vrijdag 17 juni 2016

Qatar en hooligans

'Nederlandse vrouw al maanden in Qatarese cel na aangifte verkrachting'. 'Russen en Engelsen gaan meteen na laatste fluitsignaal op de vuist'.
Blijkbaar zijn er heel wat mensen die schrikken van dit soort berichten. Ik net helemaal niet. Dit is toch geen opzienbarend nieuws?
Qatar is een achterlijk land, dus blijf er weg, ten allen tijde. Er als westerse vrouw naar de politie stappen, om welke reden dan ook, getuigt niet van veel inzicht in de plaatselijke cultuur. Dus moet ik geschokt zijn door zo'n nieuwsbericht? Nee, niet echt. Het is natuurlijk wel treurig, dat wil ik niet ontkennen, maar ‘schokkend’- nee. Welkom in de wereld zoals hij is, beste nieuwsconsument.
Rellen tussen hooligans tijdens het EK - mijn hemel. Evenzeer te verwachten als warme temperaturen rond deze tijd van het jaar, toch? Zijn de rellen nog veel buitensporiger dan vooraf ingeschat? Die onbegrijpelijke naïviteit. Er zouden 10 doden kunnen vallen en ik zou er nog niet van opkijken. Die hooligans zijn trots op hun eigen achterlijk, laat ze begaan. Gevolg is dan wel dat het centrum van Marseille misschien verwoest wordt als was het een Syrische stad, maar kan je dat niet sowieso verwachten als je in een stad een voetbalmatch met enig gewicht organiseert? Nee serieus, het is écht gevaarlijk om een voetbaltornooi te organiseren, in eender welk land. De kans dat je nadien steden moet heropbouwen is reëel en in de toekomst zal het wellicht nog gekker worden met die rellen. Dan vallen er doden - nu misschien ook - en moeten we weer geschokt reageren. Geeuw. Die hooligans hebben niets anders dan hun achterlijkheid en daarom kan niets hen tegenhouden. Een selfie met de persoon die ze de schedel hebben ingeslagen en daarna weer naar hun Engelse voorstad om rustig hun miezerige kutleven verder te zetten.
Om maar te zeggen: ik lees en zie dingen in het nieuws die mij zouden moeten doen schrikken, maar meestal haal ik enkel mijn schouders op. Dat was zelfs zo na de aanslagen van 22 maart in Brussel en Zaventem. Ja, heel cynisch van mij, maar bij wijze van spreken stond het in mijn agenda geschreven dat er dit voorjaar een aanslag zou plaatsvinden in of rond Brussel. Hoe voorspelbaar kan iets zijn? Toen het dan gebeurde kwam dat dus niet als een schok. Welkom in de wereld zoals hij is, zou ik andermaal zeggen.

Nieuwe Facebookvriend

Iemand stuurde mij een vriendschapsverzoek. Ik aanvaardde dat na rijp beraad en stuurde mijn nieuwe vriend het volgende bericht.
Dag (..)
Ik 'ken' u via (..) en ik heb ook weleens uw blog bezocht.
Op die basis heb ik sympathie voor u.
Mijn Facebookgebruik is, denk ik, anders dan dat van 'de meeste mensen'. Ik heb 49 nauwkeurig geselecteerde FB-vrienden (ooit had ik er 220), 49 mensen van wie ik het verdraag om dagelijks met hun bestaan te worden geconfronteerd. (Als ik één ding niet begrijp aan nogal wat Facebookgebruikers is het dat ze hun verleden met mensen met wie ze nu geen enkel contact meer hebben niet afsluiten - ik word er zelf alleszins niet gelukkig van om te zien dat een meisje met wie ik ooit één jaar in de klas gezeten heb nu bevalt van haar eerste kind, om maar iets te zeggen; ik heb daar geen boodschap aan en wil die persoon hoogstens nog eens terugzien op een klasreünie, maar niet dagelijks op Facebook.)
U begrijpt zeker wat ik bedoel. Facebook maakt het moeilijk(er) om hoofdstukken af te sluiten, ik vind dat zeer vervelend. Ik heb dan ook veel 'vrienden' ontvriend en negeer de meeste vriendschapsverzoeken die ik krijg (dat zijn er gelukkig niet veel).
Ik probeer ook in te schatten wat de persoon die mij een vriendschapsverzoek stuurt mij te bieden heeft. Post hij/zij iets leuks, iets dat mij interesseert? Is het iemand met wie ik mijn eigen berichten wil delen? Met mensen die ik niet persoonlijk ken ligt dat laatste natuurlijk nog iets moeilijker.
Ik vertel u dit allemaal omdat ik u heb 'goedgekeurd'. Bovendien vind ik het wel zo prettig om een nieuwe FB-vriend wat persoonlijker te leren kennen (indien ik de persoon in kwestie nog niet ken uit het 'echte leven'). Ik 'volgde' u trouwens al, zonder uw vriend te zijn, dus ik kreeg wel eens een post van u in mijn overzicht (maakt dat van mij een gluurder?).
Zelf post ik allerlei dingen op Facebook, bijna elke dag wel iets, en u zal zien dat er veel onzin tussen zit, zaken waar u waarschijnlijk niets aan hebt en waar u snel voorbij zal scrollen. Indien ik u daardoor op de zenuwen ga werken, mag u mij defrienden, ik zal niet beledigd zijn, integendeel, ik zal u begrijpen.
En dan heet ik u bij deze welkom. (Misschien moet ik in de toekomst met lidkaarten gaan werken. Iets om over na te denken.)

