Mijn geschiedenis met sigaretten kan ik samenvatten in vier korte anekdotes.
Ik was van plan om nóóit te roken. Nooit roken was ooit een zekerheid voor mij. Maar misschien was ik er wel té zeker van en begon ik onbewust te twijfelen, want op een dag gaf ik me er, volledig onverwacht trouwens, aan over.
Dat was op een ochtend dat ik wakker werd in het appartement van E.. B.'s Belga's lagen op tafel, ze had er nog twee over, en ik stopte die in mijn zak zonder te weten wat ik er eigenlijk mee van plan was. Ik geloof dat ik oorspronkelijk van plan was om haar leven te redden door haar sigaretten weg te gooien, want dat ik er mijn eigen gezondheid mee zou schaden was zeker niet initieel de bedoeling.
Maar ik kwam in de verleiding - ik was alleen, ik zat eraan te friemelen in mijn broekzak - en ik haalde ze te voorschijn. Ik ging naar de badkamer, keek in de spiegel en stak er één tussen mijn lippen. Zo zag ik er dus uit met een sigaret in mijn mond. En hoe zou ik er uitzien als ik rookte? Ik moest het proberen.
Het appartement stonk er toch al naar, dus kon ik het wel voor de spiegel doen. En toen wist ik dus hoe dat eruit zag. Het deed me niks, geloof ik, ik herinner me geen gevoel of een andere sensatie. Ik had het gedaan en daarmee was alles gezegd, maar ik had er dus wel nóg één. Die rookte ik wat later buiten op en waar ik toen precies was weet ik niet meer, maar dat ik mezelf misschien wel een heel klein beetje cool vond, daar durf ik wel op wedden. Tot mijn schaamte.
De toon was gezet en ik viste nu wel vaker een sigaret uit B.'s pakjes. Voor de pose zo af en toe eens een sigaretje opsteken, dat bracht toch enige sensatie met zich mee. Ik voelde me een hele baas zal ik maar zeggen, zodanig blijkbaar dat mijn cool erbij inschoot. Want op een dag vroeg ik M. of hij het eens wilde proberen en zelfs al was hij totaal niet geïnteresseerd, ik drong aan. Hij deed het, gewoon om mij een plezier te doen, en sindsdien heeft hij het nooit meer gedaan, of toch niet waar ik bij was.
Toen ging ik naar de universiteit en was ik zoekende. Naar nieuwe vriendjes, naar perspectieven, naar de zin van dat alles misschien. Ik ontmoette B. - een andere B. - en zij rookte Camel. Het kon niet anders dan dat ze zou roken. Met haar verwarde haren, haar schelle lach, haar losse omgang en lange nachten. Ik was een beetje onder de indruk, denk ik, en deed mezelf daarom wat cooler voor dan ik was. En daar hoorde meeroken bij, zo bleek. Nonchalant om een sigaretje vragen, want zelf kocht ik ze niet natuurlijk - in mijn hoofd behield ik zo mijn waardigheid. Nee, gewoon tijdens de pauze even naar buiten en dan op de bank naast elkaar een beetje kletsen en een sigaret roken. Hebben we enkele keren gedaan, tot ik niet meer naar de universiteit ging.
Roken verdween naar het achterplan, ik vond het al een beetje saai geworden en het had me al die tijd geen enkele échte sensatie verleend, behalve dan die pose, maar die vond ik ook niet echt doorslaggevend om het occasioneel te blijven doen. En dat mijn vingertoppen ervan gingen stinken en dat de smaak in mijn mond er vies van werd, dat vond ik eigenlijk heel vervelend.
Maar toch was het niet helemaal afgelopen ermee. Soms ging ik met wat mensen op café en rookte ik wel eens mee. Op mijn achttiende verjaardag hield ik een feestje en toen ik ergens in de ochtend met E. overbleef, staken we beiden een afgetroggelde sigaret op, bij wijze van bezegeling van een geweldige nacht. Dat vonden we wel iets hebben, want ook al ridiculiseerden we het en zegden we dat we het belachelijk vonden, we déden het wel.
Maar sinds ik me niet langer 'post-middelbaar' voel, heb ik het niet meer gedaan. Onbewust zelfs, maar toch al een hele tijd nu ik erover nadenk. Sinds ik ook bijna niet meer op café ga, besef ik. Misschien zelfs sinds ik helemaal niks meer moet bezegelen. Of nee, dat klopt niet. Soms bezegel ik wél nog fantastische ditjes en datjes, maar niet meer met sigaretten. Nu doe ik dat met een uitgesproken blijk van immense waardering, met een kreet of enkele zinnen van opperste opwinding, met een kneepje in een knie, met een arm om een schouder, met een kus of met een omhelzing.
En zo is het beter, want daar gaan mijn vingertoppen niet van stinken
Posts tonen met het label toen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toen. Alle posts tonen
zaterdag 16 januari 2010
donderdag 4 december 2008
En dan typten we met de grootste sérieux een betekenisloze titel
"Dit weekend was ik verliefd op je." Ik ging het haar toch zeggen en waarom niet op een moment waarop zij een uitleg over iets helemaal anders aan het doen was? Het was op MSN, dus zag ik haar groen mannetje in de benedenbalk enkele seconden verdwijnen (ze was gebruskeerd middenin de zin die ze aan het typen was), om haar daana vliegensvlug een antwoord op die verklaring van mij te zien formuleren.
