zaterdag 10 februari 2018

Handicap op relatiemarkt

Ik kan me heel goed voorstellen dat je als kinderloze single van begin vijftig wel even nadenkt voor je een relatie aangaat met iemand die een zeer slecht contact heeft met zijn volwassen kinderen. Je leert elkaar kennen, verneemt al gauw dat je ‘match’ kinderen heeft, maar komt verder heel weinig over die kinderen te weten en je krijgt ze al helemaal niet te zien. Je wil graag die kinderen, die trouwens al een hele tijd volwassen mannen zijn, ontmoeten, maar dat lijkt niet zo voor de hand liggend. Hoe dat komt, wil je van je nieuwe partner weten - je denkt je nieuwe partner (nog) beter te kunnen leren kennen als je zijn kinderen ontmoet, - helaas beantwoordt je partner die vraag ontwijkend. Zo kom je geen stap verder. Zit die relatie tussen vader en kinderen soms niet goed? Dat is geen prettig nieuws.
Een eerste ontmoeting met een van zijn zonen verloopt stroef. De zoon lijkt niet erg geïnteresseerd in een kennismaking, het lijkt wel alsof het doen en laten van zijn vader hem weinig kan schelen. Hoewel het zeker drie maanden geleden is dat hij zijn vader nog heeft gezien, is er van een hartelijke begroeting alvast geen sprake. De vader, je nieuwe partner, lijkt nochtans wel te willen, maar de lichaamstaal van de zoon verraadt dat het voor hem niet hoeft. Een echt gesprek komt niet op gang ook al doe je daartoe zelf een poging. Je vertelt de zoon dat je al veel over hem hebt gehoord en vraagt of het waar is dat hij zoveel bezig is met zijn hobby. Je doet je best, maar de zoon toont zich stug en zegt geen woord teveel, blijft onverstoorbaar lezen in een tijdschrift. Die eerste ontmoeting is voorbij voor je het weet en je nieuwe partner lijkt er niet vrolijk van te zijn geworden om zijn kind terug te zien.
Enkele weken later vindt er een nieuwe ontmoeting plaats, die wederom geen fijn verloop kent. Opnieuw merk je de stugge houding van de zoon op. Je nieuwe partner die wel wil, maar al bij al ook geen overdreven belangstelling toont voor zijn kind. Je stelt de zoon wat vragen en krijgt slechts korte, obligate antwoorden terug. Bij deze tweede gelegenheid valt dat je toch wel erg tegen. Je spreekt er je partner over aan. Diens vage antwoord vind je ontoereikend. Hoe zit dat nu tussen vader en zoon? En waar is die ándere zoon eigenlijk? Die heb je nu nog steeds niet ontmoet.
Er volgt een derde ontmoeting waaraan voorafgaand je hebt beslist om enkele kwesties aan te kaarten. Je zal de zoon met zoveel woorden vragen wat er nu eigenlijk aan de hand is. Die korte antwoorden, die weinig enthousiaste, weinig welwillende houding, die schijnbare onverschilligheid die je tijdens vorige ontmoetingen hebt vastgesteld - hoe zit dat nu precies? Je zal hem vertellen dat hij zijn vader verdriet aandoet, dat zijn vader hem graag ziet, maar niet het gevoel heeft dat dat gevoel wederzijds is. Je zal hem vertellen hoe jammer je dat zelf vindt. Je zal de zoon vertellen dat hij blij mag zijn met zo’n zorgzame en betrokken vader.
Dat zijn de dingen die je al in de eerste minuut van de ontmoeting ter sprake brengt. Je toon is wat beschuldigend, maar daar sta je niet bij stil. Je schrikt wanneer de zoon op tafel klopt en aankondigt dat hij “dan maar eens zal zeggen waar het op staat”. Je luistert meer dan een halfuur naar een ‘versie van de feiten’ die je nog niet eerder hebt gehoord. Je had de woorden van je nieuwe partner voor waar aangenomen, je had er niet eens bij stilgestaan dat er misschien ook zoiets bestond als ‘een andere versie van de feiten’. Je bent van slag, maar luistert aandachtig naar wat de zoon te vertellen heeft. Dit had je niet vermoed. Die andere versie van de feiten plaatst een en ander toch in een ander licht. Je vraagt je af of je betrokken wil raken bij een moeilijke vader-zoonrelatie die bovendien in een definitieve padstelling lijkt te zijn beland. Wil je een partner die gebukt gaat onder het slechte contact met zijn kinderen? Want ja, hoe zit dat nu eigenlijk met dat ándere kind. Dat heb je nu nog stééds niet ontmoet en het beantwoordt zelfs de sms’en van zijn vader niet.
*
Een gescheiden ouder die een slecht contact heeft met zijn kinderen arriveert met een handicap op de relatiemarkt. Het is geen reclame voor jezelf wanneer je moet toegeven dat je nauwelijks weet wat voor leven je volwassen kinderen leiden, dat je niet weet wat hun bezigheden of interesses zijn en dat je hen hooguit vijf keer per jaar ziet, ontmoetingen die dan nog eerder stroef en weinig hartelijk verlopen. Je vertelt je ‘match’ over je kinderen en hoe graag je hen ziet, maar als ze je vraagt wanneer je je kinderen aan haar voorstelt, kom je niet verder dan een vaag “binnenkort”. Je match blijft er in de weken erop naar vragen, maar er wordt geen afspraak met de kinderen vastgelegd. Zelf laten de kinderen nooit van zich horen.
Je match gaat nadenken. Wat voor vlees heeft ze in de kuip? Voorlopig ziet ze het nog wat aan. Maar voor hoe lang?

Geen opmerkingen: