Geen tijd meer om te schrijven vandaag, maar u hebt niks gemist. Ik heb vandaag ondermeer gejogd en in een hoekje op een kussen liggen slapen. Ik heb een trui gekocht die ik nooit zal dragen en ik heb deelgenomen aan een quiz waarin ik met mijn groepje tweede werd. Vermeldenswaardig: ik koos ervoor geen prijs mee naar huis te nemen, omdat de prijzenpot werkelijk niks voorstelde (wat ben je met een set kleurpotloden als je nooit kleurt?)
Dus: een video dan maar.
De mighty mighty Giorgio Moroder aan het werk.
Doén.
woensdag 16 april 2008
dinsdag 15 april 2008
Dit is internet
Ik moet mijn berichten wat korter houden. Wat meer foto's en filmpjes. Een beetje zoals ze het me bij Focus Knack geleerd hebben, zeg maar. Dit is internet, en niemand leest graag lange teksten op internet.
Maar als het interessant is, moet het lang zijn. Toch?
Is het interessant? (Laat het me weten.)
Vandaag moest ik Frans spreken. Dat ging zo. Er werd me gevraagd wat ik op mijn stage had gedaan. In het Frans. Ik gaf het antwoord als het gesproken equivalent van het leggen van een puzzel met 360 stukken: heel traag, hakkelend, zoekend. Genant.
Dat gaf ik achteraf ook toe. In het Nederlands.
Kan u er nog aan uit? Ik wel, maar tegelijk ook niet.
Wat maakt toch dat ik me zo aaaaaaaargh voel, zowat doorlopend? Zo uuuuuuuuurrrrrgh, ook wel.
Nochtans: zoooo slecht is mijn Frans niet. Normaal weet ik me redelijk te behelpen. Maar vandaag niet. Ik riep het uit: "Shit manneke, ik krijg niks gezegd." En nu krijg ik ook al niks geschreven. Valt het een beetje op?
Voor de liefhebbers van video's: hier heb je een liedje van Grandaddy met een video erbij. Het liedje heet "Underneath The Weeping Willow", het is een van mijn favoriete liedjes van Grandaddy, en ik vind de tekst mooi.
Maar als het interessant is, moet het lang zijn. Toch?
Is het interessant? (Laat het me weten.)
Vandaag moest ik Frans spreken. Dat ging zo. Er werd me gevraagd wat ik op mijn stage had gedaan. In het Frans. Ik gaf het antwoord als het gesproken equivalent van het leggen van een puzzel met 360 stukken: heel traag, hakkelend, zoekend. Genant.
Dat gaf ik achteraf ook toe. In het Nederlands.
Kan u er nog aan uit? Ik wel, maar tegelijk ook niet.
Wat maakt toch dat ik me zo aaaaaaaargh voel, zowat doorlopend? Zo uuuuuuuuurrrrrgh, ook wel.
Nochtans: zoooo slecht is mijn Frans niet. Normaal weet ik me redelijk te behelpen. Maar vandaag niet. Ik riep het uit: "Shit manneke, ik krijg niks gezegd." En nu krijg ik ook al niks geschreven. Valt het een beetje op?
Voor de liefhebbers van video's: hier heb je een liedje van Grandaddy met een video erbij. Het liedje heet "Underneath The Weeping Willow", het is een van mijn favoriete liedjes van Grandaddy, en ik vind de tekst mooi.
maandag 14 april 2008
Kil in april
Lieve F.,
ik ben het.
Wat beteken ik voor jou? Sta ik nog op je kaart?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben járenlang verliefd op je geweest. Heb je dat ooit geweten? Heb je er ooit samen met A. en T. om zitten gniffelen, aan de andere kant? Heb je je er vragen bij gesteld? Over hoe ik was, over hoe jij was?
Waar ben je? Ik heb geen adres van je. Geen enkel.
Je studeert af, dit jaar, zover ben ik mee. Maar voorts ben ik je spoor bijster. Woon je in B.? In een caravan? Met K.? Met je moeder?
Ben je getrouwd? Heb je een kind? Een tweeling? Een adoptiekind? Een cavia?
Het is zo lang geleden, vind je niet? Mis je me? Néé, dat doe je niet. Denk je aan me? Ooit? Please? Soms, toevallig, misschien?
Wat is er van mij geworden? Op een kamer, kil in april. Ik ben bij jou blijven steken, heb niks anders meegemaakt, drie jaar lang. Jij staat nog steeds bovenaan. Als ik aan een ranking denk begin ik haast te gillen. Ben je gelukkig?
F., ik zaag. Jij bent een vrouw, ik een jongetje. Ik heb dit soort dingen al vaker gedacht, om ze meteen weer in de kiem te smoren. Ik heb die gedachte ook uitgesproken, dat had enige poëzie voor mij. Ik ben een dromer. Still.
Life is not a rehearsal, maar ik zit opgesloten in het repetitiekot. Kan jij de sleutelbos onder de kier door schuiven? Of woon je misschien aan de andere kant van de wereld? Vond jij het normaal dat we elkaar nooit meer zouden zien, toen die zes jaren voorbij waren? Kennelijk is dat normaal, gezien de band die wij met elkaar hadden. Een louter toevallige, oppervlakkige.
F., als ik je morgen tegenkom ga ik nog steeds bezwijken voor dat (...) van je. Al toen we twaalf waren had je dat (...) en ik ben er heel zeker van dat je dat niet kwijtgespeeld bent. Gezien je studiekeuze vermoed ik zelfs dat het nog meer tot ontplooiing gekomen is. En ik val ook wel gewoon op boerinnetjes, at last. Ik ben me er toch eentje.
Met een snik en een snok,
A. (de gekste van de twee)
ik ben het.
Wat beteken ik voor jou? Sta ik nog op je kaart?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik ben járenlang verliefd op je geweest. Heb je dat ooit geweten? Heb je er ooit samen met A. en T. om zitten gniffelen, aan de andere kant? Heb je je er vragen bij gesteld? Over hoe ik was, over hoe jij was?
Waar ben je? Ik heb geen adres van je. Geen enkel.
Je studeert af, dit jaar, zover ben ik mee. Maar voorts ben ik je spoor bijster. Woon je in B.? In een caravan? Met K.? Met je moeder?
Ben je getrouwd? Heb je een kind? Een tweeling? Een adoptiekind? Een cavia?
Het is zo lang geleden, vind je niet? Mis je me? Néé, dat doe je niet. Denk je aan me? Ooit? Please? Soms, toevallig, misschien?
Wat is er van mij geworden? Op een kamer, kil in april. Ik ben bij jou blijven steken, heb niks anders meegemaakt, drie jaar lang. Jij staat nog steeds bovenaan. Als ik aan een ranking denk begin ik haast te gillen. Ben je gelukkig?
F., ik zaag. Jij bent een vrouw, ik een jongetje. Ik heb dit soort dingen al vaker gedacht, om ze meteen weer in de kiem te smoren. Ik heb die gedachte ook uitgesproken, dat had enige poëzie voor mij. Ik ben een dromer. Still.
Life is not a rehearsal, maar ik zit opgesloten in het repetitiekot. Kan jij de sleutelbos onder de kier door schuiven? Of woon je misschien aan de andere kant van de wereld? Vond jij het normaal dat we elkaar nooit meer zouden zien, toen die zes jaren voorbij waren? Kennelijk is dat normaal, gezien de band die wij met elkaar hadden. Een louter toevallige, oppervlakkige.
F., als ik je morgen tegenkom ga ik nog steeds bezwijken voor dat (...) van je. Al toen we twaalf waren had je dat (...) en ik ben er heel zeker van dat je dat niet kwijtgespeeld bent. Gezien je studiekeuze vermoed ik zelfs dat het nog meer tot ontplooiing gekomen is. En ik val ook wel gewoon op boerinnetjes, at last. Ik ben me er toch eentje.
Met een snik en een snok,
A. (de gekste van de twee)
zondag 13 april 2008
"Will fuck on first date"
Dat zegt ze toch, de t-shirt van Tom Boonen. Tombo ziet er achttien uit, Michel "won't kiss on second date" Wuyts, 81. Tom heeft gewonnen, Michel heeft bewonderd. De ene zegt "'t Is niet makkelijk als je Tom Boonen noemt," de ander heeft er andermaal een namiddag van plastische verwoordingen opzitten. Boonen vindt Wuyts met enige zekerheid "ne curieuzeuh", Wuyts vindt Tombo een fort, een kathedraal, een onneembare burcht, en zeker na vanmiddag.
Tombo is een sexy ventje. Zevenentwintig is hij en aan tomtosteron bij hem geen gebrek. "Boonen is gemaakt voor dit werk," zijn zweet parelt nog net iets sprankelender van zijn voorhoofd naar zijn neus, dan dat van de andere Cancellarae.
Hij is weer samen met zijn Lore, ook. In de periode toen het uit was, belde hij haar soms nog driemaal daags. Ze is niet zo mooi, niet zo speciaal, hij is dat wel allebei, maar hij is loyaal. Eenzelfde eerlijkheid in zijn houding jegens de pers: als hij heel eerlijk is, kan die zijn kloten kussen.
Een asceet is hij ook nog. En een sportman zonder meer. Telegeniek en oninteressant. Een winnaar op de fiets, een lullo voor de micro. De Kempenzoon met graagte, de wielergod tegen wil en dank. Het fuifbeest, ook, iets interessanter. De tiener in de dancing, met meisjes en pintjes en brommers.
Tombo kan een interview van vijf pagina's vullen. Hij is een kind uit zijn tijd, en die kunnen doorgaans vrij ongecompliceerd en ongeremd lullen. Musseeuw kijkt het met afgrijzen aan, zou het misschien allemaal willen overdoen. Tombo doet het beter, is sterker, een beer, een vent, een kathedraal, een fort, een held. Én een ongelooflijke sof van een interviewee. Tombo zet elke Michel Wuyts in de zeik met zijn tienerklets, maakt van elke heroïsche sportnamiddag een Ketnetprogramma.
Tombo, je was een genot om over de streep te zien rijden. Alsof er een berg duploblokken lagen te wachten op een driejarig jongetje.
Tombo is een sexy ventje. Zevenentwintig is hij en aan tomtosteron bij hem geen gebrek. "Boonen is gemaakt voor dit werk," zijn zweet parelt nog net iets sprankelender van zijn voorhoofd naar zijn neus, dan dat van de andere Cancellarae.
Hij is weer samen met zijn Lore, ook. In de periode toen het uit was, belde hij haar soms nog driemaal daags. Ze is niet zo mooi, niet zo speciaal, hij is dat wel allebei, maar hij is loyaal. Eenzelfde eerlijkheid in zijn houding jegens de pers: als hij heel eerlijk is, kan die zijn kloten kussen.
Een asceet is hij ook nog. En een sportman zonder meer. Telegeniek en oninteressant. Een winnaar op de fiets, een lullo voor de micro. De Kempenzoon met graagte, de wielergod tegen wil en dank. Het fuifbeest, ook, iets interessanter. De tiener in de dancing, met meisjes en pintjes en brommers.
Tombo kan een interview van vijf pagina's vullen. Hij is een kind uit zijn tijd, en die kunnen doorgaans vrij ongecompliceerd en ongeremd lullen. Musseeuw kijkt het met afgrijzen aan, zou het misschien allemaal willen overdoen. Tombo doet het beter, is sterker, een beer, een vent, een kathedraal, een fort, een held. Én een ongelooflijke sof van een interviewee. Tombo zet elke Michel Wuyts in de zeik met zijn tienerklets, maakt van elke heroïsche sportnamiddag een Ketnetprogramma.
Tombo, je was een genot om over de streep te zien rijden. Alsof er een berg duploblokken lagen te wachten op een driejarig jongetje.
zaterdag 12 april 2008
Country steak
Alex wil wel eens wat .anders, dus heeft hij een nieuwe naam. Iets jofeler, iets anoniemer. En ik ben echt wel één met mijn "Crew €-folies '04"-pet hoor.
Anoniem.
Het is mooi weer, dat noopt tot buitenkomen. Gisterennacht was het 4u, met P. en een heldhaftige A. Vandaag is het 14u, met een slomer dan slome P. en met mezelf die in alles vindt wat hij zoekt.
Naar de Colruyt moet dat. Met een sms als boodschappenlijstje en conform onze slaapdronkenheid, zonder zakken om de door ons te kopen artikelen in mee te dragen, huiswaarts (daar kwamen we natuurlijk in de winkel pas achter - natuurlijk).
