
- Harper Lee: 'To Kill A Mockingbird'
- Marc Legendre & Kristof Spaey: 'Misschien, 'Nooit' en 'Ooit' (strips)
- Marc Legendre: 'Verder' (strip)
- Marc Legendre & René Broens: 'Reynaert de vos' (strip)
- Geert Mak: 'Reizen zonder John'
- G. G. Marquez: 'Liefde in tijden van cholera'
- Erwin Mortier: 'Marcel'
- Vladimir Nabokov: 'Lolita'
- Jamal Ouariachi: 'Vertedering'
- Marnix Peeters: 'Natte dozen'
- W.G. Sebald: 'Austerlitz'
- Seth: 'Het leven is een geschenk, maar je krijgt het niet cadeau' (strip)
- Graeme Simsion: 'Het Rosie-project'
- Zadie Smith: 'Over schoonheid'
- Jiro Taniguchi: 'De tedere jaren' (strip)
- Jiro Taniguchi: 'Het dagboek van mijn vader' (strip)
- A. F. Th. Van der Heijden: 'De Movo-tapes'
- David Van Reybrouck: 'Pleidooi voor populisme'
- Annelies Verbeke: 'Slaap!'
- Annelies Verbeke: 'Reus'
- Timur Vermes: 'Daar is hij weer'
- Erik Vlaminck: 'Brandlucht'
- Kurt Vonnegut: 'Slachthuis vijf'
- Joost De Vries: 'De republiek'
- Robert Vuijsje: 'Alleen maar nette mensen'
- John Williams: 'Stoner'
- Walter Zinzen: 'Mens erger je!' (pamflet)
- alle albums van Kuifje
- André Aciman: 'Noem me bij jouw naam'
- Paul Auster: 'Brooklyn dwaasheid'
- Serge Baeken: 'Sugar - leven als kat' (strip)...
- Julian Barnes: 'Alsof het voorbij is'
- Edmond Baudoin: 'De zang van de walvissen' (strip)
- 'Bruss. Brussels in shorts' (strip - verschillende auteurs)
- Herman Brusselmans: 'De man die werk vond'
- Charles Burns: 'X' en 'De korf' (strips)
- Peter Buwalda: 'Bonita Avenue'
- Ross Campbell: 'Natte maan', delen 1 - 2 en 3 (strip)
- Bavo Claes: 'Kraai'
- Conz: 'De tweede kus' (strip)
- Saskia De Coster: 'Vrije val'
- Yannick Dangre: 'Meisje dat ik nog moet' (dichtbundel)
- Y.M. Dangre: 'Vulkaanvrucht'
- Denis Demonpion: Michel Houellebecq: de ongeautoriseerde biografie'
- Fjodor Dostojevski: 'Misdaad en straf'
- Bret Easton Ellis: 'American Psycho'
- Willem Elsschot: 'Lijmen/Het been'
- Brecht Evens: 'Ergens waar je niet wil zijn' (strip)
- Brecht Evens: 'De liefhebbers' (strip)
- Mark Oliver Everett: 'Things The Grandchildren Should Know'
- Andy Fierens: 'Grote smerige vlinder' (dichtbundel)
- Gummbah: 'De avonturen van Wim Kut' (strip)
- W. F. Hermans: 'Nooit meer slapen'
- Michel Houellebecq: 'De wereld als markt en strijd'
- Michel Houellebecq: 'De koude revolutie'
- Michel Houellebecq: 'De kaart en het gebied'
- Pia de Jong: 'Lange dagen'
- Kamagurka & Herr Seele: 'Dikke Billie Walter' (strip)
- Tom Lanoye: 'Alles moet weg'
- Tom Lanoye: 'Kartonnen dozen'
- Harper Lee: 'To Kill A Mockingbird'
- Marc Legendre & Kristof Spaey: 'Misschien, 'Nooit' en 'Ooit' (strips)
- Marc Legendre: 'Verder' (strip)
- Marc Legendre & René Broens: 'Reynaert de vos' (strip)
- Geert Mak: 'Reizen zonder John'
- G. G. Marquez: 'Liefde in tijden van cholera'
- Erwin Mortier: 'Marcel'
- Vladimir Nabokov: 'Lolita'
- Jamal Ouariachi: 'Vertedering'
- Marnix Peeters: 'Natte dozen'
- W.G. Sebald: 'Austerlitz'
- Seth: 'Het leven is een geschenk, maar je krijgt het niet cadeau' (strip)
- Graeme Simsion: 'Het Rosie-project'
- Zadie Smith: 'Over schoonheid'
- Jiro Taniguchi: 'De tedere jaren' (strip)
- Jiro Taniguchi: 'Het dagboek van mijn vader' (strip)
- A. F. Th. Van der Heijden: 'De Movo-tapes'
- David Van Reybrouck: 'Pleidooi voor populisme'
- Annelies Verbeke: 'Slaap!'
