Ha, meneertje de nachtwinkeluitbater. U stond niet achter uw kassa, ik had u niet dadelijk opgemerkt toen ik binnenkwam. Maar kijk, nu zie ik u daar de frisdrankfrigo bijvullen en dan kan u mij net zo goed meteen mijn dagelijkse halve liter Ice Tea Zero overhandigen. Oh, kijk, ik hoef het u zelfs niet te vragen, u reikt ‘m mij al aan. Da’s wel zo handig. U begint mij te kennen hé. Maar waar u niet op voorzien bent, is dat ik er vanavond ook nog een blikje Ice Tea Green bij neem. En die Ice Tea Green ga ik nu meteen thuis opdrinken. Zo’n Green Tea heeft een zeer verkwikkend effect kan ik u wel zeggen.
Wij zeggen nooit iets tegen elkaar en wat mij betreft hoeft daar ook geen verandering in te komen. U baat een nachtwinkel uit en net als alle andere nachtwinkeluitbaters bent u zo’n stille Nepalees aan wiens gezicht je nooit zal zien hoe hij zich voelt. U bent een van die mannetjes die enkel lijken te bestaan in het ‘nachtwinkeluniversum’. Geen mens die weet waar u zich de rest van de dag ophoudt of mee bezig houdt. Ik zou het u op zich wel willen vragen. Of nee, eigenlijk niet. Ik heb echt totaal niet de behoefte om een gesprek met u aan te knopen of om u zelfs maar één vraag te stellen. Dat ligt trouwens helemaal niet aan u als persoon. Het is gewoon niet nodig. Althans niet voor mij. En ik denk dat u het van uw kant ook niet nodig vindt om met mij een praatje te maken. Ik denk niet dat u enige belangstelling hebt voor mij. Ik kom gewoon een halve liter Ice Tea Zero kopen (en vanavond ook een blikje Ice Tea Green) en u baat gewoontegetrouw en zonder veel schwung uw winkel uit. Veel meer hoeft daar verder niet aan toegevoegd te worden. Daarmee basta. Ik durf te wedden dat u het volledig met mij eens bent.
Dat blikje Green Tea dat ik van u koop, drink ik dus nu meteen nog op. Nu, om 23:20, oftewel om veertig minuten voor middernacht. Het flesje Zero bewaar ik voor morgenvoormiddag. Zoals bijna elke dag zal ik ook morgen waarschijnlijk de hele voormiddag in mijn bed blijven zitten - zitten, niet liggen - om te lezen en te schrijven, en behalve het gezelschap van mijn zwijgzame knuffelschildpad Kaja, hoort daar ook mijn halveliterflesje Ice Tea Zero bij. Meestal is dat flesje leeg nog voor ik mijn krant uit heb of mijn tekst af heb.
U zal het trouwens niet opgemerkt hebben, meneertje Van Nepallegem, maar toen ik uw winkel binnenkwam, had ik een New Yorker in mijn mond. Toen ik daarstraks uit de cinema kwam - ik heb ‘Call Me By Your Name’ gezien - stelde ik vast dat ik nog honger had. De dichtstbijzijnde frituur was gesloten en dus dook ik maar binnen bij een van uw collega-nachtwinkeluitbaters (bij die aan de Naamsepoort). Ik zocht daar naar iets waarmee ik snel mijn honger kon stillen en ik weet wel dat een pak New Yorkers daarvoor niet de beste, laat staan de gezondste, oplossing is, maar hey, ik zag New Yorkers (de koekjes dus hé, voor alle duidelijkheid) en ik kreeg daar zin in. Dus. Ik kocht New Yorkers en toen ik bij u binnenkwam had ik er nog net eentje in mijn mond. Mocht het u interesseren, tenminste. En nee, uiteraard interesseert dat u niet.
Maar weet u, nu ik toch bezig ben, ik kocht dan wel New Yorkers maar ik heb ook appels thuis. Toch komt het er op een of andere manier niet snel van om een appel te eten. Alsof het net altijd niet het moment is ervoor. Ofwel heb ik net ontbeten, ofwel ga ik net naar buiten, ofwel kom ik net weer binnen, ofwel ben ik bij u langs geweest voor een Ice Tea - er is altijd wel iets. Dus ik koop een pak appels (zes stuks) en daarvan eet ik er nog diezelfde dag twee, maar de overige vier moet ik vervolgens echt bijna naast mijn bed gaan leggen opdat ik er nog aan zou denken om ze op te eten. Raar hoe dat telkens zo verloopt. Temeer omdat ik die appels echt zeer lekker vind en ik heel goed weet hoe voedzaam ze zijn. Voedzamer wellicht dan eender wat u in uw winkel te koop aanbiedt. Spreek mij tegen als het niet waar is.
Bon, ik wil u niet blijven vervelen met mijn eet- en drinkgewoontes. Laten wij tweeën maar gewoon verder doen zoals we bezig zijn en laten we met andere woorden vrolijk tegen elkaar zwijgen als we elkaar zien. Ik zal mijn Ice Tea Zero op uw toonbank zetten, u zal “één euro tachtig” mompelen, ik zal betalen en u nog een fijne avond toewensen en u zal mij, eerder niet dan wel van harte, hetzelfde toewensen. Voor mij kan het zo perfect volstaan wat onze bijna dagelijkse interactie betreft.
Ik wens u nog een fijne avond en waarschijnlijk zien we elkaar morgen terug.
Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen
dinsdag 27 februari 2018
maandag 2 november 2015
Beste meneer Grunberg
Mijn naam is Ali en deze week bezocht ik in bibliotheek Tweebronnen te Leuven de tentoonstelling ‘Ich will doch nur, dass ihr mich liebt’ die volledig aan uw leven gewijd is. Het was erg fijn, ik denk dat ik langer dan een uur binnen bleef. Nadien werd ik uitgenodigd om iets in het gastenboek te schrijven, maar het leek me onzinnig om zomaar een banaal ‘Heel interessant’ neer te pennen, zonder in feite de tijd te nemen om iets langer bij de tentoonstelling stil te staan. De tentoonstelling is immers zodanig uitgebreid en overrompelend dat ik er ook nog aan bleef denken toen ik in het café van de bibliotheek ‘De oude man en de zee’ uitlas, onderwijl nippend van een chocochino. (Het was mijn eerste kennismaking met de chocochino. In het geval dat u zelf nog nooit een chocochino hebt gedronken, wil ik ‘m u van harte aanbevelen. De chocochino maakte mij erg lucide. ‘De oude man en de zee’ is overigens een aardig boekje. Ik heb een hoop bijgeleerd over visvangst.)
Ik heb verschillende van uw boeken gelezen en ben altijd geïntrigeerd geweest door uw personage. Ik zeg uw ‘personage’ omdat ik me nooit van de indruk heb kunnen ontdoen dat u zich ergens achter verschuilt. Waarachter u zich verschuilt daar heb ik vooralsnog het raden naar. Uw joodse neus maakt van u alleszins niet bij voorbaat een underdog. Wellicht bent u gewoon een heel verlegen man. Waarschijnlijk moet ik het niet verder gaan zoeken. Ook ben ik overtuigd van uw goede bedoelingen.
In de tentoonstelling las ik, en ik had het ook al eerder gelezen, dat u schrijft om te leren leven. Dat klinkt niet eens zo gek. Het is aannemelijk dat sommige mensen al doende moeten leren leven. Maar als u het zegt weet ik toch niet zeker of u het meent. Toch veronderstel ik dat u serieus was toen u die uitspraak deed. Ik denk dat u veel vaker serieus bent dan ik denk.
Ik las ‘Blauwe maandagen’ toen ik 18 was - ik ben nu 28 - en was erg onder de indruk over uw levensloop zoals u die in dat boek beschrijft. Uw levensloop was totaal anders dan de mijne, veel interessanter bovenal. Omdat een lezer niet zelden wordt getriggerd om zelf te gaan schrijven wanneer hij een goed boek leest, nam ik me voor om ook ten laatste op m’n drieëntwintigste te debuteren als romancier. Maar dat is niet gebeurd. In tegenstelling tot u ging ik wel studeren en begon ik bijvoorbeeld geen uitgeverij, en in tegenstelling tot u ging ik rond mijn twintigste niet naar de hoeren. Ik wil hiermee maar aantonen dat ik niets interessants had om over te schrijven. Daarom debuteerde ik dus niet op mijn drieëntwintigste. En succesvol was ik al evenmin op die leeftijd. Of toch. Op mijn drieëntwintigste had ik mijn eerste en enige relatie. Daar zou ik bij gelegenheid eens een hele lange tekst over moeten schrijven.
Op de tentoonstelling heb ik erg moeten lachen om uw moeder. (Als ik deze tekst kon voorlezen zou ik nu een korte stilte laten vallen, maar dat zou u om heel veel verschillende redenen natuurlijk niet kunnen appreciëren. Aan andermans moeder raakt men niet en zeker ook niet aan de uwe. Wat is dat nu ook tussen u en uw moeder? Bent u werkelijk door haar geobsedeerd of is dat ook maar een van uw Spielereien?)
De documentaire die vorig jaar over u en uw moeder gemaakt werd (tevens te zien op de expo), is erg ontroerend. Zij takelt af en wij zien haar naast u op een stoel in de tuin zitten waar u op uw Apple-computer aan een tekst werkt. Uw moeder lijkt heel erg veel van u te houden daar in die tuin. Ik las op de tentoonstelling dat zij u wel tot drie keer per dag telefoneert. Of u belt haar. Want u houdt ook heel erg veel van uw moeder. Maar in de docu is het zij die de show steelt. Ze noemt u aan de telefoon haar ezeltje en haar krullebolletje. Dat is heel erg mooi om te zien en te horen. Ze noemt u ook haar motek. ‘A person who is cute, considerate and sweet’, leert Google mij. Vreemd dat een woord met een harde klank als ‘tek’ zo’n mooie betekenis kan hebben.
Wat onthoud ik nog meer van de tentoonstelling ‘Ich will doch nur, dass ihr mich liebt’?
Dat u gepingpongd hebt op de boekvoorstelling van ‘Figuranten’. Dat u naast schrijver ook een soort bedrijfsleider bent met heus personeel in dienst. (Chauffeurs hebt u en u hebt of had iemand in dienst om uw faxen te ordenen.) Met uw personeel, stagiairs inbegrepen, doet u sinds enkele jaren ook teambuildingactiviteiten.
Om uw veertigste verjaardag te vieren vroeg u aan een aantal mensen om u te vergezellen naar een klein stadje in Argentinië. Zij betaalden de vliegtickets, u het hotel. Deze mensen spelen een rol in uw leven, las ik, maar die woorden kwamen niet rechtstreeks uit uw mond. Op de expo zegt een van die mensen in een tekstballonnetje dat hij uw beste vriend is. Een andere man zegt dat u geen vrienden hebt. Wie gaat nu helemaal naar Argentinië om de verjaardag te vieren van iemand met wie hij niet bevriend is? Ik vrees dat het dergelijke details uit uw leven zijn die er voor zorgen dat ik u nooit een hele interessante man zal vinden. Maar dat is verder niet belangrijk.
Ik hou van uw werk en dat is wat telt. Uw boeken (vooral uw eerste boeken, t.e.m. ‘De joodse Messias’) oefen(d)en - ik heb ze jaren geleden gelezen - een onbestemde kracht op mij uit. Het is daarom dat ik nu een Wordbestand kan openen met de naam ‘Arnon Grunberg.doc’ waarin ik destijds enkele leuke passages uit ‘Blauwe maandagen’ en ‘Figuranten’ heb genoteerd. Zo is er deze uit
‘Figuranten’ die ik nog steeds heel grappig vind:
‘Meneer Frohlich had een rol voor me. In een grote Nederlandse speelfilm. Ik moest iemand spelen die de trap af werd gegooid. Mijn tekst bestond uit de woorden : ‘sodeju hé.’ Hoe het kwam dat iemand die de trap af werd gegooid in zijn val de woorden ‘sodeju hé’ uitsprak was mij een raadsel. Maar gelukkig hoefde ik daar niet over na te denken. Het moest allemaal heel snel gebeuren, een paar dagen nadat we terug waren uit Parijs. “Je kan het, lieveling”, had meneer Frohlich gezegd, “ik voel dat je het kan.”’
Zo. Als motivatie om uw tentoonstelling te bezoeken moeten deze regels volstaan.
Ik zal mijn ijverige best doen om andere mensen warm te maken voor de tentoonstelling, maar in mijn nabije omgeving wordt er niet zo heel veel gelezen. (Ik wilde daar nog ‘helaas’ aan toevoegen, maar ik wil niemand het gevoel geven dat hij of zij veel moet lezen om mijn vriend te mogen zijn.) Toch zal ik zeker nog vrienden en kennissen zover krijgen dat ze de tentoonstelling gaan bezoeken. Voor twee euro kunt ge immers niet sukkelen, zoals wij dat hier zeggen.
Met grondige groeten
Ali
P.S.: ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ dat u schreef onder het pseudoniem Marek Van der Jagt vond ik uw enige stomvervelende boek. Het was na dat boek dat ik beslist heb om enkele jaren niets meer van u te lezen.
P.P.S.: Probeer de chocochino. U zal voortaan altijd in mijn gedachten zijn als ik een chocochino drink.
Ik heb verschillende van uw boeken gelezen en ben altijd geïntrigeerd geweest door uw personage. Ik zeg uw ‘personage’ omdat ik me nooit van de indruk heb kunnen ontdoen dat u zich ergens achter verschuilt. Waarachter u zich verschuilt daar heb ik vooralsnog het raden naar. Uw joodse neus maakt van u alleszins niet bij voorbaat een underdog. Wellicht bent u gewoon een heel verlegen man. Waarschijnlijk moet ik het niet verder gaan zoeken. Ook ben ik overtuigd van uw goede bedoelingen.
In de tentoonstelling las ik, en ik had het ook al eerder gelezen, dat u schrijft om te leren leven. Dat klinkt niet eens zo gek. Het is aannemelijk dat sommige mensen al doende moeten leren leven. Maar als u het zegt weet ik toch niet zeker of u het meent. Toch veronderstel ik dat u serieus was toen u die uitspraak deed. Ik denk dat u veel vaker serieus bent dan ik denk.
Ik las ‘Blauwe maandagen’ toen ik 18 was - ik ben nu 28 - en was erg onder de indruk over uw levensloop zoals u die in dat boek beschrijft. Uw levensloop was totaal anders dan de mijne, veel interessanter bovenal. Omdat een lezer niet zelden wordt getriggerd om zelf te gaan schrijven wanneer hij een goed boek leest, nam ik me voor om ook ten laatste op m’n drieëntwintigste te debuteren als romancier. Maar dat is niet gebeurd. In tegenstelling tot u ging ik wel studeren en begon ik bijvoorbeeld geen uitgeverij, en in tegenstelling tot u ging ik rond mijn twintigste niet naar de hoeren. Ik wil hiermee maar aantonen dat ik niets interessants had om over te schrijven. Daarom debuteerde ik dus niet op mijn drieëntwintigste. En succesvol was ik al evenmin op die leeftijd. Of toch. Op mijn drieëntwintigste had ik mijn eerste en enige relatie. Daar zou ik bij gelegenheid eens een hele lange tekst over moeten schrijven.
Op de tentoonstelling heb ik erg moeten lachen om uw moeder. (Als ik deze tekst kon voorlezen zou ik nu een korte stilte laten vallen, maar dat zou u om heel veel verschillende redenen natuurlijk niet kunnen appreciëren. Aan andermans moeder raakt men niet en zeker ook niet aan de uwe. Wat is dat nu ook tussen u en uw moeder? Bent u werkelijk door haar geobsedeerd of is dat ook maar een van uw Spielereien?)
De documentaire die vorig jaar over u en uw moeder gemaakt werd (tevens te zien op de expo), is erg ontroerend. Zij takelt af en wij zien haar naast u op een stoel in de tuin zitten waar u op uw Apple-computer aan een tekst werkt. Uw moeder lijkt heel erg veel van u te houden daar in die tuin. Ik las op de tentoonstelling dat zij u wel tot drie keer per dag telefoneert. Of u belt haar. Want u houdt ook heel erg veel van uw moeder. Maar in de docu is het zij die de show steelt. Ze noemt u aan de telefoon haar ezeltje en haar krullebolletje. Dat is heel erg mooi om te zien en te horen. Ze noemt u ook haar motek. ‘A person who is cute, considerate and sweet’, leert Google mij. Vreemd dat een woord met een harde klank als ‘tek’ zo’n mooie betekenis kan hebben.
Wat onthoud ik nog meer van de tentoonstelling ‘Ich will doch nur, dass ihr mich liebt’?
Dat u gepingpongd hebt op de boekvoorstelling van ‘Figuranten’. Dat u naast schrijver ook een soort bedrijfsleider bent met heus personeel in dienst. (Chauffeurs hebt u en u hebt of had iemand in dienst om uw faxen te ordenen.) Met uw personeel, stagiairs inbegrepen, doet u sinds enkele jaren ook teambuildingactiviteiten.
Om uw veertigste verjaardag te vieren vroeg u aan een aantal mensen om u te vergezellen naar een klein stadje in Argentinië. Zij betaalden de vliegtickets, u het hotel. Deze mensen spelen een rol in uw leven, las ik, maar die woorden kwamen niet rechtstreeks uit uw mond. Op de expo zegt een van die mensen in een tekstballonnetje dat hij uw beste vriend is. Een andere man zegt dat u geen vrienden hebt. Wie gaat nu helemaal naar Argentinië om de verjaardag te vieren van iemand met wie hij niet bevriend is? Ik vrees dat het dergelijke details uit uw leven zijn die er voor zorgen dat ik u nooit een hele interessante man zal vinden. Maar dat is verder niet belangrijk.
