dinsdag 21 juli 2015

Een van de mooiste meisjes

Enkele dagen geleden kwam ik een van de mooiste meisjes tegen die ik in afgelopen jaren heb leren kennen maar met wie ik nooit langer dan enkele minuten heb gepraat. Ook nu praatten we niet langer dan enkele minuten. We praatten waarschijnlijk hooguit één minuut. In die minuut stelde ik wel de vraag waarvan ik nooit had vermoed dat ik ze ooit zou stellen. Of ze eens iets met mij wilde gaan drinken. En ze wilde.
Ik verraste mezelf volledig met die vraag. Ik was al even verrast door haar antwoord, dat zonder aarzeling kwam.

Donderdag. Ik moet alle voorbereidingen treffen. Hoe je te gedragen wanneer je hebt afgesproken met een van de mooiste meisjes die je nog maar nauwelijks kent en met wie het dus nog (en dat klinkt zo fout) ‘spannend’ is? Wat is er belangrijker voor een jongen dan een goed figuur slaan tijdens een afspraak met een heel mooi meisje dat hij nog maar nauwelijks kent? Niks is belangrijker. Helemaal niks. Mooie meisjes zijn de allerbelangrijkste reden waarom ik wil leven. Echt de allerbelangrijkste. Mooie meisjes zijn de zon, de zee, het gras, de kleuren rood, geel en paars, dat allemaal samen. Een knuffel, een omhelzing, een kus, dat allemaal samen. Ze geven mij hoop en maken mij een beetje gelukkiger.

Ze lacht altijd. Niet luidop, maar haar gezicht lacht altijd. Niet haar mond, maar haar ogen lachen altijd. Ze heeft vaak last van nekpijn, maar ze lacht. Het gaat vanzelf, ze hoeft er niets voor te doen. Evenmin hoeft er iets voor te gebeuren. Ze gaat de deur uit en ze lacht. Alle jongens willen dat ze naar hen lacht. Misschien lacht ze ook naar alle jongens en mogelijk zaait ze daarbij heel veel verwarring.
Hoe zei ze het ook alweer in ons gesprek van één minuut? Ik zei dat het hopelijk nog steeds mooi weer zou zijn. Zij hoopte, en het zijn haar woorden, op een ‘zwoele avond’. Ze lachte en verwarde me.

Ik weet niet waarover ik met haar wil praten. Ik hoop het aan haar lach en haar ogen te kunnen overlaten. Die zullen woorden waarschijnlijk niet zo belangrijk maken.
Ik moet haar ogen in de gaten houden. Eén moment van onoplettendheid en haar ogen kunnen mijn pantser doorboren. En als dat gebeurt denk ik niet dat ik haar ooit nog durf te zien.

Gezien in Leuven: N-VA claimt Vlaamse Feestdag

Vandaag is/was het de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap, oftewel de Vlaamse Feestdag. Op zich een objectief gegeven waar ik niks op tegen kan hebben. Elk werelddeel, land, dorp, vriendengroepje mag voor mijn part een dag uitkiezen om jaarlijks een feestje te bouwen. Dus ook de regio Vlaanderen, de Vlaamse Gemeenschap.
Het woord 'Vlaanderen' lijkt dan wel besmet door zelfgenoegzame Vlaams-nationalisten, geen enkele politieke partij kan 'Vlaanderen' opeisen. Groen niet meer dan SP.A, N-VA niet meer dan Vlaams Belang. Want Vlaanderen als regio heeft weinig met politiek te maken, het is gewoon de naam van een bepaald stuk grond in België, ja, inderdaad, in België. Of in Europa, zo u wil. Of in de wereld.

Maar de politiek claimt de Vlaamse Feestdag wél. Met name (en onlogisch is het natuurlijk niet) de succesvolle partij N-VA.
Dat Geert Bourgeois een speech geeft, dat is doodnormaal, dat hoort bij zijn functie. Dat Bourgeois in die speech N-VA-standpunten binnensmokkelt, dat kan hem ook nog vergeven worden, daarvoor is hij politicus. Maar dat (en hoe) ik N-VA vandaag in Leuven zag, heeft me toch een beetje verrast.

Want wat zag ik in de drukste winkelstraat van Leuven, de Diestsestraat? Mensen in N-VA-t-shirt die vlijtig N-VA-ballonnen aan buggy's vastknoopten. Buggy's vooral van mensen met 'een kleurtje', buggy's van allochtone vrouwen (sommigen met hoofddoek) die waarschijnlijk (maar dat kan je natuurlijk nooit zeker weten) geen speciale sympathie hebben voor N-VA (of voor eender welke andere Vlaamse partij); vrouwen die misschien totaal niet bezig zijn met onze politiek, misschien niet eens een benul ervan hebben. (Omdat ik in Leuven regelmatig met allochtonen in contact kom, weet ik dat veel van die mensen onze nationale (of Vlaamse) politiek inderdaad nauwelijks volgen. In het bijzonder heb ik vrouwen uit moslimlanden nog nooit op veel kennis van ons politiek landschap kunnen betrappen. ‘N-VA’ is voor zo’n mensen gewoon een lettercombinatie zoals ‘ABC’.)

(Ik zag één blanke vrouw een buggy met N-VA-ballon voortduwen. Ik zag ook een aantal blanke vrouwen - ik ben daar inderdaad wel eventjes blijven staan - die niet ingingen op het aanbod van de N-VA’ers om een ballon aan hun buggy te hangen. Sommige kinderen liepen door de straat met de ballon gewoon in de hand.)

N-VA was dus op straat gekomen om het Feest van de Vlaamse Gemeenschap te vieren, al zou je het ook 'kapen' kunnen noemen. En dat deed de partij heel slim - het lijkt me immers nogal logisch dat ze bij N-VA precies dezelfde analyse kunnen maken als die die ik hierboven heb gemaakt - door enkele (waarschijnlijk) onwetende mensen te 'misbruiken' om zo op een leuke manier de boodschap door de winkelstraat te laten zweven. Ik moet toegeven dat ik dat van hun goed georganiseerde marketingcel weer een erg clever idee vond. N-VA is met lengtes voorsprong de politieke partij die het aantrekkelijkst (en het meest) communiceert. Vandaag liet N-VA dus uiteraard de kans niet liggen om een klaargelegde bal voor open doel binnen te tikken. N-VA de gezellige Vlaamse familiepartij. Met ballonnen voor kinderen. En, opdat niemand nog iets in die richting zou kunnen suggereren, ook met ballonen voor kinderen van allochtone origine. (N-VA is inderdaad totaal niet xenofoob, in tegenstelling tot wat sommige onredelijke N-VA-haters beweren.)

Andere Vlaamse partijen hadden in feite even veel (of even weinig) recht om zich vandaag in het straatbeeld zichtbaar te maken. Maar ze waren er niet. Alsof het logisch is dat 11 juli 'voor de N-VA' is, terwijl daar eigenlijk geen logica in zit. Dat N-VA die dag probeert te claimen is natuurlijk wél logisch. Onder het motto: we kunnen het maar proberen. Maar opnieuw: N-VA kan de Feestdag van de Vlaamse Gemeenschap in principe niet méér opeisen dan bijvoorbeeld Groen. De ene Vlaming is niet méér Vlaming dan de andere. De ene hecht er wel meer belang aan dan de andere.

