zaterdag 3 mei 2008

Camping

Komt het door wat er gebeurd is? Of komt het door de zon?
Vandaag zaten er andere gedachten in mijn hoofd dan andere dagen. Of zo leek het toch.

Ik zat vooraan in de auto, in de passagierszetel, en de zon scheen op mijn bolletje.
De wegen waren rustig en het gras groen. Het land was Italië of Zwitserland en douanier had me nog nooit zo'n exotisch beroep toegeschenen. Die poëzie! In dat bergachtige landschap!

We waren op weg naar de camping. De camping die nog tien kilometer verder kon liggen, zo bleek. In Pietra Murata met name. God, wat zou F. ons uitlachen. We reden helemaal tot in Pietra Murata. Maar we hadden "Oh Happy Day" van Ed Hawkins singers om onze neerslachtigheid mee in de kiem te smoren. Het was het beste moment van de reis.

Nog leuker bijna, diezelfde rit, was "Cinderella Rockafella" van Esther & Abi Ofarim. Die vertolkingen waren om van te smullen. We hadden haast spijt dat we de camping naderden. Onze tent liet zich niet zo makkelijk opzetten.

De volgende dag kregen we als verwacht de toorn van F. over ons heen. Pietra Murata, en of we helemaal idioot waren. Nee, dat waren we op die reis bepaald niet. We genoten immers van de zon op alle mogelijke manieren. En met die sixtieshitjes was de sfeer behoorlijk camp.

vrijdag 2 mei 2008

Mijn er-nog-niet-helemaal-bovenop-zijn geïllustreerd

Nee, zelfs een nachtje heeft me er nog niet helemaal bovenop gebracht. Ik ben verward en slechts tot mijn verbazing in staat deze zinnen te typen.

Bij de bakker had ik net een farce voor, ten gevolge van mijn er-nog-niet-helemaal-bovenop-zijn. Ik vroeg vier sandwiches, - geen onredelijke vraag in een bakkerij - maar die waren er al niet meer. "Vier boterkoeken dan maar?" speelde de verkoopster handig in op mijn wat wasted manier van doen. En ik maar akkoord gaan, ondanks het verdubbelde bedrag.

Bij afrekening bleek uiteraard dat ik die €3.60 niet bij me had. Hoewel, ik kwam er toch,...bijna: €3.50. Maar ik bleek nog verkeerd geteld te hebben, want het was maar €2.50. "Oh, sorry ik ben verward," stamelde ik. En zij: "Dat zie ik", doelend op mijn paarsuitgeslagen rechteroog. Toch mocht ik mijn boterkoeken meenemen.

Ik heb me naar huis gerept en heb €1.10 geleend van A. Daarmee ben ik meteen terug naar de bakker gegaan. Ze moest eens grinniken toen ze me zag binnenkomen.

Dienstmededeling

Lezer,
ik ben momenteel nog iets te zeer herstellende van een korte ziekenhuisstop om u afdoende met een postje te kunnen verblijden. Geef me nog een nachtje, dan sta ik er morgen weer.
A.

dinsdag 29 april 2008

*KNAL*

We gaan een limonaadje drinken. Een Ice Tea-tje. Daarvoor hoeven we niet ver te lopen. Ik kan sowieso niet ver gaan. We gaan gewoon naar de Pita Chef.

Ice Tea: €1.20. We drinken 'm ter plaatse op. Met de Pita Chef in kwestie hebben wij een babbeltje. Over (Turks) voetbal. En daarna - omdat het langer begint te duren dan je over voetbal kan blijven praten - ook over Kortrijk, de mijnen in Beringen, advocaten en notarissen en banken die "evil" zijn, en over zijn vader. Een man die zelfmoord gepleegd heeft, toen hij na een een ongeval in de mijn een been kwijtraakte.

"Wij zaten beneden en we hoorden boven *knal*," vertelt de Pita Chef bijna laconiek. "Hij had zichzelf door het hoofd geschoten, mijn vader. Tijdens zijn leven was hij nochtans een heel trotse man. Hij reed met een mercedes, zat altijd goed in het pak, had altijd zijn schoenen gepoetst voor hij buiten ging. Maar hij kon het niet verdragen met één been te moeten verder leven."

