zondag 10 januari 2010

VII

Als een torpedo knalde de jap door 'n Chinese metselmuur
doorheen de geschiedenis bekogelde de jood de intifada
op een steenworp van Mobutu lag Kabila lijkbleek na 'n armada
zo dood als een pier, maar als zwijgende zwarte zo puur

Lumumba's oppressie onschuldig maar lang geen lambada
Hamas en Fatah, Hezbollah, geen censuur op 'n spervuur
Met zijn honderden bloemen verhulde Mao Tsetung 'n dictatuur
en na winst in de Barbarossa kreeg de Rus geen Testarossa maar 'n Lada

De vorige eeuw dendert nog druk, ze zindert nog na
maar het wroetende volk verspreidt reeds haar vers kopij
iets over een pissige pipo en kusjes voor Kevin en Shana

Kortom 'n keer geen historisch of demagogisch gebakkelei
geen Muur, genocide, 'n natuurramp of andere trivia
rond de kerk van 't lokale Loksbergen, daar wenen wij

Kamer I

Een lijst met vragen over wat ik deed en wie ik was in 2009 ga ik hier niet invullen. Dat vind ik te persoonlijk. Ik vind het minder persoonlijk om te beschrijven wat er in mijn kamer rondom mij ligt omdat het daar in 2009 grotendeels ook al zo lag.

Twee drankbonnetjes "goed voor één basisconsumptie in het STUK-café", een bandrecorder, vier stapels cd's waarvan bovenaan respectievelijk "OK Computer", "Regeneration" van The Divine Comedy, "De Machine" van De Jeugd en "Imperial War Solvent" van The Fall, een programmatieboekje van CinemaZED, een hoop to do-lijstjes, "Standards" van Tortoise, een leeg potje kersenyoghurt, een kommetje waaruit ik wel eens Crunchy met melk eet, een glas, twee oorsprays, "De media in Vlaanderen kritisch doorgelicht", een hoop kleingeld, druiven, een promo-exemplaar van de "For The Night Ahead" van The Twilight Sad, een markeerstift, een usb-stick, een potlood, een elastiekje, een supercoole zonnebril, een onafgewassen bord met een vork, een lege kop koffie, een PACE-vlag, een groot kussen met daarop een kleiner kussen, nog een viertal lege borden, rondslingerende (keuken)handdoeken, een muts, twee paar kousen, vier kaarsen, enkele Humo's, nog een groot kussen, een gsm-oplader, drie paar schoenen, twee aanstekers, een kussenovertrek, een laken, een tiental flyers en dat is het zo wat.

Dit soort overzichten moet ik vaker doen. Een reden om niet te vaak op te ruimen.

zaterdag 9 januari 2010

Herman? Je hebt de president en dan heb je de Coninck

Nu ik afleiding gebruiken kan, ga ik opnieuw aan het dichten. Het was heel lang geleden en ik ridiculiseer het nog steeds, maar stiekem doe ik toch ook een beetje mijn best, net als vroeger. Ik wil best een dichter zijn en ik wil heel graag dat dagboek van Leonard Nolens lezen dat nu zo wordt bejubeld.

Ik neem "De mooiste gedichten van Herman de Coninck" uit de kast en sla het open op zomaar een bladzijde.

Het betreffende gedicht
leest als een prozatekst, maar
staat gewoon als een gedicht
op het blad geordend.

Zo kan ik het ook, denk ik, en dus doe ik het. Maar kan ik het wel écht? Zit er bij die de Coninck niet veel meer achter? Ja, het is een hele mooie, ritmische prozatekst, dat zeker, maar de assonanties, de alliteraties, de chiasmen en de andere stijlfiguren vallen me niet zo dadelijk op. Moet ik het met een ander gedicht proberen?

Zo gezegd, zo gedaan en toegegeven, wat ik zonet las was zonder meer 'knap' te noemen. Hij deed iets met haakjes (()) en dat iets was niet niets, om er zelf een wat lullige assonantie tegenaan te gooien. Wat een man, die Herman de Coninck. Iets wat niet van zijn weduwe gezegd kan worden, al was het maar omdat ze geen man is. Maar mocht ze er alsnog één genoemd worden, ze zou haar stomme klep als vanouds weer opentrekken tot er een trein of drie tegelijk door zouden kunnen rijden. Zonde dat ik ontspoor.

