zondag 8 oktober 2017

Morgen iets gaan drinken?

Een van mijn docenten is enorm verstrooid. In de afgelopen drie weken heeft ze drie keer een verkeerde datum doorgegeven voor een afspraak of een taak. Moet allemaal kunnen, maar laat mij wel dit zeggen: als ik mij op mijn stage week na week van datum ga vergissen, dan vlíég ik natuurlijk. Ja, dat dan weer wel.
Uit De Standaard leer ik dat de Britse Brexit-minister David Davis heet. Het is ondertussen onduidelijk of de Britse Brexit-minister David Davis nog met bretellen in Davos is gesignaleerd.
Het werd echt niet geapprecieerd dat ik opmerkte dat ik voor het thema religie geen bijzondere belangstelling heb. Maar ja, dat komt ervan als je mij te lang in een omgeving zet waarin de superdiverse samenleving met alle religies vandien aan 150km/u omarmd wordt en men mij min of meer verplicht om hetzelfde te doen. Dan ga ik dat soort dingen zeggen. Ja, dat dan weer wel.
De avondprogrammatie op Radio 1 is verdomd goed. Tussen 20u en 23u naar Radio 1 luisteren is echt het aanbevelen waard.

7-10-2017
Ik stel me voor dat Stijn Meuris thuis naar ‘Alleen Elvis blijft bestaan’ zit te kijken en zich verbouwereerd afvraagt waarom hij nog niet voor dat programma gevraagd is. Stijn zou zonder twijfel een heel tv-seizoen kunnen vullen met het toelichten van tv-fragmenten en gebabbel over zichzelf.

8-10-2017
Ik las gisteren een aan mij gerichte e-mail van een klasgenoot. Die e-mail was eergisteren rond 23u verzonden. Hij stelde de vraag of ik ‘morgen’ (ik neem aan dat dat dan gisteren was) met hem iets wilde gaan drinken. Ik was verbaasd, ten eerste omdat hij mijn e-mailadres bleek te kennen en ten tweede omdat hij mij zo rechtstreeks een dergelijke vraag durfde te stellen. Zo goed ken ik hem (nog) niet en ik ben het niet gewoon dat mensen die ik nog niet goed ken mij als het ware op de man af ergens voor uitnodigen. Dat deze klasgenoot tien jaar jonger is dan ik maakte het mijns inziens nog specialer.
Het neemt me wel voor hem in, moet ik zeggen. Hoeveel mensen ken ik wel niet die nooit eens zelf het initiatief nemen om af te spreken. Alsof ze koudwatervrees hebben of spaarzaam met de vriendschap willen omgaan. Alsof ze zich generen om als eerste de stap te zetten. Nu, ik zit er niet mee in om zelf het initiatief te nemen. Ik ben iemand die gemakkelijk mensen sms’t om af te spreken, gewoon wanneer dat in mij opkomt en ik daar wel goesting in heb. Kennelijk zijn er veel mensen die zich ook weleens afvragen hoe het nog met die of die vriend zou gaan, maar daar dan verder geen gevolg aan geven. Geen probleem voor mij, maar ik pak het anders aan (al laat ik het soms ook voor wat het is; als iemand nooit iets van zich laat horen, stopt het ook wel na een tijd).
Maar deze jonge klasgenoot is dus blijkbaar ook een initiatiefnemer. Opmerkelijk, hij is immers een vrij stille, schijnbaar timide jongen. Maar in zijn mail houdt hij dus geen slag om de arm. Hij stuurt mij in het weekend een e-mail en vraagt het mij dus niet na de les. ‘t Is dat ik zijn e-mail pas las op het moment dat hij wellicht had willen afspreken, dat ik antwoordde dat het dit weekend niet meer zou lukken, maar dat ik gerust weleens na de les iets met hem wil gaan drinken. Voorlopig heb ik mijn mailbox niet meer bekeken om te kijken of of wát hij daarop heeft geantwoord.
In de les communicatietechnieken hadden we het over de open ruimte, de blinde vlek en het verborgen gebied. De open ruimte is wat we over onszelf weten en wat de ander over ons weet, de blinde vlek is wat de ander over ons weet maar wat wij zelf niet weten en het verborgen gebied is wat we over onszelf weten maar wat de ander niet over ons weet. Ik ben in deze klassituatie iemand met een nogal groot verborgen gebied (en dus met een eerder kleine open ruimte), denk ik. Ik loop niet voortdurend te vertellen waar ik mij in mijn vrije tijd zoal mee bezig houd. Niet omdat ik dat angstvallig geheim wil houden, maar omdat ik er de noodzaak niet van inzie om dergelijke informatie met mijn klasgenoten te delen. Ook ben ik in de veronderstelling dat de grote meerderheid onder hen - om niet te zeggen: allemaal - er weinig boodschap aan heeft als ik zeg dat ik veel lees. Tot nu toe heb ik van hun kant alleszins niks opgevangen over lezen en voor veel jonge mensen is lezen toch vooral iets dat ze niet graag doen of waar ze geen affiniteit mee hebben. Waarom zou ik me dan gaan uitsloven om bijvoorbeeld iets te vertellen over ‘Infinite Jest’ van David Foster Wallace? Het lijkt me een zinloze onderneming.
Ik wil dus zeggen dat mijn verborgen gebied, waarbij anderen niet zoveel van mij weten, redelijk groot is. Dat is trouwens altijd zo geweest, in elke klas waarin ik ooit heb gezeten. Tegenover klasgenoten die ik niet goed ken, voel ik geen behoefte om veel over mijn bezigheden te vertellen.
Daarom vraag ik me nu ook af welk gesprek ik met deze jonge klasgenoot zou voeren, mocht ik met hem iets gaan drinken. Is hij geïnteresseerd om mij beter te leren kennen? Wil hij over de les praten? Ik weet het niet. Het benieuwt me wel. Ik van mijn kant heb hem wél al vanalles gevraagd, dat dan weer wel. Ik stel de mensen gewoon veel vragen, een beetje zoals ik al gemakkelijk eens iemand een sms stuur. Omgekeerd merk ik dan weer dat anderen vaak weinig vragen stellen. Geen idee hoe dat komt. Maar het is een vaststelling.
Ik zal zeker weleens iets gaan drinken met mijn klasgenoot. Ik waardeer zijn durf.

Geen opmerkingen: