woensdag 7 oktober 2009

Dick Advocaat heeft een pacemaker

Franky!

(Ok, laat ik de Jan Mulder in mij eens naar bovenhalen.)

(Geweldige man trouwens, Jan Mulder.)

Dus: Franky!

Frank Vercauteren is een klasbak, een topper, een man die zijn bést doet. Frank heeft alles geprobeerd en hield de eer aan zichzelf op exact het juiste moment. Het moment waarop hij het beu was, met name. Het moment waarop hij het niet meer zag zitten om de goedbedoelende L.O.-leerkracht te zijn van een ongeïnteresseerde groep zestienjarigen.

Hij nam de beslissing niet na, maar tijdens de wedstrijd. Hij wilde choqueren. Frank maakte een statement en gaf daarmee aan nog liever werkloos te zijn dan één dag langer in het Belgische circus mee te draaien. De leeuwen bleken ontembaar, de zeehonden kopten de bal niet door maar over de hoepel en de trapezisten namen onverantwoorde risico's. Dat er geen doden vielen had enkel met een onverklaarbare portie "mazzel" te maken.

Frank nam ontslag omdat hij geen zin meer had in nog eens zo'n busrit naar de H(eiz)el, waarbij sommige Rode Duivels het herhaaldelijk te bont maakten. Hij zag het niet meer zitten om nog langer als een moeder op de spelers toe te kijken. "Antony, geef Moussa zijn game boy terug", of "Sébastien, laat Stijn nu eens rustig zijn Jommeke lezen." Het was te vaak gebeurd. De maat was vol.

En dat de directie niet optrad, stak natuurlijk ook. Fellaini verdiende, wat Frank betreft, wel vijf avondstudies, maar de directie zag het gedrag van de Belgische Marokkaan door de vingers. Positieve discriminatie? Of neem Logan Bailly die wel eens met een diadeem - u leest: een diadeem - op training verscheen. Moest allemaal kunnen volgens directuer François "lsd is my middle name" De Keersmaecker.

Maar niet voor Frank. Hij sprak een andere taal, wilde er écht werk van maken en nam, naar eigen zeggen, geen lsd. Met zijn verstand bleef hij tot het laatste moment volledig bij dat groepje pubers dat hij zo graag aan een prijs had willen helpen, als het even had gekund, maar zijn hart vertelde hem steeds dwingender dat hij meer plezier zou hebben aan een leuke, gemotiveerde klas, desnoods enkele jaren en evenveel niveaus lager, maar met meer inzet.

Frank volgde zijn hart, werd een held en wacht nu op een nieuwe uitdaging. De openbare vervoersmaatschappij MIVB zou hem al voorgesteld hebben (tijdelijk) ombudsman te spelen op bepaalde metrolijnen tijdens de spitsuren. Frank houdt zijn antwoord daarop voorlopig in beraad.

dinsdag 6 oktober 2009

Een aficionado van professionele dwarskijkerij

Wat een vreemd interview met Steven Van Herreweghe in de Humo van vorige week. Het lijkt wel de neerslag van een bezoek aan een therapeut. Natuurlijk weet ik dat journalist (rv) exact dat effect beoogde, hij wilde ongetwijfeld "de andere kant" van Van Herreweghe belichten, maar in dit interview komt het er zo dik op te liggen dat een mens zich alleen maar kan afvragen waarom hij die ándere Van Herreweghe nooit eerder te zien kreeg, en meer bepaald: waarom de presentator zich op tv dan van zo'n façade bedient, als hij in essentie toch maar gewoon een "twijfelaar" is en een "onzekere boer uit Aalst".

En het is zelfs niet zo dat die persoonlijke en verrassende ontboezemingen zomaar terloops in het interview opduiken om daarna weer plaats te maken voor dolle pret zoals je die van Van Herreweghe denkt te kunnen verwachten. Nee, het hele artikel wordt aan deze iet of wat diepgaande kapstok opgehangen en tussentitels als "De twijfelaar en "The A-Team" (over, rara, melancholie en nostalgie) winden er ook bepaald geen doekjes om.