Herman dus. Leer het me, Herman. Ik lees je hele 'best of', Herman, en daarna ga ik er eens rustig over slapen. Morgen sta ik op en kan ik het, of nee, ik kan het niet want ik moet studeren. Maar morgen heb ik het wel al in me en na de studies kan ik het dan ook probleemloos aanwenden.

Nee, dat gaat niet gebeuren, Ali.

Als u het volgende leest, gaat u misschien lachen, maar iets soortgelijks ervaar ik met de muziek van Radiohead. Die doe je ook niet zomaar na, heb ik het gevoel. En ik wordt in dat gevoel gesterkt doordat er zovele groepjes geprobeerd hebben Radiohead na te doen maar er allemaal - sommigen hebben enigszins een eigen smoeltje verworven - jammerlijk in gefaald zijn.

Als er u in deze tekst overigens assonanties, alliteraties, chiasmen, epiteton ornantes of dt-fouten zijn opgevallen, gelieve het mij te melden. Zo'n opkikker - leuk woordje hé! - kan ik nu wel gebruiken.

En nu ga ik mij echt waar verdiepen in de poëzie van Herman de Coninck, waarna ik een schoonheidsslaapje zal plegen om morgen wakker te worden met het talent om één van de grootste dichters van de eenentwintigste eeuw te kunnen worden.

VI

Verloren de strijd
om het drieste geloof in
een mooie avond

***

Honger en ijver
nemen beiden een strafschop;
mijn aandacht als doel

***

Ijver op de paal;
honger is een boterham
met veel hagelslag

Uitscheuren en bijhouden

Dergelijke mooie interviews lees je niet vaak in Humo, maar Josse De Pauw is, toegegeven, een bijzonder dankbare interviewee. Hoe die mens kan vertellen en hoe prachtig hij 'denkt' en vooral 'kijkt'. Mooier dan jij of ik. Intenser, geobsedeerder, passioneler.

Eerst zijn we op een terras in Parijs, maar niet zomaar natuurlijk. Die Josse De Pauw lijkt niets (en dus tegelijk alles, zeker?) zomaar te doen. Hij observeert vanop de mooiste plek de mooiste dingen en vertelt er dan verhaaltjes over. Wie zijn boek "Werk" gelezen heeft, kan dat enkel maar beamen.

We blijven in Parijs als De Pauw mij meeneemt naar Brussel en daarna naar Antwerpen. Waarom ik nog meer blij ben met dit interview, is omdat ook de interviewer, Mark Schaevers, moet opgemerkt hebben dat hij nog het best De Pauw zelf de lijnen van het verhaal kan laten uitzetten. De Pauw aan het stuur en Schaevers een dankbare notulist.

Ik wil heel graag ook het volledige oeuvre van Josse De Pauw ontdekken nu. Natuurlijk ben ik daar onvermijdelijk veel te laat mee en dat is doodzonde. Nog steeds ken ik geen bal van theater, ook al had ik me dit schooljaar voorgenomen om me er een beetje in onder te dompelen, en ik zou dus niet weten hoe ik zo'n stuk van Josse De Pauw zou moeten catalogiseren. Catalogiseren hoeft toch niet, hoor ik ergens roepen, maar jawel, vind ik: ik moet toch een context hebben om er iets van te begrijpen, zoals ik het ook moeilijk heb met jazz of met klassieke muziek omdat ik amper een context heb. Alsof een mens naar Limp Bizkit luistert, niet weet dat er andere (en betere) gitaarmuziek bestaat en dus maar bij Limp Bizkit blijft plakken. Zo kan ik het toch niet maken om naar een stuk van Josse De Pauw te gaan kijken, er buiten te komen, weinig te voelen en het onmiddellijk te vergeten?