Maar dat leek allemaal niet belangrijk in de winkelstraat. Ik zag niemand zijn wenkbrauwen fronsen, mensen kuierden rustig verder. Er was hoegenaamd geen politiek dimensie in het straatbeeld aanwezig. Er was gewoon de zon en een kind in een buggy met een gele ballon.

donderdag 25 juni 2015

Regen (sonnet)

hij wast zich in een bad van misschien nog geen meter breed
behendig slaagt hij er in zich schoon te sproeien
het omhoog houden van de douchekop gaat hem weliswaar vermoeien
maar als hij zich weer aankleed is dat het eerste wat hij vergeet


zijn haren zijn nog nat nu, zo kan hij niet naar buiten
de moed zakt hem in de schoenen, de onverschillige wind is kil
eind juni hoeft er niks, alleen de zon is wat hij wil
de regen houdt hem tegen, maar de winkel zal gaan sluiten

misschien heeft hij zich verbeeld dat er een paraplu stond in de gang
vol walging ziet hij daarin het bewijs dat god niet bestaat
maar dat en dat het regent is nu van generlei belang

hij was van plan te kopen een krop sla en een tomaat
de fles shampoo in zijn hand was een impulsaankoop, is hij bang
hij zeept zijn haren in voor hij door de regen weer naar huis gaat

Zijn alle West-Vlamingen luidruchtig?

“Mijn huisgenoot is een West-Vlaming. Als die telefoneert roept die zo luid dat ik alles wat hij zegt tot op de bovenverdieping kan horen. Ik lag ziek in bed toen ik hem weer heel luid hoorde bellen, ik had geen oordoppen in mijn buurt dus ben ik naar de wc gekropen en heb ik wc-papier in mijn oren gepropt, dat werkte heel goed. Alle West-Vlamingen roepen kei luid.”

Licht geërgerd vraag ik mij af waar hij het over heeft. Alle West-Vlaming...en roepen kei luid? Daar heb ik nog nooit iets van gemerkt. Net als andere mensen praten West-Vlamingen volgens mij op een min of meer normaal volume. Alle West-Vlamingen, dat zijn meer dan 1 miljoen mensen. Het lijkt mij uitgesloten dat die allemaal heel luid roepen als ze telefoneren. Dit zeg ik allemaal niet tegen mijn vriend. Hij is onvermurwbaar, alle West-Vlamingen roepen kei luid aan de telefoon, West-Vlamingen zijn luidruchtige mensen.

Ik ken nochtans stille West-Vlamingen, zeer rustige mensen. Wat moet ik doen, die mensen aan mijn vriend voorstellen ten bewijze dat niet alle West-Vlamingen kei luid zijn? Zijn onvermurwbaarheid irriteert mij. Waar heeft hij het over? Waarom is dit voor hem zo belangrijk?
Bedoelt hij misschien dat veel West-Vlamingen belang lijken te hechten aan hun West-Vlaamsheid? Dat zij met streekgenoten vol overgave hun dialecten bezigen? Dat zij in tegenstelling tot mensen uit de provincie Vlaams-Brabant een soort ‘community gevoel’ hebben? En is dat eigenlijk wel zo?

Mijn vriend is een jongen die veel interessante dingen te zeggen heeft en met wie ik goed kan praten, maar soms spreek ik hem niet tegen, gewoon omdat het geen zin heeft. Hij heeft zijn conclusie gemaakt en die kan niet meer worden betwist.
“Jamaar, toch niet álle West-Vlamingen zijn heel luidruchtig? Dat kan toch niet?”
“Jawel, ge moet daar maar eens op letten.”
Discussie gesloten.

Vreemd.

dinsdag 26 mei 2015

Mijn ervaring met sexdating

Vrijdag heb ik op een sexdatingsite het volgende bericht geplaatst:

"Ik ben een lieve meid van 29, maar al ben ik best mooi, soms zit ik eenzaam thuis en mis ik een warme knuffelbeer die om me geeft en me lekker verwent. Ben jij tussen de 25 en de 40 en wil je mijn stoere knuffelbeer zijn? Ik val op originele mannen, dus wees ook creatief in je reactie. En stuur me geen foto's van je p**mel, want daar knap ik op af! :) xxx"

Intussen hebben zich al 235 geïnteresseerden gemeld. De eerste 60 of 70 reacties heb ik met heel veel plezier gelezen. Hieronder een bloemlezing.

Ene Knuffelding was er als eerste bij en hij weet mij meteen te intrigeren.
“Begin verleden jaar heb ik een KNUFFELAVOND-EVENT ontdekt en dat vervult al een groot deel verlangen en voelen naar van tederheid.” [sic]

Een knuffelavond-event!? Wat? Hoe? Vertel me meer! Neem me daar mee naartoe!
Deze man, die ook zijn achternaam prijsgeeft en mij uitnodigt hem toe te voegen op Facebook, geeft voorts mee dat zijn specialiteit de ‘ijsberenknuffel’ is en dat het hem romantisch lijkt om mij mee te nemen naar de sauna of, beter nog, de BLOEMENMARKT!

David is een lachebekje: “ik werk in een cleanroom (volledig ingepakt dus) en daarom dat ik me thuis altijd luchtig kleed... Hahahaha.”
Flauw, David. En wat is een cleanroom? Met zo’n onnozele job maak je geen indruk op deze lieftallige dame! Ik heb toch keus zat!

Tim heeft ook zin om mij te knuffelen, maar schrijft dat zijn vrienden hem in de eerste plaats waarderen omwille van zijn komische gedrag. "Soms kan ik al eens enorm raar uit de hoek komen”, schrijft de komiek verder. Voor mij het sein om te roepen:
NEXT!

Gert (+ achternaam) zegt nauwelijks iets over zichzelf maar wil dat ik hem bel zodat we al “een BABBELTJE kunnen doen.” Zo werkt het niet, Gert!

Vincent wil mij meenemen naar de privésauna (“naakt of niet naakt”), maar misschien gaat hij voor mij iets te snel?
Inderdaad, Vinny! Eerst uitgebreid knuffelen, daarna misschien een SAUNAATJE.

Ene Azazat heeft hele enge plannen met mij...
“Ik vil jouw)))”, schrijft hij zonder verdere uitleg.
Villen is het afstropen van de huid van een dier...
De man stuurt zijn DREIGEMENT vanaf een e-mailadres op mail.ru. Hij heeft het vast zo niet bedoeld.

Chris zit in de verkoop, maar als het er op aan komt om zichzelf te verkopen, vertelt hij meteen veel te veel. Hij heeft co-ouderschap over zijn twee kinderen (afknapper!), hij heeft een hond (een “Engelse cocker”) en zijn p**mel is 19cm lang.
BWEURK.

Een andere Chris denkt dat zijn West-Vlaamse accent mij zal charmeren. Echt iets voor West-Vlamingen om naar hun roots te verwijzen.
Next!

