"The 6th of August 1999, my life changed. A living God held out His hand to me and I became a christian."
Dit zijn de eerste twee zinnen op de achterflap van het boek "Letters to Katrina: my first three years as a christian". Het boek is geschreven door Koen M., een man uit Leuven die ik via mijn vader ken. Zelf heb ik Koen eigenlijk voornamelijk ontmoet vóór zes mei 1999. Maar nu begin ik zijn boek, acht jaar nadat hij het schreef, en nu heb ik de inleiding gelezen. Bepaald onderhoudend.
(Toen ik Koen ontmoette maakte hij een wat verwarde indruk op mij. Hij was vijfendertig, had geen vriendin, wel een wilde baard en mijn vader zei dat hij vaak tot zes uur 's ochtends opbleef. Vooral dat laatste prikkelde uiteraard mijn verbeelding.)
Koen beschrijft hoe hij een fervent vredesactivist was toen hij in 1999 bijna paranoïde werd door de nakende oorlog in Kosovo. Koen klopte aan bij verschillende politici, maar die wuifden zijn paniek weg - nergens voor nodig. Koen dacht er anders over, hij ging in hongerstaking. Gelukkig stopten de bombardementen vooralleer Koen er het loodje bij legde.
Toch was Koen een gebroken man. Hij was zijn geloof in een vreedzame wereld kwijt. Voor hij bereid was geweest te sterven voor zijn idealen, had hij afscheid genomen van het leven dat hij had gelijd. Dat leven kon hij nu dus onmogelijk weer oppikken. Koen was aan afleiding toe of hij zou gek worden. Koen ging naar Griekenland want daar had hij zich altijd al goed gevoeld.
Op het Griekse eiland Milos volgen de bizarre gebeurtenissen zich op. Koen ontmoet herhaaldelijk een vrouw met wie hij pas begint te praten nadat ze elkaar in het midden van een nacht op het strand treffen. Hij praat acht dagen lang met haar, zo schrijft hij. De vrouw heet Katrina. Koen werd ooit verliefd op een Katárina, ook in Milos. Toeval bestaat niet.
Katrina is een christen, ze is op pelgrimstocht naar Jeruzalem. Koen en zij praten herhaaldelijk over religie. Koen is er ontvankelijk voor, hij staat overal voor open en herinnert zich zijn katholieke jeugd. Koen weet dat Goed en Kwaad bestaan. Is er een God die blijft toekijken op oorlog en geweld? Wanneer hij lukraak op een bank gaat zitten en naast zich een flyer aantreft waarop "Enigma: back to the rivers of belief" geschreven staat, gaan de poppen aan het dansen. Toeval bestaat niet.
De volgende dag zijn we zes augustus - u herinnert zich: dé dag. Voor Koen is dit sowieso niet zomaar een dag, neen, hij herdenkt de slachtoffers van de atoombom op Hiroshima, op zes augustus 1945. Koen wil mediteren om dat te herdenken en hij doet dat samen met Katrina op het dek van het schip dat hen weer naar het vaste land voert. Koen spreekt de wens uit een dolfijn te zien, maar omdat hij in een diepe meditatie verzinkt, dringen Katrina's woorden niet door wanneer zij roept dat ze een vis ziet die wel eens een dolfijn zou kunnen zijn. Wanneer Koen uit zijn meditatie ontwaakt, kijkt hij in het water en hij ziet er een regenboog in weerspiegeld. Koen interpreteert dit als een signaal van God. "Er is hoop. De wereld zal niet vergaan."
Katrina vertelt Koen dat ze een dolfijn gezien heeft. Kan geen toeval zijn, want Koen had vurig gehoopt er één te zien. Natuurlijk vindt Koen het jammer dat hij de dolfijn niet zelf gezien heeft, maar aangekomen op het vaste land krijgt Koen zijn dolfijn alsnog. Op het t-shirt van de man die zijn bagage van het schip draagt staat het woord 'dolphin' geschreven. Toeval bestaat niet.
Koen is méé, maar hij heeft het moeilijk met Jezus, die als mens tussen de mens en God instaat. Waarom, vraagt Koen zich af? Helemaal meegesleept door dit vraagstuk is Koen helder genoeg om eraan te denken dat hij naar een bankautomaat moet om geld af te halen. Zo gezegd zo gedaan, maar wanneer hij bij de bankautomaat aankomt valt zijn oog op een sticker die boven die automaat plakt. Een afbeelding van Jezus met daaronder de tekst "I am who is". Toeval bestaat niet. Als in trance probeert Koen geld uit de automaat te krijgen. Tevergeefs. Hij probeert het met nog drie andere automaten, bij geen van allen lukt het om geld af te halen. Koen begrijpt dit signaal: hij heeft geen geld nodig op de dag waarop hij definitief verzekerd wordt van het bestaan van Jezus en God.
Ik heb dit boek geleend van mijn vader, aan wie Koen het acht jaar geleden cadeau gaf. Koen heeft er een persoonlijke boodschap in geschreven, vooraan. "Bedankt voor je vriendschap die ik zeer waardeer. Jezus roept ook jou. Hij wil je lasten dragen en biedt rust, vrede en vreugde. Moge ook jij je hart openen voor die Liefde van God, die niet door een mens kan bevat worden."
Ik vraag me af hoe het intussen met Koen gaat, bijna elf jaar na zijn christening.
dinsdag 25 mei 2010
woensdag 19 mei 2010
Druk
(Het woordje 'druk' roept bij mij eerder een negatief gevoel op. Drukkend warrm. Drukte. Druk voelen. Bedrukt zijn. Stress en een gebrek aan tijd.)
Het komt er op aan om binnen korte tijd een bezigheid te hebben die me zodanig in beslag neemt dat ik geen tijd meer heb om na te denken. Het liefst slorpt die bezigheid me in die mate op dat ik geen enkel vrij moment meer heb. In het slechtste geval zal ik nu en dan denken dat ik maar eens aan 'onthaasting' moet gaan doen - zonder het te doen uiteraard. In een volgend stadium kan ik dan eventueel een burn-out overwegen. Als mijn arts het toelaat. Als ik tijd heb om naar mijn arts te gaan. Opeens acuut, met uitroeptekens!
("Ik heb tijd om naar de dokter te gaan! Ik moét een dokter zien! Snel!")
Het druk hebben. Moet er daarbij voorbijgegaan worden aan de notie 'druk hebben'? Mag dat geïnterpreteerd worden als 'druk voelen' of 'met een drukkend gevoel zitten'? Ik spreek als iemand die niet weet wat dat is, 'het druk hebben', en daarom blèt ik in het ijle dat 'het druk hebben' meestal een klein beetje 'vluchten' is.
Wie gelooft die drukke mensen nog?
Ik heb me de afgelopen maanden herhaaldelijk ingehouden om mensen te mailen om te vragen of we eens konden afspreken. Ik heb geprobeerd om het zelf heel druk te hebben, om de sensatie te hebben dat je geen tijd meer over hebt. Een volgeplamuurde agenda. De idee van: "Iemand heeft mij nodig? Zonde van mijn tijd." Of minder cynisch: "Wat een boeiend leven heb ik, waarin ik van het ene naar het andere loop zonder me twee minuten te hoeven vervelen."
In de eerste plaats heb ik geprobeerd om het druk te hebben om andere mensen met rust te kunnen laten, om hen zo'n beetje te kunnen vergeten. Maar ik ben mislukt in 'het druk hebben', het is niet gelukt. Ik bleef maar denken dat ik nu en dan wat tijd, wat witruimte, moest overhouden. Voornamelijk voor mezelf, maar zo liet ik andere mensen ook de kans om in dat vrije gat te duiken. Niet dat dat dikwijls gebeurde, want - hoort u me komen? - ze hadden het druk (of ze kwamen gewoon niet naar míj - kan ook natuurlijk en is absoluut niet verboden, waarom zou het?).
Ik heb het hier al eerder gezegd: ik ben Moeder Theresa. Ik heb tijd voor de mensen en zegen ze één voor één. Roger Vangheluwe had ook tijd voor de mensen. Hij maakte met iedereen een praatje. Een schouderklopje hier, een graptje daar. Maar wat heeft dat ermee te maken?
Nee, eigenlijk heeft het er wel mee te maken. Als nonnen voor het heil van de mensen bidden dan doe ik op mijn manier hetzelfde. Ik hoop dat alles goed afloopt voor de mensen, dat ze in noodgevallen geen psychiater hoeven te betalen maar gewoon bij een vriend of een familielid terecht kunnen. Dat ze er kunnen zijn voor hun kinderen. Dat ze er kunnen zijn voor hun ouders. Dat ze er kunnen zijn voor hun vrienden. Voor iemand die occasioneel beroep op hen wil doen. Want dat moet toch ook kunnen: zomaar een geliefde mailen, bellen of sms'en om te vragen of hij of zij tijd heeft, in de hoop dat hij of zij tijd máákt zonder te laten blijken dat dat een soort 'inspanning' is - dat laatste gaatje in de agenda, misschien iets verzetten, this is an emergency.
