"Hoe hard je ook je best doet om te integreren, voor veel Belgen blijf je een Turk. Sommige van mijn vrienden hebben zich daarbij neergelegd, die doen geen moeite meer om te integreren, om Belg te worden. Zij zeggen: "Ik ben een Turk en dat zal ik altijd blijven.""
Dit zegt de Gentse filmregisseur Kadir Balci in Humo. Kadir is tot nader order een 'exotische' naam dus daar komen we al met dat label, daarvoor hoef je hem niet eens te zien. Maar los daarvan is het confronterend om een veertigjarige Gentenaar van Turkse afkomst maar desalniettemin een zeer overtuigde Gentenaar, een man die woorden als 'vaneigens' gebruikt, zo'n dingen te horen zeggen. Die man is veertig en hij alludeert iets verderop in het interview aan zijn tijd in de middelbare school waar hij ook steeds als Turk gelabeld werd. Hij was een jongen die films wilde maken, maar hij werd verondersteld dat steeds met Turkije als thema of achtergrond te doen. Dat begreep hij niet en ik evenmin. Een triestige anekdote die duidelijk de afwijzing van Kadir als Belg impliceert.
Veertigjarige Belgen die in interviews herinneringen aan hun middelbare school oprakelen doen dat meestal vanwege bepaalde karaktertrekken die een beter beeld geven van wie ze zijn of vroeger waren, maar doorgaans niet vanwege een label. Of ja, een karakterieel label misschien, als in 'een rare', 'een stille', maar zelfs de meest 'normale' Turkse Belg blijft een 'Turkse Belg'.
Nu heeft deze Kadir Balci een film gemaakt, misschien een soort biografie, ik heb er geen idee van, over een een Turkse Gentenaar die zijn vader gaat begraven in Istanbul. Hij zegt dat hij een Vlaamse film wilde maken en dat hij niet te vaak op zijn roots wil aangesproken worden, maar dan maakt hij het zich met een film als deze wel erg moeilijk.
Ik denk hierbij ook aan Fatih Akin, de regisseur van ondermeer 'Gegen Die Wand', en hoe die als Turkse Duitser ook steeds naar Turkije terugkeert. Heb ik geen enkel probleem mee, het lijkt me integendeel zelfs logisch, maar het is ook een teken aan de wand. Het moet echt wel zijn dat zo'n Turkse west-Europeaan er heel moeilijk in slaagt zich écht in het land waarvan hij vaak al van bij zijn geboorte een inwoner is te integreren. Dat ze dikwijls ghetto's vormen met andere 'landgenoten' - 'lotgenoten' - helpt er kennelijk ook niet aan, maar die redenering kan je ook omdraaien en dan luidt het dat ze misschien ghetto's vormen net omdát ze voelen dat een gewone integratie niet lukt.
Je kan je afvragen wat er moet veranderen opdat Belgische Turken gewone Belgen kunnen worden. Moeten ze een Vlaamse, Duitse of Franse voornaam krijgen? Pieter-Jan Balci? Annelies Sever? Jean-Michel Bolat? Heinz Akin? Zou het er zo op vergemakkelijken voor hen, of zouden ze dan niet enkel gestigmatiseerd maar ook uitgelachen worden?
In het middelbaar zat ik zelf met een 'halve Turkse Belg' in de klas. Zijn moeder was van Izmir, zijn vader van Wilsele. Hij had een Turkse naam en was niet blank als in 'blank', maar voorts was hij honderd procent Belg. Toch werd hij raar bekeken maar dan vanwege zijn karakter. Toen we met z'n allen zestien werden en op café begonnen gaan, ging hij niet mee, reden onbekend. Interesseerde het hem niet of mocht hij niet van thuis? Mocht hij niet van zijn moeder die naar hij zei wél heel Turks was gebleven? Hoe dan ook: om die reden werd hij gestigmatiseerd. Dat half Turks zijn kwam daar enkel boven op, maar het gaf te speculeren.