Ik hou van uw werk en dat is wat telt. Uw boeken (vooral uw eerste boeken, t.e.m. ‘De joodse Messias’) oefen(d)en - ik heb ze jaren geleden gelezen - een onbestemde kracht op mij uit. Het is daarom dat ik nu een Wordbestand kan openen met de naam ‘Arnon Grunberg.doc’ waarin ik destijds enkele leuke passages uit ‘Blauwe maandagen’ en ‘Figuranten’ heb genoteerd. Zo is er deze uit
‘Figuranten’ die ik nog steeds heel grappig vind:
‘Meneer Frohlich had een rol voor me. In een grote Nederlandse speelfilm. Ik moest iemand spelen die de trap af werd gegooid. Mijn tekst bestond uit de woorden : ‘sodeju hé.’ Hoe het kwam dat iemand die de trap af werd gegooid in zijn val de woorden ‘sodeju hé’ uitsprak was mij een raadsel. Maar gelukkig hoefde ik daar niet over na te denken. Het moest allemaal heel snel gebeuren, een paar dagen nadat we terug waren uit Parijs. “Je kan het, lieveling”, had meneer Frohlich gezegd, “ik voel dat je het kan.”’
Zo. Als motivatie om uw tentoonstelling te bezoeken moeten deze regels volstaan.
Ik zal mijn ijverige best doen om andere mensen warm te maken voor de tentoonstelling, maar in mijn nabije omgeving wordt er niet zo heel veel gelezen. (Ik wilde daar nog ‘helaas’ aan toevoegen, maar ik wil niemand het gevoel geven dat hij of zij veel moet lezen om mijn vriend te mogen zijn.) Toch zal ik zeker nog vrienden en kennissen zover krijgen dat ze de tentoonstelling gaan bezoeken. Voor twee euro kunt ge immers niet sukkelen, zoals wij dat hier zeggen.
Met grondige groeten
Ali
P.S.: ‘De geschiedenis van mijn kaalheid’ dat u schreef onder het pseudoniem Marek Van der Jagt vond ik uw enige stomvervelende boek. Het was na dat boek dat ik beslist heb om enkele jaren niets meer van u te lezen.
P.P.S.: Probeer de chocochino. U zal voortaan altijd in mijn gedachten zijn als ik een chocochino drink.
woensdag 22 februari 2012
Telefoonseks
Zo beu om naar vacatures te speuren via de 'geijkte kanalen'. Jobat, Stepstone, Vacature, natuurlijk de site van de VDAB. Voor wie houden ze mij? Voor een schlemiel die dag in dag uit wil lezen dat hij flexibel, dynamisch en geen 9 to 5-type hoort te zijn? Mag ik ook nog eens rustig kiezen wie ik wél wil zijn. Maar ach, voor wie hou ik mezelf dat ik me dat afvraag? Als ik niet nummer 27 ben, dan ben ik wel nummer 72.
Ik solliciteer niet meer, tenzij u het meent met mij. Als u enkel maar poepsjiek, hoogopgeleid volk in uw rangen wilt, zal ik u niet langer lastigvallen. U moet weten: ik werk interim in een callcenter en eigenlijk bevalt me dat wel. Vooral op dag drie van de week. Dan kom ik onder stoom, gaat mijn stem wat rauwer klinken en doe ik jovialer tegen de mensen. Het gepeupel dat u zonder het te beseffen een beetje minacht (u zou zo'n mensen nooit aannemen). Het gepeupel waartoe ik zelf behoor. Waartoe ik grààg behoor, mag u rustig weten. Ik ken mijn plaats en mocht het gepeupel mijn plaats niet zijn, dan nog wil ik er niet meer van tussen uit.
Oh, er wordt mij gezegd dat ik weleens een aardig stukje schrijf. Op deze blog bijvoorbeeld. Ach, da's allemaal lief, maar het maakt geen enkel verschil. U wil dat ik uw hielen lik, dat ik ambitie toon en naar uw pijpen dans. Helaas (voor mij), ik doe dat niet en laat uw hautaine kelk liever aan me voorbij gaan dan me nog langer door u te laten vernederen.
De rest van m'n leven wil ik in een callcenter werken. Drie avonden per week en dus voor 105 euro per week. Maal 4 - vier weken per maand - kom ik dan aan 420. En daar krijg ik nog een aalmoes van de dop bovenop, ik moet dat eens navragen bij mijn vakbond. Een euro of 150 ofzo. Samen net genoeg om een kot van te betalen + van te eten. De rest van m'n leven woon ik op kot, tussen studenten, voor 290 euro per maand, om u niet in de weg te lopen op de immobiliënmarkt, what's in a name.
Oh, u hebt zo lang gestudeerd om mooie vacatures op te stellen met een resem eisen waaraan ik, gepeupel, niet voldoe. U doet dat zo goed en zoals u mijn mails beantwoordt, dat is van een klasse. Dat ene zinnetje dat u telkens copypaste: 'helaas na een grondige selectie' en dergelijke. En nooit zonder spelfouten doet u dat. Ik ben zo blij met de concentratie en de aandacht die u aan mij besteedt. Steeds weer heb ik zin om u terug te mailen en te vragen of ik uw handen mag komen kussen. Ik doe het niet, omdat ik uw persoonlijke beschaving niet wil confronteren met mijn rudimentaire gemanierdheid, die van een spelonkbewonder. En toch, u kan het navragen, heb ook ik gestudeerd. In de hoop op die manier een job te kunnen krijgen. Maar nee, dat valt niet mee - had ik het moeten voorzien? Ik ken de tricks niet, heb de skills niet, ben geen senior manager en ben niet goed in talen. Microsoft Office heeft wél geheimen voor mij. En uw secretaresse kan ik nu al niet uitstaan.
Ik stuur u dit door, dit bericht. U leest het met verbazing en legt het aan de kant. Wat kan u er ook aan doen. U hebt zelf bazen en bonussen, wie weet. U hebt zelf een leven en bent tenslotte geen psycholoog. Kent u de waarheid dat men als mistroostige enkeling enkel tegen betaling mensen kan 'lastigvallen'? Voor 40 euro per 'sessie'. Zijn we dan niet allemaal vrolijk?
Nee, vrees niet, ik ga het met u niet hebben over het einde van de wereld. Uw einde van de wereld is niet het mijne. Uw einde van de wereld, en ik ga bewust en wat dommig (ik streel uw ego) heel kort door de bocht, is uw grasmachine die het begeeft halverwege uw zondagse rit over uw pelouse.
Oh, kus mijn opgeblazen kloten. U had het kunnen maken in de telefoonseksindustrie, zoals u aan mijn lijn hing. Nu ga ik het met mijn beste callcenterstem zelf proberen. In de telefoonseksindustrie. "Heeeeeeey, waar heb je zin in, stoute jongen?"
Ik solliciteer niet meer, tenzij u het meent met mij. Als u enkel maar poepsjiek, hoogopgeleid volk in uw rangen wilt, zal ik u niet langer lastigvallen. U moet weten: ik werk interim in een callcenter en eigenlijk bevalt me dat wel. Vooral op dag drie van de week. Dan kom ik onder stoom, gaat mijn stem wat rauwer klinken en doe ik jovialer tegen de mensen. Het gepeupel dat u zonder het te beseffen een beetje minacht (u zou zo'n mensen nooit aannemen). Het gepeupel waartoe ik zelf behoor. Waartoe ik grààg behoor, mag u rustig weten. Ik ken mijn plaats en mocht het gepeupel mijn plaats niet zijn, dan nog wil ik er niet meer van tussen uit.
Oh, er wordt mij gezegd dat ik weleens een aardig stukje schrijf. Op deze blog bijvoorbeeld. Ach, da's allemaal lief, maar het maakt geen enkel verschil. U wil dat ik uw hielen lik, dat ik ambitie toon en naar uw pijpen dans. Helaas (voor mij), ik doe dat niet en laat uw hautaine kelk liever aan me voorbij gaan dan me nog langer door u te laten vernederen.
De rest van m'n leven wil ik in een callcenter werken. Drie avonden per week en dus voor 105 euro per week. Maal 4 - vier weken per maand - kom ik dan aan 420. En daar krijg ik nog een aalmoes van de dop bovenop, ik moet dat eens navragen bij mijn vakbond. Een euro of 150 ofzo. Samen net genoeg om een kot van te betalen + van te eten. De rest van m'n leven woon ik op kot, tussen studenten, voor 290 euro per maand, om u niet in de weg te lopen op de immobiliënmarkt, what's in a name.
Oh, u hebt zo lang gestudeerd om mooie vacatures op te stellen met een resem eisen waaraan ik, gepeupel, niet voldoe. U doet dat zo goed en zoals u mijn mails beantwoordt, dat is van een klasse. Dat ene zinnetje dat u telkens copypaste: 'helaas na een grondige selectie' en dergelijke. En nooit zonder spelfouten doet u dat. Ik ben zo blij met de concentratie en de aandacht die u aan mij besteedt. Steeds weer heb ik zin om u terug te mailen en te vragen of ik uw handen mag komen kussen. Ik doe het niet, omdat ik uw persoonlijke beschaving niet wil confronteren met mijn rudimentaire gemanierdheid, die van een spelonkbewonder. En toch, u kan het navragen, heb ook ik gestudeerd. In de hoop op die manier een job te kunnen krijgen. Maar nee, dat valt niet mee - had ik het moeten voorzien? Ik ken de tricks niet, heb de skills niet, ben geen senior manager en ben niet goed in talen. Microsoft Office heeft wél geheimen voor mij. En uw secretaresse kan ik nu al niet uitstaan.
Ik stuur u dit door, dit bericht. U leest het met verbazing en legt het aan de kant. Wat kan u er ook aan doen. U hebt zelf bazen en bonussen, wie weet. U hebt zelf een leven en bent tenslotte geen psycholoog. Kent u de waarheid dat men als mistroostige enkeling enkel tegen betaling mensen kan 'lastigvallen'? Voor 40 euro per 'sessie'. Zijn we dan niet allemaal vrolijk?
Nee, vrees niet, ik ga het met u niet hebben over het einde van de wereld. Uw einde van de wereld is niet het mijne. Uw einde van de wereld, en ik ga bewust en wat dommig (ik streel uw ego) heel kort door de bocht, is uw grasmachine die het begeeft halverwege uw zondagse rit over uw pelouse.
Oh, kus mijn opgeblazen kloten. U had het kunnen maken in de telefoonseksindustrie, zoals u aan mijn lijn hing. Nu ga ik het met mijn beste callcenterstem zelf proberen. In de telefoonseksindustrie. "Heeeeeeey, waar heb je zin in, stoute jongen?"
maandag 9 januari 2012
Missing: Tine
Lieve Tine Brutsaert,
Lieve eventjes vermiste en helaas levenloos teruggevonden Tine,
Ik kende je niet. Woonde niet in jouw stad. Had je nooit op tv gezien, of ergens anders. Ik miste je hoegenaamd niet. Maar sinds je verdween kende ik je wel. Want toen je verdween kwam je wél op tv, was je wél in mijn stad, leerde ik je kennen en miste ik je.
(Heb je nog geweten dat duizenden mensen je plotseling kenden, Tine? Dat ze bezorgd om je waren? Vast niet.)
Ik leerde je kennen op een nieuwssite. Mijn kennismaking met jou was er eerlijk gezegd een onbewuste. Ik bedoel: als men me had gevraagd naar je naam, ik had 'm wel ongeveer geweten maar niet helemaal precies. En hetzelfde gold voor de foto waarvan je Missingbericht vergezeld ging. Ik zag je gezicht tot voor kort niet helder voor me en dat spijt me.
Nee, tot voor een uur geleden kon ik me je gezicht niet helder voor de geest halen. Tot voor een uur geleden toen ik een A4 van jou aan een muur in mijn stad zag hangen. Missing, terwijl je al gevonden was. Treurig. Ik trok je zachtjes van de muur en stopte je in m'n jaszak. Ik dekte je warm toe en wilde er voor je zijn. Maar ik wist ook, ik was te laat.
Je lijkt me een innemend meisje, Tine, als ik je hier zo op mijn bed zie liggen. Je foto laat een stuk van je tanden bloot, je hebt een goeiig gezicht. Niet ongelukkig, nee, dat zou ik nooit vermoeden. Maar wat is er dan met je gebeurd?
Je werd voor het laatst gezien in de namiddag van 2 januari, je kwam van de dokter. Voor een onbekende is dat het enige mogelijke teken aan de wand. Want op basis van de beschrijving van de kleren die je droeg, zou geen mens iets vermoeden. Je droeg mooie bruine botten en een ring.
Je foto zorgt ervoor dat ik alsnog persoonlijk word aangegrepen door je dood. Goedaardige meisjes mogen niet dood, er moet altijd iemand voor hen zijn, om hen in te stoppen en hen een knuffel te geven.
Ik mag er niet aan denken dat er niemand voor je was.
Het ga je goed, Tine.
Je zal nooit voor niets gestorven zijn.
Veel liefs,
Ali
Lieve eventjes vermiste en helaas levenloos teruggevonden Tine,
Ik kende je niet. Woonde niet in jouw stad. Had je nooit op tv gezien, of ergens anders. Ik miste je hoegenaamd niet. Maar sinds je verdween kende ik je wel. Want toen je verdween kwam je wél op tv, was je wél in mijn stad, leerde ik je kennen en miste ik je.
(Heb je nog geweten dat duizenden mensen je plotseling kenden, Tine? Dat ze bezorgd om je waren? Vast niet.)
Ik leerde je kennen op een nieuwssite. Mijn kennismaking met jou was er eerlijk gezegd een onbewuste. Ik bedoel: als men me had gevraagd naar je naam, ik had 'm wel ongeveer geweten maar niet helemaal precies. En hetzelfde gold voor de foto waarvan je Missingbericht vergezeld ging. Ik zag je gezicht tot voor kort niet helder voor me en dat spijt me.
Nee, tot voor een uur geleden kon ik me je gezicht niet helder voor de geest halen. Tot voor een uur geleden toen ik een A4 van jou aan een muur in mijn stad zag hangen. Missing, terwijl je al gevonden was. Treurig. Ik trok je zachtjes van de muur en stopte je in m'n jaszak. Ik dekte je warm toe en wilde er voor je zijn. Maar ik wist ook, ik was te laat.
Je lijkt me een innemend meisje, Tine, als ik je hier zo op mijn bed zie liggen. Je foto laat een stuk van je tanden bloot, je hebt een goeiig gezicht. Niet ongelukkig, nee, dat zou ik nooit vermoeden. Maar wat is er dan met je gebeurd?
Je werd voor het laatst gezien in de namiddag van 2 januari, je kwam van de dokter. Voor een onbekende is dat het enige mogelijke teken aan de wand. Want op basis van de beschrijving van de kleren die je droeg, zou geen mens iets vermoeden. Je droeg mooie bruine botten en een ring.
Je foto zorgt ervoor dat ik alsnog persoonlijk word aangegrepen door je dood. Goedaardige meisjes mogen niet dood, er moet altijd iemand voor hen zijn, om hen in te stoppen en hen een knuffel te geven.
Ik mag er niet aan denken dat er niemand voor je was.
Het ga je goed, Tine.
Je zal nooit voor niets gestorven zijn.
Veel liefs,
Ali
donderdag 24 november 2011
Lieve Rudi
Lieve Rudi,
Als ik je daarstraks zonder iets te zeggen voorbijliep was dat zeker niet omdat ik niet met je wilde praten. Het schoot me gewoon niet te binnen dat we met elkaar zouden kunnen praten, wat we nochtans weleens doen. Dus liet ik je plots achter me, jij, rokend voor je deur, ik verlangend naar een fietsend nijlpaard in een roze jurk.
Wat had ik ook te vertellen, Rudi? Niks en twee keer niks. Dat ik me doodverveel, Rudi. Je bent zo al niet iemand die veel zegt - en daar bedoel ik niks slechts mee!, je weet vast wel wat ik bedoel - dus had je vast ook niet geweten wat te antwoorden op dat futloze nieuwsje van mij. En dat ik dan maar eens kwansuis door de A in je platenalfabet ging, hoewel ik er geen seconde aan dacht om iets te zullen kopen, je moet weten dat ik daar momenteel hoegenaamd het geld niet voor heb.
Ik vond het leuk om net na de release van 'Keep You Close' even met jou over dEUS te praten. Het is me opgevallen dat je je altijd heel diplomatisch opstelt wanneer je over muziek praat. Je hebt een voorkeur maar zal die nooit aan iemand opdringen. Een verkoperstrekje wellicht. Of gewoon jouw aard. 'Keep You Close' vond je goed, zonder een vergelijking te maken met hun andere platen. 'The Ideal Crash' vond je ook heel goed, toen ik zei dat ik die heel goed vind. Misschien zei je dat je 'The Ideal Crash' ook hun beste vindt, ik herinner het me niet meer.
Toen ik cd's van PJ Harvey kwam kopen en zei dat ik nogal onder de indruk was van 'To Bring You My Love', zei je wél dat dat haar beste plaat was. Nu, ik weet niet of ik het daarover met je eens ben. Misschien vind ik 'Is This Desire?' wel haar beste, heel rauw en opwindend. PJ's meer recente werk doet me ietsje minder, hoewel ik het nog steeds heel goed vind hoor.
Wij hebben ook al over Elbow en The National gepraat, klopt?
