Posts tonen met het label film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label film. Alle posts tonen

woensdag 9 november 2011

Bouli

Bouli Lanners, dat vind ik nu eens een leuke naam zie. Naam? Lanners Voornaam? Bouli. Doet mij denken aan een tv-sneeuwman uit het Jura van mijn tijdrekening, Bouli. Of Boelie. Zoek maar op.

En die Bouli maakt films. Zouden die ook zo leuk zijn? Anders, is het antwoord. Anders. Niet leuk, nee, anders. Mooi en leuk, maar ook triest. Zijn nieuwe film 'Les Géants' heeft mij niet helemaal over de streep kunnen trekken. Ik wilde een realistischer verhaal. Deze film over drie jongens (2 x 15 en 13) schept een te irrealistisch beeld van wat er mogelijk is voor zo'n jochies in de Ardennen. Een te melancholisch beeld ook. Het is super dat een vijftienjarige met een auto rijdt, maar dat kan nu eenmaal niet. Een vijftienjarige met een auto laten rijden om je film te pimpen, is valsspelen.


Maar wij kijken naar de film en de film is een afgewerkt product. Daar veranderen wij als kijker niks aan en dat hoeft ook niet. Ik discussieerde met mijn broer over korte en lange films. Hij was van mening dat sommige films te kort zijn, dat ze niet diepgaand genoeg zijn, of wat zijn precieze argumentatie ook was. Ik zei dat films nooit te kort kunnen zijn, tenzij je er gewoon niet genoeg van kan krijgen, maar dan kijk je gewoon nog eens. Weten wij immers veel of een film te kort is? De regisseur zal dat wel voor ons weten. Natuurlijk heeft die meer materiaal opgenomen dan wat hij laat zien, maar om zijn verhaal te vertellen had hij dat overige materiaal blijkbaar niet nodig. Ik geloof alleen in te lange films - zie: 'Blue Bird' van Gust Van den Berghe -, niet in te korte. Schrijven is schrappen, als u die uitdrukking kent. Zelf lap ik ze echter graag aan mijn laars. Ik ken de drang om te veel te willen zeggen.

'Les Géants' is te kort noch te lang. Het verhaal is rond. En is het een goed verhaal, van de man met de leuke naam? Hangt ervan af wat je goed vindt. Mij doet de plot nog het meest denken aan een boek voor veertienjarigen. Een en ander is nog net te kinderachtig om geloofwaardig te zijn voor de grote mensen in de grotemensenwereld. Kinderen van 13 en 15 jaar verhuren immers geen huis aan een louche drugsdealer en brengen geen hele zomer door in totale afwezigheid van hun ouders.


Dat 'Les Géants' maar een film is en een symboliek bevat, dat begrijp ik natuurlijk wel, maar toch. Ik stapte in dit verhaal met het idee het over mij heen te laten spoelen zonder er teveel van te geloven. Op die manier raakte ik ook niet al te zeer betrokken. Het werd een vrij afstandelijke kijkervaring, die ook weer makkelijk van mijn huid spoelde. Mooie beelden, leuke moppen, bij momenten hilarisch en dan weer wat triest, maar in sé geschikt voor veertienjarigen. Dat mensen van 40 hier nog veel aan vinden, vind ik opmerkelijk. En toch oogst deze film bijna onverdeeld goeie kritieken. Tot in Cannes. Omdat Bouli Lanners populair is?

Waar de critici het in niet geringe mate over hebben zijn de mooie beelden van de prachtige natuur. Inderdaad: daar heb ik ook van genoten. Bouli is een schilder en dat zou een en ander moeten verklaren. De hele film zit overigens vol mooi in beeld gebrachte scènes, ja het zou de prachtige verfilming van een jeugdroman kunnen zijn. Hoe les gas hun haar bijvoorbeeld platinablond verven, weergaloos en een supercoole vondst. Maar voor de oude man die ik ben, is dit allemaal net iets te gek.