En dat er, bijvoorbeeld, van concentratiescholen gesproken wordt wanneer er een hoog percentage 'onechte Belgen' in dezelfde klas belandt, is ook geen goeie zaak, geloof ik, maar het blijft natuurlijk een raar fenomeen. Laatst passeerde me in Antwerpen een 'concentratiekleuterklas' - niet één blank kindje - en ik moet toegeven dat die concentratie met voorsprong het eerste was dat me opviel. Ik vond het vreemd en ik voelde me er ook een beetje onbehaaglijk bij. Kan zoiets wel? Is dit wel goed? Zo'n gedachten.
Maar ja, wie zal het zeggen of zoiets 'goed' of 'slecht' is. In een Belgische onderwijsinstelling zullen ze naar het Belgisch model les krijgen. Hopelijk krijgen zo'n kindjes ook thuis de kans om hun kennis van een Belgische taal te ontwikkelen en worden ze niet al te hard gepaternaliseerd door een vader die het misschien opgegeven heeft om een Belg te worden.
Maar zo'n woord als 'concentratieklas' zit toch niet helemaal goed. Er zit zo veel stigma in. Mij doet het denken aan 'concentratiekámp' en dat kan toch onmogelijk de bedoeling zijn.
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
donderdag 23 september 2010
maandag 5 juli 2010
Werchter '10
Zo, net thuis van Werchter. Zalige editie. Keiwarm weer en super veel bier. Vannacht wel moeten kotsen in de tent, maar ça va nog. 't Is maar één keer per jaar Werchter hé!
Ik was voor Faithless gekomen, maar heb ze uiteindelijk gemist. Allez, 't klinkt misschien raar, maar als ik naar Werchter ga zit ik meestal ongeveer drie vierde van de tijd op de camping. Ge weet wel, ge moogt geen bier meenemen op de wei en dus blijven mijn maten en ik gewoon op de camping pintjes drinken. We zetten daar dan ook gewoon zelf onze muziek op en zetten die keihard. Feestje!
Dus, eens denken: welke groepen heb ik gezien dees jaar? The Prodigy, vrijdag, en een stukske Placebo op de Main Stage? Ik denk die twee. En voor de rest een rosse in de Marquee, maar ik zen daar niet naar blijven zien. Hotdogske gestoken, pintje gedronken.
Vannacht dus in de tent gekotst en donderdagnacht ook al. Toen ik donderdagnacht nog naar de wc wilde, vond ik daarna mijn tent niet meer terug en heb ik gewoon buiten geslapen. 't Was mooi weer enzo.
Zaterdag dan ineens bakken regen, iedereen zijn tent in. Nog een mieke gevonden, mee in die haar tent gekropen. Pintjes gedronken, kleren uit. 'k Moet er geen tekeningske bij maken zeker? Gemaan zat was ik.
Voilà, mijne Werchter in 't kort. Hopelijk staan er geen dt-fouten in dit stukske ;).
Ik was voor Faithless gekomen, maar heb ze uiteindelijk gemist. Allez, 't klinkt misschien raar, maar als ik naar Werchter ga zit ik meestal ongeveer drie vierde van de tijd op de camping. Ge weet wel, ge moogt geen bier meenemen op de wei en dus blijven mijn maten en ik gewoon op de camping pintjes drinken. We zetten daar dan ook gewoon zelf onze muziek op en zetten die keihard. Feestje!
Dus, eens denken: welke groepen heb ik gezien dees jaar? The Prodigy, vrijdag, en een stukske Placebo op de Main Stage? Ik denk die twee. En voor de rest een rosse in de Marquee, maar ik zen daar niet naar blijven zien. Hotdogske gestoken, pintje gedronken.
Vannacht dus in de tent gekotst en donderdagnacht ook al. Toen ik donderdagnacht nog naar de wc wilde, vond ik daarna mijn tent niet meer terug en heb ik gewoon buiten geslapen. 't Was mooi weer enzo.
Zaterdag dan ineens bakken regen, iedereen zijn tent in. Nog een mieke gevonden, mee in die haar tent gekropen. Pintjes gedronken, kleren uit. 'k Moet er geen tekeningske bij maken zeker? Gemaan zat was ik.