Je lijkt me zo'n verlegen man, Rudi, ik zou bijna zeggen dat je het ook echt bént. Is dat een indruk of heb ik er zelf iets mee te maken? Ik heb het gevoel dat we niet lang samen aan een tafel zouden kunnen zitten. Ik word een beetje nerveus van jouw schijnbare nervositeit, maar ook dat is zeker niet slecht bedoeld. Uiteindelijk weet ik ook helemaal niks over jou. Eén keer zag ik je op café, we knikten goeiendag. Je bent zo sympathiek.
Overigens vind ik 'Keep You Close' nu ook weer niet zo heel goed. De plaat grijpt me niet bij m'n nekvel, ze blijft niet echt hangen. Zullen we het daar eens uitgebreid over hebben op een dag? Dan kom ik je uit de winkel plukken, zetten we koers naar een terras en overlopen we onze favoriete bands. En o wee als je je diplomatisch durft op te stellen hoor!
Tot binnenkort eens,
Ali
Als ik je daarstraks zonder iets te zeggen voorbijliep was dat zeker niet omdat ik niet met je wilde praten. Het schoot me gewoon niet te binnen dat we met elkaar zouden kunnen praten, wat we nochtans weleens doen. Dus liet ik je plots achter me, jij, rokend voor je deur, ik verlangend naar een fietsend nijlpaard in een roze jurk.
Wat had ik ook te vertellen, Rudi? Niks en twee keer niks. Dat ik me doodverveel, Rudi. Je bent zo al niet iemand die veel zegt - en daar bedoel ik niks slechts mee!, je weet vast wel wat ik bedoel - dus had je vast ook niet geweten wat te antwoorden op dat futloze nieuwsje van mij. En dat ik dan maar eens kwansuis door de A in je platenalfabet ging, hoewel ik er geen seconde aan dacht om iets te zullen kopen, je moet weten dat ik daar momenteel hoegenaamd het geld niet voor heb.
Ik vond het leuk om net na de release van 'Keep You Close' even met jou over dEUS te praten. Het is me opgevallen dat je je altijd heel diplomatisch opstelt wanneer je over muziek praat. Je hebt een voorkeur maar zal die nooit aan iemand opdringen. Een verkoperstrekje wellicht. Of gewoon jouw aard. 'Keep You Close' vond je goed, zonder een vergelijking te maken met hun andere platen. 'The Ideal Crash' vond je ook heel goed, toen ik zei dat ik die heel goed vind. Misschien zei je dat je 'The Ideal Crash' ook hun beste vindt, ik herinner het me niet meer.
Toen ik cd's van PJ Harvey kwam kopen en zei dat ik nogal onder de indruk was van 'To Bring You My Love', zei je wél dat dat haar beste plaat was. Nu, ik weet niet of ik het daarover met je eens ben. Misschien vind ik 'Is This Desire?' wel haar beste, heel rauw en opwindend. PJ's meer recente werk doet me ietsje minder, hoewel ik het nog steeds heel goed vind hoor.
Wij hebben ook al over Elbow en The National gepraat, klopt?
Je lijkt me zo'n verlegen man, Rudi, ik zou bijna zeggen dat je het ook echt bént. Is dat een indruk of heb ik er zelf iets mee te maken? Ik heb het gevoel dat we niet lang samen aan een tafel zouden kunnen zitten. Ik word een beetje nerveus van jouw schijnbare nervositeit, maar ook dat is zeker niet slecht bedoeld. Uiteindelijk weet ik ook helemaal niks over jou. Eén keer zag ik je op café, we knikten goeiendag. Je bent zo sympathiek.
Overigens vind ik 'Keep You Close' nu ook weer niet zo heel goed. De plaat grijpt me niet bij m'n nekvel, ze blijft niet echt hangen. Zullen we het daar eens uitgebreid over hebben op een dag? Dan kom ik je uit de winkel plukken, zetten we koers naar een terras en overlopen we onze favoriete bands. En o wee als je je diplomatisch durft op te stellen hoor!
Tot binnenkort eens,
Ali
dinsdag 15 november 2011
Vleugellam Kowzi
Beste Olaf, Ben, Brecht, Jeroen en Bart,
Beste groepsleden van Kowzi,
Ik heb net voor het eerst jullie CD 'The Act' beluisterd en vraag me het volgende af: hebben jullie oren aan jullie hoofd? In dat geval vind ik het vreemd dat jullie hebben gemeend deze debuutplaat te moeten uitbrengen. Die is namelijk totaal overbodig, want een bijzonder slap afkooksel van vele andere (slechte) groepen waarvan jullie hoorbaar alles hebben gepikt. Was er echt niemand in de buurt om dergelijke opmerkingen te maken alvorens deze plaat naar de perser ging? Dat vind ik jammer. Heel heel jammer.
Want komaan gasten, serieus: dit is gewoon niet goed. Dit is op z'n best een schim van Eels, een beetje middelmatig gitaargerammel in het algemeen en vooral een hele collectie zwakke dertien-in-een-dozijn nummers zonder spanningsboog. Ik vraag me af wie jullie precies zijn, want op internet kom ik weinig over jullie te weten. Leeftijd? 'Hometown'? Een korte biografie? Ik lees wel dat jullie eerste single 'Ugly Head' op een bepaald moment veel op Radio 1 werd gespeeld, maar dat is dan aan mij voorbijgegaan. En al had ik het zo graag anders gehad: ik heb duidelijk niks gemist.
Ik kende jullie dus niet tot voor kort - wat op zich al een teken aan de wand was; ik heb op internet geen enkele recensie over 'The Act gevonden! -, maar stootte via Last.fm op een recensie van een concert dat jullie speelden in Mechelen, in het voorprogramma van Venus In Flames. Onder de titel 'Krachtig Kowzi en vleugellam Venus In Flames' werd de loftrompet over jullie geblazen. Dat maakte mij natuurlijk benieuwd en ik schreef jullie naam ergens op, om te 'checken'. Mijn rechterduim dat jullie dat zelf ook weleens doen, een naan opschrijven om te 'checken'.
En zie, toevallig: vandaag was het dan zover. Ik vond 'The Act' in de afprijsbakken van de Fnac (ik kan er ook niks aan doen). Achteraf bekeken lag hij daar goed, maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Integendeel, dacht ik: voor drie euro kunnen we - het is zo'n ouwemensenuitdrukking - niet sukkelen. Ik had hoegenaamd geen verwachtingen, maar hoopte dat er op z'n minst een aantal schappelijke nummers op zouden staan. Helaas.
Maar jongens, genoeg. Luister, wees verheugd: eigenlijk heb ik helemaal geen zin om hier nog langer op door te gaan. Ik heb nog ceedee-recensies geschreven, moeten jullie weten, en ben vertrouwd met de prietpraat die doorgaans een nieuw album moet promoten. Daarop afgaande, zo leerde ik, krijg je altijd de indruk dat je de nieuwe 'Nevermind' of 'OK Computer' in handen hebt. Wat ik wil zeggen: ik weet een beetje wat oordelen is, al klinkt dat heel pretentieus waarvoor mijn excuses, en ben ook vertrouwd met het begrip gatekeeping. 't Is dat ik geen cd-recensies meer schrijf voor goddeau.com, want anders had ik 'The Act' hoegenaamd nooit door mijn spreekwoordelijke gate gelaten, als ik daar al iets over te zeggen gehad zou hebben. Want zelf was ik als recensent van mening dat er beter over slechte muziek gezwegen kon worden, dat de mensen al hun handen vol hebben met goeie muziek, ik noem overbodig ter illustratie jullie eigen voorbeelden: Eels, Wilco, en andere. Daarom dus genoeg over jullie.
En daarom dus een einde aan mijn brief, die, zo mag ik hopen, blijk geeft van ontgoocheling, onbegrip, frustratie en een klein beetje humor. Lees tussen de regels alstublieft ook dat ik met dit hele epistel natuurlijk geen zaak van staatsbelang aanklaag. Ik trek het me gewoon zo aan omdat ik het zo graag goed had gevonden, of net héél slecht. Nu is het echter zo vreselijk grijs en middelmatig dat het ondanks enkele redelijke momenten des te ontgoochelender is. Er is wel potentieel, enz, maar het komt er niet uit.
En nog meer ten slotte wil ik jullie ook nog een fijn najaar toewensen en ook heel veel geluk met het promoten van de tweede plaat waarover ik op Facebook iets gelezen heb dat evenwel alweer dateert van februari.
En laat me mezelf ten derde male ten slotte ook excuseren voor het feit dat deze blog nu een van de zoekresultaten zal zijn voor de zoekterm 'kowzi' op Google. Maar bekijk het ook zo: slechte publiciteit is ook publiciteit. Misschien zullen er mensen benieuwd zijn naar hoe jullie copycat-shit precies klinkt en winnen jullie alsnog enkele zieltjes. Het weze jullie gegund, echt waar.
Met muzikale en tevens enigszins nonsensicale groeten,
Ali met de pet
Beste groepsleden van Kowzi,
Ik heb net voor het eerst jullie CD 'The Act' beluisterd en vraag me het volgende af: hebben jullie oren aan jullie hoofd? In dat geval vind ik het vreemd dat jullie hebben gemeend deze debuutplaat te moeten uitbrengen. Die is namelijk totaal overbodig, want een bijzonder slap afkooksel van vele andere (slechte) groepen waarvan jullie hoorbaar alles hebben gepikt. Was er echt niemand in de buurt om dergelijke opmerkingen te maken alvorens deze plaat naar de perser ging? Dat vind ik jammer. Heel heel jammer.
Want komaan gasten, serieus: dit is gewoon niet goed. Dit is op z'n best een schim van Eels, een beetje middelmatig gitaargerammel in het algemeen en vooral een hele collectie zwakke dertien-in-een-dozijn nummers zonder spanningsboog. Ik vraag me af wie jullie precies zijn, want op internet kom ik weinig over jullie te weten. Leeftijd? 'Hometown'? Een korte biografie? Ik lees wel dat jullie eerste single 'Ugly Head' op een bepaald moment veel op Radio 1 werd gespeeld, maar dat is dan aan mij voorbijgegaan. En al had ik het zo graag anders gehad: ik heb duidelijk niks gemist.
Ik kende jullie dus niet tot voor kort - wat op zich al een teken aan de wand was; ik heb op internet geen enkele recensie over 'The Act gevonden! -, maar stootte via Last.fm op een recensie van een concert dat jullie speelden in Mechelen, in het voorprogramma van Venus In Flames. Onder de titel 'Krachtig Kowzi en vleugellam Venus In Flames' werd de loftrompet over jullie geblazen. Dat maakte mij natuurlijk benieuwd en ik schreef jullie naam ergens op, om te 'checken'. Mijn rechterduim dat jullie dat zelf ook weleens doen, een naan opschrijven om te 'checken'.
En zie, toevallig: vandaag was het dan zover. Ik vond 'The Act' in de afprijsbakken van de Fnac (ik kan er ook niks aan doen). Achteraf bekeken lag hij daar goed, maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Integendeel, dacht ik: voor drie euro kunnen we - het is zo'n ouwemensenuitdrukking - niet sukkelen. Ik had hoegenaamd geen verwachtingen, maar hoopte dat er op z'n minst een aantal schappelijke nummers op zouden staan. Helaas.
Maar jongens, genoeg. Luister, wees verheugd: eigenlijk heb ik helemaal geen zin om hier nog langer op door te gaan. Ik heb nog ceedee-recensies geschreven, moeten jullie weten, en ben vertrouwd met de prietpraat die doorgaans een nieuw album moet promoten. Daarop afgaande, zo leerde ik, krijg je altijd de indruk dat je de nieuwe 'Nevermind' of 'OK Computer' in handen hebt. Wat ik wil zeggen: ik weet een beetje wat oordelen is, al klinkt dat heel pretentieus waarvoor mijn excuses, en ben ook vertrouwd met het begrip gatekeeping. 't Is dat ik geen cd-recensies meer schrijf voor goddeau.com, want anders had ik 'The Act' hoegenaamd nooit door mijn spreekwoordelijke gate gelaten, als ik daar al iets over te zeggen gehad zou hebben. Want zelf was ik als recensent van mening dat er beter over slechte muziek gezwegen kon worden, dat de mensen al hun handen vol hebben met goeie muziek, ik noem overbodig ter illustratie jullie eigen voorbeelden: Eels, Wilco, en andere. Daarom dus genoeg over jullie.
En daarom dus een einde aan mijn brief, die, zo mag ik hopen, blijk geeft van ontgoocheling, onbegrip, frustratie en een klein beetje humor. Lees tussen de regels alstublieft ook dat ik met dit hele epistel natuurlijk geen zaak van staatsbelang aanklaag. Ik trek het me gewoon zo aan omdat ik het zo graag goed had gevonden, of net héél slecht. Nu is het echter zo vreselijk grijs en middelmatig dat het ondanks enkele redelijke momenten des te ontgoochelender is. Er is wel potentieel, enz, maar het komt er niet uit.
En nog meer ten slotte wil ik jullie ook nog een fijn najaar toewensen en ook heel veel geluk met het promoten van de tweede plaat waarover ik op Facebook iets gelezen heb dat evenwel alweer dateert van februari.
En laat me mezelf ten derde male ten slotte ook excuseren voor het feit dat deze blog nu een van de zoekresultaten zal zijn voor de zoekterm 'kowzi' op Google. Maar bekijk het ook zo: slechte publiciteit is ook publiciteit. Misschien zullen er mensen benieuwd zijn naar hoe jullie copycat-shit precies klinkt en winnen jullie alsnog enkele zieltjes. Het weze jullie gegund, echt waar.
Met muzikale en tevens enigszins nonsensicale groeten,
Ali met de pet
donderdag 3 november 2011
Het eetcafé
Er valt een regendruppel in het putje van mijn kin. Er loopt een aan een joint lurkende rastafari voorbij. Ik vraag me af hoe het nog met mijn meisje in Melle gaat. Mijn favoriete juf. Zou ik haar eens een brief schrijven? Ik zal haar eens een brief schrijven.
Ik denk na over de betekenis van de woorden 'berooid' en 'bekaaid'. Even opzoeken, al weet ik eigenlijk wel wat ze betekenen hoor. Gewoon om het heel zeker te weten. 'Hij kwam er bekaaid vanaf, hij is er berooid aan toe.' Past op die manier niet in een zin, maar zou zoiets betekenen als: hij was teleurgesteld, bedrogen, want had geen nagel om zijn gat aan te krabben. Oh, wat houd ik van mijn taal. Net als mijn meisje in Melle.
Met wat zin voor drama zou ik ook mezelf bekaaid en berooid kunnen noemen. In werkelijkheid is het niet zo erg, maar toen ik net naar de spijskaart in het eetcafé keek, merkte ik toch dat mijn budget ternauwernood volstond om een broodje hesp te kunnen kopen. Niet eens américain, daarvoor kwam ik twintig cent tekort. Ik had geen zin in hesp, maar wel in een broodje. Omdat ik honger had, zoals ik enkel de laatste maand wel eens honger kan hebben: van echt te weinig te eten. Mijn maag knorde en dat belette me geconcentreerd te lezen. Vandaar dus het eetcafé en niet langer de leeszaal.
Een broodje hesp was echt mijn enige optie. Het was van moeten. Een wafel met ananas zat er niet in - het idee alleen, - een banaanmilkshake al evenmin. Het jongetje naast mij kreeg er wel zo eentje van zijn moeder, maar ik was niet jaloers. Beeld je in.
Even verderop zat een oud koppel zomaar wat te zitten. Als ze al iets deden is me dat compleet ontgaan. Misschien dronken ze koffie, heel traag zoals oude mensen met zeeën van tijd dat doorgaans doen. Het weze hen gegund. Er is leven op deze planeet en ook deze oude mensen zijn daar het slachtoffer van. Als zij hun lot kunnen verlichten door gezapig een koffietje te drinken, kan ik dat enkel toejuichen.
Wel gebeurde het volgende, heel mooi: plots stond de vrouw - ver in de zeventig, schat ik - op en liep ze langs haar man heen, in de richting van het toilet, waar ze naar alle waarschijnlijkheid heenging. En weet je wat ze al schuifelend langs haar man deed? Ze gaf hem - een jaar of tachtig, volgens mij - een kusje op zijn wang.
Ook naast mij zat een paartje, van mijn leeftijd deze keer. Zij praatten over, ja, waarover hadden ze het nu weer, ik geloof een kinderboek, en hielden elkaars handjes vast in afwachting van hun bestelling. Dat wilde ik ook, bedacht ik me: handjes om vast te houden en een wang om te kussen. Helaas.
Ik zat alleen, keek naar de grond en diep in het ijle. En ook leed ik kou, gezeten aan een openstaande deur, en ritste ik mijn polo zo hoog mogelijk dicht. Ik at mijn broodje hesp in zeven haasten op en maakte me uit de voeten. Nog in mijn portefeuille zat tien cent, maar geen denken aan dat de zittende hoofddoek op straat die zou krijgen, nee, dat doe ik niet meer.
En dus ging ik heen, weg uit het eetcafé, viel er een regendruppel in het putje van mijn kin, liep er een aan een joint lurkende rastafari voorbij en bedacht ik me dat ik maar eens een brief naar mijn meisje in Melle moest schrijven, mijn favoriete juf.
Misschien is dit al die brief.
Ik denk na over de betekenis van de woorden 'berooid' en 'bekaaid'. Even opzoeken, al weet ik eigenlijk wel wat ze betekenen hoor. Gewoon om het heel zeker te weten. 'Hij kwam er bekaaid vanaf, hij is er berooid aan toe.' Past op die manier niet in een zin, maar zou zoiets betekenen als: hij was teleurgesteld, bedrogen, want had geen nagel om zijn gat aan te krabben. Oh, wat houd ik van mijn taal. Net als mijn meisje in Melle.
