maandag 6 februari 2017

Politiek correct

Gisteren sprak ik met iemand over 'moslims', mensen met een bruine huidskleur, van het Arabische type, al dan niet van het openlijk religieuze type.
Ik zei dat ik die mensen zelden of nooit tegenkom op plaatsen die ik zelf frequenteer. De cinema zit vol blanke mensen, op café zit ik tussen de blanke mensen, in de concertzaal sta ik uitsluitend tussen blanke mensen en op een lezing zit ik tussen uitsluitend blanke mensen. Op de maatschappelijke-culturele blog van mijn nonkel, die ik veel lees, komen veel reacties, steeds van blanke mensen.
Voor mensen van zwart-Afrikaanse origine ligt het een beetje anders. Die ze je wél op deze plaatsen. Het zijn de mensen met een Arabische achtergrond die je niet ziet. Zo'n onoverbrugbaar cultuurverschil?
De cinema, het café, de concertzaal: het zijn drie vrij 'gewone' omgevingen waar ik zelden maar eerder nooit iemand met een bruine huid zie.
Ik vroeg me tegenover mijn gesprekspartner af of dit een probleem is. Neen, het is geen probleem. Maar het is wél opvallend. Ik weet niet welk percentage van de inwoners van België een Arabische achtergrond heeft, maar hoe laag dit percentage ook is, ik zie het niet weerspiegeld op de plaatsen waar ik kom. Nochtans is het niet mogelijk dat een Arabier van de tweede of derde generatie niet in films of muziek geïnteresseerd is. Interesse in cultuur is des mensen, het is normáál. Of zijn deze mensen niet geïnteresseerd in 'onze' muziek, enkel in die van van 'hun'? Laat het hen koud? Wijst men het af?
De discussie over wat links moet doen om uit het 'dal' te klimmen woedt volop. Ik denk alvast dat het geen goed idee is om als sympathisant van links te doen alsof je helemaal verzot bent op alles wat een beetje 'Arabisch is, maar dan bewust niet aan te stippen dat het wel erg opvalt hoe mensen met een Arabische achtergrond vrijwel totaal afwezig blijven op 'onze' culturele evenementen.
Overigens blijft het eigenaardig dat vooral linkse partijen moslims weten aan te trekken. Qua waardenstelsel zou je denken dat moslims eerder aansluiten bij conservatieve partijen. Wat betreft abortus en euthanasie, om maar die te noemen, denk ik dat de meeste moslims niet op één lijn zitten met linkse partijen. Als Vlaams Belang terug naar een maatschappij wil waarin de vrouw aan de spreekwoordelijke haard zit, denk ik dat vooral moslims bereid zijn om hierin mee te gaan.
Opvallend allemaal. En opvallend is ook dat ik iets moet 'overwinnen' om dit op te schrijven. Ik zit met een zekere angst dat vrienden die dit toevallig lezen mij zullen veroordelen.
Ik zit al een tijdje in de nogal politiek correcte omgeving die de (...) is. Ik merk dat dat me aan het denken heeft gezet en dat ik daar tegen ben gaan rebelleren. Op de (...) spreekt men graag over 'positieve beeldvorming rond allochtonen'. Ik gruwel intussen van die term. Het paternalisme daarvan. Mag iedereen nog zelf kiezen wat hij denkt? De (...) heeft de taak om thema's onder de aandacht brengen en mensen verder vrij laten om zelf een oordeel te vellen. In plaats daarvan is men soms geneigd om autochtonen te culpabiliseren wanneer zij negatief of zelfs onverschillig staan tegenover alles wat met allochtonen of migratie te maken heeft. Maar dat soort politiek correcte denken is totaal voorbijgestreefd. Ik zou hen dat willen zeggen, maar weet dat het niet zou worden geapprecieerd.
Erg vreemd allemaal. En weinig productief.

donderdag 2 februari 2017

De oogst van de seizoenen (2010)

Hé Vetolezer, dat je daar smullend van een bord vol au vent in Alma 1 door het cultuurkatern bladert. Zou jij eens geen goed boek lezen in plaats van altijd maar dat studentenkrantje? Op de literaire avond 'De oogst van de seizoenen' hebben we je alvast niet gezien. Je gaat toch niet beweren dat de namen van Paul Mennes of Pjeroo Roobjee je onbekend in de oren klinken?
Paul Mennes is wellicht de meest vermaarde van de twee, want hij is - het heeft geen zin het te ontkennen – de schrijver die je in de middelbare school leerde fistfucken. Iedereen deed het, no big deal. Wie zijn 'Soap' gelezen heeft was op z'n minst nieuwsgierig. Maar dat is lang geleden en intussen is Mennes uit dat beklemmende sfeertje getreden. In 'De oogst' sprak hij met gastheer Kurt Van Eeghem over zijn nieuwe boek, 'Het konijn op de maan'.
Belangrijk om weten is dat Mennes voor het schrijven van dat boek naar Japan trok. De schrijver, die zeer teruggetrokken leeft, kreeg een reisbeurs en overwon zijn honkvastheid om naar het land van zijn jeugddromen te trekken. “Al heel jong was ik gefascineerd door het contrast tussen mijn rustige geboortedorp en het gigantische mierennest dat Tokio is,” zei hij. En zijn verblijf in Japan beviel hem zo goed dat hij er wel zou willen wonen. Maar anderzijds gaf hij te kennen dat hij zijn status als buitenstaander cultiveerde wanneer hij zich onder Japanners begaf. En dat is ook het thema van zijn boek. Een westerling, Samuel Penn genaamd, - let op het anagram! - begint een relatie met een Japans meisje maar zij stuiten op verzet van haar conservatieve ouders omdat Penn te westers is.