Voilà, mijne Werchter in 't kort. Hopelijk staan er geen dt-fouten in dit stukske ;).
zaterdag 9 januari 2010
Herman? Je hebt de president en dan heb je de Coninck
Nu ik afleiding gebruiken kan, ga ik opnieuw aan het dichten. Het was heel lang geleden en ik ridiculiseer het nog steeds, maar stiekem doe ik toch ook een beetje mijn best, net als vroeger. Ik wil best een dichter zijn en ik wil heel graag dat dagboek van Leonard Nolens lezen dat nu zo wordt bejubeld.
Ik neem "De mooiste gedichten van Herman de Coninck" uit de kast en sla het open op zomaar een bladzijde.
Het betreffende gedicht
leest als een prozatekst, maar
staat gewoon als een gedicht
op het blad geordend.
Zo kan ik het ook, denk ik, en dus doe ik het. Maar kan ik het wel écht? Zit er bij die de Coninck niet veel meer achter? Ja, het is een hele mooie, ritmische prozatekst, dat zeker, maar de assonanties, de alliteraties, de chiasmen en de andere stijlfiguren vallen me niet zo dadelijk op. Moet ik het met een ander gedicht proberen?
Zo gezegd, zo gedaan en toegegeven, wat ik zonet las was zonder meer 'knap' te noemen. Hij deed iets met haakjes (()) en dat iets was niet niets, om er zelf een wat lullige assonantie tegenaan te gooien. Wat een man, die Herman de Coninck. Iets wat niet van zijn weduwe gezegd kan worden, al was het maar omdat ze geen man is. Maar mocht ze er alsnog één genoemd worden, ze zou haar stomme klep als vanouds weer opentrekken tot er een trein of drie tegelijk door zouden kunnen rijden. Zonde dat ik ontspoor.
Herman dus. Leer het me, Herman. Ik lees je hele 'best of', Herman, en daarna ga ik er eens rustig over slapen. Morgen sta ik op en kan ik het, of nee, ik kan het niet want ik moet studeren. Maar morgen heb ik het wel al in me en na de studies kan ik het dan ook probleemloos aanwenden.
Nee, dat gaat niet gebeuren, Ali.
Als u het volgende leest, gaat u misschien lachen, maar iets soortgelijks ervaar ik met de muziek van Radiohead. Die doe je ook niet zomaar na, heb ik het gevoel. En ik wordt in dat gevoel gesterkt doordat er zovele groepjes geprobeerd hebben Radiohead na te doen maar er allemaal - sommigen hebben enigszins een eigen smoeltje verworven - jammerlijk in gefaald zijn.
Als er u in deze tekst overigens assonanties, alliteraties, chiasmen, epiteton ornantes of dt-fouten zijn opgevallen, gelieve het mij te melden. Zo'n opkikker - leuk woordje hé! - kan ik nu wel gebruiken.
En nu ga ik mij echt waar verdiepen in de poëzie van Herman de Coninck, waarna ik een schoonheidsslaapje zal plegen om morgen wakker te worden met het talent om één van de grootste dichters van de eenentwintigste eeuw te kunnen worden.
Ik neem "De mooiste gedichten van Herman de Coninck" uit de kast en sla het open op zomaar een bladzijde.
Het betreffende gedicht
leest als een prozatekst, maar
staat gewoon als een gedicht
op het blad geordend.
Zo kan ik het ook, denk ik, en dus doe ik het. Maar kan ik het wel écht? Zit er bij die de Coninck niet veel meer achter? Ja, het is een hele mooie, ritmische prozatekst, dat zeker, maar de assonanties, de alliteraties, de chiasmen en de andere stijlfiguren vallen me niet zo dadelijk op. Moet ik het met een ander gedicht proberen?Zo gezegd, zo gedaan en toegegeven, wat ik zonet las was zonder meer 'knap' te noemen. Hij deed iets met haakjes (()) en dat iets was niet niets, om er zelf een wat lullige assonantie tegenaan te gooien. Wat een man, die Herman de Coninck. Iets wat niet van zijn weduwe gezegd kan worden, al was het maar omdat ze geen man is. Maar mocht ze er alsnog één genoemd worden, ze zou haar stomme klep als vanouds weer opentrekken tot er een trein of drie tegelijk door zouden kunnen rijden. Zonde dat ik ontspoor.
