vrijdag 18 augustus 2017

Mark Cloostermans,..

Ik eet yoghurt met muesli. Gisteren scheurde ik de zak muesli zo wild open dat ik de muesli niet meer netjes in de kom kon gieten, ik morste op de vloer. Gelukkig is het maar muesli. Ik heb de muesli daarna zo goed als dat ging in een tupperwaredoos gegoten. Nu ondervind ik dat het gieten van de muesli ook vanuit deze tupperwaredoos niet meevalt, maar so be it then. Niet álles kan gemakkelijk zijn aan dit leven. Want gemakkelijk is het, het leven. Of toch voor 95% van de tijd.
De tupperwaredoos is van een vriendin die mij na mijn voorlaatste bezoek aan haar een stuk taart meegaf. Zo iemand is zij. Ik weet niet wat heerlijker is: de taart of het feit dat ze mij taart meegeeft.
Eergisteren bedacht ik me dat ik me niet in de positie van Lize Spit zou willen bevinden. Alom bejubeld voor haar debuutroman werkt ze nu aan een opvolger. Die zal meteen bij de verschijning onder een vergrootglas worden gehouden en onmiddellijk zal men roepen dat deze nog beter is, of helaas bijlange niet zo goed als ‘Het smelt’. ‘Teleurstellend’, zou men kunnen schrijven. Vreselijk.
Soms wordt een boek weleens keihard afgekraakt. Ik lees graag de recensies van Mark Cloostermans.
http://markcloostermans.blogspot.be/…/doorlezen-of-niet-gri…. Hier maakt hij Griet Op de Beeck met de grond gelijk. Zalig.
Ik luister naar de laatste plaat van Howe Gelb, ‘Future Standards’. Heel jazzy, heel rustig, heel gezellig.
Gisteren hoorde ik in een filmtrailer een man iets zeggen als “Love ain’t easy, you know. That why they call it love.” Ik vroeg me af wat dat in godsnaam te betekenen heeft. Serieus, wat wordt daarmee bedoeld? That’s why they call it love? Zever! Gezever! Om het eens met Frankie Loosveld te zeggen.
Ik ging naar de cinema voor ‘Zabriskie Point’, een film uit 1970 of daaromtrent. Heel goed, bij momenten echt fantastisch. Een psychedelische seksscène (ja, dat prikkelt de nieuwsgierigheid hé). Kantoorgebouwen die een na een spectaculair tot ontploffing komen. En waanzinnige woestijnlandschappen in Arizona, dat vooral. Heel blij dat ik daarvoor naar de cinema ben gegaan.
Straks breng ik een bezoek aan de huurdersbond. Ik ben enorm benieuwd naar hun antwoord op enkele prangende vragen waar ik mee zit. Ik ga die mensen letterlijk de oren van hun kop vragen (ik weet dat de uitdrukking eigenlijk ‘oren van de kop zagen’ is, maar met ‘vragen’ is het ook eens leuk).
Om 10u09 neem ik bus 8 die me om 10u43 op mijn bestemming moet brengen. Daarna moet ik nog eventjes wachten in een wreed ongezellige cafetaria. Misschien moet ik ‘De dieren in mij’ van Delphine Lecompte meenenmen. Zo heb ik iets te lezen terwijl ik wacht.
Ik droomde dat ik in een drukke ruimte met enkele klasgenoten uit het middelbaar naar muziek probeerde te luisteren. Ik was enthousiast, een beetje de gangmaker van het gezelschap. Mijn moeder hield mij vanop afstand in de gaten. Dat stoorde me wel een beetje. Ik begreep niet waarom zij daar was.
En zo gaan we weer aan de slag, een nieuwe dag die moet worden verslagen, die moet worden bedwongen, een nieuwe kamp die moet worden gevochten. Zal de dag mij K.O. slaan of kom ik als winnaar uit de strijd? Zeggen dat ik daar benieuwd naar ben zou overdreven zijn.

donderdag 17 augustus 2017

Straks studiobezoek

Vandaag is het meisje op wie ik van het zesde leerjaar tot en met het zesde middelbaar verliefd ben geweest jarig. Dat lijkt een eeuwigheid geleden. Niet dat ze jarig is, want dat is ze vandaag, wél dat ik verliefd op haar was. Ik denk trouwens dat ze het nooit geweten heeft, ik was alleszins totáál niet van plan om het haar te vertellen. Ik zat met haar in de klas en dat moest nog wel een beetje leefbaar blijven, het was zo al moeilijk genoeg. Had ze geweten dat ik verliefd op haar was, ik had niet meer naar school durven gaan. Ze had trouwens zelf regelmatig een lief en dat waren vaak kerels uit technische opleidingen. Ik begreep niet wat ze in hen zag. Ze waren helemaal anders. Ondertussen is ze getrouwd met zo’n kerel en heeft ze een kind. Uit wat ik kan opmaken van foto’s is ze ook veel minder mooi geworden in de afgelopen twalf jaar. Mijn belangstelling voor haar is in de loop der jaren zelfs zodanig afgenomen dat ik haar vorig jaar gedefriended heb. Ja, echt waar!
Straks ga ik naar een studio kijken en stel ik me waarschijnlijk kandidaat-huurder. Ik moet dringend weg uit het appartement waar ik nu woon. Ook al is het ruim en betaal ik er nauwelijks huur, ik voel me er steeds benauwder. De verhuurder speelt een machtsspel met mij en ik heb niet de behoefte om daarin mee te gaan. Het is alleen maar vernederend, ik kan mij niet verweren. Daar moet dus een eind aan komen, een mens moet naar oplossingen zoeken als er zich problemen stellen. Constructief zijn. Proactief zijn. Voor hij mij zelf buitenzet, ben ik het al afgebold. Dat is het plan. En als het lukt zal me dat voldoening geven.
Straks dus het bezoek aan de studio. Uit het telefoongesprek dat ik met het immokantoor had, werd duidelijk dat ik daar niet als enige kandidaat-huurder aanwezig zal zijn. Ook bereid ik me voor op de werk-vraag. Nee, ik heb geen job momenteel en dat zal zeker tegen mij gebruikt worden. Anderzijds mag een verhuurder niet discrimineren op basis van werk (niet dat ik hem dat onder de neus zal wrijven, maar ik heb een contact bij Unia, doch dit terzijde). Ik zal naar waarheid antwoorden dat ik momenteel een beroepsgerichte opleiding volg bij de VDAB die ervoor moet zorgen dat ik binnenkort betaald werk heb. Al zal ik het woord ‘binnenkort’ proberen te vermijden. Sowieso hoop ik dat de werk-vraag niet gesteld wordt. Huren in Leuven is peperduur. Ik heb gisteren het internet afgespeurd en met mijn maandelijkse 830 euro loop ik echt niet ver. Maar soit. Vorig jaar had ik de gelegenheid om het vluchtelingen-opvangcentrum in Lubbeek te bezoeken en wat ik dáár gezien heb doet een mens beseffen dat hij niet moet klagen over een vierkante meter meer of minder. Ik zou willen dat elke Belg eens in het opvangcentrum van Lubbeek langsgaat - ondertussen is het gesloten, denk ik. Mensen moeten met hun eigen ogen zien hoe asielzoekers maandenlang noodgedwongen in een kruipkot (grijze containers) op elkaar moeten leven. Dán zullen ze misschien inzien dat die asielzoekers mensen zijn, net zoals zij. Nee, die vluchtelingen zijn op geen enkele manier te benijden. Ze leven in grote onzekerheid. Ik vraag me trouwens af in wat voor woonomstandigheden de Eritreërs en Arabieren zitten die ik overal in Leuven zie rondlopen. Piepkleine kamertjes wellicht, en ook op elkaar gepakt. Ik zie die mensen, jongemannen, door de stad dwalen. Waarschijnlijk is het op die kleine kamertjes niet uit te houden. Ik vraag me echt af wat er van hen zal komen. We moeten daar niet te optimistisch over zijn, vrees ik. Wonen is héél belangrijk. Het heeft een effect op eenieders welzijn. En wie zich niet goed voelt, kan ook niet goed functioneren, lees: werken. Maar dat zal onze politici worst wezen. Echt, de Vlaamse en federale regering laten de zwakkeren in onze samenleving doelbewust lijden. En wanneer die lijdende mensen voor extra problemen zullen zorgen, zullen bepaalde regeringsleden hun grote gelijk halen. Ik word er ziek van.