Dooddoenersbesef

verontrustend vond ik je toen
in de tijd dat we nooit iets moesten
gevangen in een bordeaux broek en een turquoise trui
onder haar dat je te lang vond voor een mens
en te kort voor een hond
hoe je je ogen rood wreef en kloeg
over een spier in je nek die je steeds verrok
je was mooi in de spiegel
maar een foto van je nemen bleek een opgave
en het sikje dat je wilde en later weer niet
knipte je met een schaar wanneer niemand het kon zien
groot gelijk had je daarin bovendien
je onderlip was dikker dan je bovenlip
je leek op je pa en daar baalde je van
eigenlijk, en dat wisten we, was voor jou niets goed genoeg:
jij zelf niet, de anderen niet, het hele systeem
in je beste momenten wist je heel goed dat je zelf je ergste vijand was en dan riep je, schreeuwde je, sneerde je:
dooddoenersbesef!
het ging steeds slechter met je
je ging dingen eten die niet bedoeld waren om te eten
maar enkel om over te spreken
en dat deed je het liefst 's morgens
wat voor jou neerkwam op drie uur in de namiddag
of drie uur 's nachts
je zat enkel nog in je zetel en daar luisterde je naar beats die met mensen gemeen hadden dat ze niet te vatten waren en met teveel per minuut kwamen
je verdroeg het niet meer dat men in je kasten rommelde en als iemand vroeg wat dat daar deed op de grond dan zei je:
het ligt daar omdat ik het mooi vind zo
dat zei je over een gebroken vaas, een antieken theelepel en een plas bloed
je plande een bezoek aan een dokter maar je daagde nooit op
in je agenda stond niks, behalve dan dat woord
op alle dagen had je het woord niks geschreven
telefoons kreeg je niet en ik belde niet meer omdat ik je ervan verdacht je telefoon in de rivier te hebben gegooid
bij de eenden, zei je weleens
ik wil bij de eenden horen
en ik weet niet waar je nu bent maar als ik de eenden zie
denk ik nog wel aan jou
ik denk nog vaak aan jou als ik langs de rivier loop

Jonagold

in madrid onlangs kwam ik iemand tegen die
naar appels rook, naar jonagold
het was lekker, hoe hij niet bleef staan
maar weg ging en mij achterliet
met de deur in huis
ik ben terug thuis en voel me niemand
niemand, als in: niemand
ik voel me thuis en ben iemand
iemand, als in: iemand
kom naar buiten, vermiste kinderen zoeken
ik begin in de schuur, begin jij in de stal
gevonden, child focus gebeld: alles is weer in orde
(tevreden nue, alain remue?)
ik vraag: hoe blank had u uw belg graag gewild?
jij antwoordt: maud vanhauwaert
jij vraagt of ik nog groenten lust
ik lust perziken en als dat niet kan appels
maar niet van jonagold

De kapster is zangeres

de kapster is zangeres van opleiding, maar ze zingt niet als ze knipt te laat raad ik haar aan, om niet bij die ene keurslager te gaan
ze maakt muziek voor zwangere vrouwen ik tik het verslag van haar weekend uit ze heeft ballonnen opgeblazen en daarna opgelaten ze heeft spaghetti gemaakt, gegeten en weer uitgebraakt
ik las eens in een interview: we zijn jong maar niet retro we zijn gay en gaan salsa dansen, met mensen wier moedertaal begint met een a en eindigt op ntwerps
schiet ze neer maar zet ze eerst wel tegen een muur schiet ze neer op zo’n manier dat ze lijden maar ze moeten niet dood
en nu, nu vind ik het niet leuk meer, nu ga ik slapen want als ik slaap valt het me niet op dat ik het niet leuk meer vind als ik slaap heb ik nooit het gevoel dat ik me vervee

zondag 31 januari 2016

25 januari 2016

Drie dingen die vandaag gebeurd zijn en die er voor hebben gezorgd dat vandaag geen dag als een andere was.

1. Ik liet thuis een uit de bibliotheek ontleende cd op de grond vallen, de 'jewelcase' was ernstig beschadigd, het ging om 'Deep Purple 30: Very Best of'.
Uit een kartonnen zak die gevuld is met cd's die ik liever vroeg dan laat kwijtraak nam ik de compilatie-cd 'Mind The Gap 10' van Gonzo (circus), ik brak de jewelcase open en stak er het boekje en het papiert...je met de tracklist van Deep Purple in. Zo zal men bij de bibliotheek nooit geweten hebben dat ik de oorspronkelijke jewelcase beschadigd heb. (Ik breng materialen uit de bibliotheek steeds terug in dezelfde staat als waarin ik ze heb ontleend. Dat vind maar normaal.)