Met wat zin voor drama zou ik ook mezelf bekaaid en berooid kunnen noemen. In werkelijkheid is het niet zo erg, maar toen ik net naar de spijskaart in het eetcafé keek, merkte ik toch dat mijn budget ternauwernood volstond om een broodje hesp te kunnen kopen. Niet eens américain, daarvoor kwam ik twintig cent tekort. Ik had geen zin in hesp, maar wel in een broodje. Omdat ik honger had, zoals ik enkel de laatste maand wel eens honger kan hebben: van echt te weinig te eten. Mijn maag knorde en dat belette me geconcentreerd te lezen. Vandaar dus het eetcafé en niet langer de leeszaal.
Een broodje hesp was echt mijn enige optie. Het was van moeten. Een wafel met ananas zat er niet in - het idee alleen, - een banaanmilkshake al evenmin. Het jongetje naast mij kreeg er wel zo eentje van zijn moeder, maar ik was niet jaloers. Beeld je in.
Even verderop zat een oud koppel zomaar wat te zitten. Als ze al iets deden is me dat compleet ontgaan. Misschien dronken ze koffie, heel traag zoals oude mensen met zeeën van tijd dat doorgaans doen. Het weze hen gegund. Er is leven op deze planeet en ook deze oude mensen zijn daar het slachtoffer van. Als zij hun lot kunnen verlichten door gezapig een koffietje te drinken, kan ik dat enkel toejuichen.
Wel gebeurde het volgende, heel mooi: plots stond de vrouw - ver in de zeventig, schat ik - op en liep ze langs haar man heen, in de richting van het toilet, waar ze naar alle waarschijnlijkheid heenging. En weet je wat ze al schuifelend langs haar man deed? Ze gaf hem - een jaar of tachtig, volgens mij - een kusje op zijn wang.
Ook naast mij zat een paartje, van mijn leeftijd deze keer. Zij praatten over, ja, waarover hadden ze het nu weer, ik geloof een kinderboek, en hielden elkaars handjes vast in afwachting van hun bestelling. Dat wilde ik ook, bedacht ik me: handjes om vast te houden en een wang om te kussen. Helaas.
Ik zat alleen, keek naar de grond en diep in het ijle. En ook leed ik kou, gezeten aan een openstaande deur, en ritste ik mijn polo zo hoog mogelijk dicht. Ik at mijn broodje hesp in zeven haasten op en maakte me uit de voeten. Nog in mijn portefeuille zat tien cent, maar geen denken aan dat de zittende hoofddoek op straat die zou krijgen, nee, dat doe ik niet meer.
En dus ging ik heen, weg uit het eetcafé, viel er een regendruppel in het putje van mijn kin, liep er een aan een joint lurkende rastafari voorbij en bedacht ik me dat ik maar eens een brief naar mijn meisje in Melle moest schrijven, mijn favoriete juf.
Misschien is dit al die brief.
zaterdag 22 oktober 2011
En ga weer zonder weerga
Hé J.,
Ik heb je dit al lang eens willen zeggen. Dat ik benieuwd ben om te weten wie je écht bent. Nu heb ik daarover enkel een persoonlijke, gekleurde indruk die wellicht te negatief uitvalt. Op je blog, die ik nog niet zo heel lang geleden ontdekt heb, vind ik je echter weergaloos. Ik had wel verwacht dat er iets in je zat waardoor ik je zou waarderen, maar dat het hilarische teksten, brieven, zouden zijn op een blog, nee, dat had ik niet zien aankomen.
Jij kan verdomd goed schrijven. Dat was me in onze krant, die ik eerlijkheidshalve amper lees, nog nooit zo opgevallen. Kranten lenen zich daar ook minder toe moet gezegd, maar die blog.. Weergaloos werkelijk. Het is, geloof ik, van mijn kennismaking met Onderhond geleden dat ik nog eens in de archieven van andermans blog gedoken ben. Soms duik ik nog eens in mijn eigen archieven en dan stel ik meestal vast dat ik tevreden ben over wat ik twee à drie jaar geleden zoal schreef. Ik had mijn stijl toen al wel gevonden en af en toe had ik een lezer die een thumb up deed. Door onregelmatig te bloggen ben ik, geloof ik, mijn lezers weer kwijtgeraakt. Maar dat alles volledig terzijde. Ik wil maar zeggen dat wijlen Onderhond en jij meer continuïteit aan de dag kunnen leggen én al van meet af aan erg leuke stukjes postten.
Onlangs schreef ik in een reactie na het lezen van vier of vijf van je brieven dat je de grappigste blog onderhoudt, die ik ken. Dat was welgemeend en ik vond het nodig dat je dat wist. Je bedankte mij in je antwoord. Graag gedaan, J.. Je bent echt goed. Een zeer entertainende schrijver. En ja, natuurlijk zegt die blog ook iets over jou. Dat je nogal wat situaties complex vindt enzo. Maar dat kan jij zelf beter uitleggen natuurlijk. Zelf blog ik voor het applaus en de bloemen. En als ik dan ook nog eens ontdek dat ik verdomd graag schrijf, dan is dat verdomd mooi meegenomen. Want shit ik schrijf graag. Hoe de zinnetjes eruit rollen, daar kan ik van genieten. Maar wat zit ik die hele brief eigenlijk voortdurend op mezelf te betrekken?
Misschien vanwege mijn aandachtszucht enerzijds, en omdat ik bang ben om me echt tot jou te richten anderzijds. 't Is weer die eeuwige en godgeklaagde onzekerheidsvermijding waar ik nog zo tegen ten strijde trek. We zijn allebei nogal terughoudend om het ijs te breken, denk ik. Bij mij gaat er, moet ik eerlijk zijn, zelfs een soort weerspannigheid vanuit terwijl ik het eigenlijk tòch wil. ("Het is het een of het ander," hoor ik een willekeurig iemand debiteren.) Maar als ik dan zeg dat ik het wil, vind ik dat toch ook weer overdreven. Ik zou mijn teen wel in het zwembad willen steken, maar in het water springen hoeft niet.
En jij? Ik ga niks over jou zeggen. Ik ga niet gissen en raden en vermoedens uiten. Maar het benieuwt me wel een beetje. Ook niet heel veel, maar wel net genoeg om er bij stil te staan. Heb jij een mening over mij waaraan je uiting zou willen geven? Iets zegt me dat je daar geen nood aan hebt.
Alleszins het allerbeste en misschien tot binnenkort,
en in de tussentijd geschifte brieven blijven schrijven hé,
Ali
Ik heb je dit al lang eens willen zeggen. Dat ik benieuwd ben om te weten wie je écht bent. Nu heb ik daarover enkel een persoonlijke, gekleurde indruk die wellicht te negatief uitvalt. Op je blog, die ik nog niet zo heel lang geleden ontdekt heb, vind ik je echter weergaloos. Ik had wel verwacht dat er iets in je zat waardoor ik je zou waarderen, maar dat het hilarische teksten, brieven, zouden zijn op een blog, nee, dat had ik niet zien aankomen.
Jij kan verdomd goed schrijven. Dat was me in onze krant, die ik eerlijkheidshalve amper lees, nog nooit zo opgevallen. Kranten lenen zich daar ook minder toe moet gezegd, maar die blog.. Weergaloos werkelijk. Het is, geloof ik, van mijn kennismaking met Onderhond geleden dat ik nog eens in de archieven van andermans blog gedoken ben. Soms duik ik nog eens in mijn eigen archieven en dan stel ik meestal vast dat ik tevreden ben over wat ik twee à drie jaar geleden zoal schreef. Ik had mijn stijl toen al wel gevonden en af en toe had ik een lezer die een thumb up deed. Door onregelmatig te bloggen ben ik, geloof ik, mijn lezers weer kwijtgeraakt. Maar dat alles volledig terzijde. Ik wil maar zeggen dat wijlen Onderhond en jij meer continuïteit aan de dag kunnen leggen én al van meet af aan erg leuke stukjes postten.
Onlangs schreef ik in een reactie na het lezen van vier of vijf van je brieven dat je de grappigste blog onderhoudt, die ik ken. Dat was welgemeend en ik vond het nodig dat je dat wist. Je bedankte mij in je antwoord. Graag gedaan, J.. Je bent echt goed. Een zeer entertainende schrijver. En ja, natuurlijk zegt die blog ook iets over jou. Dat je nogal wat situaties complex vindt enzo. Maar dat kan jij zelf beter uitleggen natuurlijk. Zelf blog ik voor het applaus en de bloemen. En als ik dan ook nog eens ontdek dat ik verdomd graag schrijf, dan is dat verdomd mooi meegenomen. Want shit ik schrijf graag. Hoe de zinnetjes eruit rollen, daar kan ik van genieten. Maar wat zit ik die hele brief eigenlijk voortdurend op mezelf te betrekken?
Misschien vanwege mijn aandachtszucht enerzijds, en omdat ik bang ben om me echt tot jou te richten anderzijds. 't Is weer die eeuwige en godgeklaagde onzekerheidsvermijding waar ik nog zo tegen ten strijde trek. We zijn allebei nogal terughoudend om het ijs te breken, denk ik. Bij mij gaat er, moet ik eerlijk zijn, zelfs een soort weerspannigheid vanuit terwijl ik het eigenlijk tòch wil. ("Het is het een of het ander," hoor ik een willekeurig iemand debiteren.) Maar als ik dan zeg dat ik het wil, vind ik dat toch ook weer overdreven. Ik zou mijn teen wel in het zwembad willen steken, maar in het water springen hoeft niet.
En jij? Ik ga niks over jou zeggen. Ik ga niet gissen en raden en vermoedens uiten. Maar het benieuwt me wel een beetje. Ook niet heel veel, maar wel net genoeg om er bij stil te staan. Heb jij een mening over mij waaraan je uiting zou willen geven? Iets zegt me dat je daar geen nood aan hebt.
Alleszins het allerbeste en misschien tot binnenkort,
en in de tussentijd geschifte brieven blijven schrijven hé,
Ali
maandag 3 oktober 2011
Bangkok
E.,
Dat ik helemaal naar Bangkok zou reizen om niet opnieuw naar de VDAB te moeten gaan, ik had het ook niet verwacht. Tot voor drie dagen geleden dus, toen ik mijn ticket boekte bij SN Brussels Airlines. Vannacht ben ik dan vetrokken in Zaventem en nu zit ik hier in een internetcafé waar het krioelt van de Thaise mieren, waarmee ik bedoel: het Thaise volk dat op een doordeweekse maandag blijkbaar niet op kantoor zit maar gewoon door de straten suist zonder duidelijk doel.
Werkzoekenden zouden ze standaard anti-depressiva moeten voorschrijven. Niks erger dan te willen werken, te kunnen werken en niet de kans krijgen om te werken. Ze gingen mij bellen, maar ze belden mij niet. Ik belde hen, maar ze namen niet op. Ik mailde hen, maar ze mailden niet terug. Ik belden hen nog eens, het was antwoordapparaat. Ik sprak iets in, de lijn werd verbroken. Ik ging naar mijn jobcoach en die herkende mij niet meer. Ze herinnerde zich mijn naam noch mijn gezicht. Ze zei dat ze niks voor mij kon doen.
Dus wat doe ik in Bangkok en wat ben ik van plan? Meteen extreem: ik ga me laten ombouwen tot een kathoey. Verder wil ik daar voorlopig liever niks over zeggen.
Of ik gelukkig ben? Niet al te. Maar, zeg ik soms tegen iemand die zo'n advies kan gebruiken: het enige wat je daar aan kan doen is dingen ondernemen, anders hang je je beter gewoon op. Daarom dus Bangkok.
Intussen zitten mijn vijftien minuten internet er hier zo goed als op. Snel dus nog even mijn moeder een mailtje sturen om te zeggen dat ik in Thailand ben en niet in Oostduinkerke zoals ik haar had verteld toen ik zei dat ik er eventjes tussenuit moest.
Hopelijk loopt alles hier los en is het Engels van de gemiddelde Thai iets beter dan dat van de uitbater van dit, wat ik nog het best kan omschrijven als een, hutje.
Binnenkort wellicht meer details, zeker niet ongerust zijn en blijf ze vooral jazzen,
Ali
Dat ik helemaal naar Bangkok zou reizen om niet opnieuw naar de VDAB te moeten gaan, ik had het ook niet verwacht. Tot voor drie dagen geleden dus, toen ik mijn ticket boekte bij SN Brussels Airlines. Vannacht ben ik dan vetrokken in Zaventem en nu zit ik hier in een internetcafé waar het krioelt van de Thaise mieren, waarmee ik bedoel: het Thaise volk dat op een doordeweekse maandag blijkbaar niet op kantoor zit maar gewoon door de straten suist zonder duidelijk doel.
Werkzoekenden zouden ze standaard anti-depressiva moeten voorschrijven. Niks erger dan te willen werken, te kunnen werken en niet de kans krijgen om te werken. Ze gingen mij bellen, maar ze belden mij niet. Ik belde hen, maar ze namen niet op. Ik mailde hen, maar ze mailden niet terug. Ik belden hen nog eens, het was antwoordapparaat. Ik sprak iets in, de lijn werd verbroken. Ik ging naar mijn jobcoach en die herkende mij niet meer. Ze herinnerde zich mijn naam noch mijn gezicht. Ze zei dat ze niks voor mij kon doen.
Dus wat doe ik in Bangkok en wat ben ik van plan? Meteen extreem: ik ga me laten ombouwen tot een kathoey. Verder wil ik daar voorlopig liever niks over zeggen.
Of ik gelukkig ben? Niet al te. Maar, zeg ik soms tegen iemand die zo'n advies kan gebruiken: het enige wat je daar aan kan doen is dingen ondernemen, anders hang je je beter gewoon op. Daarom dus Bangkok.
Intussen zitten mijn vijftien minuten internet er hier zo goed als op. Snel dus nog even mijn moeder een mailtje sturen om te zeggen dat ik in Thailand ben en niet in Oostduinkerke zoals ik haar had verteld toen ik zei dat ik er eventjes tussenuit moest.
Hopelijk loopt alles hier los en is het Engels van de gemiddelde Thai iets beter dan dat van de uitbater van dit, wat ik nog het best kan omschrijven als een, hutje.
Binnenkort wellicht meer details, zeker niet ongerust zijn en blijf ze vooral jazzen,
Ali
zondag 8 mei 2011
Ali's weekendeditie
Beste Standaardredactie,
Beste heren Sturtewagen en Verhoeven,
Toen ik gisteren uw krant ging kopen in een plaatselijke slijterij, verbaasde het me wederom hoe veel die weegt, die weekendeditie van u. Ik had er mijn handen mee vol en was blij toen ik ze, thuisgekomen, op mijn bed kon laten neerploffen. Vervolgens scheidde ik alle aparte katernen en schikte ze in volgorde van intrinsieke appreciatie. Dat ging van uw hoofdkatern met politiek, binnen- en buitenland, over Cultuur, uw Standaard Magazine, langs de extra Jobat-bijlage, tot de katernen Reizen en Mens & Economie. Telt u even mee? Dat zijn zes katernen, allen tesamen goed voor om en bij de 300 pagina's, een ruwe schatting moet gezegd, waarbij ik doodsberichten, beursberichten, reclame en seintjes meereken. Maar toch. Wanneer wilt u dat ik dat allemaal ga lezen?
Vol goeie moed, zoals dat dan heet, begon ik vooraan met uw coverstory over onze aanslepende politieke crisis en het rapport van ratingbureau Standard & Poor's dat er zit aan te komen. Enige tijd later had ik, al die tijd gezeten in de lentezon, uw politieke pagina's doorploeterd en was ik eerlijkheidshalve toe aan iets anders. De Wever, Di Rupo, Beke,.. Ik begrijp dat u uw werk moet doen, maar begrijpt u ook dat ik maar één zaterdag per week heb en daarop ook nog wat naar lichtere verstrooiing zoek. Derhalve was ik waarschijnlijk aan het juiste adres geweest bij uw Magazine en uw katern Reizen, maar daar ben ik, we schrijven zondag, ook nog niet aan toe gekomen. Het is te veel, heren Sturtewagen en Verhoeven. Ik zal uw krant morgen bij het oud papier moeten gooien, zoals ik ook een drie dagen oud brood in een vuilzak kieper.
En dat is doodzonde! Ik blader door uw krant en stoot op tal van artikels, opiniestukken en columns waar ik onmiddellijk mijn tanden in wil zetten. 'Parbleu' van Jo Van Damme, bijvoorbeeld, over de nieuwbakken en spraakmakende Vlaams-nationalist Vic Van Aelst, om er maar een te noemen, of op de pagina daaraan voorafgaand een opiniestuk van Luc Van Doorslaer over een frappante uitspraak van diezelfde Van Aelst. Ik blader nog verder naar voren in uw hoofdkatern en beland bij de column van professor en media watchdog Geert Buelens, altijd zeer interessant en accuraat wat die man te vertellen heeft. Daarnaast staat een lang afgedrukt stuk van gerespecteerd auteur Geert Mak over Europa. Op pagina 44 vervolgens een ander lang stuk, dit keer van de hand van Marc Reynebeau, over Osama bin Laden, 'Dat hij dood is weten we al'; ik keek daarbij bijna de column van Tom Naegels over het hoofd, een van mij meest geliefde columnisten, parbleu!
