maandag 28 april 2008

"Pardon. Pardon."

Het is al voorbij. Het was niks. Het was peanuts.
En toch. Je had je eigen verontwaardiging moeten voelen.

Een wat oudere mevrouw loopt met haar rollende valies koket richting bergafwaartse roltrap en weet zich daar aangekomen semi-versperd door een zwarte mama met een kinderkoets. In feite is er geen sprake van 'in de weg staan', maar toch gaat dat kijverig van "Pardon! Pardon!" De zwarte mama zet zich haastig aan de kant voor die valies en dat Gekijf, en voelt zich naar alle waarschijnlijkheid enorm opgenomen in onze maatschappij.

Was dat racistisch van dat Gekijf? Aan haar slome tret te zien leek ze alleszins niet dringend haar tram te moeten halen. Waarom moest Het zich zo negatief uiten? Nog in de Congo gezeten misschien, in de jaren stillekes?

Nu goed, ik sloeg dat dus gade, omdat ik achter die valies liep en meteen na die sneer van het Gekijf zocht ik de blik van die zwarte mama. Ik wilde stilzwijgend communiceren in de trant van "zotte doos, niks van aantrekken", maar de zwarte mama sloeg geen acht op mij. Even genoeg van de blanke bezetter allicht.

Maar omdat ik in een fractie van een seconde had beseft toch iets te willen bijdragen aan het leed van het Gekijf, snelde ik erachter aan de trap af, waar Het zich met haar valies al breeduit had opgesteld. En erbij aangekomen riep ik met hoge stem twee maal "Pardon. Pardon." om daarna verder in sneltempo de roltrap af te dribbelen. Ik had een tram te halen tenslotte.

Zou Het er lang bij stilgestaan hebben? Ik hoop zo ongeveer tot op het moment dat ze beneden was aanbeland, ofte dus een vijftiental seconden.

Voor hem was ik daar

De concentratie is er. De woorden stromen. Daarom kon ik vandaag zo genuanceerd ongenuanceerd mijn meningen spuien over alles wat me beviel en niet beviel. En dat was heel wat.

Toevallig deden ik en mijn arrogante airtje vandaag een kraakpand aan. Een kraakpand is een big no no, hier-o, als u de relnicht in mij even ruimte gunt, en na vanavond is dat er ook in geen lichtjaren op verbeterd. Gesloten deuren die me niet welkom heetten, donkere ruimtes die me deden vergeten dat ik me goed voelde, zoekende mensen die misschien wel nooit zullen vinden: het was er allemaal en het mag er allemaal blijven. Zonder mij.

Er was een concert, daar, en dat was evenzeer oorzakelijk voor mijn wat harde perceptie van de feiten. Kutmuziek gemaakt door mensen zonder inzicht, zonder houvast of filosofie en met een drummer die ik kende. Voor hem was ik daar.

Hij vroeg me achteraf naar mijn mening en ik drukte die goed uit, al zeg ik het zelf. "Euh, zijt ge zeker dat ge..?" beschermde ik hem. Maar hij was zeker. "Ik vond het eerlijk gezegd niét goed hoor. Om niet te zeggen dat ik het crap vond. Dikke crap, om eerlijk te zijn."

Een afgemeten knikje en een al even emotieloos "Ok", en we bleken alweer zowat uitgepraat. Ik wilde me niet excuseren voor iets wat ik uit de grond van mijn hart meende, zijn weinig sprekende reactie deed er ook geen goed aan. Hij leek zich te kunnen vinden in de bunker, in het donker, in de schlemiele kotsklank van de gitaar. Ik mocht hem niets verwijten, maar ging dat naderhand toch doen. Uit angst alweer, besefte ik vrijwel meteen.