Over naar de man die besloot dat Pjeroo Roobjee catchier klinkt dan Dirk De Vilder en zijn volk in één ruk door wilde laten verdwalen in een zelfontworpen taallabyrint.
Dat zit zo: Pjeroo Roobjee schrijft boeken waarin vorm en inhoud schaamteloos naast elkaar mogen staan. In zijn nieuwste, 'Een mismaakt gouvernement', vertelt de oude knar een verhaal in een verhaal in een verhaal, gewoon omdat hij dat kán. En dan krijg je een schrijver die gecomplimenteerd is wanneer Kurt Van Eeghem zegt dat hij bij het lezen vaak compleet het noorden kwijt was. “Je was in een klein paradijsje beland, Kurt.”
Daar moest wel voorlezen van komen en dat deed Roobjee. Met luide, haast dreigende stem braakte hij een woordenstroom waarvan de inhoud ons geheel ontging maar die niettemin fantastisch klonk. Poëtisch en hermetisch, breedvoerig vooral. Roobjee verklaarde dat laatste als volgt: “Als ik klots in de ziel van mijn hoofdpersonage word ik breedvoerig, want ik kan niet onder woorden brengen wat daar in die ziel omgaat.” De zaal lustte er wel pap van en tussen de bedrijven door werd er goed gelachen. Kan ook moeilijk anders als één enkele zin ruim tweehonderd (200!) woorden telt, en die erna slechts vijf.
Fascinerende man kortom, dus jammer dat zo weinig studenten voor dit soort avonden komen opdagen.

zaterdag 28 januari 2017

Dat heet dan minister zijn

Dames en heren, meneertjes koekepeertjes, ik ga iets zeggen
Ik heb een micro, er zijn oortjes, er is een tolk en er is bier
Er zijn meer dan honderd zetels in het halfrond, ga zitten
Neem uw smartphone erbij en luister met een half oor naar mijn grote gelijk
Ik ben de meest geschikte persoon om de boel te besturen
Leiding geven is een zaak die u aan mij kan overlaten
U schudt uw hoofd, u verschilt met mij van mening
Dat is de gang van zaken hier, iedereen is hier de slimste
Gratis bier of niet, hier wordt weinig gedronken
We zijn al lang bezopen door naar onszelf te luisteren
En telkens opnieuw gelijk te hebben
Een andere partij heeft ongelijk, dat is de eerste regel
U hebt niet gelogen, u bent fout geciteerd, is regel twee
En u moet zich niet excuseren, u bent verkeerd begrepen
Mijn voorzitter zegt dat ik keihard werk, ik vind dat overdreven
Op zondag ga ik fietsen met een bevriende econoom die u wel kent van op tv
Wij bespreken samen hoeveel belastingen we gaan betalen
Zo kan ik me belangrijk voelen tot op de top van de mont ventoux

