Met een minimum aan nieuwsberichten de dag doorkomen is voor mij niet evident. Ze doen de tijd vooruitgaan, ze houden me bezig zonder dat ik bezig hoef te zijn. Maar toch vind ik het belangrijk om op nieuwsdieet te gaan want nieuwsberichten brengen me niks wezenlijks bij. Ik verneem weliswaar vanalles maar vergeet het even snel weer. En zelden is zo'n bericht voor mij persoonlijk van enig belang. De vrijgekomen tijd kan anders worden ingevuld. En zonder twijfel nuttiger.
woensdag 12 april 2023
Rolf Dobelli: 'Het nieuwsdieet'
dinsdag 20 juli 2021
Nosferatu Man
Ik probeer soms naar mijn favoriete muziek te luisteren alsof ik die voor het eerst hoor. Dat is onmogelijk - bijzonder jammer - maar je kan de kwaliteit van de muziek wel trachten af te meten aan muziek die je wél voor eerst hoort en die om allerlei redenen veel minder indruk op je maakt.
Ik deed de oefening met 'Nosferatu Man' van Slint, het meest radiovriendelijke nummer van deze cultgroep met een uniek geluid.
Waarom trekt dit nummer de aandacht als je het voor het eerst hoort? Al in seconde vier wordt dat duidelijk. De droge drums die 'Nosferatu Man' aftrappen, krijgen het gezelschap van een sinistere baslijn die niet klinkt als iets dat je recent nog in een of andere Spotify-playlist is komen aanwaaien. Dit sfeertje is bijzonder onvriendelijk voor het Fnacpubliek waarvan het grootste deel van je kennissen deel uitmaakt. De splijtende gitaar die luttele seconden later invalt, meteen gevolgd door het bijna gefluisterd parlando van de Slint-zanger, bevestigt de initiële vermoedens en overtreft de in niet meer dan tien tellen gecreëerde hoge verwachtingen. Dit is iets anders, iets speciaal, dit heb je, met je al bij al vrij beperkte kennis van alternatieve 80's en 90's gitaarmuziek, niet eerder gehoord. Welke groep is dit? Dit moet je asap shazammen. Dit moet je zeker doorsturen naar je vriend-met-de-goeie-muzieksmaak. Dit is spannend en van jou.
Het agressieve refrein, waarin het gefluister omslaat in gebulder, is tegen dan - we zijn nog geen minuut onderweg - nog slechts de triomfantelijke bevestiging, de kers op de taart. Het geluid van Slint is gewoon.. wow. Van deze groep wil je alles horen. En dan heb je nog niet eens de stompende bridge halverwege het nummer gehoord en de laatste anderhalve, bijna volledig instrumentale minuut waarin het nummer zijn climax bereikt, misschien wel de meest opwindende anderhalve minuut van het vijfenhalf minuten durende nummer.
Vervolgens blijkt 'Spiderland', de plaat waar 'Nosferatu Man' als tweede nummer opstaat, bijna van voor naar achter van hetzelfde hoge niveau te zijn.
Meer dan vijftien jaar nadat je Slint hebt leren kennen, probeer je opnieuw naar 'Nosferatu Man' te luisteren alsof je het nummer voor het eerst hoort. Omdat er tegenwoordig veel minder nieuwe muziek uitkomt die een even grote indruk op je maakt en je dat eigenlijk heel jammer vindt. En omdat je een ouwe lul geworden bent die graag teruggrijpt naar de muziek waarmee hij is opgegroeid. Niet dat je leven vroeger beter was of de muziek zoveel interessanter, daar gaat het helemaal niet om, maar je was als zeventienjarige veel sneller van nieuwe dingen onder de indruk dan nu als bezadigde of verzadigde dertiger zonder dromen, en je wil verdomme nog eens ergens zwaar van onder de indruk zijn, niet dag na dag dezelfde tabbladjes dichtklikken en gedachteloos doorsjokken naar een volgende gelijksoortige onbenulligheid die op geen enkele manier een verschil maakt.
Dat je daar natuurlijk zelf iets aan kan doen. Door naar Slint te luisteren ofzo.
zondag 18 juli 2021
Religie is fantasie
Een piepklein insect trippelt over mijn bedovertrek en dat zint mij niet, het beestje moet daar weg. Ik kies voor de luie oplossing en vermorzel het dier tussen mijn vingers. Daarna gooi ik het met een vlotte polsbeweging op de grond. Ik zeg "Sorry vriend", maar voel me niet schuldig. Ik ben een sterk roofdier en roofdieren hebben de gewoonte om zwakkere dieren aan te vallen en te doden. Dat is nu eenmaal de natuur.
Maar wat ik eigenlijk wil zeggen: de mens is een dier, een levend wezen, niet anders dan een insect en we staan, het zijn gewoon de nuchtere feiten, op dezelfde voet, echt waar. Waarom gelooft dan niemand dat er een insectenhemel is, maar zijn er miljarden mensen die veronderstellen dat er voor de mens wel een hiernamaals is? Wat maakt ons mensen toch zo verschrikkelijk bijzonder?
Het antwoord is verrassend eenvoudig: we zijn (waarschijnlijk) van alle dieren de beste verhalenvertellers, we hebben (misschien als enigen) de gave van de fantasie en die fantasie laten we gul de vrije loop. We fantaseren verhalen waarin we onszelf enorm belangrijk maken en maken onszelf wijs dat een god allerlei inspanningen heeft gedaan om ons mensen een bestaan op aarde te gunnen. En diezelfde god zou ook nog eens zoveel belang aan ons hechten dat hij voor ons - niet voor de andere dieren - een hiernamaals voorziet. Sta je daar even bij stil dan moet je toch concluderen dat de ijdelheid en hoogmoed die er nodig zijn om zoveel onzin te geloven al volstaat om in welk hiernamaals dan ook afgestraft te worden. Op z'n minst sta je in het vagevuur bekend als een behoorlijk stuk pretentie.