woensdag 16 augustus 2017

De eerste dag

Ik sta op met een zwaar gevoel. De gedachte dat het weer een lange dag wordt. En dat ik eigenlijk geen behoefte heb aan alweer een lange dag.
Ik kan een koffie gaan drinken aan het station. Meer dan waarschijnlijk alleen. Ik kan mijn moeder bellen, maar had ik niet besloten dat ik minder beroep op haar zou doen? Ze neemt alles uit mijn handen, en dat wilde ik toch niet meer.
Een kleine studio met een huurprijs van 400 euro per maand. Zou ik het nog kunnen? Mijn vader liet drie jaar geleden honderden platen achter in het appartement waar ik nu woon. Hij liet gelukkig ook borden en bestek achter.
Enkele dagen geleden kwam hij naar het appartement en plots besefte ik dat ik binnenkort wil verhuizen.
Op internet zocht ik naar co-housingmogelijkheden. Waar en hoe en wie. Het werd me al snel duidelijk dat dat niets voor mij is. “We zoeken een huisgenootje.” Ik word al mottig van dat verkleinwoord. Met mensen een woonkamer moeten delen. Samen op stap gaan. Neen, dat is niks voor mij. Dan liever 20 vierkante meter en een ongemeubelde ruimte.
De poëzie van Delphine Lecompte is gemakkelijk. Ik denk dat ik dat ook kan. In veel gevallen ben ik van mening dat dichters niets kunnen dat ik niet kan. Ze leggen de lat niet erg hoog. In Delphine Lecomptes plaats zou ik bijvoorbeeld nooit durven denken dat mijn poëzie het publiceren waard is. Maar Lecompte vond een uitgeverij die haar debuut wilde publiceren en nu heeft ze toch een beetje naam gemaakt. Voor wat dat waard is.
Ik bezocht het kunstenfestival van Watou. Voor de kunst doe ik dat niet per se. Gelukkig was het mooi weer die dag. En voor de rest is het gewoon heel ver. 140 kilometer. Twee uur met de auto, drie uur met de trein. Dat is veel gevraagd. Dan is het maar beter goed. Nu google ik dichters en kunstenaars die er tentoonstelden. Daar zit hier en daar werk bij dat me aanspreekt. Werk dat me ook aanspreekt is dat van Jock Sturges. Die stelde niet tentoon in Watou, Jock Sturges is een Amerikaanse fotograaf. Ik zou wel een boek van hem willen kopen, maar zo’n boek is obsceen duur. En in de bib hebben ze zijn boeken niet.
Ik kan niet wachten om het debuut van Vincent Merckx te lezen. ‘De man die niet schoot’. Ik ken hem niet persoonlijk, maar tien jaar geleden schreef hij net als ik recensies voor goddeau.com. Zijn muzikale domein was metal. Daarna had hij een blog en maakte hij zijn ambitie als schrijver kenbaar. Mijn belangstelling was gewekt. Nu is het boek af en het wordt uitgegeven door uitgeverij Lannoo. Ik ben onder de indruk. Vincent Merckx heeft een uitgeverij gevonden. Dat is op zich al een prestatie.
Het wordt nog een lange dag. Misschien ga ik een koffie drinken. Maar eerst moet ik nog ontbijten. Daarom ga ik nu naar de Aldi voor yoghurt.