Puur poseren: in zo'n situatie, op zo'n dag naar de Colruyt wandelen. Niemand ziet ons echt, ik maak me geen illusies, maar toch kijken "bommakes" ons licht bevreesd aan, houden Chiro-meisjes de adem in, als waren wij Marius O. en Adam G. in een treinstation near you.
Sloffend bereiken wij ons doel en lo-fi gaat dat naar onze 'rayon' die we mits enig speurwerk weten te vinden. De sms komt meer dan van pas en maakt gewag van "country steak + pepersaus (Knor)". Voor die country steak moeten we naar de beenhouwerij, en veel hachelijker, moeten we een papier invullen om onze bestelling aan te geven.
Een kar vinden we niet de moeite, dus staan we met onze tomaatjes, sla en pastis in de armen, als tooghangers tegen rekken geleund. Dit is niet de manier waarop je in de Colruyt rondloopt, we voelen ons 'hulpeloos', zeggen we, luidop lachend om zoveel studentikoos aandoend gekluns, en ons licht beschaamd afvragend hoe A. dit alles met net iets meer kunde zou afhandelen.
"Bestelling nummer 399 ís klaar aan de beenhouwerij." Met plastic verpakkingen tot aan onze kin lopen we naar de kassa, waar een jongen met veel gevoel voor regeltjes met ons afrekent. Wij grinniken, denken nog steeds graag dat iedereen ons gezien heeft in onze bloeiende jeugdigheid, en keren kotwaarts, waar wij elk onze gescheiden activiteiten weer voortzetten.
Met Red Bull, prints gemaakt bij het Marokkaanse internetcafé, "Yes, U" van Devastations en veel goesting om zo meteen de trein naar Brussel te nemen, in mijn geval.
Anoniem.
Het is mooi weer, dat noopt tot buitenkomen. Gisterennacht was het 4u, met P. en een heldhaftige A. Vandaag is het 14u, met een slomer dan slome P. en met mezelf die in alles vindt wat hij zoekt.
Naar de Colruyt moet dat. Met een sms als boodschappenlijstje en conform onze slaapdronkenheid, zonder zakken om de door ons te kopen artikelen in mee te dragen, huiswaarts (daar kwamen we natuurlijk in de winkel pas achter - natuurlijk).
Puur poseren: in zo'n situatie, op zo'n dag naar de Colruyt wandelen. Niemand ziet ons echt, ik maak me geen illusies, maar toch kijken "bommakes" ons licht bevreesd aan, houden Chiro-meisjes de adem in, als waren wij Marius O. en Adam G. in een treinstation near you.
Sloffend bereiken wij ons doel en lo-fi gaat dat naar onze 'rayon' die we mits enig speurwerk weten te vinden. De sms komt meer dan van pas en maakt gewag van "country steak + pepersaus (Knor)". Voor die country steak moeten we naar de beenhouwerij, en veel hachelijker, moeten we een papier invullen om onze bestelling aan te geven.
Een kar vinden we niet de moeite, dus staan we met onze tomaatjes, sla en pastis in de armen, als tooghangers tegen rekken geleund. Dit is niet de manier waarop je in de Colruyt rondloopt, we voelen ons 'hulpeloos', zeggen we, luidop lachend om zoveel studentikoos aandoend gekluns, en ons licht beschaamd afvragend hoe A. dit alles met net iets meer kunde zou afhandelen.
"Bestelling nummer 399 ís klaar aan de beenhouwerij." Met plastic verpakkingen tot aan onze kin lopen we naar de kassa, waar een jongen met veel gevoel voor regeltjes met ons afrekent. Wij grinniken, denken nog steeds graag dat iedereen ons gezien heeft in onze bloeiende jeugdigheid, en keren kotwaarts, waar wij elk onze gescheiden activiteiten weer voortzetten.
Met Red Bull, prints gemaakt bij het Marokkaanse internetcafé, "Yes, U" van Devastations en veel goesting om zo meteen de trein naar Brussel te nemen, in mijn geval.
vrijdag 11 april 2008
Als de afwas te lang blijft staan
Onder mij op straat, zie ik Jan-Peter Balkenende, een Roemeen en die caissière van de GB passeren. Ik woon in een marginale buurt, in een marginaal land. "In het land Vlaanderen!!" Nee, nog even niet, fasco!
Der Fascismus ist im Stadt.
Nee, ik bedoel: in de kamer naast mij zit iemand die me meer deprimeert dan alle uren van de dag samen. Sorry A., maar sinds je werkloos bent ben je ook waardeloos. Allemaal leuk dat je wel eens telefoon krijgt van dat meisje van het uitzendbureau (waarover je dan grapt dat ze verliefd op je is) en dat je al eens om 8u 's ochtends (!) naar dat opvangtehuis-van-de-lullo's bent geweest, in weze doe je helemaal niks en daarom staat de afwas er ook al een week onaangeroerd bij.
Dat zingen van je wijst er kennelijk op dat je je goed voelt. Gelukkig verklapte je me ooit dat het niet uit je gedrag af te leiden is hoe jij je voelt. Daarom kan het nog steeds erg slecht met je gaan. En ik vermoed dus ook dat dat het geval is. Als ik welwillender ben, kom ik het je wel eens vragen.
Nee, dan S. Die is blij en bezig. En neem mezelf: ook vijf dagen volop in touw. En moe aan het eind daarvan. Jeez. Ik zou in m'n bed kunnen kruipen, ik zou tegen jou aan kunnen kruipen. Mits jij van die zachte, vlezige dijen hebt tenminste. Dan zou ik de koning te rijk zijn. En zwijgen. En mijn ogen sluiten. Om af te dwalen naar een minder harde wereld.
En straks staat er een activiteit gepland, waarvan de opmerkelijke spellingswijze je heel wat punten kan opleveren bij een spelletje scrabble. Niet dat het woord zo bijzonder is of klinkt, maar er zit wel een q en een z in - als je het op die manier wil schrijven tenminste - en da's toch altijd wel een beetje speciaal.
Ik hoop dat het leuk wordt. A. gaat niet mee (positief, anders was ik zelf ook thuisgebleven) en S. trekt de kar.
En dan nu maar eens wat rond gaan sloffen in die marginale buurt van mij. Met een stroopwafel in mijn muil, voor de geïnteresseerden.
Der Fascismus ist im Stadt.
