Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen

dinsdag 19 augustus 2008

Het loont al eens naar je moeder te luisteren

Soms moeten gedachten even bezinken voor je ze in essentie kunt vatten. En soms zegt je moeder gewoon wat je zelf niet gezegd krijgt, omdat je de essentie bijvoorbeeld nooit voor mogelijk hebt gehouden. Zo blijk ik sinds vandaag ambitieus te zijn. Ambitieus, jawel, en als ik het dan in alle eerlijkheid overpeins, dan is er nog iets van ook.

"Ambition makes you look pretty ugly." Radiohead, weet u wel, en voor mij al die jaren een waarheid als een koe (niet zozeer omdat Thom Yorke het zong hoor). Maar eens je dan een dergelijk slagzinnetje geïncorporeerd hebt ("ambitie, daar doe ik niet aan mee"), vergeet je oplettend te zijn, en luister je dus nog maar half naar wat je eigenlijk wil. Je zegt dingen als: "met mijn diploma wil ik niet dít en niet dát", en voor je het weet schrijf je het soort tekst als diegene die ik gisteren schreef, hier, en blijk je in essentie fuckin' ambitieus te zijn.

Ambitieus, natuurlijk, om ten eerste van je toekomstige job een tof tijdverdrijf te maken (de zogenaamde 'hobbyjob'), maar daarnaast met de bedoeling om iets te doen met mensen waarmee je je kan verstaan, en met een doel dat je aanstaat, voor een publiek dat je niet vreemd is, in mijn geval, zo blijkt, behoorlijk elitair, cultureel verantwoord, enz. Een serieuze, op korte termijn kennelijk irreële, ambitie met andere woorden, waar mijn moeder schamper om moet lachen. Maar.. het mag niet verboden zijn ze toch na te streven, je moet je dan enkel hoeden voor de mogelijke ontgoocheling.

Het zit 'm ook in de negatieve manier waarop ik over 'n hoop dingen denk, geloof ik. Een vriend uit mijn richting (ik studeer journalistiek) heeft 'n stageplaats geregeld bij de Regionale Omroep Brabant (ROB). Als ik hem dat hoor vertellen rol ik met mijn ogen als in "goh, daar moet je je aan willen zetten". Herinneringen aan idiote reportages over Mariëtte en Josianne in het rusthuis van Haasrode flitsen voorbij, waarbij ik in niet naderbepaalde volgorde aan de woorden "kneuterig", "klein", "doodsaai", en "onbevredigend" denk. Om nog maar van "ambitieloos" te zwijgen. Nam ik het woord 'elitair' in de mond?

En daarom dus schreef ik gisteren dat ik zelfs niet voor de TTT-redactie van Humo zou willen schrijven (wat ambitie betreft, heb ik dus enkel nog maar te kennen gegeven dat ik het niet zie zitten om 1. voor een regionale zender te werken, 2. "rockjournalistiek" te bedrijven, en 3. - dat zeg ik er gewoon bij - eenkolommertjes te schrijven). Als journalist wil ik méér dan dat, jazeker(!), als ik überhaupt al wel journalist wil zijn, natuurlijk, zoals Sezaar niet onterecht opmerkt. Ik zie mezelf evengoed in een boekenwinkel werken, als ik daarbij gelukkig ben. Want dat is de overkoepelende ambitie natuurlijk: gelukkig zijn bij wat ik doe.

Oh ja, nu dit zo'n serieuze tekst geworden is - ahum - wil ik u vragen hier voor uzelf een kwinkslag aan toe te voegen. En tips voor een stageplaats zijn intussen ook steeds welkom. Als u nu een idee hebt van waarnaar ik op zoek ben, tenminste.

maandag 18 augustus 2008

Hoe raakt de "fut" terug in die futiliteit?

Onlangs verscheen op goddeau een artikel met als titel "De heerlijke futiliteit die rockjournalistiek heet". Het artikel behandelt in hoofdzaak enkele anekdotes uit het boek "De beste muziekverhalen van 1945 tot nu", dat vorig jaar verscheen. Een boek dus dat de meest bijzondere anekdotes van rockjournalisten bundelt, die zij aan hun interviews overhielden.

Ik denk dat het ooit een droom van me was om rocksterren te interviewen. What's in a name, natuurlijk: ik scheurde als twaalfjarige artikels uit Humo en plakte die allemaal chronologisch geordend in een map. Serge Simonart was voor mij een "speciale meneer", tot ik hem leerde kennen via Eurosongpreselecties. En nog steeds lijkt het me leuk om deel uit te maken van Humo's so-called TTT-redactie, ware het niet dat ik die muziekbranche met de tijd ook zo enorm 'vluchtig' ben gaan vinden.

Klopt het dat mensen tegenwoordig zelf hun oordeel vellen, op zowat elk terrein? Indien ja, welke rol is er dan nog weggelegd voor godbetert een rockjournalist? De veelvuldig op een piëdestal gezette Marc Mijlemans kon in zijn tijd (midden jaren '80) nog als een goeroe alle lof kraaien over The Triffids. Wat heeft het vandaag echter nog voor zin om mensen te overtuigen van de kwaliteiten van, pakweg, The Dodos, als ze die groep via myspace in drie minuten kunnen "hotten or notten"? De recensie is iets ouderwets. De romantiek is eraf.

Wat ik voor mezelf concludeer is dat ik helemaal van die droom van me ben afgestapt. Zelfs het semi-recreatief recenseren voor goddeau is in die twee jaar dat ik het doe een soort verkrampte oefening geworden. Veeleer een verhaaltje dan een informatieve tekst, wil ik er vaak van maken, en de idee dat ik een tekst zou schrijven die anderen als ondersteunend zouden kunnen beschouwen in hun oordeel, komt me voor als vreemd. Onnodig zelfs.

Of neem de subjectiviteit van een concertverslag. Met Pukkelpop ook weer, nu. Humo vond M83 "om kippenvel van te krijgen", Focus Knack "grijpt wel naar My Bloody Valentine als het wil shoegazen". Houdt het dan werkelijk geen steek wat er precies in zo'n verslag staat? En wordt het dan louter geschreven voor een toevallige internetzapper die iéts, maar ook niet veel meer dan dat weet? Kennelijk wel dus.

En dat maakt "rockjournalistiek" in het licht van zovele andere dingen - natuurlijk is het dat in essentie al, ja - inderdaad enorm futiel, zoals de titel van dat artikel het zo juist zegt. Of is dat eigenlijk misschien helemaal geen probleem?