dinsdag 15 augustus 2017

The Divine Comedy op het Paleizenplein

Ik ben al 15 jaar een echte fan van The Divine Comedy, het éénmansgezelschap van de Ier Neil Hannon. Aan het begin van deze eeuw las ik voor het eerst over de groep in een Humo-artikel van, of all people, Serge Simonart. Serge was een fan en dat stak hij in zijn gekende stijl - hij is zelf steeds alomtegenwoordig in zijn artikels - niet onder stoelen of banken. Mijn interesse was wel gewekt en als 15-jarige verleende ik een oor aan het toen pas uitgebrachte ‘Regeneration’, een Divine Comedy-album dat wat afweek, maar dat wist ik toen nog niet, van zijn zes voorgangers in die zin dat het minder ‘barok’ en meer gestroomlijnd klonk. Ik had nooit eerder zulke theatrale, breed gearrangeerde, tongue-in-cheeck popmuziek gehoord en was meteen verkocht. ‘Regeneration’ was heel belangrijk voor mij en ik zal die plaat altijd als een ankerpunt in mijn muzikale ontdekkingstocht blijven beschouwen. Het is een plaat die ik zoveel gedraaid heb dat ik ze van voor naar achter en van achter naar voor ken. Dat werd opnieuw duidelijk toen ik gisteren op het concert probleemloos ‘Bad Ambassador’ kon meelippen.
The Divine Comedy lijkt nooit populairder te zijn geweest dan anno 2017. Zijn laatste, nochtans wat tegenvallende, plaat ‘Foreverland’ doet het goed, het zou zelfs weleens kunnen dat er een single uit dat album in low rotation op Radio 1 wordt gedraaid. Vooralsnog blijft The Divine Comedy echter een band voor ‘connaisseurs’ en een heel breed publiek zal Hannon nooit bereiken. Gelukkig maar! Zijn muziek is veel te verfijnd en te mooi om door de speakers van een supermarkt te weerklinken.
Onmiddellijk werd ook voor de niet-connaisseur duidelijk dat The Divine Comedy een band met een ‘edge’ is. Neil Hannon betrad het podium in Napoleon-kostuum - epauletten, rijbroek, hoge laarzen, bijpassende hoed, echt alles erop en eraan - en ook zijn backing band was in antiek kostuum. Het publiek genoot, gegrinnik gonsde over de hoofden. Neil Hannon is behalve een getalenteerde singer-songwriter ook een acteur-komediant van het zuiverste water die in zijn teksten heel wat personages opvoert. Een bankier bijvoorbeeld - “Is er een lid van de Europese Commissie aanwezig? Spits dan uw oren.” - in het monkelende ‘The Complete Banker’ (“So I caused the second great depression, what can I say? I guess I got a bit carried away. If I say I'm sorry, will you give me the money?”). In ‘Napoleon Complex’ en ‘Catherine The Great’ bezingt hij dan weer historische figuren uit het oude Europa, een andere dada van Hannon; een man die trouwens ook niet terugdeinst voor een literaire referentie meer of minder, getuige daarvan ‘The Booklovers’, een nummer dat bestaat uit niet veel meer dan een opsomming van al zijn favoriete negentiende-eeuwse auteurs. Dat hij het Brusselse publiek in het Frans kon aanspreken, was ongetwijfeld ook iets waar hij van genoot.
Na een eerste ronde met nummers uit de twee meest recente platen, was het tijd voor een eerste greep uit misschien wel zijn twee beste albums ‘Fin de siècle’ en ‘Casanova’. Vooral die laatste plaat mag gerust bestempeld worden als een britpop-classic en is essentieel om The Divine Comedy te kunnen begrijpen. Het statige ‘Sweden’ passeerde, gevolgd door het uptempo ‘Generation Sex’. Verderop kregen we ook nog publieksfavoriet en doorbraaksingle ‘Something For The Weekend’ uit ‘Casanova’ en een heerlijk euforisch, door het publiek meegepa-pa-paat ‘National Express’. Tegen dan had Hannon trouwens een kostuumwissel ondergaan en droeg hij een maatpak terwijl hij - très je ne sais quoi - op een paraplu leunde als was het een wandelstok.
Halverwege zakte het concert een heel klein beetje in met het nochtans prachtige ‘Our Mutual Friend’ en het melancholische ‘A Lady of a Certain Age’, twee nummers die de vaart wat uit de set haalden. Hannon leek dat te beseffen want hij spoorde eenieder die aan een toilet break toe was aan om nu te gaan, nu het even kon vanwege die lange outro’s. ‘Our Mutual Friend’ wordt op plaat begeleid door strijkers, maar werd tijdens dit concert .in een accordeonjasje gestoken. Dat pakte niet helemaal goed uit, omdat de accordeon de statige strijkers niet kon evenaren. Niettemin bleef het nummer - hele mooie tekst trouwens - probleemloos overeind.
In het tweede deel van het concert werd het tempo opgedreven. Hannon die regelmatig op zijn uurwerk keek als om te checken hoe lang hij nog mocht doorgaan van de organisatoren, wat hij zich ook luidop afvroeg, had er zichtbaar zin in en knalde er nog ‘Becoming More Like Alfie’ en ‘At The Indie Disco’ tegenaan. Dat laatste nummer kreeg ook nog geheel onverwacht een New Order’s ‘Blue Monday’-intermezzo mee, wat door het wat oudere publiek op gejuich werd onthaald.
Afgesloten werd er met het bezwerende ‘Tonight We Fly’ en een tevreden publiek bekloeg zich niet dat er geen tijd meer was voor een bisronde. Aan het merchandise-standje kocht ik een TDC-totebag en blijgezind liep ik naar Brussel-Centraal.
Het was een gedenkwaardige avond.

woensdag 9 augustus 2017

Tijger verscheurt minister

Vannacht in een droom stond ik met mijn broer naast een kleine weide - géén kooi - waarin een tijger gevangen werd gehouden. Deze weide was vrij oppervlakkig afgezet met houten planken en de tijger zou in staat moeten geweest zijn om te ontsnappen. Het dier leek echter te tam om een ontsnappingspoging te ondernemen. Toch was ik niet op mijn gemak in de nabijheid van deze tijger.
Het zou kunnen dat er al eerder mensen gepasseerd waren maar plots stond federaal minister van justitie Koen Geens naast ons. Bleek dat Koen "gene gewone" Geens om zijn bestemming te bereiken - het parlement? - door deze weide moest lopen. Wij verklaarden hem natuurlijk gek, zijn onderneming was levensgevaarlijk, hij zag die tijger toch ook? Geens vroeg ons echter doodleuk om het dier af te leiden, zo kon hem niks overkomen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Geens leek goed op weg om veilig de weide over te steken, tot 's werelds gevaarlijkste katachtige hem in de mot kreeg en naast hem opdook. In plotse doodsangst slaagde Geens er toch in om de overkant van de weide te bereiken en hij tuimelde letterlijk over het hek. Hij kwam er vanaf met enkele schrammen, nogal wat vegen op zijn kostuum en met de schrik van zijn leven.
Zo kon het wel weer met de waanzin, vonden wij, maar daar stond plots PS-voorzitter Elio Di Rupo naast ons. Anders dan de bedaarde Geens maakte Di Rupo een gejaagde, bijna geïrriteerde indruk. Hij moest en zou ook die weide oversteken, alsof hij daarmee nog de meubelen zou kunnen redden voor zijn partij.
Impulsief klom Di Rupo over het hek en ging hij op weg naar de overkant. Hij leek zich daarbij veel te weinig bewust te zijn van het werkelijke gevaar dat de tijger vormde. De tijger viel Di Rupo bijna onmiddellijk in de flank aan en smeet het PS-boegbeeld meedogenloos tegen de grond. Di Rupo vocht voor wat hij waard was, maar het was duidelijk dat hij aldoende zware verwondingen opliep. Toen de tijger zich van hem afkeerde, bleef Di Rupo roerloos liggen. Hij zag er verschrikkelijk uit, bloedend en met gescheurd wit hemd. Maar hij was niet dood.
In paniek besefte ik dat ik een ambulance moest bellen, en wel onmiddellijk, hier stond een mensenleven op het spel. Ik belde 112 en kwam daar tot mijn verbijstering in een wachtrij terecht. "Even geduld, al onze medewerkers zijn momenteel in gesprek, wij helpen u zo dadelijk verder." Dat ging zeker twee zenuwslopende minuten zo door.
Plots doken er twee mannen naast ons op en zij zeiden dat er een vliegtuig op komst was om Di Rupo te repatriëren. Hij zou naar New York worden overgevlogen alweer men hem zou opereren. Dat maakte indruk op mij en ik weet nog dat ik bij mezelf dacht dat die Di Rupo toch wel zijn weg kende in de wereld. Geopereerd worden in New York, daarvoor zou ik wel nooit belangrijk genoeg zijn.