Nee, ik bedoel: in de kamer naast mij zit iemand die me meer deprimeert dan alle uren van de dag samen. Sorry A., maar sinds je werkloos bent ben je ook waardeloos. Allemaal leuk dat je wel eens telefoon krijgt van dat meisje van het uitzendbureau (waarover je dan grapt dat ze verliefd op je is) en dat je al eens om 8u 's ochtends (!) naar dat opvangtehuis-van-de-lullo's bent geweest, in weze doe je helemaal niks en daarom staat de afwas er ook al een week onaangeroerd bij.
Dat zingen van je wijst er kennelijk op dat je je goed voelt. Gelukkig verklapte je me ooit dat het niet uit je gedrag af te leiden is hoe jij je voelt. Daarom kan het nog steeds erg slecht met je gaan. En ik vermoed dus ook dat dat het geval is. Als ik welwillender ben, kom ik het je wel eens vragen.
Nee, dan S. Die is blij en bezig. En neem mezelf: ook vijf dagen volop in touw. En moe aan het eind daarvan. Jeez. Ik zou in m'n bed kunnen kruipen, ik zou tegen jou aan kunnen kruipen. Mits jij van die zachte, vlezige dijen hebt tenminste. Dan zou ik de koning te rijk zijn. En zwijgen. En mijn ogen sluiten. Om af te dwalen naar een minder harde wereld.
En straks staat er een activiteit gepland, waarvan de opmerkelijke spellingswijze je heel wat punten kan opleveren bij een spelletje scrabble. Niet dat het woord zo bijzonder is of klinkt, maar er zit wel een q en een z in - als je het op die manier wil schrijven tenminste - en da's toch altijd wel een beetje speciaal.
Ik hoop dat het leuk wordt. A. gaat niet mee (positief, anders was ik zelf ook thuisgebleven) en S. trekt de kar.
En dan nu maar eens wat rond gaan sloffen in die marginale buurt van mij. Met een stroopwafel in mijn muil, voor de geïnteresseerden.
donderdag 10 april 2008
Waar zijn die mama's?
Aaaah B.,
toe waar is je mama dan? Je mama die je vol met zoetigheid propt. Je hebt een vriend die weightwatchers volgt. Doe met hem mee!
Je kreeg telefoon vanmiddag. In de cafetaria. Gerieflijk kuierde je naar buiten, zoals je vriend G. dat ook doet. Verschil: bij G. past dat wel, zo'n airtje, bij jou is het ridicuul.
Je keek naar binnen, maar niemand keek naar jou. Ja, je was aan het bellen, maar nee, dat kon niemand wat schelen. Nochtans: ze hebben je graag. En ook dat is in weze ridicuul. Je bent een kladje van wie je zou kunnen zijn.
Toe waar is je mama dan? En die van jou, D.?
Jij hebt wel een leuke mama, dat kan niet missen, dat moet wel. En jij weet haar naar waarde te schatten. Je bedankt haar zelfs voor het avondeten en zonder dat ze erom vraagt begin je aan de afwas, vul je de afwasmachine.
D., jij bent lief. En schattig.
Later als ik groot ben wordt ik gelukkig. Nu schrijf ik nog dt-fouten in artikels. Omdat ik het te snel wil doen, niet omdat ik de regels niet ken. Waarom ik het te snel doe? Omdat ik het af wil hebben, tiens. Het af hebben is telkens een klein beetje kicken. Toch?
Ja, dat zei ik ook nog tegen P., letterlijk. "De kick van het af hebben. Streef die kick na." Hij bromde zijn deprimerende grommetje en ik wist dat ik me uit de voeten moest maken, zó deprimerend.
De mails van zijn mama, de sms'jes, het uitzichtloze. Hoe hij met zijn mama naar de stad rijdt waar de dokter hem onderzoekt, hoe hij in de auto met haar wat smalltalk verzorgt, als was ze de dokter in kwestie. Ik geef mijn eigen mama bij deze een virtuele knuffel. Het lieve mens, het schattige mens.
Als ze me vanavond maar niet belt, want dan ben ik weer bars. Ik ken mezelf.
toe waar is je mama dan? Je mama die je vol met zoetigheid propt. Je hebt een vriend die weightwatchers volgt. Doe met hem mee!
Je kreeg telefoon vanmiddag. In de cafetaria. Gerieflijk kuierde je naar buiten, zoals je vriend G. dat ook doet. Verschil: bij G. past dat wel, zo'n airtje, bij jou is het ridicuul.
Je keek naar binnen, maar niemand keek naar jou. Ja, je was aan het bellen, maar nee, dat kon niemand wat schelen. Nochtans: ze hebben je graag. En ook dat is in weze ridicuul. Je bent een kladje van wie je zou kunnen zijn.
Toe waar is je mama dan? En die van jou, D.?
Jij hebt wel een leuke mama, dat kan niet missen, dat moet wel. En jij weet haar naar waarde te schatten. Je bedankt haar zelfs voor het avondeten en zonder dat ze erom vraagt begin je aan de afwas, vul je de afwasmachine.
D., jij bent lief. En schattig.
Later als ik groot ben wordt ik gelukkig. Nu schrijf ik nog dt-fouten in artikels. Omdat ik het te snel wil doen, niet omdat ik de regels niet ken. Waarom ik het te snel doe? Omdat ik het af wil hebben, tiens. Het af hebben is telkens een klein beetje kicken. Toch?
Ja, dat zei ik ook nog tegen P., letterlijk. "De kick van het af hebben. Streef die kick na." Hij bromde zijn deprimerende grommetje en ik wist dat ik me uit de voeten moest maken, zó deprimerend.
De mails van zijn mama, de sms'jes, het uitzichtloze. Hoe hij met zijn mama naar de stad rijdt waar de dokter hem onderzoekt, hoe hij in de auto met haar wat smalltalk verzorgt, als was ze de dokter in kwestie. Ik geef mijn eigen mama bij deze een virtuele knuffel. Het lieve mens, het schattige mens.
Als ze me vanavond maar niet belt, want dan ben ik weer bars. Ik ken mezelf.
woensdag 9 april 2008
Mijn eerste bloemenhofbloempje
A. loopt graag met rechte rug, hoewel het hem niet goed afgaat. Je kan 'm regelmatig zien opveren, als krijgt hij een elektrische schok. Dan weet je dat hij er weer eens om moet denken. Een dokter heeft 'm ooit gezegd er op te letten. En A. vergeet zo'n dingen niet snel.