De mens eindigt niet anders dan een insect. Laat je fantasie de vrije loop, maar ga je verzinsels niet voor waar aannemen. Het is verleidelijk, we zijn hoogmoedig en ijdel, hebben een knoert van een ego, maar blijf bij de les, bewaar wat nuchterheid en concludeer finaal dat mensen niet bijzonder zijn en dat het universum, mocht dat een bewustzijn hebben, onverschillig tegenover ons staat.
Dat is niet erg, dat is oké. Doe je best, wees lief voor je medemens, en dan krijg je een leven met genoeg gelukkige dagen om tevreden te kunnen sterven.
Maar god is fantasie.
zondag 11 juli 2021
Jana
Ik kijk ernaar uit om Jana terug te zien.
Jana is elf jaar en woont in de straat waar ik ben opgegroeid. Mijn broer en Jana zijn al een tijdje beste vrienden en sinds kort speel ik ook mee als ze op straat voetballen of frisbeeën.
Jana houdt er tal van boeiende meningen op na. Ze wil haar stem laten horen in het jeugdparlement en oproepen tot wereldvrede. Ze wil ook dat Vlaanderen en Wallonië beter samenwerken. Waarom is er wel een Vlaams maar geen Belgisch Belang, vraagt Jana zich af. Een zeer terechte bekommernis.
Ik vind het leuk om op een serieuze manier met een kind te praten. Een beetje gek en onnozel doen, is ook fun, maar als je ernstig bent, kom je veel meer te weten. Jana's hersenen draaien op volle toeren en ze wisselt schattige, onbenullige uitspraken met interessante observaties af.
En is het niet kapot stoer van haar dat ze twee dertigers tot haar vriendenkring mag rekenen? Ik had het toen ik elf was alleszins niet in mijn hoofd gehaald om bij een dertiger te gaan aanbellen met de vraag of hij mee wil komen voetballen. Anderzijds zou het ook wel kunnen dat mijn broer en ik er benaderbare meneren uitzien en mocht dat zo zijn, is dat wel een compliment. Een dertiger met een lening, een auto en een grasmachine ziet er alleszins niet uit alsof hij met een lagereschoolkind gaat voetballen.
Er is wel één ding dat me een beetje dwarszit. Binnen maximum twee jaar zal het waarschijnlijk gedaan zijn met voetballen, want dan is Jana dertien en vindt ze het misschien 'awkward' om nog met ons om te gaan. Dan wordt ons contact misschien gereduceerd tot een ongemakkelijke begroeting. En al zou dat misschien de normale gang van zaken zijn, ik zou het toch heel spijtig vinden. Maar hey, nu zijn we nog niet zover en daarom mag ik vandaag nog de hoop koesteren dat we met Jana gaan voetballen als ik straks in de ouderlijke woonst arriveer.
vrijdag 17 mei 2019
Ballerina's
Het begon ermee dat de zool van mijn schoen was losgekomen. Dat leek S. en mij een prima aanleiding om naar een schoenenwinkel te gaan. Niet per se om een nieuw paar schoenen te kopen - de losgekomen zool kon worden hersteld, - maar, gewoon, omdat het altijd wel tof is om in een schoenenwinkel rond te neuzen.
woensdag 1 mei 2019
Pynchon & Wallace
Op zich vind ik het niet zo relevant om me uitgebreid af te vragen waarom ik een welbepaald boek lees. Ik lees een welbepaald boek omdat het me op een of andere manier aanspreekt, niet meer of niet minder. Maar als ik me dan toch de vraag stel waarom ik boek x lees dan doe ik dat kennelijk omdat ik er niet zeker van ben dat het rendement dat ik haal uit het lezen van het betreffende boek zijn tijdsinvestering wel waard is. Ja, inderdaad, ik kan er maar beter meteen begrippen als ‘rendement’ en tijdsinvestering’ bijsleuren. Die passen we tegenwoordig immers op vrijwel alles toe en dus ook zeker op het lezen van een roman (want ik heb het hier over fictie, niet over (in het algemeen sneller concreet renderende) non-fictie).
dinsdag 30 april 2019
vrijdag 19 april 2019
Dagje Brussel
Dus ik zoals elke donderdag naar Brussel om te betogen voor een ambitieuzer klimaatbeleid. Ik rep me naar het Bolivarplein aan de achterkant - of is het de voorkant? - van station Brussel-Noord, maar er is daar vandaag geen betoger te bespeuren. Het is 10:40 nochtans en zouden we niet, net als vorige week, tegen 10:30 verzamelen? Maar er is dus niemand vandaag (gisteren), zelfs ook geen verdwaalde (of verdwaasde) PvdA’er die, joint tussen wijs- en middenvinger, roept dat hij weg wil met het kapitalisme.
donderdag 27 december 2018
Homo Deus
‘Sapiens’ is uit en dus ben ik maar meteen ‘Homo Deus’ gaan kopen. Yuval Noah Harari slaat spijkers met koppen en ontmaskert religie op overtuigende wijze als een verzinsel van de mens. Wij zijn neven van de chimpansees, zegt Harari. Zo simpel is dat. Hoogstens stellen religies - of het nu gaat om het christendom, het nationalisme, het kapitalisme,.. - grote groepen mensen in staat om aan hetzelfde zeel te trekken. Zonder zijn vermogen tot het bedenken van verzinsels zou de mens zich niet onderscheiden van andere dieren. Mochten mensen niet tot fantasie in staat zijn dan zouden ze elkaar op nog veel frequentere basis de kop inslaan.
