1. De Jeugd van Tegenwoordig
2. The Slow Show
3. Illuminine
4. MNEK
5. Gonzales
6. TV on The Radio
7. Seinabo Sey
8. East India Youth
9. Empress Of
10. Noel Gallagher’s High Flying Birds
11. Tourist LeMC
12. Mark Lanegan
13. Sufjan Stevens
14. Foo Fighters
15. Les Sins
16. Sharon Van Etten
17. The Spectors
18. Julia Holter
19. Father John Misty
20. Dornik
donderdag 31 december 2015
Channeling door Mona Lisa M
"De namen van uw kinderen zijn goed gekozen. Ze hebben namen die refereren aan grootse zielsinhouden. Dat maakt het hen ook niet gemakkelijk om hun levenspad te kiezen, want namen kunnen ook een soort van grootse druk op de schouders leggen. Bij hen is hun rugzak niet zo groot, er is niet zoveel ballast van de voorouders en van vorige levens, maar er is wel het juk van de roeping. Wanneer men een sterke roeping heeft, dan kan men daar als het ware niet onder uit. Men onderneemt dan in de jonge jaren vaak vluchtpogingen. Die escapades kunnen alle mogelijke vormen aannemen.
In de kringen van Ali komt het meestal tot uitdrukking doordat leeftijdsgenoten maar blijven studeren, blijven stages doen, blijven reizen maken en maar niet aan een job toekomen. Ze lanceren zich niet omdat ze voelen dat het nog steeds niet je dat is wat ze eigenlijk zouden willen doen. Ze zijn als het ware exclusief en zeer eclectisch in hun manier van leven.
Ali behoort tot de lichting van de nieuwetijdskinderen, kinderen die we de Silvergrays noemen. Hij heeft een zilverige, ietwat mistige uitstraling. Toch is hij geen nevelkind. De Nebula zijn diegene die echt in de mist blijven hangen en die niet tevoorschijn durven treden, terwijl de Silvergrays van oorsprong uit zeer gezagvol zijn. Ze dragen ook autoriteit met zich mee, maar zijn er tegelijkertijd bang van. Want autoriteit wordt je gegund, wordt je gegeven door boven. Autoriteit is een machtiging van de goddelijke kracht of macht, de goddelijke taken van overzicht die je gegeven worden. Het is een soort uitverkiezing.
Dat is zodanig in Ali's ziel geprent dat hij afwacht of iemand hem zal toeroepen om ergens in dienst te treden, of iemand hem zal aanstellen over een bepaalde afdeling, een groep, of een gezelschap of een bedrijf. Hij wil dus in feite 'ontdekt' worden. Maar in het huidige tijdperk loopt dat niet altijd zo. Het overkomt maar een bepaald percentage van de wereldbevolking dat ontdekt wordt en als een ster wordt beschouwd en dan opgehemeld wordt door de massa, waardoor het uiterst moeilijk wordt om de weg te gaan die voorzien was.
Ali lijkt heel sterk, ook fysiek gezien, op Augustinus en op Alexander de Grote, twee grote keizers die in feite dezelfde zielsbelichaming zijn. Deze grote mannen hebben er alles aan gedaan om een groot eenheidsnetwerk tot stand te brengen. Niet zozeer door landen te veroveren, dan wel door overal grootse projecten te starten en intelligentie uit te sturen tot ver buiten de grenzen.
Door die grote contacten kwamen de wetenschappelijke bevindingen overal en konden er grote kwantumsprongen gemaakt worden in de evolutie van de mensheid.
Dat is precies wat de ziel van Ali met hem voorheeft. Hij zou hem willen inzetten op een plek waar er grote bewustzijnssprongen kunnen gemaakt worden. Maar dat kan hij ook doen vanop de achtergrond. Zijn schaamte of verlegenheid heeft ervoor gezorgd dat hij zichzelf bijna van bij de geboorte geboycot heeft. En al is die boycot nu van de baan, hij wordt nog steeds een stukje vertaald in het afwezig blijven in het openbaar. Hij kan onder de mensen komen, maar in beschermde middens die hij zelf creëert. Maar op internet is hij een vrije vogel en daar kan hij zijn stem verheffen.
Wellicht zal hij in contact komen met grote geesten van zijn tijd en daarmee een soort van blauwdruknetwerk vormen. De term moet nog uitgevonden worden, het is een soort ‘linking’ die al wel bestaat maar nog niet specifiek wordt benoemd.
Deze mensen zijn 'bewustwordingsvorderaars'. Zij die eisen van diegene die die blogs of die sites bezoeken om er hun gedachten bij te houden en mee te redeneren, mee te evolueren in het beschouwen van wat er allemaal gebeurt in de wereld, maar ook van wat er wordt uitgevonden en bedacht.
Deze Silvergray zal wellicht op latere leeftijd, ergens voorbij de 50, zijn autoriteit gaan neerzetten doordat hij dan zijn vleugels durft uit te spreiden en een koepel durft neer te zetten over een groots project. Dan pas! We vermoeden dat hij op dat vlak een laatbloeier is. Maar de ziel manoeuvreert hem gestaag, stapje per stapje, daar naartoe.
Heb dus geen angst, in feite loopt zijn pad over rozen, maar hij is gewend om de doornen een beetje uit te vergroten en dat kunt u hem misschien nog wel ergens onder de neus wrijven. Hij heeft de neiging om overal de angeltjes en de addertjes te zien. Dat maakt dat hij minder naïef in het leven staat dan men op het eerste zicht zou denken, maar langs de andere kant kan dat ook aangewakkerd worden tot een soort doemdenken. Dus moet hij voorzichtig blijven, want als er een depressieve neiging de kop opsteekt dan zou het best wel eens kunnen dat hij die angeltjes en addertjes gaat uitvergroten, ook in de directe omgeving, en dan wordt het leven moeilijk en zwaar.
Laat hem dus die positieve trend houden. Laat hem alstublieft met de genade gods openbloeien tot een prachtige roos, een welriekende roos wier geur verspreid wordt tot ver buiten de grenzen.
Wij danken u voor het baren van zulke mooie oogappels.
Gegroet."
In de kringen van Ali komt het meestal tot uitdrukking doordat leeftijdsgenoten maar blijven studeren, blijven stages doen, blijven reizen maken en maar niet aan een job toekomen. Ze lanceren zich niet omdat ze voelen dat het nog steeds niet je dat is wat ze eigenlijk zouden willen doen. Ze zijn als het ware exclusief en zeer eclectisch in hun manier van leven.
Ali behoort tot de lichting van de nieuwetijdskinderen, kinderen die we de Silvergrays noemen. Hij heeft een zilverige, ietwat mistige uitstraling. Toch is hij geen nevelkind. De Nebula zijn diegene die echt in de mist blijven hangen en die niet tevoorschijn durven treden, terwijl de Silvergrays van oorsprong uit zeer gezagvol zijn. Ze dragen ook autoriteit met zich mee, maar zijn er tegelijkertijd bang van. Want autoriteit wordt je gegund, wordt je gegeven door boven. Autoriteit is een machtiging van de goddelijke kracht of macht, de goddelijke taken van overzicht die je gegeven worden. Het is een soort uitverkiezing.
Dat is zodanig in Ali's ziel geprent dat hij afwacht of iemand hem zal toeroepen om ergens in dienst te treden, of iemand hem zal aanstellen over een bepaalde afdeling, een groep, of een gezelschap of een bedrijf. Hij wil dus in feite 'ontdekt' worden. Maar in het huidige tijdperk loopt dat niet altijd zo. Het overkomt maar een bepaald percentage van de wereldbevolking dat ontdekt wordt en als een ster wordt beschouwd en dan opgehemeld wordt door de massa, waardoor het uiterst moeilijk wordt om de weg te gaan die voorzien was.
Ali lijkt heel sterk, ook fysiek gezien, op Augustinus en op Alexander de Grote, twee grote keizers die in feite dezelfde zielsbelichaming zijn. Deze grote mannen hebben er alles aan gedaan om een groot eenheidsnetwerk tot stand te brengen. Niet zozeer door landen te veroveren, dan wel door overal grootse projecten te starten en intelligentie uit te sturen tot ver buiten de grenzen.
Door die grote contacten kwamen de wetenschappelijke bevindingen overal en konden er grote kwantumsprongen gemaakt worden in de evolutie van de mensheid.
Dat is precies wat de ziel van Ali met hem voorheeft. Hij zou hem willen inzetten op een plek waar er grote bewustzijnssprongen kunnen gemaakt worden. Maar dat kan hij ook doen vanop de achtergrond. Zijn schaamte of verlegenheid heeft ervoor gezorgd dat hij zichzelf bijna van bij de geboorte geboycot heeft. En al is die boycot nu van de baan, hij wordt nog steeds een stukje vertaald in het afwezig blijven in het openbaar. Hij kan onder de mensen komen, maar in beschermde middens die hij zelf creëert. Maar op internet is hij een vrije vogel en daar kan hij zijn stem verheffen.
Wellicht zal hij in contact komen met grote geesten van zijn tijd en daarmee een soort van blauwdruknetwerk vormen. De term moet nog uitgevonden worden, het is een soort ‘linking’ die al wel bestaat maar nog niet specifiek wordt benoemd.
Deze mensen zijn 'bewustwordingsvorderaars'. Zij die eisen van diegene die die blogs of die sites bezoeken om er hun gedachten bij te houden en mee te redeneren, mee te evolueren in het beschouwen van wat er allemaal gebeurt in de wereld, maar ook van wat er wordt uitgevonden en bedacht.
Deze Silvergray zal wellicht op latere leeftijd, ergens voorbij de 50, zijn autoriteit gaan neerzetten doordat hij dan zijn vleugels durft uit te spreiden en een koepel durft neer te zetten over een groots project. Dan pas! We vermoeden dat hij op dat vlak een laatbloeier is. Maar de ziel manoeuvreert hem gestaag, stapje per stapje, daar naartoe.
Heb dus geen angst, in feite loopt zijn pad over rozen, maar hij is gewend om de doornen een beetje uit te vergroten en dat kunt u hem misschien nog wel ergens onder de neus wrijven. Hij heeft de neiging om overal de angeltjes en de addertjes te zien. Dat maakt dat hij minder naïef in het leven staat dan men op het eerste zicht zou denken, maar langs de andere kant kan dat ook aangewakkerd worden tot een soort doemdenken. Dus moet hij voorzichtig blijven, want als er een depressieve neiging de kop opsteekt dan zou het best wel eens kunnen dat hij die angeltjes en addertjes gaat uitvergroten, ook in de directe omgeving, en dan wordt het leven moeilijk en zwaar.
Laat hem dus die positieve trend houden. Laat hem alstublieft met de genade gods openbloeien tot een prachtige roos, een welriekende roos wier geur verspreid wordt tot ver buiten de grenzen.
Wij danken u voor het baren van zulke mooie oogappels.
Gegroet."
zaterdag 26 december 2015
Leeslijst 2015
* = extra van genoten
** = extra-extra van genoten
*** = omvergeblazen, meegesleept, overrompeld - een wekenlange trip die ik nooit zal vergeten
** = extra-extra van genoten
*** = omvergeblazen, meegesleept, overrompeld - een wekenlange trip die ik nooit zal vergeten
- Thomas Blondeau: ‘Het West-Vlaams versierhandboek’
- Fleur Boose: ‘De les’
- Carrie Borzillo: ‘Nirvana: In the words of the people who were there’ - **
- Ernest Claes: ‘De Witte’
- Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’
- Joost De Vries: ‘Vechtmemoires’
- Fjodor Dostojevski: ’De gebroeders Karamazov’ - ***
- Dave Eggers: ‘De cirkel’ - **
- Mark Greif e.a.: ‘What was the Hipster’
- Arnon Grunberg: ‘Blauwe maandagen’
- Martin de Haan: ‘Aan de rand van de wereld: Michel Houellebecq’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘De allestafel’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘Stern’
- Ernest Hemingway: ‘De oude man en de zee’
- Michel Houellebecq: ‘De wereld als markt en strijd’
- Michel Houellebecq: ‘Mogelijkheid van een eiland’ - *
- Michel Houellebecq: ‘Onderworpen’ - *
- Herman Koch: ‘Denken aan Bruce Kennedy’
- Tom Lanoye: ‘Het goddelijke monster’
- Tom Lanoye: ‘Zwarte tranen’
- Tom Lanoye: ‘Boze tongen’
- Harry Mulisch: ‘De ontdekking van de hemel’ - *
- Yves Petry: ‘Liefde bij wijze van spreken’
- Antoine de Saint-Exupéry: ‘Le petit prince’
- Lionel Shriver: ‘We moeten het even over Kevin hebben’
- Serge Simonart: ‘Een medaille van vlees en bloed’
- Roderik Six: ‘Vloed’ - *
- Peter Terrin: ‘De bewaker’
- Peter Terrin: ‘Post mortem’
- Rik Van Cauwelaert: ‘Ils nous ont pris la Flandre’
- Joost Vandecasteele: ‘Massa’
- Joost Vandecasteele: ‘Vel’
- Christophe Vekeman: ‘Marie’
- Peter Verhelst: ‘De allerlaatste caracara ter wereld’
- Peter Verhelst: ‘Geschiedenis van een berg’ - *
- Jan Wolkers: ‘Turks fruit’
- Virginia Woolf: ‘Mrs. Dalloway’
GRAFISCHE NOVELLES E.A.