Het mooist aan dit interview vind ik misschien trouwens (die beschreven roadtrip vanuit Parijs even buiten beschouwing gelaten) het feit dat uit alles blijkt dat Josse De Pauw geweldig vrede heeft met wie en wat hij is en met zijn underground-status, want kom, die heeft hij toch onherroepelijk. Dat hij met "Werk" eventjes echt op het voorplan kwam, lijkt iedereen vergeten, en gelukkig maar hoor je De Pauw bijna denken, maar hij heeft geen enkele drang zo'n woorden ook uit te spreken. Wat hem uiteraard nog mooier en waardiger maakt.

Ergens in het interview heeft hij het wel op een eerder schampere toon over een "Woestijnvisgehalte", - het soort gehalte dat duidelijk niet aan hem besteed is - maar hij lijkt op geen enkel moment de noodzaak te voelen daar ook echt diep op in te gaan. Geen frustratie over 1,5 miljoen kijk versus zijn bescheiden bekendheid binnen een niche, geen frustratie over wat in sé vrij populistisch en snel scoren is tegenover zijn aangehouden integriteit, al meer dan dertig jaar lang. Deze man doet zo verdomd graag wat hij doet dat elke 'concurrentie' hem gewoon niet erg deert.

Ja, ik ben blij met dit interview, met wat het met mij doet en waarheen het mij voert - hoe veel 'goesting ' ik ervan krijg. De juiste plaatsen in Antwerpen, de brede straten van Parijs, de voor het oppervlakkige oog verborgen schoonheid van een grijze Brusselse gemeente, theatervoorstellingen natuurlijk ook en zomaar bankjes in het ijle om je ogen de kost te geven.

Uitscheuren en bijhouden dus.

vrijdag 8 januari 2010

Zes minuten

Vandaag kan ik geen gedichtje plgen, want ik heb haast. Daarom schrijf ik oook met zo veel fouiten. ik heb gewoon geen tijd om ze te verbeteren.

Waarom ik dan toch blog, nu zo? Geen idee eigenlijk, gewoon om aan te tonen dat als je snel typt je echt niet zonder fouten kan schrijven. Behalve dan de vorige zin blijkbaar?

Maar hey, er is toch iets onderwerpsgerelateerd aan deze post. hebt u het filpje van Michel Daerden gisteren in de Kamer gezien? Die man moest in zijn functie als minister van Pensieoenen antwoorden op een vraag van Geert lambert. En wat dus gerelateerd is: die man leekk zzeën van tijd te hebben. Ik overdrijf iet, sla het er maar op na. Die man zei in zes minutes wat een ander in één minuut hadkunnen zeggen. Echt waar.

Als die man alles zes jeer trager doet dan een ander dan wekrt hij 32 uur in een dag. Of nee 48. Als die man alles zes keer trager doet dan, bijvoorbeeld, ik, dan kan die man het nu al wel vergeten om vooor zijn examens te slagen. ik mag mez elf ook wel een beetje haasten als ik het zelf wel nog wil halen.

Daarom nog eens: soory voor de schrijffouten, maar ik heb haast. Ik moet gaan studeren.

donderdag 7 januari 2010

V

Haar uurwerk zegt 20:54, haar laptop 20:57

Ze zapt op een driftige draf naar één want
op één wil ze twee televisieshows zien
de eerste van negen tot iets voor tien
de tweede van tien tot ze indommeld.

Ze is 53, in ziekenverlof en
ze mag het er van de dokter van nemen
ja, van Nele krijgt ze vrij spel, zegt ze
en de boodschappen, wel, die brengt Daniëlle.

Mijn uurwerk geeft 21:09
ik draag haar al lang en ze spreekt me nooit tegen
ik ken haar zo goed dat ik glimlachen moet
ze zat nog maar pas of ze viel al in slaap.

't Is twintig na negen als haar ogen weer open
gaan gapend naar een onplezierige plot
de rechter veroordeelt de dealer voor feiten
en zij heeft geoordeeld luidop te gaan snurken.

Die film op Canvas wilde ze ook nog zien
maar dat is mislukt en het is nog geen tien.