2. Mijn broer wreef met een ontstekingswerende zalf het deel van mijn rug in ter hoogte van mijn rechter schouderblad maar dan een beetje schuin omhoog naar het midden - precies die plek van je rug waar je zelf bijna niet aan kan. Hij deed dat op mijn vraag omdat ik op die specifieke plek een vervelende stijfheid voel die enkele dagen geleden de kop opstak en sindsdien weer afnam, tot ik deze morgen in mijn bed een beweging maakte waardoor de pijn weer veel erger is en zich nu ook verspreidt naar mijn rechterarm.
Het wordt tijd dat ik een osteopaat zie want de stijfheden in mijn nek en mijn rug moeten stoppen (of toch zeker verminderen). Ik ben 29 verdomme, geen 92.

3. De collega naast wie ik deze morgen aan het bureau zat, had dit weekend een koptelefoon gekocht om zich zo op kantoor beter voor geroezemoes te kunnen afsluiten. Toen zij echter vrij luidruchtig zat te telefoneren en mij daarmee uit mijn concentratie haalde, greep ik haar koptelefoon en zette die op mijn oren. Na haar telefoongesprek zei mijn collega al lachend dat ik vroeg om een pak slaag. Ik antwoordde dat ik indien ze mij zou slaan, precies wist welke hulpdienst ik zou bellen en dat ik me niet zou schamen om het te doen.

donderdag 14 januari 2016

We zijn maar mensen

"Zeg," zei ik tegen M, "ik vind het zo gek dat iemand die zo mooi Nederlands spreekt als jij 'noemen' zegt wanneer het 'heten' moet zijn. Dat vind ik echt opmerkelijk."

M. praat heel keurig Nederlands. Ze heeft een mooie uitspraak, bijna accentloos, maar ze zegt wel "Allez, hoe noemt dat nu weer?"
Ik had het van de eerste keer gehoord en het had me meteen verbaasd; het had me niet meer losgelaten.


Omdat ik het voorzichtig had aangebracht door eerst te zeggen dat ze zo mooi Nederlands spreekt, wat ik ook meende, was voor haar duidelijk dat ik het goed met haar voorhad. Ze moest zich niet betrapt voelen. Ze zei dat ze afhankelijk van de context moeite had met 'noemen' en 'heten'.
Dat begreep ik eigenlijk niet zo goed.

Iemand anders, W., beweerde dat het ook correct is om te zeggen: "Jouw naam is Alex maar ik heet jou Ali".
Dat betwijfelde ik en ik zei: "Serieus?".

Nog iemand anders, ook een M., verzekerde mij ervan dat ik mijn opmerking goed had aangebracht door eerst te zeggen dat M. zo'n mooie uitspraak heeft. Eerst iets positiefs zeggen en daarna een opmerking maken. Zo had ik het eigenlijk zelfs niet bedoeld. Wat ik had gezegd was niet gepland, ik zei het gewoon, heel eerlijk. Als een vorm van bekommernis.

"Ik zou niet tegen eender wie over ‘noemen-heten’ beginnen", zei ik tegen M., W. en M.. "Ik zeg dit enkel tegen mensen van wie ik denk dat ze van taal houden, van wie ik denk dat ze fijngevoelig zijn voor een mooie zin of een niet alledaags woord. En ik vermoed dat jullie net als ik van taal houden."
Alle drie stemden ze in. Misschien hadden ze er op die manier nog niet eerder over nagedacht, maar misschien ook wel.

"Bij sommige mensen kan je veronderstellen dat ze niet ontvankelijk zijn voor opmerkingen over de 'noemen-heten-kwestie'", besloot ik. "Hen laat ik dan ook met rust als ik hen de fout hoor maken."

Soms ben ik moediger dan ik tot op dat moment voor mogelijk had gehouden.

Even later speelde ik met W., een spelletje 'hoofdstadje noemen'.
"Bratislava", antwoordde ik op zijn "Slovakije?".
"Ljubliana", antwoordde ik op zijn "Slovenië?".
Op "Montenegro?" moest ik hem het antwoord schuldig blijven. Ik had geen flauw benul. Hij evenmin.

Toen zei de ándere M.: "Podgorica".
Ik was verrast. Hoe wist ze dat? Om het botweg te zeggen: dat ze dat wist, dat had ik nu eens niet zien komen, zie.

"Ben ik nu in uw achting gestegen?", lachte ze.
"Jij stond altijd al hoog in mijn achting", antwoordde ik grinnikend.
Daarop trok ik mijn jas aan en met een goed gevoel ging ik naar huis. Ik ben van mening dat we lief moeten zijn tegen elkaar. We zijn ook maar mensen.

zondag 10 januari 2016

Dit jaar betalen voor nieuwswebsites?

Via de blog van mijn nonkel kom ik terecht bij een 'interessant' artikel op de website van De Morgen en daar klik ik op een link naar een nog interessanter artikel op de site van Knack.
Het artikel dat ik daar wil lezen is - balen! - een 'plus-artikel'. Betalend dus.

Ik twijfel. Ik kijk naar de verschillende abonnementenformules. Mijn gratis proefabonnement heb ik helaas al opgebruikt. 43 euro per trimester voor alleen digitaal. Een trimester, is dat drie of vier maanden? Drie maanden dus. 43 euro voor drie maanden, dat is 14 per maand of 0,50 per dag. Klinkt redelijk.
Ik klik deze formule aan, waarna blijkt dat het hier niet gaat om een abonnement voor een enkel trimester, maar wel over vier trimesters, oftewel een jaar. 43x4 = 172 euro. Dus ik zou mij meteen een jaar aan Knack-digitaal verbinden, voor 172 euro? Opnieuw: dat is slechts 50 cent per dag. Maar toch.
En dan moet ik het na een jaar ook weer zelf stopzetten of anders loopt het gewoon door? Waarschijnlijk.
Hoeveel zulke plus-artikels' zal ik trouwens lezen in zo'n jaar? En wat zal ik er van onthouden? Moet ik dit jaar niet eens stoppen met het altijd maar weer lezen van die eeuwige opiniestukken (die hoe langer hoe meer betalend worden)? Ach, ze zijn zo verleidelijk, de titels zijn vaak zo goed gekozen.

En kijk! Bij deze 43x4-formule krijg ik als welkomstgeschenk een Android smartphone. Tweede verrassing, want op een welkomstgeschenk had ik al helemaal niet gerekend. Zo dicht bij het bezit van een smartphone ben ik nog nooit geweest. Heel even lijkt het alsof zich in een zeer nabije toekomst in mijn leven een paradigmashift zal voltrekken. Er worden zeven 'features' van het toestel opgesomd waaruit moet blijken hoe geweldig het wel is. Ik stel me meteen de vraag voor hoeveel geld ik het ding zou kunnen verpatsen. Zou ik er mijn 172 euro weer kunnen uithalen? Maar wie zal de gelukkige zijn die het toestel van mij wil overkopen?

Teveel gedoe. Ik besluit, nog meer vanwege de smartphone dan vanwege de 43x4, niet in te tekenen op dit abonnement en Knacks plus-artikels (voorlopig?) aan mij voorbij te laten gaan. Het is immers niet alleen Knack dat mij een abonnement wil verkopen, ook De Standaard, De Morgen, De Correspondent, e.a. willen mij een verbintenis doen tekenen voor - wel zo gemakkelijk - twaalf maanden, en telkens zal blijken dat ik er per dag maar ongeveer 50 cent voor zal betalen, maar telkens ook zal ik me afvragen waar ik het in feite voor doe. Voor lappen tekst die ik toch niet wil lezen of gelezen krijg? En als ik er na drie maanden genoeg van heb? Nee, dan kan ik er natuurlijk niet uitstappen. De Verbintenis hé.
(Voor ik het weet zit ik op die manier ook met vier smartphones die ik niet wil. En waar moet ik daar dan mee naartoe? Ga ik er op den duur van lieverlee dan zelf een gebruiken en word ik de smartphone-junk die ik nu veracht?)

Wat 2016 dus ook zal zijn: een jaar waarin ik mijn positie moet bepalen tegenover 'plus-artikels' en andere betalende zaken op internet enerzijds, en een jaar waarin ik mij de vraag moet stellen wat ik in feite nog aan opinies wil lezen in deze 'overgeopinieerde' tijd anderzijds. Misschien moet ik gewoon proberen af te kicken van meningen. Wellicht is dat de enige juiste oplossing.

En laat dat nu ironisch genoeg de geest van de titel zijn die boven het artikel staat waarvoor ik bijna ingetekend had bij Knack voor 43x4 euro:
"Denkers hebben plaats moeten ruimen voor opiniemakers en de flauwekul overheerst overal".
Geef toe: hoe graag wil je zoiets aanklikken? Met name de 'flauwekul heerst overal' doet mij watertanden. En de man, een cultuurfilosoof, die in dit stuk aan het woord komt verwijt Europese jongeren "georganiseerde domheid". Fantastisch toch?
Maar ik laat het aan mij voorbij gaan want overmorgen ben ik toch alweer vergeten dat ik dit zo graag wilde lezen. En dan is er misschien alweer een andere wijze man of vrouw die een catchy uitspraak mijn richting uitgooit.
Ik kan alleen hopen dat ze hard genoeg gooien zodat de uitspraak over de betaalmuur vliegt.

donderdag 31 december 2015

Last.fm top 20 van 2015

1. De Jeugd van Tegenwoordig
2. The Slow Show
3. Illuminine
4. MNEK
5. Gonzales
6. TV on The Radio
7. Seinabo Sey
8. East India Youth
9. Empress Of
10. Noel Gallagher’s High Flying Birds

11. Tourist LeMC
12. Mark Lanegan
13. Sufjan Stevens
14. Foo Fighters
15. Les Sins
16. Sharon Van Etten
17. The Spectors
18. Julia Holter
19. Father John Misty
20. Dornik

Channeling door Mona Lisa M

"De namen van uw kinderen zijn goed gekozen. Ze hebben namen die refereren aan grootse zielsinhouden. Dat maakt het hen ook niet gemakkelijk om hun levenspad te kiezen, want namen kunnen ook een soort van grootse druk op de schouders leggen. Bij hen is hun rugzak niet zo groot, er is niet zoveel ballast van de voorouders en van vorige levens, maar er is wel het juk van de roeping. Wanneer men een sterke roeping heeft, dan kan men daar als het ware niet onder uit. Men onderneemt dan in de jonge jaren vaak vluchtpogingen. Die escapades kunnen alle mogelijke vormen aannemen.