Zéér interessant lijkt me ook het interview met de intussen in Vlaams-nationalistische kringen vermaarde Theodore Dalrymple, het lichtend voorbeeld van Bart De Wever. Op uw voorpagina lees ik tevens dat deze Dalrymple voortaan een nieuwe columnist zal worden voor uw blad wat ik bijzonder opmerkelijk vind en waarbij ik zonder gegronde redenen meteen gemengde gevoelens heb. Bart De Wevers goeroe die op gezette tijdstippen zijn conservatieve mening in uw krant mag laten afdrukken. U zal er ongetwijfeld brood in zien en ik moet toegeven dat ook ik zijn stukken op de voet zal trachten te volgen, mocht ik al die interessante bijdragen in uw krant tenminste gelezen krijgen, wat zoals reeds uitvoerig aangehaald momenteel helaas niet het geval is. Blader ik nog meer naar voren, word ik met mijn neus op een foto van de brandende Twin Towers gedrukt. Het bijhorende artikel handelt, weinig verrassend, over Osama bin Laden en zal wellicht weinig nieuws aan het licht brengen, maar desalniettemin is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Dat komt wellicht ook door uw wervende streamer 'De beelden wennen nooit', wat mij betreft een waarheid als een koe want 9/11 is nog steeds de gebeurtenis die het meeste indruk op mij heeft gemaakt in mijn nog jonge leven.
U sluit uw buitenlandpagina's af - u opent, moet ik zeggen, want ik doorblader uw krant in omgekeerde richting - met een portret van wat je schijnbaar, ik wierp er slechts een vluchtige blik op dus excuses als ik er naast zit, 'de gemiddelde Pakistaan' zou kunnen noemen en een stuk over de Republikeinen die in de Verenigde Staten Obama het vuur aan de schenen blijven leggen. Beide zeer lezenswaardig, daar twijfel ik niet aan, maar wanneer heren Sturtewagen en Verhoeven, zeg mij wanneer ik dat alles moet lezen. Ik heb het nog niet eens over het grootste deel van uw binnenlandpagina's gehad en dan wil ik zelfs nog niet dénken aan die andere katernen die van uw weekendeditie zo'n loodzware dobber maken.
Maar desondanks, heren Sturtewagen en Verhoeven, desondanks en zonder de minste ironie, vind ik uw krant, uw weekendeditie met name, een prachtkrant. Wat een aanbod, wat een keuze, wat een weelde. Het is een weergaloze tour de force. Ik denk dat ze nog beter zou zijn mocht u in al uw katernen een klein beetje snoeien, zodat ze wat lichter en compacter wordt zonder daarbij aan kwaliteit te verliezen, maar voorts heb ik geen noemenswaardige bemerkingen over de weekendeditie van De Standaard. In feite, heren Sturtewagen en Verhoeven, levert u op zaterdag immers een waar weekblad af te vergelijken met een rijkelijk met hapjes gevulde tafel op een gratis receptie waarmee de lezer als een VIP naar hartelust zijn meug kan botvieren.
Daarom met veel respect en hoogachting, en volgende zaterdag opnieuw op de afspraak,
Ali
Beste heren Sturtewagen en Verhoeven,
Toen ik gisteren uw krant ging kopen in een plaatselijke slijterij, verbaasde het me wederom hoe veel die weegt, die weekendeditie van u. Ik had er mijn handen mee vol en was blij toen ik ze, thuisgekomen, op mijn bed kon laten neerploffen. Vervolgens scheidde ik alle aparte katernen en schikte ze in volgorde van intrinsieke appreciatie. Dat ging van uw hoofdkatern met politiek, binnen- en buitenland, over Cultuur, uw Standaard Magazine, langs de extra Jobat-bijlage, tot de katernen Reizen en Mens & Economie. Telt u even mee? Dat zijn zes katernen, allen tesamen goed voor om en bij de 300 pagina's, een ruwe schatting moet gezegd, waarbij ik doodsberichten, beursberichten, reclame en seintjes meereken. Maar toch. Wanneer wilt u dat ik dat allemaal ga lezen?
Vol goeie moed, zoals dat dan heet, begon ik vooraan met uw coverstory over onze aanslepende politieke crisis en het rapport van ratingbureau Standard & Poor's dat er zit aan te komen. Enige tijd later had ik, al die tijd gezeten in de lentezon, uw politieke pagina's doorploeterd en was ik eerlijkheidshalve toe aan iets anders. De Wever, Di Rupo, Beke,.. Ik begrijp dat u uw werk moet doen, maar begrijpt u ook dat ik maar één zaterdag per week heb en daarop ook nog wat naar lichtere verstrooiing zoek. Derhalve was ik waarschijnlijk aan het juiste adres geweest bij uw Magazine en uw katern Reizen, maar daar ben ik, we schrijven zondag, ook nog niet aan toe gekomen. Het is te veel, heren Sturtewagen en Verhoeven. Ik zal uw krant morgen bij het oud papier moeten gooien, zoals ik ook een drie dagen oud brood in een vuilzak kieper.
En dat is doodzonde! Ik blader door uw krant en stoot op tal van artikels, opiniestukken en columns waar ik onmiddellijk mijn tanden in wil zetten. 'Parbleu' van Jo Van Damme, bijvoorbeeld, over de nieuwbakken en spraakmakende Vlaams-nationalist Vic Van Aelst, om er maar een te noemen, of op de pagina daaraan voorafgaand een opiniestuk van Luc Van Doorslaer over een frappante uitspraak van diezelfde Van Aelst. Ik blader nog verder naar voren in uw hoofdkatern en beland bij de column van professor en media watchdog Geert Buelens, altijd zeer interessant en accuraat wat die man te vertellen heeft. Daarnaast staat een lang afgedrukt stuk van gerespecteerd auteur Geert Mak over Europa. Op pagina 44 vervolgens een ander lang stuk, dit keer van de hand van Marc Reynebeau, over Osama bin Laden, 'Dat hij dood is weten we al'; ik keek daarbij bijna de column van Tom Naegels over het hoofd, een van mij meest geliefde columnisten, parbleu!
Zéér interessant lijkt me ook het interview met de intussen in Vlaams-nationalistische kringen vermaarde Theodore Dalrymple, het lichtend voorbeeld van Bart De Wever. Op uw voorpagina lees ik tevens dat deze Dalrymple voortaan een nieuwe columnist zal worden voor uw blad wat ik bijzonder opmerkelijk vind en waarbij ik zonder gegronde redenen meteen gemengde gevoelens heb. Bart De Wevers goeroe die op gezette tijdstippen zijn conservatieve mening in uw krant mag laten afdrukken. U zal er ongetwijfeld brood in zien en ik moet toegeven dat ook ik zijn stukken op de voet zal trachten te volgen, mocht ik al die interessante bijdragen in uw krant tenminste gelezen krijgen, wat zoals reeds uitvoerig aangehaald momenteel helaas niet het geval is. Blader ik nog meer naar voren, word ik met mijn neus op een foto van de brandende Twin Towers gedrukt. Het bijhorende artikel handelt, weinig verrassend, over Osama bin Laden en zal wellicht weinig nieuws aan het licht brengen, maar desalniettemin is mijn nieuwsgierigheid gewekt. Dat komt wellicht ook door uw wervende streamer 'De beelden wennen nooit', wat mij betreft een waarheid als een koe want 9/11 is nog steeds de gebeurtenis die het meeste indruk op mij heeft gemaakt in mijn nog jonge leven.
U sluit uw buitenlandpagina's af - u opent, moet ik zeggen, want ik doorblader uw krant in omgekeerde richting - met een portret van wat je schijnbaar, ik wierp er slechts een vluchtige blik op dus excuses als ik er naast zit, 'de gemiddelde Pakistaan' zou kunnen noemen en een stuk over de Republikeinen die in de Verenigde Staten Obama het vuur aan de schenen blijven leggen. Beide zeer lezenswaardig, daar twijfel ik niet aan, maar wanneer heren Sturtewagen en Verhoeven, zeg mij wanneer ik dat alles moet lezen. Ik heb het nog niet eens over het grootste deel van uw binnenlandpagina's gehad en dan wil ik zelfs nog niet dénken aan die andere katernen die van uw weekendeditie zo'n loodzware dobber maken.
Maar desondanks, heren Sturtewagen en Verhoeven, desondanks en zonder de minste ironie, vind ik uw krant, uw weekendeditie met name, een prachtkrant. Wat een aanbod, wat een keuze, wat een weelde. Het is een weergaloze tour de force. Ik denk dat ze nog beter zou zijn mocht u in al uw katernen een klein beetje snoeien, zodat ze wat lichter en compacter wordt zonder daarbij aan kwaliteit te verliezen, maar voorts heb ik geen noemenswaardige bemerkingen over de weekendeditie van De Standaard. In feite, heren Sturtewagen en Verhoeven, levert u op zaterdag immers een waar weekblad af te vergelijken met een rijkelijk met hapjes gevulde tafel op een gratis receptie waarmee de lezer als een VIP naar hartelust zijn meug kan botvieren.
Daarom met veel respect en hoogachting, en volgende zaterdag opnieuw op de afspraak,
Ali
maandag 2 mei 2011
Enkele percentjes zijn net genoeg
Een liefdesbrief zal ik je niet schrijven, het idee alleen al, maar een naar je aandacht hengelende brief, die wel. Zonder dat je 'm ooit te lezen krijgt welteverstaan. Het idee alleen al. Een naar je aandacht hengelende brief die jij ook te lezen zou krijgen. Dat niet. Dat nooit.
Als ik bij jou ben weet ik helemaal zeker dat ik hetero ben. Wat niet wegneemt dat ik ooit een dag verliefd ben geweest op een jongen. Hij was ook in mij geïnteresseerd, want hij wilde met me dansen. Rock'n'rollen meer bepaald, hij volgde een cursus in avondschool. Hij legde me over zijn knie, maar liet me bijna vallen. Hij was een eerstejaars en had nog veel te leren. Om zich te excuseren aaide hij me over mijn bol en gaf hij me aandacht. Eén dag lang was hij een beetje mijn god.
Later vernam ik dat hij biseksueel was. Of mijn bron welingelicht was betwijfel ik, maar ik stak het nieuwsje wel in mijn hoofd, en daar zit het dus nog. Ik vond dat erg jammer, van zijn bi-zijn. Hij was een gezworen hetero, een bink. Een mooie jongen met vele vaardigheden. Ik heb hem al heel lang niet meer gezien.
Waarom vertel ik je dit? Om een muur te slopen, denk ik. Een muur van onzekerheid en schaamte. Ik vertel je eender wat, schrijf je wat ik wil. Je komt dit toch niet te weten.
Het scheelt slechts enkele percentjes, om je de waarheid te zeggen. Ik weet dat het wat ongevoelig klinkt om het zo uit te drukken, maar ik moét. Als ik zeg dat je een mooi jasje draagt en je leuke schoenen hebt, dan daag ik die procentjes uit, dan schuiven ze misschien op naar de verkeerde kant. Want ja, er is een verkeerde kant. Een totaal verkeerde kant.
Ik beeld me in dat ik verliefd ben op jou. Dat zou me niet bepaald gelukkig maken. Ik zou niet meer weten waar ik moest lopen, hoe ik je kan vermijden. Ik zou flauw doen en jij zou alles merken. Laat ik er maar niet over nadenken, het is niet aan de orde. Ik heb een stevige buffer opgebouwd omdat jij me daartoe alle kansen hebt gegeven. Omdat je helemaal niet bent zoals ik wil dat je bent, al hoef jij dat niet te weten. Beeld je in. Au fond zijn wij twee veel te verschillende mensen.
Als ik verliefd ben, ben ik op m'n slechst, dat geef ik grif toe, ook al heb jij er niks aan. Ik heb er zelf iets aan, dat is genoeg. Is het niet grappig dat je er niet voor kan oefenen, voor verliefd zijn? Dat je er niet aan kan werken? Ik ben al jaren niet meer verliefd geweest, ik kan het zelf ook niet geloven, en toch. En toch weet ik dat het niks voor mij is. Misschien daarom. Bij jou ben ik ook niet op m'n best, je mag dat weten, maar slecht ben ik ook niet. Hoogstens wat saai, maar daarvoor hebben we de zekerheidsvermijding nog. Daarover zijn we het eens.
Ten slotte heb ik nog een vraagje of een tip, afhankelijk van hoe je het bekijkt, en mijn excusus als het raar of zelfs grof over komt, maar je leest dit toch niet. Misschien is het een ideetje als je eens naar de kapper zou gaan. Dat zou het mij wel makkelijker maken, want die lange zwarte krullen, daar kan ik moeilijk aan weerstaan.
Als ik bij jou ben weet ik helemaal zeker dat ik hetero ben. Wat niet wegneemt dat ik ooit een dag verliefd ben geweest op een jongen. Hij was ook in mij geïnteresseerd, want hij wilde met me dansen. Rock'n'rollen meer bepaald, hij volgde een cursus in avondschool. Hij legde me over zijn knie, maar liet me bijna vallen. Hij was een eerstejaars en had nog veel te leren. Om zich te excuseren aaide hij me over mijn bol en gaf hij me aandacht. Eén dag lang was hij een beetje mijn god.
Later vernam ik dat hij biseksueel was. Of mijn bron welingelicht was betwijfel ik, maar ik stak het nieuwsje wel in mijn hoofd, en daar zit het dus nog. Ik vond dat erg jammer, van zijn bi-zijn. Hij was een gezworen hetero, een bink. Een mooie jongen met vele vaardigheden. Ik heb hem al heel lang niet meer gezien.
Waarom vertel ik je dit? Om een muur te slopen, denk ik. Een muur van onzekerheid en schaamte. Ik vertel je eender wat, schrijf je wat ik wil. Je komt dit toch niet te weten.
Het scheelt slechts enkele percentjes, om je de waarheid te zeggen. Ik weet dat het wat ongevoelig klinkt om het zo uit te drukken, maar ik moét. Als ik zeg dat je een mooi jasje draagt en je leuke schoenen hebt, dan daag ik die procentjes uit, dan schuiven ze misschien op naar de verkeerde kant. Want ja, er is een verkeerde kant. Een totaal verkeerde kant.
Ik beeld me in dat ik verliefd ben op jou. Dat zou me niet bepaald gelukkig maken. Ik zou niet meer weten waar ik moest lopen, hoe ik je kan vermijden. Ik zou flauw doen en jij zou alles merken. Laat ik er maar niet over nadenken, het is niet aan de orde. Ik heb een stevige buffer opgebouwd omdat jij me daartoe alle kansen hebt gegeven. Omdat je helemaal niet bent zoals ik wil dat je bent, al hoef jij dat niet te weten. Beeld je in. Au fond zijn wij twee veel te verschillende mensen.
Als ik verliefd ben, ben ik op m'n slechst, dat geef ik grif toe, ook al heb jij er niks aan. Ik heb er zelf iets aan, dat is genoeg. Is het niet grappig dat je er niet voor kan oefenen, voor verliefd zijn? Dat je er niet aan kan werken? Ik ben al jaren niet meer verliefd geweest, ik kan het zelf ook niet geloven, en toch. En toch weet ik dat het niks voor mij is. Misschien daarom. Bij jou ben ik ook niet op m'n best, je mag dat weten, maar slecht ben ik ook niet. Hoogstens wat saai, maar daarvoor hebben we de zekerheidsvermijding nog. Daarover zijn we het eens.
Ten slotte heb ik nog een vraagje of een tip, afhankelijk van hoe je het bekijkt, en mijn excusus als het raar of zelfs grof over komt, maar je leest dit toch niet. Misschien is het een ideetje als je eens naar de kapper zou gaan. Dat zou het mij wel makkelijker maken, want die lange zwarte krullen, daar kan ik moeilijk aan weerstaan.
zondag 12 december 2010
Caroline
Hoe kon je in godsnaam raden dat ik een steenbok ben, Caroline? Of nee, je hebt dat niet geraden, ik had je gezegd wanneer ik jarig ben en toen zei je dat ik dan wel een waterman moest zijn. Maar ik ben een steenbok en toen zei je dat je dat wel aan mij kon zien. Ik vroeg waaraan je dat kon zien maar een diepgaande analyse zat er niet meer in, daarvoor was het al te laat. Je zei dat steenbokken niet van hun lijn afwijken en dat je aan mij kon merken dat ik niet van mijn lijn afwijk. Dat vond ik wel fijn om te horen.
Jij bent een schorpioen en met schorpioenen moet je opletten. Ik zou nooit geraden hebben dat je een schorpioen bent, daarvoor kennen we elkaar niet goed genoeg. Je vertelde over tweelingen, kreeften en je zus die een weegschaal is. Daarom kom je niet met haar overeen, zei je. Je ascendant is ram en ik maakte daar een stom grapje over dat ik me gelukkig niet meer herinner.
Hoe kon je in godsnaam raden dat ik Freinetonderwijs heb gevolgd, Caroline? Daar was ik wel van onder de indruk. Je zei het geheel out of the blue alsof je me in een oogopslag had doorgelicht. Je hebt readaptatiewetenschappen gestudeerd en louter op basis daarvan raadde je dat ik in de lagere school Freinetonderwijs heb gevolgd. Ik vroeg waarop je je baseerde. Ik drong aan. Je hulde je in mysterie. En toen zei je dat ik vrijer sprak dan anderen, dat ik meer mezelf durfde zijn en minder compromissen maak. Ik was verheugd, al dan niet terecht. Als iedereen dat aan me kan zien, komt alles goed. Welja. Je hebt natuurlijk gestudeerd om dat aan mij te kunnen zien en de anderen niet.
We hadden het over jonge twintigers die in Ikea kastjes kopen met namen als Karsten of Norman. Daar moesten we om lachen. Ik zei dat ik zat was maar niet van de drank. Wel van de rode spots en het kot in de nacht. Jij was ook niet zat want je kon nog fietsen.