Met grote passen loopt hij door de winkelstraat. Met zijn dure schoenen nog wel. Je zou toch veronderstellen dat iemand als hij dat niet zou doen. Dure schoenen. En daarmee in een winkelstraat. Hij doet het wél. Hij vindt dat stoer.
'Stoer' is trouwens een woord dat hij wel vaker gebruikt. Als je iets doet dat hem bevalt zal hij geneigd zijn dat 'stoer' te vinden. Als hij je mag vindt hij je gegarandeerd ook wel een beetje stoer op een of andere manier.
Toen ik laatst met hem sprak zei hij me dat hij zich goed voelde. Je zag aan 'm dat hij zich amper kon inhouden om dat te zeggen. En wat extra leuk was: hij wilde ook dat ík me goed zou voelen. Dat vond hij zeker niet onbelangrijk. Ik moest maar eens dit, en maar eens dat. En het is niet omdat ik de eigenlijke dingen niet noem dat ik ze vergeten ben, dat ik ze in de wind heb geslagen. Ik hou ze gewoon voor mezelf.
Hij was lief, toen. Hij preekte een beetje, zoals hij dat doet wanneer hij zich goed voelt. Hij "zag" het allemaal, zei hij, en uit wat hij nog meer zei wilde ik graag opmaken dat dat inderdaad zo was. In zekere zin overtuigde hij mij, wilde ik in hem geloven, ook al bleef hij vaag, zijn typische beetje cynisch.
A. is misschien te passioneel. 'Misschien' mag daar misschien zelfs weg. "Jammer van dat minder hoge IQ," zei hij eens, om het kinderachtige gedrag van enkele mensen waar hij mee te maken had, aan te duiden. Het wijst op zijn veeleisendheid, op zijn onverdraagzaamheid. Het moet moeilijk zijn A. te zijn. Ik zou althans niet met hem willen wisselen. Maar poëzie ontwaar ik wel in zijn persoon. Hij geeft het ritme aan met het klakken van de hakken van zijn dure schoenen.
Met grote passen loopt hij door de winkelstraat. Met zijn dure schoenen nog wel. Je zou toch veronderstellen dat iemand als hij dat niet zou doen. Dure schoenen. En daarmee in een winkelstraat. Hij doet het wél. Hij vindt dat stoer.
'Stoer' is trouwens een woord dat hij wel vaker gebruikt. Als je iets doet dat hem bevalt zal hij geneigd zijn dat 'stoer' te vinden. Als hij je mag vindt hij je gegarandeerd ook wel een beetje stoer op een of andere manier.
Toen ik laatst met hem sprak zei hij me dat hij zich goed voelde. Je zag aan 'm dat hij zich amper kon inhouden om dat te zeggen. En wat extra leuk was: hij wilde ook dat ík me goed zou voelen. Dat vond hij zeker niet onbelangrijk. Ik moest maar eens dit, en maar eens dat. En het is niet omdat ik de eigenlijke dingen niet noem dat ik ze vergeten ben, dat ik ze in de wind heb geslagen. Ik hou ze gewoon voor mezelf.
Hij was lief, toen. Hij preekte een beetje, zoals hij dat doet wanneer hij zich goed voelt. Hij "zag" het allemaal, zei hij, en uit wat hij nog meer zei wilde ik graag opmaken dat dat inderdaad zo was. In zekere zin overtuigde hij mij, wilde ik in hem geloven, ook al bleef hij vaag, zijn typische beetje cynisch.
A. is misschien te passioneel. 'Misschien' mag daar misschien zelfs weg. "Jammer van dat minder hoge IQ," zei hij eens, om het kinderachtige gedrag van enkele mensen waar hij mee te maken had, aan te duiden. Het wijst op zijn veeleisendheid, op zijn onverdraagzaamheid. Het moet moeilijk zijn A. te zijn. Ik zou althans niet met hem willen wisselen. Maar poëzie ontwaar ik wel in zijn persoon. Hij geeft het ritme aan met het klakken van de hakken van zijn dure schoenen.
dinsdag 8 april 2008
Mathematisch poëtisch
Zonder uitzondering hebt u vorig jaar "Das Leben der Anderen" gezien. Of u net als ik grijnzend de zaal van uw keuze verliet, is nog iets anders. Telkens ik een goede film zie betrap ik me aan het eind ervan op een onnozele grijns waarmee ik al minutenlang naar het scherm blijk te staren (dat persoonlijke feit vertel ik váák). Gelukkig hoeft niemand die grijns te zien, denk ik op het moment zelf. Jammer genoeg kunnen sommige mensen me in het donker niet zién grijnzen, denk ik soms achteraf.
Soit.
Nadat ik "Das Leben der Anderen" had gezien, wilde die film me niet onmiddellijk loslaten. Thuis luisterde ik via YouTube herhaaldelijk naar "Die Sonate vom guten Menschen", ik heb een zwak voor piano. Maar helemaal geweldig is de scène waarin dat lied door Georg Dreyman ten beste wordt gegeven. En dan nog vooral omwille van de kop van stasi-agent Gerd Wiesler, gespeeld door Ulrich Muhe. Wat hou ik van die rol, van dat personage.
De muziek zette me aan om iets op te schrijven, om een gedicht te schrijven, om te proberen een gedicht te schrijven. Vroeger deed ik dat wel vaker - puberteit. Maar ik kreeg iets op papier, vond ik.
Wiesler
Mathematisch poëtisch
Uw emotie hermetisch
Esthetisch voor ogen
Grijsgedraaid
Uw kantoor en uw hoofd
Gij zijt kaal, van gedachten
Dient hogere machten
Kunt zwijgen
Maar het schijnt dat gij
Schijnt waar wij
Niets kunnen zien
En het blijkt dat gij lijdt
Als die trek om uw mond
U bevrijdt
Want het ijs in uw blik
Uw bevroren gedicht
En de schim van uw stap
In uw schaduw betrapt
In het licht van uw zon
Uw benauwend salon
Gij vergrijpt u en loert
In een boek dat u roert
Soit.
Nadat ik "Das Leben der Anderen" had gezien, wilde die film me niet onmiddellijk loslaten. Thuis luisterde ik via YouTube herhaaldelijk naar "Die Sonate vom guten Menschen", ik heb een zwak voor piano. Maar helemaal geweldig is de scène waarin dat lied door Georg Dreyman ten beste wordt gegeven. En dan nog vooral omwille van de kop van stasi-agent Gerd Wiesler, gespeeld door Ulrich Muhe. Wat hou ik van die rol, van dat personage.