Omdat ik nooit zelf zo'n stoten heb uitgehaald waarschijnlijk. Maar dat is een ander verhaal.

dinsdag 8 november 2011

Alles wat ik uit mijn blote hoofd weet over David Lynch

David Lynch is een Amerikaan, geboren in 1946, is, denk ik, vier keer getrouwd, of heeft vier vaste relaties gehad, en heeft, denk ik, drie kinderen bij drie verschillende vrouwen.

Hij is een zeer bekend en gewaardeerd filmregisseur. Zijn filmdebuut maakte hij met 'Eraserhead' in 1977. Ik heb die film gezien en sindsdien moet ik er nog heel regelmatig aan denken. Die beklemmende sfeer, in zwart-wit, de weinige dialogen. Bijna clownesk. En dan die jankende foetus, of wat het precies is. Crazy. Een spannende film die me niet loslaat. Ik mag graag denken dat toen al duidelijk was dat die Lynch later een 'grote' zou worden. Jammer dat ik er niet bij was in 1977.

Nog films van Lynch zijn 'The Elephant Man', 'Blue Velvet' - zijn bekendste -, 'Lost Highway', 'Mulholland Drive' en 'Inland Empire'. 'BV', 'LH' en 'MD' heb ik gezien en nu heb ik ze opnieuw uitgeleend uit de bibliotheek. Omdat ik alles van David Lynch meermaals wil zien.

(Er zijn veel films en veel regisseurs, maar er zijn niet zoveel regisseurs die zo nadrukkelijk hun stempel op een film drukken en als regisseur zo'n naam maken.)

Ik denk aan David Lynch omdat ik al een aantal weken naar 'Twin Peaks' aan het kijken ben. Momenteel zit ik over halfweg het tweede seizoen. Ik koop zelden DVD's, maar ik ga zeker de 'Twin Peaks'-box kopen. Wat een geweldige reeks. Wat hou ik van Special Agent Dale Cooper en al die andere mooie jongens en meisjes. Wat is het toch geweldig dat er doorgaans enkel mooie mensen in films en series meespelen. Het maakt het allemaal zo oneindig veel toegankelijker.

Gisteren las ik in Rifraf een eerste recensie over David Lynch' eerste ceedee. Klonk interessant, ik ga daar zeker naar luisteren. Ik associeer David Lynch met ambient en ben dan ook benieuwd naar wat ik te horen zal krijgen. Het is vast goed.

Ik zie Lynch voor me als een grote man met een grijze kuif, maar het kan dat ik het fout heb. Het is alweer een tijdje geleden dat ik zijn hoofd nog eens zag.

Wat kan ik nog meer zeggen? Euh, stop!

dinsdag 3 maart 2009

Dromen over Jack en Stanley

Hallo, ik ben een blogger. Vergeef me als ik even droom van een ander bestaan.
Over het bestaan van Jack Nicholson of over dat van Al Pacino. "Twee van de beste acteurs van hun generatie," lees ik. Zelf heb ik daar geen uitgesproken mening over, ik zou Al Pacino misschien niet eens herkennen, maar Jack Nicholson vond ik wel straf in "The Shining" van Stanley Kubrick.

Jack Nicholson kwam pas in 1974 te weten dat de mensen die hij altijd voor zijn ouders had gehouden eigenlijk zijn grootouders waren. Hij was toen 37 en die (groot-)ouders in kwestie waren toen al dood. Kunt u zich dat allemaal inbeelden? Ik had een vlieg op de muur willen zijn van de ruimte waarin Nicholson zich op het moment van de onthulling bevond. Een man met zo'n temperament, hij had volledig door zijn dak zijn gegaan. Veronderstel ik.

Stanley Kubrick trouwens, een kluizenaar. Spannend toch, zo'n "genie" van wie amper geweten was wat hij uitstak en waar hij dat uitstak? Ik had wel eens een vlieg op de muur willen zijn in het vertrek waar die man zijn namiddagen doorbracht.

Geweldig ook om de making of van "The Shining" te zien, met Kubrick en Nicholson in één ruimte. Het zegt niet zo veel natuurlijk, maar het feit van twee artiesten in elkaars nabijheid, elk met hun ego en hun manieren: bijzonder. Nicholson de wat arrogante lawaaimaker en Kubrick het perfectionistische brein.

Wie zijn de grootten van deze tijd en waar is hun ego?

Koning Boudewijn vind ik ook interessant, maar daar schrijf ik bij een andere gelegenheid iets over.

zaterdag 31 januari 2009

Bijzonder iemand

Als ik naar de aftiteling kijk, ben ik vaak heel rustig. Nu, vaker dan vroeger, blijf ik niet helemaal tot het eind zitten, als was het een laatste eerbetoon aan de regisseur, maar loop ik nog in roes naar buiten en beklim ik de trappen naar het aanpalende café. Er speelt "Sunday" van Sonic Youth vanavond, ik beweeg mee met m'n hoofd. Ik heb net "(N)iemand" van Patrice Toye gezien en ik ben daar blij om.

"3,25 out of 4," zat ik tijdens het kijken te denken. Dat is een goed resultaat, me dunkt. En Sara De Roo is een mooie vrouw! Daar was ik verheugd over. Op een bepaald moment werd er een zinnetje gesproken waarvan ik wilde dat ik het me nu nog kon herinneren. Het was iets als: "Nu ben je niemand meer." Het had een alles omvattende boodschap. Nog tijdens de film wilde ik meer te weten komen over Patrice Toye. Ik ga haar wiki'en en Mediargussen.

't Is dat ik het koud heb en dus naar huis wil. En dat de straten stinken naar nozems en sloeries, waarvan ik er zelfs eentje tegenkom die het presteert om in deze kou enkel een topje zonder mouwen te dragen. In een nachtwinkel koop ik een rolletje mentos, want ik voelde dat ik zin had in een rolletje mentos, en daarna zet ik er verder de pas in.

Als ik het stadhuis voorbijloop, blijf ik even staan om naar het grote gotische gebouw op te kijken. Een tienermeisje dat nogal veel lawaai maakt, weet niet dat dit stadhuis gotisch is. Ik weet niet wat ze wél weet. Er schiet iets door m'n hoofd, maar de exacte bewoording ben ik alweer vergeten. Het is iets als: waarom heeft elke talentloze nitwit vandaag zoveel te piepen, altijd en overal?

De straten zijn donker, mijn wollen trui jeukt, ik eet mentos met het papiertje aan m'n lippen en duwen aan het uiteinde. Een onbekende passeert me rakelings, een andere houdt me staande. Hij zoekt een nachtwinkel en ik ben blij dat ik hem daarbij kan helpen. "Hier naar links en dan nog twintig meter," zeg ik, en dat klopt precies. Ik blijf kijken hoe hij inderdaad die twintig meter aflegt en de nachtwinkel betreedt.

Tot aan mijn slaapkamer neem ik me voor zelf ook een bijzonder iemand te worden. Een Patrice Toye, een Maarten Inghels, gewoon mezelf maar dan beter. Hopelijk blijft dat vooornemen wat hangen.

vrijdag 7 november 2008

Getater van een culturele kolonisator

Gust De Meyer is professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, faculteit Sociale Wetenschappen. Voorts ken ik de man van haar nog pluim, maar via een vriend kom ik een en ander te weten. Zo schijnt De Meyer namelijk een zogenaamde "cultuurpopulist" te zijn, iemand die volkscultuur op één lijn plaatst met "elitaire" cultuur. Een slaaf van het establishment is hij, dat hij als de zoveelste met die vooropgewarmde kost komt. En wel hierom.