Z. wil exotisch eten met mij. “Ethiopisch? MALAGASSISCH? Indisch?”
Allemaal goed en wel, maar ik wil in de eerste plaatse lékker eten, Z.. En knuffelen natuurlijk!

De naar eigen zeggen GOED GESCHOOLDE Bert zal mij als een prinsesje behandelen.
“Waarschijnlijk krijg je nu 1000 voorstellen maar wie weet kies je voor mij.”
Blij dat je beseft dat je geen schijn van kans maakt, Bert!

Erwin reageert gelijkaardig: “Je gaat hier vast honderden reacties krijgen, het is dus bijna LOTERIJ, hopelijk valt mijn berichtje op.”
Nauwelijks, Erwin!

Thomas schrijft: “Wat ik te bieden heb is iemand die discreet, lief, en vrouwvriendelijk is en die graag masseert en HEEL GRAAG BEFT!”
Los van het feit dat ik niet hoef te weten dat je mij wil beffen, vraag ik me af waarom die vrouwvriendelijke beffer niet zélf reageert en jij het in zijn plaats doet, Thomas! (Lees je bericht maar eens opnieuw, dan zal je begrijpen wat ik bedoel.)

Savas is een Turk die het Nederlands niet erg machtig is maar er wel in slaagt om ‘ANAAL aan te bieden’.
Doodsbang maken ze mij, die Turken.

Geert is een gevoelige man. “Je advertentie grijpt me enorm aan.”
Zo erg ben ik er ook weer niet aan toe, Geert!

Een andere Geert - je kan het Sportpaleis vullen met Geerten - kent mijn ‘probleem’ en wil mij ‘steunen’.
Next! (Wat zijn dat voor FLAUWERIKEN, die Geerten?)

Fed is eerlijk. “Ben een jongen van 24 met bijna geen of laten we zeggen geen ervaring op seksueel vlak, is dit ook goed voor u?”
Neen, Fed!

Ook Peter is openhartig en zelfs een beetje ONTROEREND.
“Ik ben licht autistisch, en omgaan met mensen is voor mij altijd een behoorlijk complex gegeven (nuja, ik vermoed dat dat voor niemand voor de hand liggend is, maar toch). En een sexuele / emotionele / romantische relatie natuurlijk nog ietsje meer.Maar knuffelen, dat kan ik wel! En ik vind het zelf ook heel leuk :)Jou verwennen, da's wellicht iets moeilijker, daar heb ik ook niet echt veel ervaring mee. Maar mits wat geduld en openheid zal dat wellicht ook wel goed komen...”
Jammer dat zo’n jongen zijn toevlucht neemt tot sexdating. Hopelijk heeft hij geen te HOGE VERWACHTINGEN...

Geert (de zoveelste) zou graag iemand leren kennen “om op een leuke en stijlvolle manier af te spreken”.
Stijlvol afspreken? Specifieer u, Geert, specifieer u.

Teddy “werdt” meteen blij van mijn bericht...
Daa-aag, Teddy!

Ara heeft weinig woorden nodig: “Hey alles goed ?? ik ben ara 29 zou ik u beter mogen leren kennen ???”
Wel de volgorde der dingen respecteren, Ara! Eerst moet jij je voorstellen!

Jonas is 25 en heeft naar eigen zeggen veel meegemaakt. Nauwelijks verdere info.
Jij blijft bij mij uit de buurt, Jonas!

David vindt mij ‘een TOFFE GRIET'.
Next!
Even later mailt hij opnieuw om te zeggen dat hij mij al begint te missen.
Huh!?

Stef is van “regio AARSCHOTt”.
Next!

Gunter is 22x6 - ja, zo stellen sommige mannen zich voor.
Daa-aaag, Gunter!

Ene Good4You vindt mijn bericht “suuuuuper schattig!!!” en wil “uuuuren kunnen ONNOZEL doen en lachen. Haha.”
Ik wil niet onnozel doen en lachen! Ik wil knuffelen!!

Buddy in de wolken heeft al een heel scenario klaar. We gaan o.a. eten in het restaurant van het ATOMIUM.
Nu is dat iets dat ik weleens zou willen doen, maar of ik deze uitsloverige Buddy daar dan bij wil...
Als hij over zijn 50 Shades of Grey-fantasieën begint, haak ik helemaal af.

Mustafa werkt in de haven en hij weet van aanpakken. Het een heeft blijkbaar met het ander te maken. Zijn hobby is hengelen en hij wil zich zeker verplaatsen om mij te likken.
Om mij te LIKKEN, dat leest u goed.

Weeral een andere Geert denkt dat hij voldoet aan de door mij gestelde EISEN.
Wat heb ik geëist, Geert? Ik ben geen werkgever, dit is geen vacature.

Marimbus, een pianist en singer-songwriter die ook acteert, stuurt me (vreemd genoeg) zes foto’s van zijn AFGETRAINDE LIJF en schrijft vreselijke dingen als: “Ik wou op zich niet sturen, maar mijn flamingo had me verplicht het toch te doen.” Huh!?
“Op zich ben ik grappig, maar m'n magische kabouter zegt van nie, ja, pff wa weet die daar nu van :p.”
Ja, pff. Next!

TIMGEIL mag schrijven wat hij wil. Met zo’n naam slaat hij bij voorbaat zijn eigen ruiten in.

Jake is kort geschoren, groot geschapen en kan makkelijk meerdere keren klaarkomen.
Dat weten we dan ook weer.

Dave kent de dt-regel niet en gebruikt geen leestekens. “Ik ben 39 is dat te oud”, schrijft de man die naar eigen zeggen uitstekend met MASSAGEOLIE overweg kan.
Je bent blijkbaar te oud om je nog te herinneren hoe je een goeie zin schrijft, Dave! En daar knapt deze klassedame op af.

Ivan studéért nog - eikes. Marketing nog wel - weeral eikes. “Maar vanaf volgend jaar ACCOUNTANCY” - wééral eikes.
Eikes.

Ook voor Sven is het examenperiode. Hij wil mij komen knuffelen tijdens het blokken door. En dan maar over zijn studies praten zeker? Ik dacht het niet, Sven!

Ikke - wat een vreselijke naam - is geen allesneuker en wil geen ZIEKTES.
Waarvan akte.

“Heb zwart haar (VETKUIF) rock en roll type heb tattoos en tongpiercing”, schrijft Nick.
Op de foto waarvan zijn mail logischerwijze vergezeld gaat, ziet hij er, gezeten aan een cafétoog, in de eerste plaats vreselijk deprimerend uit.

Dimitri schrijft: “Ik heb maar weinig contact met vrouwen en dat maakt mij echt eenzaam en seksueel gefrustreert [sic], daarom dat ik constant berichtjes op sites als deze stuur maar ik heb geen enkel reactie gekregen hopelijk ben jij de eerste die dat wel doet.”
Constant berichtjes op dit soort sites? Deze jongen is een TIKKENDE TIJDBOM, vrees ik.