dinsdag 3 januari 2017

Witsel

Axel Witsel maakt een transfer van Zenit Sint-Petersburg naar een club in China. Er was sprake van dat hij ook bij Juventus zou kunnen tekenen.
Bij Zenit verdiende Witsel al niet slecht (zo'n 250.000 euro per maand las ik ergens), in China gaat hij 1.500.000 euro per maand verdienen - zes keer meer.
Bij Juventus had hij zich wellicht ook financieel kunnen verbeteren, maar misschien zou hij daar maar 1,5 keer meer, maximum twee keer meer, verdienen dan bij Zenit.
In China dus zes keer meer.
Witsel wordt de op zeven na best betaalde voetballer ter wereld. Hij zal net iets minder verdienen dan Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Niet dat Axel Witsel de op zeven na beste voetballer ter wereld is nochtans. Bijlange niet. Hij is in het voetbal een subtopper zoals er in Europa honderden subtoppers zijn. Bij Juventus zou hij wellicht veel op de bank zitten.
Sommigen vinden zijn keuze voor China schandalig, anderen roepen dat 'je' in zijn plaats hetzelfde zou doen. Witsel zou kiezen voor het geld en zou daarvoor zelfs zijn carrière als Rode Duivel op het spel zetten. Een grote prijs zal hij ook niet pakken in China; het land heeft geen enkele voetbaltraditie en het niveau van de competitie is om te lachen. Te vergelijken met de Belgische tweede klasse.
Om deze feiten te concretiseren interesseert het me om het 'geval Witsel' te transponeren naar een andere beroepsgroep. De journalistiek.
Witsel droomde er als jongetje wellicht van om wereldkampioen te worden of om de Champions League te winnen. Dat hem dat sowieso niet meer zou lukken zal hij inmiddels al wel hebben beseft. Voor de absolute top is hij niet goed genoeg. Dus kiest hij voor het geld.
Vertaald naar de journalistiek zou je kunnen spreken van een jongetje dat ervan droomt om onderzoeksjournalist te worden en grote, maatschappelijk relevante verhalen naar buiten te brengen.
Dit jongetje studeert journalistiek en zijn eerste job krijgt hij als medewerker bij het regiokatern van pakweg Het Nieuwsblad (de analogie met Witsel: zijn eerste club Standard).
De jonge journalist schrijft goede stukken en krijgt een job aangeboden op de nationale redactie van De Standaard (analogie: Zenit). Daar kan hij aan degelijke journalistiek doen, maar hij heeft er niet de tijd of de ruimte om zich echt in een dossier vast te bijten. Hij wil meer.
Vervolgens dient de mogelijkheid zich aan om voor De Correspondent (analogie: Juventus) te gaan werken. Deze ambitieuze nieuwswebsite brengt verhalen die er echt toe doen, die de waan van de dag overstijgen. Onze journalist zal hier niet meer verdienen dan bij De Standaard, maar vanuit journalistiek oogpunt is het een hele interessante optie.
De journalist aarzelt echter en plots is daar de 'nieuwswebsite' Newsmonkey (analogie: China) die hem een enorm salaris aanbiedt voor zijn diensten. De journalist zal bij Newsmonkey artikels schrijven genre '14 redenen waarom Lesley-Ann Poppe's linkertiet groter is dan haar rechter' en van diepgravende journalistiek zal dus totaal geen sprake meer zijn.
Kiest deze journalist, die nog ver van zijn pensioen is, voor de interessante, stimulerende omgeving van De Correspondent - een trein die niet elke dag voorbij rijdt - of kiest hij voor de centen van het idiote Newsmonkey?
Dat is de case Witsel, volgens mij. Ik stel me voor dat ik in zijn plaats níét naar China zou gaan, zoals ik nooit voor Newsmonkey zou kunnen werken. Omdat het zo beschamend is

donderdag 3 november 2016

Bazart

Bazart is 'heel erg 2016' heb ik meermaals gelezen. Die omschrijving alleen al zorgt ervoor dat ik zeer terughoudend ben om hun muziek te beluisteren. Over muziek moet men naar mijn mening niet spreken alsof het een product is. Maar met betrekking tot Bazart ligt dat misschien anders.
Ik luister naar de debuutplaat van deze nieuwe sensatie en hoor de met een gekunsteld zweverige frasering gezegende zanger dingen als "blijjjjven drijjjjjven" zingen. Het klinkt fake en het ís fake. Dit is inderdaad een product dat muziek gewoon als een vorm gebruikt om 'iets' aan de man te brengen. Een banaal gevoel van diepgang, vanwege pseudo-intrigerende teksten die zonder twijfel nergens over gaan.
Enkele leden van Bazart hebben elkaar leren kennen omdat ze allen deelnamen aan 'Eurosong for Kids' - ja, inderdaad. Ik acht het dan ook mogelijk dat Bazart een soort lang uitgevallen trailer is voor een nieuw vtm-programma.
Maar niet getreurd. Er is nog genoeg muziek die níét op mijn zenuwen werkt. Al wordt die steeds minder vaak door Belgische groepen gemaakt.