Nu moet u begrijpen dat ik het in weze niet over Steven Van Herreweghe heb als ik een interview met hem bespreek. Het gaat 'm hier in de eerste plaats om Humo's (rv) die zichzelf in de inleiding van dit interview een "aficionado van professionele flauwekul" noemt (waaruit dus zijn appreciatie en interesse voor het "werk" van Van Herreweghe voortkomt), maar die, naar mijn aanvoelen, bij de gemiddelde Humolezer vooral geboekstaafd staat als de dwarskijker achter Dwarskijker en bijgevolg als zélf een man van veel melancholie, nostalgie en misschien ook therapie.

In dat licht vermoed ik dan ook dat dit interview met Van Herreweghe niet zozeer een waarachtige blik werpt op de persoon Van Herreweghe (natuurlijk wel ten dele), als wel dat het veeleer de vrucht is van een slinkse zelfprojectie van (rv) met betrekking tot de door hem bewonderde interviewee, van wie de journalist graag iemand wilde maken die hij misschien slechts ten dele is.

Want geef toe: als Van Herreweghe werkelijk de persoon is die in dat interview naar voor komt, dan zit die man met een fameuze identiteitscrisis, iets dat een mens niet zou vermoeden achter de grapjurk van een gastheer die hij momenteel elke zondagavond in "De jaren stillekes" neerzet. Als Van Herreweghe werkelijk is zoals uit dit interview blijkt, dan raad ik hem persoonlijk aan op korte termijn iets "diepgaandere" tv-programma's te gaan maken waarin hij zijn ware gelaat kan laten zien. Óf hij zou ook volledig kunnen stoppen in de media, maar dat zou dan wel zonde van zijn talent zijn, meen ik. Want hoewel zijn "onzekerheid" zijn talent schijnbaar bijna dreigt te overschaduwen: talent heeft Steven Van Herreweghe.

Maar tot nader order ligt een fin de mediacarrière voor Steven dus niet in de lijn van de verwachtingen, omdat dit interview eigenlijk meer vertelt over de journalist van dienst dan over de interviewee.

maandag 5 oktober 2009

Pol, de ethische code graag

Kent u Yasmine? U weet wel, die zangeres annex presentatrice die "uit het leven stapte", enkele maanden geleden? Nooit van gehoord, zegt u? You gotta be kidding! Of verbleef u de laatste jaren op Mars?

Nee, ik ben maar aan 't "dollen". Deze fictieve dialoog kan u met geen enkele Vlaming voeren, of het zou Frank De Winne moeten zijn en zelfs die weet natuurlijk ook gewoon wie Yasmine is, of was. U weet trouwens niet alleen dat Yasmine dood is, u weet ook dat ze zelfmoord pleegde (iets met een touw en een boom) en dat ze een dochtertje achterlaat (een jaar of drie?). En u weet bovendien dat ze haar scheiding niet verwerkt kreeg, dat haar ex-partner de oorzaak is van alle onheil en dat Yasmine in navolging van pater Damiaan heilig moet worden verklaard. U vindt toch ook dat Barack Obama de nabestaanden een kaartje had moeten sturen met zijn oprechte deelneming? Dat de wereld, al was het maar heel eventjes, had moeten stoppen met draaien?

Wat ik wil zeggen is dat de Vlaamse media u en mij de afgelopen maanden platgeslagen hebben met sensationele en niet zelden fictieve "artikels" over Yasmine en alles wat van ver of van dichtbij met haar dood te maken had. Marianne Dupon (437.000 zoekresultaten op Google!) is daarbij als mens met de grond gelijk gemaakt en ik kan me, ondanks mijn ongebreidelde fantasie, niet voorstellen dat ze morgen graag met haar dochtertje naar de plaatselijke kermis gaat, waar ze dan kennelijk door honderden mensen (lees: onbekenden) vies wordt bekeken, als ze al niet uitgescholden wordt.