- Annelies Verbeke: 'Reus'
- Timur Vermes: 'Daar is hij weer'
- Erik Vlaminck: 'Brandlucht'
- Kurt Vonnegut: 'Slachthuis vijf'
- Joost De Vries: 'De republiek'
- Robert Vuijsje: 'Alleen maar nette mensen'
- John Williams: 'Stoner'
- Walter Zinzen: 'Mens erger je!' (pamflet)
- alle albums van Kuifje
zaterdag 20 december 2014
Bevriend zijn met een NV-A'er - kan het?
Oké, ik ben een ‘notoir’ N-VA-basher. Al mijn persoonlijke frustraties - en dat zijn er meer dan mij lief is - projecteer ik op die partij, omdat ik ze érgens op moet projecteren.
Andere mensen zetten het op een zuipen, trekken sterretjes van Mercedessen, slaan hun partner in elkaar of houden ranzige betogen op het forum van hln.be. Ik gebruik mijn Facebookpagina om af en toe grapjes of opmerkingen te maken over de N-VA waaruit dan mijn, euh, ‘haat’ jegens die partij mag blijken. Ik schaam mij daar niet voor. Ik kan Bart De Wever niet uitstaan en heb veel moeite om zijn sympathisanten wél te verdragen. Noem mij onverdraagzaam, ik geef u geen ongelijk. Een zekere mate van onverdraagzaamheid is een kwalijke familietrek bij de Cornets. We proberen er elk op onze manier iets aan te doen, denk ik.
Ik heb 50 Facebookvrienden. Van 49 van hen meen ik tot nader order te weten dat zij geen N-VA-sympathisanten zijn. (Het is verbazend hoe een mens zich omringt met overwegend gelijkgestemden.) Eén van hen echter is wél een N-VA-sympathisant. Hij kan dit bericht niet lezen, want dat heb ik zo ingesteld. Ik schrok me dood toen hij na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 toegaf op de N-VA te hebben gestemd. Ik maakte de fout om te vragen waarom hij dat had gedaan, dat is persoonlijk, dat hoefde hij niet uit te leggen, het waren natuurlijk mijn zaken niet.
Maar hij legde het wel uit en het zorgde, in beperkte mate, voor een verandering in ons contact. Sindsdien was er - belachelijk natuurlijk - een ‘te mijden onderwerp’. We hadden het merkbaar niet meer over politiek. En als dat toch gebeurde was het meer om elkaar te plagen. Maar niet te veel, want het voelde toch ongemakkelijk.
Ik ging anders tegen hem aankijken, geef ik toe. Ik vroeg me heel erg af: waarom? Waarom zijn voorkeur voor die partij? Uit zijn argumentatie kon ik concluderen dat het hem om het economische programma van de N-VA te doen was, in het geheel niet omwille van enig romantisch Vlaams-nationalistisch sentiment, maar dat maakte het in feite alleen maar moeilijker voor mij om, zelfs meer in het algemeen, met hem te spreken.
Maar alles went en ik bleef in contact met mijn N-VA-vriend. Tot nu. Denk ik.
De politieke situatie in dit land is momenteel zo gepolariseerd dat ik de N-VA meer dan ooit als ‘evil’ beschouw. De Wever lijkt op het toppunt van zijn arrogantie te zijn aanbeland en een of andere maatschappelijke elite organiseert sociale afbraak en ongelijkheid.