zaterdag 5 augustus 2017

Streng voor nieuwe muziek

Ik word steeds strenger in mijn beoordeling van nieuwe muziek. Vlaamse bands krijgen van de Vlaamse pers bijna standaard drie sterren op vier voor elke nieuwe plaat en ik begrijp dat vaak niet goed. Als je naar zo'n plaat luistert, zal immers opvallen hoe middelmatig die eigenlijk is, hoe je die nummers niet kan onthouden en hoe je na een maand moet vaststellen dat het alweer twee weken geleden is dat je die plaat nog beluisterd hebt en dat je er sindsdien niet eens meer aan gedacht hebt, dat er intussen alweer een andere Belgische plaat drie op vier sterren heeft gekregen.
Ik interpreteer die drie op vier sterren dan ook eerder als een provincialistisch duwtje-in-de-rug dan als een echte beoordeling, want zo kan je bezig blijven. Een Balthazargroepslid kan uitbrengen wat hij wil, voor minder dan driesterrenrecensies hoeft hij niet te vrezen (getuige Warhaus dat bejubeld werd, iets wat ik wederom totaal niet begreep).
Ik luisterde ook naar de nieuwe plaat van het Belgische DVKES - meestal staat ook nog de provinciestad vermeld waar de groepsleden vandaan komen - dat ik enkel maar van naam kende en al vanaf het eerste nummer vroeg ik me af waarom die mensen het überhaupt nodig hadden gevonden om hun nummers op plaat te zetten en hoe het mogelijk was geweest om een platenmaatschappij te vinden die dat wilde uitbrengen. In datzelfde genre (Arctic Monkeys-gitaarmuziek) zijn er namelijk oneindig veel betere nummers geschreven, door oneindig veel andere groepen. Ik ging dus eens kijken wat daar op internet over te lezen viel. Enthousiaste kritieken van mensen die al jarenlang wekelijks cd's recenseren, mensen die toch geen stront in hun oren hebben, zou je dan denken, mensen wier oordeel iets waard is. Niet (meer) dus. Ze zouden het blijkbaar nooit (meer) over hun lippen kunnen krijgen dat Belgische groep x of y een erg middelmatig, overbodig, album gemaakt heeft, dat hetzelfde album al door een Britse of Amerikaanse groep gemaakt is, maar dan wel tien keer beter.
En zo zijn er nog een hoop voorbeelden. Ik luisterde naar Brihang, een rapper/poëet uit Knokke. Hij heeft een plaat uitgebracht en laat daarop wel een 'eigen geluid' horen. Maar is die plaat zo sterk, ga je ervoor zitten en grijp je er later nog naar terug? Als je de recensenten moet geloven wel, als ik mezelf moet geloven niet. Hij krijgt hele positieve recensies en ik begrijp dat recensenten dol zijn op zijn 'eigen sound', maar de plaat zelf is niet wat je noemt all killer no filler. Twee op vier. Maar hij krijgt drieënhalf op vier. Kan enkel maar als duwtje in de rug bedoeld zijn.
Het is zoals in de sportjournalistiek: journalisten zijn vaak grote fanboys. Ze zijn welwillend om alles de max te vinden. Op 'muziekblogs' is het uiteraard eveneens van dattum. School Is Cool was Belgische Arcade Fire, maar men zou dan spreken van 'invloeden' en er toch weer drieënhalf sterren op vier tegenaan knallen. Maar die groep is misschien niet het beste voorbeeld. STUFF. wordt de hemel in geprezen, Oscar & The Wolf is internationale klasse, euh, de vreselijk matige debuutplaat van Noëmie Wolfs, hopla, drie sterren op vier. Welja, zo blijf je bezig. Voor een nieuwe plaat van dEUS leggen we het land stil. Dat die groep haar zin voor avontuur al lang kwijt is en tegenwoordig vreselijk gepolijst klinkt heb ik nergens gelezen. Maar het zijn vooral de beginnende groepen die steeds op een piëdestal worden gezet. Compact Disk Dummies (oor in oor uit). Warhola (niks speciaals - springt gewoon mee op de internationale trein van de 'blanke r'n'b' - urgh). Het verhaal Selah Sue (tja). The Black Box Revelation, The Bony King of Nowhere, misschien niet slecht gedaan allemaal, maar liever één écht straffe plaat om de vijf jaar dan drie redelijke platen, denk ik dan. Beter één keer 9 op 10 dan drie keer 7 op 10. Maar ik begrijp ook wel dat onze overvolle festivalagenda erom smeekt dat je bijna jaarlijks nieuwe muziek uitbrengt. Muzikanten halen hun geld uit optredens, niet uit cd-verkoop.
Ik kan bezig blijven. Heel veel Belgische platen zijn matig en hebben enkel maar bestaansrecht door onze provincialistische mentaliteit en bij gratie van fanboys die eender wat een 7 op 10 zouden geven.
Ik ben niet onschuldig: ik heb tien jaar geleden zelf nog cd's gerecenseerd en ik weet waarover ik spreek. Die welwillendheid was er van mijn kant ook. Ik was positief over cd's die ik inmiddels allemaal naar het Spit heb gebracht wegens totaal middelmatig en bijgevolg niet toevallig totaal in de vergetelheid terechtgekomen zijnd.
Ik beluister nu heel wat cd's pas een half jaar nadat ze zijn uitgekomen. Zo kan ik eerst de recensies lezen en wanneer niemand nog over de betreffende plaat spreekt zelf een oordeel vellen. Op de meeste van die cd's staan twee, maximum drie, echt goeie nummers en die voeg ik dan toe aan mijn Spotify-afspeellijst. Van één heel goed nummer kan ik ook gelukkig worden.

