Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sport. Alle posts tonen

vrijdag 29 juli 2016

#TousEnsemble - De lege doos van de Rode Duivels

Wat heeft het te betekenen? Helemaal niks toch? Is het niet cynisch? Ik vind het cynisch. Zeer cynisch zelfs. Tussen Belgische voetbalfans en de Rode Duivels is er niet het minste of geringste contact. Tussen de fans en de voetballers staat een geblindeerde glazen wand, zoals je die ziet bij dure auto’s. Zij kunnen naar ons kijken, maar wij niet naar hen.
Hoezo dat, Ali, waar heb je het over?
Ik heb het over een gebrek aan werkelijke verbondenheid tussen de Rode Duivels en de gehersenspoelde supporter - een selfie, een high five, een handtekening, dat is geen communicatie. Ik heb het over het feit dat ik de ontgoocheling (of de blijdschap) van een fan niet terugvind in de gezichtsuitdrukking van een Rode Duivel wanneer hij na een wedstrijd zijn ‘interview’ geeft - dat oersaaie bol van clichés staande praatje, over and over again. Ik heb het over het feit dat geen enkele Rode Duivel tegenover het publiek ooit ook maar een piepklein beetje transparant is over de gang van zaken ‘binnenskleedkamers’. Supporters willen naast het veld de mens achter de voetballer aan het woord horen, maar in de plaats krijgen ze een soort telegeleide robot met enkele menselijke trekken. Ze zeggen allemaal krek hetzelfde, ze hebben krek dezelfde kapper en de vriendin van de een is inwisselbaar voor die van de ander of van nog een andere. Alles wat écht belangwekkend kan zijn aan deze voetballers wordt voor het publiek afgeschermd. Maar tous ensemble (of #TousEnsemble), dat dan weer wel.
Reconstructie. In de aanloop naar het WK 2014 waren er nog de Duivelsuitdagingen die, wat mij betreft, terecht een positieve sfeer rond onze nationale voetbalploeg probeerde te creëren. Onze ploeg verdiende steun, de animo was gerechtvaardigd. Het WK 2014 was het eerste tornooi waar deze Duivels aan deelnamen, ze behaalden de kwartfinale, weliswaar met zeer matig voetbal, maar akkoord, we mochten niet al te hard klagen. Het was niet slecht, het resultaat. Verliezen van Argentinië is geen schande, al was het tijdens de match verrassend om te zien hoe weinig de Duivels aandrongen om de 1-0 achterstand nog ongedaan te maken. Alsof ze het zo wel goed vonden - “we hebben de kwartfinale gespeeld, niet slecht” - terwijl je toch zou veronderstellen dat een voetballer, een sportman, iemand die functioneert in een systeem van voortdurende competitie, elke belangrijke wedstrijd wil winnen. Maar die wil om te winnen of zelfs maar de wil om aan te dringen, die was er niet. Maar zoals ik al zei: we mochten als fans niet klagen. Kwartfinale op een Wereldkampioenschap, goed tot zeer goed resultaat voor deze jonge groep.
Na het WK begonnen de Duivels aan de kwalificatiecampagne voor het EK 2016. De Duivelsuitdagingen waren voorbij, de ploeg had een goed resultaat neergezet op een groot tornooi en daarom werd van het publiek verwacht dat het onvoorwaardelijk fan zou blijven. Maar louter op basis van de sportieve prestaties bleven fans op hun honger zitten. Een wedstrijd van de Rode Duivels was (en is) zelden iets waar je van kan genieten. Ze spelen doorgaans slecht voetbal, wat extra storend is omdat het individueel goeie voetballers zijn. Voortdurend zit je dus als fan met de handen in het haar want hoe is het toch mogelijk dat een ploeg met zoveel talent, enz.
Dit probleem, want het is een probleem, bleef maar aanslepen maar ze wonnen de meeste van hun matchen en konden zich zonder problemen kwalificeren voor het EK. Het is echter niet nodig om dit te catalogiseren onder de noemer ‘prestatie’, zoals een Wilmots graag mag beweren.
En dan was er het EK. Onze eerste wedstrijd tegen Italië was om te blèten, zo slecht. De mediastorm die daarna losbarste was hevig maar gerechtvaardigd. Voor de camera kregen we geen uitgesproken ontgoochelde spelers te zien (Thibaut Courtois is de uitzondering) en dat was storend. As if they couldn’t care less. Daarna wonnen ze van Ierland en Zweden en kwalificeerden ze zich voor de volgende ronde. Heel het land door het dolle heen, maar de Rode Duivels geheel bedaard zoals steeds. Waren ze blij (met de steun van de fans), kon het hen niks schelen? Je kwam het niet te weten. Er was er niet een die in een interview spontaan de fans bedankte, tenzij een journalist het ter sprake bracht.
Ze wonnen met goed voetbal tegen Hongarije, maar na affluiten kregen we geen vreugde-uitbarsting zoals we die hadden gezien bij Ijsland, Wales of bijna om het even welke andere ploeg nadat die een belangrijke overwinning had geboekt. De Rode Duivels doen niet aan gekkigheid. De Rode Duivels zijn gespeend van emoties, ze kennen blijdschap noch verdriet. Ze klappen in de handen en lopen naar de tunnel.
Tegen Wales verliezen ze kansloos, het is onbegrijpelijk. Nadien zien we spelers die oppervlakkig ontgoocheld zijn in plaats van diep ontgoocheld, boos of zelfkritisch. De kapitein en de trainer leggen het resultaat tien minuten na affluiten naast zich neer en spreken van een goed tornooi dat eindigt in de kwartfinale. Zij blikken vooruit en beloven ons een mooi tornooi in 2018. Het valt te voorspellen dat daar eenzelfde resultaat wordt neergezet, verlies in de kwartfinale, en dat we identieke emoties en identieke uitspraken krijgen. Het valt te voorzien dat de supporters opnieuw een abstractie zullen zijn voor de Rode Duivels, een soort achtergrondruis waar geen Duivel bijzondere motivatie uit zal putten.
Fans en Rode Duivels: het is een éénrichtingsrelatie. Duizenden mensen verzamelen op een plein en schreeuwen zich schor omdat ze denken dat het er iets toe doet. Elf mensen verliezen de belangrijkste wedstrijd die ze ooit voor hun land hebben gespeeld en krijgen daarna instructies van Wilmots en Kompany over wat ze moeten zeggen en op welke manier ze het moeten zeggen - over hoe ze iets moeten zeggen zonder eigenlijk iets te zeggen. Ze beheersen die discipline tot in de puntjes, het gaat hen nauwer aan het hart dan een overwinning in een kwartfinale van een Europees Kampioenschap. De schrik om binnen de nationale ploeg uit de band te springen is groter dan de wil om als international een prijs te pakken.
In alle stilte arriveren ze weer in België, ze bieden de fans niet de kans om hen te onthalen om hen te ontmoeten, nee, ze verdwijnen als dieven in de nacht en de volgende dag vertrekken ze op vakantie naar een zonnig oord waar ze ver weg zijn van iedereen die hen een vervelende vraag zou kunnen stellen. Verbondenheid met België op welke manier dan ook? Neen. Tous ensemble? Niets meer dan een hashtag. Het is nog een jaar of twintig wachten vooraleer échte robotten in Belgische truitjes zullen voetballen op het EK. Het verschil met onze huidige spelers zal nagenoeg onzichtbaar zijn.