Ik ben niet goed in inhoudelijke discussies daarover, maar mijn buikgevoel zegt dat de boel op deze manier ontspoort. Als je ziet wat er gebeurt in de sociale en culturele sector.. Bepaald geen jobcreatie, me dunkt.
Enkele dagen geleden maakte ik op Facebook een album met foto’s van N-VA’ers met telkens een flauwe woordspeling erbij. Dat zijn dingen die ik graag doe, het staat iedereen vrij dat te ‘liken’ of het te negeren. Kan mij niets schelen, op mijn Facebookprofiel doe ik mijn goesting.
Mijn N-VA-vriend liet weten dat hij het flauw vond. Dat hij er zelfs ambetant van werd, van mijn aanhoudende kritiek op de N-VA, vaker inhoudsloos dan inhoudelijk. Hij vroeg mij naar inhoudelijke argumenten waarom ik de N-VA Bart De Wever) nog steeds niet kan pruimen. Ik gaf hem een aantal argumenten. Hij sprak die niet tegen als dusdanig, maar kwam zelf met argumenten waarom besparen nu de juiste keuze is. Ik las wat hij schreef - het ging via de Facebookchat - en dacht: oké, goed voor jou, we hebben een andere mening, geen probleem.
Hij zei, met een smiley erbij, dat hij mijn berichten vanaf nu onzichtbaar zou maken, zodat hij zich voortaan niet meer aan mijn anti-N-VA-propaganda zou moeten storen. Ik vond dat oprecht een goed idee van hem. Ik zei dat ik zelf enkele Facebookvrienden heb van wie ik de berichtmeldingen heb uitgeschakeld. Het is een goede Facebookfunctie. Het hoeft vriendschap niet in de weg te staan.
Maar los van het feit of hij al dan niet mijn berichten onzichtbaar gaat maken, kon ik merken dat ons ideologische meningsverschil voortaan nog nadrukkelijker op elk onderling contact zal wegen. De ‘kloof’ die er al was, heeft zich nog uitgediept en het zal nog moeilijker worden om daar omheen te lopen.
Ik weet dat ik verdraagzamer moet worden tegenover N-VA-stemmers, maar tegelijk heb ik daar minder dan ooit zin in.
Toch is het raar als dat ten koste van vriendschap begint te gaan.
Ik vrees dat ik moeilijk nog bevriend kan worden met iemand die op de N-VA stemt vanwege de economische standpunten van die partij.
Het is maar een bedenking, maar geen onbelangrijke.
Andere mensen zetten het op een zuipen, trekken sterretjes van Mercedessen, slaan hun partner in elkaar of houden ranzige betogen op het forum van hln.be. Ik gebruik mijn Facebookpagina om af en toe grapjes of opmerkingen te maken over de N-VA waaruit dan mijn, euh, ‘haat’ jegens die partij mag blijken. Ik schaam mij daar niet voor. Ik kan Bart De Wever niet uitstaan en heb veel moeite om zijn sympathisanten wél te verdragen. Noem mij onverdraagzaam, ik geef u geen ongelijk. Een zekere mate van onverdraagzaamheid is een kwalijke familietrek bij de Cornets. We proberen er elk op onze manier iets aan te doen, denk ik.
Ik heb 50 Facebookvrienden. Van 49 van hen meen ik tot nader order te weten dat zij geen N-VA-sympathisanten zijn. (Het is verbazend hoe een mens zich omringt met overwegend gelijkgestemden.) Eén van hen echter is wél een N-VA-sympathisant. Hij kan dit bericht niet lezen, want dat heb ik zo ingesteld. Ik schrok me dood toen hij na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 toegaf op de N-VA te hebben gestemd. Ik maakte de fout om te vragen waarom hij dat had gedaan, dat is persoonlijk, dat hoefde hij niet uit te leggen, het waren natuurlijk mijn zaken niet.
Maar hij legde het wel uit en het zorgde, in beperkte mate, voor een verandering in ons contact. Sindsdien was er - belachelijk natuurlijk - een ‘te mijden onderwerp’. We hadden het merkbaar niet meer over politiek. En als dat toch gebeurde was het meer om elkaar te plagen. Maar niet te veel, want het voelde toch ongemakkelijk.