Kim nodigt me meteen uit bij hem thuis waar we “aarbeitjes” kunnen eten nadat we een “douchke met BUBBELS” hebben genomen.
Ik mag hem bellen op 0494/******, maar dat ga ik niet doen.

Ene David nodigt mij niet thuis uit, maar wil mij, zijn “prinsesje”, meenemen naar KNUFFELLAND, naar de “gemeente van genot”.
Die vind ik goed. Ik sta op het punt om te zwichten...

Ali doet al anderhalf jaar intensief aan fitness. Zijn spieren zullen mij van mijn eenzaamheid genezen.

Dinesh komt uit India en spreekt “little dutch”.
“Ik doen alles,wat je vind graag.ik ben zo HORNY.I can be your teddy beer,use me as u like.” [sic]

Maarten is HETERO - het zou er nog aan mankeren! - en afstuderend chemisch ingenieur.
Hij beschrijft hoe hij mij zal beffen en hoe ik hem daarna zal PIJPEN.
Een afstuderend chemisch ingenieur en in een eerste mail al zo’n vuile praatjes?
Die heeft tijd teveel tussen zijn lessen precies!

“Hallo lief schattig vurig vrouwtje”, steekt ene Joan - is dat geen vrouwennaam? - van wal.
Heb ik gezegd dat ik schattig ben? Heb ik gezegd dat ik vurig ben?
“Als je mij goed kent is de INNERLIJKE IK nog veel mooier”, lult deze Joan nog ergens halverwege zijn bol van clichés staand gezwets.
Next!

Peter, “een jongeman van 38”, - een jongeman van 38? - is “door moeder natuur voorzien van plezant SPEELGOED” en heeft een hogere opleiding genoten.
Da’s handig! Zo kunnen we tijdens het spelen ook nog een boeiend gesprek voeren!

Glenn is een jongen met een “gezonde portie verstand, goed werk en een AUTO”.
Laat ik nu net geknuffeld willen worden door iemand met goed werk en een auto!

Mark geniet van een etentje, “zeker als het homecooked is”.
Hij vervolgt: “'k Heb elke dag m'n taske koffie, goei boter op m'n beschuit met een koppel zelfgelegde eitjes om af te sluiten met vitaminekes met fruit. 'k Heb ook een hofken vol met bloemekes en af en toe een vogelken dat fluit ik had een vijver met viskes en een fonteineken dat spuit maar zolang da'k hier alleen zit haalt dat allemaal niet veel uit. Belachelijk hé, maar dacht een stukje URBANUS in een mail is altijd origineel niet?”
Ja, inderdaad, plezant!
“Ik stuur je alvast een foto, maar ik plak niet zo goed op papier, ik doe het live veel beter ik kan soms nogal onhandig overkomen wat meestal voor de ijsbreker en de nodige LACHSALVO'S zorgt.”
Toffe reactie, Mark, maar jij bent geen knuffelbeer, jij bent meer een DUTSKE.

Michael’s reactie ten slotte moet ik ook BEWONDEREN. Het feit dat ik uit Leuven kom, inspireert hem tot het volgende.

“Hallo lieve meid uit het drukke Leuven,
ik vraag me af wat doe jij hier
vanuit de ramen, vanuit de deuren
bekijkt men jou, dit opgejaagd dier

jij bent op zoek naar LIEFDE
jij bent op zoek als verliezer
jij hunkert opnieuw naar de warmte
jouw hart staat op het punt te bevriezen...”

“Zal je wellicht bekend in de oren klinken”, schrijft hij, en dat is toevallig ook zo, maar dit is toch niet echt de manier waarop je een dame benadert!
Niettemin: een ORIGINELE POGING!

Bedankt voor jullie LEUKE REACTIES, lieve mannen!!
Ik ga nu heel goed nadenken en dan mijn keuze maken!!

xxx

woensdag 20 mei 2015

Naar de supermarkt!

Als ik in de supermarkt ben, praat ik veel met andere mensen die daar zijn. Ik bemoei me een beetje met hun zaken, want dat vind ik lollig. En lol trappen is ook toevallig een van mijn specialiteiten.

“Zeg mevrouw”, zeg ik dan, “als ik van u was zou ik geen Colgate kopen. Dat is goed om uw tanden kapot te maken. Sensodyne, heeft mijn tandarts gezegd. Sensodyne is goed voor de tanden. Al de rest is boecht. Dat zijn haar woorden. En zij kan het weten, want ze heeft er voor gestudeerd.”
De mevrouw legt de Colgate terug en neemt de Sensodyne, die wel iets duurder is. Ik schat haar 75 en vraag me af of ze eigenlijk nog wel tanden heeft. En een tong. Want ze zegt niks.
Ze loopt door naar de shampoo. Ik loop mee.

“Ik heb slechte ervaringen met Head & Shoulders”, zeg ik, opnieuw totaal ongevraagd. “Mijn hoofdhuid gaat daar van branden.” Ze kiest een andere shampoo. Ik denk eigenlijk dat ze sowieso niet van plan was om Head & Shoulders te kopen, maar ik zou er geen geld op verwedden want ze lijkt nog steeds geen zin te hebben om in te gaan op mijn praatjes. Is Head & Shoulders sowieso niet meer een shampoo voor jonge mensen, vraag ik me af. Hoe wordt die shampoo ook weer in de markt gezet? Is Head & Shoulders een beetje een hippe ‘brand’?

(Zelf gebruik ik sinds kort een rode bio natural shampoo, anti-roos met tijm. Het is zo’n shampoo die je natuurlijk niet in Delhaize of Carrefour vindt maar wel in een meer alternatieve winkel. Ik ben tevreden over die shampoo, het is er zo een die je twee à drie minuten moet laten ‘intrekken’ vooraleer je je haar mag afspoelen.
Telkens wanneer ik de shampoo laat intrekken zing ik ‘Wannabe’ van de Spice Girls, dat liedje duurt immers precies drie minuten. Als ik minder geduld heb zing ik ‘Yesterday’ van The Beatles, dat op de kop af twee minuten duurt.
Ik had tegen een vriendin mijn beklag gedaan over Head & Shoulders en haar gevraagd om eens een goede shampoo voor mij te kopen. Ze heeft zich werkelijk uitstekend van die taak gekweten.)

"Teveel opwarmmaaltijden zou ik toch niet eten”, zeg ik tegen een jongen die staat te treuzelen aan de Dokter Oetker-rayon en er uit ziet alsof hij aan de KUL studeert.
“Ik weet dat ze niet zo gezond zijn, meneer”, stamelt de bebrilde jongen betrapt, “maar ik kook niet graag en ik vind die pizza’s ook gewoon lekker.”
“De Hawaii is lekker”, beaam ik. “De Funghi niet. Maar dat ligt aan mij, ik hou niet van champignons.”
“’t Zijn binnenkort examens”, zegt hij - dus inderdaad een student! - “en tijdens de blok heb ik al helemaal geen tijd om te koken.”
“Ik versta u”, zeg ik. “Ik versta u heel goed. Veel succes nog met uw proefwerken.”