zaterdag 2 juli 2016

Het debacle van de Rode Duivels

Dat het effectief een enorm debacle is. Zonder enige twijfel. Als je als zogenaamde topploeg, outsider voor de titel zelfs, met duidelijke cijfers verliest in de kwartfinale tegen, laten we eerlijk zijn, het onderschatte maar al bij al toch vrij bescheiden Wales, dan heb je behoorlijk gefaald. Het gaat mij dan trouwens in de eerste plaats over de manier waarop dat falen zich heeft voltrokken, met een 3-1-uitslag na de reguliere speeltijd van 90 minuten. De Rode Duivels hebben niet jammerlijk verloren na een dramatische penaltyreeks, het is evenmin een verhaal geweest waarin het ook ‘anders had kunnen aflopen’. België was tegen elke logica in de slechtere ploeg op het veld. Het team presteerde zwak op een moment dat het er écht toe deed. Het team valt na, laat ons eerlijk zijn, jarenlange middelmatigheid finaal door de mand. Voor eens en voor altijd gisteren bewezen. Een culminatiepunt waar elke oplettende burger nog steeds (en vol onbegrip) rekening mee hield.
De rode loper lag voor ons uitgerold op dit tornooi. België zat in een verrassend gemakkelijke tabelhelft op weg naar de (halve) finale. Hongarije. Wales. Daarna Portugal. Dat was wel wat anders dan bijvoorbeeld Italië, dat het in de achtste finale al moest opnemen tegen Spanje en nu in de kwartfinale tegen Duitsland gaat spelen. Als België de groepsfase had gewonnen hadden zij deze tegenstanders trouwens voor de kiezen gekregen en dan zou een uitschakeling veel verteerbaarder zijn geweest. Maar Hongarije en Wales, nee, daar moesten deze Rode Duivels op belangrijke momenten negen van de tien keer van winnen (en van Hongarije wonnen ze ook, met mooi voetbal nog wel - het was voorwaar een veelbelovende prestatie voor de rest van het tornooi). Hun zeer gunstig parcours op weg naar de (halve) finale maakt van de uitschakeling een zwaar mislukt tornooi. Dit is een jammerlijk verkeken kans. Een ploeg met minder klasse heeft onze goudhaantjes afgetroefd. Pijnlijk. (Twéé ploegen met minder klasse hebben onze goudhaantjes afgetroefd, als we even de slappe vertoning tegen Italië in herinnering brengen.)
En dan is er natuurlijk Wilmots. Die moet uiteraard weg. Hopelijk begint het nu voor eens en voor altijd te dagen bij de Voetbalbond. Hij is ongeschikt voor zijn functie. Zonder noemenswaardige ervaring als trainer werd hij bondscoach van de Rode Duivels en nooit is hij er in geslaagd om de Duivels goed te laten voetballen. Hij is de grootste verantwoordelijke voor dit zwakke tornooi.
We hebben zijn onkunde lang getolereerd - ‘t is te zeggen, we hadden weinig keuze - omdat de Duivels de laatste jaren wakker waren geworden uit een jarenlange malaise, en dat alleen al gaf ons niet het recht om teveel de trainer te viseren.. Maar goed voetbal heeft Wilmots nooit kunnen brengen met de vedetten die hij ter beschikking had. En dat was ergerlijk. Hoeveel slechte wedstrijden hebben de Rode Duivels de afgelopen jaren niet gespeeld? De meeste matchen waren saai en er werd slecht gevoetbald tegen tegenstanders zoals Cyprus en Israël, ploegen die nog in de verste verte niet kunnen tippen aan België. De matchen in de groepsfase van het WK in Brazilië waren om schele koppijn van te krijgen en tegen Argentinië werden we in datzelfde tornooi als verdoofde schaapjes naar de slachtbank geleid.
De teneur bij supporters en journalisten was steevast dat het onbegrijpelijk was waarom ons sterrenteam niet in staat was om structureel verbetering te vertonen in haar prestaties. De Rode Duivels was tot voor dit tornooi zelfs nog steeds geen ploeg waar je echt staat op kon maken. Na intussen heel wat jaren samenspelen verwachtte je je ergens nog steeds aan een eventueel fiasco op een belangrijk moment. Precies dat fiasco dat zich gisteren voltrok. Niemand die het écht een beetje volgt zal dan ook totaal uit de lucht komen vallen. Maar ondertussen blijft het natuurlijk wel ‘schandalig’.
Maar over Wilmots dus. Die kan niet blijven. Onder geen beding. Hij had zelfs al eerder weg gemoeten. Een andere coach had de Rode Duivels naar dit EK moeten leiden. Een coach met ervaring en een intelligentere aanpak. Een coach met tactisch inzicht. Wilmots heeft de Rode Duivels laten spelen als een ploeg die het moest hebben van individuele flitsen en in sommige matchen kwam hij daar mee weg (Hongarije), maar in andere niet (Italië, Wales). Je kan niet alles aan Hazard en Debruyne overlaten. Dat zijn onze beste spelers, akkoord, maar ze zijn geen wereldklassespelers die écht het verschil kunnen maken en bovendien missen ze de mentaliteit en de persoonlijkheid die nodig zijn op dit niveau om individueel het verschil te maken. Het is dus fout om steeds op deze twee spelers in te zetten, zonder een plan B voor als plan A eens niet aanslaat (en dat is heel regelmatig het geval gebleken). Wilmots heeft een groep gecreëerd die blijkbaar goed aan elkaar hangt, maar het voetbal is niet mee geëvolueerd. En een vechtersmentaliteit heeft hij er ook niet in weten te rammen. Een vechtersmentaliteit die hij als speler zelf nochtans wél bezat. Wilmots staarde zich helemaal blind op zijn chouchous Hazard en Witsel en stelde hen nooit in vraag. Je kreeg de indruk dat het eerder Hazard was die bij de Rode Duivels de lakens uitdeelde dan Wilmots. En dat kan natuurlijk niet.
Maar het is niet alleen Wilmots die finaal onbekwaam is gebleken, er zijn ook heel wat spelers die tekort hebben geschoten. Er zijn er met name een heel aantal met een fundamenteel gebrek aan mentaliteit, ik zou bijna zeggen: met een fundamenteel gebrek aan persoonlijkheid. Eigenlijk zijn er voor mij maar twee spelers die qua karakter de robotachtige, grijze middelmatigheid van deze vedetten overstijgen: Thibaut Courtois en Radja Nainggolan, niet toevallig de twee beste Belgen op dit tornooi. Deze heren willen er niet voor gaan, ze willen er voor gáán, dat spat er van af. Zo’n Nainggolan is uit totaal ander hout gesneden dan een Witsel of een Hazard. Nainggolan heeft niet die slappe mentaliteit waarbij hij content is met ‘matig maar winnen’. Nainggolan wil de pannen van het dak spelen. En Courtois is kwáád na een slechte match, terwijl de rest ‘ontgoocheld’ is. Met wat meer Courtois- en Nainggolan-mentaliteit is deze Belgische ploeg wél klaar om voor de prijzen te spelen. Maar dat is ook weer zo’n jarenlange verzuchting waarvan je al lang moedeloos bent geworden. Deze spelers gaan geen mentaliteitswijziging ondergaan. Werkelijk te slappe karakters, en waarom dan? Ik heb er geen antwoord op.
Wat het ook moge zijn: ze hebben gefaald en dat mag hen aangerekend worden. Met het oog op het WK 2018 zie ik niet meteen veel veranderen. Als Wales hen kan kloppen zijn er genoeg Europese en Zuid-Amerikaanse ploegen die dat ook kunnen. Er moet een andere coach komen die wél tactisch inzicht heeft. Ik wens Wilmots een trainerscarrière toe bij een middenmoter in de Jupiler League, waar hij de tijd krijgt om de kneepjes van het vak te leren en tactisch vernuftiger te worden. Dit was niet de juiste coach om de Rode Duivels bij te staan voor en op dit EK.
Voilà, tot daar. Zeggen dat ik zwaar ontgoocheld ben is overdreven, maar na de hysterie rond dit hele circus, dat ik van kortbij heb gevolgd, wilde ik er nu toch ook iets over kwijt. Anders is het immers helemaal voor niks geweest!

