dinsdag 3 februari 2009
Een door mij grijs verklaard decor
Als ik 's ochtends wakker word en ik voel een onbestemde goesting door mijn armen, buik en benen stromen, dan weet ik soms heel zeker dat ik het zou moeten doen, nu ik er de leeftijd voor heb; dat ik zou moeten reizen en eens ergens anders zou moeten gaan wonen, een tijd, een jaar of meerdere jaren.
Ik kan niet naar Lali Puna luisteren zonder te verlangen naar een door mij geromantiseerd beeld van een industrieel, halfcommunistisch Berlijn. Wat ik daar dan van zie, zie ik in zwart-wit. Ik zit alleen in een kale kamer, in de kamer waarin ik woon. Mijn moeder weet niet goed waar ik ben, ze weet wel iets, maar bijzonder weinig. Zo hoort het ook.
Daar in Berlijn lijd ik een ander leven, een leven dat los staat van het leven dat ik nu lijd. Ik zie mezelf in een flits met gemillimeterd haar. Geen idee van mijn bezigheden daar. Iets onafhankelijks natuurlijk. Ik doe daar dingen die ik volledig vanzelfsprekend vind, in een leven dat mij nu nog geheel onbekend is. En dat trekt me aan. Wellicht omdat ik alles zo graag wil kunnen voorspellen en omdat die Berlijnbeelden zich amper tonen.
Ik lees over "drop-outs", maar dat is nog wat anders. Er moet poëzie achterzitten, achter dat reizen, dat in Berlijn, of in welk door mij grijsverklaard decor dan ook, verblijven. Ik zou op die plek bij wijze van spreken op twee weken tijd een boek moeten kunnen schrijven dat ik hier, waar ik woon, nooit zou kunnen schrijven. Een boek dat ik dus kan schrijven net omdat ik het niet hier, maar wel op die andere plaats schrijf, die plaats waaraan ik inspiratie, of dus poëzie ontleen.
Het zijn maar ideetjes, maar ik moet er rekening mee houden dat ik ze misschien ook ten uitvoer moet brengen. Nu ik op een punt in mijn leven beland waarop ik tegen heel wat dingen "ja" wil zeggen. Een film als "(N)iemand" vertelt een soortgelijk verhaal, weliswaar van een veertiger
maandag 2 februari 2009
Geen handrem
"Liever geen vriend dan een slechte vriend," kreeg ik ooit te horen. En de persoon die me dat zei, zag ik daarna een drietal jaar niet meer terug. Ik weet dus waar ik aan begin als ik nu geneigd ben tegen iemand te zeggen: "Ik ben niet bevriend met de handrem op. Als vriend wil ik me niet voortdurend hoeven afvragen of ik er nu al dan niet (verbaal) overga. Als vriend wil ik me kunnen ontspannen, wil ik me niet suf hoeven piekeren, wil ik de wetenschap van enige vrijheid in jouw bijzijn."
U leest het: ik ben erovergegaan en nu zit ik dus met een handrem in m'n vuist geklemd. Mijn vriendin stelt me voor de paradox dat ze me wel wilt blijven zien (want ze vindt "het", de vriendschap belangrijk), maar anderzijds moet ik me aan een aantal gedragscodes houden, tot op het moment dat zij zegt dat dat niet langer nodig is, dat ze erover is. U beseft samen met mij dat dat "erover" zijn niet voor morgen is, want wanneer ze zegt erover te zijn, zal ze nog steeds bijzonder op haar hoede zijn voor het kleinste, het minste. Zo gaan die dingen altijd.
En die paradox, die eis, die zint me dus niet helemaal, of helemaal niet. Ik ben niet bevriend met de handrem op. Zo stel ik het en zo stel ik het goed. Ik wil voluit gaan, het onderste uit de kan halen, de grenzen aftasten, en net op dat punt is het nu ook misgegaan tussen ons. Daarom geloof ik er maar zo weinig in. Daarom besef ik dat ik het, de vriendschap die ik zelf ook heel wat waard vind, beetje bij beetje aan het begraven ben.
Ik zou inschikkelijk moeten zijn, ik zou geduld moeten oefenen. Ik beloofde haar ook om dat te doen. En ik zál geduldig zijn, in het kader van de vriendschap maar ook in het kader van het experiment. Is deze vriendschap überhaupt te redden? Een cynische vraag die ik enkel stel vanuit een serieus engagement, een welgemeende wil om er iets van te maken. Is het niet cynisch dan om mij met een handrem achter te laten, en dat tot zij er weer klaar voor is?
U leest het: ik ben erovergegaan en nu zit ik dus met een handrem in m'n vuist geklemd. Mijn vriendin stelt me voor de paradox dat ze me wel wilt blijven zien (want ze vindt "het", de vriendschap belangrijk), maar anderzijds moet ik me aan een aantal gedragscodes houden, tot op het moment dat zij zegt dat dat niet langer nodig is, dat ze erover is. U beseft samen met mij dat dat "erover" zijn niet voor morgen is, want wanneer ze zegt erover te zijn, zal ze nog steeds bijzonder op haar hoede zijn voor het kleinste, het minste. Zo gaan die dingen altijd.
En die paradox, die eis, die zint me dus niet helemaal, of helemaal niet. Ik ben niet bevriend met de handrem op. Zo stel ik het en zo stel ik het goed. Ik wil voluit gaan, het onderste uit de kan halen, de grenzen aftasten, en net op dat punt is het nu ook misgegaan tussen ons. Daarom geloof ik er maar zo weinig in. Daarom besef ik dat ik het, de vriendschap die ik zelf ook heel wat waard vind, beetje bij beetje aan het begraven ben.
Ik zou inschikkelijk moeten zijn, ik zou geduld moeten oefenen. Ik beloofde haar ook om dat te doen. En ik zál geduldig zijn, in het kader van de vriendschap maar ook in het kader van het experiment. Is deze vriendschap überhaupt te redden? Een cynische vraag die ik enkel stel vanuit een serieus engagement, een welgemeende wil om er iets van te maken. Is het niet cynisch dan om mij met een handrem achter te laten, en dat tot zij er weer klaar voor is?
zondag 1 februari 2009
Als hij het serieus neemt, dan ik ook
De toekomst noemen ze 'm in Humo, Maarten Inghels. Gisteren nam ik de tijd om eens een en ander over deze jongen te weten te komen. Hij is twintig en heeft al 'n biografie, maar die ga ik hier niet copypasten. Wat ik wel wil doen is even een licht werpen op de aan elkaar gelinkte feiten: twintig - dichtbundel - initiatiefnemer - literaire carrière, en hoe ik daar hoogstpersoonlijk tegenaan kijk.