De muziek zette me aan om iets op te schrijven, om een gedicht te schrijven, om te proberen een gedicht te schrijven. Vroeger deed ik dat wel vaker - puberteit. Maar ik kreeg iets op papier, vond ik.
Wiesler
Mathematisch poëtisch
Uw emotie hermetisch
Esthetisch voor ogen
Grijsgedraaid
Uw kantoor en uw hoofd
Gij zijt kaal, van gedachten
Dient hogere machten
Kunt zwijgen
Maar het schijnt dat gij
Schijnt waar wij
Niets kunnen zien
En het blijkt dat gij lijdt
Als die trek om uw mond
U bevrijdt
Want het ijs in uw blik
Uw bevroren gedicht
En de schim van uw stap
In uw schaduw betrapt
In het licht van uw zon
Uw benauwend salon
Gij vergrijpt u en loert
In een boek dat u roert
maandag 7 april 2008
Wat is vrijheid?
"Ben jij vrij?"
De vraag klinkt me haast sarcastisch in de oren. Ik zit aan een tafel, ik word geacht er te blijven zitten, toch nog een hele tijd, en we zijn nog niet eens aan het voorgerecht. De vraag is niet aan mij gericht trouwens, dus negeer ik ze voor de gemakkelijkheid. Veel te moeilijk. Moet je boeken voor gelezen hebben. Maar komisch is ze wel, die vraag. Een beetje tragikomisch.
Het voorgerecht is goed, ik amuseer me stiekem. Vrij ben ik niet, maar dit pantser past me. "We gaan er het beste van maken, hé?" Welja, als het weer een beetje meezit, als ik geen bad hair-day heb en als zíj er ook het beste van willen maken. Dan wel. En zo gaat het ook, al betekent het niks voor mij. Wel voor sommige anderen, en je moet hen dat eens gunnen ook.
(Natuurlijk betekent het wel iets voor mij. Maar als ik dat buiten de haakjes moet toegeven, ben ik weer tweeduizend tekens verder.)
Je moet het hen gunnen om in hun herinneringen te graven, om gedane zaken weer op te rakelen. Je moet jezelf te kijk zetten. Dat moet je hen gunnen. Zo vaak gebeurt het ook niet, en die enkele keer moet je het hen daarom extra-hard gunnen. Hebben ze er naar uit gekeken of wordt het hen ingegeven op het moment zelf?
Ze houden een beetje van mij, denk ik.
Een foto waarop ik eruit zie als een dinosaurus. En nee, op straat zou ik onherkenbaar zijn. Maar da's niet erg. Wij komen niet in dezelfde straten, de situatie zou zich nooit voordoen.
Da's vrijheid voor mij.
De vraag klinkt me haast sarcastisch in de oren. Ik zit aan een tafel, ik word geacht er te blijven zitten, toch nog een hele tijd, en we zijn nog niet eens aan het voorgerecht. De vraag is niet aan mij gericht trouwens, dus negeer ik ze voor de gemakkelijkheid. Veel te moeilijk. Moet je boeken voor gelezen hebben. Maar komisch is ze wel, die vraag. Een beetje tragikomisch.
Het voorgerecht is goed, ik amuseer me stiekem. Vrij ben ik niet, maar dit pantser past me. "We gaan er het beste van maken, hé?" Welja, als het weer een beetje meezit, als ik geen bad hair-day heb en als zíj er ook het beste van willen maken. Dan wel. En zo gaat het ook, al betekent het niks voor mij. Wel voor sommige anderen, en je moet hen dat eens gunnen ook.
(Natuurlijk betekent het wel iets voor mij. Maar als ik dat buiten de haakjes moet toegeven, ben ik weer tweeduizend tekens verder.)
Je moet het hen gunnen om in hun herinneringen te graven, om gedane zaken weer op te rakelen. Je moet jezelf te kijk zetten. Dat moet je hen gunnen. Zo vaak gebeurt het ook niet, en die enkele keer moet je het hen daarom extra-hard gunnen. Hebben ze er naar uit gekeken of wordt het hen ingegeven op het moment zelf?
Ze houden een beetje van mij, denk ik.
Een foto waarop ik eruit zie als een dinosaurus. En nee, op straat zou ik onherkenbaar zijn. Maar da's niet erg. Wij komen niet in dezelfde straten, de situatie zou zich nooit voordoen.
Da's vrijheid voor mij.
vrijdag 2 november 2007
Dilbeek/Strombeek
Op dat moment borrelt de genegenheid in me op, als een stroom warm water, enkel en alleen omdat ik weet dat ze op me wachten en van me houden. In de kamer ernaast doen mindere goden hun ding - mindere goden doen dat wel vaker, 'hun ding' - en ik weet dat ik me geen zorgen hoef te maken. Ergens, jazeker, zit ik gebeiteld.
Ik had twee opeenvolgende dromen over te laat komen en met lede ogen moeten aanzien hoe me ontglipt wat ik wilde hebben. In een van die dromen was het mijn vader die ik niet te pakken kreeg. Ik reikte mijn hand uit naar de man, maar hij zette het op een lopen. Als een gek. Ik ging achter 'm aan, tot iemand van de ordehandhaving zegde dat ik de strijd beter kon staken. Dat er geen hulp meer kon baten.

In die andere droom moest ik in Dilbeek zijn, - een plek die sinds een tijd toevallig op mijn wereldkaart prijkt - maar ik had mijn agenda niet goed ingevuld en bijgevolg kwam ik hopeloos te laat. 't Is te zeggen: ik zag plots op tv een live-verslag van de gebeurtenis die ik live hoorde bij te wonen. Het was iets in een tuin met tuinstoelen. Voorts weet ik niks.
Mijn trip van vandaag - geen droom - had me bij voorbaat al tot doemdenken aangezet. Ik moest naar fuckin' Strombeek - zo zal ik die plek ook na mijn bezoek aldaar blijven noemen - en ik had opgezocht hoe ik daar moest komen. Alles ging goed, met treinen en bussen en een paar uur reizen, maar het regende wel. Toen was ik daar en vond ik het al bij al nog wel spannend, zo op een plaats waar ik in mijn leven hoogstwaarschijnlijk maar één keer zou zijn. Ver van huis, maar met een reden, dat bevredigt de mens.
Ik heb er Dez Mona geïnterviewd.