zaterdag 8 oktober 2011

Le prix citron me plaît

(Vandaag heb ik het over een tennisser. Misschien kan u eerst dit filmpje bekijken, of maar enkele seconden ervan. Dan bent u beter mee, als u wilt.)

Enkele seconden zijn al genoeg: hij is weergaloos. Zijn nonchalance, al dan niet gespeeld, onderscheidt hem van de rest. Hij heeft bakken talent, Marcelo Rios. Le prix citron van het peloton. Een week of zes achteloos op nummer één. In 1998 toen hij zin had en de tijd nam om enkele tornooien te winnen. Ze haatten hem daarom.

Het is smullen van die ogenschijnlijk timide blik die net zo goed voor arrogant kan doorgaan. Hij is geen crowdpleaser zelfs al heeft zijn speelstijl alles mee. Hij is een understatement als persoon. Niet zo'n drukte, mensen, ik ben geniaal maar daarom hoeft u niet zo'n kabaal te maken. Wanneer is het hier gedaan, zie je hem denken. Ze haatten hem daarom. Opponenten en tennisliefhebbers. Zijn onconventionele gedrag werd niet geapprecieerd, kon hij niet gewoon doen? Hij gaf kleine jongetjes geen handtekening, hij zocht geen contact met spelers of publiek. Hem ging het om de geniale dropshots, maar het publiek wilde meer. Stom publiek.

Deze drievoudige winnaar van de Prix citron - een 'prijs' voor de meest onsympathieke tennisser - bracht rock'n'roll op de baan. Als ik hem op YouTube bezig zie, straal ik, ben ik helemaal mee. Straffer nog: ik krijg kippenvel, heimwee. Er zijn geen coole tennissers meer. Ze zijn zo netjes allemaal. Ongelooflijk goed, maar zo lief. Wie krijgt de Prix citron? Ook mis ik een type als Marat Safin. Nog zo'n genie. Daarvoor zou ik 's nachts zijn opgestaan, bij wijze van spreken. Hoe hij ooit een challenge aanvroeg voor een bal die dertig centimeter uit was. Smullen. Zijn tegenstander, Federer, wist niet wat er gebeurde. Helaas verloor Safin kansloos.

Marcelo Rios durfde de tegenstand belachelijk te maken. Ze haatten hem daarom. Maar wat hij deed was ongezien en nooit zal iemand zoiets nog doen. Alleen Marcelo kon dat. Hij was de citroen, hij kon doen wat hij wou.

Hij schoffeerde journalisten, zei dat ze stomme vragen stelden. Hij kneep zijn vrouwelijke collega's in de billen tijdens het aanschuiven in de spelerscafetaria. Hij veroorzaakte een auto-ongeluk, sloeg zijn vrouw en las wenend voor de camera een brief voor waarin hij bij haar om vergiffenis vroeg. Wat een geweldige Chileen.

En omdat hij was wie hij was, de citroen, de eikel, stopte hij op zijn 27. 27, jawel, hij had er genoeg van. Hij had ook blessures, maar toch. Geen zin meer. Mààr tennis. Whatever. Nummer één gestaan, zes weken. Bewezen wie hij was, wat hij kon. Wie had daar nog een antwoord op?

Intussen krijgt deze tekst het air van een rest in peace, wat het absoluut niet is, al sluit ik niet uit dat meneer Rios as we speak een dodelijke cocktail van drugs en slaappillen in zijn lichaam ramt. Nee, dit is een lofzang op de rebellie, op het lef om anders te zijn. Dit is de opwinding om het nonchalante genie, de adrenalinestoot om de supergetalenteerde je m'en foutist.

maandag 29 november 2010

Eurosport 1998

Het is 1998. We zitten in het salon, we zappen naar Eurosport. Nummer 19. BRTN, BRT2 (woorden als 'meerwaardezoeker' of 'kids' bestonden nog niet), VTM, Kanaal 2, VT4 (in het vierde leerjaar kreeg ik twee VT4-stickers van een klasgenootje wiens moeder bij die nieuwe zender werkte - die sticker heeft jarenlang op de onderkant van mijn brooddoos geplakt, tot hij helemaal afgesleten was), RTBf1, RTBf2,..

We zappen naar Eurosport. 19. We kijken naar sumoworstelen, schansspringen, de reuzeslalom, Formule 1 en tennis. We kennen alle kampioenen in alle sporttakken.