We zijn licht verbouwereerd door deze ontboezemingen, onze Ice Tea's zijn bijna op. De Pita Chef laat zelf verstaan dat het gesprek hier ongeveer mag stoppen. Hij zet stappen richting zijn coulissen, waar een tv en een vrouw wachten, en wenst ons een goede nacht.

maandag 28 april 2008

"Pardon. Pardon."

Het is al voorbij. Het was niks. Het was peanuts.
En toch. Je had je eigen verontwaardiging moeten voelen.

Een wat oudere mevrouw loopt met haar rollende valies koket richting bergafwaartse roltrap en weet zich daar aangekomen semi-versperd door een zwarte mama met een kinderkoets. In feite is er geen sprake van 'in de weg staan', maar toch gaat dat kijverig van "Pardon! Pardon!" De zwarte mama zet zich haastig aan de kant voor die valies en dat Gekijf, en voelt zich naar alle waarschijnlijkheid enorm opgenomen in onze maatschappij.

Was dat racistisch van dat Gekijf? Aan haar slome tret te zien leek ze alleszins niet dringend haar tram te moeten halen. Waarom moest Het zich zo negatief uiten? Nog in de Congo gezeten misschien, in de jaren stillekes?

Nu goed, ik sloeg dat dus gade, omdat ik achter die valies liep en meteen na die sneer van het Gekijf zocht ik de blik van die zwarte mama. Ik wilde stilzwijgend communiceren in de trant van "zotte doos, niks van aantrekken", maar de zwarte mama sloeg geen acht op mij. Even genoeg van de blanke bezetter allicht.

Maar omdat ik in een fractie van een seconde had beseft toch iets te willen bijdragen aan het leed van het Gekijf, snelde ik erachter aan de trap af, waar Het zich met haar valies al breeduit had opgesteld. En erbij aangekomen riep ik met hoge stem twee maal "Pardon. Pardon." om daarna verder in sneltempo de roltrap af te dribbelen. Ik had een tram te halen tenslotte.

Zou Het er lang bij stilgestaan hebben? Ik hoop zo ongeveer tot op het moment dat ze beneden was aanbeland, ofte dus een vijftiental seconden.

Voor hem was ik daar

De concentratie is er. De woorden stromen. Daarom kon ik vandaag zo genuanceerd ongenuanceerd mijn meningen spuien over alles wat me beviel en niet beviel. En dat was heel wat.

Toevallig deden ik en mijn arrogante airtje vandaag een kraakpand aan. Een kraakpand is een big no no, hier-o, als u de relnicht in mij even ruimte gunt, en na vanavond is dat er ook in geen lichtjaren op verbeterd. Gesloten deuren die me niet welkom heetten, donkere ruimtes die me deden vergeten dat ik me goed voelde, zoekende mensen die misschien wel nooit zullen vinden: het was er allemaal en het mag er allemaal blijven. Zonder mij.

Er was een concert, daar, en dat was evenzeer oorzakelijk voor mijn wat harde perceptie van de feiten. Kutmuziek gemaakt door mensen zonder inzicht, zonder houvast of filosofie en met een drummer die ik kende. Voor hem was ik daar.

Hij vroeg me achteraf naar mijn mening en ik drukte die goed uit, al zeg ik het zelf. "Euh, zijt ge zeker dat ge..?" beschermde ik hem. Maar hij was zeker. "Ik vond het eerlijk gezegd niét goed hoor. Om niet te zeggen dat ik het crap vond. Dikke crap, om eerlijk te zijn."

Een afgemeten knikje en een al even emotieloos "Ok", en we bleken alweer zowat uitgepraat. Ik wilde me niet excuseren voor iets wat ik uit de grond van mijn hart meende, zijn weinig sprekende reactie deed er ook geen goed aan. Hij leek zich te kunnen vinden in de bunker, in het donker, in de schlemiele kotsklank van de gitaar. Ik mocht hem niets verwijten, maar ging dat naderhand toch doen. Uit angst alweer, besefte ik vrijwel meteen.