En zo komt het dat ik snel eens een goede babbel met hem wil. Dat ik wil peilen naar een en ander. Laatst zegde hij me tijdens zo'n babbel dat hij "lang niet meer zo'n gesprek had gehad". Zelf heb ik elke dag zo'n gesprekken, én bevredigendere. Ik had u gewaarschuwd voor mijn arrogante airtje.

zondag 27 april 2008

Gratuit een video

Nog niet geblogd vandaag, zat ik me in de filmzaal te bedenken. Heel de dag in de weer geweest, geen moeite gehad om niet achter mijn computer te kruipen met dat schitterende weertje en dan 's avonds alsnog voor een groot scherm gestrand voor "Lust, caution", die nieuwe film van Ang "Brokeback Mountain" Lee.

Maar niet-bloggen, dat knaagt en dus waaide mijn aandacht tussen twee scènes al eens richting virtuele weg. Bij gebrek aan een goed idee had ik me al met enige zekerheid voorgenomen u gratuit op een videootje te trakteren en dat zou er dan eenjte van mijn "lied van de week" worden, plande ik gelijk ook maar. Gek genoeg moest ik eventjes nadenken over dat lied van de week van mij, maar toen ik me concentreerde herinnerde ik me dat dat "Breed" van Nirvana is. Deze week nog eens de kracht van "Nevermind" ondervonden, vandaar. Geweldige plaat, zo essentieel. Kwansuis een soort voorbeeld waarnaar je goede gitaarrock kan modeleren. En dat toen uit het niets in '91: heel speciaal.

Edoch, geen "Breed" vandaag en wel het "Lust, caution theme". Ten eerste omdat "Breed" een andere keer ook nog kan en ten tweede omdat dat "Lust, caution theme" iets beter past bij het moment van schrijven (bij deze 1.50 a.m.).
De film is trouwens een absolute aanrader en het is jammer dat er dikwijls zo op de "expliciete seksscènes" wordt gefocust. Die zitten er inderdaad in, maar het verhaal biedt veel meer dan dat.

En nu muziek, dan maar. Ik was niet van plan nog een epistel te beginnen.

zaterdag 26 april 2008

Taferelen van toen

Herinneringen aan mijn kleutertijd, aan de lagere school, en iets makkelijker, aan het middelbaar. Ik praatte erover met P. Hij kon zich hele taferelen opnieuw voor de geest halen, ik herinnerde me vooral alle namen van alle kindjes, en hun achternamen, en de namen van hun broers en zussen en mama's.

Twee herinneringen wil ik hier neerschrijven. Voor mij zijn ze veelzeggend en bepalend. Bovendien vind ik ook dat het twee scènes zijn die zich laten schrijven. Dat helpt. Ze typeren me en vatten me op een bepaalde manier samen, op een bepaald moment in mijn leven. Ze tonen me als een buitenstaander, "ne speciale", iemand die strijdt.

In het derde leerjaar was ik nog een kind. Uitstekende punten halen was mijn hoogste doel, en omdat er op mijn school geen punten werden gegeven, was het mijn missie het ijverigste kindje van de klas te zijn. En dat was ik. Maar ook was ik koppig, eigenzinnig, niet doorsnee en asociaal om niet te zeggen licht contactgestoord. Daarom gebeurde het wel eens dat ik tijdens een speeltijd ergens alleen zat te mokken.

Ik weet niet precies hoe vaak ik daar gezeten heb, maar in mijn toenmalige klas stond er een hoge spiegel in een hoek van zowat 30° rechtop tegen een muur. Ik had ontdekt dat ik er achter kon gaan zitten en dat niemand me daar zou betrappen. Misschien heb ik er maar drie middagspeeltijden doorgebracht, ik kan het me niet herinneren, maar op een van die keren hoorde ik mijn juf met die van het vijfde en zesde leerjaar babbelen. Waarover ze het hadden kan ik me niet herinneren, maar ik mag me graag inbeelden dat het ook over mij ging. Dat ik een heel ijverig jongetje was, met een ontembare werklust, en intelligent! Ja, en dan zou mijn neus zijn gaan krullen daar achter die spiegel.
Kan het nu ook dat ik ooit geluidjes heb gemaakt van achter die spiegel? Laat dat voor een volgende keer zijn.