Akebono, Takanohana, Wakanohana: zij hebben als enige de rang van Yokozuna. De andere rangen zijn Ozeki, Sekiwake, Komusubi en Magashira. Dat weet ik ook vandaag nog. Takanohana en Akebono dansen rondjes in de ring. Een Japanse scheidsrechter - dit is een Japanse sport, hier moet ik mijn fascinatie voor Japan hebben opgelopen - roept onophoudelijk iets dat klinkt als "André-andré-andré-andré!" Akebono tuimelt uiteindelijk als eerste uit de ring en valt met zijn 200 kilogram het strijdperk af en in het publiek. Hij klautert recht, kruipt het strijdperk weer op en groet zijn tegenstander hurkend met een korte hoofdknik.

Mika Laitinen, Janne Ahonen, Hidetoshi Funaki, Takanobu Okabe: zij zijn in mijn herinneringen de beste schansspringers uit het Trias van mijn leven, de nevelen van mijn kindertijd. Zij springen 120 meter en verder. Het tijdperk van Mika Laitinen loopt op z'n eind. Janne Ahonen klimt, of beter: springt, uit de schaduw. Hidetoshi Funaki is minder constant maar springt soms exceptioneel ver. Hij heeft een paars pak. Takanobu Okabe heeft een blauw pak, meer weet ik niet over hem. Beneden staan de Oostenrijkers met vlaggen te zwaaien. We bevinden ons aan de schans van Garmisch Partenkirchen. Dit is de laatste wedstrijd, hier wordt het vierschanzentornooi beslecht.

Urs Kälin, Kjetil Andre Aamodt, Lasse Kjuss, Hermann Maier en natuurlijk ook Alberto 'Tomba la bomba' Tomba. Klokken van namen maar volstrekt anonieme figuren. Ze dragen skipakken en -brillen. Bij de vrouwen is er Birgit Hoob. Zij komt uit Liechtenstein.

Eddie Irvine (vrouwenzot), Gerard Berger (vrouwenzot), Jean Alesi, Heinz-Harald Frentzen en Damon Hill.

En ten slotte ook Gustavo Kuerten, Albert Costa, Marc Rosset, Carlos Moya en Marcelo Rios. Over die allerlaatste heb ik het nog eens in een speciaal aan hem opgedragen blogpost. Wat een telegenieke, fascinerende, rocker van een tennisser. In 1998, maar ook nu nog op YouTube. Hij kneep Monica Seles ooit in de billen in het restaurant van een bepaald tornooi.

woensdag 30 juni 2010

Kaia!

Lieve Kaia,

Nu, verschillende uren na de wedstrijd, ben ik er wel ongeveer overheen, maar het heeft me pijn gedaan. Je had vier of vijf matchpunten, Kaia! Ik bleef zitten voor jou toen je op het punt stond de match te winnen in de tiebreak van de tweede set. Ik belde mijn moeder om te zeggen dat ik later zou komen, ik wilde je zien winnen. Maar je verloor die tweede set. In de derde set stormde je naar 4-0, alles leek in kannen en kruiken. Maar je werd zenuwachtig en ik voelde het aankomen. Ik ben blij dat ik het laatste game niet meer heb moeten zien.

Kaia! Ik heb je zo gesteund, je moest eens weten. Je hebt een Belgische fan, Kaia. Ik heet Alexander en ik vind jou een schattig log dikkertje. Ik vind dat je op een boerendochter lijkt en ik hoop dat je, wanneer je niet tennist, koeien aan het melken bent. Mocht blijken dat dat boerderijgebeuren niet klopt, dan zal ik eventjes teleurgesteld zijn, maar ik steun je door dik en dun. Ook na vandaag, Kaia.

Wil je weten waarom ik, een Belgische jongen die niet eens van vrouwentennis houdt, er jou heb uitgekozen? Omdat je een leuke naam hebt - Kaia Kanepi, het klinkt als een strijdkreet, - omdat je uit Estland afkomstig bent - ik steun bijna onvaarwaardelijk mensen uit de Baltische staten - en omdat dat heerlijk logge lijf van je me door onbewuste associaties bijzonder charmeert.

Zal ik eens proberen na te gaan waar die associaties dan wel vandaan mogen komen? Ik denk aan jou en ik denk aan koeien - maar dat wist je al, - Schanulleke, in een Suske en Wiske-verhaal waarin Schanulleke reuzachtig groot wordt. Ik denk ook aan kindjes, kleine bengels met pruillippen en wilde plannen om hun mama's te omzeilen. Ik vind je gewoon zo ontzettend schatiig, Kaia. Je bent te groot en te dik om te tennissen, maar je ziet eruit als een mokkend meisje van een jaar of tien dat net te horen heeft gekregen dat ze vanavond niet mag opblijven voor "Witse" ofzo. En als je blij bent trek je een gezicht alsof je van je ouders een dvd-box van Bumba cadeau hebt gekregen.

Spijtig dus wat er vandaag gebeurd is, je zal het met me eens zijn dat het nooit had mogen gebeuren; dit is een goeie les voor de toekomst. Maar, Kaia, ik steun je nog steeds, er is niks veranderd aan mijn initiële appreciatie voor jou. Als ik deze zomer in Estland ben, probeer ik in jouw geboortestreek te passeren. Dan kom ik weer wat meer over jou te weten, jij, mijn favoriete tennisspeelster.

Groet!
Alexander

dinsdag 1 september 2009

Klein

Hey,
Ik ben Steven Defour, aanvoerder van Standard, de grootste club van België en ik wil even iets zeggen naar aanleiding van de hetze van afgelopen weekend.
Ik heb nergens spijt van en besef niet dat ik al mijn zinnen met 'ik' begin, omdat ik me niet bewust ben van mijn buitenproportionele ego. Op internet las ik een bericht van een gefrustreerde "blogger" die zei dat ik "oliedom" ben, maar dat raakt mijn koude kleren niet. Ik ben een voetballer met internationaal potentieel. Gouden schoen gewonnen, blitzcarrière voor de boeg. En wat kan die blogger eigenlijk?

Dat weet U toch, dat ik de gouden schoen gewonnen heb toen ik 19 was en dat ik de witte merel van Real Madrid werd genoemd in de Spaanse media? Ik ben te groot aan het worden voor de Belgische competitie. Ik kreeg een brief waarin iemand me zei dat ik te klein ben om ooit de "ethiek" van een profvoetballer te verwerven. Wat betekent "ethiek", vroeg ik me eventjes af, maar toen vergat ik die brief. Ik heb geen tijd om me met andermans zever bezig te houden.