Niet in de journalistiek

Voor haar oktobernummer wilde het stadsmagazine InfoLeuven een artikel maken rond een van de projecten van de Dienst Diversiteit en Gelijke Kansen, waar ik werk. Een collega liet InfoLeuven weten dat zij dat artikel niet per se zelf moesten schrijven: “Wij hebben hier zelf een journalist rondlopen die dat graag zal doen en aan wie jullie dat kunnen overlaten.” Die journalist die dat graag zou doen was ik.
InfoLeuven was akkoord, maar als het mij om een of andere reden niet zou lukken, zouden zij “overnemen”.
Dat hoefde niet, het is mij gelukt. Zonder enig probleem. Ik weet wel hoe ik een interview moet afnemen en hoe ik daar een artikel van maak. Dat ben ik niet verleerd.
InfoLeuven liet aan mijn collega weten dat mijn artikel er “op het eerste zich heel goed uit zag”. Op het tweede blijkbaar ook, want nu het gepubliceerd is, zie ik dat er geen woord aan is veranderd.
Mijn collega’s feliciteerden mij (wat ik een beetje overdreven vond) en eentje zei dat het niveau van mijn artikel dat van de meeste InfoLeuven-artikels ver overstijgt. “Het zou ook in een serieuze krant kunnen”, zei hij. “Ik weet het”, zei ik.
Een andere collega vroeg of ik écht niet terug als journalist zou willen werken. “Nee”, zei ik.
“Maar het is toch zonde dat zo’n schrijftalent verloren zou gaan?”.
Alsof een journalist schrijftalent moet hebben.
Nee, als journalist werken interesseert mij écht niet meer. Ik ben daarvoor niet geschikt. Mensen schijnen nog steeds te denken dat journalisten goed kunnen schrijven en dat dat het belangrijkste aspect is van hun job. De laatste tijd nog eens een nieuwssite bezocht? Goed kunnen schrijven is geen prioriteit.
Ik kan wel een beetje schrijven, maar kijk naar deze tekst en stel vast dat het ook niet ‘ik weet niet wat’ is. Wat moet een journalist dan kunnen? Ik weet het wel ongeveer, maar om hier mijn gedacht daarover uit de doeken te doen, nee, die moeite ga ik mij besparen. Ik ben echt waar niet geschikt voor de journalistiek. In de eerste plaats trouwens omdat er andere jobs zijn die mij meer kunnen motiveren. Taalles geven aan anderstaligen. Vluchtelingen opvangen. Kansarmen bij de samenleving betrekken. Al is dat natuurlijk ook niet allemaal even prettig of nuttig.
Ik zou er als de dood voor zijn dat ik als beginnend journalist de opdracht krijg om een artikel te schrijven over de depressie van Lesley-Ann Poppe. Want die dingen gebeuren. En dan zeg ik beleefd: fuck off.
Daar heb ik verder niks aan toe te voegen.
***
Of jawel, ik heb daar wel nog iets aan toe te voegen. Tussen de lijnen kan je het al lezen: heel wat 'journalistiek' maakt mij boos. En ik kan maar boos zijn omdat ik eigenlijk nog wel een passie heb voor het beroep. Dat kon ik opnieuw vaststellen toen ik het artikel voor InfoLeuven schreef. Voortdurend realiseerde ik me tijdens het schrijven: ik doe dit graag. Maar professioneel? Nee.

Nare dromen

Vannacht in een droom zei een goede vriend die ik al 20 jaar ken dat hij niet het gevoel heeft dat wij elkaar nog veel te vertellen hebben. We zijn uit elkaar gegroeid, zei hij, we leiden totaal verschillende levens, er is enkel nog een gedeeld verleden dat ons bindt, maar de laatste jaren zien we elkaar steeds minder vaak en dat heeft toch een reden. Misschien is het niet meer nodig dat we nog afspreken. We zullen elkaar nog weleens tegenkomen.

***

Vannacht in een droom bevond ik me temidden van paniekerige mensen. We waren op een onbestemde plek in België, een plek die wat weg had van een festivalterrein zonder dat er een enkel festival-kenmerk te bespeuren viel, en we waren in een situatie van oorlog. Ik was verantwoordelijk voor een klein meisje dat in de massa haar familie was kwijtgeraakt en in haar hysterie nauwelijks te bedwingen was. Het weer was grijs.
We baanden ons een weg door een modderstroom toen een andere grote groep mensen uit tegenovergestelde richting naar ons toe kwam. Het waren Nederlanders die op de vlucht waren voor oorlogsgeweld in hun land en dachten dat de situatie in België beter was. Nu zagen zij dat ze ongelijkheid hadden. Veel Belgen begrepen niet waarom de Nederlanders naar België waren gevlucht, er heerste een vijandige sfeer. De paniek werd er niet minder om.
In een andere droom liep ik een vervallen huis binnen waar ik verscholen in de keuken een moeder en haar twee kinderen aantrof. Aan de moeder kon je zien dat zij al dagen niet gegeten had. Ze was beschaamd dat ik haar zag in deze situatie. Ze vroeg mij om weg te gaan.
(Deze tweede droom had ik zeker niet toevallig aangezien ik twee dagen geleden de film 'I, Daniel Blake' zag waarin ook een ondervoede moeder met twee kinderen te zien is.)

Hoor, wie bralt daar

10 oktober. Onze voetbalanalisten maar lachen met het overgewicht van de Gibraltarese keeper. Als ze mij vanaf morgen 80.000 euro per week gaan betalen - dat is zo ongeveer wat een gemiddelde Rode Duivel bij zijn club verdient, Vincent Kompany verdient naar verluidt zelfs 250.000 euro per week - als ze mij dus zo veel zouden betalen dan zou ik in ruil ook wel wat aan mijn conditie werken. De keeper van Gibraltar is evenwel geen professionele sportman, neen, hij is professioneel actief bij de Gibraltarese brandweer.

En wat zou onze brandweerman verdienen per week? 250 euro? Het loon van Vincent Kompany gedeeld door duizend?

Ik vind het nogal straf dat onze analisten - wat een duur woord trouwens voor ex-voetballers die een uur komen palaveren - moeten lachen om een zogenaamd gebrek aan professionalisme van de keeper van Gibraltar. Net alsof Vincent Kompany als een pater zou leven mocht hij er geen miljoen euro per maand voor krijgen. Belachelijk.