En zo komt het dat ik snel eens een goede babbel met hem wil. Dat ik wil peilen naar een en ander. Laatst zegde hij me tijdens zo'n babbel dat hij "lang niet meer zo'n gesprek had gehad". Zelf heb ik elke dag zo'n gesprekken, én bevredigendere. Ik had u gewaarschuwd voor mijn arrogante airtje.

zondag 27 april 2008

Gratuit een video

Nog niet geblogd vandaag, zat ik me in de filmzaal te bedenken. Heel de dag in de weer geweest, geen moeite gehad om niet achter mijn computer te kruipen met dat schitterende weertje en dan 's avonds alsnog voor een groot scherm gestrand voor "Lust, caution", die nieuwe film van Ang "Brokeback Mountain" Lee.

Maar niet-bloggen, dat knaagt en dus waaide mijn aandacht tussen twee scènes al eens richting virtuele weg. Bij gebrek aan een goed idee had ik me al met enige zekerheid voorgenomen u gratuit op een videootje te trakteren en dat zou er dan eenjte van mijn "lied van de week" worden, plande ik gelijk ook maar. Gek genoeg moest ik eventjes nadenken over dat lied van de week van mij, maar toen ik me concentreerde herinnerde ik me dat dat "Breed" van Nirvana is. Deze week nog eens de kracht van "Nevermind" ondervonden, vandaar. Geweldige plaat, zo essentieel. Kwansuis een soort voorbeeld waarnaar je goede gitaarrock kan modeleren. En dat toen uit het niets in '91: heel speciaal.

Edoch, geen "Breed" vandaag en wel het "Lust, caution theme". Ten eerste omdat "Breed" een andere keer ook nog kan en ten tweede omdat dat "Lust, caution theme" iets beter past bij het moment van schrijven (bij deze 1.50 a.m.).
De film is trouwens een absolute aanrader en het is jammer dat er dikwijls zo op de "expliciete seksscènes" wordt gefocust. Die zitten er inderdaad in, maar het verhaal biedt veel meer dan dat.

En nu muziek, dan maar. Ik was niet van plan nog een epistel te beginnen.

zaterdag 26 april 2008

Taferelen van toen

Herinneringen aan mijn kleutertijd, aan de lagere school, en iets makkelijker, aan het middelbaar. Ik praatte erover met P. Hij kon zich hele taferelen opnieuw voor de geest halen, ik herinnerde me vooral alle namen van alle kindjes, en hun achternamen, en de namen van hun broers en zussen en mama's.

Twee herinneringen wil ik hier neerschrijven. Voor mij zijn ze veelzeggend en bepalend. Bovendien vind ik ook dat het twee scènes zijn die zich laten schrijven. Dat helpt. Ze typeren me en vatten me op een bepaalde manier samen, op een bepaald moment in mijn leven. Ze tonen me als een buitenstaander, "ne speciale", iemand die strijdt.

In het derde leerjaar was ik nog een kind. Uitstekende punten halen was mijn hoogste doel, en omdat er op mijn school geen punten werden gegeven, was het mijn missie het ijverigste kindje van de klas te zijn. En dat was ik. Maar ook was ik koppig, eigenzinnig, niet doorsnee en asociaal om niet te zeggen licht contactgestoord. Daarom gebeurde het wel eens dat ik tijdens een speeltijd ergens alleen zat te mokken.

Ik weet niet precies hoe vaak ik daar gezeten heb, maar in mijn toenmalige klas stond er een hoge spiegel in een hoek van zowat 30° rechtop tegen een muur. Ik had ontdekt dat ik er achter kon gaan zitten en dat niemand me daar zou betrappen. Misschien heb ik er maar drie middagspeeltijden doorgebracht, ik kan het me niet herinneren, maar op een van die keren hoorde ik mijn juf met die van het vijfde en zesde leerjaar babbelen. Waarover ze het hadden kan ik me niet herinneren, maar ik mag me graag inbeelden dat het ook over mij ging. Dat ik een heel ijverig jongetje was, met een ontembare werklust, en intelligent! Ja, en dan zou mijn neus zijn gaan krullen daar achter die spiegel.
Kan het nu ook dat ik ooit geluidjes heb gemaakt van achter die spiegel? Laat dat voor een volgende keer zijn.