Ik hoop dat de mensen niet aan burn-outs moeten lijden. Dat hun drukke leven hun relatie niet vergalt. Dat ze hun kinderen kunnen opvoeden. Dat ze hun zieke moeder kunnen bezoeken. Dat ze altijd blijven weten waar hun hoofd staat. Dat ze zichzelf niet voorbij rennen. Dat ze niet aan de peppillen of aan het comazuipen gaan. Dat ze niet geambeteerd hoeven te zijn als ze weer eens een afspraak moeten afzeggen. Dat ze niet stiekem hoeven te hopen dat die personen die naar hun aandacht hengelen hun bestaan vergeten.
Het zal u wel niet verbazen dat ik werk noch studeer.
"Gij zult binnenkort wel anders praten, gij."
Het komt er op aan om binnen korte tijd een bezigheid te hebben die me zodanig in beslag neemt dat ik geen tijd meer heb om na te denken. Het liefst slorpt die bezigheid me in die mate op dat ik geen enkel vrij moment meer heb. In het slechtste geval zal ik nu en dan denken dat ik maar eens aan 'onthaasting' moet gaan doen - zonder het te doen uiteraard. In een volgend stadium kan ik dan eventueel een burn-out overwegen. Als mijn arts het toelaat. Als ik tijd heb om naar mijn arts te gaan. Opeens acuut, met uitroeptekens!
("Ik heb tijd om naar de dokter te gaan! Ik moét een dokter zien! Snel!")
Het druk hebben. Moet er daarbij voorbijgegaan worden aan de notie 'druk hebben'? Mag dat geïnterpreteerd worden als 'druk voelen' of 'met een drukkend gevoel zitten'? Ik spreek als iemand die niet weet wat dat is, 'het druk hebben', en daarom blèt ik in het ijle dat 'het druk hebben' meestal een klein beetje 'vluchten' is.
Wie gelooft die drukke mensen nog?
Ik heb me de afgelopen maanden herhaaldelijk ingehouden om mensen te mailen om te vragen of we eens konden afspreken. Ik heb geprobeerd om het zelf heel druk te hebben, om de sensatie te hebben dat je geen tijd meer over hebt. Een volgeplamuurde agenda. De idee van: "Iemand heeft mij nodig? Zonde van mijn tijd." Of minder cynisch: "Wat een boeiend leven heb ik, waarin ik van het ene naar het andere loop zonder me twee minuten te hoeven vervelen."
In de eerste plaats heb ik geprobeerd om het druk te hebben om andere mensen met rust te kunnen laten, om hen zo'n beetje te kunnen vergeten. Maar ik ben mislukt in 'het druk hebben', het is niet gelukt. Ik bleef maar denken dat ik nu en dan wat tijd, wat witruimte, moest overhouden. Voornamelijk voor mezelf, maar zo liet ik andere mensen ook de kans om in dat vrije gat te duiken. Niet dat dat dikwijls gebeurde, want - hoort u me komen? - ze hadden het druk (of ze kwamen gewoon niet naar míj - kan ook natuurlijk en is absoluut niet verboden, waarom zou het?).
Ik heb het hier al eerder gezegd: ik ben Moeder Theresa. Ik heb tijd voor de mensen en zegen ze één voor één. Roger Vangheluwe had ook tijd voor de mensen. Hij maakte met iedereen een praatje. Een schouderklopje hier, een graptje daar. Maar wat heeft dat ermee te maken?
Nee, eigenlijk heeft het er wel mee te maken. Als nonnen voor het heil van de mensen bidden dan doe ik op mijn manier hetzelfde. Ik hoop dat alles goed afloopt voor de mensen, dat ze in noodgevallen geen psychiater hoeven te betalen maar gewoon bij een vriend of een familielid terecht kunnen. Dat ze er kunnen zijn voor hun kinderen. Dat ze er kunnen zijn voor hun ouders. Dat ze er kunnen zijn voor hun vrienden. Voor iemand die occasioneel beroep op hen wil doen. Want dat moet toch ook kunnen: zomaar een geliefde mailen, bellen of sms'en om te vragen of hij of zij tijd heeft, in de hoop dat hij of zij tijd máákt zonder te laten blijken dat dat een soort 'inspanning' is - dat laatste gaatje in de agenda, misschien iets verzetten, this is an emergency.
Ik hoop dat de mensen niet aan burn-outs moeten lijden. Dat hun drukke leven hun relatie niet vergalt. Dat ze hun kinderen kunnen opvoeden. Dat ze hun zieke moeder kunnen bezoeken. Dat ze altijd blijven weten waar hun hoofd staat. Dat ze zichzelf niet voorbij rennen. Dat ze niet aan de peppillen of aan het comazuipen gaan. Dat ze niet geambeteerd hoeven te zijn als ze weer eens een afspraak moeten afzeggen. Dat ze niet stiekem hoeven te hopen dat die personen die naar hun aandacht hengelen hun bestaan vergeten.
Het zal u wel niet verbazen dat ik werk noch studeer.
"Gij zult binnenkort wel anders praten, gij."
dinsdag 18 mei 2010
Parler vrai
"Of het probleem van de VRT opgelost is met het vertrek van Bracke: het blijft de vraag."
Ik hou van "parler vrai". Er wordt van Karel De Gucht gezegd dat hij aan parler vrai doet en dat is inderdaad zo. Onlangs zei hij nog dat er ook nu weer loze verkiezingsbeloftes worden gedaan en hij raadde 'ons' aan die te negeren. Dat heeft De Gucht goed gezegd denk ik dan. Maar verder gaat mijn sympathie niet. Politici zíjn niet sympathiek.
Maar bovenstaande quote komt naturlijk niet van Karel De Gucht, hij komt van Geert Buelens in de Humo van vorige week. Geert Buelens is columnist, 'mediawatcher' en weet ik wat nog allemaal. Geert Buelens doet aan parler vrai, getuige het interview in Humo. Ik ben enthousiast en hier volgt een chronologische bloemlezing van Buelens' uitspraken in dat interview:
* "Waar de ["Bracke-doctrine"] op neerkwam? Wie de wereld niet in zestien seconden kan uitleggen is niet geschikt voor de [journalistieke] stiel. Bracke was toch dé incarnatie van de versimpeling?"
* "De Wever en Bracke hebben allebei iets recalcitrants tegenover het establishment, het aura van contraire jongens - vreemd genoeg op het moment dat ze de facto zelf het establishment zijn."
* "De Wever speelt niet de underdog, hij ís zo. Daarom is hij een toppoliticus: hij kan het goed zeggen en moet het niet spelen."
* "Kijk hoe "Ter Zake" geëvolueerd is (..) "Man Bijt Hond", maar dan slecht gemaakt.
* "Ik ben zo gebeten op de VRT omdat ook de openbare omroep een commercieel medium is geworden, en daardoor hebben andere media de lat makkelijk lager kunnen leggen. Alle journalisten worden vandaag in een commercieel keurslijf gedwongen."
* "Heel wat journalisten moeten vandaag ongelooflijk hard vechten om hun werkt te kúnnen doen, daar komt het op neer; ze willen zo graag, maar ze mogen nauwelijks nog."
* Over Het Journaal: "Veel komt gewoon niet meer aan bod: complexer Europees nieuws proberen te brengen (..) is vaak een hopeloze zaak geworden. Dat kán niet, een nieuwsdienst van een openbare omroep moet een trap hoger opereren."
* Over de ontslagen bij De Morgen: "Christian Van Thillo redeneert wellicht cynisch: of een stuk geschreven is door Liesbeth Van Impe of door een onbekende stagiaire, mensen zien het verschil niet. En voorlopig geven de CIM-cijfers hem geen ongelijk."
En wie is die Buelens nu eigenlijk om dat allemaal te zeggen? Gewoon, een kritische observator die de moeite doet om het nog eens aan te kaarten en niet bang is om 'zuur' over te komen. Die Buelens heeft er nu wel de Arkprijs van het Vrije Woord mee gewonnen, een symbolische erkenning "om te verhinderen dat ideologische bekrompenheid de vrijheid van meningsuiting en denken zou inperken".
En dan nog dit:
Hebt u gisteren gekeken naar "Ter Zake" en/of "Phara" met een gast die kwam praten over het belang van Bobbejaan Schoepen? Beseft u ook dat "Dos cervezas por favor" de zomerhit van 2010 zal worden? En beseft u ook dat er achter de schermen bij "Ter Zake, "Phara" en productiehuis "deMENSEN" in de handjes geklapt wordt om zo veel aandacht en stijgende kijkcijfers?