Vraagtekens zijn uitgevonden voor mensen die het niet weten

Hipsters. Dat woordje, die connotaties. New York. Parijs. Berlijn.

Wat zijn dat, hipsters? Hoe gedragen ze zich? Wie is er één en wie niet? Het lijkt een totaal onafgebakend iets.

Trashy. Edgy. Erover. Erop. Erop en erover. Of juist helemaal niet?
Ongecompliceerd en onbeschaamd homo? Of net heel gewoontjes en heel beslist hetero? Veel geëxperimenteerd, nog steeds experimenterend of zijn ze er nu voor zichzelf wel uit?
Retro. Extravagant. Héél, héél gewoon. Integer. Arty. Nooit farty! Altijd progressief. Gewoon arrogant of gespeeld verlegen?

Voor Obama. Tegen Bush. Of toch iets meer nuance?

Vraagtekens zijn uitgevonden om uitdrukking te geven aan nieuwsgierigheid, maar als ik mezelf aan een gokje mag wagen dan denk ik dat hip zijn op z'n New Yorks vandaag staat voor enigszins belezen overkomen terwijl je dat eigenlijk niet echt bent - dat dan ook in alle bescheidenheid - belangrijk! - toegeven; nuchter zijn en zeggen dat je finaal gekapt bent met drank en drugs en dat je je demonen nu op een positievere manier probeert te bezweren - positief zijn is héél belangrijk; zeggen dat je overal hipsters ziet lopen en dat je er niks meer van begrijpt - je integriteit en eenvoud bewijzen - dat besef is uiteraard ook maar met de jaren gekomen; iets te maken hebben met een mensen- of dierenrechtenorganisatie - heel betrókken zijn.

Wat nog meer? "Dat ik een rolmodel voor de jeugd word genoemd, vind ik een hele eer, maar het is zeker geen opzichzelfstaande ambitie van me. Ik wil de mensen vooral vrijlaten in wat ze doen en denken. Iedereen moet zijn eigen pad kunnen bewandelen. Dat heb ik me gerealiseerd nu mijn vriendin" - iedereen die van dichtbij of van ver met hipheid geassocieerd wordt, heeft natuurlijk altijd wel een vriend(in) - "zwanger is van ons eerste kindje."

Natuurlijk ook heel erg bezig zijn met dat (nakende eerste kindje en het) ouderschap. Heel veel respect hebben voor ouders in het algemeen - je moet het toch maar doen! Het woord 'respect' ook weer niet té veel in de mond nemen - voor je het weet heeft het geen betekenis meer! Je ouders en grootouders de hemel in prijzen voor wat zij gepresteerd hebben - niet zelden waren ze van heel eenvoudige komaf en hebben ze in hun jeugd amper kansen gekregen.

Of dat alles net helemaal niet?

woensdag 6 januari 2010

IV

Een 15 black en een hp deskjet 345c
de catchy relevanties om voort te kunnen
de irrelevantie uit de machine te rukken
te kunnen arceren en mind te fucken

Het is als hordenlopen, zo zinloos
besef je wanneer je de werkvloer betreedt
gediplomeerd in geschiedenis, voeten in het heden
van pampers en doorzendmails
een camper een zandkasteel

Met nietjes erin wordt het leven gemakkelijk
soelaas in de linkerbovenhoek
helaas slechts één letter in lettertjessoep
niet morsen vergt enige concentratie

Maar 't is maar een maretak, gespiest op een boom
maar 't is maar een droom tot de wekker gaat
maart is maar een maand en valt vroeg dit jaar

maandag 4 januari 2010

Grote V

Als de betekenis er dan echt van doordringt, begin ik plots te twijfelen. Ik ging schrijven: vriendschap is mooier dan liefde.

Vriendschap met de grote V had ik dan wel in gedachten. Het soort vriendschap die je toelaat elkaar lief te hebben zonder dat daar allerlei twijfels van moeten komen. Trouwens, liefde impliceert vriendschap dus is vriendschap veel 'toegankelijker'.