Inghels, twintig en uit Antwerpen, kwam enkele dagen geleden in het nieuws naar aanleiding van "De eenzame uitvaart", een door hem en zijn vzw Kraai gecoördineerd initiatief voor "eenzaam gestorvenen". Ik juich dat initiatief toe, al denk ik in werkelijkheid gewoon "Hey, waarom ook niet?" en ben voorts enigszins onder de indruk van het sérieux waarmee Inghels als woordvoerder de vrt-journalist van dienst tewoordstond.
Met zo'n kwansuis Hollands erretje - eerder een j'tje - deed hij dat overigens, wat mij sterkte in de overtuiging dat Maarten Inghels een bijzonder serieuze jongen is, of toch iemand die er heel serieus voor wilt gaan, voor zijn zaak. En niet alleen voor zijn initiatief met vzw Kraai, bedoel ik dan. In Humo en in heel wat andere media wordt Inghels immers de toekomst genoemd naar aanleiding van zijn poëziedebuut, dat eind vorig jaar verscheen.
In de Sandwichreeks, lees ik daarover, en onder redactie van - "niemand minder dan" hoor je daar in deze context bij te denken - Gerrit Komrij. Voorts publiceerde Inghels al in De Brakke Hond, Meander magazine, en andere, wat mij andermaal sterkt in de overtuiging dat Inghels er bijzonder serieus mee bezig is. Nu bewonder ik dat en waardeer ik dat zelfs, - in feite benieuwt het me vooral met het oog op voornoemde toekomst - maar daarnaast bekruipt me ook een gevoel van enige ongein, daarnaast moet ik een grinnikje onderdrukken, want ik denk: "Dit alles kan hij toch niet menen? Het is schrijven, godbetert."
Maar ik zit ernaast en daar ben ik zeker van. Inghels meent zijn schrijven wel degelijk, zoals een homo zijn homofilie meent. En Maarten Inghels wordt een grote, en dan bedoel ik een grote grote, geen Saskia De Coster. Inghels kent immers de oeuvres van Elsschot en Claus van achter naar voor en hij vertoont die gedrevenheid, die drang en dus ook die sérieux die onontbeerlijk zijn als je in de voetsporen van zulke heren wilt treden. Hij is geen nieuwe Dimitri Verhulst, geloof ik, en zelfs geen Tom Lanoye. Ik denk dat Inghels hoger mikt en ik kijk oprecht uit naar zijn prozadebuut - oh dat klinkt bekakt - dat in 2010 verschijnt, bij Manteau nota bene, een zeer gerespecteerde uitgeverij.
(En nog een laatste alinea om u en mezelf over de streep te trekken in een poging van Maarten Inghels werkelijk een man voor de toekomst te maken.) Inghels rookt, ik heb er al foto's van gezien. Hij gelooft ook in een rol voor een stadsdichter, hij vindt dat Ramsey Nasr die rol zeer goed invult, en wilt poëzie dichter bij de mensen brengen. Ik verdenk Inghels er dan ook luidop van bijzonder intelligent te zijn, wanneer hij zijn poëzie daadwerkelijk voor een publiek gaat 'brengen'. Ja, als ik enkele maanden geleden nog skeptisch tegen deze jongen aankeek, dan is dat veranderd nadat ik hem heb "doorgelicht". En poëzie mag dan niet (meer) mijn favoriete discipline binnen de letteren zijn, naar dat prozadebuut ben ik bijzonder benieuwd.
Tot daar. Of zoals Inghels het zou zeggen: "Warme groet".
Inghels, twintig en uit Antwerpen, kwam enkele dagen geleden in het nieuws naar aanleiding van "De eenzame uitvaart", een door hem en zijn vzw Kraai gecoördineerd initiatief voor "eenzaam gestorvenen". Ik juich dat initiatief toe, al denk ik in werkelijkheid gewoon "Hey, waarom ook niet?" en ben voorts enigszins onder de indruk van het sérieux waarmee Inghels als woordvoerder de vrt-journalist van dienst tewoordstond.
Met zo'n kwansuis Hollands erretje - eerder een j'tje - deed hij dat overigens, wat mij sterkte in de overtuiging dat Maarten Inghels een bijzonder serieuze jongen is, of toch iemand die er heel serieus voor wilt gaan, voor zijn zaak. En niet alleen voor zijn initiatief met vzw Kraai, bedoel ik dan. In Humo en in heel wat andere media wordt Inghels immers de toekomst genoemd naar aanleiding van zijn poëziedebuut, dat eind vorig jaar verscheen.In de Sandwichreeks, lees ik daarover, en onder redactie van - "niemand minder dan" hoor je daar in deze context bij te denken - Gerrit Komrij. Voorts publiceerde Inghels al in De Brakke Hond, Meander magazine, en andere, wat mij andermaal sterkt in de overtuiging dat Inghels er bijzonder serieus mee bezig is. Nu bewonder ik dat en waardeer ik dat zelfs, - in feite benieuwt het me vooral met het oog op voornoemde toekomst - maar daarnaast bekruipt me ook een gevoel van enige ongein, daarnaast moet ik een grinnikje onderdrukken, want ik denk: "Dit alles kan hij toch niet menen? Het is schrijven, godbetert."
Maar ik zit ernaast en daar ben ik zeker van. Inghels meent zijn schrijven wel degelijk, zoals een homo zijn homofilie meent. En Maarten Inghels wordt een grote, en dan bedoel ik een grote grote, geen Saskia De Coster. Inghels kent immers de oeuvres van Elsschot en Claus van achter naar voor en hij vertoont die gedrevenheid, die drang en dus ook die sérieux die onontbeerlijk zijn als je in de voetsporen van zulke heren wilt treden. Hij is geen nieuwe Dimitri Verhulst, geloof ik, en zelfs geen Tom Lanoye. Ik denk dat Inghels hoger mikt en ik kijk oprecht uit naar zijn prozadebuut - oh dat klinkt bekakt - dat in 2010 verschijnt, bij Manteau nota bene, een zeer gerespecteerde uitgeverij.