Ongelukkig zijn

Naargeestige straten
Onveilig gevoel
De vakbonden haten
Maar bazen zijn cool
Gehoorzame mensen
Dat maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Terreur die nooit overgaat
Dat heet dan gelukkig zijn
Een moslim die ‘t land verlaat
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
De Slimste ter Wé te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
Weer eens Calimé te zijn
Een stad zonder bomen
Geen straat zonder blauw
Van GAS-boetes dromen
Geen leeuw zonder klauw
Een sos met vier voeten
Dat maakt hem blij, blij, blij, blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Werklozen ten einde raad
Dat heet dan gelukkig zijn
Theaters op droo-oog zaad
Dat maakt hem blij, maakt hem blij, maakt hem blij
Dat heet dan gelukkig zijn
Veel op de tv te zijn
Dat heet dan gelukkig zijn
De schaduwpremier te zijn

woensdag 3 augustus 2016

Zacht

Terwijl nogal wat mensen in onze maatschappij steeds harder voor elkaar worden, terwijl 'de Vlaming' radicaliseert - jazeker, dat is het juiste woord -, ben ik dankbaar dat ik uitgerekend in het afgelopen jaar een aantal uitgesproken 'zachte' mensen, lieve mensen, heb leren kennen. Ik schat dit enorm naar waarde en het ontroert mij diep. Mijn (mislukte) pogingen om mezelf tegen een verhardende maatschappij te beschermen, hadden mij cynisch gemaakt; ik wantrouwde mensen met goede bedoelingen of kon hen enkel met enige ironie benaderen. Ik was en ben zelf ook veel te hard. Ik heb me laten meesleuren.
De 'zachte' mensen die ik het afgelopen jaar heb leren kennen, hebben met elkaar gemeen dat ze naar andere mensen luisteren, dat ze zich kwetsbaar durven opstellen, dat ze oprecht zijn, dat ze solidair zijn, dat ze begrijpen hoe belangrijk het is om samen te werken en samen te léven, en nog zo veel meer.
De tegenbeweging, zoals dat dan heet, is ingezet. Hardheid wordt gecounterd en op een positieve manier bestreden. Hardheid biedt geen toekomstperspectief, het leidt ons naar de afgrond. Mensen genre Bart De Wever, met een agressief zwart-witdiscours zijn kankers voor een kwetsbare maatschappij, het zijn mensen die vernielen in plaats van opbouwen. We moeten ons hier actief tegen beschermen of we verzuipen mee.
De maatschappij als dusdanig kunnen we niet redden, maar samen met onze geliefden kunnen we vanuit een gedeeld engagement een buffer opbouwen tegen de kankers en hun uitzaaiingen. Ik ben daar zelf volop mee bezig en zal daar mee doorgaan. Er is geen eindpunt, het is een doorlopend proces, maar ik zal er mijn tanden blijven inzetten. Met de mensen die ik stelselmatig rond mij aan het verzamelen ben zal dit mogelijk zijn. En zelf zal ik nog meer zachtheid nastreven. Ik zal proberen om verdraagzamer te zijn en minder ironisch. Ik zal proberen om te aanvaarden dat een aantal dingen in de wereld zijn zoals ze zijn. Ik zal naar anderen luisteren en eerlijk en oprecht zijn. Ik zal deelnemen aan een samen-leving, binnen de of parallel aan dé samenleving. Dé samenleving hoeft niet mijn samenleving te zijn. Het heeft geen zin om te wachten op inspanningen waarvan je weet dat ze niet geleverd zullen worden.
We gaan door met gelijkgezinden, met de mensen die we graag zien. Op mensen die andere doelen nastreven, mensen die verder willen polariseren en radicaliseren, moeten we ons niet concentreren.
Die bekijken het maar.