Ik ging anders tegen hem aankijken, geef ik toe. Ik vroeg me heel erg af: waarom? Waarom zijn voorkeur voor die partij? Uit zijn argumentatie kon ik concluderen dat het hem om het economische programma van de N-VA te doen was, in het geheel niet omwille van enig romantisch Vlaams-nationalistisch sentiment, maar dat maakte het in feite alleen maar moeilijker voor mij om, zelfs meer in het algemeen, met hem te spreken.
Maar alles went en ik bleef in contact met mijn N-VA-vriend. Tot nu. Denk ik.
De politieke situatie in dit land is momenteel zo gepolariseerd dat ik de N-VA meer dan ooit als ‘evil’ beschouw. De Wever lijkt op het toppunt van zijn arrogantie te zijn aanbeland en een of andere maatschappelijke elite organiseert sociale afbraak en ongelijkheid.
Ik ben niet goed in inhoudelijke discussies daarover, maar mijn buikgevoel zegt dat de boel op deze manier ontspoort. Als je ziet wat er gebeurt in de sociale en culturele sector.. Bepaald geen jobcreatie, me dunkt.
Enkele dagen geleden maakte ik op Facebook een album met foto’s van N-VA’ers met telkens een flauwe woordspeling erbij. Dat zijn dingen die ik graag doe, het staat iedereen vrij dat te ‘liken’ of het te negeren. Kan mij niets schelen, op mijn Facebookprofiel doe ik mijn goesting.
Mijn N-VA-vriend liet weten dat hij het flauw vond. Dat hij er zelfs ambetant van werd, van mijn aanhoudende kritiek op de N-VA, vaker inhoudsloos dan inhoudelijk. Hij vroeg mij naar inhoudelijke argumenten waarom ik de N-VA Bart De Wever) nog steeds niet kan pruimen. Ik gaf hem een aantal argumenten. Hij sprak die niet tegen als dusdanig, maar kwam zelf met argumenten waarom besparen nu de juiste keuze is. Ik las wat hij schreef - het ging via de Facebookchat - en dacht: oké, goed voor jou, we hebben een andere mening, geen probleem.
Hij zei, met een smiley erbij, dat hij mijn berichten vanaf nu onzichtbaar zou maken, zodat hij zich voortaan niet meer aan mijn anti-N-VA-propaganda zou moeten storen. Ik vond dat oprecht een goed idee van hem. Ik zei dat ik zelf enkele Facebookvrienden heb van wie ik de berichtmeldingen heb uitgeschakeld. Het is een goede Facebookfunctie. Het hoeft vriendschap niet in de weg te staan.
Maar los van het feit of hij al dan niet mijn berichten onzichtbaar gaat maken, kon ik merken dat ons ideologische meningsverschil voortaan nog nadrukkelijker op elk onderling contact zal wegen. De ‘kloof’ die er al was, heeft zich nog uitgediept en het zal nog moeilijker worden om daar omheen te lopen.
Ik weet dat ik verdraagzamer moet worden tegenover N-VA-stemmers, maar tegelijk heb ik daar minder dan ooit zin in.
Toch is het raar als dat ten koste van vriendschap begint te gaan.
Ik vrees dat ik moeilijk nog bevriend kan worden met iemand die op de N-VA stemt vanwege de economische standpunten van die partij.
Het is maar een bedenking, maar geen onbelangrijke.
Vlaams Belang tevreden met Jambon en Francken
Eergisteren had ik per toeval een gesprek met de secretaris van de Vlaams Belangafdeling Oost-Brabant (het stuk Vlaams-Brabant ten oosten van Leuven). Ik liep in de stad toevallig voorbij een vensterraam waarin tal van Vlaams Belangprularia lagen uitgestald. Leeuwenvlaggen, posters - “uw stok achter de deur” -, noem maar op. De deur stond open (vreemd genoeg), ik was benieuwd, ik ging naar binnen.
“Dag meneer, is dit soms een Vlaams Belangkantoor?”
Dat was zo.