Om het nog even met de woorden van Sam Gooris te zeggen: "Ambiance! Ambiance! Ambiance!"
En om het met nog meer eigen woordjes te zeggen: "Verkleutering. Commerce. Kijkcijfers. Brood en spelen. Teloorgang van de kritische zin in een klimaat waarin alles snel moet gaan, alles moet kunnen - anders ben je 'zuur' - en oppervlakkigehid wordt gecultiveerd.
En voor u gaat twijfelen: ik ben geen zure, ouwe man die zegt dat het vroeger beter was. Ik ben 23 en er is geen 'vroeger' in mijn leven. Dit is gewoon parler vrai, denk ik, en parler vrai is vaak cynisch, denk ik.
Boekentip: "Flat Earth News" van Nick Davies.
P.S.: ik heb de pest aan Martine Tanghe.
Ik hou van "parler vrai". Er wordt van Karel De Gucht gezegd dat hij aan parler vrai doet en dat is inderdaad zo. Onlangs zei hij nog dat er ook nu weer loze verkiezingsbeloftes worden gedaan en hij raadde 'ons' aan die te negeren. Dat heeft De Gucht goed gezegd denk ik dan. Maar verder gaat mijn sympathie niet. Politici zíjn niet sympathiek.
Maar bovenstaande quote komt naturlijk niet van Karel De Gucht, hij komt van Geert Buelens in de Humo van vorige week. Geert Buelens is columnist, 'mediawatcher' en weet ik wat nog allemaal. Geert Buelens doet aan parler vrai, getuige het interview in Humo. Ik ben enthousiast en hier volgt een chronologische bloemlezing van Buelens' uitspraken in dat interview:
* "Waar de ["Bracke-doctrine"] op neerkwam? Wie de wereld niet in zestien seconden kan uitleggen is niet geschikt voor de [journalistieke] stiel. Bracke was toch dé incarnatie van de versimpeling?"
* "De Wever en Bracke hebben allebei iets recalcitrants tegenover het establishment, het aura van contraire jongens - vreemd genoeg op het moment dat ze de facto zelf het establishment zijn."
* "De Wever speelt niet de underdog, hij ís zo. Daarom is hij een toppoliticus: hij kan het goed zeggen en moet het niet spelen."
* "Kijk hoe "Ter Zake" geëvolueerd is (..) "Man Bijt Hond", maar dan slecht gemaakt.
* "Ik ben zo gebeten op de VRT omdat ook de openbare omroep een commercieel medium is geworden, en daardoor hebben andere media de lat makkelijk lager kunnen leggen. Alle journalisten worden vandaag in een commercieel keurslijf gedwongen."
* "Heel wat journalisten moeten vandaag ongelooflijk hard vechten om hun werkt te kúnnen doen, daar komt het op neer; ze willen zo graag, maar ze mogen nauwelijks nog."
* Over Het Journaal: "Veel komt gewoon niet meer aan bod: complexer Europees nieuws proberen te brengen (..) is vaak een hopeloze zaak geworden. Dat kán niet, een nieuwsdienst van een openbare omroep moet een trap hoger opereren."
* Over de ontslagen bij De Morgen: "Christian Van Thillo redeneert wellicht cynisch: of een stuk geschreven is door Liesbeth Van Impe of door een onbekende stagiaire, mensen zien het verschil niet. En voorlopig geven de CIM-cijfers hem geen ongelijk."
En wie is die Buelens nu eigenlijk om dat allemaal te zeggen? Gewoon, een kritische observator die de moeite doet om het nog eens aan te kaarten en niet bang is om 'zuur' over te komen. Die Buelens heeft er nu wel de Arkprijs van het Vrije Woord mee gewonnen, een symbolische erkenning "om te verhinderen dat ideologische bekrompenheid de vrijheid van meningsuiting en denken zou inperken".
En dan nog dit:
Hebt u gisteren gekeken naar "Ter Zake" en/of "Phara" met een gast die kwam praten over het belang van Bobbejaan Schoepen? Beseft u ook dat "Dos cervezas por favor" de zomerhit van 2010 zal worden? En beseft u ook dat er achter de schermen bij "Ter Zake, "Phara" en productiehuis "deMENSEN" in de handjes geklapt wordt om zo veel aandacht en stijgende kijkcijfers?
Om het nog even met de woorden van Sam Gooris te zeggen: "Ambiance! Ambiance! Ambiance!"
En om het met nog meer eigen woordjes te zeggen: "Verkleutering. Commerce. Kijkcijfers. Brood en spelen. Teloorgang van de kritische zin in een klimaat waarin alles snel moet gaan, alles moet kunnen - anders ben je 'zuur' - en oppervlakkigehid wordt gecultiveerd.
En voor u gaat twijfelen: ik ben geen zure, ouwe man die zegt dat het vroeger beter was. Ik ben 23 en er is geen 'vroeger' in mijn leven. Dit is gewoon parler vrai, denk ik, en parler vrai is vaak cynisch, denk ik.
Boekentip: "Flat Earth News" van Nick Davies.
P.S.: ik heb de pest aan Martine Tanghe.
zaterdag 15 mei 2010
Meer Frans dan Waals
"Ik vond hem eerder een Fransman dan een Waal." Het zijn haar woorden en ik vind ze interessant, maar ze licht ze niet toe, en dan is ze weg.
Meer Fransman dan Waal, maar hij is dus een Waal. Hoe kan een Waal, een Belg, meer Fransman dan Waal zijn? Of gaat het hier enkel om een ongefundeerde en oppervlakkige perceptie van één persoon?
Maar los daarvan: hoe kan een Waal meer Fransman dan Waal zijn? Wat is dan een Fransman, en wat is een Waal? Ik zou haar moeten vragen waarom ze zei wat ze zei, want ik weet echt niet hoe een Waal van een Fransman te onderscheiden. Of liep die jongen voortdurend chauvinistisch te wezen, - een wezenlijk verschil tussen een Fransman en een Waal - maar waarover dan? Over het belang van de Franse taal en hoe goed Olivier Maingain dat belang in de Rand verdedigt? Of was hij een rattachist? Die hypothese komt misschien nog het dichtst in de buurt, ook al weet ik dat het hier louter pro forma nattevingerwerk is. Ik weet immers wel dat haar woorden op weinig berustten.
Hoe weet een Vlaming tenslotte 'wat' een Waal is en wat een Fransman? We horen het niet aan hun taal, want we herkennen geen accenten. "Nonante" is Waals, "quatre-vingt-dix" Frans, maar dat is ook maar één woordje.
Ik luister deze dagen veel naar "Passer La Frontière", de nieuwe plaat van het Luikse Eté 67. Een goeie plaat, ik zet ze graag op en vind het Frans heerlijk. De groep komt uit Luik en is bekend in Wallonië, Frankrijk en Franstalig Canada, maar ik denk niet dat één op honderd Vlamingen er al van gehoord heeft. Ik moet trouwens niet cool doen, ik ken Eté 67 ook nog maar een jaartje van naam en nu luister ik voor het eerst naar hun muziek.
En die klinkt meer Frans dan Waals. Omdat er in het Frans gezongen wordt en een mens daarom waarschijnlijk geneigd is alles voor Frans aan te nemen. Ik ken nogal wat andere Waalse bands die in het Engels zingen met zo'n dik Frans accent bij elke 'l' die ze passeren. Girls In Hawaii, Malibu Stacy, Hollywood Porn Stars. Dat is Waalse muziek. Eté 67 is Franse muziek: meer stijl, meer naturel, meer Frans.
Op hun MySpace kom ik enkele Franse artiesten tegen waardoor Eté 67 beïnvloed zegt te zijn. Alain Bashung, Louise Attaque, Miossec, Nino Ferrer, Thomas Fersen en nog een aantal bekendere namen als Noir Désir, Jacques Dutronc en Georges Brassens. Ik voeg ze toe aan mijn longlist "te beluisteren muziek" en ga een studie maken over wat Waals en wat Frans is. In muziek en in het algemeen.
Meer Fransman dan Waal, maar hij is dus een Waal. Hoe kan een Waal, een Belg, meer Fransman dan Waal zijn? Of gaat het hier enkel om een ongefundeerde en oppervlakkige perceptie van één persoon?
Maar los daarvan: hoe kan een Waal meer Fransman dan Waal zijn? Wat is dan een Fransman, en wat is een Waal? Ik zou haar moeten vragen waarom ze zei wat ze zei, want ik weet echt niet hoe een Waal van een Fransman te onderscheiden. Of liep die jongen voortdurend chauvinistisch te wezen, - een wezenlijk verschil tussen een Fransman en een Waal - maar waarover dan? Over het belang van de Franse taal en hoe goed Olivier Maingain dat belang in de Rand verdedigt? Of was hij een rattachist? Die hypothese komt misschien nog het dichtst in de buurt, ook al weet ik dat het hier louter pro forma nattevingerwerk is. Ik weet immers wel dat haar woorden op weinig berustten.