Als de ref die fout op mij had gefloten, die aan de overtreding van Axel voorafging, dan was er niks gebeurd. Maar de media en de mensen zoeken het schandaal en ze maken van een mug een olifant.

Standard wordt geviseerd. Dat ik het u zeg. Die Wasilevski is de grootste bandiet die er op de Belgische velden rondloopt. Ik kan u desgewenst een tape bezorgen waarin alle overtredingen van Wasilevski van de laatste paar jaar op een rij worden gezet. Die tape duurt een half uur!

Dat ik nog jong ben, dat ik over het paard ben getild en snel zal opbranden: ik lees het ook allemaal, of 't is te zeggen, ik hóór dat dat in de kranten te lezen staat over mij. Dat ik onvolwassen ben, ook. Haha. Ik heb drie auto's, een eigen villa, ik beslis zelf welke tattoos ik laat zetten en mijn vriendin en ik hebben trouwplannen. Onvolwassen?

In Engeland of in Spanje zullen ze mij wél naar waarde weten te schatten. Het is typisch Belgisch om toppers te viseren en onderuit te halen. Eerst zetten ze je op een voetstuk en daarna duwen ze je eraf. Wel, ik sta recht in mijn schoenen en ik zeg u dat er een dag komt waarop ik België niet meer nodig heb om een grote te zijn. Dan vertrek ik hier en word ik wellicht één van de duurste transfers in de Belgische geschiedenis. Dan verkas ik naar Spanje of Engeland, en niet om op de bank te zitten bij een grijze middenmoter, zoals bepaalde Standard-haters denken.

Nee, ze zullen nog opkijken van Steven Defour.

dinsdag 4 november 2008

't Kriebelt zelfs

Of ik dat nu meen? Of het weer een grapje is? Neen, ik meen het wel degelijk: morgen ga ik mee voetballen. Of ik dat nu meen? Of het toch geen grapje is? Neen, voor de tweede keer: morgen ga ik graag mee voetballen, als het niet scheelt.

Eigenaardig, ik heb er de lichaamsbouw voor, loop niet als een stijve hark, heb geen noemenswaardige conditieproblemen, maar voetballen dat zien ze me niet doen. Veeleer omdat ik er geen bijzondere interesse voor vertoon, vermoed ik, dan omdat ik het niet zou kúnnen. Neen, natuurlijk ben ik er geen held in, maar barslecht ben ik evenmin. Mijn rechtervoet is heel behoorlijk en als ik vooraan sta stamp ik er gegarandeerd eentje in.

Ze hebben me te vaak horen zeggen dat ik de doorsneevoetballer niet bijster interessant vind. Dat, in combinatie met mijn interesse voor cultuur en politiek, zorgt ervoor dat ik onmogelijk graag kan voetballen. En toch is dat onjuist: voetbal kan heel plezant zijn. De voetbalmatchen op vrijdagnamiddag in het zesde middelbaar behoren tot mijn beste schoolherinneringen.

En dus doe ik mee morgen. Omdat ze niet willen geloven dat ik het zou kunnen, in de eerste plaats, maar ook omdat ik er oprecht heel veel zin in heb. Hoop ik toch nog steeds, als het zover is. Ik ben zelfs een beetje nerveus met het oog op wat komen gaat. Zal het niveau hoog liggen? Zal ik me kunnen ontpoppen tot een revelatie (er zal niet veel nodig om dat te worden)?

Het wordt tof, dat beslis ik nu. Voilà, beslist.

zaterdag 23 augustus 2008

Geneeskundestudente: 1 - Oostblokpop: 0


Ik heb geen tv om naar de Olympische Spelen te kunnen kijken. Daarom kijk ik 's ochtends naar de hoofdpunten via de sporza-site. Op die manier krijg ik het belangrijkste te zien, dat is zeker. Maar de spanning, de spanning blijft dan toch een beetje achterwege. En als er Belgen in actie zijn, geef toe, dan is het al snel een klein beetje spannend.

Ik woon op vijftig meter van een winkel waar tv's verkocht en gekocht worden. In de vitrine van die winkel staat een tv, de hele dag op sporza afgestemd. Wanneer ik er voorbijloop blijf ik wel eens even staan. Vandaag ging de finale hoogspringen door met Tia (zonder achternaam). Ik wist dat en liep pardoes langs die winkel. Op het juiste moment.

Ze waren nog met zes, en wij waren ook met zes toeschouwers ongeveer. Het ging omgekeerd evenredig: met hoe minder zij waren, met des te meer waren wij. Ze waren nog met vier en de lat lag al op 2.03 m. Slesarenko. Chicherova. La Tia, of course, en Blanka "heb ik iets aan van u" Vlasic uit Kroatië.

Tia ging vierde worden. Dat was niet erg. We waren met z'n allen tevreden, de meesten snapten er ook te weinig van om ontevreden te zijn. Elementaire vragen werden gesteld: "Doet Tia mee?", "Wa sport is dat?", sommige mensen gingen weg in het heetst van de strijd.

Tia sprong over 2.05 m - als eerste - en met een ongeziene belgitude stegen juichkreten op. Met bijna twintig waren we al, dus dat moet geklonken hebben. Het ging om zilver en goud, werd zelfs de leken nu duidelijk en dat was een openbaring. Een Franstalige mengde zich luidop in de debatten. "Allez Tià."

En Vlasic wist het. Haar benen waren dan wel lang genoeg, haar parmantige wezen was er niet klaar voor. Tia zag eruit als een laatstejaarsstudente geneeskunde toen ze tactisch naar de jury liep om Vlasic de genadestoot te geven. De oostblokpop moest nog één keer, en het ging mis zoals het nog duizend keer opnieuw mis had kunnen gaan.

In tijden ben ik niet meer zo "onder de Belgen" geweest. Vermoedelijk was er dus zelfs een Waal - of een Brusselaar, ook al zo ver - en de Vlamingen die er stonden waren, situatiegebonden uiteraard, sympathíéke Vlamingen. We waren blij voor België, en "dat 't toch erg was, nog maar één medaille, en dat 't nu toch al iets beter was voor België." Ik werd socialer dan ik gewoonlijk pleeg te zijn en bijna had ik een stel grijsaards voor een pizza uitgenodigd. Bijna.

woensdag 13 augustus 2008

De gewone man in de Wetstraat

According to Humo heeft Yves Leterme half augustus tweeduizendacht wel weer een mediagewijze oplapbeurt verdiend. Het decor daarvoor is niet mis: een dubbelinterview met die andere Standardmens, Michel Preud'homme. Een interview, dus, waarin het er "onder vrienden" - ze hebben een sms-relatie! - amicaal en in een ontspannen sfeer aantoe zal gaan. Lees: waarin Leterme zijn kans schoon ziet om zich nog eens als vanouds als de "gewone man in de Wetstraat" kan profileren.