vrijdag 29 juli 2016

Pokémon Go

Ik nam gisteren op Facebook deel aan een discussie over Pokémon Go n.a.v. een tekst die mijn nonkel daarover op zijn blog geschreven had.
In zijn tekst sprak hij zijn bezorgdheid uit over een evolutie in onze maatschappij, waarbij mensen het niet (meer) van de pot gerukt vinden wanneer er in Antwerpen - u weet wel van dat nieuwsbericht - een straat wordt afgesloten omdat duizend mensen er zijn samengekomen om pokémons te vangen. Mijn nonkel heeft kritische bedenkingen bij een dergelijke tendens en is niet bang om die via Facebook en zijn blog openbaar te maken, ook al wordt hij daarbij gemakkelijk impliciet als een zuurpruim weggezet. Kritische kanttekeningen worden niet erg - steeds minder? - geapprecieerd, dat wordt alsmaar duidelijker.
Ik nam dus deel aan een gedachtenuitwisseling over zijn Pokémon-tekst en over ‘de staat van de maatschappij’ in het algemeen. Zonder veel verdere context volgen hier de bedenkingen die ik schreef.
* Als reactie op iemand die vond dat we zo min mogelijk mogen
oordelen over wat er rond ons gebeurt en vooral aan zelfonderzoek moeten doen:
“En als sommige dingen nu eens wérkelijk totaal belachelijk zijn? Anno 2016 lijken we in al onze politiek correcte verdraagzaamheid zelfs daarover geen kritische discussie meer te mogen voeren. Meer dan duizend volwassen mensen die op Pokémons jagen in een stadscentrum, waardoor er een straat moet worden afgesloten. Seriously??? Laat die woorden tot u doordringen. En nog eens. Een straat moet worden afgezet omdat duizend mensen elk op hun eigen smartphone naar Pokémons zoeken. Ziet u het voor u? Ik stel bij deze het volgende voor: in 2017 wordt publiekelijk masturberen een rage. Laten we daar dan ook niet over oordelen. Mensen die daar dan commentaar op hebben moeten aan zelfonderzoek doen, want waarom hebben zij er een probleem mee dat een ander publiekelijk masturbeert omdat hij/zij dat leuk vindt? Ik wil maar zeggen: het is mogelijk om té politiek correct of té verdraagzaam te (willen) zijn. Mogen sommige dingen nog gewoon belachelijk en totaal over de top genoemd worden? Ja! Echt, serieus, al die vergoelijking voor de meest stupide dingen.. Laat ons ons verstand gebruiken. Dat Pascal omwille van zijn bedenking over Pokémon Go door sommige intelligente mensen als een 'zuurpruim' wordt weggezet, nee, dat vind ik te belachelijk. Is dat 2016? Een moment in de geschiedenis waarop het triviale en het belangrijke nieuws op gelijke hoogte worden gesteld? Daar kom ik tegen in opstand. Ik ben er zelf ook niet slecht in hoor, in dat 'meegaan met mijn tijd' (ik ben 29). Wat 10 jaar geleden nog beschouwd werd als totaal van de pot gerukt is nu min of meer normaal en ook ik denk daar in veel gevallen zo over - ik word ook 'gekneed' door de maatschappij. Maar Pokémon Go? Nee, hier mag echt wel over geoordeeld worden.”
* Als vervolgreactie:
“Maar oké, het gaat 'm hier niet om Pokémon Go zelf. Het gaat 'm erom dat onze maatschappij er een is waarin het mogelijk blijkt dat meer dan duizend mensen zich zonder zich daar veel vragen bij te stellen verzamelen in een winkelstraat en er dan blijkbaar niet vreemd van opkijken dat die straat moet worden afgesloten. Die mensen denken op dat moment niet: 'waar zijn wij hier eigenlijk mee bezig?' Nee, dat die winkelstraat wordt afgesloten vinden zij 'een goede maatregel' ofzo. Dat is, excuseer hoor, werkelijk te gek voor woorden. Deze Pokémon Go-toestand is dus op zich niet belangrijk. Het is over de maatschappij waarin dit soort dingen plaatsvinden dat wij kritisch moeten nadenken. En daar is niks mis mee. Bij voorkeur leef ik in een wereld waarin de mensen in die winkelstraat zich de bedenking maken: 'is deze situatie hier niet helemaal van de pot gerukt?' Maar nee, wij zullen er alles aan doen om deze mensen net níét met dergelijke gedachten op te zadelen. Overigens ben ik iemand die oordeelt én aan zelfonderzoek doet, maar over dat laatste hoef ik hier niet uit te weiden.”
* Nog als vervolgreactie:
“Misschien was het beter als ik het bv. over 'liggen' had gehad i.p.v. over masturberen. Stel dat we volgende zomer allemaal op straat gaan liggen omdat we dat leuk vinden. Dan gaan ze véél straten moeten afsluiten hoor! Maar hey, alles voor ons plezier, toch? (...)
Als je niet mag oordelen, wordt een serieus (of een interessant) gesprek, volgens mij, onmogelijk. Van oordelen ga je trouwens niet dood. Integendeel, het activeert de hersenen en houdt je scherp. Het is een misverstand dat oordelen uitsluitend iets negatiefs is. Het is zelfs intellectueel oneerlijk om daar zo over te denken.”
* En in een privébericht aan mijn nonkel:
“Die pokémon-discussie.. Hoe gemakkelijk intelligente mensen zich tegenwoordig bij bepaalde, onmiskenbaar nefaste, tendensen in de maatschappij lijken neer te leggen, ik vind dat zeer ergerlijk. Op die manier zal onze maatschappij op korte termijn bevolkt worden door slapjanussen die zich een hoedje zullen schrikken en het op een gillen zullen zetten wanneer de échte realiteit plots aan hun deur staat. Pure decadentie is het.”
* Vervolg:
“Wat je zegt over 'oudere mensen' [die lafjes worden weggezet als vroeger-was-het-beter-zuurpruimen]: de kennis en ervaring die die mensen aan jongeren zouden kunnen doorgeven wordt zeer gemist. Vandaag wordt iemand van 20 er door de maatschappij in bevestigd dat hij/zij even wijs is als iemand van 70. Kennen deze jonge mensen nog een gevoel van nederigheid? Het is niet omdat ze mee zijn met de nieuwste technologische snufjes, dat ze veel te piepen hebben. Elke aap met een smartphone is tegenwoordig even belangrijk als iemand die met kennis van zaken interessante meningen kan formuleren over belangrijke maatschappelijke thema's. Tamelijk problematische evolutie. De technologie is in een aantal opzichten een kanker met ernstige uitzaaiingen. Ik zie dat niet zo rooskleurig tegemoet.”
Ik zal het anders, om te besluiten, als volgt samenvatten: als maatschappelijke kritiek anno 2016 niet meer wenselijk is en we allemaal onze mond moeten houden over tendensen die ons zorgen baren, kunnen we net zo goed allemaal als makke lammetjes op de N-VA gaan stemmen en ons neerleggen bij een beleid waar we zeker niet beter van worden. Waarom mogen we wél onze klep opentrekken als er politieke beslissingen worden genomen die ons niet zinnen, maar mogen we niet onze bezorgdheid uiten over een maatschappij waarin het blijkbaar acceptabel is geworden dat mensen pokémons zoeken in de fucking concentratiekampen van fucking Auschwitz? Serieus: mensen die - het gebeurt écht! - pokémons zoeken in Auschwitz - is er iemand die zoiets aanvaardbaar vindt? Is het ontoelaatbaar dat iemand zich daar vragen bij stelt?
Foute boel.