De man - vooraan in de vijftig, rood hoofd, te dik - bekeek mij met de nodige argwaan - argwaan is in feite gewoon de grondhouding van een Vlaams Belanger - maar toen ik mijn blik liet rusten op een stapel dozen vertelde hij spontaan dat het kantoor in Leuven binnenkort zou sluiten. Hij zou zijn functie als secretaris vanaf januari vanuit het kantoor in Brussel vervullen. “We hebben verloren bij de laatste verkiezingen”, sprak hij zonder omwegen. “We moeten inkrimpen.”
Ik zag mijn kans. Deze man moest ik een hart onder riem steken.
“Akkoord, meneer, Vlaams Belang heeft de verkiezingen verloren, maar de ideeën van de partij leven voort in het beleid van de N-VA.” Hij wilde bezwaar maken, logischerwijze, maar tegelijk zag ik zijn neus een beetje krullen. Vlaams Belangers horen graag dat hun jarenlange oppositie toch, zij het dan onrechtstreeks, tot in het beleid is doorgedrongen. Zit Vlaams Belang nu via de N-VA met een half been in de regering?, was dus eigenlijk mijn vraag. Helemaal ongelijk kon hij mij toch niet geven? Maar ik zou het natuurlijk wel zelf moeten zeggen.
“Jan Jambon”, sprak ik dus. “En Theo Francken. Dat zijn toch Vlaams Belangers met een N-VA-lidkaart?”
“Opportunisten”, beantwoordde hij mijn vraag niet rechtstreeks. “Die mannen zijn opportunisten, ze verloochenen hun ideeën in ruil voor de postjes. De Vlaamse zaak is gediend met één consequente basishouding, die van het Vlaams Belang. Een onafhankelijk Vlaanderen en een migratiestop. De N-VA verliest zijn beginselverklaring uit het oog, het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen. Ze hebben nu de macht, maar ze kunnen geen kant op.”
“Maar Jambon en Francken”, zei ik opnieuw, “daar kan u toch niet helemaal ontevreden over zijn?”
“Ja, dat zijn waarschijnlijk de meest geschikte mannen die De Wever op die departementen had kunnen zetten”, sprak de secretaris, die mij trouwens nog niet naar mijn eigen politieke voorkeur had gevraagd en dat in de verdere loop van ons gesprek gelukkig ook niet zou doen.
“Hopelijk zetten ze hun opvattingen om in de praktijk en zal het veel gemakkelijker worden om vreemdelingen het land uit te zetten en criminelen harder aan te pakken.”
Hij was op dreef. Ik besloot de Grote Verongelijkte ter sprake te brengen.
“Bart De Wever, komt die oorspronkelijk ook niet van bij het Vlaams Belang?”
“Zou goed kunnen. Hij heeft zijn partij groot gemaakt door onze standpunten over te nemen en nu zuigt hij de rechterflank van de VLD leeg. Tweehonderd procent een opportunist.”
“Toch moet u op uw manier blij zijn met de nieuwe federale regering, of niet? Liever De Wever aan de macht dan Di Rupo kan ik mij voorstellen?”
“Liever Vlaams Belang dan Vlaams Belang light, zal ik u zeggen, maar inderdaad maakt deze regering tenminste korte metten met het dramatische beleid van Di Rupo. Of dat heeft deze regering toch beloofd. Eerst zien en dan geloven.”
“Ik wens u het beste met uw verhuis naar Brussel”, besloot ik afscheid te nemen. Te lang moet dat nu ook weer niet duren, in één ruimte met mensen die stokken achter hun deuren bewaren. Voor je het weet halen ze er hun oude moedertje bij die dan toevallig onlangs nog Marokkaanse inbrekers over de vloer heeft gehad. En dan blijf je bezig.
Ik vroeg nog of ik een Vlaams Belangbalpen mocht meenemen, er lager er een twintigtal in een open doos. Hij gaf mij er drie.
De uitspraak dat hij blij was met deze federale regering had ik hem niet weten te ontlokken, zo onnozel was hij nu ook weer niet, maar met ‘Vlaams Belang light’ had hij wel aangegeven dat het beleid van de N-VA nog steeds aanschurkt tegen dat van zijn eigen partij. En dat wilde ik hem toch graag horen zeggen.
“Dag meneer, is dit soms een Vlaams Belangkantoor?”