- Edmond Baudoin: ‘De zang van de walvissen’ - *
- Sanne Bijnens: ‘Babyblues’
- ‘Bruss. Brussels In Shorts 2’ (verschillende auteurs)
- Charles Burnes: ‘Big Baby’
- Ross Canpbell: ‘Wet Moon IV’
- Stephen Collins: ‘The Gigantic Beard That Was Evil’
- Yannick Dangre: ‘Met terugwerkende kracht’ (dichtbundel)
- Maarten De Saeger: ‘Mijn begrafenis’
- Jacques Ferrandez: ‘L’étranger’ - *
- Andy Fierens: ‘Wonderbra’s en pepperspray’ (dichtbundel)
- Ben Gijsemans: ‘Hubert’
- Inne Haine: ‘Het mirakel van Vierves’
- Jim: ‘Een nacht in Rome I en II’
- Lorenzo Mattotti: ‘De man aan het raam’ - **
- Michel Onfray & Maximilien Le Roy: ‘Nietzsche’
- Seth: ‘Clyde Fans’
- Maarten Vande Wiele: ‘Paris’
- Stephan Vanfleteren: ‘MMXIV’ (fotoboek) - **
- Joris Vermassen: ‘Het zotte geweld’
- Fleur Boose: ‘De les’
- Carrie Borzillo: ‘Nirvana: In the words of the people who were there’ - **
- Ernest Claes: ‘De Witte’
- Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’
- Joost De Vries: ‘Vechtmemoires’
- Fjodor Dostojevski: ’De gebroeders Karamazov’ - ***
- Dave Eggers: ‘De cirkel’ - **
- Mark Greif e.a.: ‘What was the Hipster’
- Arnon Grunberg: ‘Blauwe maandagen’
- Martin de Haan: ‘Aan de rand van de wereld: Michel Houellebecq’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘De allestafel’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘Stern’
- Ernest Hemingway: ‘De oude man en de zee’
- Michel Houellebecq: ‘De wereld als markt en strijd’
- Michel Houellebecq: ‘Mogelijkheid van een eiland’ - *
- Michel Houellebecq: ‘Onderworpen’ - *
- Herman Koch: ‘Denken aan Bruce Kennedy’
- Tom Lanoye: ‘Het goddelijke monster’
- Tom Lanoye: ‘Zwarte tranen’
- Tom Lanoye: ‘Boze tongen’
- Harry Mulisch: ‘De ontdekking van de hemel’ - *
- Yves Petry: ‘Liefde bij wijze van spreken’
- Antoine de Saint-Exupéry: ‘Le petit prince’
- Lionel Shriver: ‘We moeten het even over Kevin hebben’
- Serge Simonart: ‘Een medaille van vlees en bloed’
- Roderik Six: ‘Vloed’ - *
- Peter Terrin: ‘De bewaker’
- Peter Terrin: ‘Post mortem’
- Rik Van Cauwelaert: ‘Ils nous ont pris la Flandre’
- Joost Vandecasteele: ‘Massa’
- Joost Vandecasteele: ‘Vel’
- Christophe Vekeman: ‘Marie’
- Peter Verhelst: ‘De allerlaatste caracara ter wereld’
- Peter Verhelst: ‘Geschiedenis van een berg’ - *
- Jan Wolkers: ‘Turks fruit’
- Virginia Woolf: ‘Mrs. Dalloway’
GRAFISCHE NOVELLES E.A.
- Edmond Baudoin: ‘De zang van de walvissen’ - *
- Sanne Bijnens: ‘Babyblues’
- ‘Bruss. Brussels In Shorts 2’ (verschillende auteurs)
- Charles Burnes: ‘Big Baby’
- Ross Canpbell: ‘Wet Moon IV’
- Stephen Collins: ‘The Gigantic Beard That Was Evil’
- Yannick Dangre: ‘Met terugwerkende kracht’ (dichtbundel)
- Maarten De Saeger: ‘Mijn begrafenis’
- Jacques Ferrandez: ‘L’étranger’ - *
- Andy Fierens: ‘Wonderbra’s en pepperspray’ (dichtbundel)
- Ben Gijsemans: ‘Hubert’
- Inne Haine: ‘Het mirakel van Vierves’
- Jim: ‘Een nacht in Rome I en II’
- Lorenzo Mattotti: ‘De man aan het raam’ - **
- Michel Onfray & Maximilien Le Roy: ‘Nietzsche’
- Seth: ‘Clyde Fans’
- Maarten Vande Wiele: ‘Paris’
- Stephan Vanfleteren: ‘MMXIV’ (fotoboek) - **
- Joris Vermassen: ‘Het zotte geweld’
maandag 21 december 2015
Top 30 hits van 2015
1. East India Youth: ‘Turn Away’
2. Tourist LeMC: ‘Koning Liefde’
3. Noel Gallagher’s High Flying Birds: ‘Ballad of The Mighty I’
4. The Slow Show: ‘Dresden’
5. NERO: ‘Two Minds’
2. Tourist LeMC: ‘Koning Liefde’
3. Noel Gallagher’s High Flying Birds: ‘Ballad of The Mighty I’
4. The Slow Show: ‘Dresden’
5. NERO: ‘Two Minds’
6. Erik Hassle: ‘No Words’
7. Giorgio Moroder & Kelis: ‘Back and Forth’
8. Drenge: ‘Never Awake’
9. Grace: ‘You Don’t Own Me’
10. Of Mice and Men: ‘Broken Generation’
11. Seinabo Sey: ‘Younger’
12. Faith No More: ‘Superhero’
13. Courtney Barnett: ‘Pedestrian At Best’
14. Mark Lanegan & Beth Orton: ‘Your Kisses Burn’
15. MNEK: ‘Wrote a Song About You’
16. All Tvvins: ‘Thank You’
17. CHVRCHES: ‘Leave a Trace’
18. Saalk: ‘Voor de liefde’
19. Florence + The Machine: ‘St. Jude’
20. Kendrick Lamar: ‘The Blacker The Berry’
21. Yael Naim: ‘Coward’
22. De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Manon’
23. Teenage Wrist: ‘Slide Away’
24. Destroyer: ‘Girl in a Sling’
25. Låpsley: ‘Hurt Me’
26. Lianne La Havas: ‘Unstoppable’
27. Bob Moses: ‘Tearing Me Up’
28. Ringland Band: ‘Laat de mensen dansen’
29. Disclosure: ‘Holding On’
30. Father John Misty: ‘Bored In The USA’
TOP 50 MATERIAAL
- Best Coast: ‘Heaven Sent’
- Big Data: ‘Snowed In’
- BJ Baartmans: ‘Er speelt zoveel’
- Cambio Sun: ‘Be a Man’
- The Chainsmokers: ‘New York City’
- Deafheaven: ‘Come Back’
- De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Ik was een klootzak’
- Dornik: ‘Second Thoughts’
- Empress Of: ‘How Do You Do It’
- Erik Hassle: ‘Smaller’
- Foo Fighters: ‘Saint Cecilia’
- George Fitzgerald: ‘Full Circle’
- Kurt Vile: ‘Pretty Pimpin’
- LANY: ‘Someone Else’
- Luke Christopher: ‘Need That Love’
- Mapei: ‘Change’
- Mercury Rev: ‘The Queen of Swans’
- Sofi de la Torre: ‘Colorblind Cruisin’
- Stéphanie Blanchoud: ‘Up And Down’
- Submotion Orchestra: ‘Lift Music’
- Tourist LeMC: ‘En route’
- Villagers: ‘Hot Scary Summer’
- The World Is a Beautiful Place & I Am No Longer Afraid To Die: ‘I Can Be Afraid of Anything’
7. Giorgio Moroder & Kelis: ‘Back and Forth’
8. Drenge: ‘Never Awake’
9. Grace: ‘You Don’t Own Me’
10. Of Mice and Men: ‘Broken Generation’
11. Seinabo Sey: ‘Younger’
12. Faith No More: ‘Superhero’
13. Courtney Barnett: ‘Pedestrian At Best’
14. Mark Lanegan & Beth Orton: ‘Your Kisses Burn’
15. MNEK: ‘Wrote a Song About You’
16. All Tvvins: ‘Thank You’
17. CHVRCHES: ‘Leave a Trace’
18. Saalk: ‘Voor de liefde’
19. Florence + The Machine: ‘St. Jude’
20. Kendrick Lamar: ‘The Blacker The Berry’
21. Yael Naim: ‘Coward’
22. De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Manon’
23. Teenage Wrist: ‘Slide Away’
24. Destroyer: ‘Girl in a Sling’
25. Låpsley: ‘Hurt Me’
26. Lianne La Havas: ‘Unstoppable’
27. Bob Moses: ‘Tearing Me Up’
28. Ringland Band: ‘Laat de mensen dansen’
29. Disclosure: ‘Holding On’
30. Father John Misty: ‘Bored In The USA’
TOP 50 MATERIAAL
- Best Coast: ‘Heaven Sent’
- Big Data: ‘Snowed In’
- BJ Baartmans: ‘Er speelt zoveel’
- Cambio Sun: ‘Be a Man’
- The Chainsmokers: ‘New York City’
- Deafheaven: ‘Come Back’
- De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Ik was een klootzak’
- Dornik: ‘Second Thoughts’
- Empress Of: ‘How Do You Do It’
- Erik Hassle: ‘Smaller’
- Foo Fighters: ‘Saint Cecilia’
- George Fitzgerald: ‘Full Circle’
- Kurt Vile: ‘Pretty Pimpin’
- LANY: ‘Someone Else’
- Luke Christopher: ‘Need That Love’
- Mapei: ‘Change’
- Mercury Rev: ‘The Queen of Swans’
- Sofi de la Torre: ‘Colorblind Cruisin’
- Stéphanie Blanchoud: ‘Up And Down’
- Submotion Orchestra: ‘Lift Music’
- Tourist LeMC: ‘En route’
- Villagers: ‘Hot Scary Summer’
- The World Is a Beautiful Place & I Am No Longer Afraid To Die: ‘I Can Be Afraid of Anything’
zondag 13 december 2015
Wauw, jij hebt mooie ogen
Gisteren zat ik in het gezelschap van drie vrouwen mijn middagmaal te verorberen. We praatten over runderen, koetjes en kalfjes met name, zoals de verhuis van de een en het zwembad waarvan de ander droomt maar dat ze niet kan betalen en waar ze in haar tuin sowieso geen plaats voor heeft.
Vrouw 1 moet eind de dertig zijn, vrouw 2 halverwege de vijftig en vrouw 3 zou je nog gerust een ‘jongedame’ kunnen noemen. Zij zal hooguit 25 zijn.
De jongedame zei iets tegen mij tijdens het eten en onwillekeurig merkte ik plots haar felblauwe ogen op. Die waren me nog niet eerder zo opgevallen, het gebeurt niet zo vaak dat zij en ik samen aan een tafel zitten. Al even onwillekeurig als dat ik naar haar ogen keek zei ik: “Wauw, jij hebt felblauwe ogen, dat was me nog niet eerder zo opgevallen.”
“Aha, is dat uw versiertruc?” reageerde ‘vrouw 1’, een energiek en heel direct type, geamuseerd. Ik ontkende en zei dat het me gewoon plots was opgevallen en dat ik er verder niks bijzonders mee bedoelde. (“Wilt ge het met mij aan?” vroeg ik derhalve aan de 'jongedame'. Ze kon er mee lachen.) De jongedame besloot mijn opmerking over haar ogen op te vatten als een compliment en hechtte er naar ik aanneem verder niet zoveel belang aan. En zo was het goed want ik had er verder ook echt niks mee bedoeld. (Op een onbewust niveau had ik natuurlijk naar alle drie de dames gecommuniceerd dat ik op mijn gemak was in hun gezelschap, realiseerde ik me nadien.) Overigens had ik de jongedame niet eens een compliment gemaakt, want aan de kleur van haar ogen heeft zij geen enkele verdienste. Ze heeft mooie ogen, dat is waar, maar meer dan dat vast te stellen kan je niet doen.
Nu stel ik me wel de vraag waarom een positieve opmerking over iemands uiterlijk bijna per definitie ‘beladen’ is. Waarom mag ik enkel tegen mijn spreekwoordelijk lief zeggen dat ze mooie ogen heeft en niet tegen mijn spreekwoordelijke buurvrouw? Akkoord, het gaat hier over een man die iets zegt tegen een vrouw en het is een feit dat ik een man met mooie ogen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen over zijn ogen zal aanspreken - maar voor de rest: wat doet her ertoe? Ik had kunnen zwijgen over de ogen van de jongedame, maar waarom in feite? Omdat ik bang zou zijn om flirterig over te komen? Dat zou dan eerder haar probleem zijn dan het mijne, als zij het zo zou interpreteren.
Vorige week maakte ik het trouwens nog bonter wat het positieve opmerkingen maken over andermans uiterlijk betreft.
Een vriendin van mij, onmiskenbaar een hele mooie vrouw, sprak over haar date met een jongen en zei te vrezen dat ze op hem een rare indruk had gemaakt. Ze zei dat ze veel stomme grapjes had verteld en weet ik veel wat nog. Niet dat ze per se spijt had van haar ‘optreden’ nochtans. Ze stelde zich gewoon veel te veel vragen en was heel onzeker, zoals ze dat wel vaker is.
Nu is deze vriendin werkelijk een bijzonder knappe verschijning en bezit ze een uitstraling waarmee ze heel wat blikken naar zich toetrekt wanneer ze pakweg op een terrasje gaat zitten. Als ik met haar iets ga eten in het etablissementje van onze keus zal menig heerschap zich stilletjes afvragen hoe ‘die kerel’ (ik dus) zich tegenover die mooie vrouw verhoudt. Daar durf ik rustig een sommetje op in te zetten.
Dus toen deze vriendin zich vorige week luidop afvroeg of haar date, met wie het best gezellig was geweest, nog wel opnieuw met haar zou willen afspreken, was ik oprecht verbaasd. Ik zei dat ze daar toch echt niet nodeloos aan hoefde te twijfelen want dat ze, naar ze zelf zei, op geen enkele manier de indruk had dat hij niet geïnteresseerd was om haar terug te zien en dat ze bovendien niet mocht vergeten dat ze er fantastisch uitziet (mijn woorden) en dat die jongen er wellicht alleen al daarom niet voor zou terugdeinzen om opnieuw in haar gezelschap buiten te komen.