Ik had twee opeenvolgende dromen over te laat komen en met lede ogen moeten aanzien hoe me ontglipt wat ik wilde hebben. In een van die dromen was het mijn vader die ik niet te pakken kreeg. Ik reikte mijn hand uit naar de man, maar hij zette het op een lopen. Als een gek. Ik ging achter 'm aan, tot iemand van de ordehandhaving zegde dat ik de strijd beter kon staken. Dat er geen hulp meer kon baten.
In die andere droom moest ik in Dilbeek zijn, - een plek die sinds een tijd toevallig op mijn wereldkaart prijkt - maar ik had mijn agenda niet goed ingevuld en bijgevolg kwam ik hopeloos te laat. 't Is te zeggen: ik zag plots op tv een live-verslag van de gebeurtenis die ik live hoorde bij te wonen. Het was iets in een tuin met tuinstoelen. Voorts weet ik niks.
Mijn trip van vandaag - geen droom - had me bij voorbaat al tot doemdenken aangezet. Ik moest naar fuckin' Strombeek - zo zal ik die plek ook na mijn bezoek aldaar blijven noemen - en ik had opgezocht hoe ik daar moest komen. Alles ging goed, met treinen en bussen en een paar uur reizen, maar het regende wel. Toen was ik daar en vond ik het al bij al nog wel spannend, zo op een plaats waar ik in mijn leven hoogstwaarschijnlijk maar één keer zou zijn. Ver van huis, maar met een reden, dat bevredigt de mens.
Ik heb er Dez Mona geïnterviewd.
donderdag 1 november 2007
Stelten
P.-J.,
je bent een belachelijke snuiter.
Met die stelten van je, loop je erbij als een voor een vijftal percent gehandicapte. Dat zwaarwichtige dat je daarmee combineert maakt van jou het prototype van een rechtenstudent, zoals het clichébeeld het wil. Je moest je nog zo'n koffertje met een viercijferige code aanschaffen, dan was alles volmaakt.
Je praat met vervelende Brabantse klanken en kreunt dan herhaaldelijk dingen als "euuuuuh" en bwààààààh". Je houdt van de Scouts en bent waarschijnlijk tegen de Chiro, of omgekeerd, en je wil zuipen zuipen zuipen, want dat ken je.
Nochtans, en nu komt de nuancerende maar, er zit vanalles in jou. Je bent een jaar naar A. geweest en daar heb je je goed weten te handhaven. Je hebt dat jaar perfect in je huidige leven ingepast en je zal nooit meer 100% Fiere Vlaming zijn.
In weze voel ik me zelf tot je aangetrokken, P.-J., het is enkel jammer dat we de deur niet van bij het begin voor elkaar geopend hebben. Nu spelen we een spel, namelijk, en wel eentje van aantrekken en afstoten. Let wel: ik hou daarvan, maar het is zeker niet zo dat mijn nieuwsgierigheid ongeveer even groot is als mijn afkeer voor jou. Het doet me nog het meest denken aan een versnipperd politiek links.
Het moest er van komen dat jij eens gezellig tegen mij probeerde te zijn. En ik ging daar natuurlijk niet op in, ik was in "mijne jemenfoutistische" die dag. Jij deed net alsof wij elkaar wel mochten, maar het ging je niet af. Je las waarschijnlijk het misprijzen in mijn ogen om al die pintjes waar jij in je lang weekend zo naar zegde uit te kijken. Ook zag je waarschijnlijk mijn nazinderende afgrijzen voor de dingen die je enkele dagen tevoren in de cafetaria, op luide toon, had geroepen. Ik had toen besloten dat jij waarlijk niet was wie ik hoopte dat je was.
Als wij straks samen op de tram zitten, dan hoop ik dit spel echter voort te kunnen zetten. Ik zal een waardige tegenstander zijn, ik ken mijn rol en zal er geen moment uitvallen. Jij zal proberen mij aan het wankelen te brengen door plots een opmerkelijke uitspraak te doen en ik zal vast ook wel eens wat milder zijn, maar al bij al zullen wij geen vrienden worden, geen denken aan. Als ik afgestudeerd ben en jij tegen dan ook, of misschien nog eerder, zullen wij elkaar tegenkomen op straat, elk in onze vertrouwde cocon en dan zullen we nog steeds onze neuzen ophalen.
je bent een belachelijke snuiter.
Met die stelten van je, loop je erbij als een voor een vijftal percent gehandicapte. Dat zwaarwichtige dat je daarmee combineert maakt van jou het prototype van een rechtenstudent, zoals het clichébeeld het wil. Je moest je nog zo'n koffertje met een viercijferige code aanschaffen, dan was alles volmaakt.
Je praat met vervelende Brabantse klanken en kreunt dan herhaaldelijk dingen als "euuuuuh" en bwààààààh". Je houdt van de Scouts en bent waarschijnlijk tegen de Chiro, of omgekeerd, en je wil zuipen zuipen zuipen, want dat ken je.
Nochtans, en nu komt de nuancerende maar, er zit vanalles in jou. Je bent een jaar naar A. geweest en daar heb je je goed weten te handhaven. Je hebt dat jaar perfect in je huidige leven ingepast en je zal nooit meer 100% Fiere Vlaming zijn.
In weze voel ik me zelf tot je aangetrokken, P.-J., het is enkel jammer dat we de deur niet van bij het begin voor elkaar geopend hebben. Nu spelen we een spel, namelijk, en wel eentje van aantrekken en afstoten. Let wel: ik hou daarvan, maar het is zeker niet zo dat mijn nieuwsgierigheid ongeveer even groot is als mijn afkeer voor jou. Het doet me nog het meest denken aan een versnipperd politiek links.
Het moest er van komen dat jij eens gezellig tegen mij probeerde te zijn. En ik ging daar natuurlijk niet op in, ik was in "mijne jemenfoutistische" die dag. Jij deed net alsof wij elkaar wel mochten, maar het ging je niet af. Je las waarschijnlijk het misprijzen in mijn ogen om al die pintjes waar jij in je lang weekend zo naar zegde uit te kijken. Ook zag je waarschijnlijk mijn nazinderende afgrijzen voor de dingen die je enkele dagen tevoren in de cafetaria, op luide toon, had geroepen. Ik had toen besloten dat jij waarlijk niet was wie ik hoopte dat je was.