Een tweede, en iets coolere, herinnering brengt me terug naar het tweede middelbaar. Ik wilde "mezelf zijn" in die tijd en alle anderen in mijn klas wilden "cool" zijn - ik was met hen in strijd. Enkel op P. kon ik steunen, en op onze beste momenten manifesteerden we ons als een superieur alternatief voor "al die marginalen".
Het was de tijd van mijn tweede walkman, mijn uitdijende collectie cassetjes en mijn diepteverkenning van de populaire gitaarmuziek. Ik had de titelloze debuutplaat van Foo Fighters ontdekt en vond "This Is A Call" en "I'll Stick Around" geweldig en rockin' the classroom. Samen met P. zat ik achteraan in de zithoek en wij maar met dat hoofd schudden, elk één oortje in ons oor. Het was zo'n moment waarop ik andermaal bevestigd zag dat ik niet moest onderdoen voor die leeftijdsgenootjes van me. Ik was ook cool, zoniet cooler, en niet in het minst omdat ik zo anders was dan zij.

Waar een avond op café al niet goed voor is.

donderdag 24 april 2008

Hij, in zijn grot

"Ik zie mezelf wel alleen in een kamertje wonen, met mijn piano en een stapel boeken, maar zonder mensen in de buurt." Hij poneerde het doodserieus (zoals altijd) als een conclusie na een bepaald gesprek, en ik voelde een siddering over mijn rug lopen. Wat een enge gedachte! Hoe kon een mens zoiets zeggen? Hij zou zijn tijd zonder andere mensen kunnen doorbrengen, zoals een kluizenaar, in een grot.

Vanuit mijn brein beschouwd was dat een equivalent van mijn hel, waarin er helemaal niemand aanspreekbaar is, en waarin je volstrekt alleen bent zonder daarvoor te hebben gekozen. Nooit zal ik langdurig alleen willen zijn, verstoken van mensen, expliciet wensend dat ze mij met rust lieten. Ik denk dan ook dat iemand die zulks wel ziet zitten zich niet helemaal goed voelt.

Toch zei hij dat dus en ik schrok me er zelfs niet rot van, eerlijk gezegd. Hij had ooit al iets dergelijks gedaan, al had hij toen wel op zijn tanden moeten bijten, en zijn karakter liet hem ook makkelijker toe zulks te overwegen, op zichzelf als hij was.

Nee, ik was aangegrepen door deze weinig positieve kijk op "de mens" an sich, want daar getuigde zijn uitspraak toch van. Alsof hij zich niet met mensen verwant voelde, alsof hij hen liever kwijt dan rijk was, bijna. Zelf had ik altijd alles met mensen willen delen, wilde ik praten, bellen, in de ogen kijken en luisteren. Zelfs al ging het me niet geweldig af: ik wilde elke avond samen met mensen naar een feest om samen ons menszijn te vieren. Om gelukkig te zijn.

Ik was van plan niet in te gaan op zijn opmerkelijke conclusie, maar deed het toch. Gelukkig konden we even later zonder veel gedoe een eind aan het gesprek maken. Zijn kille verwoording - zo had ik ze toch ervaren - had me op een andere manier geraakt dan ik hem had laten blijken. Ze had me meer dan ooit naar een frisse wind doen verlangen. Een wind die geen donkere storm maar een deugddoende bries voorspelde.

woensdag 23 april 2008

Gisteren, the sequel

Vroeg ik me gisteren nog af of ik die-tekst-voor-dat-schoolproject wel op mijn blog mocht "pleuren", dan stel ik vandaag met enige zekerheid dat dat inderdaad wel degelijk mag.
Niet alleen omdat ik de tekst herwerkt heb en hij in die aangepaste versie in het schoolkrantje zal verschijnen, maar ook, en zelfs vooral, omdat die-van-recht vandaag bezig was over auteursrecht en ik daar een argument meen opgevangen te hebben dat me gunstig leek. Wat het mens nu weer precies zei is me helaas al lang weer ontgaan.