Wat ze precies antwoordde weet ik al lang niet meer, ik onthou zo goed als geen stomme voorvalletjes uit mijn leven en de weinige wrok die ik koester komt voort uit een gevoel dat ik dan weer overhield aan zo'n voorval waarvan ik me bijna niets meer herinner. Nee, ze zal waarschijnlijk "stomverbaasd" zijn geweest of ze zal dat toch zo goed mogelijk hebben gespeeld, en ik zal me wel hebben geëxcuseerd, spijt als ik kennelijk meteen had om wat blijkbaar een blitzkrieg had moeten zijn in een routineuze chat.
Want het was dat chatten dat me niet afging met haar, met haar lange blonde krullen. Ik vond haar te leuk en wilde haar door het scherm trekken, soms mocht ik haar telefoneren en dan wilde ik haar ook door de draad trekken. Ze flirtte met me. Dat zeg ik als een verongelijkt kind dat betrapt wordt bij het graaien in de koekjeskast die veel te weinig bewaakt wordt. Ze danste en ze zong en ze bewoog en lachte en lachte.
Zoals zoveel zestienjarige meisjes dat doen, besef ik nu. Ik herlees dat e-mailverkeer, vink aan en verwijder. Ik had gehoopt dat het langer geleden was dan maar drie jaar, maar het is echt nog niet lang geleden dat ik pathetische songteksten kopieerde en mezelf lyrisch blootgaf. Tot zij haar haren roodbruin verfde, zo ongeveer, en ik dat chatprogramma van mijn computer verwijderde.
Het is zo vreemd dat ze me altijd te slim af is geweest, toen. Dt-fouten, dat wel, maar van bij het begin wel weten dat het tijdelijk was tussen ons. Ik wilde nog bellen, ik wilde een brief schrijven en ik kreeg haar adres ook hoor. Maar ik deed het niet, hét was er niet meer en dat had zij beslist. Want zij kon dat en ik niet.
Wat ze precies antwoordde weet ik al lang niet meer, ik onthou zo goed als geen stomme voorvalletjes uit mijn leven en de weinige wrok die ik koester komt voort uit een gevoel dat ik dan weer overhield aan zo'n voorval waarvan ik me bijna niets meer herinner. Nee, ze zal waarschijnlijk "stomverbaasd" zijn geweest of ze zal dat toch zo goed mogelijk hebben gespeeld, en ik zal me wel hebben geëxcuseerd, spijt als ik kennelijk meteen had om wat blijkbaar een blitzkrieg had moeten zijn in een routineuze chat.Want het was dat chatten dat me niet afging met haar, met haar lange blonde krullen. Ik vond haar te leuk en wilde haar door het scherm trekken, soms mocht ik haar telefoneren en dan wilde ik haar ook door de draad trekken. Ze flirtte met me. Dat zeg ik als een verongelijkt kind dat betrapt wordt bij het graaien in de koekjeskast die veel te weinig bewaakt wordt. Ze danste en ze zong en ze bewoog en lachte en lachte.
Zoals zoveel zestienjarige meisjes dat doen, besef ik nu. Ik herlees dat e-mailverkeer, vink aan en verwijder. Ik had gehoopt dat het langer geleden was dan maar drie jaar, maar het is echt nog niet lang geleden dat ik pathetische songteksten kopieerde en mezelf lyrisch blootgaf. Tot zij haar haren roodbruin verfde, zo ongeveer, en ik dat chatprogramma van mijn computer verwijderde.
Het is zo vreemd dat ze me altijd te slim af is geweest, toen. Dt-fouten, dat wel, maar van bij het begin wel weten dat het tijdelijk was tussen ons. Ik wilde nog bellen, ik wilde een brief schrijven en ik kreeg haar adres ook hoor. Maar ik deed het niet, hét was er niet meer en dat had zij beslist. Want zij kon dat en ik niet.
vrijdag 5 september 2008
Foo Fifi's
We kijken naar een concertopname van Foo Fighters ten tijde van hun eerste plaat, 1995. Dave Grohl is een schriele, weinig charismatische frontman, het geluid van de groep is oerend hard, het publiek is jong en wild.
E. en ik zijn fans van dit groepje, maar wel elk op onze manier. E. onvoorwaardelijk, ik kritisch. Ik moet opletten met wat ik zeg over Grohl, E. heeft zijn weerwoord klaar. "Hij is te leeg, in feite, te Amerikaans," zeg ik. "Hij is echt een vakman, een gepassioneerde muzikant," bijt E. terug. Het kan ons eigenlijk niets schelen wat we precies bediscussiëren. Het is een mentaliteitsverschil en we kennen het van elkaar.
Over het Laatste Show-interview van Mark Uytterhoeven met Dave Grohl van enkele jaren geleden, gaat het net zo. "Uytterhoeven had zich beter moeten voorbereiden," zegt E., die vindt dat de host maar weinig van zijn gast leek te weten. "90% van de kijkers weet niet eens wie Grohl is," geef ik hem lik op stuk.
Waarom ik in deze tegengas moet geven en de contrastem moet vertolken, vraag ik me af. Omdat ik Dave Grohl ondanks enkele fijne jeugdherinneringen lang niet de tijdloze held vind die E. er vanuit een voor mij te evidentie adoratie van maakt. In de Laatste Show zag ik destijds vooral een behoorlijk cliché Amerikaan, en blijkbaar blies dat persoonlijke feit de "rockheld" toen enigszins van zijn sokkel.