Ik heb geweldig veel zin om nu aan ‘Homo deus’ te beginnen omdat de laatste hoofdstukken uit ‘Sapiens’ mij bijzonder hebben gefascineerd. Er wordt de lezer in die laatste hoofdstukken een beeld gepresenteerd van de huidige mens, de mens aan het begin van de eenentwintigste eeuw, en van hoe die mens lijkt te denen dat hij wel het logische sluitstuk moet zijn binnen de grote evolutie van de soort.
Harari haalt dat beeld onderuit en stelt dat wij als homo sapiens maar een schakel zijn in een proces dat nog lang niet afgelopen hoeft te zijn. Wij, homo sapiens, met al onze kleine en grote zorgen, met al onze ziektes en politieke twisten, wij hoeven helemaal niet het eindpunt van de menselijke evolutie te zijn. We zijn trouwens al volop aan het bewijzen dat we maar een tussenschakel zijn, een nieuwe mensensoort is al op komst.
De homo sapiens is veel te gebrekkig, zowel lichamelijk als geestelijk, om een eindpunt te kunnen zijn. Wij ervaren nog veel te veel kwesties als ‘problemen’, kwesties die voor toekomstige mensen helemaal niet problematisch hoeven te zijn. Hoezo kapitalisme, hoezo christendom? Wat een gedoe! De mens van de toekomst rekent naar alle waarschijnlijkheid af met die fabeltjes.
(In dat opzicht is het trouwens lollig dat Barack “God bless you” Obama lovend is over dit boek.)
Ik zal ook uit ‘Sapiens’ onthouden dat mensenrechten niet bestaan.
Natuurlijk hoefde ik ‘Sapiens’ niet te lezen om dat te beseffen (want op welke basis zou de mens zichzelf rechten mogen toekennen?), maar toch weer eens handig om het geschreven te zien staan in een Zeer Interessant Boek.
Ik begin de indruk te krijgen dat dit boek (nu al) mijn kijk op de mensheid veranderd heeft.
Te weten dat wij, homo sapiens, slechts een tussenschakel zijn binnen de evolutie, het voelt haast aan als een bevrijding.
Oh, en ook nog dit. Ons streven naar geluk is ridicuul. Middeleeuwse boeren waren niet noodzakelijk ongelukkiger dan wij, zegt Harari. Ze waren er alleszins niet door geobsedeerd (wat natuurlijk ook helpt).
Het is biologisch (of biochemisch) bepaald in welke mate iemand gelukkig kan zijn en aan ieders geluk zijn grenzen. Harari spreekt van mensen wier geluk tussen 10/10 en 6/10 schommelt, met 8/10 als gemiddelde. Evengoed zijn er mensen wier geluk fluctueert tussen een maximum van 8/10 en een minimum van 3/10. Deze laatste groep kan onmogelijk een geluksstaat van 10/10 bereiken, hoezeer ze daar ook zijn best voor doet. Het kan gewoon niet.
En dat kan je jammer vinden, maar daar schiet je niks mee op. Kan je je lot toch niet aanvaarden? Verdiep je dan in het boeddhisme. Want het boeddhisme, ja, dát houdt steek - serieus.
*
Ondertussen in ‘Homo Deus’ begonnen. Wat een waanzinnig goed boek! Ik ga er mee slapen en sta er mee op.
Mogelijks later meer daarover.
dinsdag 25 december 2018
Opvoeder
Ik heb mij vorige week serieus opgewonden tijdens een gesprek met iemand die ik heel goed ken. Deze twintiger met veel meer intellectuele bagage dan zijn gemiddelde leeftijdsgenoot volgt momenteel een opleiding tot opvoeder en in dat kader moet hij stage lopen bij een kinder- en jongerenwerking. Toen hij begin oktober aan die stage begon, was hij enthousiast. Hij vond het fijn om de leefwereld van de kinderen te leren kennen en beschouwde zijn engagement zelfs als een constructieve bijdrage aan de opbouw van de samenleving. Hij was er sterk van overtuigd, zei hij, dat een maatschappij alle nodige middelen moet inzetten om kinderen de kansen te geven die ze nodig hebben om zich te kunnen ontplooien, zodat ze later op hun beurt een constructieve bijdrage aan de maatschappij kunnen leveren.
donderdag 20 december 2018
Grof
Iedereen weet dit, maar toch.
zaterdag 8 december 2018
Het grote dictee
Rare avond gisteren.