(En nog een laatste alinea om u en mezelf over de streep te trekken in een poging van Maarten Inghels werkelijk een man voor de toekomst te maken.) Inghels rookt, ik heb er al foto's van gezien. Hij gelooft ook in een rol voor een stadsdichter, hij vindt dat Ramsey Nasr die rol zeer goed invult, en wilt poëzie dichter bij de mensen brengen. Ik verdenk Inghels er dan ook luidop van bijzonder intelligent te zijn, wanneer hij zijn poëzie daadwerkelijk voor een publiek gaat 'brengen'. Ja, als ik enkele maanden geleden nog skeptisch tegen deze jongen aankeek, dan is dat veranderd nadat ik hem heb "doorgelicht". En poëzie mag dan niet (meer) mijn favoriete discipline binnen de letteren zijn, naar dat prozadebuut ben ik bijzonder benieuwd.
Tot daar. Of zoals Inghels het zou zeggen: "Warme groet".
zaterdag 31 januari 2009
Bijzonder iemand
Als ik naar de aftiteling kijk, ben ik vaak heel rustig. Nu, vaker dan vroeger, blijf ik niet helemaal tot het eind zitten, als was het een laatste eerbetoon aan de regisseur, maar loop ik nog in roes naar buiten en beklim ik de trappen naar het aanpalende café. Er speelt "Sunday" van Sonic Youth vanavond, ik beweeg mee met m'n hoofd. Ik heb net "(N)iemand" van Patrice Toye gezien en ik ben daar blij om.
"3,25 out of 4," zat ik tijdens het kijken te denken. Dat is een goed resultaat, me dunkt. En Sara De Roo is een mooie vrouw! Daar was ik verheugd over. Op een bepaald moment werd er een zinnetje gesproken waarvan ik wilde dat ik het me nu nog kon herinneren. Het was iets als: "Nu ben je niemand meer." Het had een alles omvattende boodschap. Nog tijdens de film wilde ik meer te weten komen over Patrice Toye. Ik ga haar wiki'en en Mediargussen.
't Is dat ik het koud heb en dus naar huis wil. En dat de straten stinken naar nozems en sloeries, waarvan ik er zelfs eentje tegenkom die het presteert om in deze kou enkel een topje zonder mouwen te dragen. In een nachtwinkel koop ik een rolletje mentos, want ik voelde dat ik zin had in een rolletje mentos, en daarna zet ik er verder de pas in.
Als ik het stadhuis voorbijloop, blijf ik even staan om naar het grote gotische gebouw op te kijken. Een tienermeisje dat nogal veel lawaai maakt, weet niet dat dit stadhuis gotisch is. Ik weet niet wat ze wél weet. Er schiet iets door m'n hoofd, maar de exacte bewoording ben ik alweer vergeten. Het is iets als: waarom heeft elke talentloze nitwit vandaag zoveel te piepen, altijd en overal?
De straten zijn donker, mijn wollen trui jeukt, ik eet mentos met het papiertje aan m'n lippen en duwen aan het uiteinde. Een onbekende passeert me rakelings, een andere houdt me staande. Hij zoekt een nachtwinkel en ik ben blij dat ik hem daarbij kan helpen. "Hier naar links en dan nog twintig meter," zeg ik, en dat klopt precies. Ik blijf kijken hoe hij inderdaad die twintig meter aflegt en de nachtwinkel betreedt.
Tot aan mijn slaapkamer neem ik me voor zelf ook een bijzonder iemand te worden. Een Patrice Toye, een Maarten Inghels, gewoon mezelf maar dan beter. Hopelijk blijft dat vooornemen wat hangen.
"3,25 out of 4," zat ik tijdens het kijken te denken. Dat is een goed resultaat, me dunkt. En Sara De Roo is een mooie vrouw! Daar was ik verheugd over. Op een bepaald moment werd er een zinnetje gesproken waarvan ik wilde dat ik het me nu nog kon herinneren. Het was iets als: "Nu ben je niemand meer." Het had een alles omvattende boodschap. Nog tijdens de film wilde ik meer te weten komen over Patrice Toye. Ik ga haar wiki'en en Mediargussen.'t Is dat ik het koud heb en dus naar huis wil. En dat de straten stinken naar nozems en sloeries, waarvan ik er zelfs eentje tegenkom die het presteert om in deze kou enkel een topje zonder mouwen te dragen. In een nachtwinkel koop ik een rolletje mentos, want ik voelde dat ik zin had in een rolletje mentos, en daarna zet ik er verder de pas in.
Als ik het stadhuis voorbijloop, blijf ik even staan om naar het grote gotische gebouw op te kijken. Een tienermeisje dat nogal veel lawaai maakt, weet niet dat dit stadhuis gotisch is. Ik weet niet wat ze wél weet. Er schiet iets door m'n hoofd, maar de exacte bewoording ben ik alweer vergeten. Het is iets als: waarom heeft elke talentloze nitwit vandaag zoveel te piepen, altijd en overal?
De straten zijn donker, mijn wollen trui jeukt, ik eet mentos met het papiertje aan m'n lippen en duwen aan het uiteinde. Een onbekende passeert me rakelings, een andere houdt me staande. Hij zoekt een nachtwinkel en ik ben blij dat ik hem daarbij kan helpen. "Hier naar links en dan nog twintig meter," zeg ik, en dat klopt precies. Ik blijf kijken hoe hij inderdaad die twintig meter aflegt en de nachtwinkel betreedt.
Tot aan mijn slaapkamer neem ik me voor zelf ook een bijzonder iemand te worden. Een Patrice Toye, een Maarten Inghels, gewoon mezelf maar dan beter. Hopelijk blijft dat vooornemen wat hangen.
donderdag 22 januari 2009
Mijn op één na hevigste verliefdheid
Verliefd worden op J. is misschien wel de meest humorloze daad uit mijn nog jonge leven geweest (oh, wat overdrijf ik weer). J. is namelijk een meisje met een gevoel voor humor waaraan ik nooit ook maar een moment heb kunnen tippen. Ze tekende Hitlersnorretjes onder haar neus en wandelde zo door de stad. Ik wist dat ik te dom voor haar was en dat trok me enorm tot haar aan.