dinsdag 1 augustus 2017

Aandacht trekken

Het lijkt wel of we ons bij bijna alles wat we ondernemen automatisch de vraag stellen hoe we er op sociale media over kunnen communiceren. Alsof dát van groot belang is. De eigenlijke activiteit wordt bijna ondergeschikt aan de drang om erover te communiceren. Het geeft meer voldoening om te kunnen bewijzen dat je op Tomorrowland bent, dan om er te dansen op de muziek
Ik lijd ook aan dit fenomeen. Ik probeer op Facebook de aandacht te trekken en wil me laven aan blijken van appreciatie, al is het dan maar voor mijn zeer kleine publiek. Eigenlijk voel ik me eenzamer dan ik wil toegeven, is daaruit mijn eerste conclusie.
Ik typ momenteel een dagboek van mijn moeder uit 1988 over, waarin ze beschrijft hoe ze de weken beleefde die ze met mij in het ziekenhuis doorbracht toen ik als anderhalfjarige verschillende operaties onderging omdat ik een hersentumor had.
Ik typ dus dat dagboek over dat mij een inzicht geeft in hoe mijn moeder die periode beleefde. Bij momenten is dat ontroerend: de opluchting als blijkt dat ik niet verlamd ben, de vreugde wanneer ik van het infuus word verlost en weer vast voedsel kan eten. Mijn moeder hield van mij, gaf om mij, en dat 'pakt' mij nu ik dat zo zwart op wit lees.
Maar terwijl ik dat dagboek overtyp, vraag ik me al af hoe ik bepaalde fragmenten eruit zou kunnen 'delen'. Want om een of andere reden vind ik dat mijn Facebookvrienden deelgenoot mogen worden van dingen die mijn moeder schreef in een tijd waarin er van al dat pathetische gedeel nog helemaal geen sprake was. Mijn moeder schreef dat niet voor een publiek, maar enkel voor zichzelf. In 1988 deden mensen zo'n dingen nog, toen was dat nog normaal. Nu zou men misschien zeggen dat je informatie 'achterhoudt'. Zo ver zijn we. Een moeder wier baby nu twee maanden in het ziekenhuis ligt, begint waarschijnlijk een blog.
Maar ik voel dus zelf ook die drang om persoonlijke informatie te delen. Waarom toch? Denk ik daarmee de aandacht te kunnen trekken en waarom heb ik die aandacht nodig? Volstaat het dan niet dat ik zelf dat dagboek lees? Vind ik dat mijn 37 Facebookvrienden per se moeten weten dat ik een hersentumor heb gehad? Wil ik door die informatie te delen de boodschap uitsturen dat er 'redenen' zijn waarom ik ben wie ik ben? Is het delen van dergelijke persoonlijke informatie - via mijn moeder dan nog - een manier om me als een 'slachtoffer van het leven' te presenteren? Wil ik applaus omdat ik ondanks de hersenschade toch een vrij normaal leven leid? Of is het dat alles bij elkaar? Of is het nog iets anders? Bekritiseer ik aandachtshoeren terwijl ik er zelf een ben?
Veel vragen met onduidelijke antwoorden. Ik ben bijna 'blij' - zo erg is het - dat ik toch nog over de kritische reflex beschik om die vragen te stellen. Ik zet dus geen enkele zin uit dat dagboek op Facebook (andere sociale media gebruik ik niet, en dat heeft ook een reden).
En ik ga de vraag beantwoorden waarom ik overwoog om passages uit dat dagboek online te zetten. Naar aandacht en appreciatie verlangen is oké, maar het moet geen verslaving worden. Toch niet voor mij.