Het publieke leven van Marianne Dupon is voorbij door die mediahetze, maar dat had niet gehoeven, of zo bewijst toch het volgende feit. In Noorwegen, zo hoorde ik vanmorgen, wordt er door de media bijvoorbeeld niet op details rond zelfmoord ingegaan. Yasmine pleegt dan zelfmoord, zonder meer, want redenen worden niet of amper vermeld en de nabestaanden worden volledig uit het oog van de storm gehouden. Hun verdriet wordt hen niet afgepakt, hun privacy wordt gerespecteerd.

U leest dan dus níét wekenlang de goorste roddels en de laagste steken. U krijgt dan géén zondebok wiens kop u kan eisen, op wie u al uw agressies en frustraties kan loslaten. En, nog veel straffer in feite: de media zien hun oplage in die weken dus géén hoge vlucht nemen en moeten die hele zelfmoord, waar ongetwijfeld zo veel sappige verhalen achter zitten, genadeloos aan hun neus laten voorbijgaan.

Wel, daar sloeg ik nu van achterover om eerlijk te zijn. Dat er een land is waar er zoiets bestaat als een ethische code die voorschrijft dat het privéleven van mensen niet door de media met de grond gelijk kan worden gemaakt. Dat er geen sprake kan zijn van honderd bloeddorstige honden die zich rond één mankend lammetje verzamelen.

Pol Deltour, u weet dat u dat ook wilt.

zondag 4 oktober 2009

Mic Check

Facebook. Een mens moet ergens beginnen en ik begin bij Facebook. Omdat het het uitgelezen kanaal is om u te bereiken en omdat ook ik er niet omheen kan. Zéker ik niet, zou ik zelfs zeggen.

Het idee heb ik gepikt van P. die via zijn Facebookaccount eveneens mensen naar zijn blog wil leiden, om aldaar in het beste geval een net iets diepgravendere conversatie op gang te brengen. Laat Facebook het lapmiddel zijn, de blog is wel degelijk het doel, tenzij u daar niks aan vindt natuurlijk, daarin bent u vrij.

Ik heb nog elders geblogd de afgelopen jaren, maar op die blog schuwde ik de openbaarheid, vond ik het vooral spannend dat ik hoegenaamd niet wist wie er precies meelas en raakte ik op den duur gefrustreerd door het pseudo-contact met andere bloggers dat zich - omdat we elkaar niet persoonlijk kenden - vaak beperkte tot voorspelbare vormelijkheden.

Nee, dan heb ik met deze blog meer ambitie. Hier zal ik het in alle openbaarheid (en onder mijn echte naam) hebben over "mijn kijk op de dingen", zoals de media dat doen, betreffende maatschappelijke thema's zoals politiek, media en dergelijke. Als afgestudeerde journalist beschik ik daarvoor tevens over enige "credibiliteit", al klinkt dat woord wel bijzonder beladen en moet u de nadruk maar op de debiliteit ervan leggen.

En tegen u persoonlijk - ja, u daar - zeg ik: voel u vrij om mee te lezen en te reageren (zij het niet anoniem), als u daar zin in hebt. Voel u zelfs vrij zelf iets te schrijven en stuur uw teksten desgewenst door. Opnieuw: als u daar zin in hebt. Misschien kan en mag ik ze dan op deze blog posten, want hey: hoe meer (interessante en gefundeerde) meningen, hoe meer vreugd. Toch?