Hoewel dit natuurlijk niet erg complimenteus was tegenover de jongen in kwestie, zei ik dit toch weloverwogen omdat ik gewoon eventjes door de ogen van ‘een man’ probeerde te kijken. Een man die een mooie vrouw herkent en op basis van haar schoonheid ongetwijfeld (of onherroepelijk) in haar geïnteresseerd zal zijn. Omdat dat nu eenmaal zo gaat tussen mensen die elkaar nog niet zo heel goed kennen.
(Ik durfde dit ook te zeggen omdat deze vriendin iemand is die zo’n antwoord als dat van mij nooit eendimensionaal zal interpreteren als een slijmerig compliment van een zielige aanbidder. Natuurlijk - ik kan niet anders dan het er even bij te zeggen - vind ik haar zelf ook aantrekkelijk, anders zou ik dit moeilijk kunnen schrijven, en ik meen dat ook als ik zeg dat ze er fantastisch uitziet. Maar om verschillende redenen is het voor mij helemaal niet moeilijk om geen amoureuze gevoelens voor haar op te vatten. En zo is het wel des te comfortabeler.)
Soit. Mijn vriendin ging niet concreet in op mijn uitspraak, wellicht omdat ze gewoon niet kon ontkennen dat ik gelijk had. Natuurlijk is ze zich er zeer goed van bewust dat veel mannen haar aantrekkelijk vinden, ze had mijn opmerking niet nodig om zich dat te realiseren. Alleen leek het mij niet overbodig om haar er droogjes aan te herinneren dat uiterlijke schoonheid een rol speelt wanneer iemand besluit om zijn of haar date nog een kans te geven. En ik wilde duidelijk maken dat ik het in dat opzicht een beetje flauw vond van haar om zelfs maar te durven denken dat haar date haar al na één ontmoeting - een aangename ontmoeting dan nog - zou hebben ‘afgekeurd’ omdat ze misschien een beetje 'raar' had gedaan. Als ze immers de moeite had gedaan om even ernstig na te denken en haar uiterlijke schoonheid in acht te nemen zou ze meteen beseft hebben dat die kans niet zo groot is.
(Kritische lezers, herleid ik mijn vriendin nu al te zeer tot een soort lustobject? Is dit misschien ronduit seksistisch? Ik wil alleen maar zeggen dat heel veel mannen belang hechten aan het uiterlijk van hun date en heel graag gezien worden in het gezelschap van een vrouw die onmiskenbaar zeer mooi is.)
Doch, had ik iets over het uiterlijk van mijn vriendin moeten zeggen? Natuurlijk niet. Maar het leek me wel een ter zake doend antwoord op de vraag die zij zich stelde. Bovendien hoefde ik niet bang te zijn dat het ‘fout-flirterig’ zou worden opgevat. En bevatte mijn antwoord een compliment? Hoegenaamd niet. Net als het meisje met de blauwe ogen heeft mijn vriendin geen bijzondere verdienste aan haar uiterlijk.
Mijn conclusie is dus ten slotte dat men mensen niet nodeloos in verlegenheid moet brengen met onverwachte uitspraken over hun uiterlijk, maar dat het ook niet nodig is om tegen de jongedame met wie je gezellig kan praten te verzwijgen dat ze mooie ogen heeft als die notie onwillekeurig door je gedachten schiet.
En een vrouw wier schoonheid slechts door weinigen zal worden betwist maar die eventjes haar eigen schoonheid uit het oog verliest of doet alsof die van geen tel is, moet er ten allen tijde aan herinnerd worden dat haar date haar als persoon dan misschien wel een beetje raar vindt, maar dat hij haar wellicht ook behoorlijk knap vindt. Dan is dat misverstand ook weer opgelost.
zondag 6 december 2015
Hipster not amused
Ik heb het gedaan. Ik droomde er al lang van maar gisteren heb ik het ook gewoon gedaan. Ik ben naar de jongeman met de hipsterbaard toegestapt en heb het hem omfloerst gevraagd. Hij was niet erg amused.
Een en ander ging als volgt.
Ik zat op café met een vriend en ik kreeg een jongeman met typische hipsterbaard in de gaten. Nu heb ik twee maanden geleden - ik moest me echt eens fatsoenlijk informeren over het fenomeen - een boekje over 'de hipster' gelezen (‘What was the hipster?’ van Mark Greif e.a.) en voor mezelf wilde ik er voor eens en voor altijd komaf mee maken. De hipster moest aangesproken worden en vlakaf toegeven dat hij een hipster is. Ik ben het zo zat dat hipsters nooit willen toegeven dat ze hipsters zijn. Doe normaal, een beetje humor please, een beetje relativeringsvermogen ook. Neem jezelf niet zo serieus, hipster! (Maar die sérieux over jezelf is net weer inherent aan het hipster-zijn. Het stopt nooit.)
Ik kreeg hem in de gaten, zoals hij daar met zijn baard en zijn iPhone tegenover zijn vriendin zat. Ik zei: “hipsteralarm”. ‘t Is niet dat ik geen hipsters kan uitstaan, ik wil ze gewoon laten toegeven dat ze hipsters zijn. Voor eens en voor altijd.
Mijn vriend vond het een erg slecht idee om naar de hipster toe te gaan en het hem gewoon te vragen. Maar ik heb het gedaan, tot mijn eigen verbazing.
We wilden het café verlaten en moesten daarvoor langs de hipster en zijn vriendin passeren. Tot op het moment dat we hem passeerden had ik voor mezelf niet uitgemaakt of ik hem ook werkelijk zou aanspreken. Maar ik deed het.
- “Excuseer, mag ik iets vragen?”
Hij verstond mij niet, ik moest Engels met hem spreken.
- “Het is een beetje een moeilijke vraag, maar, ziet u, ik heb de laatste tijd veel over, euh, hipsters gelezen en nu is een typisch uiterlijk kenmerk van de hipster een baard zoals u er een hebt.”
Ik wist verdomme niet waar ik mee bezig was.
- “Wat is het probleem?” vroeg hij.
- “Er is geen probleem, ik ben alleen maar op zoek naar een hipster, iemand die wil toegeven dat hij een hipster is, waarmee ik natuurlijk niet zeg dat u een hipster bent!”
- “Wat is het probleem? Ik gebruik niet dat woord om mezelf te omschrijven. Dat is een woord dat ik niet gebruik.”
- “Ik wilde u zeker niet beledigen, mijn excuses als ik u beledigd heb, ik ben alleen maar op zoek naar een hipster die wil toegeven dat hij een hipster is. Die mensen zijn moeilijk te vinden.”
(Nee, dat laatste heb ik niet gezegd, maar dat zou het wel af gemaakt hebben.)
De vriendin keek verbaasd maar volgens mij ook een beetje geamuseerd toe. De baard vond het, geloof ik, niet zo leuk, maar hij ging mij ook geen slaag geven ofzo. Dat is niet iets dat hipsters doen, mensen slaag geven.
Ik verliet het café en pas toen ik buiten was realiseerde ik me wat ik zonet had gedaan. Ik had het gedaan, ik had het gevraagd! Ik had een onbekende aangesproken en hem met zoveel woorden laten verstaan dat ik dacht dat hij de fel gezochte hipster moest zijn. Ik had gerust klop kunnen krijgen, in andere omstandigheden.
(Ik ben altijd en overal bang om klop te krijgen van iemand. Om een of andere reden houd ik er rekening mee dat dat zomaar eender wanneer en zonder concrete aanleiding kan gebeuren. Nu niet dat ik permanent in angst door de stad loop, dat nu ook weer niet.)
Ik belde mijn vriend die begrijpelijkerwijs niet had willen blijven. Ik moest de zenuwen een beetje uit mijn lijf krijgen. Het heeft nog wel eventjes geduurd voor de zenuwen uit mijn lijf waren. Eigenlijk voel ik nog steeds wat spanning nu ik er aan terugdenk.
Het was maf. Op iemand afstappen en de vraag stellen. Zou hij nu complexen hebben? Zou hij naar zichzelf kijken in de spiegel en besluiten dat die baard er af moet? Zou hij nog zelfbewuster worden dan hij waarschijnlijk al is?
O jee, ik doe zoiets nooit meer. Maar het moest er van komen, ik wist dat het er op een dag van zou komen. Gelukkig is die dag nu voorbij. Ik hoop dat ik nooit meer iemand aanspreek met de omfloerste vraag of hij wil toegeven dat hij een hipster is (waarmee ik natuurlijk ook zeg dat ik vind dat hij er als een hipster uitziet, en dat blijft bepaald geen compliment!)
Wil de hipster zich verdomme voor eens en voor altijd kenbaar maken?! Dan zijn we er van af. De hipster staat bovenaan de lijst van de meest gezochte niet-terroristen. Het is tijd dat dat spelletje ophoudt.
Een en ander ging als volgt.
Ik zat op café met een vriend en ik kreeg een jongeman met typische hipsterbaard in de gaten. Nu heb ik twee maanden geleden - ik moest me echt eens fatsoenlijk informeren over het fenomeen - een boekje over 'de hipster' gelezen (‘What was the hipster?’ van Mark Greif e.a.) en voor mezelf wilde ik er voor eens en voor altijd komaf mee maken. De hipster moest aangesproken worden en vlakaf toegeven dat hij een hipster is. Ik ben het zo zat dat hipsters nooit willen toegeven dat ze hipsters zijn. Doe normaal, een beetje humor please, een beetje relativeringsvermogen ook. Neem jezelf niet zo serieus, hipster! (Maar die sérieux over jezelf is net weer inherent aan het hipster-zijn. Het stopt nooit.)
Ik kreeg hem in de gaten, zoals hij daar met zijn baard en zijn iPhone tegenover zijn vriendin zat. Ik zei: “hipsteralarm”. ‘t Is niet dat ik geen hipsters kan uitstaan, ik wil ze gewoon laten toegeven dat ze hipsters zijn. Voor eens en voor altijd.
Mijn vriend vond het een erg slecht idee om naar de hipster toe te gaan en het hem gewoon te vragen. Maar ik heb het gedaan, tot mijn eigen verbazing.
We wilden het café verlaten en moesten daarvoor langs de hipster en zijn vriendin passeren. Tot op het moment dat we hem passeerden had ik voor mezelf niet uitgemaakt of ik hem ook werkelijk zou aanspreken. Maar ik deed het.
- “Excuseer, mag ik iets vragen?”
Hij verstond mij niet, ik moest Engels met hem spreken.
- “Het is een beetje een moeilijke vraag, maar, ziet u, ik heb de laatste tijd veel over, euh, hipsters gelezen en nu is een typisch uiterlijk kenmerk van de hipster een baard zoals u er een hebt.”
Ik wist verdomme niet waar ik mee bezig was.
- “Wat is het probleem?” vroeg hij.
- “Er is geen probleem, ik ben alleen maar op zoek naar een hipster, iemand die wil toegeven dat hij een hipster is, waarmee ik natuurlijk niet zeg dat u een hipster bent!”
- “Wat is het probleem? Ik gebruik niet dat woord om mezelf te omschrijven. Dat is een woord dat ik niet gebruik.”
- “Ik wilde u zeker niet beledigen, mijn excuses als ik u beledigd heb, ik ben alleen maar op zoek naar een hipster die wil toegeven dat hij een hipster is. Die mensen zijn moeilijk te vinden.”
(Nee, dat laatste heb ik niet gezegd, maar dat zou het wel af gemaakt hebben.)
De vriendin keek verbaasd maar volgens mij ook een beetje geamuseerd toe. De baard vond het, geloof ik, niet zo leuk, maar hij ging mij ook geen slaag geven ofzo. Dat is niet iets dat hipsters doen, mensen slaag geven.
Ik verliet het café en pas toen ik buiten was realiseerde ik me wat ik zonet had gedaan. Ik had het gedaan, ik had het gevraagd! Ik had een onbekende aangesproken en hem met zoveel woorden laten verstaan dat ik dacht dat hij de fel gezochte hipster moest zijn. Ik had gerust klop kunnen krijgen, in andere omstandigheden.
(Ik ben altijd en overal bang om klop te krijgen van iemand. Om een of andere reden houd ik er rekening mee dat dat zomaar eender wanneer en zonder concrete aanleiding kan gebeuren. Nu niet dat ik permanent in angst door de stad loop, dat nu ook weer niet.)
Ik belde mijn vriend die begrijpelijkerwijs niet had willen blijven. Ik moest de zenuwen een beetje uit mijn lijf krijgen. Het heeft nog wel eventjes geduurd voor de zenuwen uit mijn lijf waren. Eigenlijk voel ik nog steeds wat spanning nu ik er aan terugdenk.
Het was maf. Op iemand afstappen en de vraag stellen. Zou hij nu complexen hebben? Zou hij naar zichzelf kijken in de spiegel en besluiten dat die baard er af moet? Zou hij nog zelfbewuster worden dan hij waarschijnlijk al is?
O jee, ik doe zoiets nooit meer. Maar het moest er van komen, ik wist dat het er op een dag van zou komen. Gelukkig is die dag nu voorbij. Ik hoop dat ik nooit meer iemand aanspreek met de omfloerste vraag of hij wil toegeven dat hij een hipster is (waarmee ik natuurlijk ook zeg dat ik vind dat hij er als een hipster uitziet, en dat blijft bepaald geen compliment!)