Gelukkig zijn E. en ik het er beiden over eens dat de laatste cd van Foo Fighters een behoorlijke draak is. Die cd is een gezinspakket en die groep is een bedrijf, zijn we het ongeveer eens. E. vindt de piano in "Home" nog wel van lef getuigen, terwijl ik die compleet rubbish vind, maar zolang we het samen blijven beleven en zolang we erover blijven zeuren maakt het niet uit wat er precies gezegd wordt. We zijn er zoet mee, onder ons.
E. en ik zijn fans van dit groepje, maar wel elk op onze manier. E. onvoorwaardelijk, ik kritisch. Ik moet opletten met wat ik zeg over Grohl, E. heeft zijn weerwoord klaar. "Hij is te leeg, in feite, te Amerikaans," zeg ik. "Hij is echt een vakman, een gepassioneerde muzikant," bijt E. terug. Het kan ons eigenlijk niets schelen wat we precies bediscussiëren. Het is een mentaliteitsverschil en we kennen het van elkaar.Over het Laatste Show-interview van Mark Uytterhoeven met Dave Grohl van enkele jaren geleden, gaat het net zo. "Uytterhoeven had zich beter moeten voorbereiden," zegt E., die vindt dat de host maar weinig van zijn gast leek te weten. "90% van de kijkers weet niet eens wie Grohl is," geef ik hem lik op stuk.
Waarom ik in deze tegengas moet geven en de contrastem moet vertolken, vraag ik me af. Omdat ik Dave Grohl ondanks enkele fijne jeugdherinneringen lang niet de tijdloze held vind die E. er vanuit een voor mij te evidentie adoratie van maakt. In de Laatste Show zag ik destijds vooral een behoorlijk cliché Amerikaan, en blijkbaar blies dat persoonlijke feit de "rockheld" toen enigszins van zijn sokkel.
Gelukkig zijn E. en ik het er beiden over eens dat de laatste cd van Foo Fighters een behoorlijke draak is. Die cd is een gezinspakket en die groep is een bedrijf, zijn we het ongeveer eens. E. vindt de piano in "Home" nog wel van lef getuigen, terwijl ik die compleet rubbish vind, maar zolang we het samen blijven beleven en zolang we erover blijven zeuren maakt het niet uit wat er precies gezegd wordt. We zijn er zoet mee, onder ons.
donderdag 28 augustus 2008
Re: Rilke
Als Marie een tekstje schrijft op haar blog met als titel "Rilke", naar de Duitse dichter, dan wéét ik onmiddellijk dat de tekst over die dichter zal gaan, maar zelf denk ik ergens anders aan. Ik denk aan een busrit, enkele jaren terug. Ik leg het u allemaal uit.
De nachtbus was het, die me naar huis moest brengen. Het was een van die zeldzame avonden geweest waarop ik had willen drinken. En omdat ik qua drank niks kon verdragen was ik een beetje tipsy op die bus en ging de realiteit met mij aan de haal. Rilke zat voor me, enkele banken, met twee jongens waarvan ze niet kon afblijven. Tot mijn ontgoocheling, op dat moment, want mooie Rilke knauwde aan haar schoonheid op die manier. Die jongens waren - zo zeg je dat dan - niks voor haar.
Dat zou ik haar op dat moment echter niet gaan vertellen, want ik had twee pintjes op en bovendien zat ik daar wel goed, zo. Van op mijn plek had ik namelijk een redelijk riante inkijk in haar broek, jawel, en wat ik zag waren één turkooizen string en de rest denkt u er zelf maar bij.
Twintig lange minuten waren het, die maken dat ik kennelijk nooit meer niét aan die anekdote zal moeten denken als ik over de schrijver-dichter lees, dan wel hoor praten. Gelukkig krijgt u er blogwise mijn gezichtsuitdrukking op het betreffende moment niet bij. Al heb ik daar voor mezelf wel enig vertrouwen in.
De nachtbus was het, die me naar huis moest brengen. Het was een van die zeldzame avonden geweest waarop ik had willen drinken. En omdat ik qua drank niks kon verdragen was ik een beetje tipsy op die bus en ging de realiteit met mij aan de haal. Rilke zat voor me, enkele banken, met twee jongens waarvan ze niet kon afblijven. Tot mijn ontgoocheling, op dat moment, want mooie Rilke knauwde aan haar schoonheid op die manier. Die jongens waren - zo zeg je dat dan - niks voor haar.
Dat zou ik haar op dat moment echter niet gaan vertellen, want ik had twee pintjes op en bovendien zat ik daar wel goed, zo. Van op mijn plek had ik namelijk een redelijk riante inkijk in haar broek, jawel, en wat ik zag waren één turkooizen string en de rest denkt u er zelf maar bij.