Tot in februari misschien. Dan komt er een buikdanseres. Eerst goed blokken voor je examens. Ik zal mij in de tussentijd toeleggen op de astrologie en op mijn Franse vocabulaire. Ik moet de namen van de bomen en de bloemen kennen, zo demotiverend. Jij zal waarschijnlijk wel vergeten dat je gezegd hebt dat je me zal helpen bij het zoeken naar een job. Je zei enge dingen als: "Je moet er wel voor zorgen dat het RVA niet achter je aan gaat zitten." Je zei dat ik een tiental brieven per week moet schrijven, maar toen ik zei dat ik nog geen tien brieven op drie maanden schrijf, vond je dat ook oké. Ik moest het zelf maar aanvoelen.
Niet dat het er toe doet maar het was niet duidelijk of je lesbisch bent of niet. Toen het er en passant over ging lachte je alsof ik iets onnozels had gezegd. Ik vroeg denk ik alleen maar of je een vriend hebt. Niet dus. Wat doet het er ook toe.
Tot in februari misschien. Dan komt er een buikdanseres. Ik schrijf het alvast op een post-it. We spreken af op diezelfde barkrukken.
Jij bent een schorpioen en met schorpioenen moet je opletten. Ik zou nooit geraden hebben dat je een schorpioen bent, daarvoor kennen we elkaar niet goed genoeg. Je vertelde over tweelingen, kreeften en je zus die een weegschaal is. Daarom kom je niet met haar overeen, zei je. Je ascendant is ram en ik maakte daar een stom grapje over dat ik me gelukkig niet meer herinner.
Hoe kon je in godsnaam raden dat ik Freinetonderwijs heb gevolgd, Caroline? Daar was ik wel van onder de indruk. Je zei het geheel out of the blue alsof je me in een oogopslag had doorgelicht. Je hebt readaptatiewetenschappen gestudeerd en louter op basis daarvan raadde je dat ik in de lagere school Freinetonderwijs heb gevolgd. Ik vroeg waarop je je baseerde. Ik drong aan. Je hulde je in mysterie. En toen zei je dat ik vrijer sprak dan anderen, dat ik meer mezelf durfde zijn en minder compromissen maak. Ik was verheugd, al dan niet terecht. Als iedereen dat aan me kan zien, komt alles goed. Welja. Je hebt natuurlijk gestudeerd om dat aan mij te kunnen zien en de anderen niet.
We hadden het over jonge twintigers die in Ikea kastjes kopen met namen als Karsten of Norman. Daar moesten we om lachen. Ik zei dat ik zat was maar niet van de drank. Wel van de rode spots en het kot in de nacht. Jij was ook niet zat want je kon nog fietsen.
Tot in februari misschien. Dan komt er een buikdanseres. Eerst goed blokken voor je examens. Ik zal mij in de tussentijd toeleggen op de astrologie en op mijn Franse vocabulaire. Ik moet de namen van de bomen en de bloemen kennen, zo demotiverend. Jij zal waarschijnlijk wel vergeten dat je gezegd hebt dat je me zal helpen bij het zoeken naar een job. Je zei enge dingen als: "Je moet er wel voor zorgen dat het RVA niet achter je aan gaat zitten." Je zei dat ik een tiental brieven per week moet schrijven, maar toen ik zei dat ik nog geen tien brieven op drie maanden schrijf, vond je dat ook oké. Ik moest het zelf maar aanvoelen.
Niet dat het er toe doet maar het was niet duidelijk of je lesbisch bent of niet. Toen het er en passant over ging lachte je alsof ik iets onnozels had gezegd. Ik vroeg denk ik alleen maar of je een vriend hebt. Niet dus. Wat doet het er ook toe.
Tot in februari misschien. Dan komt er een buikdanseres. Ik schrijf het alvast op een post-it. We spreken af op diezelfde barkrukken.
zondag 19 september 2010
Bart De Wever, oftewel een pens van een mens
Bart De Wever, ik ben u zo beu. Vond ik u eerst nog een clevere, bijzonder eloquente, zelfs 'postmoderne' politicus, dan heb ik nu enkel nog oog voor uw vadsige pens - cru, maar hoe moet ik uw buik anders benoemen? - en uw steeds populistischer wordende uitspraken, die u immer debiteert op die ironisch laconieke manier waarop u inmiddels ongetwijfeld een patent hebt en die ons vertelt dat u neerkijkt op uw 'partners aan de onderhandelingstafel'.
Natuurlijk slechts mijn interpretatie, maar ik ben u dus beu en dat is doorgaans geen goede basis voor objectiviteit. Ik stel me trouwens voor dat u zelf dat onderhandelen ook stilaan beu raakt. Dat is des mensen, zoals ook het afglijden naar populisme en gratuite veralgemeningen des mensen is wanneer men politiek in het nauw gedreven wordt. Ik vermoed ook dat u gewoon doodmoe bent ondertussen. Honderd dagen lang (met die pens) van hot naar her sjokken. Denk aan uw hart, zou ik zeggen. Echt waar: denk aan uw hart. En aan uw kinderen.
Maar tot op heden houdt u zich kranig en blijft u lustig ironisch laconiek doen. Op schampere toon, met die scheve mond van u en bijna grinnikend, vertelt u quasi smalend - adjectieven te weinig om uw manier van praten te beschrijven - dat u de voorstellen van 'de Franstaligen' "aan de straatstenen niet verkocht krijgt". In naam van alle Vlamingen - zo heet dat nu al een tijdje - protesteert u zonder uw stem te verheffen tegen - ik probeer ook maar uw gezichtsuitdrukking te interpreteren wanneer u dat soort uitspraken doet - 'die vreemde, nogal grappige, Franstaligen met hun totaal ontoereikende voorstellen, die zo bijzonder ontoereikend zijn omdat ze doodsbang zijn voor de concrete gevolgen van zo'n grote staatshervorming voor Wallonië, waar wij nationalistische Vlamingen vanzelfsprekend niks mee te maken hebben en dus geen rekening mee moeten houden'. Als u zich goed voelt durft u zelfs met uw ogen te rollen om zo in een nanoseconde uw woorden en gezichtsuitdrukking nog eens te vertalen voor alle provinciale simpelaars die blind en volstrekt zonder te weten waarom op u gestemd hebben.
("Den Bart rolt met zijn ogen. 't Zal weer ambras geweest zijn met de Walen.")
Die uitdrukking op uw gezicht lijkt me tevens vergelijkbaar met de manier waarop u zou reageren mocht u in uw favoriete kebabzaak om een kleine friet met andalouse vragen, om vervolgens een medium friet met curryketchup voorgeschoteld te krijgen. Die verstrooide, totaal overwerkte Turken zouden beter eens een avondje sluiten, denkt u dan misschien. En: voor één keer is 't oké, maar ze moeten er natuurlijk geen gewoonte van maken.
Zoals 'de Walen' er maar beter geen gewoonte van maken om zich te verzetten tegen uw partijprogramma, oftewel 'het Vlaamse eisenpakket'. Hoe lang moet het nog duren voor die Walen door de knieën gaan, zie ik u denken, maar ik vermoed dat het toch vooral aan u zal liggen als de onderhandelingen nog heel lang zullen duren. Vergeet ook niet dat een land zich nog met andere dingen moet bezighouden dan enkel maar met de splitsing van een arrondissement of met een financieringswet. Wouter Van Besien merkte terecht op dat er in Brussel bijvoorbeeld massa's dakloze migranten rondlopen en dat daar zolang er geen regering is nauwelijks iets aan gedaan kan worden. Elk zijn prioriteiten wellicht.
Ten slotte wil ik ook nadrukkelijk zeggen dat ik niet bij 'de Vlamingen' hoor, waar u het over heeft. Mij vertegenwoordigt u niet, zelfs al acht ik u een bekwaam politicus. Ik heb andere ideeën, maar belangrijker is nog dat ik me totaal niet herken in - laat ik me ook eens aan een misplaatste veralgemening wagen - 'de N-VA'er'. Met Geert Bourgeois of Frieda Brepoels noem ik natuurlijk namen waarmee geen enkele drieëntwintigjarige zich associeert, althans dat mag ik hopen, maar ook in uw jongere partijgenoten vind ik mezelf niet terug.
Zo strak, zo serieus, zo gespannen, zo rechts en conservatief. Het zal wel mijn hoogstpersoonlijke indruk zijn. Hoe dan ook, ik ga in politici op zoek naar mensen met wie ik me qua uiterlijk en gedrag wél associeer. Een beetje losser, een beetje meer humor - ja, daarin bent u binnen uw partij uiteraard een uitzondering, al mag ik ook Siegfried Bracke niet over het hoofd zien - en een beetje minder rigide. Voor mij hoeft Vlaanderen namelijk geen versterkte burcht te zijn ofzo. Bovendien voel ik me niet eens een Vlamingen. Wel een Leuvenaar, een Belg en een West-Europeaan.
In die hoedanigheid groet ik u en raad ik u aan iets gezonder te gaan eten of u stikt nog in uw gegrinnik. Mens sanum in corpore sane, weet u wel.
Natuurlijk slechts mijn interpretatie, maar ik ben u dus beu en dat is doorgaans geen goede basis voor objectiviteit. Ik stel me trouwens voor dat u zelf dat onderhandelen ook stilaan beu raakt. Dat is des mensen, zoals ook het afglijden naar populisme en gratuite veralgemeningen des mensen is wanneer men politiek in het nauw gedreven wordt. Ik vermoed ook dat u gewoon doodmoe bent ondertussen. Honderd dagen lang (met die pens) van hot naar her sjokken. Denk aan uw hart, zou ik zeggen. Echt waar: denk aan uw hart. En aan uw kinderen.
Maar tot op heden houdt u zich kranig en blijft u lustig ironisch laconiek doen. Op schampere toon, met die scheve mond van u en bijna grinnikend, vertelt u quasi smalend - adjectieven te weinig om uw manier van praten te beschrijven - dat u de voorstellen van 'de Franstaligen' "aan de straatstenen niet verkocht krijgt". In naam van alle Vlamingen - zo heet dat nu al een tijdje - protesteert u zonder uw stem te verheffen tegen - ik probeer ook maar uw gezichtsuitdrukking te interpreteren wanneer u dat soort uitspraken doet - 'die vreemde, nogal grappige, Franstaligen met hun totaal ontoereikende voorstellen, die zo bijzonder ontoereikend zijn omdat ze doodsbang zijn voor de concrete gevolgen van zo'n grote staatshervorming voor Wallonië, waar wij nationalistische Vlamingen vanzelfsprekend niks mee te maken hebben en dus geen rekening mee moeten houden'. Als u zich goed voelt durft u zelfs met uw ogen te rollen om zo in een nanoseconde uw woorden en gezichtsuitdrukking nog eens te vertalen voor alle provinciale simpelaars die blind en volstrekt zonder te weten waarom op u gestemd hebben.
("Den Bart rolt met zijn ogen. 't Zal weer ambras geweest zijn met de Walen.")
Die uitdrukking op uw gezicht lijkt me tevens vergelijkbaar met de manier waarop u zou reageren mocht u in uw favoriete kebabzaak om een kleine friet met andalouse vragen, om vervolgens een medium friet met curryketchup voorgeschoteld te krijgen. Die verstrooide, totaal overwerkte Turken zouden beter eens een avondje sluiten, denkt u dan misschien. En: voor één keer is 't oké, maar ze moeten er natuurlijk geen gewoonte van maken.
Zoals 'de Walen' er maar beter geen gewoonte van maken om zich te verzetten tegen uw partijprogramma, oftewel 'het Vlaamse eisenpakket'. Hoe lang moet het nog duren voor die Walen door de knieën gaan, zie ik u denken, maar ik vermoed dat het toch vooral aan u zal liggen als de onderhandelingen nog heel lang zullen duren. Vergeet ook niet dat een land zich nog met andere dingen moet bezighouden dan enkel maar met de splitsing van een arrondissement of met een financieringswet. Wouter Van Besien merkte terecht op dat er in Brussel bijvoorbeeld massa's dakloze migranten rondlopen en dat daar zolang er geen regering is nauwelijks iets aan gedaan kan worden. Elk zijn prioriteiten wellicht.
Ten slotte wil ik ook nadrukkelijk zeggen dat ik niet bij 'de Vlamingen' hoor, waar u het over heeft. Mij vertegenwoordigt u niet, zelfs al acht ik u een bekwaam politicus. Ik heb andere ideeën, maar belangrijker is nog dat ik me totaal niet herken in - laat ik me ook eens aan een misplaatste veralgemening wagen - 'de N-VA'er'. Met Geert Bourgeois of Frieda Brepoels noem ik natuurlijk namen waarmee geen enkele drieëntwintigjarige zich associeert, althans dat mag ik hopen, maar ook in uw jongere partijgenoten vind ik mezelf niet terug.
Zo strak, zo serieus, zo gespannen, zo rechts en conservatief. Het zal wel mijn hoogstpersoonlijke indruk zijn. Hoe dan ook, ik ga in politici op zoek naar mensen met wie ik me qua uiterlijk en gedrag wél associeer. Een beetje losser, een beetje meer humor - ja, daarin bent u binnen uw partij uiteraard een uitzondering, al mag ik ook Siegfried Bracke niet over het hoofd zien - en een beetje minder rigide. Voor mij hoeft Vlaanderen namelijk geen versterkte burcht te zijn ofzo. Bovendien voel ik me niet eens een Vlamingen. Wel een Leuvenaar, een Belg en een West-Europeaan.
In die hoedanigheid groet ik u en raad ik u aan iets gezonder te gaan eten of u stikt nog in uw gegrinnik. Mens sanum in corpore sane, weet u wel.
woensdag 30 juni 2010
Kaia!
Lieve Kaia,
Nu, verschillende uren na de wedstrijd, ben ik er wel ongeveer overheen, maar het heeft me pijn gedaan. Je had vier of vijf matchpunten, Kaia! Ik bleef zitten voor jou toen je op het punt stond de match te winnen in de tiebreak van de tweede set. Ik belde mijn moeder om te zeggen dat ik later zou komen, ik wilde je zien winnen. Maar je verloor die tweede set. In de derde set stormde je naar 4-0, alles leek in kannen en kruiken. Maar je werd zenuwachtig en ik voelde het aankomen. Ik ben blij dat ik het laatste game niet meer heb moeten zien.
Kaia! Ik heb je zo gesteund, je moest eens weten. Je hebt een Belgische fan, Kaia. Ik heet Alexander en ik vind jou een schattig log dikkertje. Ik vind dat je op een boerendochter lijkt en ik hoop dat je, wanneer je niet tennist, koeien aan het melken bent. Mocht blijken dat dat boerderijgebeuren niet klopt, dan zal ik eventjes teleurgesteld zijn, maar ik steun je door dik en dun. Ook na vandaag, Kaia.
Wil je weten waarom ik, een Belgische jongen die niet eens van vrouwentennis houdt, er jou heb uitgekozen? Omdat je een leuke naam hebt - Kaia Kanepi, het klinkt als een strijdkreet, - omdat je uit Estland afkomstig bent - ik steun bijna onvaarwaardelijk mensen uit de Baltische staten - en omdat dat heerlijk logge lijf van je me door onbewuste associaties bijzonder charmeert.
Zal ik eens proberen na te gaan waar die associaties dan wel vandaan mogen komen? Ik denk aan jou en ik denk aan koeien - maar dat wist je al, - Schanulleke, in een Suske en Wiske-verhaal waarin Schanulleke reuzachtig groot wordt. Ik denk ook aan kindjes, kleine bengels met pruillippen en wilde plannen om hun mama's te omzeilen. Ik vind je gewoon zo ontzettend schatiig, Kaia. Je bent te groot en te dik om te tennissen, maar je ziet eruit als een mokkend meisje van een jaar of tien dat net te horen heeft gekregen dat ze vanavond niet mag opblijven voor "Witse" ofzo. En als je blij bent trek je een gezicht alsof je van je ouders een dvd-box van Bumba cadeau hebt gekregen.
Spijtig dus wat er vandaag gebeurd is, je zal het met me eens zijn dat het nooit had mogen gebeuren; dit is een goeie les voor de toekomst. Maar, Kaia, ik steun je nog steeds, er is niks veranderd aan mijn initiële appreciatie voor jou. Als ik deze zomer in Estland ben, probeer ik in jouw geboortestreek te passeren. Dan kom ik weer wat meer over jou te weten, jij, mijn favoriete tennisspeelster.
Groet!
Alexander
Nu, verschillende uren na de wedstrijd, ben ik er wel ongeveer overheen, maar het heeft me pijn gedaan. Je had vier of vijf matchpunten, Kaia! Ik bleef zitten voor jou toen je op het punt stond de match te winnen in de tiebreak van de tweede set. Ik belde mijn moeder om te zeggen dat ik later zou komen, ik wilde je zien winnen. Maar je verloor die tweede set. In de derde set stormde je naar 4-0, alles leek in kannen en kruiken. Maar je werd zenuwachtig en ik voelde het aankomen. Ik ben blij dat ik het laatste game niet meer heb moeten zien.
Kaia! Ik heb je zo gesteund, je moest eens weten. Je hebt een Belgische fan, Kaia. Ik heet Alexander en ik vind jou een schattig log dikkertje. Ik vind dat je op een boerendochter lijkt en ik hoop dat je, wanneer je niet tennist, koeien aan het melken bent. Mocht blijken dat dat boerderijgebeuren niet klopt, dan zal ik eventjes teleurgesteld zijn, maar ik steun je door dik en dun. Ook na vandaag, Kaia.Wil je weten waarom ik, een Belgische jongen die niet eens van vrouwentennis houdt, er jou heb uitgekozen? Omdat je een leuke naam hebt - Kaia Kanepi, het klinkt als een strijdkreet, - omdat je uit Estland afkomstig bent - ik steun bijna onvaarwaardelijk mensen uit de Baltische staten - en omdat dat heerlijk logge lijf van je me door onbewuste associaties bijzonder charmeert.