Ik laat de jongeman ter plaatse en rep me met mijn, op een rolletje fruit-Mentos na, lege winkelmandje naar de kassa. Ik was niet naar de winkel gekomen om boodschappen te doen. Aan de kassa staat een jongentje van, ik schat, een jaar of negen met zijn moeder aan te schuiven. Het jongentje kijkt met grote ogen naar het gloednieuwe EK 2016-stickerboek van de Rode Duivels. Toen ik die leeftijd had wilde ik ook een stickerboek van de Rode Duivels - Lorenzo Staelens! Philippe Albert! Emile Mpenza! - dus ik herken zijn verlangen. Zijn moeder heeft het ook gezien, maar het is duidelijk dat de twee de winkel zonder stickerboek zullen verlaten. (Moeders kunnen soms zo meedogenloos zijn. Empathie nihil, dat merk je meteen.)
“Ik zal het voor u kopen”, hoor ik mezelf tegen het jongentje fluisteren, “maar laat het niet zien aan uw mama hoor!” Ik ga naar een andere kassa, reken snel het boek en het rolletje Mentos af en wacht hem op aan de uitgang. Als zijn moeder voorbij is, stop ik snel het boek in zijn handen en zeg ik dat hij het onder zijn jas moet verstoppen en dat hij het thuis ook goed voor zijn mama moet verbergen.
“Veel plezier ermee”, zeg ik geluidloos en ik knipoog. Hij glundert en knipoogt terug.

Tot zover een zoveelste leuk bezoek aan de supermarkt!

maandag 27 april 2015

Nieuwe namen voor Rock Werchter

Namen voor Rock Werchter 2015 worden de laatste tijd aan de lopende band gelost. Ondermeer Tourette Syndrome Makes Me Say I Love You prijkt op het meest recente lijstje.

Deze zomer zullen ook The Datingsite Suicides, My Glorious Johnson, Horses & Girls en My Auschwitz Bar Mitswa optreden op Rock Werchter. Dat kondigt het festival vrijdag aan.

Bevestigden hun komst eerder al: Bagpipe Hell, Chief Executive Offenders, The Blurry Robins, Catholic Foetus, Sophisticated Heartbreak, Muslim Extremists Use Western Technology, Black Satisfaction, Only Marry Rich People, Crybaby & The Zionists, The Tipsy Saudis en Foo Fighters.
Meer nieuwe namen zullen snel volgen.


UPDATE

De affiche van Rock Werchter 2015 raakt al aardig gevuld. Vanmorgen loste de organisatie opnieuw enkele namen.

Op donderdag vervoegen Countryside Hotties With Farmer Hands en Your Sweetie Pie Just Fell Apart de line-up.

Zakken vrijdag af naar de wei: Orwell Whatever Nevermind, Bisexual June & The April Transgenders en Topless Clowns You Can Trust.

Zaterdag verwacht 'de Schuer' Chinese People With Unique Names, dat op tour is naar aanleiding van de vijftiende verjaardag van haar album 'Listening to Free Jazz and Being Smug Should Be Two Different Things'. De band zal het album integraal uitvoeren.

Voor zondag rekent Werchter ten slotte op The Package Deal Band That Pisses You Off en The Strawberry Smoothies For Cutie Patooties.

Zaterdag en zondag zijn al volledig uitverkocht. Voor vrijdag vliegen de laatste tickets de deur uit, maar voor donderdag schijnt er nauwelijks interesse te zijn.

Headliners die eerder al hun komst naar het festival bevestigden zijn Tourette Syndrome Makes Me Say I Love You, My Auschwitz Bar Mitswa, Chief Executive Offenders en Foo Fighters.

The Tipsy Saudis en The Blurry Robins lieten dan weer weten dat ze omwille van privéredenen helaas hun Europese tour moeten cancelen. Tom Helsen laat weten dat hij beschikbaar is om een van beide bands te vervangen.

donderdag 2 april 2015

Pagina 53, vijfde zin

- “Is het je wel eens opgevallen”, vroeg hij, “dat het gebied van het protestantisme samenvalt met het glaciale gebied van de ijstijd?” - Harry Mulisch, ‘De ontdekking van de hemel’

- De Wereldgezondheidsorganisatie WHO organiseerde een driejarig onderzoek naar de gezondheidseffecten van Tsjernobyl en bracht in september 2005 rapport uit. - Nick Davies, ‘Flat Earth News’

- Jens bracht een dildo mee die hij thuis had gevonden, niemand zou hem daar missen. - Elvis Peeters, ‘Wij’

- Misschien wel de meest hardnekkige barrière die moet worden gesloopt, is deze tussen bedienden en arbeiders. - Guy Verhofstadt, ‘Pleidooi voor en open samenleving - het vierde burgermanifest’

- Waarom zou de Markies de Sade een ballpoint, een bruine papieren zak, een garage en een stofzuigerslang meenemen? - Paul Mennes, ‘Tox’

- Die houtworm, dat is de stelselmatige verlaging van de patronale bijdrage aan de sociale zekerheid.
- Peter Mertens, ‘Hoe durven ze?’

- Pas een paar dagen geleden, toen ik nadacht over die bevrijdingservaring, herinnerde ik mij weer dat een van de twee ramen van mijn slaapkamer van binnen dichtgemetseld was terwijl het van buiten onveranderd was gebleven, een omstandigheid waarvan ik mij, omdat je je nooit tegelijk binnen en buiten bevindt, pas op mijn dertiende of veertiende bewust werd, hoewel ze mij gedurende mijn hele kindertijd in Bala verontrust moet hebben. - W.G. Sebald, ‘Austerlitz’

- ‘De kerk in het midden houden’ is ons motto, letterlijk en figuurlijk. - Selahattin Koçak, ‘Wie is er bang van de Islam?’

- De dokter was nog niet komen opdagen en de jongens van het dorpsplein waren naar haar toegekomen. - ‘Stefan Brijs, ‘De engelenmaker’

- Want Sag Harbor is niet alleen een stadje, het is een fenomeen. - Geert Mak, ‘Reizen zonder John’

- Hoewel de datum niet exact overeenkwam met die van het behalen van de doctorstitel, kozen ze Pinksterzondag om de betekenis van het feest luister bij te zetten. - G.G. Marquez, ‘Liefde in tijden van cholera

- Zeker, zeker. Eenvoudig met de post terugzenden,” grinnikte Boorman. - Willem Elsschot, ‘Lijmen/Het been’

- Wanneer Angel kracht zet op zijn borstspieren, moet hij naar adem happen. - Peter Verhelst, ‘Zwerm’

- “Perfect zelfs. Zoals een dierenarts een ziek paard: tong en spieren, kop en poten, manen en staart en noem maar op.” - Jos Vandeloo, ‘Het huis der onbekenden’

- Als die das ook maar ergens in huis was, zou ik hem vinden, daar durfde ik bijna een eed op te doen. - Haruki Murakami, ‘De opwindvogelkronieken

- “We heard you in the bathroom. Are you sick?” - Charles Bukowski, ‘Factotum’

- Op het eind riep ze: “Zullen we het tafellied nóg eens zingen?” - Arnon Grunerg, ‘Blauwe maandagen’