Twintig lange minuten waren het, die maken dat ik kennelijk nooit meer niét aan die anekdote zal moeten denken als ik over de schrijver-dichter lees, dan wel hoor praten. Gelukkig krijgt u er blogwise mijn gezichtsuitdrukking op het betreffende moment niet bij. Al heb ik daar voor mezelf wel enig vertrouwen in.
woensdag 16 juli 2008
Onaf, lullig, juist
Mooi meisje op de nieuwe Humocover. En vooral dan die navel. Meer krijg ik daarover klaarblijkelijk ook weer niet gezegd, maar die navel.. Het is geen fetisj.Sweet sixteen? Ik vond het nodig mijn verjaardag te vieren, toen, me bewust als ik was van 'die nieuwe fase in mijn leven'. Op café gaan zou ik, in het enige café dat ik vanbinnen kende, met vrienden uit mijn klas, en ik had op school uitnodigingen uitgedeeld. Die mensen waren lang niet allemaal de mensen die ik nu nog zie. En de foto die m'n moeder trok voor ze me naar mijn eigen feestje reed toont me met een hoop puisten, een hoop ambitie, een hoop complexen en ongelooflijk veel oprechtheid (de foto zelf ben ik voor de gelegenheid "kwijt").
Wat is dat lang geleden. Ik droeg dat cheesy hemd dat ik niet lang tevoren had gekocht en waarmee ik mijn era als style king had ingeluid. Ik werd zestien en het moest anders. Eén: ik zou voortaan m'n kleren zelf kopen, en twee: ik zou stijl hebben (een stijl die ik nog steeds meen te hebben, maar die veel 'normaler' is geworden).
Nog: Ik droeg voor het eerst m'n haar in een staart. Ik wilde mijn haar lang hebben toen (menig vriendje zou in mijn spoor volgen - ik had nog invloed op vrienden toen), maar met lokken die er vanvoor en opzij uitkwamen, en haren die vanachter niet in het rekkertje willen blijven was het ook best lijdzaam. Toch zette ik door, ik was daarmee speciaal, ik zette me op de agenda (ambitie, quoi).
En ongelooflijk maar waar: ik droeg die avond een geleeke (hoe heet dat kledingstuk met zijn officiële naam?), zoals het een dirigent of zulk iemand past, en ik blééf dat nadien nog zeer regelmatig doen om uit te gaan. Ook dat maakte mij speciaal, veeleer een "kwast", maar dat kon me in die tijd niets schelen. Ik was op zoek, en ik zoek nog.
Een aparte kledingstijl ben ik er nadien om uit te gaan altijd op blijven nahouden, met kostuumvesten en vooral hoofddeksels, véél hoofddeksels. Omdat ik niet dronk moest ik me op een andere manier een roes vergaren, daarom vierde ik nagenoeg elk weekend carnaval. In combinatie met mijn lange haar kreeg ik dientengevolge ook niet weinig de vraag of ik wat wiet kon missen.
Het is een 'drang' om naar dat moment terug te grijpen, om die foto (met afschuw) te herbekijken. Ik was zestien toen en hoe onaf en lullig het ook was, het klopt helemaal. Op een andere manier is het raar dat ik al op zo'n manier over iets kan nadenken, en hoe blasé het ook klinkt, het overkomt me steeds vaker.
Spreekt een groentje van twintig + één, terwijl hij zijn valiezen maakt en daarbij het voornemen uitspreekt u op de avond van de tweeëntwintigste opnieuw met woorden te bekogelen.
zaterdag 28 juni 2008
Bagage (figuurlijk)
'Vader' word je wanneer je van het mannelijke geslacht bent en wanneer je met dat mannelijke geslacht een kind blijkt te hebben verwekt. 'Vader' word je echter ook pas nadat je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, lijkt me, een leeftijd die evenwel niet vaststaat.
Jonge 'vaders' zie je zelden. Leuke, jonge ouders volgens mij ook steeds minder. Of is mijn beeld zodanig vertekend door volgend voorbeeld, met in de hoofdrollen een schminkdoos en een struik?
Het is jaren geleden alweer. Ik was in een schoenwinkel om er een broek, euh schoenen, te kopen. Ook aanwezig waren een schminkdoos (u kent zo'n vrouwen) en een struik (een man in camouflageoutfit) vergezeld door de vrucht van hun liefde: een meisje van een jaar of drie dat geen seconde stil kon blijven zitten. De ouders konden hun kleine trutje amper de baas, waarbij de papa zich inhield om geen militaire bevelen te orderen en de mama het nodige tegengewicht bood met de liefkozende doch kordate kreet "Komisbijdemamakus!"
Meer was dat niet in die winkel. Of zij schoenen hebben gekocht, of ik schoenen heb gekocht: geen enkel idee. Ik wil maar zeggen dat sommige jonge mensen helemaal niet de bagage hebben (niet letterlijk, struik!) om een kind zelfs maar te 'begeleiden'. Er schuilt geen geschiedenis in hen, geen vierdelige reeks interessante ervaringen die hun persoonlijkheid hebben gekneed. En heb ik het volledig bij het verkeerde eind als ik zeg dat die bagage er hoe langer hoe minder is bij ouders? Volgens mezelf niet helemaal.
E. is een vijftiger van wie sommigen weleens zeggen dat hij beter nooit aan kinderen was begonnen. Toch geloof ik dat er momenten zijn waarop hij waardevolle dingen lijkt over te dragen aan die kinderen van hem. Wanneer hij zijn platencollectie toont en toelicht, wanneer hij zijn eigen talenkennis bewierookt, die hem werd meegegeven door zijn eigen vader, die hij nu bij zijn kinderen probeert aan te wakkeren. Een intellectuele en een culturele ambitie waarvan schminkdoos, struik en hun trutje in een oogopslag verstoken leken. En ook al is mijn herinnering dan heel oppervlakkig en bijzonder slecht onderbouwd: die E. heeft weleens de allures van een 'vader'.
Jonge 'vaders' zie je zelden. Leuke, jonge ouders volgens mij ook steeds minder. Of is mijn beeld zodanig vertekend door volgend voorbeeld, met in de hoofdrollen een schminkdoos en een struik?
Het is jaren geleden alweer. Ik was in een schoenwinkel om er een broek, euh schoenen, te kopen. Ook aanwezig waren een schminkdoos (u kent zo'n vrouwen) en een struik (een man in camouflageoutfit) vergezeld door de vrucht van hun liefde: een meisje van een jaar of drie dat geen seconde stil kon blijven zitten. De ouders konden hun kleine trutje amper de baas, waarbij de papa zich inhield om geen militaire bevelen te orderen en de mama het nodige tegengewicht bood met de liefkozende doch kordate kreet "Komisbijdemamakus!"
Meer was dat niet in die winkel. Of zij schoenen hebben gekocht, of ik schoenen heb gekocht: geen enkel idee. Ik wil maar zeggen dat sommige jonge mensen helemaal niet de bagage hebben (niet letterlijk, struik!) om een kind zelfs maar te 'begeleiden'. Er schuilt geen geschiedenis in hen, geen vierdelige reeks interessante ervaringen die hun persoonlijkheid hebben gekneed. En heb ik het volledig bij het verkeerde eind als ik zeg dat die bagage er hoe langer hoe minder is bij ouders? Volgens mezelf niet helemaal.
E. is een vijftiger van wie sommigen weleens zeggen dat hij beter nooit aan kinderen was begonnen. Toch geloof ik dat er momenten zijn waarop hij waardevolle dingen lijkt over te dragen aan die kinderen van hem. Wanneer hij zijn platencollectie toont en toelicht, wanneer hij zijn eigen talenkennis bewierookt, die hem werd meegegeven door zijn eigen vader, die hij nu bij zijn kinderen probeert aan te wakkeren. Een intellectuele en een culturele ambitie waarvan schminkdoos, struik en hun trutje in een oogopslag verstoken leken. En ook al is mijn herinnering dan heel oppervlakkig en bijzonder slecht onderbouwd: die E. heeft weleens de allures van een 'vader'.
vrijdag 20 juni 2008
Zo werd ik een preker, deel 1
Waar ik doorgaans liever niet ben? Op café. Het betalend salon waar een gesprek plots een meerwaarde krijgt omdat er een glas alcoholische bucht voor je neus staat.
Bucht? Jazeker. Ik ben een notoire geheelonthouder wat betreft het consumeren van alcoholische dranken en wel in die mate dat elk die mij kent en deze blog zou lezen nu met zekerheid zou weten dat het wel degelijk ik ben die zich hier uw gastheer mag noemen.
Ik lust het niet en ik mag het niet. Van de dokter dus, echt waar. Eén keer zat geweest in dat leven van mij en de schaamte die ik voelde toen ik de nachtbus onderkotste was sterk genoeg om me er geen tweede keer aan te wagen. Het was toen twee voor de prijs van één, herinner ik mij, en ik wilde het eens proberen. Op het gekots en het gezwalp had ik echter niet meteen gerekend. Het kwam ook zo snel, ik kon natuurlijk niets verdragen.
En ja, ik werd ook onverdraagzaam als het over alcohol ging. Je vrienden tipsy zien worden, ze onzin horen uitkramen, naar huis willen, naar huis gaan. Hoe langer hoe meer passeerden mijn weekends op die manier, tot ik er nog slechts sporadisch bij was op die zatte momenten. Ik wachtte mijn tijd af en was weg. Daar maakten ze geen probleem van. Op hun vlucht hadden ze geen boodschap aan mijn preeks.
Al was het allemaal zo erg niet, het was er. En het is er natuurlijk nog, het gaat niet over. De dagen, de momenten waarop er iets futiels gevierd moet worden, altijd zijn ze goed voor alcoholconsumptie. Zonder mij. Ik zeg vaak al dag na de eerste halte, zoals vanavond. Ze kennen dat en stellen er geen vragen meer bij, ze vinden het niet erg, bekijken me niet scheef. Maar ik blijf altijd spijt hebben.
Bucht? Jazeker. Ik ben een notoire geheelonthouder wat betreft het consumeren van alcoholische dranken en wel in die mate dat elk die mij kent en deze blog zou lezen nu met zekerheid zou weten dat het wel degelijk ik ben die zich hier uw gastheer mag noemen.
Ik lust het niet en ik mag het niet. Van de dokter dus, echt waar. Eén keer zat geweest in dat leven van mij en de schaamte die ik voelde toen ik de nachtbus onderkotste was sterk genoeg om me er geen tweede keer aan te wagen. Het was toen twee voor de prijs van één, herinner ik mij, en ik wilde het eens proberen. Op het gekots en het gezwalp had ik echter niet meteen gerekend. Het kwam ook zo snel, ik kon natuurlijk niets verdragen.