"Mannen in de zestien" is de toepasselijke, en clevere kop boven het artikel. Eronder Preud'homme - altijd al een toonbeeld van positieve energie, met zo'n man wil Leterme gezien worden - en de oppertsjeef op een paginagrote foto, lachend, want vrienden vanuit een gemeenschappelijke liefde voor dezelfde voetbalclub. Leterme kopt hier meteen enkele balletjes tegen de touwen en Preud'homme laat ze als het ware kwansuis door z'n keepershandschoenen glippen. Ook hij heeft er als een in het sjieke Keerbergen wonende Waal kennelijk baat bij dat er een positief klimaat rond de grote reformateur hangt.

Intussen trapt Leterme een goedgeplaatste penalty: "Mijn voorkeur voor Standard kost me stemmen."Preud'homme laat de bal glippen met de lovende woorden: "Andere politici zouden het verzwijgen uit angst dat men het hen kwalijk zou nemen." Hey Yves, je bent een van ons, denk ik op slag. Lieve tsjeef!

Verderop in het gesprek krijgt Leterme de kans om andermaal zijn imago van grijze muis van zich af te schudden, om zich vol genegenheid uit te spreken over zijn ouders, om het over zijn ziekenhuisopname te hebben (die van hem een méns maakte), om Guy Verhofstadt in één adem door te 'ont-menselijken', en vooral om alle lepe truken van de mediatrainigscursus uit te proberen. Wie hier in mee gaat mag het dan nog betreuren dat Leterme voor Standard supportert (een gelijkspel tegen Liverpool can't be wrong), hij zal Leterme een sympathieke peer vinden. En hij zal misschien op hem stemmen, als hij de kans krijgt. Of op Inge Vervotte natuurlijk.

Slechts aan het eind van het interview krijgt Leterme nog enkele ietwat neteliger kwesties voorgeschoteld, en op de vraag zijn eigen "Vlaams gevoel" te omschrijven komt Yves verrassend, maar toegegeven, aangenaam verrassend uit de hoek. De man van 800.000 zegt zulks namelijk niet te hebben, grotendeels door familiale toedracht, maar de manier waarop Leterme deze vraag bijna ludiek omzeilt getuigt van moed en relativeringsvermogen, bijna nonchalance. Alsof het hem niets zou kunnen schelen mocht hij nog wat potentiële stemmers verliezen door een mening als ging het om een voetbalvoorkeur.

Wat mij op een of andere manier doet uitkomen bij de vraag of Bart De Wever misschien ook voor een of andere sportclub supportert.

vrijdag 8 augustus 2008

Kijk uit naar menig "aas" duel

In normale omstandigheden heb ik weinig tot niets te melden over voetbal (niet dat ik het niet volg nochtans), maar nu het Belgische voetbal ieder jaar een beetje verder wegzakt wordt het hele wereldje bij vlagen zodanig potsierlijk dat er gewoon niet over gezwegen kán worden.

Sporza kopt "Aantrekkelijk, aanvallend en spektakelrijk". Boven een artikel over wat Belgisch voetbal in het seizoen 2008-2009 zál (de vertwijfeling in dat accent) zijn. En Belgisch voetbal zál aantrekkelijk, aanvallend en spektakelrijk (kortweg "aas") zijn dankzij een charter dat alle trainers hebben ondertekend. Dus zelfs Dirk Geeraerd van het vorig jaar wat "stugge" Roeselare, en dus ook der Jacky van de beenhouwers van de Colruyt van Beernem, oftewel dus van Club Brugge. Dat charter is trouwens geenszins pro forma bedoeld, want, zoals het er staat: "elke wedstrijd wordt er een om nooit te vergeten."

Op dit punt kan je alle richtingen uit. Een imaginair voorproefje van een onvergetelijke wedstrijd in de Jupiler League (die een andere naam krijgt die ik het vermelden niet waard vind), een greep in je eigen herinneringen aan wedstrijden die toen nog niet noodzakelijk onvergetelijk moesten zijn door toedoen van een charter, en die bijgevolg ook niet onvergetelijk waren,..

En vragen. Vragen. Zullen we als publiek gedwongen worden om bepaalde wedstrijden te onthouden? Zullen we om de paar weken door een inspectie gecontroleerd worden om te zien of we ons nog kunnen herinneren wat er net voor de rust gebeurde in Bergen - Charleroi? Zal Ivan De Witte eindelijk uitgroeien tot de goeroe die hij al zo lang zo graag wilt zijn (zijn AA Gent dat intussen niet mee groeit en ondanks tonnen ambitie nog steeds elk seizoen op de zesde plaats strandt). Zullen Belgische clubs Europees in de toekomst aantrekkelijk aanvallend en op spektakulaire wijze de duimen moeten leggen voor een Bori-sof van een ploeg?

What the heck, kortom. Laat de jongetjes maar gewoon weer een schooljaar achter de bal lopen. Ze doen dat toch zo graag. En of ze er nu goed in zijn of niet: Belgisch voetbal is veel meer volkskermis dan sportevenement. Het is toch geen schande om dat te zeggen?

zondag 27 juli 2008

Pap kortom

Pap.
Wat de aanleiding was, ik herinner het me niet, maar gisteren stonden A. en ik op een bepaald moment onze spierballen aan elkaar te tonen. Opgespannen armen, weet u. Pap, voor wie ons kent. Het was potsierlijk, dat wisten we zelf ook wel ("duh!"), maar het bleef wat hangen bij mij, schriel als het was, van een gebrek aan sport als het getuigde. Eigenlijk wil ik het anders.

Maar 't is mijn lichaamsbouw, en ook die van A.. Schriel, smal, niet echt klein en daarom misschien des te opvallender. Wij zijn "sprieten", zoals de tantes dat zeggen. 'Magere sprieten'. Net geen slungel, ik. Daarvoor ben ik gelukkig toch te klein.

In "Oh Your God" zingt Tommy Barman over een fenomeen dat ik met turnlessen uit het zesde leerjaar associeer: push-ups ("pompen"). Dat gaat van "did 34 push-ups, should've done 68" waaruit ik concludeer dat de heer Tommy óf nogal opgefokt is/was, óf in goede conditie wil zijn (beroepsernst!), óf een godenlichaam ambieert, in de wetenschap dat hij voor sexy Mauro P.'s magnifieke kop toch de duimen moet leggen.