- Het schikken van de tafel gebeurt volgens de grootte en de vorm van de plaats waar de maaltijd plaatsvindt. - Ons kookboek

vrijdag 27 maart 2015

Ik hou niet van auto's

Het is al enkele weken mijn betrachting om in Leuven binnen de stadsring de automobilisten zo veel mogelijk op de zenuwen te werken. Bijvoorbeeld in straten als Kapucijnenvoer of de Brusselsestraat probeer ik automobilisten rood te doen aanlopen van irritatie.
Hen enkele seconden de weg versperren door in het midden van de straat te rijden, is één manier om hen te koeioneren. Of links voorbijsteken wanneer de stroom van gemotoriseerd vervoer andermaal voor een hinderlijke opstopping zorgt. Van de files die zij zelf veroorzaken, hoef ik niet het slachtoffer te zijn. Als fietser in het stadscentrum zal ik mij nooit door auto’s laten dicteren hoe, waar en wanneer ik moet rijden. Het stadscentrum hoort immers toe aan fietsers en voetgangers, niet aan auto’s. De auto moet in de stad zijn plaats kennen en die plaats is op een parking aan de stadsrand. De automobilist moet blij zijn omdat hij in Leuven überhaupt (nog) in het stadscentrum mag kómen. Ze zouden dat moeten verbieden of, liever, dat had al lang verboden moeten zijn. Of men zou een heuse tolheffing kunnen invoeren: betalen om binnen de Ring te mogen rijden. Met de auto rijden zou in het algemeen obsceen duur moeten worden gemaakt. En extreem onaangenaam. Op snelheidsovertredingen moeten werkstraffen komen te staan. Overal flitspalen en wegversmallingen, drempels en nutteloze verkeerslichten.

Ik vrees niet dat er mij iets zal overkomen, dat een auto mij zal aanrijden of dat een chauffeur zal uitstappen om mij op mijn smoel te slaan, wanneer ik in het stadscentrum chauffeurs ambeteer. Wel ben ik mij er van bewust dat een slechte chauffeur (en zo zijn er heel veel) een ongeluk zou kunnen veroorzaken omdat hij plots voor mij op de rem moet gaan staan.
Veel mensen hebben de pretentie om te denken dat ze zich zomaar eender wanneer met de auto in het verkeer mogen wagen, maar eigenlijk is hun aanwezigheid op de weg onverantwoord. Ze sms’en achter het stuur, ze zoeken iets in hun handtas, ze kijken al rijdend achterom naar hun luidruchtige kinderen op de achterbank (al zit in ongeveer vier op vijf van alle auto’s slechts één persoon), ze zijn te oud en/of slechtziend of ze zijn te vermoeid na een lange werkdag. Ik vraag mij af hoeveel auto-ongelukken er gebeuren omdat de bestuurder in kwestie zeer vermoeid was en niet meer in staat om helder te denken of snel te reageren. Ik maakte mij deze bedenking nog toen ik laatst de documentaire ‘Sergio Herman, Fucking Perfect’ zag, waarin de topkok ver na middernacht en dodelijk vermoeid over de autostrade raasde. Volledig oververmoeid als die mens is - bekijk de documentaire -, was hij zeer onverantwoord bezig. (Sowieso komt die man op termijn in het nieuws omdat hij bezweken is aan een hartaanval of zo, maar dat is een ander verhaal.)

Behalve de automobilist proberen te koeioneren, is er als fietser niet zoveel dat ik kan doen. Het zullen politici moeten zijn die het stadscentrum autovrij maken. Krokodil Tobback schijnt voor deze kwestie echter weinig interesse te hebben. Integendeel, de man plant de aanleg van een grote parking onder de Bruul. Jammer dat iemand van 76 beslissingen neemt voor een stad waarvan hij binnen enkele jaren geen deel meer zal uitmaken (tenzij hij zich in de Dijle laat verassen). Een stad als Leuven verdient een jonge burgemeester, iemand die zelf nog toekomst heeft in deze stad en inspeelt op de wensen van de progressieve bevolking die hier procentueel gezien heel groot is. Groen scoort in Leuven tussen 15 en 20 procent. Het jonge gemeenteraadslid Lies Corneillie voert alvast uitstekend oppositie.

In afwachting van betere tijden kan ik zelf dus enkel mijn spreekwoordelijke middenvinger opsteken naar elke automobilist die mij hindert binnen de stadsring. Maakt mij weinig uit of het dan dementerende dametjes van vijfenzeventig zijn of onschuldige moedertjes van vijfendertig die hun schattige kindjes van school halen.
Maar liefst zijn het natuurlijk de mannen die alleen in hun Duitse patserbak zitten die ik irriteer. Het Open vld- of Lijst Dedecker-type (dat nu natuurlijk op N-VA stemt). Het licht ontvlambare type dat van nature al een rood aangelopen kop heeft. Het soort dat in een bedrijf een functie bekleedt waarvan de naam in het Engels goed klinkt maar belachelijk als je ‘m naar het Nederlands vertaalt. Het soort dat al een eigen auto heeft maar door de stad tuft in een bedrijfswagen, omdat dat fiscaal interessant is. Het soort dat het openbaar vervoer in Vlaanderen beoordeelt met een drie op tien terwijl het er nog nooit gebruik van heeft gemaakt. Het soort dat rijk genoeg is om zijn schouders op te halen voor een boete van 250 euro en zich daarbij de bedenking weigert te maken dat de maatschappij het wenselijk acht dat hij zijn rijgedrag aanpast.
Nog het liefst wil ik dát soort mannen van frustratie horen claxonneren als ik mij op onorthodoxe wijze met mijn fiets een weg baan door de uitlaatgassenstank van het stadscentrum.
Dat soort eikels, dat denkt dat ze in het centrum van Leuven de rally van de Condroz aan het rijden zijn, mogen voor mijn part in de nacht van zaterdag op zondag in vele dozijnen tegelijk tegen middenbermen te pletter knallen en hun leven voortzetten in een rolstoel.
In een bedrijfsrolstoel zelfs, als dat fiscaal voordeliger is.

woensdag 25 maart 2015

De dood van een fotograaf

“Ik zal u waarschijnlijk overvallen met mijn vraag, temeer omdat wij elkaar enkel maar van ziens kennen, maar mijn man en ik willen het u toch vragen."
"Wij hebben u hier al verschillende keren zien zitten en mijn man en ik vinden u allebei heel aantrekkelijk. Nu zit het zo: mijn man is onvruchtbaar en nu wilden wij aan u vragen of u misschien..”

“Ja?”

“Of u misschien een kind bij mij zou willen verwekken. Mijn man is er mee akkoord.”

Daar moest ik even over nadenken.

Er zijn momenten waarop je hoopt dat je leven plots een drastische wending neemt. Dat je wenst dat je als modefotograaf naam en faam maakt in Tokio. Of dat je ingaat op de vraag van een wildvreemde vrouw om met haar naar bed te gaan, met de goedkeuring van haar man, om een kind te verwekken dat je daarna waarschijnlijk nooit meer terugziet.
Maar ik was die donderdagnamiddag in het wegrestaurant niet uit op ingrijpende veranderingen in mijn toch al op haar eind lopende bestaan en de vraag van deze vrouw trof mij dan ook als maf en ongewenst. Ik had de grootste moeite om mijn gezichtsspieren te beheersen en een stomverbaasde grijns te bedwingen. God, wat moet een mens met terminale kanker nog meer doorstaan?