In de kringen van Ali komt het meestal tot uitdrukking doordat leeftijdsgenoten maar blijven studeren, blijven stages doen, blijven reizen maken en maar niet aan een job toekomen. Ze lanceren zich niet omdat ze voelen dat het nog steeds niet je dat is wat ze eigenlijk zouden willen doen. Ze zijn als het ware exclusief en zeer eclectisch in hun manier van leven.

Ali behoort tot de lichting van de nieuwetijdskinderen, kinderen die we de Silvergrays noemen. Hij heeft een zilverige, ietwat mistige uitstraling. Toch is hij geen nevelkind. De Nebula zijn diegene die echt in de mist blijven hangen en die niet tevoorschijn durven treden, terwijl de Silvergrays van oorsprong uit zeer gezagvol zijn. Ze dragen ook autoriteit met zich mee, maar zijn er tegelijkertijd bang van. Want autoriteit wordt je gegund, wordt je gegeven door boven. Autoriteit is een machtiging van de goddelijke kracht of macht, de goddelijke taken van overzicht die je gegeven worden. Het is een soort uitverkiezing.

Dat is zodanig in Ali's ziel geprent dat hij afwacht of iemand hem zal toeroepen om ergens in dienst te treden, of iemand hem zal aanstellen over een bepaalde afdeling, een groep, of een gezelschap of een bedrijf. Hij wil dus in feite 'ontdekt' worden. Maar in het huidige tijdperk loopt dat niet altijd zo. Het overkomt maar een bepaald percentage van de wereldbevolking dat ontdekt wordt en als een ster wordt beschouwd en dan opgehemeld wordt door de massa, waardoor het uiterst moeilijk wordt om de weg te gaan die voorzien was.

Ali lijkt heel sterk, ook fysiek gezien, op Augustinus en op Alexander de Grote, twee grote keizers die in feite dezelfde zielsbelichaming zijn. Deze grote mannen hebben er alles aan gedaan om een groot eenheidsnetwerk tot stand te brengen. Niet zozeer door landen te veroveren, dan wel door overal grootse projecten te starten en intelligentie uit te sturen tot ver buiten de grenzen.
Door die grote contacten kwamen de wetenschappelijke bevindingen overal en konden er grote kwantumsprongen gemaakt worden in de evolutie van de mensheid.

Dat is precies wat de ziel van Ali met hem voorheeft. Hij zou hem willen inzetten op een plek waar er grote bewustzijnssprongen kunnen gemaakt worden. Maar dat kan hij ook doen vanop de achtergrond. Zijn schaamte of verlegenheid heeft ervoor gezorgd dat hij zichzelf bijna van bij de geboorte geboycot heeft. En al is die boycot nu van de baan, hij wordt nog steeds een stukje vertaald in het afwezig blijven in het openbaar. Hij kan onder de mensen komen, maar in beschermde middens die hij zelf creëert. Maar op internet is hij een vrije vogel en daar kan hij zijn stem verheffen.

Wellicht zal hij in contact komen met grote geesten van zijn tijd en daarmee een soort van blauwdruknetwerk vormen. De term moet nog uitgevonden worden, het is een soort ‘linking’ die al wel bestaat maar nog niet specifiek wordt benoemd.
Deze mensen zijn 'bewustwordingsvorderaars'. Zij die eisen van diegene die die blogs of die sites bezoeken om er hun gedachten bij te houden en mee te redeneren, mee te evolueren in het beschouwen van wat er allemaal gebeurt in de wereld, maar ook van wat er wordt uitgevonden en bedacht.

Deze Silvergray zal wellicht op latere leeftijd, ergens voorbij de 50, zijn autoriteit gaan neerzetten doordat hij dan zijn vleugels durft uit te spreiden en een koepel durft neer te zetten over een groots project. Dan pas! We vermoeden dat hij op dat vlak een laatbloeier is. Maar de ziel manoeuvreert hem gestaag, stapje per stapje, daar naartoe.

Heb dus geen angst, in feite loopt zijn pad over rozen, maar hij is gewend om de doornen een beetje uit te vergroten en dat kunt u hem misschien nog wel ergens onder de neus wrijven. Hij heeft de neiging om overal de angeltjes en de addertjes te zien. Dat maakt dat hij minder naïef in het leven staat dan men op het eerste zicht zou denken, maar langs de andere kant kan dat ook aangewakkerd worden tot een soort doemdenken. Dus moet hij voorzichtig blijven, want als er een depressieve neiging de kop opsteekt dan zou het best wel eens kunnen dat hij die angeltjes en addertjes gaat uitvergroten, ook in de directe omgeving, en dan wordt het leven moeilijk en zwaar.