Ze was natuurlijk mooi ook, eigenlijk had ze het allemaal. Haar vriendin begreep niet dat ook ík weer op J. viel. Ik was niet de eerste, niet de enige, niet de laatste, maar wel de zoveelste die zou worden afgekeurd. Vanwege een gebrek aan humor waarschijnlijk. En J. kon ook gewoon niet omgaan met persoonlijke gevoelens.
Ik moet nog ergens die foto hebben waarop J. en ik samen op een bank zitten. Je ziet ons beiden in een verkrampte houding Ik leek een arm om haar heen te willen slaan en had toch maar besloten het niet te doen, zij zat erbij en haar blik zei "als hij nu maar niet zo heel serieus zijn arm om mijn schouder gaat slaan".
Nadat ik haar mijn liefde had verklaard, was er van elkaar zien geen sprake meer. Ik kon dat aanvaarden, want ik wilde het beste voor haar. Ik ben maar één keer heviger verliefd geweest dan toen die keer op haar. Maar tot op de dag van vandaag maak ik me sterk dat ik, mocht ik iets meer humor en verstand hebben gehad, gewoon bevriend had kunnen blijven met haar. Zodat ik nu zou weten waarmee ze bezig is, wat ze leuk vindt en of ze soms ook nog eens aan mij denkt.
Ze was natuurlijk mooi ook, eigenlijk had ze het allemaal. Haar vriendin begreep niet dat ook ík weer op J. viel. Ik was niet de eerste, niet de enige, niet de laatste, maar wel de zoveelste die zou worden afgekeurd. Vanwege een gebrek aan humor waarschijnlijk. En J. kon ook gewoon niet omgaan met persoonlijke gevoelens.
Ik moet nog ergens die foto hebben waarop J. en ik samen op een bank zitten. Je ziet ons beiden in een verkrampte houding Ik leek een arm om haar heen te willen slaan en had toch maar besloten het niet te doen, zij zat erbij en haar blik zei "als hij nu maar niet zo heel serieus zijn arm om mijn schouder gaat slaan".
Nadat ik haar mijn liefde had verklaard, was er van elkaar zien geen sprake meer. Ik kon dat aanvaarden, want ik wilde het beste voor haar. Ik ben maar één keer heviger verliefd geweest dan toen die keer op haar. Maar tot op de dag van vandaag maak ik me sterk dat ik, mocht ik iets meer humor en verstand hebben gehad, gewoon bevriend had kunnen blijven met haar. Zodat ik nu zou weten waarmee ze bezig is, wat ze leuk vindt en of ze soms ook nog eens aan mij denkt.
zondag 11 januari 2009
't Is feest...
"Hey vrienden en klasgenoten
Volgende zondag verjaar ik en daarom geef ik volgende zaterdag 17/1 een feestje op mijn kot.
Omdat ik verjaar dus, maar ook omdat we een sympathieke nieuwe kotgenoot hebben, in de plaats van een oude stomme en omdat het daarom dus weer wat toffer is hier.
En ook omdat er op school de dag nadien twee heel drukke weken beginnen. Een "laatste" gelegenheid m.a.w. om nog eens iets te doen.
Iedereen is welkom in [straat + huisnummer]*, vlakbij het station van L., vanaf 21u.
Voor pintjes en frisdrank zorgen wij.
Tot dan!
Alexander
* Als je uit het station van L. komt neem je de D.straat richting G.. Schuin tegenover de eerste straat naar rechts die je tegenkomt (V.straat), zie je een soort gangetje met daarboven het plakkaat "[straatnaam]". Daar aangekomen: volg de ballonnen."
Volgende zondag verjaar ik en daarom geef ik volgende zaterdag 17/1 een feestje op mijn kot.
Omdat ik verjaar dus, maar ook omdat we een sympathieke nieuwe kotgenoot hebben, in de plaats van een oude stomme en omdat het daarom dus weer wat toffer is hier.
En ook omdat er op school de dag nadien twee heel drukke weken beginnen. Een "laatste" gelegenheid m.a.w. om nog eens iets te doen.
Iedereen is welkom in [straat + huisnummer]*, vlakbij het station van L., vanaf 21u.
Voor pintjes en frisdrank zorgen wij.
Tot dan!
Alexander
* Als je uit het station van L. komt neem je de D.straat richting G.. Schuin tegenover de eerste straat naar rechts die je tegenkomt (V.straat), zie je een soort gangetje met daarboven het plakkaat "[straatnaam]". Daar aangekomen: volg de ballonnen."
woensdag 7 januari 2009
Van een mens een draak maken
Vies volk om te bellen, en ik moet het doen. Wikken en wegen op voorhand. Geen idee wat te verwachten. Stress, ja, en hartkloppingen. Dan neemt hij op en zijn we vertrokken.
Als je een artikel maakt, moet je alle partijen aan het woord laten. Daarom, en daarom alleen bel ik hem. Wat je op internet over de man kan vinden, het is niet mooi. Vandaar ook mijn terughoudendheid en mijn zenuwen. En ik vergis me zeker niet als ik het me op voorhand bedenk: hij wil wel degelijk een precieze uitleg over het wat en het hoe. En hij wil mijn naam. Dat recht heeft hij.
Hij blijkt een babbelaar te zijn, dat geluk heb ik. Af en toe lijkt hij bot, als ik een vraag niet helemaal duidelijk formuleer. Wat ik bedoel, en dat dan scherp en in zijn platte dialect. Hij pikt zijn draad echter telkens weer op en gaat door. Ja, hij wil meewerken, dat kan ik hem niet verwijten. Ik vraag me af of ik hem misschien toch geen al te groot forum aanbied.
Het zit erop en ik besef dat ik ongehavend uit de strijd met de draak ben gekomen. Nu moet ik echter stoom aflaten, dat voel ik. Nu moet ik kunnen vertellen over wat ik net heb gedaan. Alles een beetje opblazen misschien. Van een mug geen olifant maken, maar van een mens een draak.
Maar er bovenal ook nog een goed artikel uithalen. Hij wilt het namelijk zelf ook lezen heeft hij mij gezegd.
Als je een artikel maakt, moet je alle partijen aan het woord laten. Daarom, en daarom alleen bel ik hem. Wat je op internet over de man kan vinden, het is niet mooi. Vandaar ook mijn terughoudendheid en mijn zenuwen. En ik vergis me zeker niet als ik het me op voorhand bedenk: hij wil wel degelijk een precieze uitleg over het wat en het hoe. En hij wil mijn naam. Dat recht heeft hij.