woensdag 5 december 2018
Je telefoneert me niet meer
Je telefoneert me niet meer
zaterdag 10 november 2018
Tijd voor mezelf
Eindelijk
Ik krijg nu tijd voor mezelf
Onvermijdelijk
Ik was oneindig vele jaren bang om door de mand te vallen
Flexibel maar verlamd van angst om kansen te verknallen
Alleen maar als ik terugdenk aan hoe moeilijk dat wel was
Ik was een profiteur van politieke caritas
Van zevenhonderd euro om mijn mondje dicht te houden
Een som die je verplicht om in te trekken bij je ouders
Vernederend om in mijn stad geen kot te kunnen huren
Tenzij misschien een krot met kakkerlakken op de muren
En dat je voor je coach maar een profiel bent in een map
Is voor je psychisch welzijn misschien wel de zwaarste klap
Klap
Je zet dan toch die stap
Een keuze die een mens kan maken maar die jij snapt
Tot iemand je een inzicht aanreikt dat je nog niet kende
Een nieuwe koffer dropt met nog een ander soort ellende
En hoe je daar mee omgaat is natuurlijk jouw beslissing
Maar wat ik deed op dat moment leek mij toen geen vergissing
En dat ik niet gewacht heb op wat zou kunnen gebeuren
Dat opent nu plots zomaar alle mogelijke deuren
Want ik krijg tijd voor mezelf
Uiteindelijk
Ik krijg nu tijd voor mezelf
Onvermijdelijk
En heel geleidelijk
Raak ik daar nu aan gewend
Een situatie die ik eigenlijk nooit eerder heb gekend
Ik praat over mijn schaamte met een neuropsycholoog
Dat vind ik niet gemakkelijk en soms houd ik het niet droog
Maar het moet wel gebeuren om de draad weer op te pikken
Nu is het echt hoog tijd om al mijn leugens te doorprikken
Dus als ik jou eens tegenkom en jij vraagt hoe het gaat
Ik sta nu op de ziekenkas en ben daarbij gebaat
vrijdag 9 november 2018
Control-S
Kop op man je kan toch opnieuw beginnen
Bezin je en zwoeg kom ermee voor de pinnen
Maar balen niet lichtjes ik zat er boenk op
Een loempe stomkop doet zoiets zelfs beter
Gereed met zijn teksten hij heeft ze gesaved
Herleest ze is zeker hij zit in een zetel
Vermetel gebeten hij keek ze nog na
Dus roept hij hoera want hij was wel zo clever
Om never zijn teksten te laten verrekken
Verrukt en niet krukkig klinkt zijn hallelujah
En mij grijnst hij toe amehoela dat suckt
Nu kan ik hier kniezen kop tussen mijn knieën
Verliezen verdorie doe ik ook bij wiezen
Zo miezert het treiterig door mijn memorie
Jandorie jandorie jandorie
Schiet ik niks mee op
In alles een kans
Het is geen avance
Kan zelfs in het Frans
Mais oui pourquoi pas
Un flirt avec toi
Et à ton minou
Je dirais coucou
De boeken gaan toe
Mijn gedicht is gaan lopen
Te hopen valt nu dat dit klotebestand
Zich openstelt voor mijn kloek timmerend handje
Met mijn control S-je leer ik het een lesje
donderdag 8 november 2018
Begrijp mij
Want ik begrijp mij niet
Hoewel ik wel wil en welwillend expliciet
Aan jou vraag hoe jij mijn dagen ziet
Of de maan voor mij schijnt of het dondert
Of het wonder de zon mij bevrijdt
Hoe ik loens tussen tinder en dons
Wat ik woens voor mezelf op de derde dag van de week
Een versperde gewestweg, een kabbelend beekje
Een babbelend cakeje misschien wel
Weet ik veel
Ik ben een leek
En ook al lijkt mijn toestand rechtopstaand oké
Ik lig hier k.o. in een staat die stevig mijn eigen verstand te boven gaat
woensdag 1 augustus 2018
Online mensen recenseren
Voor wie nog van niks weet: Google heeft een nieuwe functie, Google Reviews, waar elke Googlegebruiker automatisch een profiel krijgt en waar mensen die met hem of haar via sociale media verbonden zijn hem of haar over verschillende categorieën kunnen beoordelen, uitgedrukt in een aantal sterren en eventueel met wat uitleg erbij. (Wat het sterrensysteem betreft: één ster = vermijd deze persoon ten allen tijde; twee sterren = niet echt interessant gezelschap; drie sterren = aangenaam gezelschap; vier sterren = goeie vrienden; vijf sterren = super de max fantastisch love you x!)
Google Reviews is een soort Tripadvisor maar dan voor mensen in plaats van bestemmingen. Een Humanadvisor, zo zou je het ook kunnen noemen. Als mens word je door je eigen vrienden publiek beoordeeld. Nooit eerder kon men op deze schaal publiekelijk geschreven zien staan wat vriend x zoal op vriend y aan te merken heeft.
Inmiddels hebben (nog maar) zes Facebookvrienden mij beoordeeld op Google Reviews en mijn gemiddelde score is 3 op 5 (drie sterren dus). Eén iemand heeft mij één ster gegeven, iemand anders vond mij twee sterren waard, nog een andere vriend gaf mij drie sterren en er zijn ook drie vrienden die mij vier sterren gegeven hebben (waarvoor dank). Dat alles zorgt samen voor een gemiddelde score van 3 op 5, wat in vergelijking met héél veel andere mensen op Google Reviews een eerder lage score is. De meeste mensen (ongeveer 85%) zitten met hun score rond of zelfs boven de 4 of 5, omdat hun vrienden hen (wellicht) zonder al te lang na te denken de maximumscore geven. Dat is hun goed recht natuurlijk, maar niet zo leerrijk, want met bijschriften als “ge zijt mn bff 4-ever” en dat soort nietszeggendheden, kom ik niet te weten wát er precies zo leuk is aan die persoon en heb ik er dus ook geen idee van of ik die persoon zelf beter wil leren kennen. Met mijn gemiddelde van drie sterren op vijf word ik (voorlopig?) natuurlijk totaal met rust gelaten door mensen die ik niet ken, maar van mensen die met een gemiddelde van rond de 4,5 zitten hoor ik dat ze voortdurend aanvragen krijgen van mensedie hen graag beter willen leren kennen omdat er in een commentaar bijvoorbeeld staat dat hij of zij een echt feestbeest is of dat hij of zij super veel over dinosaurussen weet, ofzo.