Als wij straks samen op de tram zitten, dan hoop ik dit spel echter voort te kunnen zetten. Ik zal een waardige tegenstander zijn, ik ken mijn rol en zal er geen moment uitvallen. Jij zal proberen mij aan het wankelen te brengen door plots een opmerkelijke uitspraak te doen en ik zal vast ook wel eens wat milder zijn, maar al bij al zullen wij geen vrienden worden, geen denken aan. Als ik afgestudeerd ben en jij tegen dan ook, of misschien nog eerder, zullen wij elkaar tegenkomen op straat, elk in onze vertrouwde cocon en dan zullen we nog steeds onze neuzen ophalen.
Honing
Er is een enorm hoge drempel om aan het schrijven te gaan. Je moet daar tijd in willen steken en je moet daar de zin van inzien. Niet evident, of toch niet voor mij. Als ik klaar ben, ben ik blij. Als ik vind dat het goed is toch.
Ik zet een hoop komma's in mijn zinnen. Andere mensen halen die er uit voor mij. Ze snappen er ook niks van, waarom ik zo veel komma's zet. Je zou ze naar het echte leven kunnen doortrekken, denk ik dan wat elitair. Daarin probeer ik immers ook veel komma's aan te brengen, al was het maar om af en toe een rustpauze te kunnen inlassen. Ik merk dat heel wat mensen die komma's niet nodig hebben. Dat die gewoon fluitend aan nieuwe zinnen beginnen, in zwierige hoofdletters. Maar inhoudelijk valt dat tegen.
Neem nu D.: op geen :(-tje te betrappen. D. lost het op met :D's en ook wel :p's. Die laatste kende ik overigens niet. Zijn lief zal dat kennelijk wel leuk vinden, die lachende D. Of misschien is hij in haar bijzijn plots de ernst zelve (*-)). En hoe moet ik me dat dan voorstellen?
Bij nog een andere D. gaat het er net zo naturel aan toe. Doch, hij lijkt te beschikken over een iets rijker palet aan gemoedstoestanden. Soms kan hij erg ontstemd zijn en dan weet ik zeker dat zijn L. het ook geweten zal hebben. Eender welke blondine kan trouwens een lach op zijn gezicht toveren. Dat is zijn zwakke punt. Maar smooth guys zijn het allemaal. Alsof ze al een Bacheloropleiding in het cocoonen achter de rug hebben.
Wist je dat jongens vaak over meisjes praten? Dat is hen ingegeven door de natuur, zou ik durven zweren. "Meisjes zijn het leukst om over te praten," durven jongens tussen de praktijk van het over meisjes praten in, wel eens theoretisch opmerken. En dan wordt het vaak nog leuker, omdat je dat besef gedeeld hebt en daavan kan genieten. Dat staat namelijk in zekere zin wat intellectueel.
Maar vaak blijft alle leut gewoon hangen in de monden en wordt er van dat spreken geen woord in de praktijk gebracht. Een meisje is als een pot honing en jongens zijn de vliegen die om die pot vechten. Ik heb als vlieg de verkeerde ingesteldheid. Ik vind rond een pot honing vliegen namelijk allesbehalve leuk. Competitie en mannelijkheid zeggen mij slechts zeer occasioneel iets. Nee, liever dan die jagende vlieg te zijn, wil ik dat die pot honing zich plots met een sierlijke boog op mij stort, - in de praktijk onmogelijk, natuurlijk - zodat ik mijn taken kan beperken tot het werkeloos goedkeuren. Vooralsnog is er evenwel - en in dat woordje zit mijn in sarcasme verpakte verslagenheid over het heerlijke gezelschapsspel dat Liefde heet - geen enkel initiaal om die springende pot honing van mij een naam te geven.
Ik zet een hoop komma's in mijn zinnen. Andere mensen halen die er uit voor mij. Ze snappen er ook niks van, waarom ik zo veel komma's zet. Je zou ze naar het echte leven kunnen doortrekken, denk ik dan wat elitair. Daarin probeer ik immers ook veel komma's aan te brengen, al was het maar om af en toe een rustpauze te kunnen inlassen. Ik merk dat heel wat mensen die komma's niet nodig hebben. Dat die gewoon fluitend aan nieuwe zinnen beginnen, in zwierige hoofdletters. Maar inhoudelijk valt dat tegen.
Neem nu D.: op geen :(-tje te betrappen. D. lost het op met :D's en ook wel :p's. Die laatste kende ik overigens niet. Zijn lief zal dat kennelijk wel leuk vinden, die lachende D. Of misschien is hij in haar bijzijn plots de ernst zelve (*-)). En hoe moet ik me dat dan voorstellen?
Bij nog een andere D. gaat het er net zo naturel aan toe. Doch, hij lijkt te beschikken over een iets rijker palet aan gemoedstoestanden. Soms kan hij erg ontstemd zijn en dan weet ik zeker dat zijn L. het ook geweten zal hebben. Eender welke blondine kan trouwens een lach op zijn gezicht toveren. Dat is zijn zwakke punt. Maar smooth guys zijn het allemaal. Alsof ze al een Bacheloropleiding in het cocoonen achter de rug hebben.
Wist je dat jongens vaak over meisjes praten? Dat is hen ingegeven door de natuur, zou ik durven zweren. "Meisjes zijn het leukst om over te praten," durven jongens tussen de praktijk van het over meisjes praten in, wel eens theoretisch opmerken. En dan wordt het vaak nog leuker, omdat je dat besef gedeeld hebt en daavan kan genieten. Dat staat namelijk in zekere zin wat intellectueel.
Maar vaak blijft alle leut gewoon hangen in de monden en wordt er van dat spreken geen woord in de praktijk gebracht. Een meisje is als een pot honing en jongens zijn de vliegen die om die pot vechten. Ik heb als vlieg de verkeerde ingesteldheid. Ik vind rond een pot honing vliegen namelijk allesbehalve leuk. Competitie en mannelijkheid zeggen mij slechts zeer occasioneel iets. Nee, liever dan die jagende vlieg te zijn, wil ik dat die pot honing zich plots met een sierlijke boog op mij stort, - in de praktijk onmogelijk, natuurlijk - zodat ik mijn taken kan beperken tot het werkeloos goedkeuren. Vooralsnog is er evenwel - en in dat woordje zit mijn in sarcasme verpakte verslagenheid over het heerlijke gezelschapsspel dat Liefde heet - geen enkel initiaal om die springende pot honing van mij een naam te geven.
Abonneren op:
Posts (Atom)