Dat was zo.
De man - vooraan in de vijftig, rood hoofd, te dik - bekeek mij met de nodige argwaan - argwaan is in feite gewoon de grondhouding van een Vlaams Belanger - maar toen ik mijn blik liet rusten op een stapel dozen vertelde hij spontaan dat het kantoor in Leuven binnenkort zou sluiten. Hij zou zijn functie als secretaris vanaf januari vanuit het kantoor in Brussel vervullen. “We hebben verloren bij de laatste verkiezingen”, sprak hij zonder omwegen. “We moeten inkrimpen.”
Ik zag mijn kans. Deze man moest ik een hart onder riem steken.
“Akkoord, meneer, Vlaams Belang heeft de verkiezingen verloren, maar de ideeën van de partij leven voort in het beleid van de N-VA.” Hij wilde bezwaar maken, logischerwijze, maar tegelijk zag ik zijn neus een beetje krullen. Vlaams Belangers horen graag dat hun jarenlange oppositie toch, zij het dan onrechtstreeks, tot in het beleid is doorgedrongen. Zit Vlaams Belang nu via de N-VA met een half been in de regering?, was dus eigenlijk mijn vraag. Helemaal ongelijk kon hij mij toch niet geven? Maar ik zou het natuurlijk wel zelf moeten zeggen.
“Jan Jambon”, sprak ik dus. “En Theo Francken. Dat zijn toch Vlaams Belangers met een N-VA-lidkaart?”
“Opportunisten”, beantwoordde hij mijn vraag niet rechtstreeks. “Die mannen zijn opportunisten, ze verloochenen hun ideeën in ruil voor de postjes. De Vlaamse zaak is gediend met één consequente basishouding, die van het Vlaams Belang. Een onafhankelijk Vlaanderen en een migratiestop. De N-VA verliest zijn beginselverklaring uit het oog, het streven naar een onafhankelijk Vlaanderen. Ze hebben nu de macht, maar ze kunnen geen kant op.”
“Maar Jambon en Francken”, zei ik opnieuw, “daar kan u toch niet helemaal ontevreden over zijn?”
“Ja, dat zijn waarschijnlijk de meest geschikte mannen die De Wever op die departementen had kunnen zetten”, sprak de secretaris, die mij trouwens nog niet naar mijn eigen politieke voorkeur had gevraagd en dat in de verdere loop van ons gesprek gelukkig ook niet zou doen.
“Hopelijk zetten ze hun opvattingen om in de praktijk en zal het veel gemakkelijker worden om vreemdelingen het land uit te zetten en criminelen harder aan te pakken.”
Hij was op dreef. Ik besloot de Grote Verongelijkte ter sprake te brengen.
“Bart De Wever, komt die oorspronkelijk ook niet van bij het Vlaams Belang?”
“Zou goed kunnen. Hij heeft zijn partij groot gemaakt door onze standpunten over te nemen en nu zuigt hij de rechterflank van de VLD leeg. Tweehonderd procent een opportunist.”
“Toch moet u op uw manier blij zijn met de nieuwe federale regering, of niet? Liever De Wever aan de macht dan Di Rupo kan ik mij voorstellen?”
“Liever Vlaams Belang dan Vlaams Belang light, zal ik u zeggen, maar inderdaad maakt deze regering tenminste korte metten met het dramatische beleid van Di Rupo. Of dat heeft deze regering toch beloofd. Eerst zien en dan geloven.”
“Ik wens u het beste met uw verhuis naar Brussel”, besloot ik afscheid te nemen. Te lang moet dat nu ook weer niet duren, in één ruimte met mensen die stokken achter hun deuren bewaren. Voor je het weet halen ze er hun oude moedertje bij die dan toevallig onlangs nog Marokkaanse inbrekers over de vloer heeft gehad. En dan blijf je bezig.
Ik vroeg nog of ik een Vlaams Belangbalpen mocht meenemen, er lager er een twintigtal in een open doos. Hij gaf mij er drie.