Hoe weet een Vlaming tenslotte 'wat' een Waal is en wat een Fransman? We horen het niet aan hun taal, want we herkennen geen accenten. "Nonante" is Waals, "quatre-vingt-dix" Frans, maar dat is ook maar één woordje.
Ik luister deze dagen veel naar "Passer La Frontière", de nieuwe plaat van het Luikse Eté 67. Een goeie plaat, ik zet ze graag op en vind het Frans heerlijk. De groep komt uit Luik en is bekend in Wallonië, Frankrijk en Franstalig Canada, maar ik denk niet dat één op honderd Vlamingen er al van gehoord heeft. Ik moet trouwens niet cool doen, ik ken Eté 67 ook nog maar een jaartje van naam en nu luister ik voor het eerst naar hun muziek.
En die klinkt meer Frans dan Waals. Omdat er in het Frans gezongen wordt en een mens daarom waarschijnlijk geneigd is alles voor Frans aan te nemen. Ik ken nogal wat andere Waalse bands die in het Engels zingen met zo'n dik Frans accent bij elke 'l' die ze passeren. Girls In Hawaii, Malibu Stacy, Hollywood Porn Stars. Dat is Waalse muziek. Eté 67 is Franse muziek: meer stijl, meer naturel, meer Frans.
Op hun MySpace kom ik enkele Franse artiesten tegen waardoor Eté 67 beïnvloed zegt te zijn. Alain Bashung, Louise Attaque, Miossec, Nino Ferrer, Thomas Fersen en nog een aantal bekendere namen als Noir Désir, Jacques Dutronc en Georges Brassens. Ik voeg ze toe aan mijn longlist "te beluisteren muziek" en ga een studie maken over wat Waals en wat Frans is. In muziek en in het algemeen.
dinsdag 11 mei 2010
Gregory Frateur is meer dan een zanger
"Muziekrecensenten zijn gefrustreerde muzikanten." Ik geloof dat journalist Geert Janssen deze stelling voorlegde aan Frank Vander linden in de Veto van vorige week en dat ik ze daarom in mijn hoofd heb opgeslagen. Wat Vander linden antwoordde ben ik vergeten - waarschijnlijk bevestigde hij maar nuanceerde hij ook weer - maar dat zo'n stelling mij achtervolgt tot ik erover nadenk of over schrijf is bij deze bewezen.
Geert Janssen is een goeie journalist. Hij kruipt onder mijn vel.
Ikzelf ben het bewijs dat een recensent niet noodzakelijk een gefrustreerde muzikant hoeft te zijn. Ik ben een gefrustreerde zanger, maar speel voorts geen enkel instrument. Ooit volgde ik bijna een jaar notenleer, maar daar vond ik niks aan - muziek maken was geen verlangen van mij. Niet lang daarna begon ik heel veel naar muziek te luísteren - het debuut van The Strokes, "Californication" van Red Hot Chili Peppers - en begon ik te zingen, eerst nog vals, daarna beter.
Maar ik was dus wel een gefrustreerde zanger en dat ben ik nog steeds. Ik weet namelijk niet hoe ik mijn stem moet gebruiken. Doorgaans druk ik te hard op mijn keel en adem ik niet vanuit mijn buik, zoals het zou moeten. Ik weet niet hoe dat moet, vanuit mijn buik zingenen, en als ik dat aan mijn moeder vertel rolt ze met haar ogen.
Dat maakt van mij een gefrustreerde zanger, maar het wil zeker niet zeggen dat ik als recensent vanop de zijlijn andere zangers nodeloos bekritiseer. En dan zeker niet in de recensie die ik morgen zal schrijven over het concert van Dez Mona dat ik vanavond zag in de Botanique. Gregory Frateur is één van de beste zangers die ik al live mocht zien - nationaal en internationaal. "Frateur is meer dan een zanger," zal ik schrijven. "Hij is ook een entertainer."
Geert Janssen is een goeie journalist. Hij kruipt onder mijn vel.
Ikzelf ben het bewijs dat een recensent niet noodzakelijk een gefrustreerde muzikant hoeft te zijn. Ik ben een gefrustreerde zanger, maar speel voorts geen enkel instrument. Ooit volgde ik bijna een jaar notenleer, maar daar vond ik niks aan - muziek maken was geen verlangen van mij. Niet lang daarna begon ik heel veel naar muziek te luísteren - het debuut van The Strokes, "Californication" van Red Hot Chili Peppers - en begon ik te zingen, eerst nog vals, daarna beter.
Maar ik was dus wel een gefrustreerde zanger en dat ben ik nog steeds. Ik weet namelijk niet hoe ik mijn stem moet gebruiken. Doorgaans druk ik te hard op mijn keel en adem ik niet vanuit mijn buik, zoals het zou moeten. Ik weet niet hoe dat moet, vanuit mijn buik zingenen, en als ik dat aan mijn moeder vertel rolt ze met haar ogen.
Dat maakt van mij een gefrustreerde zanger, maar het wil zeker niet zeggen dat ik als recensent vanop de zijlijn andere zangers nodeloos bekritiseer. En dan zeker niet in de recensie die ik morgen zal schrijven over het concert van Dez Mona dat ik vanavond zag in de Botanique. Gregory Frateur is één van de beste zangers die ik al live mocht zien - nationaal en internationaal. "Frateur is meer dan een zanger," zal ik schrijven. "Hij is ook een entertainer."
maandag 10 mei 2010
Zoel, de lente
Mijn laptop staat bij het raam. Het raam reflecteert bomen en een tafel vol bloemen op het scherm. Daarnet cirkelden er ook vogels op het scherm rond. Een beter bureaublad krijg ik niet meer, hoewel 'Nevermind', een tekening van de New Yorkse kunstenares Stella Im Hultberg die in werkelijkheid mijn desktop uitmaakt er ook bijzonder mag zijn.
De zomer is begonnen, iets anders zou ik niet bedenken met een blogpost. Vanachter het raam, in de zon gelegen, lees ik de Humo van vorige week, meer bepaald een interview met Frieda Van Wijck - er moet contractueel bepaald zijn dat zij vier interviews per jaar 'toestaat' aan Humo - en Karel Vereertbrugghen, een televisiemaker. Frieda en Karel komen heel goed overeen, want ze hebben dezelfde humor. Meer moet er niet achter de aanleiding voor dit interview gezocht worden - Frieda's contract buiten beschouwing gelaten natuurlijk.
Interviewer is (rv), op te maken uit de eerste zin van de inleiding tot dit interview: "Die aprildag gewaagden weerlieden van 'terrasjesweer' en 's avonds liet ik me de zoele lente welgevallen in de universiteitsstad Leuven." Met zo'n "weerlieden" weet ik genoeg, zoals ik vroeger genoeg wist wanneer er in de inleiding van een Humo-artikel al meteen pseudo-geile praat werd verkocht; dat wees steeds op een interview door Wilfried Hendrickx. Die omschreef Debby Pfaff, bijvoorbeeld, ooit als bloedmooi. Het kunnen de jaren geweest zijn, niet veel later ging Hendrickx met pensioen, of misschien was er ook die dag een zomer begonnen.
Frieda, Karel en (rv) zitten "in een brasserie op de Grote Markt" en daar ontspint zich niets dat u zich als (rv)-lezer niet zelf kan inbeelden. De inhoud van dit interview is bij deze dan ook volstrekt ondergeschikt aan de sfeer ervan, omdat mijn aandacht ergens in de vierde kolom wordt afgeleid door een gedachte die me door die sfeer wordt ingegeven. Ik wil ook een journalist zijn om dan, gezellig keuvelend in een brasserie, herinneringen aan mijn jeugd op te halen, terwijl buiten de zoele lente terrein wint en de "bloesemende meisjes" - (rv)'s woorden - het "geblader in cursussen naar een latere datum verschuiven."
Nog een geluk dat ik geen 58 ben, dat ook voor mij de zomer begonnen is en dat ik de muziek van Wayne Shorter nog te ontdekken heb.
De zomer is begonnen, iets anders zou ik niet bedenken met een blogpost. Vanachter het raam, in de zon gelegen, lees ik de Humo van vorige week, meer bepaald een interview met Frieda Van Wijck - er moet contractueel bepaald zijn dat zij vier interviews per jaar 'toestaat' aan Humo - en Karel Vereertbrugghen, een televisiemaker. Frieda en Karel komen heel goed overeen, want ze hebben dezelfde humor. Meer moet er niet achter de aanleiding voor dit interview gezocht worden - Frieda's contract buiten beschouwing gelaten natuurlijk.