Laat hem dus die positieve trend houden. Laat hem alstublieft met de genade gods openbloeien tot een prachtige roos, een welriekende roos wier geur verspreid wordt tot ver buiten de grenzen.

Wij danken u voor het baren van zulke mooie oogappels.

Gegroet."

zaterdag 26 december 2015

Leeslijst 2015

* = extra van genoten
** = extra-extra van genoten
*** = omvergeblazen, meegesleept, overrompeld - een wekenlange trip die ik nooit zal vergeten

- Thomas Blondeau: ‘Het West-Vlaams versierhandboek’
- Fleur Boose: ‘De les’
- Carrie Borzillo: ‘Nirvana: In the words of the people who were there’ - **
- Ernest Claes: ‘De Witte’
- Paulien Cornelisse: ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’
- Joost De Vries: ‘Vechtmemoires’

- Fjodor Dostojevski: ’De gebroeders Karamazov’ - ***

- Dave Eggers: ‘De cirkel’ - **
- Mark Greif e.a.: ‘What was the Hipster’
- Arnon Grunberg: ‘Blauwe maandagen’
- Martin de Haan: ‘Aan de rand van de wereld: Michel Houellebecq’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘De allestafel’
- Thomas Heerma Van Voss: ‘Stern’
- Ernest Hemingway: ‘De oude man en de zee’
- Michel Houellebecq: ‘De wereld als markt en strijd’
- Michel Houellebecq: ‘Mogelijkheid van een eiland’ - *
- Michel Houellebecq: ‘Onderworpen’ - *
- Herman Koch: ‘Denken aan Bruce Kennedy’
- Tom Lanoye: ‘Het goddelijke monster’
- Tom Lanoye: ‘Zwarte tranen’
- Tom Lanoye: ‘Boze tongen’
- Harry Mulisch: ‘De ontdekking van de hemel’ - *
- Yves Petry: ‘Liefde bij wijze van spreken’
- Antoine de Saint-Exupéry: ‘Le petit prince’
- Lionel Shriver: ‘We moeten het even over Kevin hebben’
- Serge Simonart: ‘Een medaille van vlees en bloed’
- Roderik Six: ‘Vloed’ - *
- Peter Terrin: ‘De bewaker’
- Peter Terrin: ‘Post mortem’
- Rik Van Cauwelaert: ‘Ils nous ont pris la Flandre’
- Joost Vandecasteele: ‘Massa’
- Joost Vandecasteele: ‘Vel’
- Christophe Vekeman: ‘Marie’
- Peter Verhelst: ‘De allerlaatste caracara ter wereld’
- Peter Verhelst: ‘Geschiedenis van een berg’ - *
- Jan Wolkers: ‘Turks fruit’
- Virginia Woolf: ‘Mrs. Dalloway’

GRAFISCHE NOVELLES E.A.

- Edmond Baudoin: ‘De zang van de walvissen’ - *
- Sanne Bijnens: ‘Babyblues’
- ‘Bruss. Brussels In Shorts 2’ (verschillende auteurs)
- Charles Burnes: ‘Big Baby’
- Ross Canpbell: ‘Wet Moon IV’
- Stephen Collins: ‘The Gigantic Beard That Was Evil’
- Yannick Dangre: ‘Met terugwerkende kracht’ (dichtbundel)
- Maarten De Saeger: ‘Mijn begrafenis’
- Jacques Ferrandez: ‘L’étranger’ - *
- Andy Fierens: ‘Wonderbra’s en pepperspray’ (dichtbundel)
- Ben Gijsemans: ‘Hubert’
- Inne Haine: ‘Het mirakel van Vierves’
- Jim: ‘Een nacht in Rome I en II’
- Lorenzo Mattotti: ‘De man aan het raam’ - **
- Michel Onfray & Maximilien Le Roy: ‘Nietzsche’
- Seth: ‘Clyde Fans’
- Maarten Vande Wiele: ‘Paris’
- Stephan Vanfleteren: ‘MMXIV’ (fotoboek) - **
- Joris Vermassen: ‘Het zotte geweld’

maandag 21 december 2015

Top 30 hits van 2015

1. East India Youth: ‘Turn Away’
2. Tourist LeMC: ‘Koning Liefde’
3. Noel Gallagher’s High Flying Birds: ‘Ballad of The Mighty I’
4. The Slow Show: ‘Dresden’
5. NERO: ‘Two Minds’


6. Erik Hassle: ‘No Words’
7. Giorgio Moroder & Kelis: ‘Back and Forth’
8. Drenge: ‘Never Awake’
9. Grace: ‘You Don’t Own Me’
10. Of Mice and Men: ‘Broken Generation’

11. Seinabo Sey: ‘Younger’
12. Faith No More: ‘Superhero’
13. Courtney Barnett: ‘Pedestrian At Best’
14. Mark Lanegan & Beth Orton: ‘Your Kisses Burn’
15. MNEK: ‘Wrote a Song About You’