Welkom!

woensdag 23 september 2009

III

't Was eventjes zoeken naar de manier
van dingen verwoorden, van woorden verdingen
en hoe ik er achter kwam doet me geen zier
maar nu ik er achter ben, wil ik haast zingen

Ik kon me niet uitdrukken daar en niet hier
ik zocht naar een uitweg om er te geraken
vergeten verzuchtingen op het klavier
en dan toch die opluchtingskreet kunnen slaken

Vergeten verzuchtingen waren hier rond
als schimmen herinneren ze mij aan wat was
volslagen vergankelijk en opgebrande lont
nu zit ik gegoten en warm is mijn jas

donderdag 3 september 2009

Een zinnig en zonnig moment

Voor ik ze vergeet wil ik het nog eventjes hebben over mijn huwelijksreis. Of noem het mijn huwelijksdag, of gewoon een dag waarop ik iets "superleuk" deed met iemand die ik graag heb.

Dat het zo zou meevallen was moeilijk te voorspellen, maar de zon die kwam piepen en de grote, groene bomen deden ons beseffen dat de omstandigheden ideaal waren. We spraken over zaken die ons bezighielden, hielden pro formagelul achterwege en keken elkaar in de ogen.

Eerst overstappen en daarna afstappen, en we gingen meteen de hoogste berg op die we konden vinden. In een andere taal spraken we een oud vrouwtje aan en zij wees ons omstandig de weg naar een park waar het mooi was.

We hadden alle tijd van de wereld en meer. Er was geen schema, er was geen draaiboek. We hadden de zon met ons en het gras was droog. We lagen op onze ruggen en keken om beurten naar de lucht en naar elkaar.

Over onze idealen hadden we het, en over de realiteit. We kwamen enorm goed overeen, zo bleek eens te meer, en we wisten het, we genoten ervan. Ik sprong van een schommel, zij maakte een foto, en ze dronk het lokale bier terwijl ik gniffelde om zoveel overgave.

Natuurlijk moesten we terug, maar nog steeds scheen de zon. De wereld leek een goede plek, de mensen waren lief en de treincoupés knus. We moesten dit vaker doen, vertelden we elkaar, en we maakten halve plannen. Voor nieuwe huwelijksreizen, onder gelijkgestemden, op zonnige plaatsen.

dinsdag 1 september 2009

Klein

Hey,
Ik ben Steven Defour, aanvoerder van Standard, de grootste club van België en ik wil even iets zeggen naar aanleiding van de hetze van afgelopen weekend.
Ik heb nergens spijt van en besef niet dat ik al mijn zinnen met 'ik' begin, omdat ik me niet bewust ben van mijn buitenproportionele ego. Op internet las ik een bericht van een gefrustreerde "blogger" die zei dat ik "oliedom" ben, maar dat raakt mijn koude kleren niet. Ik ben een voetballer met internationaal potentieel. Gouden schoen gewonnen, blitzcarrière voor de boeg. En wat kan die blogger eigenlijk?

Dat weet U toch, dat ik de gouden schoen gewonnen heb toen ik 19 was en dat ik de witte merel van Real Madrid werd genoemd in de Spaanse media? Ik ben te groot aan het worden voor de Belgische competitie. Ik kreeg een brief waarin iemand me zei dat ik te klein ben om ooit de "ethiek" van een profvoetballer te verwerven. Wat betekent "ethiek", vroeg ik me eventjes af, maar toen vergat ik die brief. Ik heb geen tijd om me met andermans zever bezig te houden.

Als de ref die fout op mij had gefloten, die aan de overtreding van Axel voorafging, dan was er niks gebeurd. Maar de media en de mensen zoeken het schandaal en ze maken van een mug een olifant.

Standard wordt geviseerd. Dat ik het u zeg. Die Wasilevski is de grootste bandiet die er op de Belgische velden rondloopt. Ik kan u desgewenst een tape bezorgen waarin alle overtredingen van Wasilevski van de laatste paar jaar op een rij worden gezet. Die tape duurt een half uur!