Zal ik eens proberen na te gaan waar die associaties dan wel vandaan mogen komen? Ik denk aan jou en ik denk aan koeien - maar dat wist je al, - Schanulleke, in een Suske en Wiske-verhaal waarin Schanulleke reuzachtig groot wordt. Ik denk ook aan kindjes, kleine bengels met pruillippen en wilde plannen om hun mama's te omzeilen. Ik vind je gewoon zo ontzettend schatiig, Kaia. Je bent te groot en te dik om te tennissen, maar je ziet eruit als een mokkend meisje van een jaar of tien dat net te horen heeft gekregen dat ze vanavond niet mag opblijven voor "Witse" ofzo. En als je blij bent trek je een gezicht alsof je van je ouders een dvd-box van Bumba cadeau hebt gekregen.
Spijtig dus wat er vandaag gebeurd is, je zal het met me eens zijn dat het nooit had mogen gebeuren; dit is een goeie les voor de toekomst. Maar, Kaia, ik steun je nog steeds, er is niks veranderd aan mijn initiële appreciatie voor jou. Als ik deze zomer in Estland ben, probeer ik in jouw geboortestreek te passeren. Dan kom ik weer wat meer over jou te weten, jij, mijn favoriete tennisspeelster.
Groet!
Alexander
zaterdag 23 januari 2010
Beginnend gemis
Lieve W.,
Ik ga je missen als je er over enkele dagen niet meer bent. Ik zal de manier missen waarop je je hoofd om de deur steekt, met die half-ironische glimlach, die verraadt dat je het allemaal behoorlijk 'curieus' vindt. Of je rode jasje dat je mooier maakt dan je misschien bent. Al ben je echt wel mooi, W., of een beter woord is misschien schattig. Je bent ongelooflijk schattig door je gedrag, de manier waarop je die vreemde taal spreekt, de manier waarop je me meermaals bedankt nadat ik niks in het bijzonders heb gedaan, de manier waarop je beteuterd kijkt of waarop je 'guitenstreken' uithaalt.
Toen je ontgoocheld was wilde ik je troosten. Ik moest me inhouden om mijn arm niet om je schouder te leggen, om je hoofd niet aan mijn borst te drukken. Je kon alle steun gebruiken, dat zag ik. In dat verre, vreemde land waar niet alles altijd op wieltjes voor je loopt. Maar je was moedig en dat maakt je nog leuker: de volgende dag was er niets meer aan de hand en streed je weer voor wat je waard was.
Oh, ik ga je missen met je mooie, zwarte haar.
***
Beste E.,
Ik ga je missen. Je mag je voorhoofd fronsen en al wat je wil, maar het is waar. En dat je zelf eigenlijk ook niet echt wil vertrekken, zoals je zei, maakt het natuurlijk nog jammerder.
Ik heb zelden iemand zo kokket weten zijn en nooit heb ik 'kokketerigheid' leuker gevonden dan wanneer jij het was. Met je nieuwe groene trui die je heel mooi maakt en je gezicht dat gladder is dan eender welk gezicht ik ooit zag. Blij dat ik je nog heb kunnen complimenteren over die trui, trouwens. Als ik het niet had gedaan, had dat aangevoeld als een gemiste blijk van genegenheid. Het zou in mijn hoofd blijven hangen zijn.
Ook die zakelijkheid van je, gecombineerd met die energie en 'goesting'. Je hebt alles om 'een grote' te worden E.. Succesvol in een functie die je op het lijf geschreven is. Liefst leidinggevend, zoals je me vertelde, waarop ik een smalend glimlachje moest onderdrukken. Zoals ik een smalend glimlachje moest onderdrukken toen je eerlijk toegaf ambitieus te zijn, als in aardig wat geld willen verdienen. Niettemin vind ik je heel leuk en accepteer ik alles van je. Zoals je zonder schroom bent wie je bent. Zoals je je op je best - en dat is behoorlijk goed - toont. Zoals je van serieus naar heel onnozel kan gaan in een oogwenk. Zoals dat alles mijn hoofdje net niet genoeg aan het tollen heeft gebracht om nu als een puber naar jou te verlangen.
Je 'fladdert' als een vlinder van de ene naar de volgende halte in je leven. Fladder nog eens tot bij mij, als je tijd en zin hebt. En draag je groene trui zo veel als je kunt. Hij zal je nog gelukkiger maken dan je nu misschien al bent.
Ik ga je missen als je er over enkele dagen niet meer bent. Ik zal de manier missen waarop je je hoofd om de deur steekt, met die half-ironische glimlach, die verraadt dat je het allemaal behoorlijk 'curieus' vindt. Of je rode jasje dat je mooier maakt dan je misschien bent. Al ben je echt wel mooi, W., of een beter woord is misschien schattig. Je bent ongelooflijk schattig door je gedrag, de manier waarop je die vreemde taal spreekt, de manier waarop je me meermaals bedankt nadat ik niks in het bijzonders heb gedaan, de manier waarop je beteuterd kijkt of waarop je 'guitenstreken' uithaalt.
Toen je ontgoocheld was wilde ik je troosten. Ik moest me inhouden om mijn arm niet om je schouder te leggen, om je hoofd niet aan mijn borst te drukken. Je kon alle steun gebruiken, dat zag ik. In dat verre, vreemde land waar niet alles altijd op wieltjes voor je loopt. Maar je was moedig en dat maakt je nog leuker: de volgende dag was er niets meer aan de hand en streed je weer voor wat je waard was.
Oh, ik ga je missen met je mooie, zwarte haar.
***
Beste E.,
Ik ga je missen. Je mag je voorhoofd fronsen en al wat je wil, maar het is waar. En dat je zelf eigenlijk ook niet echt wil vertrekken, zoals je zei, maakt het natuurlijk nog jammerder.
Ik heb zelden iemand zo kokket weten zijn en nooit heb ik 'kokketerigheid' leuker gevonden dan wanneer jij het was. Met je nieuwe groene trui die je heel mooi maakt en je gezicht dat gladder is dan eender welk gezicht ik ooit zag. Blij dat ik je nog heb kunnen complimenteren over die trui, trouwens. Als ik het niet had gedaan, had dat aangevoeld als een gemiste blijk van genegenheid. Het zou in mijn hoofd blijven hangen zijn.
Ook die zakelijkheid van je, gecombineerd met die energie en 'goesting'. Je hebt alles om 'een grote' te worden E.. Succesvol in een functie die je op het lijf geschreven is. Liefst leidinggevend, zoals je me vertelde, waarop ik een smalend glimlachje moest onderdrukken. Zoals ik een smalend glimlachje moest onderdrukken toen je eerlijk toegaf ambitieus te zijn, als in aardig wat geld willen verdienen. Niettemin vind ik je heel leuk en accepteer ik alles van je. Zoals je zonder schroom bent wie je bent. Zoals je je op je best - en dat is behoorlijk goed - toont. Zoals je van serieus naar heel onnozel kan gaan in een oogwenk. Zoals dat alles mijn hoofdje net niet genoeg aan het tollen heeft gebracht om nu als een puber naar jou te verlangen.
Je 'fladdert' als een vlinder van de ene naar de volgende halte in je leven. Fladder nog eens tot bij mij, als je tijd en zin hebt. En draag je groene trui zo veel als je kunt. Hij zal je nog gelukkiger maken dan je nu misschien al bent.
maandag 18 januari 2010
Eén jaar en één dag later
A.,
Mensen die het goed met me voorhebben hebben me gezegd het niet te doen en het gewoon zo te laten, maar ik doe het bij deze nu toch, omdat het er gewoon uit moet. Na - hoeveel zijn het er intussen? - vier à vijf maanden begrijp ik het nog stééds niet en daarom aanvaard ik het ook niet. Er is nooit over gesproken, er was geen duidelijk signaal. Geen eindpunt, geen afspraak, geen laatste groet. Niks.
Alles blijft altijd in het ijle hangen bij jou, niet waar? Onbeslist en half werk. Dat is altijd zo geweest, je keek zelfs de mensen die je graag had niet eens in de ogen. Ik herinner me dat ik al tijden vrij close met je was toen je langs je neus weg zei dat het heel lang duurt vooralleer je iemand als een vriend beschouwt. Dat vond ik op zich geen enkel probleem, maar het zorgde er wel voor dat je op elk moment kon 'ontsnappen', en dat is wat je vier à vijf maanden geleden ook gedaan hebt. Met wel dit verschil: wij wáren vrienden op dat moment. Zeggen dat dat niet zo was, is liegen. We behoorden tot elkaars 'inner circle', hadden heel veel intieme dingen gedeeld en zagen elkaar nog steeds bijzoner vaak, misschien te vaak (en ja, als er iemand was die dat zo expliciet wel eens uitsprak dan was ik het). Heeft dat je zo tegen de borst gestoten misschien? Jij die oh zo graag in conflict gaat over de banaalste onderwerpen, durft nu dit 'belangrijke' conflict niet aan te gaan? Ik doe alsof ik verbaasd ben, maar het is enkel cynisme.
Het begon me allemaal te dagen toen het heel lang stil bleef van jouw kant, nadat ik, toegegeven, zelf ook lang stil was geweest. Natúúrlijk ga ik niet ontkennen dat we afstand nodig hadden om het 'uit te houden'. Er was eerlijk gezegd ook geen sprake van dat we zo close zouden blijven, of toch niet van mijn kant. Maar om daarom zonder enig signaal uit mijn leven te verdwijnen? Dat gaat er bij niet in. Dat is ook gewoon hopeloos fout, naar mijn mening. Heb je dan geen enkele goeie herinnering meer aan mij? Ik heb wél nog een hoop goeie herinneringen aan jou.
Ik schrijf je dit namelijk niet toevallig één jaar en één dag nadat we samen - ja, wij twee - naar mijn mening de leukste avond van 2009 op poten hadden gezet. Je had me over de streep getrokken. Ik wilde het doen en jij zei me het om die reden te doen. Je steunde me en hielp me. Je had er veel zin in en had er achteraf ook helemaal geen spijt van. En ondanks enkele onderhuidse spanningen (van mijn kant, over jou oordeel ik niet) had ik helemaal niet kunnen vermoeden dat wij één jaar en één dag later helemaal niet meer met elkaar zouden omgaan en dat ik je daarom dit soort brief zou schrijven.
Ik vind er geen bal aan en ik betreur het enorm, maar ik zit niet in de put hoor. Ik was niet blij meer met de situatie zoals ze was en ik wilde er dus van af. Ik maakte me er ook in zekere zin van af door jou minder te zien, maar ik had een soort 'LAT-relatie' met jou voor ogen en die zie jij nu klaarblijkelijk niet zitten. Misschien heb jij mijn boodschap anders geïnterpreteerd dan ik ze had bedoeld. Al dan niet moedwillig. Conflicten tussen zender en ontvanger, en ruis op de boodschap, die dingen. Maar ik wéét niet eens of het daaraan ligt. Er is geen discussie mogelijk, zo lijkt. En die ene mail die ik je weken geleden stuurde, liet je onbeantwoord.
Anyway, ook al schrijf ik dit misschien een half jaar nadat ik mijn laatste leuke avond met jou heb beleefd: het zindert nog na in mijn gevoelige brein, ja, maar elke dag iets minder. Ik kan jou ook vergeten zonder al te veel misbaar; ik kan dat ook. Mijn trein heeft een bocht genomen, moest een bocht nemen, en als jij die trein gemist hebt omdat je liever in je bed bleef liggen, omdat het regende die dag of omdat je gewoon de pest hebt aan treinen, dan is dat in essentie oké voor mij. Alleen dat kleine woordje van uitleg, dat heb ik gemist. Als dat er was geweest had ik het helemáál oké kunnen vinden. En je weet dat ik zelf wél uitleg geef bij de dingen, dus daar ligt het in deze niet aan.
Ach, voorbij is het toch en het hoeft ook niet meer terug te komen.
Het ga je goed,
A.
Mensen die het goed met me voorhebben hebben me gezegd het niet te doen en het gewoon zo te laten, maar ik doe het bij deze nu toch, omdat het er gewoon uit moet. Na - hoeveel zijn het er intussen? - vier à vijf maanden begrijp ik het nog stééds niet en daarom aanvaard ik het ook niet. Er is nooit over gesproken, er was geen duidelijk signaal. Geen eindpunt, geen afspraak, geen laatste groet. Niks.
Alles blijft altijd in het ijle hangen bij jou, niet waar? Onbeslist en half werk. Dat is altijd zo geweest, je keek zelfs de mensen die je graag had niet eens in de ogen. Ik herinner me dat ik al tijden vrij close met je was toen je langs je neus weg zei dat het heel lang duurt vooralleer je iemand als een vriend beschouwt. Dat vond ik op zich geen enkel probleem, maar het zorgde er wel voor dat je op elk moment kon 'ontsnappen', en dat is wat je vier à vijf maanden geleden ook gedaan hebt. Met wel dit verschil: wij wáren vrienden op dat moment. Zeggen dat dat niet zo was, is liegen. We behoorden tot elkaars 'inner circle', hadden heel veel intieme dingen gedeeld en zagen elkaar nog steeds bijzoner vaak, misschien te vaak (en ja, als er iemand was die dat zo expliciet wel eens uitsprak dan was ik het). Heeft dat je zo tegen de borst gestoten misschien? Jij die oh zo graag in conflict gaat over de banaalste onderwerpen, durft nu dit 'belangrijke' conflict niet aan te gaan? Ik doe alsof ik verbaasd ben, maar het is enkel cynisme.
Het begon me allemaal te dagen toen het heel lang stil bleef van jouw kant, nadat ik, toegegeven, zelf ook lang stil was geweest. Natúúrlijk ga ik niet ontkennen dat we afstand nodig hadden om het 'uit te houden'. Er was eerlijk gezegd ook geen sprake van dat we zo close zouden blijven, of toch niet van mijn kant. Maar om daarom zonder enig signaal uit mijn leven te verdwijnen? Dat gaat er bij niet in. Dat is ook gewoon hopeloos fout, naar mijn mening. Heb je dan geen enkele goeie herinnering meer aan mij? Ik heb wél nog een hoop goeie herinneringen aan jou.
Ik schrijf je dit namelijk niet toevallig één jaar en één dag nadat we samen - ja, wij twee - naar mijn mening de leukste avond van 2009 op poten hadden gezet. Je had me over de streep getrokken. Ik wilde het doen en jij zei me het om die reden te doen. Je steunde me en hielp me. Je had er veel zin in en had er achteraf ook helemaal geen spijt van. En ondanks enkele onderhuidse spanningen (van mijn kant, over jou oordeel ik niet) had ik helemaal niet kunnen vermoeden dat wij één jaar en één dag later helemaal niet meer met elkaar zouden omgaan en dat ik je daarom dit soort brief zou schrijven.
Ik vind er geen bal aan en ik betreur het enorm, maar ik zit niet in de put hoor. Ik was niet blij meer met de situatie zoals ze was en ik wilde er dus van af. Ik maakte me er ook in zekere zin van af door jou minder te zien, maar ik had een soort 'LAT-relatie' met jou voor ogen en die zie jij nu klaarblijkelijk niet zitten. Misschien heb jij mijn boodschap anders geïnterpreteerd dan ik ze had bedoeld. Al dan niet moedwillig. Conflicten tussen zender en ontvanger, en ruis op de boodschap, die dingen. Maar ik wéét niet eens of het daaraan ligt. Er is geen discussie mogelijk, zo lijkt. En die ene mail die ik je weken geleden stuurde, liet je onbeantwoord.
Anyway, ook al schrijf ik dit misschien een half jaar nadat ik mijn laatste leuke avond met jou heb beleefd: het zindert nog na in mijn gevoelige brein, ja, maar elke dag iets minder. Ik kan jou ook vergeten zonder al te veel misbaar; ik kan dat ook. Mijn trein heeft een bocht genomen, moest een bocht nemen, en als jij die trein gemist hebt omdat je liever in je bed bleef liggen, omdat het regende die dag of omdat je gewoon de pest hebt aan treinen, dan is dat in essentie oké voor mij. Alleen dat kleine woordje van uitleg, dat heb ik gemist. Als dat er was geweest had ik het helemáál oké kunnen vinden. En je weet dat ik zelf wél uitleg geef bij de dingen, dus daar ligt het in deze niet aan.
Ach, voorbij is het toch en het hoeft ook niet meer terug te komen.
Het ga je goed,
A.
vrijdag 13 februari 2009
Ik ben een fan (nu ook in tekstvorm)
Beste P.,
ik ben een fan. Van uw blog en bijgevolg ook van dat deel van uw geest dat die blog van tekst (en foto's) voorziet.
Zoals u vandaag over een vogel schreef, bijvoorbeeld, of hoe u vertelt dat u bij De Slegte een stapel boeken opkocht - boeken die u gelezen hebt en die uw goedkeuring wegdragen - om ze bij gelegenheid één voor één cadeau te doen wanneer u ergens op visite gaat. Het lijkt soms net alsof ik identieke dingen zou doen, mochten ze zich op die manier in mijn leven voordoen. Dan zou ik dus ook die vogel opmerken en daar, letterlijk en figuurlijk, even bij blijven stilstaan. Of althans, dat hoop ik, ik wens het mezelf toe.