Wil de hipster zich verdomme voor eens en voor altijd kenbaar maken?! Dan zijn we er van af. De hipster staat bovenaan de lijst van de meest gezochte niet-terroristen. Het is tijd dat dat spelletje ophoudt.
woensdag 25 november 2015
Over Rudi, Jeugdje, Loewie en 'diene gevaarlijke zot'
Daarnet ging ik bij de Bilbo langs om mijn exemplaar van 'Manon' op te pikken. Enkele weken geleden schreef ik hier nog dat ik Jeugdjes nieuwste niet zou kopen, maar zoals het zo vaak gaat ben ik sindsdien van gedacht veranderd. 'Manon' is wel degelijk 44 minuten fun. De voor Jeugdje kenmerkende oneliners blijven dan wel wat achterwege, de ietwat foute 80's-synthsound kroop deze maand toch onder mijn vel. De ceedee st...unt hier as we speak kankerhard door de boxen. "Manon, ik lees over jou in de colofon. Manon, ik heb zin in een wippie op het balkon."
Ik rekende mijn aanwinst af - ik heb nu 652 cd's (+ enkele tientallen waar ik van af wil) - en feliciteerde Rudi met het feit dat hij burgemeester Louis Tobback over de vloer had gekregen bij de 'Officiële Heropening' van zijn winkel. Mijn woorden klonken waarschijnlijk ironisch, maar aangezien ik mijn eigen ironie al een tijdje niet meer herken weet ik het niet zeker. (Wie eens iets verfrissends over ironie wil vernemen, neme de essaybundel 'Vechtmemoires' van Joost De Vries ter hand.)
Soit.
Loewie was Bilbo dus komen inhuldigen en had, wellicht een tikkie routineus, zijn karakteristieke smile door de zaak laten shinen. Rudi bleek daar meer mee opgezet te zijn dan ik zou hebben verwacht, want hij verklaarde dat Loewie veel goeds had gedaan voor Leuven sinds hij hier de touwen in handjes heeft. Ironie of niet, ik wilde zeker geen verkeerde indruk maken en zei dus op goed geluk: "Zolang de N-VA hier maar de boel niet overneemt in Leuven!" Voorwaar een goede zet, zo bleek, want Rudi ging helemaal los.
"Ik zet geen voet meer in Antwerpen sinds diene gevaarlijke zot daar aan de macht is."
Nou! Die had ik niet zien komen, al klonk deze uitspraak me natuurlijk als kankerzoete muziek in de oortjes. Die Rudi, dacht ik terstond vol bewondering, wat is dat eigenlijk voor een absolute eindbaas, man.
"Chillax, Rudi," zei ik evenwel. "Subiet staat de N-VA-Gestapo hier om u monddood te maken met een knuffelkogel."
(Nee, dat zei ik natuurlijk niet, maar wat zou het mooi geweest zijn mocht ik het wel hebben gedaan. Een knuffelkogel, dames en heren, is het allermooiste eufemisme voor het 'bolletje' waarmee Bart De Wever veertienjarige meisjes door zijn troepen laat uitschakelen. Ik kan gewoon niet wachten om het woord in gesprekken te gebruiken.)
In een erg goed humeur verliet ik dus de Bilbo met niet alleen 'Manon' maar ook met de laatste RifRaf.
- maar wanneer léés ik dat boekske eigenlijk nog eens? De RifRaf: ook weer zoiets dat al onder de noemer 'Waar is den tijd?' begint te vallen.
Man, wat is er met mij? Ben ik bijna 29 ofzo? Ja, het heeft er alle schijn van. En de kans dat ik ooit nog eens 13 word en voor het eerst een Rifraf in mijn handjes houd, wordt er op die manier ook alleen maar kleiner op.
Doch niet getreurd. 29 is ook een mooie leeftijd. Een mooie leeftijd om een huis te bouwen, bijvoorbeeld. Waarover meer in januari.
Ik rekende mijn aanwinst af - ik heb nu 652 cd's (+ enkele tientallen waar ik van af wil) - en feliciteerde Rudi met het feit dat hij burgemeester Louis Tobback over de vloer had gekregen bij de 'Officiële Heropening' van zijn winkel. Mijn woorden klonken waarschijnlijk ironisch, maar aangezien ik mijn eigen ironie al een tijdje niet meer herken weet ik het niet zeker. (Wie eens iets verfrissends over ironie wil vernemen, neme de essaybundel 'Vechtmemoires' van Joost De Vries ter hand.)
Soit.
Loewie was Bilbo dus komen inhuldigen en had, wellicht een tikkie routineus, zijn karakteristieke smile door de zaak laten shinen. Rudi bleek daar meer mee opgezet te zijn dan ik zou hebben verwacht, want hij verklaarde dat Loewie veel goeds had gedaan voor Leuven sinds hij hier de touwen in handjes heeft. Ironie of niet, ik wilde zeker geen verkeerde indruk maken en zei dus op goed geluk: "Zolang de N-VA hier maar de boel niet overneemt in Leuven!" Voorwaar een goede zet, zo bleek, want Rudi ging helemaal los.
"Ik zet geen voet meer in Antwerpen sinds diene gevaarlijke zot daar aan de macht is."
Nou! Die had ik niet zien komen, al klonk deze uitspraak me natuurlijk als kankerzoete muziek in de oortjes. Die Rudi, dacht ik terstond vol bewondering, wat is dat eigenlijk voor een absolute eindbaas, man.
"Chillax, Rudi," zei ik evenwel. "Subiet staat de N-VA-Gestapo hier om u monddood te maken met een knuffelkogel."
(Nee, dat zei ik natuurlijk niet, maar wat zou het mooi geweest zijn mocht ik het wel hebben gedaan. Een knuffelkogel, dames en heren, is het allermooiste eufemisme voor het 'bolletje' waarmee Bart De Wever veertienjarige meisjes door zijn troepen laat uitschakelen. Ik kan gewoon niet wachten om het woord in gesprekken te gebruiken.)
In een erg goed humeur verliet ik dus de Bilbo met niet alleen 'Manon' maar ook met de laatste RifRaf.
- maar wanneer léés ik dat boekske eigenlijk nog eens? De RifRaf: ook weer zoiets dat al onder de noemer 'Waar is den tijd?' begint te vallen.
Man, wat is er met mij? Ben ik bijna 29 ofzo? Ja, het heeft er alle schijn van. En de kans dat ik ooit nog eens 13 word en voor het eerst een Rifraf in mijn handjes houd, wordt er op die manier ook alleen maar kleiner op.
Doch niet getreurd. 29 is ook een mooie leeftijd. Een mooie leeftijd om een huis te bouwen, bijvoorbeeld. Waarover meer in januari.
Barboek
Vanavond iets voor 20u ga ik naar Barboek, een Leuvense koffiebar-boekenwinkel die 'Shut Up and Write!' organiseert, een avond, eens om de paar weken, waarop iedereen die zin heeft om in een koffiebar-boekenwinkel aan een tekst te werken welkom is.
Ik ga daar vooral voor de show naartoe, er is niet echt een reden waarom ik niet zou thuisblijven om te doen wat ik ga doen in Barboek. Ik ga daar namelijk, mogelijk als enige met pen en papier, een brief schrijven aan mijn penvriendin Melissa uit het verre Gent, met wie ik sinds 2003 of 2004 voornamelijk per post correspondeer. Omdat wij brieven, enveloppen en postzegels zo charmant vinden en omdat een lange tekst met pen en papier ook tien jaar geleden al niet meer gebruikelijk was. Omdat een brief ontvangen en een enveloppe openen zoveel 'schoner' is dan een e-mail in een inbox. En omdat tradities mogen blijven bestaan. Omdat ik Melissa twaalf jaar na onze eerste brieven nog steeds vanalles wil vertellen.
Ik ga daar vooral voor de show naartoe, er is niet echt een reden waarom ik niet zou thuisblijven om te doen wat ik ga doen in Barboek. Ik ga daar namelijk, mogelijk als enige met pen en papier, een brief schrijven aan mijn penvriendin Melissa uit het verre Gent, met wie ik sinds 2003 of 2004 voornamelijk per post correspondeer. Omdat wij brieven, enveloppen en postzegels zo charmant vinden en omdat een lange tekst met pen en papier ook tien jaar geleden al niet meer gebruikelijk was. Omdat een brief ontvangen en een enveloppe openen zoveel 'schoner' is dan een e-mail in een inbox. En omdat tradities mogen blijven bestaan. Omdat ik Melissa twaalf jaar na onze eerste brieven nog steeds vanalles wil vertellen.
Ik schrijf al jaren slechts zelden een volledige zin met de hand, laat staan een hele brief. Ik schrijf bijna uitsluitend woordjes op post-its of in mijn agenda.
'Charleroi', op donderdag in mijn agenda, omdat ik donderdag met een vriend naar Charleroi ga (o.a. naar een tentoonstelling van Stephan Vanfleteren in het Musée de la Photographie). Of 'Pieter' op dinsdag 1 december, omdat ik dan iets ga drinken met Pieter. 'Tandarts' op 18 december, omdat ik dan iets ga drinken met, nee, omdat ik dan in mijn bek ga laten kijken.
Of 'WC-bril' op een post-it, omdat vorige maand, vraag me niet hoe maar zeer vervelend, onze wc-bril was losgekomen en we een nieuwe moesten fixen, wat ondertussen tot ieders tevredenheid is gebeurd.
Maar dus geen post-its of agenda's vanavond, wel een brief op commercieel geruit cursusblokpapier. Over wat er op dat moment zoal rond mij gebeurt in de koffiebar-boekenwinkel, over hoe ik momenteel gemiddeld de 168 uren in een week besteed of over de fijnste dingen die mij de laatste maanden zijn overkomen.
Rond 21u30 zal 'Shut Up and Write!' afronden, denk ik. Ik zal dan wel klaar zijn met mijn brief, verwacht ik. En anders schrijf ik er binnenkort nog wat aan verder. Het is niet te voorspellen waar mijn brief mij heen zal leiden.
Hopelijk regent het trouwens niet, rond half acht. In dat geval ga ik namelijk helemaal niet naar Barboek! Dan blijf ik gewoon thuis en kijk ik naar 'Top of The Lake'.
'Charleroi', op donderdag in mijn agenda, omdat ik donderdag met een vriend naar Charleroi ga (o.a. naar een tentoonstelling van Stephan Vanfleteren in het Musée de la Photographie). Of 'Pieter' op dinsdag 1 december, omdat ik dan iets ga drinken met Pieter. 'Tandarts' op 18 december, omdat ik dan iets ga drinken met, nee, omdat ik dan in mijn bek ga laten kijken.
Of 'WC-bril' op een post-it, omdat vorige maand, vraag me niet hoe maar zeer vervelend, onze wc-bril was losgekomen en we een nieuwe moesten fixen, wat ondertussen tot ieders tevredenheid is gebeurd.
Maar dus geen post-its of agenda's vanavond, wel een brief op commercieel geruit cursusblokpapier. Over wat er op dat moment zoal rond mij gebeurt in de koffiebar-boekenwinkel, over hoe ik momenteel gemiddeld de 168 uren in een week besteed of over de fijnste dingen die mij de laatste maanden zijn overkomen.
Rond 21u30 zal 'Shut Up and Write!' afronden, denk ik. Ik zal dan wel klaar zijn met mijn brief, verwacht ik. En anders schrijf ik er binnenkort nog wat aan verder. Het is niet te voorspellen waar mijn brief mij heen zal leiden.
Hopelijk regent het trouwens niet, rond half acht. In dat geval ga ik namelijk helemaal niet naar Barboek! Dan blijf ik gewoon thuis en kijk ik naar 'Top of The Lake'.
zondag 22 november 2015
Een veelkleurig gebaar
Hart Boven Hard Leuven organiseert vanmiddag een ‘wake’ aan het station van Leuven.
Waarom heb ik, hoewel ik daar dichtbij woon en niks anders te doen heb, niet de minste motivatie om daar naartoe te gaan? Omdat ze oproepen om kleurige vredeslinten aan een zelfgemaakt vredesmonument op te hangen. En omdat iemand op Facebook echt waar oproept om met z’n allen ‘Imagine’ te zingen. Omdat, als iedereen er zo over denkt, een opeenstapeling van clichés wellicht niet te vermijden zal zijn. En omdat ik niet het risico wil lopen om op een van de talrijke foto’s te staan die vanavond op Facebook zullen worden geüpload (inherent aan onze door smartphones gedomineerde ‘ik was erbij-cultuur’ die in de ‘progressieve middens’ - Hart Boven Hard, Groen e.a. - niet minder aanwezig is dan in, euh, ‘Tomorrowland-middens’).
Ik voel er niks voor om op dit soort bijeenkomsten aanwezig te zijn. Antwoorden op geweld en haat met kleurige linten en het voordragen van gedichten, voor mij zal het geen verschil uitmaken. Waarschijnlijk wordt er begonnen met de altijd terugkerende en zo vreselijk uitgemolken ‘minuut stilte’. (Ik heb sinds ‘Parijs’ al twee minuten stilte achter de rug en zo kan het wel weer voor mij.)
Ik zou natuurlijk naar deze wake moeten gaan om er over te mogen oordelen, maar ik geloof het zo ook wel. Mijn moeder gaat, omdat ze een vriendin heeft die per se wilde gaan. Ik hoor het wel van haar.
Ik hoef niet naar een (door Hart Boven Hard georganiseerde) wake te gaan om mijn positie te bepalen tegenover wat er zich afspeelt in de wereld. Ja, terreur en haat zijn verwerpelijk en nee, ‘de islam’ is niet de schuld van alles. Ja, we moeten vluchtelingen opvangen en nee we moeten niet denken dat die vluchtelingen allemaal extremisten en potentiële terroristen zijn.
Hart Boven Hard Leuven spreekt van een ‘veelkleurig gebaar’. Daarbij zie ik een hele stoet kinderen voor mij, en hun zelfbewuste ouders. Mensen die ondertussen wel weten dat politiek correct zijn niet helpt, maar van mening zijn dat deze wake daar niks mee te maken heeft. Mensen voor wie de notie politiek correct heel gevoelig ligt. Mensen in wier woordenboek het woord cynisme niet voorkomt. Mensen die mogelijk luidop zullen verklaren dat ze wat er in dat hotel in Mali is gebeurd even erg vinden als de aanslagen in Parijs. Dat er voor hen geen enkel verschil is.