maandag 3 juli 2017

Balorigheid

Balorig. Opstandig. Onwillig. Dwars. Het zijn vier prachtige woorden uit de Nederlandse taal. Niet in het minst natuurlijk vanwege hun krachtige betekenis. Ik stuitte op deze vier gelijkaardige persoonlijkheidskenmerken bij VanDale.nl, waar ik wat synoniemen voor ‘balorigheid’ hoopte te sprokkelen. Ik werd allesbehalve teleurgesteld en voel dan ook geen enkele aandrang om nog ooit van m’n leven een balorige of opstandige, dan wel een onwillige of dwarse houding aan te nemen jegens de Van Dale Uitgeverij. Nee, die kan nu niks meer verkeerd doen voor mij.
Ik informeerde me over het woord balorigheid omdat ik aan de hand van dat specifieke woord deze tekst wil schrijven. Rekto:verso #75 heeft als titel ‘Het grote emoticon’ meegekregen en het cultuurtijdschrift is van voor tot achter gevuld met beschouwingen over gevoelens - “noem het een cartografie van meer of minder verdrongen emoties” - geschreven door theatermakers, auteurs, academici en andere mensen uit de brede culturele sector. Allemaal even interessant vind ik het niet en 95% van wat ik eruit lees ben ik onmiddellijk weer vergeten, maar het is een hele mooie uitgave en het is prettig om het tijdschrift van voor naar achter te lezen dan wel doorbladeren, alfabetisch als ze gerangschikt staan, de beschreven emoties.
Nu heb ik zelf het plan opgevat om teksten over een aantal beschreven emoties te schrijven. Omdat ik benieuwd ben waar dat toe zal leiden. En om bezig te blijven.
Balorigheid dus. Een heel mooi woord, maar als de eigenschap nadrukkelijk in je karakter naar voor komt, dreigen er al gauw moeilijkheden. We lopen immers graag in de pas, we knikken liever ja en gaan overal in mee. Want alles is leuk en iedereen is blij, hoezee! Wel, in een dergelijke zo goed mogelijk door marketeers vormgegeven, vooralsnog onbestaande, schijnwereld ga ik me al gauw, zij het op een vredevolle manier, balorig gedragen. Zo word ik opstandig wanneer ik zie hoe mensen op elk schijnbaar doods moment - en zo zijn er duidelijk heel veel! - naar hun smartphone grijpen. Ik vind het geen gezicht, hoe ze daarmee in het openbaar een enorme collectieve onaanspreekbaarheid tentoonspreiden en quasi onverschillig een slechtgebouwde muur rond zich optrekken. ‘Ik tokkel op mijn smartphone, niet storen, a.u.b.’ Zo wil ik zelf van m’n leven niet worden en dus rest mij enkel het pad der dwarsheid. Sowieso gebeurt het niet zo vaak dat de massa en ik voor dezelfde dingen, vaak gadgets, belangstelling tonen. En bovendien is er helemaal niks mis met eens een doods moment zo nu en dan. Ik denk dat veel mensen er zelfs deugd van zouden hebben. Eventjes tot rust komen, de sociale media eventjes laten voor wat ze zijn. Een half uur lekker dwars uit het raam staren op de bus, terwijl de rest neurotisch verdertokkelt.
Ik weet natuurlijk dat een smartphone op zich een fantastisch instrument is en dat het tal van zaken kan vereenvoudigen omdat het zo veel mogelijkheden biedt. Ik ben onwillig om dat te ontkennen, de feiten zijn wat ze zijn. Maar de collectieve ‘soumission’ aan dit zaligmakende gadget gaat me veel te ver. Ik reageer als vanzelf balorig op al dat gedweep, kom in opstand tegen die massapsychose, schreeuw het uit van onbegrip, schrijf het neer uit ergernis, bekritiseer het uit maatschappelijk engagement, onwillig als ik ben om zelf zo’n verblinde tokkelaar met duimpijn te worden. Mij maken ze geen slaaf van de smartphoneterreur. Zolang ik nog kan, zal ik dwars doen en me balorig gedragen. Daarom ook durf ik zonder complexen nog enkele ongemakkelijke kwesties op tafel te gooien. Hoe zit het bijvoorbeeld met de duizenden suïcidale Chinezen die in erbarmelijke, mensonwaardige omstandigheden onze toestelletjes in elkaar zitten te vijzen, zo’n twaalf uur per dag, zo’n zes dagen per week? En moeten we daar ook niet eens wat aan gaan doen middels bijvoorbeeld een Avaaz-campagne? In de fabrieken waar die mensen werken worden, echt waar, tal van maatregelen genomen opdat zelfmoord plegen vrijwel onmogelijk zou worden. Ik was verbijsterd toen ik dat vernam. Stel je zoiets hier eens voor. Wij, met onze 38-uren werkweek en onze sluimerende burn-out.
Het zou van balorigheid op wereldschaal getuigen indien we in het verwende westen met z’n allen onze eigen smartphone in elkaar zouden vijzen. Dat Apple ons eens leert hoe dat moet. Dáár sta ik alvast niet onwillig tegenover

zondag 2 juli 2017

Angst

Ik ben bang voor.. Ik heb schrik om.. Ik vrees dat.. Mijn (grootste) angst is dat..
Ik denk dat bang zijn niet zo erg is als angstig zijn.
Angstgevoelens leunen aan bij een staat van paniek, terwijl schrik eerder aansluit bij ongerustheid. Ik kan de bal misslaan met deze definiëring, maar voor mij voelt het juist aan om angst ernstiger te nemen dan schrik. Angst is een medische term, als ik me niet vergis. Daarom alleen al lijkt elk angstgevoel enigszins alarmerend.
Ik heb angst om te falen, ik ben bang dat ik zal falen. Aan het angstgevoel lijkt een geschiedenis van hele of halve mislukkingen vooraf te gaan en wanneer men dan (opnieuw) faalt, heeft het (zware) psychologische gevolgen. Bang zijn lijkt zich dan weer eerder op het moment zelf voor te doen. Er is weinig of geen voorgeschiedenis en mocht datgene wat men wil ondernemen maar waarvoor men bang is inderdaad slecht aflopen dan zal dit minder psychisch leed veroorzaken. Schrik als het zwakkere broertje van angst. Angst als het krijsende zusje van de huilbaby schrik.
Ik zou mezelf zonder gêne een bange mens durven te noemen. Ik denk dat het leven constant op de loer ligt om mij de duvel aan te doen. (Niet dat het leven daar actief mee bezig is, nochtans, want het leven leeft niet, eigenaardig genoeg.) Ik heb er absoluut geen vertrouwen in. Hoe kan je anders uitleggen dat het leven een vrolijk en gezond meisje van negen jaar oud geen herkansing geeft wanneer zij in één futiele seconde van de weg wordt gemaaid door een onoplettende chauffeur? Voor zoiets is geen verklaring, op welke god je je ook wil beroepen. En neen, een herkansing krijg je niet, zelfs niet wanneer je een vrolijk, jong meisje van negen jaar bent voor wie alles nog moest beginnen. Het leven is een oerkracht waarvan de mens het nooit kan halen, hoezeer hij ook probeert, hoe graag hij ook wil. Of om uit het prachtige ‘Punk is dood’ van Gorki te citeren: “Het leven is hard en dan ga je dood, in weze is het simpel”
Ik ben een bange mens, ja, zelfs in die mate dat ik nauwelijks op het gaspedaal van het leven durf te duwen. Naar mijn gevoel sta ik vooral op de rem en dat stemt me niet vrolijk. Maar is het angst? Het zou best wel kunnen.
Faalangst heb ik zeker, in grote mate zelfs. Angst om een instructie niet meteen te begrijpen en een handeling verkeerd uit te voeren terwijl de instructeur erbij staat. De geërgerde instructeur, maak ik daarvan in mijn hoofd. De instructeur die bij zichzelf denkt: ik doe het al gauw zelf want die kluns kan het niet - is hij zo traag van begrip of is hij niet goed bij zijn verstand? De angst om een handeling verkeerd of op een rare manier uit te voeren zit er bij mij heel diep in en dat is niet helemaal verwonderlijk, al zeg ik het zelf. Ik heb een zwak ruimtelijk inzicht waardoor ik bijna alles wat nieuw voor mij is als een bedreiging of een obstakel ervaar. Toon mij één keer hoe ik met een mij onbekend computerprogramma moet werken en ik heb er niks van begrepen. En met niks bedoel ik bijna niks. Kijken is iets anders dan begrijpen. Bij heel wat mensen vallen die twee dingen samen, maar niet bij mij. En dat zorgt voor veel stress en faalangst, niet in het minst omdat men van jonge (hoogopgeleide) mensen verwacht dat ze alles meteen begrijpen.
Het is in feite mijn onvermogen om gemakkelijk instructies te begrijpen dat aan de basis ligt van een groot verdriet. Een groot verdriet dat de voedingsbodem vormt voor frustratie, cynisme en zelfverachting. Het is vervolgens die zelfverachting die me belet om mezelf serieus te nemen, en iemand die zichzelf niet serieus kan nemen kan nooit 100% serieus met iets bezig zijn. Zeker nu ik na een aantal recente gebeurtenissen weer minder goed in mijn vel zit, beschouw ik mezelf als een slechte grap op twee benen. En ja, ik houd mezelf dan wel voor dat dat níét zo is, dat ik dat níét ben, een slechte grap op twee benen, maar het lukt me niet om mezelf te overtuigen.
Zo bekeken zit de angst er diep in. De angst voor (meer) verdriet. Het wil al weleens helpen om erover te spreken of desnoods te schrijven. Omdat het dan aanvoelt alsof ik een grap vertel.