Een tweede, en iets coolere, herinnering brengt me terug naar het tweede middelbaar. Ik wilde "mezelf zijn" in die tijd en alle anderen in mijn klas wilden "cool" zijn - ik was met hen in strijd. Enkel op P. kon ik steunen, en op onze beste momenten manifesteerden we ons als een superieur alternatief voor "al die marginalen".
Het was de tijd van mijn tweede walkman, mijn uitdijende collectie cassetjes en mijn diepteverkenning van de populaire gitaarmuziek. Ik had de titelloze debuutplaat van Foo Fighters ontdekt en vond "This Is A Call" en "I'll Stick Around" geweldig en rockin' the classroom. Samen met P. zat ik achteraan in de zithoek en wij maar met dat hoofd schudden, elk één oortje in ons oor. Het was zo'n moment waarop ik andermaal bevestigd zag dat ik niet moest onderdoen voor die leeftijdsgenootjes van me. Ik was ook cool, zoniet cooler, en niet in het minst omdat ik zo anders was dan zij.

Waar een avond op café al niet goed voor is.

donderdag 24 april 2008

Hij, in zijn grot

"Ik zie mezelf wel alleen in een kamertje wonen, met mijn piano en een stapel boeken, maar zonder mensen in de buurt." Hij poneerde het doodserieus (zoals altijd) als een conclusie na een bepaald gesprek, en ik voelde een siddering over mijn rug lopen. Wat een enge gedachte! Hoe kon een mens zoiets zeggen? Hij zou zijn tijd zonder andere mensen kunnen doorbrengen, zoals een kluizenaar, in een grot.

Vanuit mijn brein beschouwd was dat een equivalent van mijn hel, waarin er helemaal niemand aanspreekbaar is, en waarin je volstrekt alleen bent zonder daarvoor te hebben gekozen. Nooit zal ik langdurig alleen willen zijn, verstoken van mensen, expliciet wensend dat ze mij met rust lieten. Ik denk dan ook dat iemand die zulks wel ziet zitten zich niet helemaal goed voelt.

Toch zei hij dat dus en ik schrok me er zelfs niet rot van, eerlijk gezegd. Hij had ooit al iets dergelijks gedaan, al had hij toen wel op zijn tanden moeten bijten, en zijn karakter liet hem ook makkelijker toe zulks te overwegen, op zichzelf als hij was.

Nee, ik was aangegrepen door deze weinig positieve kijk op "de mens" an sich, want daar getuigde zijn uitspraak toch van. Alsof hij zich niet met mensen verwant voelde, alsof hij hen liever kwijt dan rijk was, bijna. Zelf had ik altijd alles met mensen willen delen, wilde ik praten, bellen, in de ogen kijken en luisteren. Zelfs al ging het me niet geweldig af: ik wilde elke avond samen met mensen naar een feest om samen ons menszijn te vieren. Om gelukkig te zijn.

Ik was van plan niet in te gaan op zijn opmerkelijke conclusie, maar deed het toch. Gelukkig konden we even later zonder veel gedoe een eind aan het gesprek maken. Zijn kille verwoording - zo had ik ze toch ervaren - had me op een andere manier geraakt dan ik hem had laten blijken. Ze had me meer dan ooit naar een frisse wind doen verlangen. Een wind die geen donkere storm maar een deugddoende bries voorspelde.

woensdag 23 april 2008

Gisteren, the sequel

Vroeg ik me gisteren nog af of ik die-tekst-voor-dat-schoolproject wel op mijn blog mocht "pleuren", dan stel ik vandaag met enige zekerheid dat dat inderdaad wel degelijk mag.
Niet alleen omdat ik de tekst herwerkt heb en hij in die aangepaste versie in het schoolkrantje zal verschijnen, maar ook, en zelfs vooral, omdat die-van-recht vandaag bezig was over auteursrecht en ik daar een argument meen opgevangen te hebben dat me gunstig leek. Wat het mens nu weer precies zei is me helaas al lang weer ontgaan.

Bij deze:

I hate the nineties

"Heeft een horde twaalfjarigen zich nog maar pas overgegeven aan Tektonik, dan kunnen de twintigers onder ons dezer dagen ook weer lustig aan het hypen gaan. Een eerste “weemoed des levens” blijkt zich immers van deze laatste groep meester te hebben gemaakt, en daar komt – zo blijkt uit de massaal positieve YouTube-respons op oude muziekclips – een brandend verlangen naar de muziek uit de gouden jaren ’90 van.