Die laatste reden sluit ik maar meteen uit, die gasten zijn 36 , en eerlijk gezegd who cares waarom Barman aan sport doet. Stef Kamiel fiétst naar al zijn optredens, zo zegt hij, dus zo uitzonderlijk is het helemaal niet. En waarom zou het dat ook? Waarom ben ik geneigd muzikanten een geheel onsportief bestaan toe te dichten?

Maar wat ik wilde zeggen (u voelde het al aan uw kleine teen): ik ben aan de pomp gegaan, ik heb geprobeerd te pompen. Kont naar beneden, handjes uit elkaar en van de eerste keer al meteen 4 (vier!) keer opgedrukt. Weinig? Jazeker. Maar ik verlies de moed niet. De keer daarna deed ik er tien, u weet wel, negen en dan nóg eentje. Van die laatste onderneming ben ik een tiental minuten later evenwel nog steeds herstellende. En 'leuk' vond ik het ook al niet meer, met al dat bloed dat naar mijn hoofd steeg.

Pap kortom.

zaterdag 12 juli 2008

Mart Smeets, jij bent tenminste nog een geil knulletje

"Kan ik eraan doen dat er zoveel drek op tv is," antwoord ik meestal als mensen bij mij komen klagen over hun televisionele bevindingen. "Trek u op aan Karl Vannieuwkerke," geef ik hen dezer dagen dan ook meteen als raad mee. Want Karl maakt me blij, zo blij.

Het moet gezegd: Karl Vannieuwkerke is goed in "Tour 2008". Goed in het overbrengen van de wie-ler-be-le-ving. Ik voél het helemaal, deze Tour, ik begrijp nu waar het om gaat: de koers, de rituitslag en de wielerpersoonlijkheden. En die viriele brokjes natuur, de bezwete bovenlip van de winnaar en de 'hespen' van Cancellara ("Spartacus"). Het belang van Kirchen in het geel en de valpartij van Vansummeren. Nu voel ik het eindelijk diep in m'n ballen, Karl.

Maar pas nu begrijp ik ook dat het inderdaad nódig is om je helemaal in het gebeuren in te leven, om tegen je vrienden op fluistertoon over de coureurs te praten (uit ademstokkende bewondering), en pas nu kan ik het circus dat zo'n peloton toch is naar waarde schatten (de soigneurs! de bidons! de helikopters!) en be-grijp ik wat daar leeft, wat daar omgaat, welke bovenmenselijke krachten dat van al die moedige mannen vergt om die mallemolen draaiende te houden, om dat gesmeerd te laten lopen tot in Parijs. Dankzij jouw nimmer aflatende passie voor de sport, Karl, die mij vanavond en al heel deze Tour als een dikke, lekkere epospuit achtervolgt. Tot in m'n ballen.

Jammer dus dat ik er vanaf morgen opnieuw voor zal kiezen dat alles de rug toe te keren. Ik hoor het wel, Karl. Je in pathos gedrenkte geblèr zal nog wel een poos door de Alpen en de Pyreneëen van mijn kleine leventje schallen. Tot diep in m'n ballen.

zondag 6 juli 2008

Federer, iemand?

Het huilen staat me weleens nader dan het bloggen. Nee, ik huil niet, maar het bloggen is ook niet altijd even makkelijk. Ik dacht vandaag mijn bewondering te uiten voor Rafael Nadal en Roger Federer, u weet wel, die tennissers, maar een matchverslag of iets dergelijks krijg ik niet uit mijn toetsenbord geperst. Dan maar een omweg.

Federer lag voortdurend onder in de Wimbeldonfinale. Zag u hoe hij veel meer fouten maakte? M. gebruikte het woord "secuur" om Nadals indrukwekkende tennis te benoemen. Het moest wel zo aflopen, met winst voor de spierbundel. 9-7 in de vijfde set was desalniettemin extreemdolletjes.

Eigenlijk was hij veel beter. In de rallies kon je dat heel goed zien. Wie is de man die zo voor de overwinning wil strijden? Wie is de man die voor tennis tot het uiterste gaat? Er zijn mensen, zoals Guy, die er geen zak aan vinden, en die dat meedelen in een blogpost die ik niet meteen terugvind, maar mij kan het boeien. En tamelijk intens ook.

Over Rafael Nadal stel ik me amper vragen, waarmee ik niet wil zeggen dat hij mij oninteressant lijkt: hij is een fenomeen (als dat niet interessant is). Maar Roger Federer zou ik wel eens een dagje van dichtbij willen volgen, daarbij onmiddellijk de angst uitsprekend dat dat misschien ook weer heel hard zou kunnen tegenvallen. Als ik zijn vriendin in de tribune zie sjieken, dan valt dat feit op zich me zelfs al tegen van Federer (al kan hij daar zelf niet veel aan doen).

Nee, wat ik dan zoek en bewonder in Federer? Iets stijlvols en een tomeloze rust. Hij is als sportman zo net, zo perfect. Of ik dat ook wil zijn? Nee, hoor. Maar ik wil de inspanning observeren die het hem kost om zo net, zo perfect en zo'n goede tennisser te zijn. Misschien gaat dat bij hem vanzelf.

Vandaag verloor hij. Ik hoop dat hij nog minstens drie Grand Slams wint. Dan heeft hij zijn record.

donderdag 12 juni 2008

Enige vérotiek voor Jan

Hotel Regina. In Zwitserland of Oostenrijk. Een hotel dus waar de ploeg van VT4 blijkbaar zijn dagen slijt tijdens het EK voetbal. En het hotel ook waarnaar de talkshow vernoemd werd die elke avond na de laatste match live de ether wordt ingepleurd.

Eigenlijk heb ik over dat hele hotel en die talkshow erbij maar bitter weinig te vertellen. Ik zag het programma vanavond in al zijn middelmatigheid en vond vooral dat er veel te veel in werd gepalaverd over voetbal dat de moeite van het gepalaver striktgenomen niet waard was.

Nee, waar het me om ging waren de aanwezige gasten. We hadden een respectabel gezelschap van Hollanders met Aad De Mos en Johan Boskamp, er was Gui Polspoel en ook Bob Peeters. Carl Huybrechts was de host die Mark Uytterhoeven nooit zal kunnen doen vergeten en roze konijn van de dag was la Véro, ofte Véronique De Kock. Zij trok alle aandacht naar zich toe.

Johan Boskamp zat erbij alsof hij met een kruiwagen rondgereden moet worden, zo dik. Aad de Mos heeft de kapper van zijn vrouw gevraagd er iets 'low-profiles' van te maken. Bob Peeters moet op zijn beurt opletten dat hij als 'jongmens' niet vroegtijdig tussen de oude zakken gaat kamperen (zou hij niet met weemoed terugdenken aan zijn tijden met koptelefoon?) En Gui 'I've seen it all' Polspoel meent in zijn eigen stem het gezang van zijn favo contratenor herkend te hebben, zo graag hoort hij zichzelf bezig.