De Meyer is auteur van een boekje getiteld "Manifest van een cultuurpopulist". Nu, dat is dat, maar wat heeft hij eigenlijk te vertellen? Zelf weet ik het voorlopig niet, maar ik ben vast van plan zijn boekje te lezen. Mijn vriend zegt alvast dat De Meyer het opneemt tegen cultuursnobs die zwelgen in hun elitarisme en neerkijken op de volkscultuur. Zo zo, denk ik dan. En wat zou die man, enige politiekcorrectigheid daargelaten, ertoe kunnen brengen daarom een boek te schrijven? Enkel en alleen om als een grijze muis een tijdsbeeld goed te keuren?

Samen met voornoemde vriend kan ik heftig discussiëren over, om maar eens een actueel voorbeeld te kiezen, de, in mijn ogen, overdreven aandacht voor "Loft" en het gebrek aan aandacht voor een andere pas gereleaste Belgische film als "Vinyan" van Fabrice Du Welz. Ik zeg dan dat het niet juist is van de media om zoveel over "Loft" te geven en zo weinig over andere slash moeilijkere slash minder voordehandliggende films of cultuurproducten. Mijn vriend is evenwel van mening dat de mensen hun weg naar "Vinyan" wel zelf zullen vinden, - daarvoor hebben zij de media niet nodig - en Gust De Meyer schijnt eenzelfde mening te zijn toegedaan. De cultuurjournalist als marionnette van "De Rode Loper" dan maar?

't Is dat ik zijn boekje nog niet gelezen heb, anders zou ik hier ongestoord van leer durven trekken tegen 's mans opvattingen (die blijkbaar, aldus mijn vriend, vaak provocerend bedoeld zijn). Nu kan ik enkel zeggen dat ik persoonlijk niet anders kan dan akkoord gaan met het basale statement dat populaire cultuur naast elitaire cultuur mag staan. Daarnaast vind ik echter wel dat die "pop. cult." (zo doet De Meyer graag postmodern) overbelicht wordt ten nadele van het - daar komen de aanhalingstekens weer - 'moeilijkere' werk. Dat alles heeft (natúúrlijk) enkel en alleen met commerciële belangen te maken en die zijn dan weer louter een kwalijke uitwaseming van het lekke wereldsysteem, der Kapitalismus - een term die doorgaans hand in hand gaat met cynisme.

Ik ben van mening dat een filmpubliek tanden heeft om ermee te kauwen. Tanden die het ook in iets onbekendere slash iets moeilijkere slash iets minder 'toffe' films als bijvoorbeeld "Vinyan" kan zetten. Nu lijken we wel baby's die gemalen pap eten, ons door moeder media met veel zin voor verkoopstechniek verkocht in een niet naderbepaalde loft. Sommigen onder ons (de "elitairen") blijken echter al opgroeiende kinderen, of zelfs volwassenen, te zijn en die eten meer dan pap alleen. Dat hen daarbij een breder smakenpallet wordt aangeboden is niet meer dan normaal, dat is opvoeding. En niet zelden gaat het aanbieden van dat smakenpallet gepaard met enig aandringen.

Nu jij weer, Gust.

dinsdag 30 september 2008

Méér

Wat ben ik toch een cynische mens. Als ik naar "Heima" kijk, de concertfilm van Sigur Rós, ga ik me spontaan ergeren aan de Ijslandse tongval waarmee de groepsleden hun Engels bezigen, aan overbodig slissende s-en, aan die schijnbaar aangeboren verlegen- en terughoudendheid waarmee ze spreken en aan het doorlopende gebruik van de stoplap "you know". Ik ga op dat punt dan volledig voorbij aan de schitterende landschappen die voorbijzoeven en aan de perfecte soundtrack daarbij, die dus geleverd wordt door die mensen die ik liever hoor musiceren dan spreken.