De commentaren die ik tot nu toe zelf heb gekregen, heb ik nog niet allemaal even goed verteerd. Daar moet ik eerlijk in zijn. De ‘vriend’ die mij met één ster heeft bedacht schrijft dat ik in gezelschap - en ik citeer - “de sfeer bedruk[t] door soms minutenlang niks te zeggen en een gezicht te trekken alsof hij liever naar huis zou gaan dan nog wat langer te blijven bij ons, oninteressante lapzwansen”. Hij noemt mij ook ‘onvoorspelbaar’ (en dat is duidelijk bedoeld als een verwijt). Door mij maar één ster te geven windt hij er geen doekjes om en ik respecteer hem vooor zijn eerlijkheid, maar naar de buitenwereld communiceert hij op deze manier dat ik, Axel Craenendort, totaal niet de moeite waard ben om beter te leren kennen (ah ja: één ster = te mijden). Beetje streng toch, vind ik. (Ik zou mezelf een 3 op 5 geven.)
In de andere minder positieve recensies over mij wordt ook nog opgemerkt dat ik pessimistisch, cynisch en veel te veel op mezelf gefocust ben, en de een ligt daar blijkbaar al meer van wakker dan de ander. Bij de viersterrenrecensies kun je over mij wel lezen dat ik goed kan kussen en dancen [sic], dat ik een redelijk goede algemene kennis heb en dat ik vooral veel van voetbal weet. Ik weet niet of ik over dat laatste zo content ben, want ik zit niet per se op toenaderingspogingen van mij onbekende voetbalfans te wachten, maar het is des te fijner om over mezelf te lezen dat ik goed kan kussen en dansen (het gekke is dat ik nooit gekust of gedanst heb met de vriendin die dat geschreven heeft - zij zal het van horen zeggen hebben, neem ik aan).
Facebook schijnt inmiddels trouwens hetzelfde van plan te zijn en zou ook met een sterrensysteem gaan werken om mensen te beoordelen. Het zou er precies zo uitzien zoals het er uitziet op de Facebookpagina van horecazaken e.a. Elke Facebookgebruiker zou op zijn profielpagina in de linkerkolom een ‘recensievak’ krijgen dat enkel maar de instelling ‘openbaar’ kan hebben (dit in tegenstelling tot bijna al je andere Facebookgegevens die je zo kan instellen dat enkel je Facebookvrienden ze kunnen zien). Werkgeversorganisaties zouden bij Facebook hebben aangedrongen op het openbaar houden/maken van de recensiesectie om zo toekomstig personeel te kunnen recruteren.
En zo zijn we bij de ‘mensenrecensies’ aanbeland. Uiteindelijk de logische opvolger van de afgezaagde like-knop. Bedrijven als Google en Facebook moeten met nieuwe dingen blijven komen, want als techbedrijven zijn ze ondertussen beiden bejaard tot hoogbejaard. De dino’s van de 21ste eeuw.
Als je mij nog niet gerecenseerd hebt op Google, voel je dan vrij daar verandering in te brengen. Ik heb zelf nog niemand gerecenseerd, ik moet nog wennen aan het idee dat ik mijn vrienden in de volledige openbaarheid een in sterren uitgedrukte score moet geven op hun persoonlijkheid. Maar ach, het zal wel weer wennen, zoals we ook aan al die andere ingrijpende privacyschendingen gewend geraakt zijn.
dinsdag 31 juli 2018
Lijden
Niet alles, maar wel vanalles. Althans, dat zegt de nogal dominante pessimist in mij. En de nogal dominante pessimist in mij haalt elke dag minstens tien keer triomfantelijk zijn weinig opbeurende gelijk, hij hoeft maar naar het radionieuws te luisteren om zijn negatieve wereld- of mensbeeld veelvuldig bevestigd te zien. ‘Zie je wel’, wordt de pessimist in zijn negatieve mensbeeld bevestigd wanneer meneer x en meneer y elkaar in hun lompheid voor de zoveelste keer het leven zuur maken (en aldoende, als hen dat toevallig zo uitkomt, duizenden, miljoenen andere mensen in de ellende storten). Denk aan hoe Israël en Palestina hun situatie niet willen oplossen (terwijl dat mits wat ‘politieke moed’ toch echt zou moeten lukken (want óóit moet het er toch eens van komen, of niet?)) of denk aan hoe de gemiddelde Europeaan een vluchteling liever laat creperen dan hem te helpen (dat is de vreselijke waarheid - ja, echt waar! - die wij - nog erger! - al lang niet meer vreselijk vinden). Denk ook maar aan een fenomeen zoals Not In My Backyard (NIMBY): een mens zal, zo zegt toch de pessimist, tot het uiterste gaan om zijn persoonlijk belang boven het maatschappelijke belang te stellen. Dat laatste is nu eenmaal een dagelijks in het nieuws terugkerend fenomeen dat zich voordoet in oneindig veel varianten. Jammer genoeg zijn het met name ook politici die een patent lijken te hebben - of gewoon: hebben - op het eigen belang eerst-fenomeen. Zo weet de cynicus. Het kan echt heel eenvoudig worden aangetoond dat politici wereldwijd veel vaker hun eigen belangen verdedigen dan die van de mensen door wie zij (in een aantal gevallen) zijn verkozen. (In dat opzicht heb ik trouwens oprechte bewondering voor rechtschapen politici (en die bestaan - we moeten hen beschermen zoals we de bijen en de witte neushoorn moeten beschermen).)