(Zijn dit dezelfde mensen die dansen en zingen voor het klimaat?)
De kans dat je er flyerende PVDA-jongeren tegenkomt is wellicht niet eens onbestaande.
Ik maak geen gebaar (en al zeker geen veelkleurig) tegenover terrorisme waar duizenden mensen over de hele wereld al het slachtoffer van zijn geworden. Door te lezen en er met mensen over te praten, bepaal ik als individu mijn positie tegenover een maatschappij waarin dit soort terreur kan plaatsvinden. Ik hoef niet met onbekenden samen te komen op een plein en naar iemand te luisteren die (om meestal nogal onduidelijke redenen) de autoriteit heeft om een speech te geven, ‘het woord te nemen’.
Hart Boven Hard Leuven heeft voor dit evenement als slogan ‘Samen tegen de haat’ gekozen. Dat verbaast me omdat ik dacht dat organisaties zoals Hart Boven Hard er nauw op toezien dat ze nooit tégen maar altijd vóór dingen zijn. In plaats van ‘Samen tegen de haat’ zou je dan verwachten dat ze opteren voor iets als ‘Samen voor een betere wereld’, (maar die slogan is echt té fout, nu maak ik er (helemaal) een karikatuur van).
Wil ik ten slotte opmerken dat dit soort initiatieven volgens mij de maatschappelijke positie van Hart Boven Hard verzwakt. Laat deze organisatie zich concentreren op het tackelen van het beleid van onze regeringen. Sowieso lijkt het ‘momentum’ van Hart Boven Hard me alweer een tijdje voorbij te zijn.
Waarom heb ik, hoewel ik daar dichtbij woon en niks anders te doen heb, niet de minste motivatie om daar naartoe te gaan? Omdat ze oproepen om kleurige vredeslinten aan een zelfgemaakt vredesmonument op te hangen. En omdat iemand op Facebook echt waar oproept om met z’n allen ‘Imagine’ te zingen. Omdat, als iedereen er zo over denkt, een opeenstapeling van clichés wellicht niet te vermijden zal zijn. En omdat ik niet het risico wil lopen om op een van de talrijke foto’s te staan die vanavond op Facebook zullen worden geüpload (inherent aan onze door smartphones gedomineerde ‘ik was erbij-cultuur’ die in de ‘progressieve middens’ - Hart Boven Hard, Groen e.a. - niet minder aanwezig is dan in, euh, ‘Tomorrowland-middens’).
Ik voel er niks voor om op dit soort bijeenkomsten aanwezig te zijn. Antwoorden op geweld en haat met kleurige linten en het voordragen van gedichten, voor mij zal het geen verschil uitmaken. Waarschijnlijk wordt er begonnen met de altijd terugkerende en zo vreselijk uitgemolken ‘minuut stilte’. (Ik heb sinds ‘Parijs’ al twee minuten stilte achter de rug en zo kan het wel weer voor mij.)
Ik zou natuurlijk naar deze wake moeten gaan om er over te mogen oordelen, maar ik geloof het zo ook wel. Mijn moeder gaat, omdat ze een vriendin heeft die per se wilde gaan. Ik hoor het wel van haar.
Ik hoef niet naar een (door Hart Boven Hard georganiseerde) wake te gaan om mijn positie te bepalen tegenover wat er zich afspeelt in de wereld. Ja, terreur en haat zijn verwerpelijk en nee, ‘de islam’ is niet de schuld van alles. Ja, we moeten vluchtelingen opvangen en nee we moeten niet denken dat die vluchtelingen allemaal extremisten en potentiële terroristen zijn.
Hart Boven Hard Leuven spreekt van een ‘veelkleurig gebaar’. Daarbij zie ik een hele stoet kinderen voor mij, en hun zelfbewuste ouders. Mensen die ondertussen wel weten dat politiek correct zijn niet helpt, maar van mening zijn dat deze wake daar niks mee te maken heeft. Mensen voor wie de notie politiek correct heel gevoelig ligt. Mensen in wier woordenboek het woord cynisme niet voorkomt. Mensen die mogelijk luidop zullen verklaren dat ze wat er in dat hotel in Mali is gebeurd even erg vinden als de aanslagen in Parijs. Dat er voor hen geen enkel verschil is.
(Zijn dit dezelfde mensen die dansen en zingen voor het klimaat?)
De kans dat je er flyerende PVDA-jongeren tegenkomt is wellicht niet eens onbestaande.
Ik maak geen gebaar (en al zeker geen veelkleurig) tegenover terrorisme waar duizenden mensen over de hele wereld al het slachtoffer van zijn geworden. Door te lezen en er met mensen over te praten, bepaal ik als individu mijn positie tegenover een maatschappij waarin dit soort terreur kan plaatsvinden. Ik hoef niet met onbekenden samen te komen op een plein en naar iemand te luisteren die (om meestal nogal onduidelijke redenen) de autoriteit heeft om een speech te geven, ‘het woord te nemen’.
Hart Boven Hard Leuven heeft voor dit evenement als slogan ‘Samen tegen de haat’ gekozen. Dat verbaast me omdat ik dacht dat organisaties zoals Hart Boven Hard er nauw op toezien dat ze nooit tégen maar altijd vóór dingen zijn. In plaats van ‘Samen tegen de haat’ zou je dan verwachten dat ze opteren voor iets als ‘Samen voor een betere wereld’, (maar die slogan is echt té fout, nu maak ik er (helemaal) een karikatuur van).
Wil ik ten slotte opmerken dat dit soort initiatieven volgens mij de maatschappelijke positie van Hart Boven Hard verzwakt. Laat deze organisatie zich concentreren op het tackelen van het beleid van onze regeringen. Sowieso lijkt het ‘momentum’ van Hart Boven Hard me alweer een tijdje voorbij te zijn.
woensdag 18 november 2015
Rik De Saedeleer
Op sporza.be neem ik deel aan de test: Welke voetbalkenner ben jij?
Mogelijke uitkomsten zijn Peter Vandenbempt (persoonlijke favoriet), Filip Joos (doodserieus), Marc Degryse (zaag), Johan Boskamp (zeer vermakelijk, zeker ook als hij mensen een duw of een klap geeft) of Jan Mulder (sinds de hype rond zijn persoon een vervelende karikatuur van zichzelf).
Ik zit pas aan de tweede van elf vragen en ik ben in een patstelling beland. ‘Wat is je favoriete uitspraak van Rik De Saedeleer?’.
Er zijn 10 (tien!) mogelijkheden. Dit is echt een heel extreem voorbeeld van ‘kill your darlings’...
Het is kiezen uit:
1. ‘Dag moeder!’
2. ‘Ze gaan lopen!’
3. ‘Danken Enzo.’
4. ‘Dat is het! Ik wist het! Philippe Albert!’
5. ‘Daar is ‘em! Daar is ‘em!’
6. ‘San Titar.’
7. ‘Jef, doe eens iets!’
8. ‘En zijn Nederlands wordt altijd maar beter.’
9. ‘Jan! Ze kunnen niet volgen!’
10. ‘Moet er nog zand zijn?’
Vallen af: 3, 6 (ken ik niet en snap ik niet), 8, 9 (iets minder leuk dan 7) en 10.
1 is zo fantastisch omdat je dat gewoon niet kan bedenken. Waar komt zoiets vandaan? En dat op nationale televisie! Is dat werkelijk een uitdrukking? Google kan mij zo op het eerste zicht niet helpen.
2 riep hij in een ‘levensbelangrijke’ wedstrijd tegen Nederland (kwalificatiematch voor het WK 1986). De context is hier belangrijk. De Belgen moesten ‘pressen’ en de 'Hollanders' moesten 'terug’. De Belgen overspoelden de Hollanders in die fase van de match en de Hollanders waren doodsbenauwd om een goaltje binnen te krijgen. Wat ook gebeurde tot ons aller groot jolijt maar zeker ook tot dat van Rik.
4. Philippe Albert maakt een cruciaal doelpunt. De meester-kenner Rik wist dat dit er zat aan te komen en dat roept hij gewoon de woonkamer in. Die spontane impuls, dat is zo zalig. Onweerstaanbaar en legendarisch zonder meer. Waarom is dit soort voetbalcommentaar gewoon ondenkbaar geworden in Vlaanderen? In met name Spaanstalige landen gebeurt dat wel nog volop. Hier zijn het allemaal halve boekhouders. En we kunnen zo'n leuke voetbalcommentator trouwens goed gebruiken want op het veld weten die Rode Duivels mij echt voor geen reet te boeien. Behalve Debruyne (zoveel beter dan Hazard).
5, "Daar is 'em!", oftewel de oerkreet van Rik De Saedeleer. Opnieuw om aan te geven dat er een doelpunt is gemaakt. ‘’Em’ is in dit verband het doelpunt en dus niet de aanduiding van een persoon. Wie zegt er nu nog ‘em’ op nationale televisie? Waarom zijn wij zo vreselijk ernstig en correct geworden?
7 is opnieuw zo’n spontane impuls van Rik. ‘Jef, doe eens iets!’ Dat is toch fantastisch. Een voetballer aanspreken vanuit de ‘commentaarbox’. Ik zie het de bloedserieuze Filip Joos nog niet doen.
Uiteraard ontbreken er ook hilarische uitspraken in deze top tien. Zoals wanneer Rik zich rechtstreeks tot God richt na een zoveelste gemiste kans van Jan Ceulemans. “Daar is iemand tegen ons hierboven. Ik weet niet wat wij misdaan hebben.” Of wanneer hij ettelijke keren puur van contentement in vreugdevol lachen uitbarst.
Ja, in de tijd van Rik De Saedeleer - "zo maken ze ze niet meer" - had ik de Rode Duivels ongetwijfeld kunnen appreciëren. Nu is dat anders. Ik supporter, echt waar, tégen die gasten. Het is wreed.
Ik kies uiteindelijk voor uitspraak 4, “Dat is het! Ik wist het!”, en dat in de eerste plaats vanwege die onbestemde “Ik wist het!”. Dat is op geen enkele manier correct te noemen. Riks onderbewustzijn komt hier voluit tot leven en hij valt werkelijk heel eventjes uit zijn rol van commentator. Hij zit gewoon schaamteloos bij ons in de woonkamer. En daar willen we hem natuurlijk ook.
Rik De Saedeleer, oftewel de beste voetbalcommentator die dit land ooit heeft voortgebracht, en daar zal geen verandering in komen.
Rik, ik kon er in de jaren 80 helaas niet bij zijn, maar toch van mijnentwege bedankt voor zoveel fijne YouTube-momenten.
***
Ik heb de enquête gecompleteerd en blijk de meeste overeenkomsten te hebben met Jan Mulder.
Meh.
Raar trouwens dat Frank Raes er niet tussen zat. Die kan ik ook wel appreciëren.
Mogelijke uitkomsten zijn Peter Vandenbempt (persoonlijke favoriet), Filip Joos (doodserieus), Marc Degryse (zaag), Johan Boskamp (zeer vermakelijk, zeker ook als hij mensen een duw of een klap geeft) of Jan Mulder (sinds de hype rond zijn persoon een vervelende karikatuur van zichzelf).
Ik zit pas aan de tweede van elf vragen en ik ben in een patstelling beland. ‘Wat is je favoriete uitspraak van Rik De Saedeleer?’.
Er zijn 10 (tien!) mogelijkheden. Dit is echt een heel extreem voorbeeld van ‘kill your darlings’...
Het is kiezen uit:
1. ‘Dag moeder!’
2. ‘Ze gaan lopen!’
3. ‘Danken Enzo.’
4. ‘Dat is het! Ik wist het! Philippe Albert!’
5. ‘Daar is ‘em! Daar is ‘em!’
6. ‘San Titar.’
7. ‘Jef, doe eens iets!’
8. ‘En zijn Nederlands wordt altijd maar beter.’
9. ‘Jan! Ze kunnen niet volgen!’
10. ‘Moet er nog zand zijn?’
Vallen af: 3, 6 (ken ik niet en snap ik niet), 8, 9 (iets minder leuk dan 7) en 10.
1 is zo fantastisch omdat je dat gewoon niet kan bedenken. Waar komt zoiets vandaan? En dat op nationale televisie! Is dat werkelijk een uitdrukking? Google kan mij zo op het eerste zicht niet helpen.
2 riep hij in een ‘levensbelangrijke’ wedstrijd tegen Nederland (kwalificatiematch voor het WK 1986). De context is hier belangrijk. De Belgen moesten ‘pressen’ en de 'Hollanders' moesten 'terug’. De Belgen overspoelden de Hollanders in die fase van de match en de Hollanders waren doodsbenauwd om een goaltje binnen te krijgen. Wat ook gebeurde tot ons aller groot jolijt maar zeker ook tot dat van Rik.
4. Philippe Albert maakt een cruciaal doelpunt. De meester-kenner Rik wist dat dit er zat aan te komen en dat roept hij gewoon de woonkamer in. Die spontane impuls, dat is zo zalig. Onweerstaanbaar en legendarisch zonder meer. Waarom is dit soort voetbalcommentaar gewoon ondenkbaar geworden in Vlaanderen? In met name Spaanstalige landen gebeurt dat wel nog volop. Hier zijn het allemaal halve boekhouders. En we kunnen zo'n leuke voetbalcommentator trouwens goed gebruiken want op het veld weten die Rode Duivels mij echt voor geen reet te boeien. Behalve Debruyne (zoveel beter dan Hazard).
5, "Daar is 'em!", oftewel de oerkreet van Rik De Saedeleer. Opnieuw om aan te geven dat er een doelpunt is gemaakt. ‘’Em’ is in dit verband het doelpunt en dus niet de aanduiding van een persoon. Wie zegt er nu nog ‘em’ op nationale televisie? Waarom zijn wij zo vreselijk ernstig en correct geworden?