Dat ik nog jong ben, dat ik over het paard ben getild en snel zal opbranden: ik lees het ook allemaal, of 't is te zeggen, ik hóór dat dat in de kranten te lezen staat over mij. Dat ik onvolwassen ben, ook. Haha. Ik heb drie auto's, een eigen villa, ik beslis zelf welke tattoos ik laat zetten en mijn vriendin en ik hebben trouwplannen. Onvolwassen?

In Engeland of in Spanje zullen ze mij wél naar waarde weten te schatten. Het is typisch Belgisch om toppers te viseren en onderuit te halen. Eerst zetten ze je op een voetstuk en daarna duwen ze je eraf. Wel, ik sta recht in mijn schoenen en ik zeg u dat er een dag komt waarop ik België niet meer nodig heb om een grote te zijn. Dan vertrek ik hier en word ik wellicht één van de duurste transfers in de Belgische geschiedenis. Dan verkas ik naar Spanje of Engeland, en niet om op de bank te zitten bij een grijze middenmoter, zoals bepaalde Standard-haters denken.

Nee, ze zullen nog opkijken van Steven Defour.

zondag 30 augustus 2009

Test test

Als ik nu zomaar begin te schrijven, wat komt er dan uit mijn toetsenbord?
Toegegeven: zomaar begin ik niet te schrijven. Het begint al met die eerste zin. Die bedenk ik op voorhand. En dan denk ik: wat als ik daar nu eens een tekst achter schrijf? Waarover zou die dan gaan? Waarschijnlijk zou ik schrijven over schrijven. Met typfouten die ik voortdurend moet corrigeren. En zo geschiedt aldus.
Ook die 'en zo geschiedt aldus' zat al in mijn hoofd.

Riceboy Sleeps. Niks voor mij. Gehypete omdat het van die Sigur Rószanger is.

Wallonië is een ander stokpaardje van mij. Ik praat er graag over, ik bedoel dat ik op een nogal politiek correcte manier Wallonië leuk vind. Maar het gaat verder dan dat. Ik geef namen van Waalse steden in op Google. Soms neem ik er zelfs de trein naartoe. Morgen ook weer.

Hopelijk gaat de zon dan een beetje schijnen, want nu is het maar koud. Mijn voeten zijn koud, maar toch wil ik geen kousen dragen. Zo beklemmend soms.

zaterdag 29 augustus 2009

Aanstootgevend/Een stoot gevend

Hallo, leer mij kennen. Vind mij via Google. Typ mijn naam in, vind mijn blog.
Ik lees Haruki Murakami. Ik luister naar muziek. Muziek op mijn computer. Muziek uit een map met als droge titel "Verwisselbare schijf". Zoals een usb-stick een verwisselbare schijf is, jazeker.

Toots Thielemans. Omdat Jef of Julien - of wat is zijn echte naam ook weer? - niet lekker bekt. Zeker niet als je het wil maken in New York. The big apple, zoals we zeggen, of zoals sommigen onder ons dat doen. Zoals Jef en Julien dat wel eens zullen doen wanneer ze interessant proberen te zijn.

Is Toots Thielemans interessant? Is Francesca Van Tielen/ Vantielen/ Vanthielen/ interessant? Hebben Toots en Francesca iets met elkaar te maken. Hun naam lijkt wat op elkaar. Francesca heet eigenlijk ook Jef of Julien.

Wat moet u nog meer weten. Ik heb schoenmaat 43. Altijd makkelijk in de winkel. Altijd voorradig. "Kan u mij deze in maat 43 brengen, alstublieft?"
"Tuurlijk! Of nee, excuseer, die zijn allemaal uitverkocht. Solden weet u."
Onverrichterzake weer naar huis.

Nu moet ik aan Herman Brusselmans denken. En wat wil het toeval: vroeger had ik lang haar en werd ik op basis daarvan wel eens met Brusselmans vergeleken. En ook op basis van mijn iet of wat curieuze woordgebruik, zo nu en dan. En op Xavier Malisse leek ik ook. Die tenniser is dat, die van tijd tot tijd volledig doorslaat, met rackets gooit, de umpire uitscheldt en geruisloos wegzakt op de ATP-ranking.