Hoe dan ook, al lijdt hij er dan zelf onder, er is weinig zo gemakkelijk voor een mens als het koesteren van een negatief wereld- en mensbeeld. Het is wel belangrijk om hierbij op te merken dat de mens waarvan sprake wel degelijk lijdt, dat hij wel degelijk gebukt gaat onder al datgene dat hij om zich heen ziet gebeuren, al datgene dat hij ziet ‘misgaan’. Deze lijdende mens weet, al dan niet, dat zijn lijden op geen enkele manier constructief is, dat het zijn leven uitsluitend compliceert, maar helaas ondervindt hij de grootste moeilijkheden om zijn leed van zich af te schudden. Als hij dat al probeert, tenminste. Want in feite - en hij kan daar hevig van schrikken - moet hij in sommige gevallen vaststellen dat hij eigenlijk, als hij heel eerlijk is, zelfs niet bereid is om zijn lijden op te geven. De lijdende mens is in vele gevallen immers verslaafd aan die vele kleine momentjes waarop hij zijn grote gelijk haalt en waarop hij kan zeggen “zie je wel, ik had het voorspeld, het loopt slecht af”. Als deze lijdende mens heel eerlijk is, zal hij moeten toegeven dat hij zijn leed zelfs niet zou kunnen missen, dat hij zijn leed niet - nooit! - zou willen inruilen voor een onnozel ‘joie de vivre’ dat hem banaal of zelfs volslagen idioot lijkt (want kijk toch eens even met een nuchtere blik naar de staat van de wereld, alstublieft! Trump! Francken! Zuckerberg! Need I say more?).
Zelf koester ik mijn leed ook. Zonder mijn leed zou ik waarschijnlijk niet kunnen schrijven, ik zou waarschijnlijk niet kunnen creëren, niet kunnen scheppen; ik zou geen smoel, geen identiteit, geen eigenheid hebben. Zonder mijn leed zou ik oninteressanter zijn dan ik nu ben. Gesteld dat ik hield van het leven dan zou ik er ook aan deelnemen (en zelfs nu verlang ik daar soms naar), dan zou ik niet spotten met YOLO en FOMO en dan zou ik de blogger die ik nu ben een schouderklopje geven, zo van “stil maar, Alexandertje, hou het nog wat vol, jongen, met wat geluk duurt jouw leventje, waar je zo weinig van houdt, nog slechts een jaar of vijftig, bijt nog even op je tandjes”.
En ook nog dit over leed: volgens mij wil de lijdende mens zijn leed (of hij zich daar nu bewust van is of niet) in zijn omgeving weerspiegeld zien. Of het is omgekeerd: hij wil het liefst zo weinig mogelijk ‘gelukkige’ mensen zien. De gelukkige mens vormt voor de lijdende mens namelijk een rechtstreekse bedreiging. Het wereldbeeld van de lijdende mens wordt niet bevestigd door de gelukkige mens, want deze lijkt immers zonder veel boe of bah aan te geven dat het ‘ook anders kan’, dat het wereld- en mensbeeld van de lijdende mens slechts één mogelijk wereld- en mensbeeld is en dat er daarnaast andere wereld- en mensbeelden kunnen bestaan die even legitiem zijn - en precies dát, de idee van een alternatief wereld- en mensbeeld dat even legitiem is als het zijne, kan vreselijke ergernis opwekken bij de lijdende mens. Want daarmee weet de lijdende mens zich geen raad, daar loopt hij de muren van op en raakt hij mateloos door gefrustreerd. Hoe kan zo’n ‘gelukkige’ persoon nu in alle ernst een dergelijk positief wereldbeeld hebben of zelfs propageren? Is hij dom, naïef of maakt hij zichzelf iets wijs? Probeert hij mij, de verfoeilijke zwartkijker, op de zenuwen te werken of mij belachelijk te maken? Denkt hij bij zichzelf (of wéét hij) dat ik er niks van begrijp? Begrijp ik er misschien inderdaad niks van? Lijd ik omdat ik te dom ben om in te zien dat het leven een fantastische concept is en dat mensen de meest prachtige wezens zijn? Is de manier waarop wij met vluchtelingen omgaan misschien iets dat de negatieveling veel te veel dramatiseert? Is het leed dat voortkomt uit de confrontatie met de ‘gelukkige mens’ nog hetzelfde leed als het wereldleed waar ik me zo graag in wentel of is dit een ander leed, een échter leed? Is dit het leed van de strijd die ik als individu met een slap karakter oneervol verlies tegen de gelukkige mens? Ben ik een onmens omdat ik de gelukkige mens zijn geluk niet gun, omdat ik zijn enthousiasme en levensvreugde nauwelijks kan verdragen? Ga ik werkelijk een mens bestrijden die ‘gewoon’ tevreden, gelukkig, content is?
Oh, wat een confronterende gedachten heb ik plots. Ik kan er maar beter meteen over ophouden. Ik lijk wel Raskolnikow.
zondag 29 juli 2018
Dostojevski vertaald naar het nu
Raskolnikow ging naar het huis op de gracht, waar Sonja woonde. Het was een huis van drie verdiepingen, oud en groenig van kleur.
“Wie daar?” vroeg een vrouwenstem ongerust.
“Ik ben het... ik kom u opzoeken,” antwoordde Raskolnikow en kwam een piepklein portaal binnen.
“U! Here!” riep Sonja zacht en zij bleef als vastgenageld staan.
(...)
“Zou het toch geen goede zaak zijn mocht men het plaatsen van selfies op sociale media betalend maken?” sprak Raskolnikow spottend
“Ach nee, nee, nee!” En met een onbewust gebaar greep Sonja zijn beide armen vast, als het ware smekend dat het niet zou gebeuren.
“Het lijkt me toch maar fair als tenminste Instagram betalend wordt” tergde Raskolnikow het arme meisje verder.
“Nee, niet beter, niet beter, helemaal niet beter!” herhaalde zij verschrikt en redeloos.
En als Snapchat nu eens betalend zou worden?” hernam Raskolnikow.
“Ach, wat zegt u toch! Dat kan toch niet gebeuren!” en diepe angst en schrik tekenden zich op Sonja’s gezicht af.