Zo lang moest ik dus ook weer niet nadenken over haar vraag. “Luister eens hier, ik ken u niet en ik hou niet van kinderen.”
Met de botte bijl. De vrouw droop af.

Ik heb niet de gewoonte om op mijn stappen terug te keren. Beslissingen nemen is mij altijd gemakkelijk af gegaan. Toch keerde ik twee weken later terug naar het wegrestaurant waar ik de vrouw verzonken in een boek zag zitten in een hoek.
“Ik ben er klaar voor.”

Ze keek verstrooid op en had twee tellen nodig om mij te herkennen en een repliek te bedenken maar ik was haar voor.
“Als u het nog steeds wilt en uw man is nog steeds akkoord, dan ben ik er nu klaar voor. Maar dan wel nu.”

Het kon me niet schelen dat we het deden in het bed waarin zij en haar man die nacht zouden slapen. Hun eigen bed in hun eigen huis. Als een van ons er hinder van zou ondervinden, zouden zij het wel zijn.
Op hun vraag aan mij wat zij konden doen om mij te bedanken, een financiële tegemoetkoming, iets anders, n’importe, had ik geantwoord dat ik niet bedankt wilde worden. Opnieuw bot.

Ik kreeg ‘m niet onmiddellijk overeind. Dat ik homoseksueel was had ik hen niet verteld.
Maar enkele weken later bevestigde zij mij per telefoon dat ze in verwachting was. Ze klonk gelukkig.
Nu kon ik sterven.

Ik herkende de dag van mijn dood. Ik kocht een zonnebril en ging met de bus naar het strand. Een kind liet een blauwe bal stuiteren tot aan mijn voeten. Ik hield de bal drie seconden in mijn handen en keek de vragende jongen in de ogen. Wij bevonden ons op de plaats waar ik straks zou sterven en waar hij misschien al de volgende zonnige dag naar zou terugkeren om opnieuw met zijn bal te spelen. Ik gaf hem zijn bal terug.

Even nadat iedereen het strand had verlaten, ben ik gestorven liggend op mijn rug met mijn zonnebril nog op. Als fotograaf ben ik goedgeplaatst om te veronderstellen dat het er fotogeniek moet hebben uitgezien.

[Kijk naar de film ‘Le temps qui reste’ en ontdek dat ik dit verhaaltje uit die film heb gepikt.]

De koffiebar

De koffiebar. Plots zijn ze overal. Of dat lijkt toch zo. Mensen die positief in het leven staan en de vinger aan de pols houden zijn heel gretig om het ‘fenomeen’ van de koffiebar te verwelkomen. Op ‘trendy’ blogs en in lifestyle-magazines krijgen koffiebars veel aandacht. Tegelijk zouden koffiebars overspoeld worden door ‘hipsters’, en ‘dat moeten we er dan maar bijnemen’, lijkt de bijgedachte. Dat zijn natuurlijk de mensen die zichzelf nadrukkelijk geen hipster vinden die dat erbij denken.

Maar dus de koffiebar. De laatste tijd worden er her en der in Vlaanderen cafés geopend die ‘een stukje Berlijn’ naar de stad (zouden) brengen. Deze cafés heten steeds vaker koffiebar en niet café. Berlijn is al heel wat jaren extreem trendy. Hangt er in je horecazaak een ‘Berlijnse sfeer’ dan mag je je in de handen wrijven. Mensen die nadrukkelijk zeggen dat ze geen hipster zijn, zijn vast van plan om met een boek in de koffiebar met de Berlijnse sfeer gezien te worden. Want nergens is het aangenamer om te lezen dan in de koffiebar, wordt beweerd door mensen die zelden een boek lezen.

Er is trouwens absoluut niks mis met de naam ‘koffiebar’. Er is niks verkeerds aan om mensen te laten geloven dat ze in een koffiebar zitten en niet in een gewoon café. Maar er is wel iets mis met het geforceerde imago van de koffiebar als zou dit een gezellige plek zijn. Want dat is ze meestal niet.
Hoezeer lifestylebladen de koffiebar ook mogen bejubelen, - “je ontmoet er nieuwe mensen, je komt er mensen van alle leeftijden tegen, - studenten, maar ook gezinnen die een hapje komen eten - de koffiebar ‘verbindt’ mensen” - de waarheid is dat koffiebars vooral ook veel mensen met tablets of laptops trekken, en laat ons eerlijk zijn, iemand die met een tablet of een laptop aan een tafel zit, is niet nadrukkelijk uit op sociaal contact of gezelligheid. Deze mensen komen alleen naar de koffiebar en zitten alleen aan een tafeltje waar zij zich over hun scherm gebogen terugtrekken in hun eigen cocon. Ze bouwen een klein Berlijns muurtje om zich heen. Erg ongezellig.
De koffiebar - uiteindelijk gewoon een café met een andere naam - lijkt vaak een soort moderne werkruimte, een alternatief bureau, erg geschikt voor freelancers die anders thuis werken maar in de koffiebar het soort geroezemoes terugvinden dat hen net dat tikje afleiding bezorgt waar zij naar op zoek zijn terwijl ze met hun vinger over hun schermpje swipen en meer op sociale media zitten dan dat zij ooit in de bar met de andere aanwezigen zouden interageren.

Mij doet de koffiebar ook denken aan de ceo, de Chief Executive Officer. Geef het kind een dure naam en het voelt zich op slag beter, terwijl er eigenlijk niks verandert. De directeur van tien jaar geleden mag nu ‘ceo’ op zijn visitekaartje zetten al zijn zijn bevoegdheden nog precies dezelfde. En dat is met de koffiebar ook zo. De uitbater probeert zijn bar wat ‘cachet’ te geven middels een ‘alternatieve’ inrichting opdat het etiket ‘koffiebar’ gerechtvaardigd zou zijn. Maar de koffiebar is een illusie.

De vraag is dan waarom bepaalde mensen zo graag een illusie voor waar willen aannemen? Dan denk ik bijvoorbeeld aan mensen die vinden dat er nood is aan een ‘positieve tegenbeweging’ en graag in alles en niks positieve tegenbewegingen menen te kunnen ontwaren. Die positieve tegenbeweging moet er komen omdat we nu (kennelijk) in een ‘negatieve beweging’ zitten, al wordt dat niet zo genoemd. Ik ben het daar trouwens volledig mee eens, dat we nu in een negatieve beweging zitten. De financiële crisis, N-VA-regeringen, etc. We leven in onzekere tijden en mensen zijn niet op hun gemak.

(Trouwens: ‘bottom-up-initiatieven’. Dat is nog zo’n grappige term die in zwang is. Die Engelse benamingen van zaken die je ook gewoon in het Nederlands kan benoemen moeten een groot gewicht verlenen, een sérieux waar je niet mee mag lachen. Wat het dus net lachwekkend maakt.)