En ja, ik werd ook onverdraagzaam als het over alcohol ging. Je vrienden tipsy zien worden, ze onzin horen uitkramen, naar huis willen, naar huis gaan. Hoe langer hoe meer passeerden mijn weekends op die manier, tot ik er nog slechts sporadisch bij was op die zatte momenten. Ik wachtte mijn tijd af en was weg. Daar maakten ze geen probleem van. Op hun vlucht hadden ze geen boodschap aan mijn preeks.
Al was het allemaal zo erg niet, het was er. En het is er natuurlijk nog, het gaat niet over. De dagen, de momenten waarop er iets futiels gevierd moet worden, altijd zijn ze goed voor alcoholconsumptie. Zonder mij. Ik zeg vaak al dag na de eerste halte, zoals vanavond. Ze kennen dat en stellen er geen vragen meer bij, ze vinden het niet erg, bekijken me niet scheef. Maar ik blijf altijd spijt hebben.
zondag 4 mei 2008
Salobreña
U staat daar nu al een kwartier, meneer. Ze laten U wel lang wachten. Uw hoed en Cara Pils staan uitgestald op die elektriciteitscabine en zelf hupt U van uw ene op uw andere been.
Is die Cara nu nog niet leeg? U kijkt op uw klok.
U hebt gelukkig mooi weer. De donkere kleur van uw huid herinnert me aan Salobreña. Daar op het keienstrand en tussen de witte huisjes was U nog beter tot uw recht gekomen. Wat is uw oorsprong? Mag ik daar mee naartoe?
U hebt een koffertje bij zich. En uw Cara is nog steeds niet op. Uw witgeruite hemd verraadt dat U hier niet bent om aan sport te doen. Of U zou zich nog moeten omkleden met kleren uit het koffertje. Nee, U bent hier voor serieuzer zaken. Maar dan is het niet serieus dat men u zo laat wachten.
Aha, er komt schot in de zaak. Een fietser komt voorbij en herkent U blijkbaar. Uw hoed gaat op, uw Cara Pils in de vuilbak. U grijpt uw koffertje en U verdwijnt uit mijn gezichtsveld. Niet in de richting van die fietser. Op wie hebt U nu eigenlijk staan wachten?
Toch nog bedankt om me naar Salobreña mee te nemen. Als ik ooit iets voor U kan doen...
Is die Cara nu nog niet leeg? U kijkt op uw klok.
U hebt een koffertje bij zich. En uw Cara is nog steeds niet op. Uw witgeruite hemd verraadt dat U hier niet bent om aan sport te doen. Of U zou zich nog moeten omkleden met kleren uit het koffertje. Nee, U bent hier voor serieuzer zaken. Maar dan is het niet serieus dat men u zo laat wachten.
Aha, er komt schot in de zaak. Een fietser komt voorbij en herkent U blijkbaar. Uw hoed gaat op, uw Cara Pils in de vuilbak. U grijpt uw koffertje en U verdwijnt uit mijn gezichtsveld. Niet in de richting van die fietser. Op wie hebt U nu eigenlijk staan wachten?
Toch nog bedankt om me naar Salobreña mee te nemen. Als ik ooit iets voor U kan doen...
zaterdag 3 mei 2008
Camping
Komt het door wat er gebeurd is? Of komt het door de zon?
Vandaag zaten er andere gedachten in mijn hoofd dan andere dagen. Of zo leek het toch.
Ik zat vooraan in de auto, in de passagierszetel, en de zon scheen op mijn bolletje.
De wegen waren rustig en het gras groen. Het land was Italië of Zwitserland en douanier had me nog nooit zo'n exotisch beroep toegeschenen. Die poëzie! In dat bergachtige landschap!
We waren op weg naar de camping. De camping die nog tien kilometer verder kon liggen, zo bleek. In Pietra Murata met name. God, wat zou F. ons uitlachen. We reden helemaal tot in Pietra Murata. Maar we hadden "Oh Happy Day" van Ed Hawkins singers om onze neerslachtigheid mee in de kiem te smoren. Het was het beste moment van de reis.
Nog leuker bijna, diezelfde rit, was "Cinderella Rockafella" van Esther & Abi Ofarim. Die vertolkingen waren om van te smullen. We hadden haast spijt dat we de camping naderden. Onze tent liet zich niet zo makkelijk opzetten.
De volgende dag kregen we als verwacht de toorn van F. over ons heen. Pietra Murata, en of we helemaal idioot waren. Nee, dat waren we op die reis bepaald niet. We genoten immers van de zon op alle mogelijke manieren. En met die sixtieshitjes was de sfeer behoorlijk camp.
Vandaag zaten er andere gedachten in mijn hoofd dan andere dagen. Of zo leek het toch.
Ik zat vooraan in de auto, in de passagierszetel, en de zon scheen op mijn bolletje.
De wegen waren rustig en het gras groen. Het land was Italië of Zwitserland en douanier had me nog nooit zo'n exotisch beroep toegeschenen. Die poëzie! In dat bergachtige landschap!
We waren op weg naar de camping. De camping die nog tien kilometer verder kon liggen, zo bleek. In Pietra Murata met name. God, wat zou F. ons uitlachen. We reden helemaal tot in Pietra Murata. Maar we hadden "Oh Happy Day" van Ed Hawkins singers om onze neerslachtigheid mee in de kiem te smoren. Het was het beste moment van de reis.
Nog leuker bijna, diezelfde rit, was "Cinderella Rockafella" van Esther & Abi Ofarim. Die vertolkingen waren om van te smullen. We hadden haast spijt dat we de camping naderden. Onze tent liet zich niet zo makkelijk opzetten.