Bij deze:

I hate the nineties

"Heeft een horde twaalfjarigen zich nog maar pas overgegeven aan Tektonik, dan kunnen de twintigers onder ons dezer dagen ook weer lustig aan het hypen gaan. Een eerste “weemoed des levens” blijkt zich immers van deze laatste groep meester te hebben gemaakt, en daar komt – zo blijkt uit de massaal positieve YouTube-respons op oude muziekclips – een brandend verlangen naar de muziek uit de gouden jaren ’90 van.

Nu mag u enig sarcasme niet voor waarheid nemen en veronderstellen dat ik aan het vorige decennium muzikaal niets overgehouden heb. Meer nog: niets is minder waar. De nineties brachten mij immers de grunge met Nirvana en zijn volgelingen, hertekenden de Belgische rockscene ten goede met dEUS en Evil Superstars, en maakten het me kort voor het millennium ook nog eens mogelijk mijn zakgeld aan ander dierbaars (lees: het WK ’98-stickerboek) uit te geven, toen het illegaal downloaden zijn intrede deed.

No offense at all, dus, 90’s-fanboys,… móchten jullie het tenminste over dezelfde jaren ’90 hebben als die waarover ik spreek. En dat – ik had het natuurlijk aan mijn gulden paaseieren kunnen voelen – is bepaald niet het geval. Mijn Kurt Cobain blijkt immers jullie Pat Krimson te zijn – of zo leid ik af uit de commotie rond Westerlo’s finest - en mijn gelauwerde grunge schijnt jullie levendige herinnering aan dat dozijn pseudo-Zillioniaanse nachten in de Carré te Willebroek.

Legt u zich evenwel rustig te slapen op uw verfoeilijk paar oren, snoodaards: zelfs mocht ik over een duizendkoppig legioen beschikken, ik zou nog geen oorlog ontketenen om mijn schriftelijke pleidooi in slagkracht om te zetten. Meer zelfs: ik vlij mijn mooie hoofd op het dichtstbijzijnde kapblok en herhaal, mocht u dat willen, een drietal keer (met tegenzin): “Mijn zaak is een verloren zaak”. Want 21.500 bezoekers op de eerste I Love the 90’s-Fuif can’t be wrong. Daar kan zelfs ik althans niet tegenop.

Rest er mij dus nog u een maximum aan plezier te wensen tijdens het met betraand gezicht doornemen van uw vers afgestofte Joepie-archief. Ook zal ik u voorts op geen enkele manier verhinderen uw 2 Fabiola-singletjes nog grijzer te draaien dan ze al zijn. En gedurende deze door u afgebakende feestperiode zal ik, mij gevraagd naar mijn favoriete one-night stand, sec en zonder verpinken “Kim Kay” antwoorden. Als ik al niet voor Alana “mijn sextape duurde langer dan mijn zangcarrière” Dante kies tenminste."

dinsdag 22 april 2008

Onnozel of ernstig?

Ik leg u voor: de volgende kwestie.
Vandaag schreef ik een tekst, voor een schoolproject, waarover ik vrij tot zeer tevreden ben. Om die reden moet ik me bedwingen 'm hier niet gewoon op de blog te pleuren, ik wil dringend publiekelijk de auteur van die tekst zijn. Maar...vraag ik me dan vertwijfeld af: kan ik die tekst op mijn blog zetten, als hij over enkele weken als hoegenaamd origineel en nieuw in een schoolkrantje moet verschijnen?

En ik weet het niet.

Het is mijn tekst, dus doe ik ermee wat ik wil. Maar ik schrijf 'm in opdracht van een groter geheel dus is dat groter geheel misschien de bezitter van die tekst. Ik kan er niet aan uit en vraag me af of u dat wel kan. Vooralsnog laat ik het "pleuren" dus nog maar eventjes achterwege en wacht ik af wat mijn groepsgenootjes ervan zullen zeggen.
Van de tekst dan, welteverstaan, niet van deze kwestie.


***

Zonet vroeg ik P. om zijn mening in deze en hij gelooft dat het in feite geen kwaad kan, mocht ik de tekst hier al openbaar maken. Tussen mezelf en het schoolkrantje is geen exclusiviteitscontract afgesloten, waardoor ik als eigenaar van de tekst de vrijheid heb om deze te publiceren als ik dat wil.