De uitspraak dat hij blij was met deze federale regering had ik hem niet weten te ontlokken, zo onnozel was hij nu ook weer niet, maar met ‘Vlaams Belang light’ had hij wel aangegeven dat het beleid van de N-VA nog steeds aanschurkt tegen dat van zijn eigen partij. En dat wilde ik hem toch graag horen zeggen.
zaterdag 8 november 2014
30 jaar
Op het tennistornooi van Stockholm (de Open Scandinavische Kampioenschappen) ging John McEnroe tijdens zijn halve finale tegen de Zweed Anders Järryd volledig door het lint. Hij had de eerste set met 6-1 verloren, maar leidde in de tweede met 4-2.
Toen McEnroe bij die stand mocht serveren, kreeg hij het aan de stok met de umpire nadat die een opslag van McEnroe uit had gegeven.
"It's right on the line," brieste McEnroe. "No mistakes so far in this match, right? No mistakes whatsoever."
En toen: "ANSWER MY QUESTION, JERK!"
Tijdens de persconferentie na de wedstrijd (die McEnroe verloor), schold de nog niet helemaal gekalmeerde tennisser een journalist uit voor idioot. Daarin had de excentrieke McEnroe natuurlijk niet helemaal ongelijk.
Het was 5 november 1984 en ook elders in de wereld hadden er heel wat mensen redenen om ongelukkig te zijn. Zo werd, bijvoorbeeld, Ronald Reagen één dag later herkozen als president van de Verenigde Staten en stonden bands als Wham! en Duran Duran bovenaan in de charts.
Gelukkig was er toch ook nog wat reden tot feest, want in diezelfde charts piekte ook 'Purple Rain' en men kon er stilaan gif op innemen dat de voorspellingen van George Orwell - "Big brother is watching you" - zich tijdens dat kalenderjaar niet meer zouden voltrekken.
Dit zijn maar enkele anekdotes, nieuwsberichten en weetjes die wellicht enigszins aan de familie J. uit P. voorbij zijn gegaan, want op 5 november 1984 - precies dertig jaar geleden is dat - werd jij geboren.
Ik weet zeker dat het zo niet is gegaan, maar ik mag me graag voorstellen dat je in de eerste maanden na je geboorte in je wieg naar Gruppenbild lag te luisteren, de eerste groep van jouw streekgenoot Stijn Meuris, en meer specifiek naar het liedje 'Maatschappij'. "Maatschappij, maatschappij/degene die ze vormt, dat ben jij/maatschappij, maatschappij/degene die ze vormt, dat zijn wij!"
Voorwaar een boodschap van solidariteit en engagement die jij goed in je oren geknoopt hebt.
Ten slotte vind ik het een eigenaardige gedachte dat een 'generatiegenoot' van mij vandaag dertig jaar wordt. Alsof dat betekent dat wij goed bezig zijn om oud te worden. Maar dat is natuurlijk relatief.
Laatst sprak ik met een 66-jarige man die beweerde (nog) op zijn handen te kunnen lopen en het in een moeite ook demonstreerde.
Eergisteren werd mijn meter ook 66 en toen ik haar mailde om haar te feliciteren, betrapte ik mezelf er op dat ik dingen schreef als 'je bent nog niet te oud' of 'je kan nog'.. Vanaf welke leeftijd beginnen we met dat woordje 'nog'?
Alleszins niet vanaf dertig.
Proficiat. Het is 3-0 voor jou. Wie de tegenstander is moet je zelf maar bepalen.
Proficiat.
Toen McEnroe bij die stand mocht serveren, kreeg hij het aan de stok met de umpire nadat die een opslag van McEnroe uit had gegeven.
"It's right on the line," brieste McEnroe. "No mistakes so far in this match, right? No mistakes whatsoever."
En toen: "ANSWER MY QUESTION, JERK!"
Tijdens de persconferentie na de wedstrijd (die McEnroe verloor), schold de nog niet helemaal gekalmeerde tennisser een journalist uit voor idioot. Daarin had de excentrieke McEnroe natuurlijk niet helemaal ongelijk.
Het was 5 november 1984 en ook elders in de wereld hadden er heel wat mensen redenen om ongelukkig te zijn. Zo werd, bijvoorbeeld, Ronald Reagen één dag later herkozen als president van de Verenigde Staten en stonden bands als Wham! en Duran Duran bovenaan in de charts.