"Roscoe" van Midlake. Tom Barman noemde dat nummer ooit een van zijn lievelingsliedjes van de laatste zoveel jaar. Toch bijzonder, vind ik, want zó speciaal is het niet. En Barman's uitspraak impliceert ook dat Midlake een interessante band zou zijn, wat ik niet noodzakelijk het geval vind. Is dEUS een interessante band? Initieel wel, vind ik. Het is eigenlijk een soort "kunstenaarscollectief", al zijn ze de laatste jaren wel erg conventioneel geworden, moet gezegd.

Fuck Milow trouwens.

"Leuven - Antwerpen: 5 - 2."

Ali - Milow: 10 - 0.

Ali doet weer mee, jongens en meisjes. Of toch voor vandaag. U moest er maar eens aanstoot aan nemen.

dinsdag 30 juni 2009

Voed eens een bejaarde herop

Oh nee, naar de Delhaize. Het dorp in, de kneuterigheid tegemoet. Net buiten passeer ik de buurvrouw; een vrouw die het negeren harer buren jaren geleden al tot een topsport verhief. Misschien heeft ze daarin zelfs een topsportstatuut, - gesponsord door Bloso, weet ik veel - maar ik heb nog nooit een echt gesprek met haar gehad zodat ik haar dat van dat statuut ook nooit heb kunnen vragen. Doch, zo nu en dan onderneem ik een poging en ga ik onbesuisd in de aanval, zeg maar: dan spreek ik haar aan. Dan roep ik "Bonjour!", want ik weet dat ze al eens graag Frans mag spreken in haar tuin. Ook vandaag roep ik "Bonjour!" en wie schetst mijn verbazing wanneer ik een antwoord krijg: "Jeunehomme!"

Ik sta perplex en draai me om, verbijsterd door de conversatie die zich bij deze opgang trekt. En alsof dat ene woordje voor haar nog niet volstaat gaat ze door met een zín! Ze zegt: "Hoe waren de examens?" Ik ben KO, in de eerste ronde. De ref telt tot tien en wanneer dat-ding-dat-boksers-altijd-in-hun-mond-hebben uit mijn mond wordt gehaald stamel ik nog verdwaasd van alle rake klappen: "Dank u".

Dat is helaas geen antwoord op haar vraag en ik besef het, maar grootmoedig en in de trant van volwassenen onder elkaar leg ik haar de situatie uit. "U praat tegen mij, ik sta perplex. Mijn examens waren heel goed." Dat ze haar vraag slechts pro forma stelde, bewijst het feit dat ze niet doorgaat op mijn antwoord, maar wel op de voorafgaande uitleg. "Dat ik nooit tegen jou praat, komt omdat je altijd zo raar doet. Ik ben een vrouw van zestig jaar,.." etcetera.

Nu kan ik u geruststellen, beste lezer, ik doe soms raar, maar zelden of nooit ongegrond. Wanneer ik raar doe tegen mijn buurvrouw is dat te wijten aan het feit dat zij mij en mijn familie al negeert sedert de eerste dag dat wij in onze huidige woonst kwamen wonen. Haar man doet dat overigens niet, maar hij is een pantoffelheld, en zowel haar zoon als dochter, die inmiddels beiden een eigen gezin hebben gesticht, hebben ons ook altijd genegeerd. Zo moeder, zo..

Nu ja.
Weet u wat ik doe wanneer ik genegeerd word? Ik roep "Bonjour!" of "Hallo!", bij elke confrontatie. Negeren is niet des mensen of zou dat niet mogen zijn. Ik word niet graag genegeerd, het kwetst mij, iets zegt mij dat ik nog liever alleen op de Zuidpool ga wonen dan mijn buren te moeten negeren. En dus zeg ik: "Ik ben niet raar, ik ben mezelf. We moeten niet allemaal permanent lopen doen alsof we niets of niemand gezien hebben. Toch?"