Herman dus. Leer het me, Herman. Ik lees je hele 'best of', Herman, en daarna ga ik er eens rustig over slapen. Morgen sta ik op en kan ik het, of nee, ik kan het niet want ik moet studeren. Maar morgen heb ik het wel al in me en na de studies kan ik het dan ook probleemloos aanwenden.
Nee, dat gaat niet gebeuren, Ali.
Als u het volgende leest, gaat u misschien lachen, maar iets soortgelijks ervaar ik met de muziek van Radiohead. Die doe je ook niet zomaar na, heb ik het gevoel. En ik wordt in dat gevoel gesterkt doordat er zovele groepjes geprobeerd hebben Radiohead na te doen maar er allemaal - sommigen hebben enigszins een eigen smoeltje verworven - jammerlijk in gefaald zijn.
Als er u in deze tekst overigens assonanties, alliteraties, chiasmen, epiteton ornantes of dt-fouten zijn opgevallen, gelieve het mij te melden. Zo'n opkikker - leuk woordje hé! - kan ik nu wel gebruiken.
En nu ga ik mij echt waar verdiepen in de poëzie van Herman de Coninck, waarna ik een schoonheidsslaapje zal plegen om morgen wakker te worden met het talent om één van de grootste dichters van de eenentwintigste eeuw te kunnen worden.
donderdag 7 januari 2010
Vraagtekens zijn uitgevonden voor mensen die het niet weten
Hipsters. Dat woordje, die connotaties. New York. Parijs. Berlijn.
Wat zijn dat, hipsters? Hoe gedragen ze zich? Wie is er één en wie niet? Het lijkt een totaal onafgebakend iets.
Trashy. Edgy. Erover. Erop. Erop en erover. Of juist helemaal niet?
Ongecompliceerd en onbeschaamd homo? Of net heel gewoontjes en heel beslist hetero? Veel geëxperimenteerd, nog steeds experimenterend of zijn ze er nu voor zichzelf wel uit?
Retro. Extravagant. Héél, héél gewoon. Integer. Arty. Nooit farty! Altijd progressief. Gewoon arrogant of gespeeld verlegen?
Voor Obama. Tegen Bush. Of toch iets meer nuance?
Vraagtekens zijn uitgevonden om uitdrukking te geven aan nieuwsgierigheid, maar als ik mezelf aan een gokje mag wagen dan denk ik dat hip zijn op z'n New Yorks vandaag staat voor enigszins belezen overkomen terwijl je dat eigenlijk niet echt bent - dat dan ook in alle bescheidenheid - belangrijk! - toegeven; nuchter zijn en zeggen dat je finaal gekapt bent met drank en drugs en dat je je demonen nu op een positievere manier probeert te bezweren - positief zijn is héél belangrijk; zeggen dat je overal hipsters ziet lopen en dat je er niks meer van begrijpt - je integriteit en eenvoud bewijzen - dat besef is uiteraard ook maar met de jaren gekomen; iets te maken hebben met een mensen- of dierenrechtenorganisatie - heel betrókken zijn.
Wat nog meer? "Dat ik een rolmodel voor de jeugd word genoemd, vind ik een hele eer, maar het is zeker geen opzichzelfstaande ambitie van me. Ik wil de mensen vooral vrijlaten in wat ze doen en denken. Iedereen moet zijn eigen pad kunnen bewandelen. Dat heb ik me gerealiseerd nu mijn vriendin" - iedereen die van dichtbij of van ver met hipheid geassocieerd wordt, heeft natuurlijk altijd wel een vriend(in) - "zwanger is van ons eerste kindje."