Waarschijnlijk heb ik al die tijd om me aan dat alles te storen slechts omwille van het feit dat de film (of documentaire) exact is wat ik had verwacht dat hij zou zijn. Daarmee bedoel ik dat er niet veel méér is dan mooie muziek en dito landschappen. En er moet natuurlijk méér zijn omdat we met z'n allen al lang wéten dat Sigur Rós mooie muziek maakt en dat Ijsland een heel speciaal eiland is. Méér wil ik dan holle frasen als "We komen hier helemaal tot rust" of "Het is heel speciaal om terug te keren naar je familie en vrienden".

Nu, ik merk ook wel dat die jongens en meisjes niet de grootste babbelaars zijn. Ze moeten het hebben van hun muziek en van hun band met de natuur. Die laatste blijkt er immers wel degelijk te zijn, elk sprookjeselement daargelaten. Ja, na het bekijken van "Heima" meen ik met enige zekerheid te kunnen stellen dat de muziek van Sigur Rós enkel maar kan ontstaan omdat we te doen hebben met "Ijslanders in Ijsland".

Maar los van de muziek ben ik na anderhalf uur niet bepaald in de ban van de personen achter de groep. Doodgewone mensen zijn het, ontdaan van elke pose en gesloten als het aankomt op iets méér dan enkel de gekende praatjes. Als "aspirant journalist" (haha, wat een bekakte term) zou ik nooit genoegen nemen met dergelijke voorspelbare interviews, bedenk ik mij. Ik zou óf dieper gaan graven naar de band tussen de groep Sigur Rós, de Ijslandse natuur en andere Ijslandse specificaties, óf ik zou mijn terrein helemaal verleggen - misschien meer waarschijnlijk zelfs - en ik zou Ijsland meer in het algemeen doorlichten, met dus als peilers die opvallende band met de natuur, dat down-to-earthse en dat collectivistische, maar toch eigenwijze karakter van het volk.

U merkt, het is zeker niet voor niets geweest dat filmpje.

zondag 28 september 2008

"I know what's good and what's bad. I'm an american"

Vanavond begon ik het nieuwe filmseizoen met "Standard Operating Procedure". Deze documentaire gaat over de toestanden die de laatste jaren plaatsvonden in de Irakese Abu Ghraibgevangenis. Aan de hand van fotomateriaal wordt een shockerend beeld opgehangen waarvan iedereen intussen al wel eens horen babbelen heeft. Het zíén betekent echter nog iets anders.

Naakte lichamen op de grond, leibanden godbetert, boeien, touwen, zakken over hoofden. Een naakte Irakees gekneveld op een schavot, een Amerikaan ernaast, thumbs up. "Ter gelegenheid van mijn verjaardag liet mijn vriend zes gevangenen een halfuur lang masturberen met een zak over hun hoofd" vertelt een destijds aanwezige militaire wier genoemde vriend inmiddels een straf van tien jaar uitzit. "Ik had me mijn eenentwintigste verjaardag wel anders voorgesteld."

Een andere Amerikaanse militair vertelt hoe hij niet meteen had ontdekt met welke loeiharde muziek hij de Irakese gevangen het best kon folteren. "Hiphop en Metallica verdroegen ze vreemd genoeg wel. Ze slaagden erin om te slapen terwijl "Enter Sandman" urenlang door hun kamers dreunde. Maar toen ik het met country probeerde ging het al snel van "Allah! Allah!" Ze smeekten of ze naar buiten mochten, ze zwoeren dat ze alles zouden bekennen."

"Standard Operating Procedure" is een heel vies verslag van een zwaar uit de hand gelopen oorlogsspel. Mensen worden geportretteerd als beesten, en dat bij beide partijen. Het mensonterende bestaan van een naakte, geboeide en geblinddoekte Irakees tegenover de onmenselijk wrede en hallucinante grijns van de Amerikaanse legerrekruut die zich schijnbaar wel lijkt te vermaken - "leg dit beeld maar vast op foto, jongens. Leuk voor in het oorlogsalbum later."