16. All Tvvins: ‘Thank You’
17. CHVRCHES: ‘Leave a Trace’
18. Saalk: ‘Voor de liefde’
19. Florence + The Machine: ‘St. Jude’
20. Kendrick Lamar: ‘The Blacker The Berry’

21. Yael Naim: ‘Coward’
22. De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Manon’
23. Teenage Wrist: ‘Slide Away’
24. Destroyer: ‘Girl in a Sling’
25. Låpsley: ‘Hurt Me’

26. Lianne La Havas: ‘Unstoppable’
27. Bob Moses: ‘Tearing Me Up’
28. Ringland Band: ‘Laat de mensen dansen’
29. Disclosure: ‘Holding On’
30. Father John Misty: ‘Bored In The USA’

TOP 50 MATERIAAL

- Best Coast: ‘Heaven Sent’
- Big Data: ‘Snowed In’
- BJ Baartmans: ‘Er speelt zoveel’
- Cambio Sun: ‘Be a Man’
- The Chainsmokers: ‘New York City’
- Deafheaven: ‘Come Back’
- De Jeugd van Tegenwoordig: ‘Ik was een klootzak’
- Dornik: ‘Second Thoughts’
- Empress Of: ‘How Do You Do It’
- Erik Hassle: ‘Smaller’
- Foo Fighters: ‘Saint Cecilia’
- George Fitzgerald: ‘Full Circle’
- Kurt Vile: ‘Pretty Pimpin’
- LANY: ‘Someone Else’
- Luke Christopher: ‘Need That Love’
- Mapei: ‘Change’
- Mercury Rev: ‘The Queen of Swans’
- Sofi de la Torre: ‘Colorblind Cruisin’
- Stéphanie Blanchoud: ‘Up And Down’
- Submotion Orchestra: ‘Lift Music’
- Tourist LeMC: ‘En route’
- Villagers: ‘Hot Scary Summer’
- The World Is a Beautiful Place & I Am No Longer Afraid To Die: ‘I Can Be Afraid of Anything’

zondag 13 december 2015

Wauw, jij hebt mooie ogen

Gisteren zat ik in het gezelschap van drie vrouwen mijn middagmaal te verorberen. We praatten over runderen, koetjes en kalfjes met name, zoals de verhuis van de een en het zwembad waarvan de ander droomt maar dat ze niet kan betalen en waar ze in haar tuin sowieso geen plaats voor heeft.

Vrouw 1 moet eind de dertig zijn, vrouw 2 halverwege de vijftig en vrouw 3 zou je nog gerust een ‘jongedame’ kunnen noemen. Zij zal hooguit 25 zijn.

De jongedame zei iets tegen mij tijdens het eten en onwillekeurig merkte ik plots haar felblauwe ogen op. Die waren me nog niet eerder zo opgevallen, het gebeurt niet zo vaak dat zij en ik samen aan een tafel zitten. Al even onwillekeurig als dat ik naar haar ogen keek zei ik: “Wauw, jij hebt felblauwe ogen, dat was me nog niet eerder zo opgevallen.”

“Aha, is dat uw versiertruc?” reageerde ‘vrouw 1’, een energiek en heel direct type, geamuseerd. Ik ontkende en zei dat het me gewoon plots was opgevallen en dat ik er verder niks bijzonders mee bedoelde. (“Wilt ge het met mij aan?” vroeg ik derhalve aan de 'jongedame'. Ze kon er mee lachen.) De jongedame besloot mijn opmerking over haar ogen op te vatten als een compliment en hechtte er naar ik aanneem verder niet zoveel belang aan. En zo was het goed want ik had er verder ook echt niks mee bedoeld. (Op een onbewust niveau had ik natuurlijk naar alle drie de dames gecommuniceerd dat ik op mijn gemak was in hun gezelschap, realiseerde ik me nadien.) Overigens had ik de jongedame niet eens een compliment gemaakt, want aan de kleur van haar ogen heeft zij geen enkele verdienste. Ze heeft mooie ogen, dat is waar, maar meer dan dat vast te stellen kan je niet doen.

Nu stel ik me wel de vraag waarom een positieve opmerking over iemands uiterlijk bijna per definitie ‘beladen’ is. Waarom mag ik enkel tegen mijn spreekwoordelijk lief zeggen dat ze mooie ogen heeft en niet tegen mijn spreekwoordelijke buurvrouw? Akkoord, het gaat hier over een man die iets zegt tegen een vrouw en het is een feit dat ik een man met mooie ogen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen over zijn ogen zal aanspreken - maar voor de rest: wat doet her ertoe? Ik had kunnen zwijgen over de ogen van de jongedame, maar waarom in feite? Omdat ik bang zou zijn om flirterig over te komen? Dat zou dan eerder haar probleem zijn dan het mijne, als zij het zo zou interpreteren.


Vorige week maakte ik het trouwens nog bonter wat het positieve opmerkingen maken over andermans uiterlijk betreft.