Resten ons dus Carl en la Véro die al die oude sloebers vanavond zonder verpinken voor haar rekening nam. Je vraagt je als kijker af hoeveel geld ze voor haar optreden vangt, maar stiekem durf ik te vermoeden dat ze het ook best gratis zou doen. Boskamp die weer een Jantje wordt, weet met die oogjes van 'm geen blijf. Als Polspoel na de reclame verdwenen blijkt, zijn de hormanale hypothesen daarvoor niet van de lucht.

Véro gaat na de uitzending met heerschappen-voetbalkenners nog een glaasje drinken in de cafetaria, als u me zelf even een hypothese toestaat. Aad gaat slapen, Bob ligt op zijn hotelbed met zijn vriendin te sms'en en Gui haalt met Carl herinneringen op aan een tijd die nooit meer terugkomt. Boskamp blijft zitten, gehypnotiseerd, en stelt op een moedig moment voor nog even een wandelingetje te gaan maken. Waarop Véro zoetgevooisd verklaart: "Oh Jan, ik denk dat we dat een andere keer maar eens moeten doen," hem met een kusje op z'n voorhoofd en een nakende hartstilstand achterlatend.

zondag 8 juni 2008

6-1, 6-3, 6-0

Hebt u gekeken? De mannenfinale van Roland Garros was een sof van een wedstrijd. Maar Roger Federer was adembenemend. Niet omdat hij uitstekend speelde, want dat deed hij niet. Verrevan. Wel omdat hij op springen stond. Omdat de sportman Federer helemaal leek te gaan kraken.

Aan het eind van de eerste set, met zijn hoofd naar beneden. Ongezien en onwaardig. Hartverscheurend bijna. Niet dat Nadal zich had moeten inhouden, maar toch. 'Dit is het einde van Federer,' dacht ik in een flits, en ik geloof ook werkelijk dat dat einde daar stilaan zou kunnen zijn ingezet.

De statistieken als die u iets zeggen: vier games voor Federer tegenover achttien voor Nadal, en in de hele wedstrijd maar zeven fouten voor die laatste. Rafael Nadal maakte in meer dan honderd minuten tennis maar zeven ongedwongen fouten. De machine. Het wonder.

Maar hem beschimpen is onfair. Hij neemt geen epo. Zelden zag ik een sportman meer integer een overwinning vieren. Zo eenvoudig. Wat een opluchting ook. De idee van een arroganterik die Federer een pak slaag geeft is afschuwelijk.

Nadal wint Wimbledon dit jaar. Dat kan ik u wel al verklappen. En Federer wint Roland Garros nooit van zijn leven. Dat geef ik ook al weg.

maandag 6 augustus 2007

Het "my mouth is a desert"- gevoel bestaat

Zonet kwam ik, door een rare beweging van mijn hand, te weten dat ik een pijnlijke puist onder mijn kin met me meedraag. Op een andere (mindere) dag zou ik die pijn een minuut of vijf(-tien?) met me mee hebben gedragen, op de dag waarop ik mijn technische grenzen heb verlegd en na de dag waarop ik mijn sportieve grenzen heb verlegd kan zo'n "boebel" meer of minder (vooral meer) mij echter maar heel weinig ongenoegen aansmeren. De kleine dingetjes worden nog kleiner als je er grotere en belangrijkere dingen naast kan zetten.

Het was gisteren ongezond warm, maar ik had afspraak voor een kleine triatlon met enkele vrienden. Venten, dat spreekt, dus ging de onderneming gewoon door, ongeacht welke temperatuur dan ook. Oké, 30 km fietsen werden er 25, en 8,4 km lopen werden herleid tot de nog steeds stevige 5 km. Ik had er naar uitgekeken, met een honger voornamelijk gevoed door dat steeds terugkerende zinnetje uit de monden van mensen die in mij een druggy-hippie-type zien: "Allée, doet gij ook sport???" Ik zou het ze eens, puur recreatief, bewijzen.

Het was effectief wel een vijftal jaren geleden dat ik nog eens in een zwembad was geweest, dus de kilometer zwemmen ervoer ik als behoorlijk zwaar. In 28 minuten, en als laatste kwam ik uit het bad. Ontevreden kon ik echter bezwaarlijk zijn.
Het fietsen daarna was moordend, over een zwaar parcours, dat zich vier keer herhaalde. Meer bergop dan bergaf en als enige uitgerust met een ouderwetse city bike, borg ik al in de tweede van de vier ronden mijn ambitie op om de anderen bij te benen. Toch had ik met mijn zes minuten achterstand op de eerste het gevoel dat ik niet sneller kon. No shame!

Het lopen tot slot beloofde mijn sterkste onderdeel te worden, maar ik was kapot. De zon bleef dodelijk warm, en na drie rondjes lopen was ik genoodzaakt er twee te stappen om het gezond te houden. Ik was blij toen ik klaar was, kapot van zoveel meer sport dan die vijfentwintig minuutjes die ik om de twee dagen ga lopen. Dat ik niet de sportiefste van het gezelschap was, raakte m'n koude kleren niet, ik ben niks competitief ingesteld. Het was me puur te doen om tegenover mezelf en enkele anderen te bewijzen dat ik wel degelijk een schappelijke sportieve prestatie in mij heb. Dat is bij deze gebeurd.

Vandaag was ik nog maar half gerecupereerd van die, toch echt niet te onderschatten, omstandigheden van gisteren, maar toch ben ik alweer grensverleggend bezig geweest voor mezelf, en dit keer ook voor de moeke. Naast niet-sportief heet ik namelijk ook geweldig onhandig te zijn, voor een groot deel van de mij bekenden, en nu moet ik ruiterlijk toegeven dat ik ook werkelijk niet handig bén. Maar...geef mij een klein uur en ook ik kan een bureaustoel in elkaar zetten. Vandaag achtte ik de tijd gekomen dat te bewijzen, temeer omdat er daadwerkelijk een bureaustoel in elkaar moest worden gezet en omdat de moeke al luidop overwoog er de buurman bij te halen. Een kleine overwinning op mezelf later stond die bureaustoel netjes aan het bureau en er lijkt vooralsnog geen instorten aan. That's me, met twee overwinningen op zak, waarvoor ik geen geldprijs, doch wel een mentaal duwtje in de rug binnenhaal. Morgen naar de papierwinkel voor twee A3's. Kan ik mezelf twee brevetten uitschrijven.