Het zijn die foto's die diezelfde militairen de das hebben omgedaan. Anders had de buitenwereld nooit van deze misdaden tegen de menselijkheid geweten.

zondag 27 april 2008

Gratuit een video

Nog niet geblogd vandaag, zat ik me in de filmzaal te bedenken. Heel de dag in de weer geweest, geen moeite gehad om niet achter mijn computer te kruipen met dat schitterende weertje en dan 's avonds alsnog voor een groot scherm gestrand voor "Lust, caution", die nieuwe film van Ang "Brokeback Mountain" Lee.

Maar niet-bloggen, dat knaagt en dus waaide mijn aandacht tussen twee scènes al eens richting virtuele weg. Bij gebrek aan een goed idee had ik me al met enige zekerheid voorgenomen u gratuit op een videootje te trakteren en dat zou er dan eenjte van mijn "lied van de week" worden, plande ik gelijk ook maar. Gek genoeg moest ik eventjes nadenken over dat lied van de week van mij, maar toen ik me concentreerde herinnerde ik me dat dat "Breed" van Nirvana is. Deze week nog eens de kracht van "Nevermind" ondervonden, vandaar. Geweldige plaat, zo essentieel. Kwansuis een soort voorbeeld waarnaar je goede gitaarrock kan modeleren. En dat toen uit het niets in '91: heel speciaal.

Edoch, geen "Breed" vandaag en wel het "Lust, caution theme". Ten eerste omdat "Breed" een andere keer ook nog kan en ten tweede omdat dat "Lust, caution theme" iets beter past bij het moment van schrijven (bij deze 1.50 a.m.).
De film is trouwens een absolute aanrader en het is jammer dat er dikwijls zo op de "expliciete seksscènes" wordt gefocust. Die zitten er inderdaad in, maar het verhaal biedt veel meer dan dat.

En nu muziek, dan maar. Ik was niet van plan nog een epistel te beginnen.

dinsdag 8 april 2008

Mathematisch poëtisch

Zonder uitzondering hebt u vorig jaar "Das Leben der Anderen" gezien. Of u net als ik grijnzend de zaal van uw keuze verliet, is nog iets anders. Telkens ik een goede film zie betrap ik me aan het eind ervan op een onnozele grijns waarmee ik al minutenlang naar het scherm blijk te staren (dat persoonlijke feit vertel ik váák). Gelukkig hoeft niemand die grijns te zien, denk ik op het moment zelf. Jammer genoeg kunnen sommige mensen me in het donker niet zién grijnzen, denk ik soms achteraf.

Soit.

Nadat ik "Das Leben der Anderen" had gezien, wilde die film me niet onmiddellijk loslaten. Thuis luisterde ik via YouTube herhaaldelijk naar "Die Sonate vom guten Menschen", ik heb een zwak voor piano. Maar helemaal geweldig is de scène waarin dat lied door Georg Dreyman ten beste wordt gegeven. En dan nog vooral omwille van de kop van stasi-agent Gerd Wiesler, gespeeld door Ulrich Muhe. Wat hou ik van die rol, van dat personage.

De muziek zette me aan om iets op te schrijven, om een gedicht te schrijven, om te proberen een gedicht te schrijven. Vroeger deed ik dat wel vaker - puberteit. Maar ik kreeg iets op papier, vond ik.

Wiesler

Mathematisch poëtisch
Uw emotie hermetisch
Esthetisch voor ogen
Grijsgedraaid

Uw kantoor en uw hoofd
Gij zijt kaal, van gedachten
Dient hogere machten
Kunt zwijgen

Maar het schijnt dat gij
Schijnt waar wij
Niets kunnen zien
En het blijkt dat gij lijdt
Als die trek om uw mond
U bevrijdt

Want het ijs in uw blik
Uw bevroren gedicht
En de schim van uw stap
In uw schaduw betrapt
In het licht van uw zon
Uw benauwend salon
Gij vergrijpt u en loert
In een boek dat u roert