Nu mag u enig sarcasme niet voor waarheid nemen en veronderstellen dat ik aan het vorige decennium muzikaal niets overgehouden heb. Meer nog: niets is minder waar. De nineties brachten mij immers de grunge met Nirvana en zijn volgelingen, hertekenden de Belgische rockscene ten goede met dEUS en Evil Superstars, en maakten het me kort voor het millennium ook nog eens mogelijk mijn zakgeld aan ander dierbaars (lees: het WK ’98-stickerboek) uit te geven, toen het illegaal downloaden zijn intrede deed.

No offense at all, dus, 90’s-fanboys,… móchten jullie het tenminste over dezelfde jaren ’90 hebben als die waarover ik spreek. En dat – ik had het natuurlijk aan mijn gulden paaseieren kunnen voelen – is bepaald niet het geval. Mijn Kurt Cobain blijkt immers jullie Pat Krimson te zijn – of zo leid ik af uit de commotie rond Westerlo’s finest - en mijn gelauwerde grunge schijnt jullie levendige herinnering aan dat dozijn pseudo-Zillioniaanse nachten in de Carré te Willebroek.

Legt u zich evenwel rustig te slapen op uw verfoeilijk paar oren, snoodaards: zelfs mocht ik over een duizendkoppig legioen beschikken, ik zou nog geen oorlog ontketenen om mijn schriftelijke pleidooi in slagkracht om te zetten. Meer zelfs: ik vlij mijn mooie hoofd op het dichtstbijzijnde kapblok en herhaal, mocht u dat willen, een drietal keer (met tegenzin): “Mijn zaak is een verloren zaak”. Want 21.500 bezoekers op de eerste I Love the 90’s-Fuif can’t be wrong. Daar kan zelfs ik althans niet tegenop.

Rest er mij dus nog u een maximum aan plezier te wensen tijdens het met betraand gezicht doornemen van uw vers afgestofte Joepie-archief. Ook zal ik u voorts op geen enkele manier verhinderen uw 2 Fabiola-singletjes nog grijzer te draaien dan ze al zijn. En gedurende deze door u afgebakende feestperiode zal ik, mij gevraagd naar mijn favoriete one-night stand, sec en zonder verpinken “Kim Kay” antwoorden. Als ik al niet voor Alana “mijn sextape duurde langer dan mijn zangcarrière” Dante kies tenminste."

dinsdag 22 april 2008

Onnozel of ernstig?

Ik leg u voor: de volgende kwestie.
Vandaag schreef ik een tekst, voor een schoolproject, waarover ik vrij tot zeer tevreden ben. Om die reden moet ik me bedwingen 'm hier niet gewoon op de blog te pleuren, ik wil dringend publiekelijk de auteur van die tekst zijn. Maar...vraag ik me dan vertwijfeld af: kan ik die tekst op mijn blog zetten, als hij over enkele weken als hoegenaamd origineel en nieuw in een schoolkrantje moet verschijnen?

En ik weet het niet.

Het is mijn tekst, dus doe ik ermee wat ik wil. Maar ik schrijf 'm in opdracht van een groter geheel dus is dat groter geheel misschien de bezitter van die tekst. Ik kan er niet aan uit en vraag me af of u dat wel kan. Vooralsnog laat ik het "pleuren" dus nog maar eventjes achterwege en wacht ik af wat mijn groepsgenootjes ervan zullen zeggen.
Van de tekst dan, welteverstaan, niet van deze kwestie.


***

Zonet vroeg ik P. om zijn mening in deze en hij gelooft dat het in feite geen kwaad kan, mocht ik de tekst hier al openbaar maken. Tussen mezelf en het schoolkrantje is geen exclusiviteitscontract afgesloten, waardoor ik als eigenaar van de tekst de vrijheid heb om deze te publiceren als ik dat wil.