7 is opnieuw zo’n spontane impuls van Rik. ‘Jef, doe eens iets!’ Dat is toch fantastisch. Een voetballer aanspreken vanuit de ‘commentaarbox’. Ik zie het de bloedserieuze Filip Joos nog niet doen.
Uiteraard ontbreken er ook hilarische uitspraken in deze top tien. Zoals wanneer Rik zich rechtstreeks tot God richt na een zoveelste gemiste kans van Jan Ceulemans. “Daar is iemand tegen ons hierboven. Ik weet niet wat wij misdaan hebben.” Of wanneer hij ettelijke keren puur van contentement in vreugdevol lachen uitbarst.
Ja, in de tijd van Rik De Saedeleer - "zo maken ze ze niet meer" - had ik de Rode Duivels ongetwijfeld kunnen appreciëren. Nu is dat anders. Ik supporter, echt waar, tégen die gasten. Het is wreed.
Ik kies uiteindelijk voor uitspraak 4, “Dat is het! Ik wist het!”, en dat in de eerste plaats vanwege die onbestemde “Ik wist het!”. Dat is op geen enkele manier correct te noemen. Riks onderbewustzijn komt hier voluit tot leven en hij valt werkelijk heel eventjes uit zijn rol van commentator. Hij zit gewoon schaamteloos bij ons in de woonkamer. En daar willen we hem natuurlijk ook.
Rik De Saedeleer, oftewel de beste voetbalcommentator die dit land ooit heeft voortgebracht, en daar zal geen verandering in komen.
Rik, ik kon er in de jaren 80 helaas niet bij zijn, maar toch van mijnentwege bedankt voor zoveel fijne YouTube-momenten.
***
Ik heb de enquête gecompleteerd en blijk de meeste overeenkomsten te hebben met Jan Mulder.
Meh.
Raar trouwens dat Frank Raes er niet tussen zat. Die kan ik ook wel appreciëren.
Kent u Alex Vizorek?
Ik lees regelmatig artikels op de websites van Le soir, Le vif en La libre en het mag toch verbazen hoeveel Belgen daar de revue passeren van wie ik nog nooit of te nimmer heb gehoord. Wat dat betreft leven we als Vlamingen en Franstaligen echt wel in verschillende werelden. Wij (ik) kennen behalve de typische namen nauwelijks Franstalige Belgen en omgekeerd is dat zonder twijfel ook zo.
Toch altijd een vreemde vaststelling. Want wie van u kent bijvoorbeeld Charline Vanhoenacker en/of Alex Vizorek, de twee Franstalige komieken uit dit artikel?
http://www.lesoir.be/1045740/article/soirmag/actu-soirmag/2015-11-17/alex-vizorek-au-nom-belgique-entiere-on-presente-toutes-nos-excuses
Dat dacht ik al.
De Franstalige media in dit land zijn (niet alleen n.a.v. de aanslagen) erg gefocust op Frankrijk, terwijl dat in Vlaanderen helemaal niet zo is. Zo is er vandaag op alle Franstalige nieuwssites veel aandacht voor provocerende uitspraken van de rechtse Franse journalist Eric Zemmour. Deze heeft verklaard dat Frankrijk bommen moet gooien op Molenbeek en niet op IS.
Ik kende deze Zemmour al omdat ik begin dit jaar veel artikels heb gelezen op Franstalige websites over Michel Houellebecq naar aanleiding van diens boek 'Soumission'. Houellebecq werd 'verweten' te sympathiseren met de rechtse provocateur Zemmour, maar of dat ook echt zo is kon uiteraard niet worden achterhaald. Het 'mysterie Houellebecq' houdt immers wel van spelletjes.
Maar wat ik dus wil zeggen is dat wellicht slechts een zeer klein percentage van alle Vlamingen ooit heeft gehoord van zo'n Eric Zemmour, of al zeker van Charline Vanhoenacker ("Vanounackèèèr") of Alex Vizorek - mensen die nochtans populair zijn in Franstalig België (en soms zelfs in Frankrijk, want heel wat Franstalige Belgen, zoals ook deze komieken, trekken naar Frankrijk en worden ook daar bekend).
Hoe frappant is het toch dat Vlamingen en Franstaligen elkaars, laat ik zeggen, 'BV's', zo weinig kennen. Alleen maar door de taalbarrière of ligt niemand er van wakker?
'Wat is dit eigenlijk voor een land??!'
Mensen als Christophe Deborsu (een Waal in Vlaanderen die hier zijn Waal-zijn uitspeelt) en de komiek Bert Kruismans (die in Wallonië zijn Vlaming-zijn uitspeelt) vormen uitzonderingen op de regel maar kruipen dan ook effectief in een komisch bedoeld ik-kom-van-over-de-taalgrens-typetje, wat mij toch altijd een beetje stoort.
Sois belge et tais-toi, danku.
Enkele jaren geleden ging ik in Louvain-la-Neuve naar de in Franstalig België bekende theatervoorstelling 'Sois belge et tais-toi' (een woordspeling op 'sois belle et tais-toi'...), een satirische 'conference' over de Belgische politiek.
Het was in de periode dat ons land al meer dan een half jaar aan 't proberen was om een regering te vormen (wat uiteindelijk anderhalf jaar zou duren) en Bart De Wever, gespeeld door een acteur die kussens onder zijn hemd had gestopt, werd opgevoerd als de lompe boeman die geen goed woord over had voor de Franstalige politici (in de voorstelling Di Rupo, Milquet en Onkelinx). Het was heel karikaturaal, maar wel geestig.
Dat er aan het eind van de avond een beetje gelachen werd met de Nederlandse taal (de taal van de boerkes) vond ik een beetje flauw, maar er zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid geen enkele Vlaming in de zaal hebben gezeten, zal men hebben verondersteld. Wat opnieuw aantoont dat er kennelijk van uitgegaan wordt dat Vlamingen en Franstaligen nooit naar 'elkaars' voorstellingen gaan kijken, al was het maar omdat ze elkaars taal niet begrijpen.
Om maar te zeggen dat ik zelf op tal van vlakken nog heel veel zou kunnen ontdekken in het Franstalige landsgedeelte. Gesteld dat ik dat zou willen uiteraard. Want waarom zou ik mij informeren over het werk van Charline Vanhoenacker of Alex Vizorek als ik er met niemand uit mijn kennissenkring over kan praten?
Ça sert à rien, hein?!
Toch altijd een vreemde vaststelling. Want wie van u kent bijvoorbeeld Charline Vanhoenacker en/of Alex Vizorek, de twee Franstalige komieken uit dit artikel?
http://www.lesoir.be/1045740/article/soirmag/actu-soirmag/2015-11-17/alex-vizorek-au-nom-belgique-entiere-on-presente-toutes-nos-excuses
Dat dacht ik al.
De Franstalige media in dit land zijn (niet alleen n.a.v. de aanslagen) erg gefocust op Frankrijk, terwijl dat in Vlaanderen helemaal niet zo is. Zo is er vandaag op alle Franstalige nieuwssites veel aandacht voor provocerende uitspraken van de rechtse Franse journalist Eric Zemmour. Deze heeft verklaard dat Frankrijk bommen moet gooien op Molenbeek en niet op IS.
Ik kende deze Zemmour al omdat ik begin dit jaar veel artikels heb gelezen op Franstalige websites over Michel Houellebecq naar aanleiding van diens boek 'Soumission'. Houellebecq werd 'verweten' te sympathiseren met de rechtse provocateur Zemmour, maar of dat ook echt zo is kon uiteraard niet worden achterhaald. Het 'mysterie Houellebecq' houdt immers wel van spelletjes.
Maar wat ik dus wil zeggen is dat wellicht slechts een zeer klein percentage van alle Vlamingen ooit heeft gehoord van zo'n Eric Zemmour, of al zeker van Charline Vanhoenacker ("Vanounackèèèr") of Alex Vizorek - mensen die nochtans populair zijn in Franstalig België (en soms zelfs in Frankrijk, want heel wat Franstalige Belgen, zoals ook deze komieken, trekken naar Frankrijk en worden ook daar bekend).
Hoe frappant is het toch dat Vlamingen en Franstaligen elkaars, laat ik zeggen, 'BV's', zo weinig kennen. Alleen maar door de taalbarrière of ligt niemand er van wakker?
'Wat is dit eigenlijk voor een land??!'
Mensen als Christophe Deborsu (een Waal in Vlaanderen die hier zijn Waal-zijn uitspeelt) en de komiek Bert Kruismans (die in Wallonië zijn Vlaming-zijn uitspeelt) vormen uitzonderingen op de regel maar kruipen dan ook effectief in een komisch bedoeld ik-kom-van-over-de-taalgrens-typetje, wat mij toch altijd een beetje stoort.
Sois belge et tais-toi, danku.
Enkele jaren geleden ging ik in Louvain-la-Neuve naar de in Franstalig België bekende theatervoorstelling 'Sois belge et tais-toi' (een woordspeling op 'sois belle et tais-toi'...), een satirische 'conference' over de Belgische politiek.
Het was in de periode dat ons land al meer dan een half jaar aan 't proberen was om een regering te vormen (wat uiteindelijk anderhalf jaar zou duren) en Bart De Wever, gespeeld door een acteur die kussens onder zijn hemd had gestopt, werd opgevoerd als de lompe boeman die geen goed woord over had voor de Franstalige politici (in de voorstelling Di Rupo, Milquet en Onkelinx). Het was heel karikaturaal, maar wel geestig.
Dat er aan het eind van de avond een beetje gelachen werd met de Nederlandse taal (de taal van de boerkes) vond ik een beetje flauw, maar er zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid geen enkele Vlaming in de zaal hebben gezeten, zal men hebben verondersteld. Wat opnieuw aantoont dat er kennelijk van uitgegaan wordt dat Vlamingen en Franstaligen nooit naar 'elkaars' voorstellingen gaan kijken, al was het maar omdat ze elkaars taal niet begrijpen.
Om maar te zeggen dat ik zelf op tal van vlakken nog heel veel zou kunnen ontdekken in het Franstalige landsgedeelte. Gesteld dat ik dat zou willen uiteraard. Want waarom zou ik mij informeren over het werk van Charline Vanhoenacker of Alex Vizorek als ik er met niemand uit mijn kennissenkring over kan praten?
Ça sert à rien, hein?!
Palestijnse punten
De afgelopen dagen had ik een aantal ideeën voor teksten - flauwekul maar ook 'serieuze kwesties' - maar met die aanslagen in Parijs lijkt het plots onmogelijk om het nog ergens anders over te hebben. Ofwel komt het geforceerd over, ofwel lijkt het bijna ongepast.
Die gebeurtenissen beheersen nu echter ook mijn gedachten dus zou ik het thema niet kunnen vermijden hoewel ik echt niks meer toe te voegen heb aan alles wat er al over geschreven is.
Daarom vertel ik een kort verhaaltje over R., een Palestijns meisje van begin de twintig dat ik ken van de praatgroep Nederlands voor anderstaligen waarbij ik vrijwilliger ben.
Zij is anderhalf jaar geleden in België aangekomen met haar oudere broer en spreekt intussen goed Nederlands. Ze wil hier geneeskunde studeren. Ze wil zelfs chirurg worden, een woord dat ze gek genoeg bijna niet uitgesproken krijgt.
Ik sprak onlangs met haar over het onderwijssysteem in Palestina. Ze vertelde dat er in haar land na het secundair onderwijs voor alle studenten één examen is. De score die je op dat examen behaalt zal bepalen wat je mag studeren en hoe je toekomst er zal uitzien (vooral ook dat laatste).
Wie een score van 98 op 100 haalt, mag geneeskunde studeren in Palestina. Of dat geldt toch voor de meisjes. Voor de jongens volstaat 97 op 100.
Ja, daar keek ik ook van op.
R. vertelde het op een berustende tja-zo-zijn-die-dingen-in-mijn-land-toon. ('Te nemen of te laten.')
R. had aan het examen deelgenomen en 96 op 100 behaald. Ze mocht dus niet voor dokter studeren. Haar vader was boos omdat ze geen 98 had. Nochtans droomde of droomt R. er helemaal niet van om dokter te worden. Ze zou liever een wetenschappelijke richting doen. Maar daar gaat haar vader niet mee akkoord, want naar zijn mening zijn wetenschappelijke richtingen voor jongens en moeten meisjes een ‘vrouwelijker beroep’ kiezen (onderwijs, zorgsector,..).
Nu R. in België is, is ze koppig van plan om toch de wens van haar vader in te willigen. Haar eigen wens, om een wetenschappelijke richting te studeren, heeft ze opgeborgen. Ze zal geneeskunde studeren, en daarna chirurgie. Maar... tegen haar zin.
Ik opperde bij wijze van steunbetuiging dat de studie haar wel zou bevallen eens ze er aan begint, maar zij acht die kans klein.
Over haar keuze om chirurg te worden zei ze: “Als ik dan toch geneeskunde moet studeren, dan kies ik ook meteen voor een van de moeilijkste domeinen ervan.”
Overigens gaat haar vader niet akkoord met haar plan om chirurg te worden. Een chirurg moet tijdens een operatie zijn kalmte kunnen bewaren en meisjes kunnen in zo’n situatie niet koelbloedig blijven, is hij van oordeel.
Geneeskunde is een lange studie dus of R. werkelijk ooit chirurg wordt, ik zou er vandaag mijn geld niet op inzetten.
Maar ik was ook verder geboeid door dat puntensysteem in het Palestijnse onderwijs (eenzelfde systeem schijnt trouwens voor wel meer Arabische landen te gelden).
Wie 90 haalt mag bijvoorbeeld apotheker worden, maar geen dokter.
Wie 80 haalt mag leraar worden en wie 70 haalt ook, maar die laatste mag enkel lesgeven aan lagereschoolkinderen.