"Doe ik dat dan?" vraagt zij me in het nauw gedreven (want ja, in dit verhaal ben ik de held). En ik zeg: "Daarover doe ik liever geen expliciete uitspraken. Ik spreek alleen over mezelf en ik weet dat ík zo niét ben en ik ben wat dat betreft bijzonder tevreden over mezelf."

Daarna draai ik me om en ga naar de Delhaize. Want behalve nu en dan eens een bejaarde heropvoeden, doe ik soms ook wel een boodschap.

maandag 29 juni 2009

Bevlogen picknickpolitiek

D. en ik zitten op een tafelkleed, rood met witte stippen. We kijken naar twee kinderen die wat verderop aan het schommelen zijn, eindeloos, uit gewoonte, in het park, het grote park achter het zeer zeker kleine appartementje van hun ouders.

Het zijn Slovaakse kinderen. Dat weet ik van een vorige keer. Toen heb ik het hen gevraagd, omdat ik ze een vreemde taal hoorde spreken. Zij herinneren zich die vorige keer intussen niet meer. Ik leg hen uit dat ze me toen hebben getoond hoe ik over het hek van het park kon klimmen om eruit te geraken. Ze waren apetrots dat ze me dat konden tonen en ze lachten me uit omdat mijn eerste poging mislukte.

Het park is hun tuin, maar het is een publieke tuin. Ze moeten 'm delen met picknickers en andere serieuze mensen. Hun appartementje is er een van de goedkoopste die je hier kan vinden. Dat verraden de ligging ervan en de Oostblokachtige grauwheid van het gebouw.

De jongen vertelt me dat zijn moeder geen zes euro had om de school te betalen. De juf had daarover tegen hem een opmerking gemaakt. Nu gaat hij samen met zijn zus naar een andere school, een betere ook, ik ken die school. Zijn moeder wil het niet nog eens meemaken dat ze de school geen zes euro kan betalen.

D. maakt foto's, maar de kindjes draaien hun hoofden weg. Zelf trekken willen ze natuurlijk wel. Broer en zus vechten om het toestel, maar lossen het op zonder ruzie. De jongen zegt dat hij veel vecht op school en dat hij van niemand bang is. Hij heeft ook al eens drie jongens van zestien uitgedaagd om tegen hem te voetballen. Hij zou ze "afmaken", zegt hij. Zelf is hij acht jaar.

Hun moeder roept hen, ze gaan naar een buurtfeest. Dat vind ik super. Onder de mensen komen. Integratie. Nederlands praten. Bijzonder belangrijk voor hun latere leven in België.

D. moet glimlachen om die bevlogen woorden.

vrijdag 26 juni 2009

Zelfmoord komt zó hard aan

Ik had niks met Yasmine. Niks bijzonders. Alleen vroeg ik me zoals zovelen wel eens af wat er achter dat koele imago schuilging. En nu, nu op het moment van dit schrijven, het wel heel speciale moment van dit schrijven, snuif ik met mijn neus, mijn neus waarlangs het snot naar buiten druppelt, en er staan tranen in mijn ogen, niet één traantje, maar tranen. Ik heb schokkende bewegingen gemaakt van het wenen, ik ween hierom en ik ween nooit en ik kan ook niet zo goed acteren dat ik kan wenen op bevel.

Er biggelt een traan langs mijn linkermondhoek voorbij. Er hangt een druppel snot aan mijn neus te bengelen, klaar om te vallen. Ik heb mezelf gepusht om te wenen, ik heb op You Tube "Yasmine de rode loper" ingetypt en ben dan op een filmpje met foto's van haar gestoten met daaronder een Engelstalige versie van "Con Te Partiro". Bij de eerste klanken van die strijkers kreeg ik meteen een krop in de keel. Bij de foto's van Yasmine en daarna bij de gedachte aan het feit dat ze zich doodgewoon met een touw verhangen heeft in een boom - dat het allemaal zo makkelijk kan gaan, dat ze zo ver heen moet zijn geweest - begon ik ook echt te wenen.