Maar dan zeg je natuurlijk ook meteen dat liefde 'exclusiever' en dus schaarser en waardevoller is. Dat maakt de liefde ook zo aantrekkelijk en spannend. Want 't is het schaarse goed dat men koesteren moet, om de Bond Zonder Naam te citeren.

Maar ik kies dus initieel voor vriendschap. Omdat liefde lijden is en naar alle moderne waarschijnlijkheid ook opgeven, ooit. Liefde is achterblijven met een kater, misselijk zijn van miserie. Natuurlijk is liefde ook delen en strelen, maar wie oh wie gelooft er nog in de oneindigheid daarvan? We defrienden Facebookvrienden, laten mailtjes onbeantwoord, laten mensen dagen wachten. En nog meer nachten.

Vriendschap met een grote V is eveneens delen, en mits een ietwat open geest ook wel eens strelen. Zo'n vriendschap draagt niet het juk van de onvermijdelijke cocon die liefde schept, de stress van de vlam die moet blijven branden. En als een vriendschap eindigt kan je misselijk zijn van miserie, maar die ene is er niet vandoor en er ligt doorgaans geen cocon aan diggelen.

Ik heb mensen gedefriended. Op Facebook, maar meer nog in het echte leven. Ik heb relaties beëindigd. Altijd al in het echt. Nu ben ik vaak alleen in vergelijking met andere periodes en ik verlang meer naar enkele Vrienden dan naar de cocon van de Liefde. Want de Liefde - met grote L dus wel - is zo schaars dat mijn handen beginnen te beven, bang als ik ben om ze te laten glippen. En bevende handen laten zich dubbel zo hard verbranden.

zondag 3 januari 2010

Mijn appelboom

Ik ben al een omfloerste emotionele exibitionist en nu wil ik ook nog eens mijn geluk met u delen. En allemaal op één dag, dat ook. God schiep de gekken en de gekken gingen hun gang. Dat is aangenomen dat ik eventjes gek ben op deze laatste vakantiedag.

Gek op die ene foto van dat ene meisje dat ik niet ken, dat kan soms al genoeg zijn. Hoe ze in de lens kijkt met die fonkelende ogen.. Alsof ze levenslust heeft voor nog vijfhonderd jaar, zo lijkt het. En gezond dat ze eruit ziet: als een helderrode appel. Alsof ze gezond is voor nog eens vijfhonderd jaar erbij. Heel aantrekkelijk gewoon.

Maar veel belangrijker nog: overmorgen komt dat andere meisje dat ik wel ken, en daar word ik pas echt vrolijk van, al zal ze voor mijn neus moeten staan voor ik dat geluk ook écht zal voelen. Dan zal ik geen appel zien, maar de appelboom waar ik zo graag onder zit. Ja, dat meisje is mijn appelboom die me beschut voor regen en wind..

Pathetischer wordt het niet meer, zegt u? Het feit dat ik dit toch (ge)post (heb) betekent wellicht dat ik het echte geluk toch al een beetje in mijn tenen kan voelen tintelen. En dat is ook zo. En in mijn buik. Als ik denk aan wat ze zal zeggen en de oorbellen die ze zal dragen. Aan de espresso die we samen gaan drinken en de snode plannen die we zullen smeden. Als ik denk aan wat in een andere context nooit zou kunnen maar bij haar vanzelfsprekend wordt.

Verkeerde straat

> Word ik later ook zoals jij en zovele anderen?
< Wat bedoel je, zoals ik en zovele anderen?
> Wel, zichtbaar ongelukkig en geketend aan een doorsnee leventje dat je toen je jong was zeker niet voor jezelf in gedachten had.

Ik heb alles zelf in de hand. Het hangt slechts af van mijn wil en inzet om ergens te geraken. En toch: ik ben bang. Misschien zelfs al paniekerig. Soms wil ik stoppen, wat stoppen ook mag inhouden. Stoppen klinkt als de remedie voor deze kwestie. Euthanasie om te overleven.