Wie minder dan 70 haalt gaat wellicht een leven als arbeider tegemoet.
Enzovoort. We hebben niet alle scores en beroepen tot in de details besproken, er zaten nog een Roemeense en een Syriër aan tafel en die mensen mochten ook nog iets zeggen, maar ik kreeg toch een beetje een beeld van het onderwijssysteem in Palestina. Van een vrije studiekeuze blijkt daar hoegenaamd geen sprake. En dat dan nog van staatswege.
Iemand die 98 heeft gehaald kan trouwens ook geen leerkracht worden, want waarom zou je jezelf tot leraar degraderen als je ook voor dokter mag studeren?
En dat jongens systematisch een iets lagere score mogen behalen om toch aan dezelfde studie te mogen beginnen als meisjes. Tja. In Palestina hebben ze kennelijk nog niet vastgesteld dat meisjes het aan de universiteit over het algemeen beter doen dan jongens.
Om af te ronden moet ik hier natuurlijk wel bijzeggen dat ik deze informatie over het puntensystem slechts van één persoon heb gekregen en dat ik hier verder niks over heb opgezocht. Gesteld dat deze informatie dus niet (helemaal) blijkt te kloppen, vergeef mij dan mijn loze woorden. Maar ik vermoed dat R. wel weet waarover ze spreekt.
Die gebeurtenissen beheersen nu echter ook mijn gedachten dus zou ik het thema niet kunnen vermijden hoewel ik echt niks meer toe te voegen heb aan alles wat er al over geschreven is.
Daarom vertel ik een kort verhaaltje over R., een Palestijns meisje van begin de twintig dat ik ken van de praatgroep Nederlands voor anderstaligen waarbij ik vrijwilliger ben.
Zij is anderhalf jaar geleden in België aangekomen met haar oudere broer en spreekt intussen goed Nederlands. Ze wil hier geneeskunde studeren. Ze wil zelfs chirurg worden, een woord dat ze gek genoeg bijna niet uitgesproken krijgt.
Ik sprak onlangs met haar over het onderwijssysteem in Palestina. Ze vertelde dat er in haar land na het secundair onderwijs voor alle studenten één examen is. De score die je op dat examen behaalt zal bepalen wat je mag studeren en hoe je toekomst er zal uitzien (vooral ook dat laatste).
Wie een score van 98 op 100 haalt, mag geneeskunde studeren in Palestina. Of dat geldt toch voor de meisjes. Voor de jongens volstaat 97 op 100.
Ja, daar keek ik ook van op.
R. vertelde het op een berustende tja-zo-zijn-die-dingen-in-mijn-land-toon. ('Te nemen of te laten.')
R. had aan het examen deelgenomen en 96 op 100 behaald. Ze mocht dus niet voor dokter studeren. Haar vader was boos omdat ze geen 98 had. Nochtans droomde of droomt R. er helemaal niet van om dokter te worden. Ze zou liever een wetenschappelijke richting doen. Maar daar gaat haar vader niet mee akkoord, want naar zijn mening zijn wetenschappelijke richtingen voor jongens en moeten meisjes een ‘vrouwelijker beroep’ kiezen (onderwijs, zorgsector,..).
Nu R. in België is, is ze koppig van plan om toch de wens van haar vader in te willigen. Haar eigen wens, om een wetenschappelijke richting te studeren, heeft ze opgeborgen. Ze zal geneeskunde studeren, en daarna chirurgie. Maar... tegen haar zin.
Ik opperde bij wijze van steunbetuiging dat de studie haar wel zou bevallen eens ze er aan begint, maar zij acht die kans klein.
Over haar keuze om chirurg te worden zei ze: “Als ik dan toch geneeskunde moet studeren, dan kies ik ook meteen voor een van de moeilijkste domeinen ervan.”
Overigens gaat haar vader niet akkoord met haar plan om chirurg te worden. Een chirurg moet tijdens een operatie zijn kalmte kunnen bewaren en meisjes kunnen in zo’n situatie niet koelbloedig blijven, is hij van oordeel.
Geneeskunde is een lange studie dus of R. werkelijk ooit chirurg wordt, ik zou er vandaag mijn geld niet op inzetten.
Maar ik was ook verder geboeid door dat puntensysteem in het Palestijnse onderwijs (eenzelfde systeem schijnt trouwens voor wel meer Arabische landen te gelden).
Wie 90 haalt mag bijvoorbeeld apotheker worden, maar geen dokter.
Wie 80 haalt mag leraar worden en wie 70 haalt ook, maar die laatste mag enkel lesgeven aan lagereschoolkinderen.
Wie minder dan 70 haalt gaat wellicht een leven als arbeider tegemoet.
Enzovoort. We hebben niet alle scores en beroepen tot in de details besproken, er zaten nog een Roemeense en een Syriër aan tafel en die mensen mochten ook nog iets zeggen, maar ik kreeg toch een beetje een beeld van het onderwijssysteem in Palestina. Van een vrije studiekeuze blijkt daar hoegenaamd geen sprake. En dat dan nog van staatswege.
Iemand die 98 heeft gehaald kan trouwens ook geen leerkracht worden, want waarom zou je jezelf tot leraar degraderen als je ook voor dokter mag studeren?
En dat jongens systematisch een iets lagere score mogen behalen om toch aan dezelfde studie te mogen beginnen als meisjes. Tja. In Palestina hebben ze kennelijk nog niet vastgesteld dat meisjes het aan de universiteit over het algemeen beter doen dan jongens.
Om af te ronden moet ik hier natuurlijk wel bijzeggen dat ik deze informatie over het puntensystem slechts van één persoon heb gekregen en dat ik hier verder niks over heb opgezocht. Gesteld dat deze informatie dus niet (helemaal) blijkt te kloppen, vergeef mij dan mijn loze woorden. Maar ik vermoed dat R. wel weet waarover ze spreekt.
woensdag 11 november 2015
De angst voor verandering
Feit: ik kan Bart De Wever en alles waar die man voor staat nauwelijks verdragen.
De man maakt mij (verbaal) agressief. (Ik projecteer al mijn frustraties over wat er misgaat in Vlaanderen en België zoveel mogelijk op hem en zijn partij. Bart De Wever heeft daar geen last van want hij weet dat niet en het is beter zo dan dat ik mensen in mijn omgeving teveel met mijn ergernissen lastigval. Laat Bart De Wever nog maar eventjes, maar ook niet te lang meer, heel intellectueel oneerlijk mijn zondebok-voor-alles zijn.)
Echter: als ik De Wever niet kan verdragen zit ik in de eerste plaats met een probleem (het is dus niet iets om ‘trots’ op te zijn). Ik moet me de vraag stellen waarom deze man zoveel agressie in mij oproept en wat ik daar aan kan doen. Ik wil immers zo min mogelijk gefrustreerd zijn in mijn dagelijks leven. Frustraties en ergernissen zuipen energie, en ik wil mijn energie anders en beter besteden dan aan het doen en laten van Bart De Wever.
Eerst moet ik dus mijn ‘probleem-Bart De Wever’ proberen te ontleden. Een antwoord vinden op de vraag wat het is dat mij aan die man zo stoort.
Ik ben voornamelijk zo onverdraagzaam tegenover deze man omdat ik vind dat iemand als hij, zelf bijzonder onverdraagzaam, dat is veelvuldig gebleken, niet een hele maatschappij moet (proberen) lastig (te) vallen met zijn persoonlijke frustraties. Deze man wordt in zijn professioneel leven immers zichtbaar gedreven door diepgewortelde frustraties van welke ik (en wie wel?) niet weet waar ze vandaan komen (zou hij het zelf weten?).
Ik vind het bijzonder ongepast en boertig dat een zeer gefrustreerde man zoals hij niet aan zelfonderzoek doet of een oplossing probeert te vinden - ik denk toch niet dat hij dat doet - maar daarentegen beslist om deze frustraties te cultiveren en aan te wenden om er zijn politieke carrière op te bouwen (waarbij hij natuurlijk, intelligent als hij is, heeft begrepen dat hij met zijn welsprekendheid een spreekbuis kan zijn voor zoveel andere gefrustreerde mensen in onze maatschappij die hem onvoorwaardelijk zullen steunen, net omdat ze in De Wever hun angstige maar veel intelligentere zelve herkennen - een man die onder woorden kan brengen wat zij denken maar niet onder woorden kunnen brengen).
Ik was wellicht naïef toen ik veronderstelde dat mensen met politieke ambities bijna per definitie ‘positief in het leven staan’, dat deze mensen daadwerkelijk aan een betere wereld willen werken voor een grote groep mensen. Bart De Wever lijkt me namelijk niet zo’n positief ingestelde politicus die een mooi project wil uitwerken in het belang van de maatschappij. Sterker: ik geloof in feite dat Bart De Wever een man is zonder echt goede intenties meer in het algemeen. Bart De Wever is een boze man, misschien zelfs een kwaadaardige man (ziekelijk?), die bol staat van rancune, frustraties, wantrouwen en angst - vooral heel veel angst. Bart De Wever is een bange man en de wereld waarin hij leeft vormt voor hem ogenschijnlijk een permanente bedreiging. Vanuit zijn angst - ik denk echt dat deze man op het ziekelijke af angstig is - kruipt deze man permanent in het defensief en is hij als politicus vooral tégen heel veel dingen. Ook nu hij politieke verantwoordelijkheid heeft verworven en zou moeten opstaan als een leidersfiguur die de mensen een positieve boodschap brengt, blijft hij zich defensief opstellen en opnieuw stel ik me dan de vraag of hij dat doet omdat hij (onbewust) geconfronteerd wordt met angsten, of - en ik sluit dit echt niet uit, ook al klinkt het nogal raar - omdat deze man ‘kwaadaardig’ (mentaal ziek) is. (Ik denk al lang niet meer dat zijn defensieve houding ‘tactisch’ is. Hij kán, volgens mij, vanuit zijn persoonlijkheid niet anders dan in het defensief zitten. ‘Calimero’ stond wellicht vrij dicht bij de persoon De Wever, veel meer dan dat het slechts een rolletje was dat De Wever speelde omwille van tactische overwegingen.)
(Zou het kunnen dat deze man gewoon niet in staat is om een positieve keuze te maken voor een grote groep mensen? En wat moet er dan met die man gebeuren? Is het dan niet beter dat zo’n man geen belangrijke maatschappelijke functie toebedeeld krijgt? En hoe moet hij er toe worden gebracht om zijn belangrijke maatschappelijke functie(s) aan andere mensen over te laten? Kan deze man enkel zoveel macht verwerven omdat wij in een op hol geslagen emo-cultuur leven en zou hij er in andere, minder gemediatiseerde, tijden nooit aan te pas gekomen zijn?)
Dat veel mensen met angsten zitten is trouwens heel normaal. Ik spreek dan niet over dit tijdsgewricht, de actualiteit, of over een bepaalde regio in de wereld, maar over het geheel van de dingen. De onvoorspelbaarheid van het leven en alles wat er in de wereld gebeurt - het feit dat wij daar nauwelijks vat op hebben - is beangstigend.
Maar er zijn manieren om daar mee om te gaan, er kan op z’n minst een inspanning geleverd worden om met angsten om te gaan. Sommige mensen zullen echter, meestal omdat ze slecht omringd zijn, volharden in de boosheid en vasthouden aan hun angsten, frustraties en ergernissen. Zij zullen zwelgen in hun slachtofferschap en anderen aanduiden als ‘schuldigen’. Meestal zijn dit, met permissie, niet de meest intelligente mensen. Het prototype van de Vlaams Belangstemmer, zeg maar, een nogal slecht geïnformeerde en dus bange persoon.
Bart De Wever is, geloof ik, ook zo’n man die in de eerste plaats angstig reageert op een wereld in verandering - de slogan ‘De kracht van verandering’ is in dat opzicht extreem ironisch - maar De Wever is natuurlijk veel intelligenter dan ‘de gemiddelde bangerik’. De bangerik in Bart De Wever gebruikt, nee, misbruikt zijn angsten om andere, minder intelligente, mensen nog banger te maken, wat voor mij getuigt van kwaadaardigheid. Hij misbruikt dus ook die bange mensen, enkel om zijn eigen belang te dienen.
En dat maakt hem naast kwaadaardig ook gevaarlijk, onverantwoordelijk, een pleger van machtsmisbruik en gewoon totaal ongeschikt om een politieke functie uit te oefenen.
Ik verdraag die kwaadaardigheid niet. Een bange man moet zijn angsten niet overzetten op minder intelligente maar des te volgzamere mensen. Vóór De Wever waren de enige duidelijk bange politici die van het Vlaams Belang. Niet toevallig werd deze partij heel groot. Mensen herkennen zich gemakkelijker in de angstige, ongenuanceerde politicus met het pessimistische toekomstbeeld, dan in de progressieve politicus die nu al verzekert dat de integratie van vluchtelingen goed zal verlopen (want hoe kan die dat nu weten?).
Ik realiseer mij heel goed dat ik zelf onverdraagzaam ben tegenover Bart De Wever vanuit gevoelens van angst. Ik ben bang voor veranderingen die mij uit mijn evenwicht zouden kunnen brengen. Wij spuwen als Belgen dan wel graag op geradicaliseerde moslimjongeren, maar vergeten ondertussen dat wij zelf als maatschappij steeds radicaler worden. Bart De Wever zorgt er met zijn woorden en daden (mee) voor dat mensen ongenuanceerder gaan denken (ook ik) en dat maakt mij bang. Wat, vraag ik mij af, als deze pro- vs. anti-N-VA-sfeer zich verder blijft doorzetten? Komt er dan ooit een culminatiepunt waarop er ‘iets gebeurt’ dat concrete maatschappelijke gevolgen heeft?