'Het lezen zoals het is'-vragenlijst

Humo vroeg mij om de vragen voor de rubriek ‘Het Lezen Zoals Het Is’ te beantwoorden. Dat heb ik gedaan.
In welk boek bent u tegenwoordig bezig?
”’Atonement’ van Ian McEwan.”
Waar leest u het liefst?
"In de zon.”
Met welke auteur zou u een avondje uit willen?
”Serge Simonart.”
Met welk romanpersonage ziet u een onenightstand wel zitten?
”Meredith Rand uit ‘De bleke koning’ van David Foster Wallace.”
Wat is uw favoriete gedicht en waarom?
“Behalve enkele van mijn eigen gedichten schiet me niks te binnen. Ik zal morgen een gedicht op Facebook plaatsen dat ik schreef in 2008 en dat ik nog weleens herlees.
Voor de rest apprecieer ik het werk van Leonard Nolens, Andy Fierens en de veelzijdige underground-poëet Geert Simonis.”
Welk boek hebt u het vaakst cadeau gedaan?
“Ik kan me niet herinneren dat ik een bepaald boek meer dan één keer cadeau heb gedaan. Het mooiste boek dat ik iemand cadeau heb gedaan, vind ik ‘In mijn ogen’ van Bastien Vivès.”
Wat is volgens u het ideale vakantieboek?
“Het volledige oeuvre van Houellebecq er doorjagen tijdens de vakantie, zodat u op uw werk weer kan meespreken over de stand van zaken in de wereld.”
Hebt u een favoriete thriller?
“Is ‘Misdaad en straf’ van Dostojevski een thriller? Indien ja: dat boek.”
Welk non-fictieboek zou iedereen gelezen moeten hebben?
“Ik denk aan ‘The Clash of Civilizations’ van Samuel Huntington. Moet ik alleszins dringend herlezen.”
Welk kunst- of kijkboek kampeert er op uw koffietafel?
“‘Lastnightsparty’ van Merlin Bronques.”
Wat is het laatste boek dat u tranen van ontroering heeft bezorgd?
“‘De zang van de walvissen’ van Edmond Baudoin vond ik ontroerend, maar ik heb er nu ook weer geen tranen om gelaten.”
Wat is het laatste boek dat u tranen van het lachen bezorgd heeft?
“‘Superleuk maar voortaan zonder mij’ van David Foster Wallace. Ook hier geen tranen.”
Welk boek zou u meteen (her)lezen als u een week leestijd cadeau krijgt?
“Ik sta te popelen om ‘Platform’ van Houellebecq te herlezen.”
Van welk boek vindt u de film beter?
“‘We Need To Talk About Kevin’. De film is véél beter.”
Welk boek of oeuvre vindt u zwaar overschat?
“Mogelijk komt Dimitri Verhulst meer in de media dan hij op basis van de kwaliteit van zijn boeken verdient.”
Welk boek of oeuvre vindt u zwaar onderschat?
“Het oeuvre van Michel Houellebecq + het werk van Gummbah. Maar voor beide geldt: ‘het moet uw ding zijn’.”
Wie verdient volgens u de volgende Nobelprijs Literatuur?
“Michel Houellebecq.”
Welk romaneinde had u liever anders gehad?
“‘De witte’ van Ernest Claes. Ik was totaal onthutst over de belachelijkheid van het einde van dat overigens voor de rest heel leuke boek.”