Een vriendin van mij, onmiskenbaar een hele mooie vrouw, sprak over haar date met een jongen en zei te vrezen dat ze op hem een rare indruk had gemaakt. Ze zei dat ze veel stomme grapjes had verteld en weet ik veel wat nog. Niet dat ze per se spijt had van haar ‘optreden’ nochtans. Ze stelde zich gewoon veel te veel vragen en was heel onzeker, zoals ze dat wel vaker is.

Nu is deze vriendin werkelijk een bijzonder knappe verschijning en bezit ze een uitstraling waarmee ze heel wat blikken naar zich toetrekt wanneer ze pakweg op een terrasje gaat zitten. Als ik met haar iets ga eten in het etablissementje van onze keus zal menig heerschap zich stilletjes afvragen hoe ‘die kerel’ (ik dus) zich tegenover die mooie vrouw verhoudt. Daar durf ik rustig een sommetje op in te zetten.

Dus toen deze vriendin zich vorige week luidop afvroeg of haar date, met wie het best gezellig was geweest, nog wel opnieuw met haar zou willen afspreken, was ik oprecht verbaasd. Ik zei dat ze daar toch echt niet nodeloos aan hoefde te twijfelen want dat ze, naar ze zelf zei, op geen enkele manier de indruk had dat hij niet geïnteresseerd was om haar terug te zien en dat ze bovendien niet mocht vergeten dat ze er fantastisch uitziet (mijn woorden) en dat die jongen er wellicht alleen al daarom niet voor zou terugdeinzen om opnieuw in haar gezelschap buiten te komen.

Hoewel dit natuurlijk niet erg complimenteus was tegenover de jongen in kwestie, zei ik dit toch weloverwogen omdat ik gewoon eventjes door de ogen van ‘een man’ probeerde te kijken. Een man die een mooie vrouw herkent en op basis van haar schoonheid ongetwijfeld (of onherroepelijk) in haar geïnteresseerd zal zijn. Omdat dat nu eenmaal zo gaat tussen mensen die elkaar nog niet zo heel goed kennen.
(Ik durfde dit ook te zeggen omdat deze vriendin iemand is die zo’n antwoord als dat van mij nooit eendimensionaal zal interpreteren als een slijmerig compliment van een zielige aanbidder. Natuurlijk - ik kan niet anders dan het er even bij te zeggen - vind ik haar zelf ook aantrekkelijk, anders zou ik dit moeilijk kunnen schrijven, en ik meen dat ook als ik zeg dat ze er fantastisch uitziet. Maar om verschillende redenen is het voor mij helemaal niet moeilijk om geen amoureuze gevoelens voor haar op te vatten. En zo is het wel des te comfortabeler.)

Soit. Mijn vriendin ging niet concreet in op mijn uitspraak, wellicht omdat ze gewoon niet kon ontkennen dat ik gelijk had. Natuurlijk is ze zich er zeer goed van bewust dat veel mannen haar aantrekkelijk vinden, ze had mijn opmerking niet nodig om zich dat te realiseren. Alleen leek het mij niet overbodig om haar er droogjes aan te herinneren dat uiterlijke schoonheid een rol speelt wanneer iemand besluit om zijn of haar date nog een kans te geven. En ik wilde duidelijk maken dat ik het in dat opzicht een beetje flauw vond van haar om zelfs maar te durven denken dat haar date haar al na één ontmoeting - een aangename ontmoeting dan nog - zou hebben ‘afgekeurd’ omdat ze misschien een beetje 'raar' had gedaan. Als ze immers de moeite had gedaan om even ernstig na te denken en haar uiterlijke schoonheid in acht te nemen zou ze meteen beseft hebben dat die kans niet zo groot is.

(Kritische lezers, herleid ik mijn vriendin nu al te zeer tot een soort lustobject? Is dit misschien ronduit seksistisch? Ik wil alleen maar zeggen dat heel veel mannen belang hechten aan het uiterlijk van hun date en heel graag gezien worden in het gezelschap van een vrouw die onmiskenbaar zeer mooi is.)

Doch, had ik iets over het uiterlijk van mijn vriendin moeten zeggen? Natuurlijk niet. Maar het leek me wel een ter zake doend antwoord op de vraag die zij zich stelde. Bovendien hoefde ik niet bang te zijn dat het ‘fout-flirterig’ zou worden opgevat. En bevatte mijn antwoord een compliment? Hoegenaamd niet. Net als het meisje met de blauwe ogen heeft mijn vriendin geen bijzondere verdienste aan haar uiterlijk.

Mijn conclusie is dus ten slotte dat men mensen niet nodeloos in verlegenheid moet brengen met onverwachte uitspraken over hun uiterlijk, maar dat het ook niet nodig is om tegen de jongedame met wie je gezellig kan praten te verzwijgen dat ze mooie ogen heeft als die notie onwillekeurig door je gedachten schiet.
En een vrouw wier schoonheid slechts door weinigen zal worden betwist maar die eventjes haar eigen schoonheid uit het oog verliest of doet alsof die van geen tel is, moet er ten allen tijde aan herinnerd worden dat haar date haar als persoon dan misschien wel een beetje raar vindt, maar dat hij haar wellicht ook behoorlijk knap vindt. Dan is dat misverstand ook weer opgelost.