Gelukkig was er toch ook nog wat reden tot feest, want in diezelfde charts piekte ook 'Purple Rain' en men kon er stilaan gif op innemen dat de voorspellingen van George Orwell - "Big brother is watching you" - zich tijdens dat kalenderjaar niet meer zouden voltrekken.
Dit zijn maar enkele anekdotes, nieuwsberichten en weetjes die wellicht enigszins aan de familie J. uit P. voorbij zijn gegaan, want op 5 november 1984 - precies dertig jaar geleden is dat - werd jij geboren.
Ik weet zeker dat het zo niet is gegaan, maar ik mag me graag voorstellen dat je in de eerste maanden na je geboorte in je wieg naar Gruppenbild lag te luisteren, de eerste groep van jouw streekgenoot Stijn Meuris, en meer specifiek naar het liedje 'Maatschappij'. "Maatschappij, maatschappij/degene die ze vormt, dat ben jij/maatschappij, maatschappij/degene die ze vormt, dat zijn wij!"
Voorwaar een boodschap van solidariteit en engagement die jij goed in je oren geknoopt hebt.
Ten slotte vind ik het een eigenaardige gedachte dat een 'generatiegenoot' van mij vandaag dertig jaar wordt. Alsof dat betekent dat wij goed bezig zijn om oud te worden. Maar dat is natuurlijk relatief.
Laatst sprak ik met een 66-jarige man die beweerde (nog) op zijn handen te kunnen lopen en het in een moeite ook demonstreerde.
Eergisteren werd mijn meter ook 66 en toen ik haar mailde om haar te feliciteren, betrapte ik mezelf er op dat ik dingen schreef als 'je bent nog niet te oud' of 'je kan nog'.. Vanaf welke leeftijd beginnen we met dat woordje 'nog'?
Alleszins niet vanaf dertig.
Proficiat. Het is 3-0 voor jou. Wie de tegenstander is moet je zelf maar bepalen.
Proficiat.
Spijt
We bleven een half uur praten op het plein. We gingen zitten op een terras. We bleven daar een uur zitten. Ze dronk twee muntthees, ik twee gini’s. Ze zei niet: ik ga naar huis toen ik dat zo’n beetje van haar verwachtte. Ze praatte tegen mij, ze luisterde naar mij en ze keek niet op haar horloge. Ze lachte naar mij.
Ze gaf mij haar nummer.
En ik verwijderde het uit mijn gsm.
Want ik vond mezelf een loser. Iemand met een job om zich voor te schamen. Iemand te depressief en te deprimerend. Iemand die maar beter niet naar de film moest gaan met een leuk meisje. Iemand die zich beter onder de grond kon verstoppen.
En dat was dom want het is niet waar.
Ik ben geen loser. Ik moet mij nergens voor schamen. Ik ben niet depressief of deprimerend. Ik mag naar de film gaan met een leuk meisje. Ik moet mij niet onder de grond verstoppen en ik moet geen gsm-nummers verwijderen van mensen die ik nog wil bellen.
Maar dat doe ik dus wel, en liefst vooraleer vrienden mij op andere gedachten kunnen brengen.
Zes maanden lang had ik nergens spijt van.
Maar nu wel.
Nu echt wel.
Ze gaf mij haar nummer.
En ik verwijderde het uit mijn gsm.
Want ik vond mezelf een loser. Iemand met een job om zich voor te schamen. Iemand te depressief en te deprimerend. Iemand die maar beter niet naar de film moest gaan met een leuk meisje. Iemand die zich beter onder de grond kon verstoppen.
En dat was dom want het is niet waar.
Ik ben geen loser. Ik moet mij nergens voor schamen. Ik ben niet depressief of deprimerend. Ik mag naar de film gaan met een leuk meisje. Ik moet mij niet onder de grond verstoppen en ik moet geen gsm-nummers verwijderen van mensen die ik nog wil bellen.
Maar dat doe ik dus wel, en liefst vooraleer vrienden mij op andere gedachten kunnen brengen.
Zes maanden lang had ik nergens spijt van.
Maar nu wel.
Nu echt wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)