zondag 25 juni 2017

"Arbeiders, welkom in België"

In 1964 liet het Belgische ministerie van Arbeid en Tewerkstelling in Marokko een brochure verspreiden: 'Vivre et travailler en Belgique'.
'Arbeiders, welkom in België!
U denkt eraan in België te komen werken? Wellicht heeft U reeds de 'grote beslissing' genomen? Wij, Belgen, zijn verheugd dat U aan ons land de bijdrage van uw arbeidskracht en en uw intelligentie komt leveren.
Uitwijken naar een land dat onvermijdelijk van het uwe verschilt, brengt enkele aanpassingsproblemen met zich mee. Deze aanvankelijke moeilijkheden zullen veel vlotter overwonnen worden indien U een normaal leven, dit wil zeggen een familiaal leven leidt. België is een land waar de arbeid goed beloond wordt, waar het comfort op een hoog niveau ligt, vooral voor hen die in gezinsverband leven. [...] In elk geval willen wij U nogmaals verzekeren: de arbeiders uit streken van de Middellandse Zee zijn welkom onder ons in België.'
...
Hier valt heel veel over te zeggen.
Wij Belgen waren 'verheugd' dat Marokkaanse arbeiders hier zouden komen werken. Ik betwijfel echter sterk of men bij 'wij Belgen' te rade is gegaan vooraleer men die boodschap ging verkondigen. Eens het zover was reageerden 'wij Belgen' immers behoorlijk vijandig en dik 50 jaar later is de situatie nog steeds bijlange na niet in orde. 'Wij Belgen' zouden nu alleszins wel twee keer nadenken vooraleer brochures te gaan verspreiden in Marokko!
Men heeft zich niet of onvoldoende de bedenking gemaakt wat het concreet inhoudt wanneer mensen uit een ander land (of een andere cultuur) naar hier verhuizen. Ja, men voorzag expliciet 'problemen' en 'moeilijkheden', maar heel naïef dacht men dat deze zouden worden opgelost wanneer vrouw en kinderen meekwamen naar hier. Kennelijk heeft men geen rekening gehouden met een scenario waarin gezinshereniging géén oplossing bleek te bieden voor die voorziene problemen en moeilijkheden. Men heeft zich blijkbaar over het algemeen niet beziggehouden met een integratieplan. Hoe dom! Hoe vreselijk dom!
Voor men in Marokko brochures ging verdelen, had men trouwens al ervaring met Italiaanse gastarbeiders. Die hadden zich vrij vlot aangepast, dus met die Marokkanen zou het ook wel loslopen. Wat een foute inschatting! Christelijke Italianen kwamen in christelijk België terecht, daar lag een zeer belangrijke overeenkomst. Dat Marokkanen geen christenen zijn en de consequenties die dat met zich zou meebrengen, heeft men wellicht nooit goed in rekening gebracht. Men moet kinderlijk naïef zijn geweest op het ministerie van Arbeid en Tewerkstelling anno 1964. Een immens gebrek aan kennis over de wereld en zijn verschillende volkeren.
Dus, kan een mens zich afvragen: waarover zitten 'wij Belgen' in feite te zagen als we weer eens niet akkoord gaan met het doen en laten van onze Marokkaans-Belgische landgenoten? 'Wij Belgen' kennen onze eigen geschiedenis niet - dat is écht erg - en 'wij Belgen' zijn 'de Marokkanen' gaan hálen. En 'wij Belgen' hebben van bij het begin verzuimd om voor die eenvoudige arbeiders een integratietraject te voorzien. Nu denken 'wij Belgen' dat 'de Marokkanen' gekómen zijn. Fout!
Bovendien, en niet onbelangrijk: men was in Marokko op zoek naar laaggeschoolde arbeiders, niet naar professoren. Kan je het zo'n laaggeschoolde arbeider kwalijk nemen dat hij zelf niet bezig was met een of ander integratieplan? Die mens was al lang blij dat hij hier centen kreeg voor zijn werk. Het was in 1964 aan 'wij Belgen' om over integratie na te denken. En dat hebben we niet of onvoldoende gedaan. Daarom moeten 'wij Belgen' eigenlijk niet zagen. We zijn onnozel geweest. Kinderlijk onnozel.

zaterdag 24 juni 2017

Kennelijk ben ik ongelukkig

Kleine dingen maken één groot
Erkentelijk voor wat komt aanwaaien
Niemand die ik liefheb is dood
Niemand gebiedt mij om haat te zaaien
En toch blijkt het moeilijk gelukkig te zijn
Leven is zinloos, frustrerend, langdradig
Ik houd niet van water bij mijn wijn
Ja, veel compromissen maken mij baldadig
Kleine dingen blijven overigens klein
Ben ik misschien ongelukkig geboren?
En is alles daardoor al bij voorbaat verloren?
Negatieve gedachten
In stilte wachten
Kon God maar eens iets van zich laten horen
Oh, hoe zou het zijn om te geloven?
Nergens aan twijfelen, het staat in een boek
Geluk in de hemel voor mij daarboven
En elfenhuisjes van peperkoek
Liefde als vanzelfsprekend gegeven
Urenlang bidden met een blij gezicht
Knielen uit dankbaarheid voor mijn leven
Klaarwakker genieten van ‘t goddelijk licht
Ik luk er niet in, ‘t maakt me nogal nukkig
Geluk na te streven, 't maakt mij niet gelukkig