Interviewer is (rv), op te maken uit de eerste zin van de inleiding tot dit interview: "Die aprildag gewaagden weerlieden van 'terrasjesweer' en 's avonds liet ik me de zoele lente welgevallen in de universiteitsstad Leuven." Met zo'n "weerlieden" weet ik genoeg, zoals ik vroeger genoeg wist wanneer er in de inleiding van een Humo-artikel al meteen pseudo-geile praat werd verkocht; dat wees steeds op een interview door Wilfried Hendrickx. Die omschreef Debby Pfaff, bijvoorbeeld, ooit als bloedmooi. Het kunnen de jaren geweest zijn, niet veel later ging Hendrickx met pensioen, of misschien was er ook die dag een zomer begonnen.
Frieda, Karel en (rv) zitten "in een brasserie op de Grote Markt" en daar ontspint zich niets dat u zich als (rv)-lezer niet zelf kan inbeelden. De inhoud van dit interview is bij deze dan ook volstrekt ondergeschikt aan de sfeer ervan, omdat mijn aandacht ergens in de vierde kolom wordt afgeleid door een gedachte die me door die sfeer wordt ingegeven. Ik wil ook een journalist zijn om dan, gezellig keuvelend in een brasserie, herinneringen aan mijn jeugd op te halen, terwijl buiten de zoele lente terrein wint en de "bloesemende meisjes" - (rv)'s woorden - het "geblader in cursussen naar een latere datum verschuiven."
Nog een geluk dat ik geen 58 ben, dat ook voor mij de zomer begonnen is en dat ik de muziek van Wayne Shorter nog te ontdekken heb.
zondag 7 februari 2010
Het begon allemaal met dat zelfgemaakte steenbokje
Ik kan er niets aan doen dat u momenteel absoluut geen zaken hebt met de dingen die mij bezighouden. Ik heb al geprobeerd erover te schrijven, maar het gaat niet en zo is het goed. Ik schrijf nu gewoon in Wordbestandjes voor mezelf, zodat ik alles wat de afgelopen tien dagen zo geweldig maakten nooit meer hoef te vergeten.
Tot later.
Tot later.
woensdag 27 januari 2010
Wat ik versta onder tsjeverij
"Ik vind hem raar," zegt ze tegen G., terwijl 'hem' (ik) meeleest. Wel, daar moet ik dus niet van weten. Fuck off! Fuck you! En hou uw manieren. Als er iets over mij te zeggen valt, zeg het dan tegen mij en hou anders uw bek.
Ik weet niet waarom zoiets mij zo kwaadmaakt. Het is die zelfingenomenheid die ik achter zo'n uitspraak vermoed, maar nog meer is het de wetenschap dat ze schrijft wat ze schrijft terwijl ze weet dat ik meelees. Konkelfoezen over iemand, terwijl die iemand er gewoon bijstaat. Niet met mij, alstublieft. Ik word daar heel ambetant van.
Dat ze achter mijn rug over mij schrijven en zeggen wat ze willen. Zo lang ik het maar niet te weten kom. Want als ik het te weten kom, wil ik het ook van naald tot draad weten en vaak is dat pijnlijk en zindert het na. Maar dat "raar", dat is zo nietszeggend. Afwijkend van normaal is dat, maar wat is normaal? Wie is zij om mij raar te vinden? Mag ik haar ook raar vinden, en belangrijker: als ik haar raar vind, moet zij dat dan te weten komen alsof het niets is?
Dat is een kwestie van ethiek voor mij en deze gratuite en ondoordachte zever vind ik dan ook gewoon misplaatst en verkeerd. Ik ben gekwetst, hoe stom dat ook mag klinken. Niet omdat ze me raar vindt, wel omdat ze dat dus zegt tegen iemand anders terwijl ik mee kan lezen. En dat ze zich dus niet tot mij persoonlijk richt. Ja echt, dan zou ik willen slaan.
Ik weet niet waarom zoiets mij zo kwaadmaakt. Het is die zelfingenomenheid die ik achter zo'n uitspraak vermoed, maar nog meer is het de wetenschap dat ze schrijft wat ze schrijft terwijl ze weet dat ik meelees. Konkelfoezen over iemand, terwijl die iemand er gewoon bijstaat. Niet met mij, alstublieft. Ik word daar heel ambetant van.
Dat ze achter mijn rug over mij schrijven en zeggen wat ze willen. Zo lang ik het maar niet te weten kom. Want als ik het te weten kom, wil ik het ook van naald tot draad weten en vaak is dat pijnlijk en zindert het na. Maar dat "raar", dat is zo nietszeggend. Afwijkend van normaal is dat, maar wat is normaal? Wie is zij om mij raar te vinden? Mag ik haar ook raar vinden, en belangrijker: als ik haar raar vind, moet zij dat dan te weten komen alsof het niets is?
Dat is een kwestie van ethiek voor mij en deze gratuite en ondoordachte zever vind ik dan ook gewoon misplaatst en verkeerd. Ik ben gekwetst, hoe stom dat ook mag klinken. Niet omdat ze me raar vindt, wel omdat ze dat dus zegt tegen iemand anders terwijl ik mee kan lezen. En dat ze zich dus niet tot mij persoonlijk richt. Ja echt, dan zou ik willen slaan.
maandag 25 januari 2010
Kaarsvet revisited
De adrenaline die ik voel op het moment dat ik besef dat ik m'n kot in brand aan het steken ben, die zindert nog lang na. De paniek die ik voel als ik zie dat het kaarsvet zich langs alle kanten verspreidt en het besef dat het onherstelbare schade zal aanrichten. Meteen flitsen er bedragen door mijn hoofd. Van schadevergoedingen, van levenslange boetedoening. Gevangenisstraffen van dertig jaar, Ali Chemicali en de doodstraf. Ophanging.
Ik moet maar niet meer met vuur spelen. Dat zou beter zijn. Ben ik naast een dit en een dat ook nog een pyromaan ofzo? Nee, dat kan ik mezelf niet toestaan. Het is leuk papiertjes op het vuur te gooien, het is spannend om naar een steekvlam te kijken, maar het is hachelijk om als een gek met een spons over verhard kaarsvet te frotten tot dat langzaam, maar niet volledig, van het oppervlak verdwijnt.
Zullen ze het opmerken? Zullen ze het bestuderen? "Wat is hier gebeurd, dat was toch niet zo?" Zullen ze me dat vragen? Zal ik hen zeggen wat er gebeurd is of zal ik vertellen dat dat toch al zo was, meneer en mevrouw? Oh jongens, die dag is gelukkig nog ver af. Nog dagen zat om te frotten en vuurrood in mijn gezicht te worden.
Warme oortjes ook. Trui uit. Frotten maar. En schrik hebben. Een half uur lang aan niks anders kunnen denken. Me niet op de leerstof kunnen concentreren. Even op bed gaan liggen om tot bedaren te komen. Rustige muziek opzetten: alles komt goed, Ali, alles komt goed. Diep zuchten. Me luidop beklagen dat ik de gek ben die ik ben. Mezelf luidop afvragen waar ik toch mee bézig ben. Waar dat vandáán komt.
Er een verhaaltje over schrijven. Het in m'n geheugen griften. Dat oppervlak bedekken en vergeten. Die waarborg ook maar vergeten. Me bedenken dat ik dit alles enkele maanden geleden ook al eens voorhad op een nog delicatere plek. Een spreekwoord over iets met een ezel en een steen proberen te negeren.
Ik moet maar niet meer met vuur spelen. Dat zou beter zijn. Ben ik naast een dit en een dat ook nog een pyromaan ofzo? Nee, dat kan ik mezelf niet toestaan. Het is leuk papiertjes op het vuur te gooien, het is spannend om naar een steekvlam te kijken, maar het is hachelijk om als een gek met een spons over verhard kaarsvet te frotten tot dat langzaam, maar niet volledig, van het oppervlak verdwijnt.
Zullen ze het opmerken? Zullen ze het bestuderen? "Wat is hier gebeurd, dat was toch niet zo?" Zullen ze me dat vragen? Zal ik hen zeggen wat er gebeurd is of zal ik vertellen dat dat toch al zo was, meneer en mevrouw? Oh jongens, die dag is gelukkig nog ver af. Nog dagen zat om te frotten en vuurrood in mijn gezicht te worden.
Warme oortjes ook. Trui uit. Frotten maar. En schrik hebben. Een half uur lang aan niks anders kunnen denken. Me niet op de leerstof kunnen concentreren. Even op bed gaan liggen om tot bedaren te komen. Rustige muziek opzetten: alles komt goed, Ali, alles komt goed. Diep zuchten. Me luidop beklagen dat ik de gek ben die ik ben. Mezelf luidop afvragen waar ik toch mee bézig ben. Waar dat vandáán komt.