Hij blijkt een babbelaar te zijn, dat geluk heb ik. Af en toe lijkt hij bot, als ik een vraag niet helemaal duidelijk formuleer. Wat ik bedoel, en dat dan scherp en in zijn platte dialect. Hij pikt zijn draad echter telkens weer op en gaat door. Ja, hij wil meewerken, dat kan ik hem niet verwijten. Ik vraag me af of ik hem misschien toch geen al te groot forum aanbied.
Het zit erop en ik besef dat ik ongehavend uit de strijd met de draak ben gekomen. Nu moet ik echter stoom aflaten, dat voel ik. Nu moet ik kunnen vertellen over wat ik net heb gedaan. Alles een beetje opblazen misschien. Van een mug geen olifant maken, maar van een mens een draak.
Maar er bovenal ook nog een goed artikel uithalen. Hij wilt het namelijk zelf ook lezen heeft hij mij gezegd.
maandag 5 januari 2009
Misschien ben ik naïef
Ze zegt dat ik een schriftje zou kunnen kopen, dat ik het daar ook allemaal in kan opschrijven. Datgene wat ik nu op mijn blog "dump". Ze zegt dat de handeling van schrijven met pen op papier ook zoveel leuker is dan dat typen. Ik zeg haar dat ik een exibitionist ben die het wel spannend vind dat er zo nu en dan eens iemand over mijn schouder meekijkt.
Of ik allerlei persoonlijks op mijn blog "dump", vraagt ze zich af. Ik zeg haar van niet, nee, dat ik het allemaal heel omwonden houd. Want zo is het toch, ik hou het toch allemaal heel omwonden? Ik zeg haar dat de maatstaf is dat iemand die mij "zozo" kent, uit mijn schrijfsels alhier niet met zekerheid mag kunnen opmaken dat ik het ben. Bang voor slinkse googlaars (goochelaars) als ik ben.
(Zou er al ooit iemand mijn e-mailadres gegoogled hebben? En wat vindt hij dan terug over mij? Zou er al ooit iemand mijn IP-adres gegoogled hebben?)
(Niet over nadenken, zeg ik tegen mezelf, en tegen haar zeg ik dat die nieuwe cd van Elbow ongelooflijk goed is. Ze beaamt noch ontkent.)
(Misschien ben ik naïef.)
Oh, en dan dit weer (al te typisch): ze zegt dat bloggen toch iets voor veertienjarige meisjes is. Bloggen is toch iets hip voor veertienjarige meisjes. Welnee, zeg ik, dat is het niet. Veertienjarige meisjes zullen ook wel bloggen, ja, maar door de band genomen zijn het lang niet alleen die meisjes die bloggen. Ik doe het ook en ze moet niet denken dat ik een veertienjarig meisje ben (dat wéét ze ook wel, zegt ze) of dat ik blog als een veertienjarig meisje (dat zou ze grappig vinden, zegt ze). Mijn blog is geen flutblog, vertel ik haar om mijn geveinsde verbouwereerdheid kracht bij te zetten, en dan doe ik er wijselijk het zijgen toe.
(Zomaar een tip: haal geen rekeninguittreksels af wanneer er zes wachtende in je rug staan te hijgen.)
Of ik allerlei persoonlijks op mijn blog "dump", vraagt ze zich af. Ik zeg haar van niet, nee, dat ik het allemaal heel omwonden houd. Want zo is het toch, ik hou het toch allemaal heel omwonden? Ik zeg haar dat de maatstaf is dat iemand die mij "zozo" kent, uit mijn schrijfsels alhier niet met zekerheid mag kunnen opmaken dat ik het ben. Bang voor slinkse googlaars (goochelaars) als ik ben.(Zou er al ooit iemand mijn e-mailadres gegoogled hebben? En wat vindt hij dan terug over mij? Zou er al ooit iemand mijn IP-adres gegoogled hebben?)
(Niet over nadenken, zeg ik tegen mezelf, en tegen haar zeg ik dat die nieuwe cd van Elbow ongelooflijk goed is. Ze beaamt noch ontkent.)
(Misschien ben ik naïef.)
Oh, en dan dit weer (al te typisch): ze zegt dat bloggen toch iets voor veertienjarige meisjes is. Bloggen is toch iets hip voor veertienjarige meisjes. Welnee, zeg ik, dat is het niet. Veertienjarige meisjes zullen ook wel bloggen, ja, maar door de band genomen zijn het lang niet alleen die meisjes die bloggen. Ik doe het ook en ze moet niet denken dat ik een veertienjarig meisje ben (dat wéét ze ook wel, zegt ze) of dat ik blog als een veertienjarig meisje (dat zou ze grappig vinden, zegt ze). Mijn blog is geen flutblog, vertel ik haar om mijn geveinsde verbouwereerdheid kracht bij te zetten, en dan doe ik er wijselijk het zijgen toe.
(Zomaar een tip: haal geen rekeninguittreksels af wanneer er zes wachtende in je rug staan te hijgen.)
vrijdag 2 januari 2009
Panta rhei, guys
Gelogen, ja, ik heb gelogen. Ik was wél thuis op het moment dat je me belde met de vraag of je mocht langskomen. Maar ik ga je zeggen, ik zag het niet zitten, in een reflex bijna. Ik zei "nee" terwijl ik nochtans van plan was "ja" te zeggen. Bij het ophangen wist ik echter dat ik wel degelijk intentioneel "nee" ging zeggen.
Reden van dat alles: je zou je lief meebrengen. En niet dat ik wat tegen dat meisje heb, - jongens nee, ik zou haar naar een onbewoond eiland meenemen - maar ik ben wat uitgekeken op dat saaie, rustige, wij-zijn-zo-blij-en-gearriveerd-in-ons-paradijssfeertje dat tussen jullie in hangt. Niet jullie als "jullie twee" overigens, oh nee, het is veel uitgebreider - koppeltjes. Het is dat jonge dat het plots moet afleggen tegen die sérieux van "de re-laat-sie". En daar ben ik niet klaar voor, ik wil spelen.
Jennen, plaagstootjes uitdelen. Ik wil fun met jullie allebei. Jullie blikken van verstandhouding, die wat-is-ie-toch-een-mallootsamenzweringen, die zijn dan meer dan verboden. Natuurlijk is er wat tussen jullie, dat is maar normaal, het is jullie gegund en ik ben pro. Ik vind jullie fantastisch en kom graag op de eerste rij zitten op jullie trouw. Ik wil zelfs komen babysitten op jullie eerste spruit en als dat zou nodig zijn - god beware ons ervoor - dan wil ik zelfs bakstenen lopen zeulen bij de bouw van jullie huis. Maar de ideefix dat jullie nu onder een gouden koepel leven, een volgend level; die ideefix zal ik bestrijden als jullie samen in mijn buurt zijn.
Opnieuw: ik wil nog een beetje gek doen met jullie. Niks concreets, geen jarenplannen. Panta rhei, guys. Panta rhei. En ik moét me dan verzetten tegen alles wat neigt naar bouwen, kinderen, trouwen. Dat is oncool, kneuterig, voor oude mensen en vul zelf maar aan achter een komma naar wens.
Je weet waar ik het over heb.
Reden van dat alles: je zou je lief meebrengen. En niet dat ik wat tegen dat meisje heb, - jongens nee, ik zou haar naar een onbewoond eiland meenemen - maar ik ben wat uitgekeken op dat saaie, rustige, wij-zijn-zo-blij-en-gearriveerd-in-ons-paradijssfeertje dat tussen jullie in hangt. Niet jullie als "jullie twee" overigens, oh nee, het is veel uitgebreider - koppeltjes. Het is dat jonge dat het plots moet afleggen tegen die sérieux van "de re-laat-sie". En daar ben ik niet klaar voor, ik wil spelen.
Jennen, plaagstootjes uitdelen. Ik wil fun met jullie allebei. Jullie blikken van verstandhouding, die wat-is-ie-toch-een-mallootsamenzweringen, die zijn dan meer dan verboden. Natuurlijk is er wat tussen jullie, dat is maar normaal, het is jullie gegund en ik ben pro. Ik vind jullie fantastisch en kom graag op de eerste rij zitten op jullie trouw. Ik wil zelfs komen babysitten op jullie eerste spruit en als dat zou nodig zijn - god beware ons ervoor - dan wil ik zelfs bakstenen lopen zeulen bij de bouw van jullie huis. Maar de ideefix dat jullie nu onder een gouden koepel leven, een volgend level; die ideefix zal ik bestrijden als jullie samen in mijn buurt zijn.
Opnieuw: ik wil nog een beetje gek doen met jullie. Niks concreets, geen jarenplannen. Panta rhei, guys. Panta rhei. En ik moét me dan verzetten tegen alles wat neigt naar bouwen, kinderen, trouwen. Dat is oncool, kneuterig, voor oude mensen en vul zelf maar aan achter een komma naar wens.
Je weet waar ik het over heb.
maandag 29 december 2008
Over de aanleg van een kruispunt
Oh, onzeker meisje. Lief onzeker meisje. Ik wist wat je ging schrijven, want je houdt je aan de regels. En het laatste wat ik wil is om je daarin te bruskeren. Dan speel ik je immers onmiddellijk kwijt en kruip je in je schulp. Nog dieper dan je er al inzit.
Iemand heeft je geleerd nooit ergens over te klagen. Dat moet wel, want de drie zinnen die je aan je klachten wijdt lijken er drie teveel. Je sluit ze af met een verontschuldiging, - ik had niet anders van je verwacht - je zegt: "Maar genoeg gezegd over mezelf!" En ik heb het uitroepteken, dat de relativering van die drie voorafgaande zinnen moet benadrukken, wel opgemerkt!
Doch, je was nog maar pas begónnen over jezelf. Zijn drie zinnen dan al genoeg, lieve T.? "Dat is dan €25" hoor ik mezelf haast zeggen en ik zou het je ook zeggen mocht ik niet weten dat je die grapjes verkeerd opneemt. Het innerlijke kruispunt waarop mijn weg van openhartigheid jouw weg van terughoudendheid ontmoet, moet nog worden aangelegd.
Omzichtig had ik het zelf al aangegeven in een voorafgaande mail: "Ik wil niet te persoonlijk worden, want ik vermoed dat je dat niet nodig zal vinden." Je zal misschien opgelucht adem hebben gehaald toen je dat las, ik kan me dat inbeelden. Die keer dat ik je vertelde dat ik verliefd op je was, was al een moeilijker moment voor jou dan voor mij. Dat je nu dus op de vlakte blijft wanneer ik je zeg dat ik me bijzonder goed voel neem ik je niet kwalijk. Wat je daarom zegt van "al genoeg verzuurde mensen" en "hoe lyrischer, hoe beter" kan ik dan ook alleen maar bijtrden, ook al weet ik dat ik me daarmee op de grens van het sarcasme waag.
Maar op de grens, en geen stap verder. Ik heb het bijzonder goed met je voor. Dat je meeging tot aan de poort van mijn geluk, vind ik enorm lief van je. Dat je me zelf een vogelperspectief over jouw schouder bood, getuigde ook van jouw kant van een welgemeend engagement wat betreft onze "vriendschap". Waarom ik die aanhalingstekens zet, zou je me vragen, en ik zou begrijpen waarom je dat vraagt. In jouw ogen zijn wij immers al vrienden, terwijl ik nog een beetje flauw doe door plannen voor een innerlijk kruispunt uit te tekenen.
Iemand heeft je geleerd nooit ergens over te klagen. Dat moet wel, want de drie zinnen die je aan je klachten wijdt lijken er drie teveel. Je sluit ze af met een verontschuldiging, - ik had niet anders van je verwacht - je zegt: "Maar genoeg gezegd over mezelf!" En ik heb het uitroepteken, dat de relativering van die drie voorafgaande zinnen moet benadrukken, wel opgemerkt!
Doch, je was nog maar pas begónnen over jezelf. Zijn drie zinnen dan al genoeg, lieve T.? "Dat is dan €25" hoor ik mezelf haast zeggen en ik zou het je ook zeggen mocht ik niet weten dat je die grapjes verkeerd opneemt. Het innerlijke kruispunt waarop mijn weg van openhartigheid jouw weg van terughoudendheid ontmoet, moet nog worden aangelegd.