vrijdag 16 juni 2017

m/v/x

Op de arbeidsmarkt is men tegenwoordig even vaak op zoek naar een 'm/v/x' als naar een 'm/v'. Het is een tendens die ik in de media nog niet terugvind. In talkshows, heb ik vastgesteld, richten presentatoren zich vooralsnog uitsluitend tot de dames en de heren, de m's en de v's. De mensen die zichzelf als 'x' beschouwen, worden niet verwelkomd. Ik maak me sterk dat mediabazen zich daar bewust van zijn en dat er wordt nagedacht over hoe men die x-categorie moet aanspreken. Zelf heb ik niet meteen een suggestie. Misschien moet men daarvoor bij de x'en zelf te rade gaan. Maar eigenlijk wacht ik op de eerste politiek correcte m/v die de aloude en alomtegenwoordige formule "dames en heren" ernstig ter discussie stelt. Zou dat niet geweldig amusant zijn? En het zou nog veel mooier worden, mocht dit thema ook door onze politici worden opgepikt. Stel je voor, wekenlang gekissebis tussen zogenaamde progressieven en echte conservatieven over de plaats van de x naast de m en de v. Het idee alleen al. Fenomenaal. De val van een regering waard. Hier zit echt heel veel potentieel in, omwille van het feit dat een discussie als deze precies op maat is van onze Vlaamse politici. Het is dus enkel wachten op die politiek correcte m/v die het vuur aan de lont steekt. Ik ben er alleszins klaar voor.

zondag 4 juni 2017

Schattebol 6

Vóór ik journalistiek ging studeren wist ik totáál niet hoe ik iemand moest interviewen. Ik wist niet wat de goeie vragen waren, ik wist niet wat interessant was voor lezers en/of kijkers. Nee echt, ik wist totáál niet hoe ik zulks moest aanpakken. Ik dééd zomaar wat. Ik was in die tijd (grofweg tussen de derde week van september en de eerste week van oktober 2005) een ongeloóóflijk dómme jongen.
In die optiek was het een, en ik wik mijn woorden, überachterlijk idee, maar dan ook echt wel een überachterlijk idee van het Vlaamse dagblad De Morgen om uitgerekend mij, een jongeman van 18 die niet eens voor De Morgen wérkte, kun je nagaan, op 29 september 2005 naar Edegem te sturen om daar de laatste nog levende Belg te gaan interviewen die voet op de maan heeft gezet. Julien Verbeke landde met de Schattebol 6 op de maan in de nacht van 16 op 17 april van het jaar 1948. Inmiddels is Julien helaas overleden.
Anyway. Wat ik wilde zeggen is dus dat De Morgen mij, een domme 18-jarige zonder welke ervaring als journalist dan ook, gevraagd had om Julien Verbeke nog één maal te portretteren en hem nog één keer te vragen naar zijn avonturen op de man en zijn ruimtereis in de Schattebol 6, nog steeds Belgiës meest vermaarde ruimtetuig.
Ik ging naar Julien Verbeke met volgende vragenlijst.
(Opnieuw: dit is een vragenlijst die werd opgesteld door iemand die nog geen opleiding in de journalistiek had gevolgd, een opleiding die je wel echt nodig hebt om een goeie journalist te kunnen zijn. De vragen kunnen dus idioot overkomen. Niettemin: voor mij voelden ze op dát moment, op díé dag, enorm júíst.)
De vragen:
- De Waalse cinema boomt volop. Hoe kijk jij daar als gepensioneerde astronaut tegenaan?
- Zwitserland zit tsjokvol lekkere Zwitserse wijven. Kon je die zien vanuit de ruimte?
- Hoe oud was de oudste alien die je gekieteld hebt tijdens je expedities met de Schattebol 6?
- Aansluitend op de vorige vraag: vind je Aline een mooie naam voor een meisje of hoor je liever Mélanie?
- Hoe beoordeelde jij vanuit de ruimte de gezichtsuitdrukking van Bea Merckx, een 52-jarige kleuterleidster uit Kasterlee, wanneer zij in de klas weer maar eens geconfronteerd werd met een kindje met een kakbroek? Beoordeel haar gezichtsuitdrukking met een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor heel gepast en 10 voor heel ongepast.
- Viva bomma, patatten met saucissen! Jouw mening?
- Is de ruimte te ruim?
- Welk advies geef je aan studenten die op Erasmus gaan naar de maan?
- Aansluitend op de viva bomma-vraag. Je hebt nooit een café gehad. Waarom niet? Omdat het je niet interesseerde? (Waarom interesseerde het je niet, indien het je niet interesseerde?)
- Je hebt een dikke neus. Dat is een feit. Hoe kan je daarmee niet akkoord gaan?
- Je hebt ook nog deelgenomen aan het EK mijmeren in 1961, in Tiraspol, Moldavië. Was jij dat die daar brons pakte of was dat iemand anders die Julien Verbeke heette?
- Als jij mij op de maan mocht interviewen, welke 25 vragen zou je me dan stellen?
- Wordt astrologie een relatief begrip eens je tussen de sterren zoeft?
- Mannen komen van Mars, maar jij komt van de maan. Ben je daarvoor in behandeling?
- Je hebt een lijfgeur. Heb je zeep in huis?
- Toen de eerste Belg voet op de maan zette was het daar aan 't gieten, toen jij er was scheen de zon. Ben je dankbaar?
- Vind je het goed als ik je interview, als ik met woorden een portret schilder van je leven en werk?
- VT4 is de beste Vlaamse tv-zender. Hoe beoordeel jij dit in je hoedanigheid van gepensioneerd astronaut en hobbyklusser? Mogelijke antwoorden zijn: helemaal akkoord, eerder akkoord, eerder niet akkoord, helemaal niet akkoord of geen mening.
- Voorafgaand aan dit interview sprak ik met verschillende mensen uit je entourage. Geen van hen weet waar jij was op 14 maart 2000. Waar was je op 14 maart 2000?
- Zulte-Waregem is de ploeg van 't Stad. Juist of fout?
Bedankt voor dit interview.
Het artikel dat ik inleverde bij De Morgen werd niet gepubliceerd. Ik ben twee jaar later journalistiek gaan studeren om te leren welke vragen je wél moet stellen aan een gepensioneerde astronaut. Julien Verbeke nog eens opnieuw kunnen interviewen, dat was in feite de enige reden waarom ik die studie heb afgemaakt. Het is er helaas niet meer van gekomen om Julien te spreken. Hij had een neusoperatie niet overleefd. Ik heb later vernomen dat zijn as door zijn enige dochter uitgestrooid is op de maan.
Eind goed al goed.