Er een verhaaltje over schrijven. Het in m'n geheugen griften. Dat oppervlak bedekken en vergeten. Die waarborg ook maar vergeten. Me bedenken dat ik dit alles enkele maanden geleden ook al eens voorhad op een nog delicatere plek. Een spreekwoord over iets met een ezel en een steen proberen te negeren.
zaterdag 23 januari 2010
Beginnend gemis
Lieve W.,
Ik ga je missen als je er over enkele dagen niet meer bent. Ik zal de manier missen waarop je je hoofd om de deur steekt, met die half-ironische glimlach, die verraadt dat je het allemaal behoorlijk 'curieus' vindt. Of je rode jasje dat je mooier maakt dan je misschien bent. Al ben je echt wel mooi, W., of een beter woord is misschien schattig. Je bent ongelooflijk schattig door je gedrag, de manier waarop je die vreemde taal spreekt, de manier waarop je me meermaals bedankt nadat ik niks in het bijzonders heb gedaan, de manier waarop je beteuterd kijkt of waarop je 'guitenstreken' uithaalt.
Toen je ontgoocheld was wilde ik je troosten. Ik moest me inhouden om mijn arm niet om je schouder te leggen, om je hoofd niet aan mijn borst te drukken. Je kon alle steun gebruiken, dat zag ik. In dat verre, vreemde land waar niet alles altijd op wieltjes voor je loopt. Maar je was moedig en dat maakt je nog leuker: de volgende dag was er niets meer aan de hand en streed je weer voor wat je waard was.
Oh, ik ga je missen met je mooie, zwarte haar.
***
Beste E.,
Ik ga je missen. Je mag je voorhoofd fronsen en al wat je wil, maar het is waar. En dat je zelf eigenlijk ook niet echt wil vertrekken, zoals je zei, maakt het natuurlijk nog jammerder.
Ik heb zelden iemand zo kokket weten zijn en nooit heb ik 'kokketerigheid' leuker gevonden dan wanneer jij het was. Met je nieuwe groene trui die je heel mooi maakt en je gezicht dat gladder is dan eender welk gezicht ik ooit zag. Blij dat ik je nog heb kunnen complimenteren over die trui, trouwens. Als ik het niet had gedaan, had dat aangevoeld als een gemiste blijk van genegenheid. Het zou in mijn hoofd blijven hangen zijn.
Ook die zakelijkheid van je, gecombineerd met die energie en 'goesting'. Je hebt alles om 'een grote' te worden E.. Succesvol in een functie die je op het lijf geschreven is. Liefst leidinggevend, zoals je me vertelde, waarop ik een smalend glimlachje moest onderdrukken. Zoals ik een smalend glimlachje moest onderdrukken toen je eerlijk toegaf ambitieus te zijn, als in aardig wat geld willen verdienen. Niettemin vind ik je heel leuk en accepteer ik alles van je. Zoals je zonder schroom bent wie je bent. Zoals je je op je best - en dat is behoorlijk goed - toont. Zoals je van serieus naar heel onnozel kan gaan in een oogwenk. Zoals dat alles mijn hoofdje net niet genoeg aan het tollen heeft gebracht om nu als een puber naar jou te verlangen.
Je 'fladdert' als een vlinder van de ene naar de volgende halte in je leven. Fladder nog eens tot bij mij, als je tijd en zin hebt. En draag je groene trui zo veel als je kunt. Hij zal je nog gelukkiger maken dan je nu misschien al bent.
Ik ga je missen als je er over enkele dagen niet meer bent. Ik zal de manier missen waarop je je hoofd om de deur steekt, met die half-ironische glimlach, die verraadt dat je het allemaal behoorlijk 'curieus' vindt. Of je rode jasje dat je mooier maakt dan je misschien bent. Al ben je echt wel mooi, W., of een beter woord is misschien schattig. Je bent ongelooflijk schattig door je gedrag, de manier waarop je die vreemde taal spreekt, de manier waarop je me meermaals bedankt nadat ik niks in het bijzonders heb gedaan, de manier waarop je beteuterd kijkt of waarop je 'guitenstreken' uithaalt.
Toen je ontgoocheld was wilde ik je troosten. Ik moest me inhouden om mijn arm niet om je schouder te leggen, om je hoofd niet aan mijn borst te drukken. Je kon alle steun gebruiken, dat zag ik. In dat verre, vreemde land waar niet alles altijd op wieltjes voor je loopt. Maar je was moedig en dat maakt je nog leuker: de volgende dag was er niets meer aan de hand en streed je weer voor wat je waard was.
Oh, ik ga je missen met je mooie, zwarte haar.
***
Beste E.,
Ik ga je missen. Je mag je voorhoofd fronsen en al wat je wil, maar het is waar. En dat je zelf eigenlijk ook niet echt wil vertrekken, zoals je zei, maakt het natuurlijk nog jammerder.
Ik heb zelden iemand zo kokket weten zijn en nooit heb ik 'kokketerigheid' leuker gevonden dan wanneer jij het was. Met je nieuwe groene trui die je heel mooi maakt en je gezicht dat gladder is dan eender welk gezicht ik ooit zag. Blij dat ik je nog heb kunnen complimenteren over die trui, trouwens. Als ik het niet had gedaan, had dat aangevoeld als een gemiste blijk van genegenheid. Het zou in mijn hoofd blijven hangen zijn.
Ook die zakelijkheid van je, gecombineerd met die energie en 'goesting'. Je hebt alles om 'een grote' te worden E.. Succesvol in een functie die je op het lijf geschreven is. Liefst leidinggevend, zoals je me vertelde, waarop ik een smalend glimlachje moest onderdrukken. Zoals ik een smalend glimlachje moest onderdrukken toen je eerlijk toegaf ambitieus te zijn, als in aardig wat geld willen verdienen. Niettemin vind ik je heel leuk en accepteer ik alles van je. Zoals je zonder schroom bent wie je bent. Zoals je je op je best - en dat is behoorlijk goed - toont. Zoals je van serieus naar heel onnozel kan gaan in een oogwenk. Zoals dat alles mijn hoofdje net niet genoeg aan het tollen heeft gebracht om nu als een puber naar jou te verlangen.
Je 'fladdert' als een vlinder van de ene naar de volgende halte in je leven. Fladder nog eens tot bij mij, als je tijd en zin hebt. En draag je groene trui zo veel als je kunt. Hij zal je nog gelukkiger maken dan je nu misschien al bent.
dinsdag 19 januari 2010
Manneken Bank
In Brussel staat er een bank bij tramhalte Beurs/Bourse. Elke dag zit op die bank dezelfde man als de dag ervoor. Met zijn sjofele groene jas, zijn vuilgrijze baard en zijn oude pet. Wanneer ik er ook passeer, hij is er. Altijd. En hij doet niks. Hij leest niet, hij praat niet. Hij wacht. Waarop? Tot hij vastroest of een standbeeld wordt?
Het duurde een tijd voor ik er acht op sloeg, maar zodra ik het had opgemerkt kon ik er niet meer naastkijken. Als je hem één keer gezien hebt heb je hem niet gezien. Als je hem vijf keer gezien hebt, heb je waarschijnlijk nog steeds niks gemerkt, maar in je onderbewuste denk je misschien al dat het 'zo'n landloperstype' is 'zoals er hier zo veel rondlopen'. Als je hem tien keer gezien hebt, herken je zijn pet en zijn jas. Als je hem honderd keer gezien hebt kan je hem niet meer wegdenken, ga je je vragen stellen, of je die mens misschien kan helpen of wat hij zou zeggen als je hem zou aanspreken en wat je dan zou vragen.
* Wat doet u hier de hele dag op deze bank?
* Waar komt u vandaan?
* Wat heeft u hier gebracht?
* Waarom precies deze bank aan de Beurs?
* Wanneer komt u hier aan en wanneer vertrekt u naar 'huis'?
* Waar slaapt u?
* Slaapt u?
* Wat gaat er om in uw hoofd?
* Hoe houdt u het vol om zo lang op één en dezelfde bank te blijven zitten?
* Wat doet u als er op een dag iemand anders op uw bank zit?
* Wie zijn uw vrienden en kennissen?
* Hoe overleeft u?
* Wat doet u als het stortregent?
* U bedelt niet maar krijgt u soms toch geld toegestopt?
* Hebt u in die lange tijd dat u al op deze bank zit veel vrienden gemaakt?
* Hebt u zelf ook oog voor de passanten en herkent u sommigen onder hen?
Vragen, zo veel vragen voor een man die ik nooit zal aanspreken. Wachtend op de dag dat hij niet meer op die bank zit en ik samen met alle in Brussel aanwezige Japanners het gevoel zal hebben dat ze Manneken Bank hebben weggehaald.