Nu ben ik niet beschaamd om te zeggen dat ik emotioneel ben en gráág emotioneel ben, maar dat ik deze gelegenheid aangrijp om tranen te plengen, vind ik zelf heel bijzonder. Ik kan er maar niet vanover dat iemand die je elke dag op tv ziet lachen plots een onherroepelijke daad stelt met een touw, in een boom en dat er dan op het nieuws "(1972-2009)" achter haar naam komt te staan.

Ik denk dan aan het feit dat iemand van haar leeftijd eigenlijk in 2055 of in 2060 had moeten overlijden.

Yasmine was ongelooflijk gepassioneerd. Als ze verliefd was, was dat intens, als haar relatie voorbij was, was ze daar ziek van, ging ze daar aan ten onder. Of dat lees ik nu toch.

Ik herhaal: ik had niks speciaals met Yasmine. Een lichte fascinatie, nieuwsgierigheid. Het was ook een mooie vrouw, uiterlijk, ik keek graag naar haar. Altijd al had ze ten slotte iets tragisch over zich. Ondergewaardeerd. Máár "De Rode Loper" terwijl ze meer leek te kunnen, terwijl haar soms bijna arrogante ironie verried dat ze iets anders wilde, iets interessanters.

Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Verwonderd. Betraande ogen en een dikke pruillip. Yasmine, oftewel de persoon Hilde Rens, is dood. In sms-taal geschreven boodschappen op YouTube maken me opnieuw aan het huilen.

vrijdag 17 april 2009

Tomates et salade?

Gelukkig was ik alleen. En ook: hoe zou mijn pa gereageerd hebben moest hij mij, bijvoorbeeld, via een camera hebben kunnen gadeslaan gedurende die drie minuten?

Verbijsterd, veronderstel ik. Of toch op de manier waarop hij verbijsterd zou zijn, waarop hij verbijsterd op mij zou reageren. En de conclusies die hij uit mijn gedrag zou trekken. Hoe hij zou emmeren over zaken die er helemaal niks mee te maken zouden hebben. Uit onbegrip. Vanuit het algehele onbegrip om mijn daad te vatten.

Ik heb dus een broodje gekocht. Het kon eigenlijk niet goed gaan. Ik moest Frans spreken en het ging me niet af om Frans te spreken. Men was niet inschikkelijk, gaf me geen informatie. Ik moest het uitzoeken en daar ben ik in zulk een context niet goed in. Ik kocht een broodje voor €3,5, liep ermee naar een tafel, zette het neer en verliet het etablissement.

Omdat ik het niet lustte natuurlijk. Omdat ik niet wist wat ze erop gingen gooien. omdat ik een moeilijke ben wat dat betreft. "Tomates et salade?" had ik nog gepolst, en ze had ja geknikt. Die onaangekondigde kaas en andere groenten had ik er dan ook niet bij verwacht. Laat staan dat ik die wilde.

Het was moeilijk om naar buiten te gaan, maar het was de enige oplossing. Ik vond het ook al zo vreemd dat ik een schotel meekreeg; kon ik niet opteren om dat broodje mee te nemen (dan had ik het veel subtieler in een vuilbak kunnen gooien)? Nu had ik het gevoel dat iedereen naar me keek, maar ik zette door. Zoals ik ook had doorgezet om dat broodje te bestellen. Ik moest toch iéts eten en het zou zo erg toch niet zijn, zo was mijn redenering.

Daar kom ik dus niet meer terug, dat kan nu niet meer; Zelfs al had ik m'n muts op, ze zullen me herkennen. Als een gek. Gelukkig heb ik alsnog iets gegeten, want anders was ik nu heel ongelukkig.