Natuurlijk ook heel erg bezig zijn met dat (nakende eerste kindje en het) ouderschap. Heel veel respect hebben voor ouders in het algemeen - je moet het toch maar doen! Het woord 'respect' ook weer niet té veel in de mond nemen - voor je het weet heeft het geen betekenis meer! Je ouders en grootouders de hemel in prijzen voor wat zij gepresteerd hebben - niet zelden waren ze van heel eenvoudige komaf en hebben ze in hun jeugd amper kansen gekregen.
Of dat alles net helemaal niet?
Wat zijn dat, hipsters? Hoe gedragen ze zich? Wie is er één en wie niet? Het lijkt een totaal onafgebakend iets.
Trashy. Edgy. Erover. Erop. Erop en erover. Of juist helemaal niet?
Ongecompliceerd en onbeschaamd homo? Of net heel gewoontjes en heel beslist hetero? Veel geëxperimenteerd, nog steeds experimenterend of zijn ze er nu voor zichzelf wel uit?
Retro. Extravagant. Héél, héél gewoon. Integer. Arty. Nooit farty! Altijd progressief. Gewoon arrogant of gespeeld verlegen?
Voor Obama. Tegen Bush. Of toch iets meer nuance?
Vraagtekens zijn uitgevonden om uitdrukking te geven aan nieuwsgierigheid, maar als ik mezelf aan een gokje mag wagen dan denk ik dat hip zijn op z'n New Yorks vandaag staat voor enigszins belezen overkomen terwijl je dat eigenlijk niet echt bent - dat dan ook in alle bescheidenheid - belangrijk! - toegeven; nuchter zijn en zeggen dat je finaal gekapt bent met drank en drugs en dat je je demonen nu op een positievere manier probeert te bezweren - positief zijn is héél belangrijk; zeggen dat je overal hipsters ziet lopen en dat je er niks meer van begrijpt - je integriteit en eenvoud bewijzen - dat besef is uiteraard ook maar met de jaren gekomen; iets te maken hebben met een mensen- of dierenrechtenorganisatie - heel betrókken zijn.
Wat nog meer? "Dat ik een rolmodel voor de jeugd word genoemd, vind ik een hele eer, maar het is zeker geen opzichzelfstaande ambitie van me. Ik wil de mensen vooral vrijlaten in wat ze doen en denken. Iedereen moet zijn eigen pad kunnen bewandelen. Dat heb ik me gerealiseerd nu mijn vriendin" - iedereen die van dichtbij of van ver met hipheid geassocieerd wordt, heeft natuurlijk altijd wel een vriend(in) - "zwanger is van ons eerste kindje."
Natuurlijk ook heel erg bezig zijn met dat (nakende eerste kindje en het) ouderschap. Heel veel respect hebben voor ouders in het algemeen - je moet het toch maar doen! Het woord 'respect' ook weer niet té veel in de mond nemen - voor je het weet heeft het geen betekenis meer! Je ouders en grootouders de hemel in prijzen voor wat zij gepresteerd hebben - niet zelden waren ze van heel eenvoudige komaf en hebben ze in hun jeugd amper kansen gekregen.
Of dat alles net helemaal niet?
zondag 27 december 2009
Moed
Wat ik in mijn cocon doe, verschilt wezenlijk van wat ik buiten mijn cocon doe. Mijn cocon is mijn kamer, mijn plek, mijn fort. In mijn cocon doe ik gek, wat ik wil, gewoon wat ík voor één keertje wil.
In mijn cocon moet ik het met niémand, ik zeg met niémand, over het glazen huis hebben en hoe fantastisch dat initiatief wel niet is. Oh jongens..
In mijn cocon geil ik op mezelf. Ik lees een boekje van Rainer Maria Rilke en vind mezelf een hele baas. De gekste dingen combineer ik in mijn cocon, maar wel míjn dingen. Dat gaat van Rilke over De Jeugd van Tegenwoordig tot Noordkaap en "The Clash of Civilizations" van Samuel Huntington. Maar dat ik dat alles ook inhoudelijk ten volle begrijp, dat zal u mij niet snel horen beweren hoor.