Maar in mijn geval gingen er dus, zonder overdrijven, honderd passages aan vooraf vooralleer ik écht over die man begon na te denken. Alle keren voor vandaag was ik hem al helemaal vergeten wanneer ik de tram opstapte. Maar dus niet vandaag. Die schijnbare uitzichtloosheid, dat vastgeroeste: ik realiseer me plots de intense treurnis daarvan, een treurnis die ik mezelf nooit zou willen of kunnen aandoen. Dat hij er waarschijnlijk niet voor gekozen heeft om zo'n leven te lijden? Nee, kennelijk niet, maar hij lijdt dat leven wel hé. Deze man blijft eeuwig op zijn bank zitten en geeft ogenschijnlijk geen krimp.
En dus weer die vragen..
Het duurde een tijd voor ik er acht op sloeg, maar zodra ik het had opgemerkt kon ik er niet meer naastkijken. Als je hem één keer gezien hebt heb je hem niet gezien. Als je hem vijf keer gezien hebt, heb je waarschijnlijk nog steeds niks gemerkt, maar in je onderbewuste denk je misschien al dat het 'zo'n landloperstype' is 'zoals er hier zo veel rondlopen'. Als je hem tien keer gezien hebt, herken je zijn pet en zijn jas. Als je hem honderd keer gezien hebt kan je hem niet meer wegdenken, ga je je vragen stellen, of je die mens misschien kan helpen of wat hij zou zeggen als je hem zou aanspreken en wat je dan zou vragen.
* Wat doet u hier de hele dag op deze bank?
* Waar komt u vandaan?
* Wat heeft u hier gebracht?
* Waarom precies deze bank aan de Beurs?
* Wanneer komt u hier aan en wanneer vertrekt u naar 'huis'?
* Waar slaapt u?
* Slaapt u?
* Wat gaat er om in uw hoofd?
* Hoe houdt u het vol om zo lang op één en dezelfde bank te blijven zitten?
* Wat doet u als er op een dag iemand anders op uw bank zit?
* Wie zijn uw vrienden en kennissen?
* Hoe overleeft u?
* Wat doet u als het stortregent?
* U bedelt niet maar krijgt u soms toch geld toegestopt?
* Hebt u in die lange tijd dat u al op deze bank zit veel vrienden gemaakt?
* Hebt u zelf ook oog voor de passanten en herkent u sommigen onder hen?
Vragen, zo veel vragen voor een man die ik nooit zal aanspreken. Wachtend op de dag dat hij niet meer op die bank zit en ik samen met alle in Brussel aanwezige Japanners het gevoel zal hebben dat ze Manneken Bank hebben weggehaald.
Maar in mijn geval gingen er dus, zonder overdrijven, honderd passages aan vooraf vooralleer ik écht over die man begon na te denken. Alle keren voor vandaag was ik hem al helemaal vergeten wanneer ik de tram opstapte. Maar dus niet vandaag. Die schijnbare uitzichtloosheid, dat vastgeroeste: ik realiseer me plots de intense treurnis daarvan, een treurnis die ik mezelf nooit zou willen of kunnen aandoen. Dat hij er waarschijnlijk niet voor gekozen heeft om zo'n leven te lijden? Nee, kennelijk niet, maar hij lijdt dat leven wel hé. Deze man blijft eeuwig op zijn bank zitten en geeft ogenschijnlijk geen krimp.
En dus weer die vragen..
maandag 18 januari 2010
Eén jaar en één dag later
A.,
Mensen die het goed met me voorhebben hebben me gezegd het niet te doen en het gewoon zo te laten, maar ik doe het bij deze nu toch, omdat het er gewoon uit moet. Na - hoeveel zijn het er intussen? - vier à vijf maanden begrijp ik het nog stééds niet en daarom aanvaard ik het ook niet. Er is nooit over gesproken, er was geen duidelijk signaal. Geen eindpunt, geen afspraak, geen laatste groet. Niks.
Alles blijft altijd in het ijle hangen bij jou, niet waar? Onbeslist en half werk. Dat is altijd zo geweest, je keek zelfs de mensen die je graag had niet eens in de ogen. Ik herinner me dat ik al tijden vrij close met je was toen je langs je neus weg zei dat het heel lang duurt vooralleer je iemand als een vriend beschouwt. Dat vond ik op zich geen enkel probleem, maar het zorgde er wel voor dat je op elk moment kon 'ontsnappen', en dat is wat je vier à vijf maanden geleden ook gedaan hebt. Met wel dit verschil: wij wáren vrienden op dat moment. Zeggen dat dat niet zo was, is liegen. We behoorden tot elkaars 'inner circle', hadden heel veel intieme dingen gedeeld en zagen elkaar nog steeds bijzoner vaak, misschien te vaak (en ja, als er iemand was die dat zo expliciet wel eens uitsprak dan was ik het). Heeft dat je zo tegen de borst gestoten misschien? Jij die oh zo graag in conflict gaat over de banaalste onderwerpen, durft nu dit 'belangrijke' conflict niet aan te gaan? Ik doe alsof ik verbaasd ben, maar het is enkel cynisme.
Het begon me allemaal te dagen toen het heel lang stil bleef van jouw kant, nadat ik, toegegeven, zelf ook lang stil was geweest. Natúúrlijk ga ik niet ontkennen dat we afstand nodig hadden om het 'uit te houden'. Er was eerlijk gezegd ook geen sprake van dat we zo close zouden blijven, of toch niet van mijn kant. Maar om daarom zonder enig signaal uit mijn leven te verdwijnen? Dat gaat er bij niet in. Dat is ook gewoon hopeloos fout, naar mijn mening. Heb je dan geen enkele goeie herinnering meer aan mij? Ik heb wél nog een hoop goeie herinneringen aan jou.
Ik schrijf je dit namelijk niet toevallig één jaar en één dag nadat we samen - ja, wij twee - naar mijn mening de leukste avond van 2009 op poten hadden gezet. Je had me over de streep getrokken. Ik wilde het doen en jij zei me het om die reden te doen. Je steunde me en hielp me. Je had er veel zin in en had er achteraf ook helemaal geen spijt van. En ondanks enkele onderhuidse spanningen (van mijn kant, over jou oordeel ik niet) had ik helemaal niet kunnen vermoeden dat wij één jaar en één dag later helemaal niet meer met elkaar zouden omgaan en dat ik je daarom dit soort brief zou schrijven.
Ik vind er geen bal aan en ik betreur het enorm, maar ik zit niet in de put hoor. Ik was niet blij meer met de situatie zoals ze was en ik wilde er dus van af. Ik maakte me er ook in zekere zin van af door jou minder te zien, maar ik had een soort 'LAT-relatie' met jou voor ogen en die zie jij nu klaarblijkelijk niet zitten. Misschien heb jij mijn boodschap anders geïnterpreteerd dan ik ze had bedoeld. Al dan niet moedwillig. Conflicten tussen zender en ontvanger, en ruis op de boodschap, die dingen. Maar ik wéét niet eens of het daaraan ligt. Er is geen discussie mogelijk, zo lijkt. En die ene mail die ik je weken geleden stuurde, liet je onbeantwoord.
Anyway, ook al schrijf ik dit misschien een half jaar nadat ik mijn laatste leuke avond met jou heb beleefd: het zindert nog na in mijn gevoelige brein, ja, maar elke dag iets minder. Ik kan jou ook vergeten zonder al te veel misbaar; ik kan dat ook. Mijn trein heeft een bocht genomen, moest een bocht nemen, en als jij die trein gemist hebt omdat je liever in je bed bleef liggen, omdat het regende die dag of omdat je gewoon de pest hebt aan treinen, dan is dat in essentie oké voor mij. Alleen dat kleine woordje van uitleg, dat heb ik gemist. Als dat er was geweest had ik het helemáál oké kunnen vinden. En je weet dat ik zelf wél uitleg geef bij de dingen, dus daar ligt het in deze niet aan.
Ach, voorbij is het toch en het hoeft ook niet meer terug te komen.
Het ga je goed,
A.
Mensen die het goed met me voorhebben hebben me gezegd het niet te doen en het gewoon zo te laten, maar ik doe het bij deze nu toch, omdat het er gewoon uit moet. Na - hoeveel zijn het er intussen? - vier à vijf maanden begrijp ik het nog stééds niet en daarom aanvaard ik het ook niet. Er is nooit over gesproken, er was geen duidelijk signaal. Geen eindpunt, geen afspraak, geen laatste groet. Niks.
Alles blijft altijd in het ijle hangen bij jou, niet waar? Onbeslist en half werk. Dat is altijd zo geweest, je keek zelfs de mensen die je graag had niet eens in de ogen. Ik herinner me dat ik al tijden vrij close met je was toen je langs je neus weg zei dat het heel lang duurt vooralleer je iemand als een vriend beschouwt. Dat vond ik op zich geen enkel probleem, maar het zorgde er wel voor dat je op elk moment kon 'ontsnappen', en dat is wat je vier à vijf maanden geleden ook gedaan hebt. Met wel dit verschil: wij wáren vrienden op dat moment. Zeggen dat dat niet zo was, is liegen. We behoorden tot elkaars 'inner circle', hadden heel veel intieme dingen gedeeld en zagen elkaar nog steeds bijzoner vaak, misschien te vaak (en ja, als er iemand was die dat zo expliciet wel eens uitsprak dan was ik het). Heeft dat je zo tegen de borst gestoten misschien? Jij die oh zo graag in conflict gaat over de banaalste onderwerpen, durft nu dit 'belangrijke' conflict niet aan te gaan? Ik doe alsof ik verbaasd ben, maar het is enkel cynisme.