Ik weet het echter nog steeds niet en excuseer me bij deze voor de (voorlopige) niet-publicatie. Voor zover u dat aan het hart zou gaan, natuurlijk.

maandag 21 april 2008

D.ekseltje

Lach me maar uit, ik zeg het toch: ik hou van het idee van de puzzel, de puzzel van twee stukken, als in "op elk potje past een dekseltje," als zou de ene mens de andere mooi kunnen aanvullen.
Natuurlijk is dat aanvullen slechts op bepaalde facetten van de persoonlijkheid van toepassing. Ik praat graag en P. luistert graag, maar als hij te traag is ergert hij me, en als ik te snel oordeel ergert hij zich.

Maar toch: de puzzel is er om hem te gebruiken. D., bijvoorbeeld, leert me niet iedereen in hokjes te willen stoppen, al heeft hij dat zelf allicht niet door. D. zit - uit de losse pols - in mijn hokjes "sympathiek", "sport", "behulpzaam", "open minded" en nog zo'n paar. Die hokjes bestaan niet echt, het klasseren gebeurt, denk ik, in mijn onderbewustzijn waar ze me helpen de dingen te structureren en de angsten te bezweren.

D. is een deksel op een van mijn belangrijkste potjes. Ter illustratie: hij zou met plezier naar dit gepalaver luisteren, mocht ik het hem uit de doeken willen doen. Maar vooral omwille van het feit dat hij mij aanhaalt, dat hij mij in het licht trekt, dat hij mij leuk vindt, zo onbevooroordeeld. Dat is ontroerend.

En nochtans dacht ik aanvankelijk dat hij "ne margi", "e sjotterke", "ne gelkop", en "ene uit de marginalen driehoek" was. Ik was bang van hem en dacht dat hij mij "ne rare", "ne freak" en "ne ket waarmee ik niks te maken wil hebben" vond. En dat was ook een beetje zo, gaf hij me al eens toe.

Hoe het dan precies gebeurde dat hij als deksel op mijn potje belandde, kan ik me niet precies herinneren. Dat we geregeld met elkaar op de trein zaten en zitten zal daar wel iets mee te maken hebben gehad. Dat ik hem lichtjes bleek te fascineren omdat ik voor hem het "het onbekende" scheen te zijn, en dat ik hem wilde koesteren omdat hij voor mij "het zuivere, het onbevlekte" is en was, dát maakte dat D. en ik het steeds meer voor elkaar gingen hebben. Dat maakte dat hij bij mij thuis kwam, dat ik bij hem thuis kwam, dat ik hem een appel gaf, dat hij chocolademelk voor mij maakte, dat hij zijn litteken toonde en dat ik praatte over mijn eigenaardigheden.

Dat maakte dat ik bevriend raakte met iemand waarvan ik nooit of te nooit had gedacht dat ik nog ooit met zo iemand bevriend zou raken.
En damn dit begint pathetisch te worden, maar D. zou dit in alle eerlijkheid 'mooi' noemen. Misschien moet ik het hem laten lezen.

zondag 20 april 2008

De lach der gestresseerden

Urenlang naar een haperend scherm kijken. Met ogen als die van een koe. Het is te moeilijk, het programma wil zich niet aan mij openbaren. Ik kijk in het boek, maar wil buiten glazen flesjes tegen een muur gaan gooien.

Het moet altijd moeilijker en moeilijker worden. Wij zijn supermensen met superambities, allemaal. Ik heb een keuze gemaakt en daar draag ik nu de gevolgen van. Geen begeleiding die daar wat aan kan veranderen.

Het hapert, het stokt, het herstart.
Het is vervelend, en deprimerend, en ook frustrerend.
Ik wil eerst weg, daarna nog steeds, en daarna dood.
Het maakt me onge-lukkig-lukkig-lukkig-lukkig.

En als het voorbij is, achtervolgt het me. Dan wil ik iets anders, maar doe ik nog steeds hetzelfde. Dan zijn vrienden mijn vijanden en vijanden mijn moordenaars. Dan maak ik plannen voor morgen die ik niet zou mogen maken.

En daarom lach ik om alles, om me recht te houden. Een kleuter met een mopje is dan mijn beste vriend. Als ik kan vergeten, ben ik in de wolken. Een hikkende, krakende, sputterende lach, die ik voel knellen in mijn keel.