Omzichtig had ik het zelf al aangegeven in een voorafgaande mail: "Ik wil niet te persoonlijk worden, want ik vermoed dat je dat niet nodig zal vinden." Je zal misschien opgelucht adem hebben gehaald toen je dat las, ik kan me dat inbeelden. Die keer dat ik je vertelde dat ik verliefd op je was, was al een moeilijker moment voor jou dan voor mij. Dat je nu dus op de vlakte blijft wanneer ik je zeg dat ik me bijzonder goed voel neem ik je niet kwalijk. Wat je daarom zegt van "al genoeg verzuurde mensen" en "hoe lyrischer, hoe beter" kan ik dan ook alleen maar bijtrden, ook al weet ik dat ik me daarmee op de grens van het sarcasme waag.
Maar op de grens, en geen stap verder. Ik heb het bijzonder goed met je voor. Dat je meeging tot aan de poort van mijn geluk, vind ik enorm lief van je. Dat je me zelf een vogelperspectief over jouw schouder bood, getuigde ook van jouw kant van een welgemeend engagement wat betreft onze "vriendschap". Waarom ik die aanhalingstekens zet, zou je me vragen, en ik zou begrijpen waarom je dat vraagt. In jouw ogen zijn wij immers al vrienden, terwijl ik nog een beetje flauw doe door plannen voor een innerlijk kruispunt uit te tekenen.
zondag 28 december 2008
Parkeer de parkiet niet
"De PS-staat Wallonië". Help mij, wat is dat weer? Is dat een Wallonië waarin onbeperkte werkloosheidsuitkeringen gepromoot worden en waarin cliëntelisme aangeboden wordt in ruil voor uw stem? Als dat de PS-staat Wallonië is, dan ben ik radicaal tegen de PS-staat Wallonië. En klopt het eigenlijk dat Groen! in Vlaanderen ook voor die onbeperkte werkloosheidsuitkering ijvert? Ik vind dat niet zwart op wit terug in hun programmapunt daarover.
Onbeperkte werkloosheidsuitkeringen moet men geval per geval bekijken. Daarover een algemene regel opstellen is voorbijgaan aan de realiteit. Er zijn werklozen, en ik heb er zo leren kennen, anders maakte ik er niet zo'n punt van, die ze met een stok zouden moeten achtervolgen om ze tot bij een werkplaats te krijgen. Er zijn werklozen, weet ik nu, waarop de VDAB als een dodelijke teek zou moeten neerstrijken. Werklozen zijn dat die het verdienen om twee weken halfverlamd op intensieve te liggen van zo'n tekenbeet. Als ze daarna maar tot inkeer komen, iets aanvangen met hun dagen.
Ik kwam thuis om 14u, de werklozen waren er, ik kwam thuis om 18u, de werklozen waren er. Maanden later kwam ik om 16u thuis, de werklozen waren er nog steeds. Ze zaten en ze praatten en de afwas lieten ze staan, die was voor mij. Ze waren luid, ze maakten alles vuil, kapot. De glazen bleven gebroken op de grond liggen, de Frosties verspreid over de tafel als betrof het kunst. De toekomstplannen waren vaag, lees onbestaand. De instanties waren sloom en stuurden nu en dan een betekenisloze brief.
Er was geen reden, zegden de doppers, waarom ze zouden werken. Het bedrag dat ze zouden verdienen met werken woog niet op tegen het bedrag dat ze ontvingen om niet te werken. Ze kregen heel wat geld om ketchup op mijn keukenvloer te laten lekken, al zeg ik het zelf. Misschien hadden ze meer geld van de staat moeten krijgen wanneer ze de energie hadden gehad die ketchup ook weer op te kuisen. De toestand deprimeerde me, zigzaggend tussen ketchupvlekken, Frostieskunst en mensen met de mentale bezigheid van een parkiet.
Ik heb ze buiten laten zetten, uiteindelijk. Wellicht vond ik dáárom mijn fiets niet terug vanmorgen.
Onbeperkte werkloosheidsuitkeringen moet men geval per geval bekijken. Daarover een algemene regel opstellen is voorbijgaan aan de realiteit. Er zijn werklozen, en ik heb er zo leren kennen, anders maakte ik er niet zo'n punt van, die ze met een stok zouden moeten achtervolgen om ze tot bij een werkplaats te krijgen. Er zijn werklozen, weet ik nu, waarop de VDAB als een dodelijke teek zou moeten neerstrijken. Werklozen zijn dat die het verdienen om twee weken halfverlamd op intensieve te liggen van zo'n tekenbeet. Als ze daarna maar tot inkeer komen, iets aanvangen met hun dagen.Ik kwam thuis om 14u, de werklozen waren er, ik kwam thuis om 18u, de werklozen waren er. Maanden later kwam ik om 16u thuis, de werklozen waren er nog steeds. Ze zaten en ze praatten en de afwas lieten ze staan, die was voor mij. Ze waren luid, ze maakten alles vuil, kapot. De glazen bleven gebroken op de grond liggen, de Frosties verspreid over de tafel als betrof het kunst. De toekomstplannen waren vaag, lees onbestaand. De instanties waren sloom en stuurden nu en dan een betekenisloze brief.
Er was geen reden, zegden de doppers, waarom ze zouden werken. Het bedrag dat ze zouden verdienen met werken woog niet op tegen het bedrag dat ze ontvingen om niet te werken. Ze kregen heel wat geld om ketchup op mijn keukenvloer te laten lekken, al zeg ik het zelf. Misschien hadden ze meer geld van de staat moeten krijgen wanneer ze de energie hadden gehad die ketchup ook weer op te kuisen. De toestand deprimeerde me, zigzaggend tussen ketchupvlekken, Frostieskunst en mensen met de mentale bezigheid van een parkiet.
Ik heb ze buiten laten zetten, uiteindelijk. Wellicht vond ik dáárom mijn fiets niet terug vanmorgen.
vrijdag 26 december 2008
"Oh," probeer ik
Van achter zijn rug stel ik hem de vragen. Die uit mijn mond komen spuiten, door geen lippen te houden. Die in mijn hersens tot stand komen, altijd en altijd opnieuw. Of ja, nu toch, nu ik vast van plan ben met hand en tand cynisme en nihilisme te bestrijden.
"Hoe gaat het?" vraag ik. Ik vraag hem om iets te vertellen, om mij aan te kijken. Dat hij mijn vriend is, vertel ik hem. Dat hij daarover niet verrast moet doen, dat dat wél meer zijn dan holle woorden. Toegegeven: ik heb in een boek over Marcel Proust zitten lezen vandaag, maar wat heeft dat er uiteindelijk mee te maken?