Het begon me allemaal te dagen toen het heel lang stil bleef van jouw kant, nadat ik, toegegeven, zelf ook lang stil was geweest. Natúúrlijk ga ik niet ontkennen dat we afstand nodig hadden om het 'uit te houden'. Er was eerlijk gezegd ook geen sprake van dat we zo close zouden blijven, of toch niet van mijn kant. Maar om daarom zonder enig signaal uit mijn leven te verdwijnen? Dat gaat er bij niet in. Dat is ook gewoon hopeloos fout, naar mijn mening. Heb je dan geen enkele goeie herinnering meer aan mij? Ik heb wél nog een hoop goeie herinneringen aan jou.
Ik schrijf je dit namelijk niet toevallig één jaar en één dag nadat we samen - ja, wij twee - naar mijn mening de leukste avond van 2009 op poten hadden gezet. Je had me over de streep getrokken. Ik wilde het doen en jij zei me het om die reden te doen. Je steunde me en hielp me. Je had er veel zin in en had er achteraf ook helemaal geen spijt van. En ondanks enkele onderhuidse spanningen (van mijn kant, over jou oordeel ik niet) had ik helemaal niet kunnen vermoeden dat wij één jaar en één dag later helemaal niet meer met elkaar zouden omgaan en dat ik je daarom dit soort brief zou schrijven.
Ik vind er geen bal aan en ik betreur het enorm, maar ik zit niet in de put hoor. Ik was niet blij meer met de situatie zoals ze was en ik wilde er dus van af. Ik maakte me er ook in zekere zin van af door jou minder te zien, maar ik had een soort 'LAT-relatie' met jou voor ogen en die zie jij nu klaarblijkelijk niet zitten. Misschien heb jij mijn boodschap anders geïnterpreteerd dan ik ze had bedoeld. Al dan niet moedwillig. Conflicten tussen zender en ontvanger, en ruis op de boodschap, die dingen. Maar ik wéét niet eens of het daaraan ligt. Er is geen discussie mogelijk, zo lijkt. En die ene mail die ik je weken geleden stuurde, liet je onbeantwoord.
Anyway, ook al schrijf ik dit misschien een half jaar nadat ik mijn laatste leuke avond met jou heb beleefd: het zindert nog na in mijn gevoelige brein, ja, maar elke dag iets minder. Ik kan jou ook vergeten zonder al te veel misbaar; ik kan dat ook. Mijn trein heeft een bocht genomen, moest een bocht nemen, en als jij die trein gemist hebt omdat je liever in je bed bleef liggen, omdat het regende die dag of omdat je gewoon de pest hebt aan treinen, dan is dat in essentie oké voor mij. Alleen dat kleine woordje van uitleg, dat heb ik gemist. Als dat er was geweest had ik het helemáál oké kunnen vinden. En je weet dat ik zelf wél uitleg geef bij de dingen, dus daar ligt het in deze niet aan.
Ach, voorbij is het toch en het hoeft ook niet meer terug te komen.
Het ga je goed,
A.
zaterdag 16 januari 2010
Even mezelf gedefriended
Waarom eigenlijk? Waarom weet ik al weken dat ik één of twee dagen voor mijn verjaardag mijn Facebookaccount zal desactiveren? Omdat ik al die welgemeende verjaardagswensen niet hoef? Omdat ik van de meesten niet geloof dat ze wel echt welgemeend zijn, doch eerder routineus en oppervlakkig alsof ze zomaar aan x of y gericht zijn? Omdat een Facebookdesactivatie bij een drieëntwintigste verjaardag hoort?
Ik weet het niet precies, maar ik ben consequent met mezelf geweest en heb me zonet gedesactiveerd. Tijdelijk, besliste ik meteen, als een bange man die niet te ver de donkere buis inkruipt. Maar tegelijk wil ik wel proberen om het wat langer vol te houden. Of nee, helemaal niet. "Wat is het nu eigenlijk?" Ik wil gewoon geen onbestaande woordjes als 'b-day' of 'sluukes' op mijn Facebookprofiel. Ik wil gewoon een beetje tegendraads zijn; dinsdag gewoon weer activeren en dan een 'onbesmeurd' Facebookprofiel aantreffen. Ik heb ook gewoon geen zin om dinsdag zo'n "bedankt iedereen voor de felicitaties" de wereld in te moeten sturen. De mensen die het echt met mij menen wensen mij toch geen "happy b-day" via Facebook?
Wat een gedoe, wat een gelul. Wat een typisch gelul toch weer. Dit ben ik helemaal. Onbeslist, de voor- en nadelen van het banaalste feit ter wereld tegen elkaar afwegend, om dan voor een bepaalde optie te kiezen en er instant spijt van te krijgen. Want nu al heb ik zin om dat Facebookprofiel van mij gewoon weer te activeren. Op twee seconden gebeurd. Ik heb ook wel zin om te zien wie mij feliciteren wil. Misschien ben ik bang dat het er maar weinigen zullen zijn? Zelf feliciteer ik ook niet snel, dus..
En Facebook as such opgeven behoort niet tot de mogelijkheden. Ik zou het nog minder erg vinden mocht iemand het raam in mijn kamer vervangen door een donkere muur. Facebook is mijn hoogstpersoonlijke micro-bullshitblog. Zever, zever en nog meer zever. "Alexander wil een neger pijpen", "Alexander defriendt u vandaag nog", zo'n dingen. Controversieel en op het randje. Ietwat opvallend tussen alle "gaat naar de kapper"s of "heeft een slecht examen gehad"s.
Maar waarom ik het echt niet kan missen: Facebook is een beetje naar de wereld kijken vanachter een glazen wand (tamelijk letterlijk te nemen). Een wereld waarin je 'iedereen kent', dan nog. En die wereld kan ik niet meer missen, geloof ik. Dankzij die virtuele wereld voel ik me minder alleen en krijg ik makkelijker gaatjes opgevuld.
Weer activeren dan maar?
Ik weet het niet precies, maar ik ben consequent met mezelf geweest en heb me zonet gedesactiveerd. Tijdelijk, besliste ik meteen, als een bange man die niet te ver de donkere buis inkruipt. Maar tegelijk wil ik wel proberen om het wat langer vol te houden. Of nee, helemaal niet. "Wat is het nu eigenlijk?" Ik wil gewoon geen onbestaande woordjes als 'b-day' of 'sluukes' op mijn Facebookprofiel. Ik wil gewoon een beetje tegendraads zijn; dinsdag gewoon weer activeren en dan een 'onbesmeurd' Facebookprofiel aantreffen. Ik heb ook gewoon geen zin om dinsdag zo'n "bedankt iedereen voor de felicitaties" de wereld in te moeten sturen. De mensen die het echt met mij menen wensen mij toch geen "happy b-day" via Facebook?
Wat een gedoe, wat een gelul. Wat een typisch gelul toch weer. Dit ben ik helemaal. Onbeslist, de voor- en nadelen van het banaalste feit ter wereld tegen elkaar afwegend, om dan voor een bepaalde optie te kiezen en er instant spijt van te krijgen. Want nu al heb ik zin om dat Facebookprofiel van mij gewoon weer te activeren. Op twee seconden gebeurd. Ik heb ook wel zin om te zien wie mij feliciteren wil. Misschien ben ik bang dat het er maar weinigen zullen zijn? Zelf feliciteer ik ook niet snel, dus..
En Facebook as such opgeven behoort niet tot de mogelijkheden. Ik zou het nog minder erg vinden mocht iemand het raam in mijn kamer vervangen door een donkere muur. Facebook is mijn hoogstpersoonlijke micro-bullshitblog. Zever, zever en nog meer zever. "Alexander wil een neger pijpen", "Alexander defriendt u vandaag nog", zo'n dingen. Controversieel en op het randje. Ietwat opvallend tussen alle "gaat naar de kapper"s of "heeft een slecht examen gehad"s.
Maar waarom ik het echt niet kan missen: Facebook is een beetje naar de wereld kijken vanachter een glazen wand (tamelijk letterlijk te nemen). Een wereld waarin je 'iedereen kent', dan nog. En die wereld kan ik niet meer missen, geloof ik. Dankzij die virtuele wereld voel ik me minder alleen en krijg ik makkelijker gaatjes opgevuld.
Weer activeren dan maar?
Abonneren op:
Posts (Atom)