“Waarom zou dat niet kunnen gebeuren?” vervolgde Raskolnikow met grimmige spot, “u bent toch niet een van de decision makers bij Snapchat of Instagram, wel? Hoezo zouden zij hun app niet betalend kunnen maken wanneer zou blijken dat zij daar profijt uit kunnen halen? De stichters van deze bedrijven laten zich niet leiden door filantropische overwegingen, zij denken uitsluitend aan winstmaximalisatie en als het hen zo uitkomt om hun gebruikers te laten betalen voor hun diensten, dan zullen zij hun product betalend maken.”
“Och, nee!... Dat zal God niet toelaten!” gilde een lijkbleek geworden Sonja. Zij stond te luisteren met smekende ogen, Raskolnikow verschrikt aankijkend en de handen gevouwen, alsof elke beslissing omtrent sociale media van hem afhing.
Raskolnikow stond op en begon door de kamer te ijsberen. Dat duurde zo een minuut. Sonja stond erbij met neerhangende armen en gebogen hoofd, ten prooi aan de diepste ellende.
“Zou u Instagram willen opgeven als, in ruil daarvoor, Snapchat gratis bleef?” sprak Raskolnikow met iets van sluwheid in zijn stem.
“Nee. Nee. Dat wil ik niet, nee!” schreeuwde Sonja luid en wanhopig, alsof ze opeens met een mes gestoken werd. “God... God zal mij behoeden voor een dergelijk, verschrikkelijk dilemma!”
“Heb je er al eens bij stilgestaan dat je vriendinnen misschien wel hun neus ophalen voor jouw selfies?” fluisterde Raskolnikow en hij wierp Sonja een zeer donkere blik toe waaruit walging sprak.
“Nee, nee! God zal hun oordeel bijstellen, God!...” herhaalde Sonja bevend over haar hele lichaam.
“Misschien is er niemand die werkelijk belang hecht aan jouw aanwezigheid op sociale media,” antwoordde Raskolnikow zelfs met enig leedvermaak. Hij begon te lachen en keek Sonja recht in het gezicht aan.
Het was angstwekkend zoals Sonja’s gezicht plotseling veranderde: het werd door kramp vertrokken. Onzegbaar verwijtend keek ze Raskolnikow aan, wilde iets zeggen, maar kon geen woord uitbrengen, ze begon alleen bitter te huilen en bedekte haar gezicht met haar handen.
Vijf minuten gingen voorbij. Raskolnikow liep maar steeds heen en weer, zwijgend en zonder Sonja aan te kijken. Eindelijk kwam hij op haar toe, zijn ogen schitterden. Hij pakte haar met beide handen bij de schouders en keek haar recht in haar behuilde gezicht. Plotseling boog hij zich snel met zijn hele lichaam voorover, liet zich voor haar neervallen en kuste haar voeten.
Geschrokken deinsde Sonja van hem terug, alsof hij gek was
“Wat, wat doet u nu?” stamelde zij verblekend.
Raskolnikow stond direct op.
“Ik heb niet voor jou gebogen, maar voor het hele lijden van de mensheid,” zei hij op haast onnatuurlijke toon en hij liep naar het venster.
vrijdag 27 juli 2018
Misdaad en straf
De jongeman die quasi in een verloren positie thuis (in dit geval een studentenamer) het spoor bijster raakt en begint te redeneren dat hij niks meer te verliezen heeft, Rodion Romanytsj Raskolnikow is er zo een, maar hij zal niet de eerste zijn geweest en hij is ook niet de laatste gebleken.
Raskolnikow komt uit ‘de provincie’ en zijn arme, oude moedertje (het menske zal hooguit een jaar of 50 zijn) heeft al haar hoop op hem gevestigd. Raskolnikow, haar eerstgeborene, zal carrière maken in Petersburg en hij zal er voor zorgen dat zijn moedertje en zijn jongere zus, Doenja, Doenjetsjka, een voorspoedige toekomst tegemoet kunnen zien.
Maar weet zijn moedertje veel dat ‘voormalig student’ Raskolnikow, ‘haar Rodja’, volledig de pedalen kwijt is, zoals hij daar tot grote ongerustheid van de conciërge dag in dag uit in zijn kruipkot ligt te stinken. Het is alom bekend dat een mens thuis wat ruimte nodig heeft om zich goed te kunnen voelen en wie heel klein woont moet op z’n minst elke dag even naar buiten gaan (je merkt dat tegenwoordig met de vluchtelingen die veel op straat rondhangen). Raskolnikow, helaas, woont, blijkbaar uit noodzaak, in een kamer ter grootte van een kast (al kan er toch nog opvallend veel volk binnen, zo blijkt wanneer de geweldige Razoemichin, de dokter Zosimow én zijn toekomstige zwager Pjotr Petrovitsj Loezjin gezamelijk bij hem op bezoek komen). En het gaat niet goed met Raskolnikow precies omdat hij zijn kamer niet meer verlaat en nog nauwelijks met iemand contact heeft. Doelloos dwaalt hij door de straten van Petersburg en vaak kan hij zich na thuiskomst van een wandeling zelfs niet herinneren waar hij zoal heeft rondgehangen, zo ver zijn zijn gedachten dan afgedwaald. Hij heeft zijn studie stopgezet, al dan niet omdat hij er niet meer voor kon betalen. Zijn cursussen liggen stof te vergaren op zijn werktafel.