(Nog een eindconclusie over de koffiebar: helemaal niks mis mee, een café met een andere naam, maar het label ‘gezellig’ is over het algemeen niet gerechtvaardigd.)

Apple

Apple, het bedrijf dat het monopolie heeft verworven op Geluk, maakte gisteren wereldkundig wat Geluk anno 2015 zal kosten. De prijs van Geluk, in de vorm van de Apple Watch, blijkt dit jaar te kunnen oplopen tot 17.000 dollar. Dat is niet goedkoop en daarom dreigen we dit jaar meer dan ooit in een wereld te zullen belanden waarin Geluk nog slechts een luxeproduct is voor een kleine elite van superrijken, gadgetfreaks, Appleverslaafden en technologiejournalisten en -bloggers.
Deze groepen zullen nog aangevuld worden door miljoenen mensen die zich financieel zullen ruïneren om ook in 2015 nog Gelukkig te kunnen zijn.
Alle andere mensen - meer dan 90 procent van de wereldbevolking? - staan barre tijden van diepe ellende en onoverzienbare miserie te wachten. Is dit nu echt wat Apple wil?! Is dat niet gewoon wraakroepend en misdadig! Wanneer gaan we eindelijk optreden tegen dit machtsmisbruik? Ik word hier nu al vreselijk ongelukkig van!

maandag 2 maart 2015

Ik schaam mij voor mijn kinderen

Andere mannen met kleine kinderen zullen het misschien niet zo boudweg durven stellen, maar ik durf grif toegeven dat het vaderschap naast lusten ook lasten met zich meebrengt.
Zo wil het weleens gebeuren dat een van mijn twee klein mannen ziek valt op de dinsdag, de dag waarop mijn vrouw tot zeven uur ‘s avonds moet werken, en ik met de twee klein in de wachtzaal van de dokter beland; ik kan een van beide moeilijk thuis laten als er geen opvang voorzien is, de bomma kan niet altijd inspringen, die heeft ook recht op haar zumba-avond of haar ‘Dagelijkse kost’.

Maar daar zit ik dan bij de dokter met mijn gasten van vier en bijna twee. Onze Mattis, de oudste, heeft een gevoelige keel en de week voor de krokusvakantie was het weer zover. Dinsdagavond kwam hij van school met zo’n gezwollen keel dat ik direct beslist heb om met hem naar de dokter te gaan. Maar voor onze Noam was geen oplossing (de mama was nog aan ‘t werken) en daarom moest hij mee.
Dat is een lijdensweg geweest. Ik wist het op voorhand, maar dat het mij zó zou ergeren - ik ben er zelf van verschoten.

Wij komen daar binnen in die wachtzaal en we hebben geluk want er zat maar één persoon. Het zou dus snel aan ons zijn. Maar onze Mattis zit met zijn keel en onze Noam weet van niks, en sowieso is het voor die mannen niet gemakkelijk om op een stoel te blijven zitten en rustig te zijn. Begint onze Noam van anderhalf daar toch wel rond te crossen en in de speelhoek met blokken te gooien tot hij zijn evenwicht verliest en pardoes op zijn poep valt. Hij was gewoon geschrokken, hij had zich geen pijn gedaan, maar zo’n kind verschiet en trekt een klep open, het gekende verhaal. Er was geen troosten aan en ik mocht hem op mijn arm nemen en sussen al wat ik wilde, hij bleef maar kressen en doen.

Ondertussen zat ik nog altijd met onze Mattis en zijn zere keel en dat manneke was ook aan het eind van zijn latijn. Hij begint daar ook rond te lopen en gaat ook in die speelhoek met blokken gooien en kabaal maken. Nu, ik weet dat het maar kinderen zijn en dat ze zich ook maar vervelen, maar al die herrie, dat is niet aan mij besteed. Nooit geweest. Ik was mij daar vóór ik kinderen had niet zo van bewust, maar dat geblèr en getier, ik krijg het daarvan fameus op mijn heupen. Zelfs als het mijn eigen kinderen zijn.

Ondertussen begon het allemaal nogal lang te duren en de dokter was de meneer voor ons nog niet komen halen. Ik zag ook dat die kerel, een jaar of 28, zich zat te ergeren aan mijn kinderen, ik kon dat ook begrijpen. Ik zag hem denken dat hij die twee klein mannen gerust met hun kopkes tegen een betonnen muur zou willen kwakken en als ik eerlijk ben, ik had inmiddels gerust hetzelfde willen doen.

De man probeerde een boek te lezen en ik kon zien dat hij de grootste moeite had om zich te concentreren. Het gejengel van mijn gasten maakte dat hij elke zin drie keer moest lezen. Ik weet dat omdat ik mij zelf een aantal jaren geleden, toen ik nog geen kinderen had, geregeld in zijn situatie bevond als ik zelf bij de dokter zat.
Ik ben zelf altijd een grote lezer geweest, maar met de kinderen komt het er toch veel minder van om nog eens rustig met een boek in de zetel te kruipen.

Ik probeerde te zien wat meneer aan ‘t lezen was en hij las ‘Vloed’ van Roderik Six.
Dat wekte meteen mijn interesse, ik heb veel goeds gelezen over dat boek en mocht ik tijd hebben, zou ik het zelf ook wel willen lezen.

Ik begon dus sympathie te krijgen voor die kerel - zo gaat dat - en had het aan mij gelegen, ik had een praatje met hem aangeknoopt. Maar opnieuw: mijn twee klein mannen beletten mij op elke manier om twee minuutjes met iets anders bezig te zijn dan met hun eigen gesnotter en gefezel en het werd wel duidelijk dat ik een mogelijk gesprekje onder boekenliefhebbers zou mislopen. De prijs van kinderen zeker? Nemen maar buitenproportioneel veel geven.

Het was uiteindelijk ronduit gênant om daar als slappe pa van twee miserabele kinderen in die wachtzaal te zitten met iemand die beheerst en in stilte een goed boek probeerde te lezen.
Ik moest elke twee seconden een van mijn mannen naar mij roepen, op mijn schoot nemen, de traantjes deppen en wat niet al. Toen onze Mattis terug naar die speelhoek wilde, heb ik zelfs dat ene vreselijke zinnetje uitgesproken waar ik zelf altijd zo van gegruweld heb als ik het andere ouders hoorde zeggen: “en nu blijft ge op uw stoel zitten en ik ga het geen tweede keer zeggen hé!” Dat was zonder meer het dieptepunt van dat afschuwelijke halfuur.

Gelukkig kwam toen de dokter meneer roepen en was de miserie voorbij.
Ik heb mij doodgeschaamd voor mijn kinderen en voor mezelf als vader. Ik had mij willen excuseren, maar toen ik het had kunnen doen heb ik het nagelaten. Ik moet het hier met mijn vrouw over hebben want dit wil ik niet meer meemaken. De volgende keer dat er iets is met onze Noam of onze Mattis bel ik de huisdokter.
Het is gewoon verschrikkelijk om andere mensen te moeten ambeteren met het gejengel van mijn kinderen.