Maar misschien beter nog dan uw teksten op zich, is de continuïteit waarmee u ze schrijft. Elke dag, met name, en dat al - zo lijkt het toch - sinds jaar en dag. Daarvoor is heel wat discipline nodig, me dunkt, en het spijt me dat ik 'discipline' in geen enkele context écht een mooi woord vind, want in deze zou het dat mogen zijn. Zou u kunnen stoppen, vraag ik me ook wel eens af, maar daar voeg ik gauw aan toe dat dat zeker niet nodig is, dat stoppen. Gewoon de idee dat u morgen ophoudt: het lijkt wel of die blog met uw leven vergroeid is, zo onmogelijk lijkt het me.
Wat een geluk dus maar, roep ik vanop mijn eigen eilandje met mijn eigen hoogstpersoonlijke url. Ik hou van uw blog en lees 'm elke dag (omdat er elke dag iets te lezen ís). Ik ben ook altijd benieuwd naar wát ik te lezen zal krijgen. Misschien is ook dat van groot belang wanneer ik zeg dat ik uw blog apprecieer: u verrast mij regelmatig. En het is interessant bij u. Het mag gezegd zijn dat u daarin een uitzondering bent.
Een lofzang dus, want ik ben een fan en als ik het opschrijf blijkt dat eens te meer. Mocht ik durven, ik moedigde u aan om uw teksten te bundelen en ze naar een uitgever te brengen. Want ik beeld me in dat ik ze dan op een blauwe maandag gebundeld uit een koopjesbak van De Slegte zou kunnen opvissen en ze mijn beste vriend diezelfde avond nog cadeau zou kunnen doen. Zelf heb ik die bundel dan immers al lang gekocht.
ik ben een fan. Van uw blog en bijgevolg ook van dat deel van uw geest dat die blog van tekst (en foto's) voorziet.
Zoals u vandaag over een vogel schreef, bijvoorbeeld, of hoe u vertelt dat u bij De Slegte een stapel boeken opkocht - boeken die u gelezen hebt en die uw goedkeuring wegdragen - om ze bij gelegenheid één voor één cadeau te doen wanneer u ergens op visite gaat. Het lijkt soms net alsof ik identieke dingen zou doen, mochten ze zich op die manier in mijn leven voordoen. Dan zou ik dus ook die vogel opmerken en daar, letterlijk en figuurlijk, even bij blijven stilstaan. Of althans, dat hoop ik, ik wens het mezelf toe.
Maar misschien beter nog dan uw teksten op zich, is de continuïteit waarmee u ze schrijft. Elke dag, met name, en dat al - zo lijkt het toch - sinds jaar en dag. Daarvoor is heel wat discipline nodig, me dunkt, en het spijt me dat ik 'discipline' in geen enkele context écht een mooi woord vind, want in deze zou het dat mogen zijn. Zou u kunnen stoppen, vraag ik me ook wel eens af, maar daar voeg ik gauw aan toe dat dat zeker niet nodig is, dat stoppen. Gewoon de idee dat u morgen ophoudt: het lijkt wel of die blog met uw leven vergroeid is, zo onmogelijk lijkt het me.
Wat een geluk dus maar, roep ik vanop mijn eigen eilandje met mijn eigen hoogstpersoonlijke url. Ik hou van uw blog en lees 'm elke dag (omdat er elke dag iets te lezen ís). Ik ben ook altijd benieuwd naar wát ik te lezen zal krijgen. Misschien is ook dat van groot belang wanneer ik zeg dat ik uw blog apprecieer: u verrast mij regelmatig. En het is interessant bij u. Het mag gezegd zijn dat u daarin een uitzondering bent.
Een lofzang dus, want ik ben een fan en als ik het opschrijf blijkt dat eens te meer. Mocht ik durven, ik moedigde u aan om uw teksten te bundelen en ze naar een uitgever te brengen. Want ik beeld me in dat ik ze dan op een blauwe maandag gebundeld uit een koopjesbak van De Slegte zou kunnen opvissen en ze mijn beste vriend diezelfde avond nog cadeau zou kunnen doen. Zelf heb ik die bundel dan immers al lang gekocht.
vrijdag 2 januari 2009
Panta rhei, guys
Gelogen, ja, ik heb gelogen. Ik was wél thuis op het moment dat je me belde met de vraag of je mocht langskomen. Maar ik ga je zeggen, ik zag het niet zitten, in een reflex bijna. Ik zei "nee" terwijl ik nochtans van plan was "ja" te zeggen. Bij het ophangen wist ik echter dat ik wel degelijk intentioneel "nee" ging zeggen.
Reden van dat alles: je zou je lief meebrengen. En niet dat ik wat tegen dat meisje heb, - jongens nee, ik zou haar naar een onbewoond eiland meenemen - maar ik ben wat uitgekeken op dat saaie, rustige, wij-zijn-zo-blij-en-gearriveerd-in-ons-paradijssfeertje dat tussen jullie in hangt. Niet jullie als "jullie twee" overigens, oh nee, het is veel uitgebreider - koppeltjes. Het is dat jonge dat het plots moet afleggen tegen die sérieux van "de re-laat-sie". En daar ben ik niet klaar voor, ik wil spelen.
Jennen, plaagstootjes uitdelen. Ik wil fun met jullie allebei. Jullie blikken van verstandhouding, die wat-is-ie-toch-een-mallootsamenzweringen, die zijn dan meer dan verboden. Natuurlijk is er wat tussen jullie, dat is maar normaal, het is jullie gegund en ik ben pro. Ik vind jullie fantastisch en kom graag op de eerste rij zitten op jullie trouw. Ik wil zelfs komen babysitten op jullie eerste spruit en als dat zou nodig zijn - god beware ons ervoor - dan wil ik zelfs bakstenen lopen zeulen bij de bouw van jullie huis. Maar de ideefix dat jullie nu onder een gouden koepel leven, een volgend level; die ideefix zal ik bestrijden als jullie samen in mijn buurt zijn.
Opnieuw: ik wil nog een beetje gek doen met jullie. Niks concreets, geen jarenplannen. Panta rhei, guys. Panta rhei. En ik moét me dan verzetten tegen alles wat neigt naar bouwen, kinderen, trouwen. Dat is oncool, kneuterig, voor oude mensen en vul zelf maar aan achter een komma naar wens.
Je weet waar ik het over heb.
Reden van dat alles: je zou je lief meebrengen. En niet dat ik wat tegen dat meisje heb, - jongens nee, ik zou haar naar een onbewoond eiland meenemen - maar ik ben wat uitgekeken op dat saaie, rustige, wij-zijn-zo-blij-en-gearriveerd-in-ons-paradijssfeertje dat tussen jullie in hangt. Niet jullie als "jullie twee" overigens, oh nee, het is veel uitgebreider - koppeltjes. Het is dat jonge dat het plots moet afleggen tegen die sérieux van "de re-laat-sie". En daar ben ik niet klaar voor, ik wil spelen.
Jennen, plaagstootjes uitdelen. Ik wil fun met jullie allebei. Jullie blikken van verstandhouding, die wat-is-ie-toch-een-mallootsamenzweringen, die zijn dan meer dan verboden. Natuurlijk is er wat tussen jullie, dat is maar normaal, het is jullie gegund en ik ben pro. Ik vind jullie fantastisch en kom graag op de eerste rij zitten op jullie trouw. Ik wil zelfs komen babysitten op jullie eerste spruit en als dat zou nodig zijn - god beware ons ervoor - dan wil ik zelfs bakstenen lopen zeulen bij de bouw van jullie huis. Maar de ideefix dat jullie nu onder een gouden koepel leven, een volgend level; die ideefix zal ik bestrijden als jullie samen in mijn buurt zijn.
Opnieuw: ik wil nog een beetje gek doen met jullie. Niks concreets, geen jarenplannen. Panta rhei, guys. Panta rhei. En ik moét me dan verzetten tegen alles wat neigt naar bouwen, kinderen, trouwen. Dat is oncool, kneuterig, voor oude mensen en vul zelf maar aan achter een komma naar wens.
Je weet waar ik het over heb.
maandag 29 december 2008
Over de aanleg van een kruispunt
Oh, onzeker meisje. Lief onzeker meisje. Ik wist wat je ging schrijven, want je houdt je aan de regels. En het laatste wat ik wil is om je daarin te bruskeren. Dan speel ik je immers onmiddellijk kwijt en kruip je in je schulp. Nog dieper dan je er al inzit.
Iemand heeft je geleerd nooit ergens over te klagen. Dat moet wel, want de drie zinnen die je aan je klachten wijdt lijken er drie teveel. Je sluit ze af met een verontschuldiging, - ik had niet anders van je verwacht - je zegt: "Maar genoeg gezegd over mezelf!" En ik heb het uitroepteken, dat de relativering van die drie voorafgaande zinnen moet benadrukken, wel opgemerkt!
Doch, je was nog maar pas begónnen over jezelf. Zijn drie zinnen dan al genoeg, lieve T.? "Dat is dan €25" hoor ik mezelf haast zeggen en ik zou het je ook zeggen mocht ik niet weten dat je die grapjes verkeerd opneemt. Het innerlijke kruispunt waarop mijn weg van openhartigheid jouw weg van terughoudendheid ontmoet, moet nog worden aangelegd.
Omzichtig had ik het zelf al aangegeven in een voorafgaande mail: "Ik wil niet te persoonlijk worden, want ik vermoed dat je dat niet nodig zal vinden." Je zal misschien opgelucht adem hebben gehaald toen je dat las, ik kan me dat inbeelden. Die keer dat ik je vertelde dat ik verliefd op je was, was al een moeilijker moment voor jou dan voor mij. Dat je nu dus op de vlakte blijft wanneer ik je zeg dat ik me bijzonder goed voel neem ik je niet kwalijk. Wat je daarom zegt van "al genoeg verzuurde mensen" en "hoe lyrischer, hoe beter" kan ik dan ook alleen maar bijtrden, ook al weet ik dat ik me daarmee op de grens van het sarcasme waag.
Maar op de grens, en geen stap verder. Ik heb het bijzonder goed met je voor. Dat je meeging tot aan de poort van mijn geluk, vind ik enorm lief van je. Dat je me zelf een vogelperspectief over jouw schouder bood, getuigde ook van jouw kant van een welgemeend engagement wat betreft onze "vriendschap". Waarom ik die aanhalingstekens zet, zou je me vragen, en ik zou begrijpen waarom je dat vraagt. In jouw ogen zijn wij immers al vrienden, terwijl ik nog een beetje flauw doe door plannen voor een innerlijk kruispunt uit te tekenen.
Iemand heeft je geleerd nooit ergens over te klagen. Dat moet wel, want de drie zinnen die je aan je klachten wijdt lijken er drie teveel. Je sluit ze af met een verontschuldiging, - ik had niet anders van je verwacht - je zegt: "Maar genoeg gezegd over mezelf!" En ik heb het uitroepteken, dat de relativering van die drie voorafgaande zinnen moet benadrukken, wel opgemerkt!
Doch, je was nog maar pas begónnen over jezelf. Zijn drie zinnen dan al genoeg, lieve T.? "Dat is dan €25" hoor ik mezelf haast zeggen en ik zou het je ook zeggen mocht ik niet weten dat je die grapjes verkeerd opneemt. Het innerlijke kruispunt waarop mijn weg van openhartigheid jouw weg van terughoudendheid ontmoet, moet nog worden aangelegd.
Omzichtig had ik het zelf al aangegeven in een voorafgaande mail: "Ik wil niet te persoonlijk worden, want ik vermoed dat je dat niet nodig zal vinden." Je zal misschien opgelucht adem hebben gehaald toen je dat las, ik kan me dat inbeelden. Die keer dat ik je vertelde dat ik verliefd op je was, was al een moeilijker moment voor jou dan voor mij. Dat je nu dus op de vlakte blijft wanneer ik je zeg dat ik me bijzonder goed voel neem ik je niet kwalijk. Wat je daarom zegt van "al genoeg verzuurde mensen" en "hoe lyrischer, hoe beter" kan ik dan ook alleen maar bijtrden, ook al weet ik dat ik me daarmee op de grens van het sarcasme waag.
Maar op de grens, en geen stap verder. Ik heb het bijzonder goed met je voor. Dat je meeging tot aan de poort van mijn geluk, vind ik enorm lief van je. Dat je me zelf een vogelperspectief over jouw schouder bood, getuigde ook van jouw kant van een welgemeend engagement wat betreft onze "vriendschap". Waarom ik die aanhalingstekens zet, zou je me vragen, en ik zou begrijpen waarom je dat vraagt. In jouw ogen zijn wij immers al vrienden, terwijl ik nog een beetje flauw doe door plannen voor een innerlijk kruispunt uit te tekenen.
vrijdag 5 december 2008
Het eerlijkste dat ik te bieden had
Ja L., ik had het mezelf aangedaan. Maar misschien was iets dergelijks wel zowat het eerlijkste dat ik je te bieden had. Knoeien met technologische apparatuur, dat ben ik nu eenmaal óók (en niet eens zo'n klein beetje zelfs) en ik ga je zelfs zeggen dat het feit dat ik jouw aanwezigheid daarbij duldde er wellicht op wijst dat ik me zeer op m'n gemak bij je voel, dat ik geen angst heb om op m'n bek te gaan. Als ik je vraag dat dan ook als een compliment op te nemen, dan weet ik dat je dat zult doen. Want als ik één ding zeker weet na gisteren, dan is het wel dat je intelligent bent met een grote i.
Maar zeggen dat het slechts om foto's trekken ging, jij kon het ook amper vatten. "Hoe kan je daar nu zo de pest aan hebben?" herhaalde je meermaals je vraag. Ik kankerde en sakkerde, het regende druppels op mij en ook nog eens lenzen, diafragma's en sluiters. Toch werd jij ook nat, zonder mopperen, en ondertussen nam je de tijd om mij als een moeder bij m'n handje naar de droge droom te loodsen. Ik wist dat en waardeerde dat en vroeg me terloops af welk beeld je wel niet van mij kreeg, zo.
Een scherp en goed afgesteld kleurenbeeld waarschijnlijk wel, niet in het minst omdat ik je na de regen in de warmte van mijn huis ontving. Daar werd ik leuker, - of zo oordeel ik toch zelf - maar natuurlijk haalde ik in één adem mijn spelletjesarsenaal van stal en nam ik je onophoudelijk op de korrel. Liefkozend natuurlijk, voor jij die mij had vergeven, die je ogen had dichtgeknepen. Mild als je was voor de miet, voor de wussie.
Doch impliciet wist je vast wel van mijn tactiek, zoals je al die tijd al even impliciet de touwtjes in handen had. Je vergaf me dan ook een tweede keer en stond me toe mijn spel te spelen, een spel dat ik beheers en waarvan je genoot, of dat meende ik toch op te maken uit je gehengel naar meer, uit de manier waarop je het uur uit het oog verloor en muren ging slopen die nog tussen ons in stonden.
Tevreden was ik dus, omdat ik een in mijn ogen ietwat scheve situatie nog min of meer mooi recht had weten te trekken. Want hoewel jij mild geweest en gebleven zou zijn, ik vond 'm scheef, die situatie, en ik leverde noest herstellingswerk. De confrontatie met die sissy in mij was evenwel niet van dien oppervlakkige aard dat ik bijzonder gelukkig kon zijn over wat ik initieel had aangericht. Maar ik meen dat ik met een gerust geweten kan besluiten zoals ik begonnen ben door te zeggen dat het in feite allemaal wel bijzonder éérlijk was, wat ik je had laten zien. En ja, ik heb er vertrouwen in dat ook jij dat hebt doorzien.
x
Maar zeggen dat het slechts om foto's trekken ging, jij kon het ook amper vatten. "Hoe kan je daar nu zo de pest aan hebben?" herhaalde je meermaals je vraag. Ik kankerde en sakkerde, het regende druppels op mij en ook nog eens lenzen, diafragma's en sluiters. Toch werd jij ook nat, zonder mopperen, en ondertussen nam je de tijd om mij als een moeder bij m'n handje naar de droge droom te loodsen. Ik wist dat en waardeerde dat en vroeg me terloops af welk beeld je wel niet van mij kreeg, zo.
Een scherp en goed afgesteld kleurenbeeld waarschijnlijk wel, niet in het minst omdat ik je na de regen in de warmte van mijn huis ontving. Daar werd ik leuker, - of zo oordeel ik toch zelf - maar natuurlijk haalde ik in één adem mijn spelletjesarsenaal van stal en nam ik je onophoudelijk op de korrel. Liefkozend natuurlijk, voor jij die mij had vergeven, die je ogen had dichtgeknepen. Mild als je was voor de miet, voor de wussie.
Doch impliciet wist je vast wel van mijn tactiek, zoals je al die tijd al even impliciet de touwtjes in handen had. Je vergaf me dan ook een tweede keer en stond me toe mijn spel te spelen, een spel dat ik beheers en waarvan je genoot, of dat meende ik toch op te maken uit je gehengel naar meer, uit de manier waarop je het uur uit het oog verloor en muren ging slopen die nog tussen ons in stonden.
Tevreden was ik dus, omdat ik een in mijn ogen ietwat scheve situatie nog min of meer mooi recht had weten te trekken. Want hoewel jij mild geweest en gebleven zou zijn, ik vond 'm scheef, die situatie, en ik leverde noest herstellingswerk. De confrontatie met die sissy in mij was evenwel niet van dien oppervlakkige aard dat ik bijzonder gelukkig kon zijn over wat ik initieel had aangericht. Maar ik meen dat ik met een gerust geweten kan besluiten zoals ik begonnen ben door te zeggen dat het in feite allemaal wel bijzonder éérlijk was, wat ik je had laten zien. En ja, ik heb er vertrouwen in dat ook jij dat hebt doorzien.
x
Abonneren op:
Posts (Atom)