Op basis van de gegeven feiten kan nauwelijks worden vastgesteld welk soort karakter Raskolnikow had vooraleer hij naar de grote stad verhuisde (bij aanvang van het verhaal heeft hij zijn moeder en zus al drieënhalf jaar niet gezien - zij corresponderen per brief met elkaar en stellen elk van hun kant de zaken beter voor dan ze zijn). Nu, alleszins, wisselt de voormalige student heel makkelijk van gemoedstoestand, weze het dat hij nooit zonder meer gelukkig is. Hoogstens heeft hij af en toe een ‘wat betere dag’, als was het een plotse aanval van koorts. Maar meestal is Raskolnikow apathisch, hopeloos en soms heeft hij zelfs ronduit ‘boosaardige’ gedachten (waar hij dan meestal zelf van schrikt). Als cynisch wordt Raskolnikow nooit omschreven, maar op zijn manier is hij het wel. Hij is zijn geloof in een goede afloop kwijt en hij zal uiteindelijk niet te beroerd blijken om ‘alleen te handelen’, al gaat er dan wel een heel proces van angst en twijfel aan zijn uiteindelijke handeling vooraf. Raskolnikow lijkt dus daadwerkelijk niks meer te verliezen te hebben en psychisch labiel als hij is, wordt hij stilaan onberekenbaar, inderdaad boosaardig en uiteindelijk zelfs gevaarlijk. Hij of zij die hem op dit punt nog in de weg loopt, in dit geval de gierige en inhalige ‘beleenster’ Aljona Iwanowna, rijdt maat beter niet te vaak meer tegen zijn kar.
In een vlaag van zinsverbijstering (of is hij wel degelijk volledig bij zijn verstand?) gaat Raskolnikow tot actie over. Het valt op dat Dostojewski zijn hoofdpersonage nadrukkelijk ‘helpt’ om zijn plan ten uitvoer te brengen. Geheel toevallig kan Raskolnikow een cruciaal gesprek afluisteren; zomaar pardoes loopt Raskolnikow tegen een bijl aan (die hij absoluut nodig heeft om zijn plan ten uitvoer te brengen); alsof het zo gepland was kan Raskolnikow zich na zijn misdaad in een kamertje onder de ‘plaats van delict’ verschuilen en hij heeft ook nog eens het geluk dat er niemand op de binnenplaats is wanneer hij het pand verlaat. Dostojewski weet het weliswaar bijzonder spannend te houden - de scène vlak na de misdaad is zo goed - maar hij gunt Raskolnikow wel bijzonder veel meeval. Wanneer Raskolnikow in de dagen daarop ook gesprekken tussen Razoemichin en Zosimow kan afluisteren en zo te weten komt wie er (niet) wordt verdacht, hoeft hij zelfs geen krant meer te lezen om op de hoogte te blijven.
‘Misdaad en straf’ zal voor nogal wat mensen herkenbare elementen bevatten. Persoonlijk kan ik mij enigszins vinden in Raskolnikows idee dat het weinig uitmaakt wat hij al dan niet doet. Ook Raskolnikows cynisme en de weerzin die hij voelt voor mensen die hem willen helpen, zijn niet zo moeilijk te begrijpen. Soms weet je nu eenmaal zeker dat je er helemaal alleen voor staat en dan zijn andermans ‘goede bedoelingen’ gewoon vreselijk ergerlijk (want ze voelen niet wat jij voelt).
Raskolnikows verhaal is er ook een van (kans)armen tegen (kans)rijken. Hij krijgt als student nauwelijks de kans om aan het leven deel te nemen, hij moet zien te overleven. Ook dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn. Arme mensen overleven meer dan ze leven. Leven is iets voor de rijken en dat wordt ook vandaag nog vaak (of graag) vergeten. ‘Ze moeten hun leven maar eens in handen nemen, dan komen ze er wel, die kansarmen, die werklozen, die amokmakers.’ Wel, zo simpel is het dus niet. Als je moet overleven zit je voortdurend in de stress en kom je er nauwelijks aan toe om te ‘ontstressen’ en al dat soort dingen die de rijken (kunnen) doen. Een gestresseerde mens kan niet zomaar alles even omkeren. Je moet voor die mens een situatie creëren waarin hij niet langer zo gestresseerd hoeft te zijn. Ten tijde van Dostojewski deed men dat niet en vandaag doet men dat nog steeds niet. De situatie van Raskolnikow is voor mensen in armoede nog zeer actueel.
‘Misdaad en straf’, ik lees het nu voor de derde keer en ben er voor de derde keer helemaal weg van. En er zijn daarvoor nog zoveel redenen die ik hier niet eens aangehaald heb. Het vaak komische taalgebruik, de heerlijke dialogen, de manier waarop personages beschreven worden, de sfeer van het Rusland van de 19e eeuw. Ik begrijp wel dat mensen vandaag de dag niet gemakkelijk meer naar een boek van ruim 700 pagina’s zullen grijpen - alhoewel, ik begrijp dat eigenlijk helemaal niet (daarover heb ik het later nog wel eens) -, maar mocht je eens om god weet welke reden een Netflixserie willen skippen, gebruik dan die tijd om deze klassieker te lezen. Al was het maar omdat dit waarschijnlijk straffer is dan eender wat je op Netflix te zien zal krijgen. Want ik wil het trouwens nog weleens zien, of ze in 2170 nog over ‘Game of Thrones’ zullen praten. ‘Misdaad en straf’ dateert uit 1866 en 152 jaar na publicatie heeft het nog helemaal niks van zijn actualiteitswaarde verloren. Dit is universeel, dit is tijdloos en heel belangrijk. Dit is van het beste uit de Grote Bibliotheek. Doe uzelf een plezier en lees dit. Als ge dit jaar één ding wilt doen waarvoor ge uit uw comfortzone moet komen, wel, lees ‘Misdaad en straf’. Het taalgebruik is niet het meest toegankelijke, maar dat went al snel.
Dóén!