Om zes uur 's ochtends word ik er van wakker, dat is nooit eerder gebeurd. Misschien word ik er niet van wakker, maar het is wel het eerste waar ik aan denk. Gejaagd denk ik na over welke richting mijn leven dan wél uit moet gaan. Ik heb ideetjes, maar zal ik ze ook in de praktijk kunnen omzetten?

Ik vraag me af hoe ik moet bewegen en waarheen. Of ik nog kan bewegen. Het is maar een idee, maar ik sta stil. Verlammingsverschijnselen.

> Hoe voelt het om 's ochtends op te staan in een leeg huis en te ontbijten aan een tafel waar de kruimels van een hele week nog opliggen? Hoe voelt het om de boeken op die tafel aan de kant te moeten schuiven om er in de plaats het oud brood en het restje confituur op te kunnen zetten?

Dit zijn het soort vragen die je aan niemand stelt maar aan zovele mensen zou kunnen stellen. Vijftig zijn ze, soms maar vijfendertig en het is allemaal veel sneller gegaan dan ze het voor mogelijk hadden gehouden.

< Tot voor een paar jaar was ik gelukkig en leek ik mijn schaapjes op het droge te hebben. Beginnersgeluk besef ik nu, want waar het voor mij is misgegaan.. Ik moet een verkeerde straat zijn ingereden, zo'n straat die doodloopt en waarin je niet gedraaid raakt.

Ik heb niet het gevoel dat ze gewoon een verkeerde straat zijn ingereden, het lijkt er eerder op dat ze een garage zijn binnengereden die zich hermetisch gesloten heeft op het moment dat ze uit hun auto wilden stappen.

En gesloten garages zijn stekedonker. Geen hond die daar ooit komt zoeken.

zaterdag 2 januari 2010

Weg uit het lijkenhuis

In het lijkenhuis is er niets te eten. Er zijn geen mensen, of toch wel, maar ze liggen boven, comateus op palliatieve zorgen. Het huis maakt dood, de tuin maakt dood, de buren maken dood, ik moet er weg.

Ik ga er weg, ik voel me doods. Ik snak naar het leven, het leven dat maar vijftien minuten bij me vandaan is. Waarom er dan niet heengaan? Het is de beste remdie tegen de vijand, denk ik bij mezelf.

Mijn plannen ten uitvoer brengen, dat had ik me voorgenomen. Palliatieven hebben verzorging nodig, maar dit is anders. Dit zijn palliatieven die best hun plan nog kunnen trekken. Zij hebben mij niet nodig om aan hun dingetjes te raken, dat hebben ze meermaals bewezen. Ik zou zelfs zeggen dat ik het hen bemoeilijk om aan hun dingetjes te geraken.

Nooit een opleiding tot verpleger gevolgd overigens. Zou ook niks voor mij zijn, zo'n opleiding. Dat merk ik wanneer ik hen meermaals per dag opzoek en me aan hun bedden geen houding weet. Ik denk veel aan mezelf, ik, en als je onder de bijna-doden bent kan je je dat niet permitteren. Dan blijf je beter op de achtergrond van het weinig opbeurende tafereel. In stilte en met respect voor grijze haren die er in deze werkelijkheid niet eens zijn. Wat het er allemaal niet gemakkelijker op maakt. Grijze haren die er niet zijn kunnen op termijn behoorlijk gaan irriteren.

Nu, ik heb dus de vijand geroken en ik heb hem as we speak in het lijkenhuis achtergelaten. In de nabije toekomst vereer ik de palliatieven nog wel eens met een bezoekje; mijn comateuze verwanten daar in het lijkenhuis. Het hoeft zelfs niet in de nabije toekomst te gebeuren, want ik heb de indruk dat ze daar nog rustig vijftig jaar kunnen blijven liggen, op hun afdeling, zonder ook maar in de buurt van de échte dood te komen. Nog maar eens eventjes aan mezelf denken, moet ik nu dan ook. Aan mezelf en aan alles wat ik wél wil. Het lijkenhuis achterlaten hoort daar als vanzelfsprekend bij. Want wat doe je beter dan de dood de rug toekeren als je nog even ten volle wil léven?