Ik weet het echter nog steeds niet en excuseer me bij deze voor de (voorlopige) niet-publicatie. Voor zover u dat aan het hart zou gaan, natuurlijk.

maandag 21 april 2008

D.ekseltje

Lach me maar uit, ik zeg het toch: ik hou van het idee van de puzzel, de puzzel van twee stukken, als in "op elk potje past een dekseltje," als zou de ene mens de andere mooi kunnen aanvullen.
Natuurlijk is dat aanvullen slechts op bepaalde facetten van de persoonlijkheid van toepassing. Ik praat graag en P. luistert graag, maar als hij te traag is ergert hij me, en als ik te snel oordeel ergert hij zich.

Maar toch: de puzzel is er om hem te gebruiken. D., bijvoorbeeld, leert me niet iedereen in hokjes te willen stoppen, al heeft hij dat zelf allicht niet door. D. zit - uit de losse pols - in mijn hokjes "sympathiek", "sport", "behulpzaam", "open minded" en nog zo'n paar. Die hokjes bestaan niet echt, het klasseren gebeurt, denk ik, in mijn onderbewustzijn waar ze me helpen de dingen te structureren en de angsten te bezweren.

D. is een deksel op een van mijn belangrijkste potjes. Ter illustratie: hij zou met plezier naar dit gepalaver luisteren, mocht ik het hem uit de doeken willen doen. Maar vooral omwille van het feit dat hij mij aanhaalt, dat hij mij in het licht trekt, dat hij mij leuk vindt, zo onbevooroordeeld. Dat is ontroerend.

En nochtans dacht ik aanvankelijk dat hij "ne margi", "e sjotterke", "ne gelkop", en "ene uit de marginalen driehoek" was. Ik was bang van hem en dacht dat hij mij "ne rare", "ne freak" en "ne ket waarmee ik niks te maken wil hebben" vond. En dat was ook een beetje zo, gaf hij me al eens toe.

Hoe het dan precies gebeurde dat hij als deksel op mijn potje belandde, kan ik me niet precies herinneren. Dat we geregeld met elkaar op de trein zaten en zitten zal daar wel iets mee te maken hebben gehad. Dat ik hem lichtjes bleek te fascineren omdat ik voor hem het "het onbekende" scheen te zijn, en dat ik hem wilde koesteren omdat hij voor mij "het zuivere, het onbevlekte" is en was, dát maakte dat D. en ik het steeds meer voor elkaar gingen hebben. Dat maakte dat hij bij mij thuis kwam, dat ik bij hem thuis kwam, dat ik hem een appel gaf, dat hij chocolademelk voor mij maakte, dat hij zijn litteken toonde en dat ik praatte over mijn eigenaardigheden.

Dat maakte dat ik bevriend raakte met iemand waarvan ik nooit of te nooit had gedacht dat ik nog ooit met zo iemand bevriend zou raken.
En damn dit begint pathetisch te worden, maar D. zou dit in alle eerlijkheid 'mooi' noemen. Misschien moet ik het hem laten lezen.

zondag 20 april 2008

De lach der gestresseerden

Urenlang naar een haperend scherm kijken. Met ogen als die van een koe. Het is te moeilijk, het programma wil zich niet aan mij openbaren. Ik kijk in het boek, maar wil buiten glazen flesjes tegen een muur gaan gooien.

Het moet altijd moeilijker en moeilijker worden. Wij zijn supermensen met superambities, allemaal. Ik heb een keuze gemaakt en daar draag ik nu de gevolgen van. Geen begeleiding die daar wat aan kan veranderen.

Het hapert, het stokt, het herstart.
Het is vervelend, en deprimerend, en ook frustrerend.
Ik wil eerst weg, daarna nog steeds, en daarna dood.
Het maakt me onge-lukkig-lukkig-lukkig-lukkig.

En als het voorbij is, achtervolgt het me. Dan wil ik iets anders, maar doe ik nog steeds hetzelfde. Dan zijn vrienden mijn vijanden en vijanden mijn moordenaars. Dan maak ik plannen voor morgen die ik niet zou mogen maken.