De volgende dag kregen we als verwacht de toorn van F. over ons heen. Pietra Murata, en of we helemaal idioot waren. Nee, dat waren we op die reis bepaald niet. We genoten immers van de zon op alle mogelijke manieren. En met die sixtieshitjes was de sfeer behoorlijk camp.
zaterdag 26 april 2008
Taferelen van toen
Herinneringen aan mijn kleutertijd, aan de lagere school, en iets makkelijker, aan het middelbaar. Ik praatte erover met P. Hij kon zich hele taferelen opnieuw voor de geest halen, ik herinnerde me vooral alle namen van alle kindjes, en hun achternamen, en de namen van hun broers en zussen en mama's.
Twee herinneringen wil ik hier neerschrijven. Voor mij zijn ze veelzeggend en bepalend. Bovendien vind ik ook dat het twee scènes zijn die zich laten schrijven. Dat helpt. Ze typeren me en vatten me op een bepaalde manier samen, op een bepaald moment in mijn leven. Ze tonen me als een buitenstaander, "ne speciale", iemand die strijdt.
In het derde leerjaar was ik nog een kind. Uitstekende punten halen was mijn hoogste doel, en omdat er op mijn school geen punten werden gegeven, was het mijn missie het ijverigste kindje van de klas te zijn. En dat was ik. Maar ook was ik koppig, eigenzinnig, niet doorsnee en asociaal om niet te zeggen licht contactgestoord. Daarom gebeurde het wel eens dat ik tijdens een speeltijd ergens alleen zat te mokken.
Ik weet niet precies hoe vaak ik daar gezeten heb, maar in mijn toenmalige klas stond er een hoge spiegel in een hoek van zowat 30° rechtop tegen een muur. Ik had ontdekt dat ik er achter kon gaan zitten en dat niemand me daar zou betrappen. Misschien heb ik er maar drie middagspeeltijden doorgebracht, ik kan het me niet herinneren, maar op een van die keren hoorde ik mijn juf met die van het vijfde en zesde leerjaar babbelen. Waarover ze het hadden kan ik me niet herinneren, maar ik mag me graag inbeelden dat het ook over mij ging. Dat ik een heel ijverig jongetje was, met een ontembare werklust, en intelligent! Ja, en dan zou mijn neus zijn gaan krullen daar achter die spiegel.
Kan het nu ook dat ik ooit geluidjes heb gemaakt van achter die spiegel? Laat dat voor een volgende keer zijn.
Een tweede, en iets coolere, herinnering brengt me terug naar het tweede middelbaar. Ik wilde "mezelf zijn" in die tijd en alle anderen in mijn klas wilden "cool" zijn - ik was met hen in strijd. Enkel op P. kon ik steunen, en op onze beste momenten manifesteerden we ons als een superieur alternatief voor "al die marginalen".
Het was de tijd van mijn tweede walkman, mijn uitdijende collectie cassetjes en mijn diepteverkenning van de populaire gitaarmuziek. Ik had de titelloze debuutplaat van Foo Fighters ontdekt en vond "This Is A Call" en "I'll Stick Around" geweldig en rockin' the classroom. Samen met P. zat ik achteraan in de zithoek en wij maar met dat hoofd schudden, elk één oortje in ons oor. Het was zo'n moment waarop ik andermaal bevestigd zag dat ik niet moest onderdoen voor die leeftijdsgenootjes van me. Ik was ook cool, zoniet cooler, en niet in het minst omdat ik zo anders was dan zij.
Waar een avond op café al niet goed voor is.
Twee herinneringen wil ik hier neerschrijven. Voor mij zijn ze veelzeggend en bepalend. Bovendien vind ik ook dat het twee scènes zijn die zich laten schrijven. Dat helpt. Ze typeren me en vatten me op een bepaalde manier samen, op een bepaald moment in mijn leven. Ze tonen me als een buitenstaander, "ne speciale", iemand die strijdt.
In het derde leerjaar was ik nog een kind. Uitstekende punten halen was mijn hoogste doel, en omdat er op mijn school geen punten werden gegeven, was het mijn missie het ijverigste kindje van de klas te zijn. En dat was ik. Maar ook was ik koppig, eigenzinnig, niet doorsnee en asociaal om niet te zeggen licht contactgestoord. Daarom gebeurde het wel eens dat ik tijdens een speeltijd ergens alleen zat te mokken.
Ik weet niet precies hoe vaak ik daar gezeten heb, maar in mijn toenmalige klas stond er een hoge spiegel in een hoek van zowat 30° rechtop tegen een muur. Ik had ontdekt dat ik er achter kon gaan zitten en dat niemand me daar zou betrappen. Misschien heb ik er maar drie middagspeeltijden doorgebracht, ik kan het me niet herinneren, maar op een van die keren hoorde ik mijn juf met die van het vijfde en zesde leerjaar babbelen. Waarover ze het hadden kan ik me niet herinneren, maar ik mag me graag inbeelden dat het ook over mij ging. Dat ik een heel ijverig jongetje was, met een ontembare werklust, en intelligent! Ja, en dan zou mijn neus zijn gaan krullen daar achter die spiegel.
Kan het nu ook dat ik ooit geluidjes heb gemaakt van achter die spiegel? Laat dat voor een volgende keer zijn.