En wat er buiten mijn cocon gebeurt frustreert me niet zelden. Ik begrijp daar niet veel van, van die leeghoofdigheid - hier, het woord is er uit - die heerst. Weet u dat ik nooit met iemand kan spreken over Rainer Maria Rilke, behalve dan met die ene man van wie ik dat boekje cadeau kreeg? Ik vraag me soms af waar de mensen samenkomen die wél over Rainer Maria Rilke spreken. Op geheime locaties, in clubverband? In zoiets als een loge?
Nu, ik ben bevoordeeld, want ik ken "de twee". Ik ken die buitenwereld van Witse, So You Think You Can Dance, Milow, Gabriël Rios en Pieter Aspe. Ik weet wel dat Q-music, één, Véronique De Kock en Stan Van Samang 'makkelijk' zijn voor een stom publiek. Maar daarnaast wil ik verbreding, voor mezelf en voor anderen. Daarnaast moet er plaats zijn voor het 'bredere pallet'. Voor onconventionaliteit en gekte. Zonder taboes op alles wat naar het intellectuele neigt.
Ik ben een Stijn Meurisfan, zeg ik met enige trots. Wie is nog een Stijn Meurisfan in dit tijdsgewricht? "Wie danst er nog?" om het met de man zelf te zeggen.
Kent u een jongeman die van Stijn Meuris houdt? Ik moest maar eens een ode brengen aan die man en zijn moed. Want 'moed' is wat Stijn Meuris kenmerkt.
(Bottomline van dit stukje is zoals zo vaak dat onze maatschappij erop gericht is zijn troepen dom te houden. Het spijt me.)
In mijn cocon moet ik het met niémand, ik zeg met niémand, over het glazen huis hebben en hoe fantastisch dat initiatief wel niet is. Oh jongens..
In mijn cocon geil ik op mezelf. Ik lees een boekje van Rainer Maria Rilke en vind mezelf een hele baas. De gekste dingen combineer ik in mijn cocon, maar wel míjn dingen. Dat gaat van Rilke over De Jeugd van Tegenwoordig tot Noordkaap en "The Clash of Civilizations" van Samuel Huntington. Maar dat ik dat alles ook inhoudelijk ten volle begrijp, dat zal u mij niet snel horen beweren hoor.En wat er buiten mijn cocon gebeurt frustreert me niet zelden. Ik begrijp daar niet veel van, van die leeghoofdigheid - hier, het woord is er uit - die heerst. Weet u dat ik nooit met iemand kan spreken over Rainer Maria Rilke, behalve dan met die ene man van wie ik dat boekje cadeau kreeg? Ik vraag me soms af waar de mensen samenkomen die wél over Rainer Maria Rilke spreken. Op geheime locaties, in clubverband? In zoiets als een loge?
Nu, ik ben bevoordeeld, want ik ken "de twee". Ik ken die buitenwereld van Witse, So You Think You Can Dance, Milow, Gabriël Rios en Pieter Aspe. Ik weet wel dat Q-music, één, Véronique De Kock en Stan Van Samang 'makkelijk' zijn voor een stom publiek. Maar daarnaast wil ik verbreding, voor mezelf en voor anderen. Daarnaast moet er plaats zijn voor het 'bredere pallet'. Voor onconventionaliteit en gekte. Zonder taboes op alles wat naar het intellectuele neigt.
Ik ben een Stijn Meurisfan, zeg ik met enige trots. Wie is nog een Stijn Meurisfan in dit tijdsgewricht? "Wie danst er nog?" om het met de man zelf te zeggen.Kent u een jongeman die van Stijn Meuris houdt? Ik moest maar eens een ode brengen aan die man en zijn moed. Want 'moed' is wat Stijn Meuris kenmerkt.
(Bottomline van dit stukje is zoals zo vaak dat onze maatschappij erop gericht is zijn troepen dom te houden. Het spijt me.)
Abonneren op:
Posts (Atom)