Een Facebookvriend die uitgesproken meningen heeft over de huidige politieke situatie denkt dat wij als volk ‘murw zijn geslagen’. Oké, maar wil dat zeggen dat we dan inderdaad maar zullen berusten, niks zullen ondernemen en ‘wel zullen zien wat er van komt’ (ook als dat 'dramatische gevolgen' heeft)?
Andere mensen zeggen luidop dat er in de nabije toekomst oorlog van kan komen (in een Europese context). Daar geloof ik niet in. Ik weet het niet, alleen weet ik voor mezelf dat Bart De Wever een man is die gedreven wordt door angst en dat hij die angst maatschappelijk misbruikt met steeds verstrekkendere gevolgen. En ik weet dat ik het misdadig vind dat Bart De Wever zijn angsten misbruikt, maar dat ik hem niet kan stoppen, dat enkel het zogenaamde positief maatschappelijk verhaal hem misschien zou kunnen stoppen, maar dat ik geen enkele serieuze tegenstem hoor klinken - en dat het imagoverlies lijdende ‘Europa’ ondertussen ook niet echt meewerkt.
Trouwens heb ik hiermee nog steeds geen antwoord gevonden op de vraag hoe ik mijn frustraties over de daden van Bart De Wever moet inperken. De veronderstelling dat hij een heel angstige (zieke?) man is die ‘er (misschien) gedeeltelijk niks aan kan doen’ en die door een psycholoog behandeld zou moeten worden, (iemand met wie ik in feite ‘medelijden’ zou moeten hebben), volstaat niet. Dit soort figuur zou van het maatschappelijk toneel moeten verdwijnen om een verdere polarisatie tussen mensen te voorkomen, om als burger terug een beetje ‘gerust’ te kunnen zijn. Dat onze media meesurfen op die polarisering en deze mee in de hand werken, is des te enger en maakt mij dan weer bang en gefrustreerd over de (macht van de) media en hoe die in de toekomst zal evolueren. Zal wie het goed kan zeggen blijven zegevieren en zullen mensen die minder goed oneliners kunnen debiteren nog minder ruimte krijgen om hun zegje te doen?
Ook ik sta met heel wat maatschappelijke angsten in het leven, maar anders dan zovele Vlamingen denk ik niet dat iemand als Bart De Wever die angsten kan wegnemen. Integendeel, hij voedt die alleen maar.
Het is dus ook eens te meer beangstigend om te weten dat de uitspraken van Bart De Wever op veel mensen een geruststellend effect schijnen te hebben.
Want wat zegt dat over een zeer significant percentage van de mensen in onze maatschappij?
En wat is dat nu eigenlijk met die befaamde ‘grondstroom’?
En - het is er het moment voor - is deze politieke dominantie van Bart De Wever misschien nog maar het begin van iets dat nog volop in ontwikkeling is en dat onze maatschappij in de nabije toekomst nog veel meer zal gaan beïnvloeden?
Wordt dit misschien voor velen een periode om later op terug te blikken met de woorden: ‘wir haben es nicht gewusst’?
Ik hou daar zelf wel rekening mee in alle eerlijkheid.
De man maakt mij (verbaal) agressief. (Ik projecteer al mijn frustraties over wat er misgaat in Vlaanderen en België zoveel mogelijk op hem en zijn partij. Bart De Wever heeft daar geen last van want hij weet dat niet en het is beter zo dan dat ik mensen in mijn omgeving teveel met mijn ergernissen lastigval. Laat Bart De Wever nog maar eventjes, maar ook niet te lang meer, heel intellectueel oneerlijk mijn zondebok-voor-alles zijn.)
Echter: als ik De Wever niet kan verdragen zit ik in de eerste plaats met een probleem (het is dus niet iets om ‘trots’ op te zijn). Ik moet me de vraag stellen waarom deze man zoveel agressie in mij oproept en wat ik daar aan kan doen. Ik wil immers zo min mogelijk gefrustreerd zijn in mijn dagelijks leven. Frustraties en ergernissen zuipen energie, en ik wil mijn energie anders en beter besteden dan aan het doen en laten van Bart De Wever.
Eerst moet ik dus mijn ‘probleem-Bart De Wever’ proberen te ontleden. Een antwoord vinden op de vraag wat het is dat mij aan die man zo stoort.
Ik ben voornamelijk zo onverdraagzaam tegenover deze man omdat ik vind dat iemand als hij, zelf bijzonder onverdraagzaam, dat is veelvuldig gebleken, niet een hele maatschappij moet (proberen) lastig (te) vallen met zijn persoonlijke frustraties. Deze man wordt in zijn professioneel leven immers zichtbaar gedreven door diepgewortelde frustraties van welke ik (en wie wel?) niet weet waar ze vandaan komen (zou hij het zelf weten?).
Ik vind het bijzonder ongepast en boertig dat een zeer gefrustreerde man zoals hij niet aan zelfonderzoek doet of een oplossing probeert te vinden - ik denk toch niet dat hij dat doet - maar daarentegen beslist om deze frustraties te cultiveren en aan te wenden om er zijn politieke carrière op te bouwen (waarbij hij natuurlijk, intelligent als hij is, heeft begrepen dat hij met zijn welsprekendheid een spreekbuis kan zijn voor zoveel andere gefrustreerde mensen in onze maatschappij die hem onvoorwaardelijk zullen steunen, net omdat ze in De Wever hun angstige maar veel intelligentere zelve herkennen - een man die onder woorden kan brengen wat zij denken maar niet onder woorden kunnen brengen).
Ik was wellicht naïef toen ik veronderstelde dat mensen met politieke ambities bijna per definitie ‘positief in het leven staan’, dat deze mensen daadwerkelijk aan een betere wereld willen werken voor een grote groep mensen. Bart De Wever lijkt me namelijk niet zo’n positief ingestelde politicus die een mooi project wil uitwerken in het belang van de maatschappij. Sterker: ik geloof in feite dat Bart De Wever een man is zonder echt goede intenties meer in het algemeen. Bart De Wever is een boze man, misschien zelfs een kwaadaardige man (ziekelijk?), die bol staat van rancune, frustraties, wantrouwen en angst - vooral heel veel angst. Bart De Wever is een bange man en de wereld waarin hij leeft vormt voor hem ogenschijnlijk een permanente bedreiging. Vanuit zijn angst - ik denk echt dat deze man op het ziekelijke af angstig is - kruipt deze man permanent in het defensief en is hij als politicus vooral tégen heel veel dingen. Ook nu hij politieke verantwoordelijkheid heeft verworven en zou moeten opstaan als een leidersfiguur die de mensen een positieve boodschap brengt, blijft hij zich defensief opstellen en opnieuw stel ik me dan de vraag of hij dat doet omdat hij (onbewust) geconfronteerd wordt met angsten, of - en ik sluit dit echt niet uit, ook al klinkt het nogal raar - omdat deze man ‘kwaadaardig’ (mentaal ziek) is. (Ik denk al lang niet meer dat zijn defensieve houding ‘tactisch’ is. Hij kán, volgens mij, vanuit zijn persoonlijkheid niet anders dan in het defensief zitten. ‘Calimero’ stond wellicht vrij dicht bij de persoon De Wever, veel meer dan dat het slechts een rolletje was dat De Wever speelde omwille van tactische overwegingen.)
(Zou het kunnen dat deze man gewoon niet in staat is om een positieve keuze te maken voor een grote groep mensen? En wat moet er dan met die man gebeuren? Is het dan niet beter dat zo’n man geen belangrijke maatschappelijke functie toebedeeld krijgt? En hoe moet hij er toe worden gebracht om zijn belangrijke maatschappelijke functie(s) aan andere mensen over te laten? Kan deze man enkel zoveel macht verwerven omdat wij in een op hol geslagen emo-cultuur leven en zou hij er in andere, minder gemediatiseerde, tijden nooit aan te pas gekomen zijn?)
Dat veel mensen met angsten zitten is trouwens heel normaal. Ik spreek dan niet over dit tijdsgewricht, de actualiteit, of over een bepaalde regio in de wereld, maar over het geheel van de dingen. De onvoorspelbaarheid van het leven en alles wat er in de wereld gebeurt - het feit dat wij daar nauwelijks vat op hebben - is beangstigend.
Maar er zijn manieren om daar mee om te gaan, er kan op z’n minst een inspanning geleverd worden om met angsten om te gaan. Sommige mensen zullen echter, meestal omdat ze slecht omringd zijn, volharden in de boosheid en vasthouden aan hun angsten, frustraties en ergernissen. Zij zullen zwelgen in hun slachtofferschap en anderen aanduiden als ‘schuldigen’. Meestal zijn dit, met permissie, niet de meest intelligente mensen. Het prototype van de Vlaams Belangstemmer, zeg maar, een nogal slecht geïnformeerde en dus bange persoon.
Bart De Wever is, geloof ik, ook zo’n man die in de eerste plaats angstig reageert op een wereld in verandering - de slogan ‘De kracht van verandering’ is in dat opzicht extreem ironisch - maar De Wever is natuurlijk veel intelligenter dan ‘de gemiddelde bangerik’. De bangerik in Bart De Wever gebruikt, nee, misbruikt zijn angsten om andere, minder intelligente, mensen nog banger te maken, wat voor mij getuigt van kwaadaardigheid. Hij misbruikt dus ook die bange mensen, enkel om zijn eigen belang te dienen.
En dat maakt hem naast kwaadaardig ook gevaarlijk, onverantwoordelijk, een pleger van machtsmisbruik en gewoon totaal ongeschikt om een politieke functie uit te oefenen.
Ik verdraag die kwaadaardigheid niet. Een bange man moet zijn angsten niet overzetten op minder intelligente maar des te volgzamere mensen. Vóór De Wever waren de enige duidelijk bange politici die van het Vlaams Belang. Niet toevallig werd deze partij heel groot. Mensen herkennen zich gemakkelijker in de angstige, ongenuanceerde politicus met het pessimistische toekomstbeeld, dan in de progressieve politicus die nu al verzekert dat de integratie van vluchtelingen goed zal verlopen (want hoe kan die dat nu weten?).
Ik realiseer mij heel goed dat ik zelf onverdraagzaam ben tegenover Bart De Wever vanuit gevoelens van angst. Ik ben bang voor veranderingen die mij uit mijn evenwicht zouden kunnen brengen. Wij spuwen als Belgen dan wel graag op geradicaliseerde moslimjongeren, maar vergeten ondertussen dat wij zelf als maatschappij steeds radicaler worden. Bart De Wever zorgt er met zijn woorden en daden (mee) voor dat mensen ongenuanceerder gaan denken (ook ik) en dat maakt mij bang. Wat, vraag ik mij af, als deze pro- vs. anti-N-VA-sfeer zich verder blijft doorzetten? Komt er dan ooit een culminatiepunt waarop er ‘iets gebeurt’ dat concrete maatschappelijke gevolgen heeft?
Een Facebookvriend die uitgesproken meningen heeft over de huidige politieke situatie denkt dat wij als volk ‘murw zijn geslagen’. Oké, maar wil dat zeggen dat we dan inderdaad maar zullen berusten, niks zullen ondernemen en ‘wel zullen zien wat er van komt’ (ook als dat 'dramatische gevolgen' heeft)?
Andere mensen zeggen luidop dat er in de nabije toekomst oorlog van kan komen (in een Europese context). Daar geloof ik niet in. Ik weet het niet, alleen weet ik voor mezelf dat Bart De Wever een man is die gedreven wordt door angst en dat hij die angst maatschappelijk misbruikt met steeds verstrekkendere gevolgen. En ik weet dat ik het misdadig vind dat Bart De Wever zijn angsten misbruikt, maar dat ik hem niet kan stoppen, dat enkel het zogenaamde positief maatschappelijk verhaal hem misschien zou kunnen stoppen, maar dat ik geen enkele serieuze tegenstem hoor klinken - en dat het imagoverlies lijdende ‘Europa’ ondertussen ook niet echt meewerkt.
Trouwens heb ik hiermee nog steeds geen antwoord gevonden op de vraag hoe ik mijn frustraties over de daden van Bart De Wever moet inperken. De veronderstelling dat hij een heel angstige (zieke?) man is die ‘er (misschien) gedeeltelijk niks aan kan doen’ en die door een psycholoog behandeld zou moeten worden, (iemand met wie ik in feite ‘medelijden’ zou moeten hebben), volstaat niet. Dit soort figuur zou van het maatschappelijk toneel moeten verdwijnen om een verdere polarisatie tussen mensen te voorkomen, om als burger terug een beetje ‘gerust’ te kunnen zijn. Dat onze media meesurfen op die polarisering en deze mee in de hand werken, is des te enger en maakt mij dan weer bang en gefrustreerd over de (macht van de) media en hoe die in de toekomst zal evolueren. Zal wie het goed kan zeggen blijven zegevieren en zullen mensen die minder goed oneliners kunnen debiteren nog minder ruimte krijgen om hun zegje te doen?
Ook ik sta met heel wat maatschappelijke angsten in het leven, maar anders dan zovele Vlamingen denk ik niet dat iemand als Bart De Wever die angsten kan wegnemen. Integendeel, hij voedt die alleen maar.
Het is dus ook eens te meer beangstigend om te weten dat de uitspraken van Bart De Wever op veel mensen een geruststellend effect schijnen te hebben.
Want wat zegt dat over een zeer significant percentage van de mensen in onze maatschappij?
En wat is dat nu eigenlijk met die befaamde ‘grondstroom’?
En - het is er het moment voor - is deze politieke dominantie van Bart De Wever misschien nog maar het begin van iets dat nog volop in ontwikkeling is en dat onze maatschappij in de nabije toekomst nog veel meer zal gaan beïnvloeden?
Wordt dit misschien voor velen een periode om later op terug te blikken met de woorden: ‘wir haben es nicht gewusst’?
Ik hou daar zelf wel rekening mee in alle eerlijkheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)