dS Weekblad-vragenlijst

dS Weekblad vroeg mij om hun ‘Hit & Run’-vragen te beantwoorden. Dat heb ik gedaan.
- Wat is uw vroegste herinnering?
“Verschillende momenten van onbehagen in de kleuterklas. Merken dat ik niet op mijn gemak ben met mijn klasgenoten, die onbekommerder - een woord dat ik toen nog niet kende - lijken dan ik.”
- Wanneer bent u het gelukkigst?
“Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als in het afgelopen jaar. Als ik op een rustige manier kan samenwerken met fijne mensen en ik er niet aan hoef te twijfelen dat mijn werk erg wordt geapprecieerd.”
- Wat is uw grootste angst?
“Dat enkele grote problemen in de wereld helemaal uit de hand gaan lopen en ik niet kan blijven wonen waar ik nu woon.”
- Wat is uw meest onhebbelijke karaktertrek?
“Onverdraagzaamheid.”
- Welke eigenschap stoort u het meest bij anderen?
“Mensen lijken steeds minder aandacht te hebben voor wat er letterlijk rondom hen gebeurt. Mensen die niet de moeite opbrengen om stil te staan bij de betekenis van het woord samenleving om nog te zwijgen van het woord normvervaging.”
- Wat was uw meest beschamende moment?
“Toen iemand op het verjaardagsfeestje van een vriend mijn cadeau wilde uitpakken voor een middelgrote groep waarvan ik niet veel mensen kende en ik halsoverkop op de loop ging omdat ik niet wilde dat die andere mensen mijn cadeau zouden zien. Ik vond dat zij er geen zaken mee hadden wat ik mijn vriend cadeau deed. Een traumatische avond.”
- Wat is uw dierbaarste bezit?
“Twee foto’s van mijn broer en mij uit 1992. Wij waren toen drie en vijf jaar en nog niet in strijd met ons leven en de wereld.”
- Wat maakt u ongelukkig?
“Te veel om op te noemen. Alles begint bij mijn eigen beperkingen die ik moeilijk kan accepteren en die een stroom van algemene frustratie en verdriet in gang zetten.”
- Over welk deel van uw uiterlijk bent u het minst tevreden?
“Dat mijn verveeld-ironische gezichtsuitdrukking ongeveer mijn standaard gezichtsuitdrukking geworden is. ‘Psychisch leed’ heeft zich veruitwendigd en ik heb niks gedaan om dat te beletten.”
- Als u iets dat uitgestorven is, zou kunnen terugbrengen, wat kiest u dan?
“De logica van een scheiding tussen informatie enerzijds en entertainment anderzijds.”
- Wat is uw favoriete boek?
“’Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq.”
- Wie of wat is de liefde van uw leven?
“Ik heb het geluk dat ik al mijn hele leven erg veel van mezelf houd.”
- Wat was de beste kus van uw leven?
“Willekeurige kussen met B..”
- Wat is uw foutste guilty pleasure?
“Als ik de gedachte dat sommige mensen echt veel stommer zijn dan ik niet wil loslaten.”
- Wat bent u verschuldigd aan uw ouders?
“Dat ik mijn best doe om er iets van te maken.”
- Hebt u ooit “ik hou van u” gezegd zonder het te menen?
“Ja.”
- Wie mag er aanschuiven aan uw droomdiner?
“Mijn vriendin B.”
- Welke stopwoordjes en -zinnetjes gebruikt u te veel?
“Geen idee, en daarmee bedoel ik effectief: ‘geen idee’. In dezelfde categorie: ‘weet ik veel’. Verschillende woorden en zinnen die wanhoop en verbijstering uitdrukken.”
- Wat is de ergste job die u ooit hebt gedaan?
“Customer care agent. Niet te verwarren met call agent. Call agent is veel minder erg. Merk op: in customer zit het woord ‘stom’. Voor de rest geloof ik in toeval.”
- Als u terug in de tijd kon reizen, waar zou u heen gaan?
“Misschien zou ik uiteindelijk verkiezen om niet terug in de tijd te reizen.”
- Noem één ding dat de kwaliteit van uw leven zou verbeteren.
“Meer zon.”
- Wat beschouwt u als uw grootste prestatie?
“Mezelf verbieden om me al te zeer in een slachtofferrol te wentelen.”
- Wat is de belangrijkste les die het leven u heeft geleerd?
“Dat er niks zo dom is als je in een slachtofferrol wentelen. Puur tijdverlies.”
- Waar zou u nu het liefst willen zijn?
“In Londen, bij B..”
- Wie moet u spelen in de film van uw leven?
“Kyle MacLachlan.”
- Wat is uw favoriete geur?
“Gebraden kip.”
- Als wie of wat zou u graag op een verkleedfeestje opduiken?”
“Als Mieke Vanhecke.”
- De liefde, hoe voelt dat?
“Onwerkelijk.”
- Hoe komt u tot rust?
“Door mij terug te trekken in mijn comfortzone.”
- Wanneer hebt u voor het laatste gehuild?
“Toen een van mijn dierbaren er psychisch zeer slecht aan toe was.”
- Wat is het dichtste dat u ooit bij de dood bent geweest?
“Toen ik aan mijn hersenen werd geopereerd. En elke keer dat ik me te voet of met de fiets in druk verkeer begeef, besef ik dat er slechts één onoplettende chauffeur voor nodig is om een einde aan mijn leven te maken. En dan denk ik ook nog dat de chauffeur in kwestie zal proberen om vluchtmisdrijf te plegen.”
- Welke song mogen ze spelen op uw begrafenis?
“’Times Like These’ van Foo Fighters.”
- Hoe wilt u herinnerd worden?
“Als iemand die bijna altijd probeerde om zijn best te doen.”