En daarom lach ik om alles, om me recht te houden. Een kleuter met een mopje is dan mijn beste vriend. Als ik kan vergeten, ben ik in de wolken. Een hikkende, krakende, sputterende lach, die ik voel knellen in mijn keel.

zaterdag 19 april 2008

Bij het oud vuil

Al van ver zagen we hem gesticuleren. We moesten uit zijn zatte gezichtsveld blijven, anders hadden we hem voor de rest van de avond aan ons been. Het bleek niet mogelijk hem te ontlopen, plots stond hij naast ons. Met dubbele tong en één vierde van zijn verstand.

Hij moest zijn armen om ons heen kunnen slaan, liefst alletwee tegelijk. Hij stond nog op zijn benen, maar op een manier waarop je aan de laatste marathon van je leven begint. Zijn kapsel lag goed, - hij zal er best tevreden over gewest zijn - zijn wangen leken ingevet met een onpeilbaar blinkend goedje.

Tijdens de show deed hij bijzonder vervelend. Mensen op de schouders tikken, zatte kreten in onze oren jengelen. Verschillende mensen wilden hem naar buiten dragen, één meisje duwde hem meermaals en met stijgende verontwaardiging van zich af.

Gelukkig verdween hij ook weer geruisloos van het toneel. Een volgende pintje gaan halen en niet meer teruggekeerd, allicht. We vroegen ons elk afzonderlijk en in stilte af hoe hij zou thuisgeraken. Maar als we heel eerlijk waren, en dat waren we die keer wel, kon het ons ook weer niet zo heel veel schelen. Hij was onherstelbaar beschadigd, en daarom hadden we hem een tijd geleden al bij het oud vuil gezet.

vrijdag 18 april 2008

Jubelende (jub)

"Het is u vast niet ontgaan dat er een nieuwe cd van dEUS zat aan te komen. Het vooruitgeschoven "The Architect" - met voorsprong de single van het jaar, daar durven wij halverwege 2008 al veel geld op in te zetten - wordt al een paar weken volledig terecht grijsgedraaid op alle radiozenders, en wie de band op Canvas aan het werk zag in de 'Lux XL' met Anton Corbijn, weet dat we het allerbeste mogen verwachten van de nakende clubtour. Als dEUS op 6 juli Rock Werchter afsluit, zullen wij, weer of geen weer, van een prachtige zomer spreken."

Tot zover de inleiding van het Humo-interview met Tom Barman, deze week.
dEUS wordt gratuit doodgeknuffeld, als u het mij vraagt, en dan moet u weten dat ik een meer dan gematigd liefhebber ben. Want zet er Hooverphonic of Sioen naast en je weet wie er onder de kerktoren is blijven kamperen en wie niet.
Maar dat gratuite.

"Nu al met voorsprong de single van het jaar," waarom zegt (jub) dat? Ik vind alleszins dat hij dat niet hoort te zeggen. Hij wéét dat niet, één, maar vooral: hij moet zijn lezers hun maaltijd niet voorkauwen met dergelijk sloganesk populairs. Zo platjes, zo matig. Ik vermoed dat zelfs Tom Barman het met me eens zou zijn, mocht het hem kunnen interesseren.

En dat flauwe verwijzen naar Rock Werchter. Wacht het af, man!
Toen ik de heren redacteurs op de Rock Rally-finale nog eens van dichtbij bekeek, bedacht ik me ook al dat die heren misschien eens een andere hobby moesten gaan zoeken. Niet dat ze een foute winnaar hadden aangeduid (daar spreek ik me hier niet over uit), nee, gewoon, dat grijze, dat Guy Mortiersfeertje, waar ik het nochtans zwaar voor heb, maar dat m.b.t. muziek wel al even gepasseerd is. Hun cd-recensies zijn ook niet je dat, zeg nu zelf.