Een tweede, en iets coolere, herinnering brengt me terug naar het tweede middelbaar. Ik wilde "mezelf zijn" in die tijd en alle anderen in mijn klas wilden "cool" zijn - ik was met hen in strijd. Enkel op P. kon ik steunen, en op onze beste momenten manifesteerden we ons als een superieur alternatief voor "al die marginalen".
Het was de tijd van mijn tweede walkman, mijn uitdijende collectie cassetjes en mijn diepteverkenning van de populaire gitaarmuziek. Ik had de titelloze debuutplaat van Foo Fighters ontdekt en vond "This Is A Call" en "I'll Stick Around" geweldig en rockin' the classroom. Samen met P. zat ik achteraan in de zithoek en wij maar met dat hoofd schudden, elk één oortje in ons oor. Het was zo'n moment waarop ik andermaal bevestigd zag dat ik niet moest onderdoen voor die leeftijdsgenootjes van me. Ik was ook cool, zoniet cooler, en niet in het minst omdat ik zo anders was dan zij.
Waar een avond op café al niet goed voor is.
dinsdag 17 juli 2007
Gavin, je bent zo mooi
Bij de naam, het woord, 'bush', denk ik in de eerste plaats aan de president van de Verenigde Staten en pas daarna aan de schaamstreek waarin de hysterische fan (de groupie - huhu) de naam van haar favoriete band heeft geschoren. Die favoriete band heet ook nog eens Bush, maar gelukkig bestaat ze al een tijd niet meer. Institute nog aan toe.

Er zijn dingen uit oude interviews die me bijblijven. Zo las ik ooit een Humo-interview met Gavin Rossdale, die vreselijk ijdele knapperd, die voor mijn tijd een sekssymbool was en aan het begin van mijn tijd enkel nog een brulboei zonder hersens. Nu is die malloot enkel nog halfbekend als de vent van Gwen Stefani (word je daarvoor betaald?) en als hij nog muziek maakt, laat ik die dan niet te horen krijgen.
Wat ik wilde vertellen: Gavin Rossdale zegde in voornoemd interview iets heel opmerkelijks. Ik ken de precieze context al lang niet meer, maar allicht werd onzen Gavin gevraagd of hij weet had van bekende rocksterren die uitgesproken fan waren van zijn groepje. Het antwoord was verrassend en ongeloofwaardig in die zin dat Gavin opbiechte dat hij ooit op, nota bene, MTV Lou Reed had horen zeggen dat hij gek was op Bush. Lou had even geaarzeld, verveeld van achter zijn zonnebrilglazen gekeken en toen als volbloed zichzelve zijnde zijn antwoord in de micro gespuwd. Gavin was daar best trots op, ja, maar zou hij niet stiekem getwijfeld hebben aan de waarachtigheid van dat antwoord? Was hij wel goed aan het opletten toen hij Lou dat op tv hoorde zeggen? Verzint hij zoiets, misschien, en wie kan de juistheid van deze anekdote bevestigen?
Het is zeker zes jaar geleden, dat interview, want Bush had net een nieuwe plaat uitgebracht, waarschijnlijk 2001, en er moest dus aan promo worden gedaan, maar die anekdote is het enige dat ik me kan herinneren van die periode met betrekking to Bush. Wasting time listening to rubbish, dat nooit. En een groep die een songtitel als "Speed Kills" verandert omdat 9/11...Dat nooit.
Er zijn dingen uit oude interviews die me bijblijven. Zo las ik ooit een Humo-interview met Gavin Rossdale, die vreselijk ijdele knapperd, die voor mijn tijd een sekssymbool was en aan het begin van mijn tijd enkel nog een brulboei zonder hersens. Nu is die malloot enkel nog halfbekend als de vent van Gwen Stefani (word je daarvoor betaald?) en als hij nog muziek maakt, laat ik die dan niet te horen krijgen.
Wat ik wilde vertellen: Gavin Rossdale zegde in voornoemd interview iets heel opmerkelijks. Ik ken de precieze context al lang niet meer, maar allicht werd onzen Gavin gevraagd of hij weet had van bekende rocksterren die uitgesproken fan waren van zijn groepje. Het antwoord was verrassend en ongeloofwaardig in die zin dat Gavin opbiechte dat hij ooit op, nota bene, MTV Lou Reed had horen zeggen dat hij gek was op Bush. Lou had even geaarzeld, verveeld van achter zijn zonnebrilglazen gekeken en toen als volbloed zichzelve zijnde zijn antwoord in de micro gespuwd. Gavin was daar best trots op, ja, maar zou hij niet stiekem getwijfeld hebben aan de waarachtigheid van dat antwoord? Was hij wel goed aan het opletten toen hij Lou dat op tv hoorde zeggen? Verzint hij zoiets, misschien, en wie kan de juistheid van deze anekdote bevestigen?
Het is zeker zes jaar geleden, dat interview, want Bush had net een nieuwe plaat uitgebracht, waarschijnlijk 2001, en er moest dus aan promo worden gedaan, maar die anekdote is het enige dat ik me kan herinneren van die periode met betrekking to Bush. Wasting time listening to rubbish, dat nooit. En een groep die een songtitel als "Speed Kills" verandert omdat 9/11...Dat nooit.
Abonneren op:
Posts (Atom)