Hij toont te gemakkelijk zijn rug. Ik ga bij mezelf ten rade: doe ik dat ook soms? Wat vind ik dat vervelend nu hij het doet. Hij denkt door mijn gepraat heen aan knopjes en richtingen, acties die moeten ondernomen worden om van de ene steen naar de andere te kunnen springen. Hij zegt me dat hij even aan ontspanning toe is.
"Hoe gaat het?" vraag ik. "Ik ben even aan ontspanning toe" maakt hij een eind aan een conversatie die zodus een geruisloze dood sterft. "Oh," probeer ik (hoesten, snoeven, neurieën: 't is allemaal communicatie). Ik vraag dan maar what the fuck eigenlijk het probleem is.
Er blijkt evenwel geen probleem te zijn en de reden voor zijn zwijgen is enigszins aanvaardbaar. Ik ben gelukkig, dus mild, ik vergeef en vergeet (misschien dat laatste iets moeilijker). Maar die rug en die knoppen en dat vluchten, drinken, paffen en slecht communiceren met vrienden, familie, omgeving, en dan veel betalen aan psychiaters, therapie en pillen, dat zou eruit moeten, daar moet hij iets tegen ondernemen. En 't is maar dat ik vanop mijn wolk denk dat ik er zelf van bevrijd ben dat ik dat zo durf stellen hoor.
"Hoe gaat het?" vraag ik. Ik vraag hem om iets te vertellen, om mij aan te kijken. Dat hij mijn vriend is, vertel ik hem. Dat hij daarover niet verrast moet doen, dat dat wél meer zijn dan holle woorden. Toegegeven: ik heb in een boek over Marcel Proust zitten lezen vandaag, maar wat heeft dat er uiteindelijk mee te maken?
Hij toont te gemakkelijk zijn rug. Ik ga bij mezelf ten rade: doe ik dat ook soms? Wat vind ik dat vervelend nu hij het doet. Hij denkt door mijn gepraat heen aan knopjes en richtingen, acties die moeten ondernomen worden om van de ene steen naar de andere te kunnen springen. Hij zegt me dat hij even aan ontspanning toe is.
"Hoe gaat het?" vraag ik. "Ik ben even aan ontspanning toe" maakt hij een eind aan een conversatie die zodus een geruisloze dood sterft. "Oh," probeer ik (hoesten, snoeven, neurieën: 't is allemaal communicatie). Ik vraag dan maar what the fuck eigenlijk het probleem is.Er blijkt evenwel geen probleem te zijn en de reden voor zijn zwijgen is enigszins aanvaardbaar. Ik ben gelukkig, dus mild, ik vergeef en vergeet (misschien dat laatste iets moeilijker). Maar die rug en die knoppen en dat vluchten, drinken, paffen en slecht communiceren met vrienden, familie, omgeving, en dan veel betalen aan psychiaters, therapie en pillen, dat zou eruit moeten, daar moet hij iets tegen ondernemen. En 't is maar dat ik vanop mijn wolk denk dat ik er zelf van bevrijd ben dat ik dat zo durf stellen hoor.
donderdag 25 december 2008
Ruïne/Reünie
Ik droom dat ik samen met haar in een verlaten ruïneachtig gebouw ben. Mijn vriend, die niks hééft met haar, die niks gééft om haar, is er ook. Beiden flirten we met haar, ik wéét dat ik het pleit ga verliezen. En hij kust met haar.
Ik wil ook met haar kussen, maar ze duwt me van zich af. Ze heeft al een vriend, zegt ze, - ze zegt ook zijn naam, die klinkt internationaal, Grieks - ze moet er haar gedachten bijhouden. Mijn vriend lost op in rook, hij is tevreden. Ik ben ontsteld en word wakker.
Waar waren we? Er was een context waardoor we in die ruïne belandden. Een reünie of iets dergelijks. A. was er ook met zijn "vlam". Ik heb 'm in mijn droom dingen met dat meisje zien doen die ik 'm in het echt niet zou willen zien doen. Maar in die droom bleef ik kijken.
"Mijn meisje" zag er goed uit en leek heel succesvol. Ze leek er helemaal te staan, integenstelling tot de laatste indruk die ik van haar had uit het "echte" leven. Ze brandde van het temperament, in die droom. Kan ik vaker utopisch dromen? Aan wie moet ik dat vragen? En mag het dan helemaal leuk aflopen ook?
Maar wat is een leuke afloop? Deze droom was als een opnieuw oplaaiend vuur, nadat er enkel nog wat as had gesmeuld. Ik was haar aan 't "wegwerken", zeg maar, en dan slaat ze op die manier terug. En ik kan niet zeggen dat ik dat niet leuk vond, maar toen ik wakkerwerd had het toch allemaal niet gehoeven, dacht ik zo.
Ik wil ook met haar kussen, maar ze duwt me van zich af. Ze heeft al een vriend, zegt ze, - ze zegt ook zijn naam, die klinkt internationaal, Grieks - ze moet er haar gedachten bijhouden. Mijn vriend lost op in rook, hij is tevreden. Ik ben ontsteld en word wakker.
Waar waren we? Er was een context waardoor we in die ruïne belandden. Een reünie of iets dergelijks. A. was er ook met zijn "vlam". Ik heb 'm in mijn droom dingen met dat meisje zien doen die ik 'm in het echt niet zou willen zien doen. Maar in die droom bleef ik kijken.
"Mijn meisje" zag er goed uit en leek heel succesvol. Ze leek er helemaal te staan, integenstelling tot de laatste indruk die ik van haar had uit het "echte" leven. Ze brandde van het temperament, in die droom. Kan ik vaker utopisch dromen? Aan wie moet ik dat vragen? En mag het dan helemaal leuk aflopen ook?
Maar wat is een leuke afloop? Deze droom was als een opnieuw oplaaiend vuur, nadat er enkel nog wat as had gesmeuld. Ik was haar aan 't "wegwerken", zeg maar, en dan slaat ze op die manier terug. En ik kan niet zeggen dat ik dat niet leuk vond, maar toen ik wakkerwerd had het toch allemaal niet gehoeven, dacht ik zo.
Abonneren op:
Posts (Atom)