Het interview met Barman is wel goed, maar dat komt door Barman zelf, een man aan wiens lippen je uren kan hangen. Zijn stopwoordjes en zijn hyperkinetische gedrag zijn goed weergegeven. En zijn passie, bezieling en energie ook. Tom Barman is een straffe gast. Heerlijk on-Vlaams, de mediameute en de bakvissen ten spijt.
Hij is vooral niet gewoon de-zanger-van-een-groepje, eigenlijk is hij een kunstenaar genre Jan Fabre of Luc Tuymans, en zo praat hij ook. Hem interview je niet uitsluitend over zijn liedjes, liever praat je met hem over een sfeer, een stad, een abstract gegeven waar hij een mening over heeft.

De nieuwe cd is trouwens zeer goed. Ik word de laatste tijd echt niet makkelijk meer van mijn sokken geblazen door muziek en ook "Vantage Point" slaagt daar niet in. Maar goed is hij dus wel, met "Favorite Game" en "Slow" als uitschieters. Dat iets demonischere zou ik graag zien terugkomen op volgende platen. De laatste nummers hebben me nog niet helemaal overtuigd, al zitten die merkbaar goed in elkaar, en "The Architect" is, laat ons zeggen, vooral verrassend, inderdaad. Maar "nu al de beste single van het jaar." Blablabla.

donderdag 17 april 2008

Bel me! Schrijf me!

Hey M., ik ben het.
Je weet dat ik je bijna altijd bel als ik me niet zo goed voel. Sorry daarvoor.
Nu dus ook weer, ja.

Hoe het komt? Bwa, het is er gewoon. Mijn spieren zijn stram, ik ben moe.
Nee, ik heb geen koorts. Ik heb het al enkele dagen.
En school is bollocks. Saai. Kut.
Verveling. Eenzaamheid.

Hoe gaat het met jou?
Vertel me iets leuks, waar ik me aan kan optrekken.
Ik vind je leuk.
Je krijgt van mij een 9.4 op tien.
Echt waar.

M., waarom ben jij zo volwassen en ik zo'n kind?
Waarom heb jij het zo op een rijtje?
Wist je dat ik een blog heb?
Nee, ik geef je de url niet, sorry. Probeer 'm eens op te sporen, maar laat me er voorts niks van weten.

Je maakt me echt beter. Ik voel me al een stuk beter.

Hoe gáát het met je? Dat interesseert me echt.
Ik schaam me voor mezelf.
Natuurlijk zeg je dat het niet erg is. Ik vind het wel erg.
Ik moest maar eens wat leuker worden.

Vertel het me!

Heerlijk. Je bent zo goed bezig.
Ik ook hoor. Ik kan het ook.
Ik ga het nu doen.
Bedankt. Je bent geweldig. Ik héb iets aan jou.

Tot binnenkort.
Schrijf me.
Slaapwel.

Deze post had "Pech" kunnen heten

Ze is geen 'normale' treinreiziger. Ze staat in het midden van de gang, loopt heen en weer en heen. Niet dat ze haar kaartje zoekt, nochtans. Of haar tas of haar portefeuille. Nee, dat alles is ze kwijt. Het staat in haar ogen te lezen en ze kan er niets aan doen, maar ze is radeloos.

Ze praat tegen mensen die het niet kunnen weten, ze vertelt hen wat er volgens haar is gebeurd. "In de coupé was het zo rustig, zo vredig dat ik in slaap ben gevallen. Al mijn spullen lagen op de zetel voor mij. En toen ik wakker werd was alles weg." Haar autosleutels heeft ze nog, maar dat is het dan ook. "Op mijn gsm zit een beveiliging. Ik weet niet hoe handig ze daar mee zijn," stamelt ze.

Kon ze de tijd maar terugdraaien. Naar de politie straks, daar zullen ze haar uitlachen. Arme mevrouw. Haar verdriet maakt haar wat mooier dan ze is. Die blauwe ogen bijna in tranen, ontroeren.

Straks komt ze thuis en moet ze het uitleggen aan haar zoontjes. Misschien woont ze alleen en belt ze iemand op. Zo moeilijk als het leven is, zo uiteenlopend de scenario's. Ik hoop dat er iemand is om naar haar te luisteren, vanavond. Ze zal hier niet snel over uitgepraat zijn.